CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Ronde Raadzaal 4 september 2025

Raad 11 september 2025, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Vaststellen van de notulen4.224 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 4 september 2025 Tijdstip:

19.00-20.52 uur

1.1 Vaststelling BP Business Park Geleen (Geilen) 19.00-19.23 uur Aanwezig de voorzitter: de griffier:

J. Tholen A. Lamers

de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal: PIT:

F. Kuburic P.T.H.M. Henssen J.W. Coumans T.A.G. Baars J.J. Renet E.V.P. Talpe

het college:

Wethouder Geilen

ambtelijke ondersteuning:

Mevrouw Kengen, mevrouw De Esch

notulen:

I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter opent de vergadering en het eerste agendapunt. Bij dit punt wordt gevraagd de raad advies te geven over de nota van zienswijzen en het bestemmingsplan zelf. De technische vragen zijn beantwoord en toegevoegd aan de stukken in iBabs. D66 en VVD hebben zich afgemeld. PVV, Lokaal SGB en Burger Centraal zijn niet aanwezig maar hiervan is geen afmelding ontvangen. Eerste termijn De heer Kuburic (GOB) benadrukt dat zijn fractie de planherziening ziet als een logische stap binnen het eerder vastgestelde beleid. Er zijn volgens hem geen inhoudelijke discussiepunten of politieke keuzes die nog nadere afweging vragen. Wat hem betreft kan het bestemmingsplan als hamerstuk worden vastgesteld. De heer Renet (SPA) stelt dat het plan al sinds 2021 ter inzage ligt en nu pas in 2025 wordt vastgesteld, waardoor nog steeds het oude regime geldt. Hij vindt dit problematisch en wil weten wat de verschillen zijn tussen de oude en de nieuwe regels. Hij vraagt om een schriftelijk overzicht van de afwijkingen die zouden gelden als het plan onder de nieuwe regels moest worden vastgesteld. De heer Talpe (PIT) geeft aan dat zijn fractie met het plan kan instemmen.

Wel wijst hij erop dat het plan vier jaar is blijven liggen en vraagt hij zich af wat dit betekent voor andere plannen en voor de afdeling in het algemeen, zeker met het oog op het volkshuisvestingsprogramma en de daarbij horende ambities. Hij

1

uit zorgen over capaciteit en mogelijkheden binnen de afdeling en geeft aan daar later met aparte vragen op terug te komen. De heer Baars (GroenLinks/PvdA) noemt het een consoliderend stuk en geeft aan dat zijn fractie ermee kan instemmen. De heer Henssen (CDA) herkent zich deels in de opmerkingen van de heer Renet en de heer Talpe, maar stelt dat de gegeven antwoorden voldoende duidelijkheid geven. Daarom kan ook de CDA-fractie instemmen met de vaststelling. Wethouder Geilen benadrukt dat het plan onder het oude regime wordt vastgesteld omdat de wet dat zo voorschrijft, wanneer een procedure toen is gestart, mag die ook onder de oude wetgeving worden afgerond. Volgens hem is het verschil tussen oud en nieuw beperkt, zeker omdat dit een consoliderend plan is. De bestaande regels zijn vrijwel een-op-een overgenomen, aangevuld met enkele nieuwe bepalingen, vooral op het gebied van water. Daarnaast is in 2024 een extra participatieronde gehouden via een brief aan belanghebbenden. Ook onder de nieuwe wetgeving zou de uitkomst nagenoeg hetzelfde zijn geweest. Hij legt verder uit dat er in de toekomst geen nieuwe bestemmingsplannen meer worden vastgesteld, omdat alles overgaat naar het omgevingsplan. Tot 2026 kunnen nog enkele kleine wijzigingen via TAMIMRO worden gedaan, daarna alleen via een BOPA. Tot slot gaat hij in op de vraag van de heer Talpe over de vertraging.

Die is volgens hem het gevolg van beperkte capaciteit en de noodzaak tot prioriteren binnen de afdeling planologie. Dit is een bredere zorg, ook gezien de uitdagingen rond het volkshuisvestingsprogramma. Het tekort aan planjuristen en andere specialisten speelt bij veel gemeenten en vraagt om nieuwe oplossingen, zoals opleidingen of aangepaste arbeidsvoorwaarden. De heer Henssen (CDA) vraagt of de gemeente in de komende begroting geld moet vrijmaken om de geschetste capaciteitsproblemen op te vangen. Volgens hem is het belangrijk dat de ronde daar tijdig van op de hoogte is, zodat erop kan worden voorgesorteerd. Wethouder Geilen antwoordt dat de uitvoerbaarheid van plannen zeker aandacht krijgt in de begroting. Geld kan helpen om extra personeel aan te nemen, maar als er geen geschikte mensen beschikbaar zijn, lost dat het probleem niet volledig op. Daarom zal ook prioritering een rol spelen, bepalen wat eerst moet en wat realistisch is qua uitvoeringskracht. Hij verwacht dat dit onderwerp een plek krijgt in de begrotingsdiscussie, vooral voor het voeren van een prioriteitsdiscussie. De heer Renet (SPA) wil graag een overzicht op papier. Hij vraagt om puntsgewijs aan te geven wat er onder de nieuwe regels anders zou zijn geweest, zodat dit overzichtelijk is.

Wethouder Geilen geeft aan dat ze zullen bekijken of ze het overzicht, aanvullend op zijn eerdere uitleg, kunnen verstrekken. De heer Talpe (PIT) benadrukt dat alleen prioriteren niet voldoende is, er moeten ook extra middelen beschikbaar komen. Volgens hem moet dit in ieder geval in de begroting worden meegenomen, zodat later bekeken kan worden of er ook voldoende personeel beschikbaar is. Zonder deze middelen aan de voorkant zal het proces niet slagen. Wethouder Geilen benadrukt dat uitvoeringskracht ook gekoppeld kan worden aan financiële middelen, en dat dit zeker zal worden meegenomen. Hij legt uit dat er een piek aan plannen en procedures ontstond doordat veel zaken net onder de oude wet werden ingediend voordat de Omgevingswet inging. Daardoor bleef dit plan langer liggen. Inmiddels neemt die achterstand af en keert de verwerking terug naar de reguliere stroom.

2

Tweede termijn De heer Kuburic (GOB) geeft aan dat hij het verzoek van de heer Renet niet relevant vindt. Hij vindt het niet nodig om het ambtelijke apparaat te belasten met zulke vragen, omdat de informatie over oude en nieuwe regels eenvoudig online is op te zoeken. De heer Renet (SPA) benadrukt dat hij het overzicht wel belangrijk vindt. Omdat het plan vier jaar is blijven liggen wil hij zekerheid over wat er feitelijk anders zou zijn geweest onder de nieuwe regels. Hij vindt het belangrijk om duidelijk te zien welke verschillen er zijn, ook op detailniveau, zodat er geen onzekerheid blijft bestaan. De voorzitter stelt vast dat het voorstel voldoende is besproken en geagendeerd wordt voor de raadsvergadering van donderdag 11 september. De portefeuillehouder heeft toegezegd dat de portefeuillehouder een korte notitie verstrekt over de verschillen tussen de oude en de nieuwe bestemmingsplanprocedure, vooral gericht op de procedure zelf. De heer Renet (SPA) geeft aan dat hij ook een toelichting wil op de inhoudelijke verschillen. De portefeuillehouder zal dit meenemen. De voorzitter stelt voor om de inhoud van dit bestemmingsplan als hamerstuk door te voeren naar de raadsvergadering. Hij schorst de vergadering voor enkele minuten.

3

Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 4 september 2025 Tijdstip:

19.00-20.52 uur

1.2 Regionaal Beleidskader Van Afval Naar Grondstof 2026-2030 (Geilen) 19.33-20.52 uur Aanwezig de voorzitter: de griffier:

J. Tholen A. Lamers

de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie: PIT:

G.R. Klee P.T.H.M. Henssen J.W. Coumans T.A.G. Baars J.J. Renet E.V.P. Talpe

het college:

Wethouder Geilen

ambtelijke ondersteuning:

Mevrouw Van Sint Feyt (gemeente Stein), mevrouw Koonen

notulen:

I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter heropent de vergadering. Bij het tweede agendapunt wordt gevraagd advies te geven over de vaststelling van het beleidskader. De technische vragen zijn beantwoord en toegevoegd aan de stukken in iBabs. D66 en VVD hebben zich afgemeld. Eerste termijn De heer Henssen (CDA) geeft aan dat zijn partij de beleidsdoelen ondersteunt, maar enkele zorgen heeft. Hij vraagt hoe de aanpak van zwerfafval, bijplaatsingen en illegale dumpingen gerealiseerd kan worden, gezien de beperkte handhavingscapaciteit, en wat de kosten zijn voor het verhogen van die capaciteit. Verder vraagt hij naar de legitimatieplicht op de milieuparken, omdat hij veel buitenlandse kentekens ziet bij het daar storten van afval. Hij vraagt ook naar de kosten en faciliteiten voor het inzamelen van luiers en incontinentiemateriaal, dat een toenemend probleem vormt. Tot slot wil hij weten hoe het staat met het centraliseren of sluiten van milieuparken, specifiek in Sittard en Born, en wat de toekomst van deze parken is. De heer Baars (GroenLinks/PvdA) vindt het regionaal beleidskader op hoofdlijnen een prima stuk, maar ziet ook veel wensdenken en tegenstrijdigheden. Hij wijst erop dat het doel van 30 kilo restafval per persoon in 2030 niet haalbaar lijkt en dat het huidige niveau nog ver boven de wens ligt.

Hij vraagt zich af of de focus ligt op minder afval, meer grondstoffen of beiden, omdat deze doelen soms tegenstrijdig zijn.

4

Hij complimenteert de gemeente met het inzamelen en het laag houden van de lasten, maar merkt op dat bijplaatsingen en dumpingen zijn toegenomen. Hij vraagt hoe dit in de toekomst kan worden beperkt en welke rol handhaving kan spelen. Ook wil hij weten of de kostenstijgingen komen door minder grondstoffen uit afval of doordat bedrijven minder willen betalen voor de grondstoffen. Hij suggereert mogelijke maatregelen, bijvoorbeeld het gft-afval in de winter minder vaak op te halen of extra stimulering voor inwoners die afval goed scheiden. Verder vraagt hij naar de effecten van extra pmd-ophaalmomenten, het stimuleren van beter scheiden zonder financiële beloning, de haalbaarheid van een grofvuilophaaldag en de inzet op circulaire ambachtsnetwerken. Hij uit zijn twijfels over de economische meerwaarde van recycling en de uitdagingen door goedkope import en consumptiecultuur. Tot slot benadrukt hij dat meer aandacht voor scheiding van gft-afval zou kunnen helpen, zowel voor de biomassacentrale als voor het verbeteren van afvalstromen. De heer Talpe (PIT) geeft aan dat zijn fractie in grote lijnen positief staat tegenover het regionaal beleidskader. Wel maakt hij zich zorgen over de toename van bijplaatsingen en dumpingen.

Hij benadrukt dat milieuparken en wijkbrengvoorzieningen in de openbare ruimte dicht bij de inwoners moeten blijven, omdat dit een belangrijke voorwaarde is voor een effectief afvalbeleid. Hij stelt dat het handhaven van de huidige spreiding en korte reisafstanden een essentieel uitgangspunt is voor de verdere uitwerking van scenario’s. Zijn fractie overweegt een motie of amendement in te dienen bij de raadsvergadering om dit signaal duidelijk te maken en te peilen of er een bredere meerderheid voor is, zodat de besluitvorming later niet beperkt wordt. De heer Renet (SPA) stelt dat het landelijke streefdoel van maximaal 30 kilo restafval per persoon in 2025 door veel gemeenten werd bijgesteld naar 100 kilo. Hij geeft aan dat Sittard-Geleen 40 procent boven dit doel zat, wat hij veel vindt. Hij vraagt of de oorspronkelijke doelen te hoog waren en of de huidige streefwaarden een realistische inschatting van de toekomst zijn. Daarnaast bespreekt hij de biomassa. Hoewel het oorspronkelijk een goed initiatief was, vindt hij dat de verbranding van afval inmiddels minder duurzaam is en niet echt bijdraagt aan recycling. Hij vraagt of de gemeente streeft naar hoogwaardige toepassingen van houtafval, zoals waterstofproductie, of dat het grotendeels naar de biomassacentrale gaat.

Hij vraagt verder of er onderdelen van gerecycled afval een positieve businesscase hebben, zoals bouwafval of hout, en merkt op dat de tarieven bij milieuparken voor bouwafval te hoog zijn vergeleken met andere afzetmogelijkheden. Hij benadrukt ook het belang van regelmatige grofvuilinzameling om bijplaatsingen te voorkomen. Over het geheel is hij positief over het proces en de inzet van de werkgroep, maar hij benadrukt dat de doelen realistisch en haalbaar moeten zijn. Het gaat hem om het minimaliseren van afval met praktische, realistische streefwaarden. De heer Coumans (Stadspartij) waarschuwt dat het afbouwen van verzamelcontainers tot meer dumping kan leiden en pleit daarom voor goede handhaving. Hij merkt verder op dat in de RWM-app diverse routes van voertuigen te volgen zijn, maar dat routes van veegwagens en kolkenzuigers ontbreken. Hierdoor kunnen werkzaamheden soms niet goed worden uitgevoerd. Daarnaast levert het ophalen van oud papier en karton bij slecht weer problemen op, omdat het losraakt en door de straat waait. Hij stelt voor verzamelbakken uit te geven om dit probleem te beperken en vraagt of de wethouder dit kan oppakken. De heer Klee (GOB) benadrukt dat afval een dagelijks thema is voor inwoners van Sittard-Geleen, waarbij vooral kosten en kwaliteit van de inzameling belangrijk zijn.

Het verheugt hem dat inwoners de diensten van RWM gemiddeld met een 7,5 beoordelen en hij wil de huidige koers handhaven. Hij wijst op de uitdaging om de kosten beheersbaar te houden terwijl minimaal 60 procent van het huishoudelijk afval van goede kwaliteit moet zijn en gerecycled moet worden. Hij noemt de tien speerpunten positief, maar merkt op dat zwerfvuil, bijplaatsingen en dumpingen hardnekkige problemen blijven. Hij stelt vragen over de effecten van statiegeld op plastic flessen en blik op zwerfafval en pmd, de organisatie en huisvesting van RWM, de kosten van nieuwe of aangepaste milieuparken en mogelijke

5

efficiëntere oplossingen. Ook vraagt hij hoe de kwaliteit van grondstoffen gewaarborgd kan worden bij kleine milieuparken en waarom de Circular Mile niet in de stukken is genoemd. De heer Klee wijst op de kwetsbaarheid van recycling door afhankelijkheid van marktpartijen en vraagt of de gemeente zelf mogelijkheden heeft om iets te ontwikkelen. Hij sluit af met de instemming van de fractie met het regionaal beleidskader en benadrukt dat zij graag uitvoeringspunten terugzien binnen de raad voor hun beleidsvormende en controlerende rol. Wethouder Geilen begint met de beantwoording wat betreft de wijziging van de landelijke afvaldoelen. Waar eerder werd gefocust op het beperken van het aantal kilo’s restafval, ligt de nadruk nu op het recyclepercentage. Dit is nodig omdat het beperken van kilo’s restafval niet automatisch leidt tot beter herbruikbare stromen, veel ingezameld afval werd vervuild en kon daardoor niet gerecycled worden. Het nieuwe beleid richt zich daarom niet alleen op minder restafval, maar vooral op de kwaliteit van de ingezamelde stromen, zodat recycling daadwerkelijk effectief is. Hij benadrukt dat het beleid twee doelen combineert, het verminderen van restafval, wat ook kostenbesparend werkt, en het verbeteren van de kwaliteit van ingezamelde grondstoffen, zodat deze optimaal hergebruikt of gerecycled kunnen worden.

Hierdoor moeten sommige inzamelmethoden, zoals de wijkbrengvoorzieningen, herzien worden, omdat de huidige manier van inzamelen leidt tot vervuiling, met name bij pmd, textiel en oud papier, waardoor het recyclepercentage daalt. Hij gaat ook in op specifieke afvalstromen en bijbehorende tarieven. Puin en bouwafval worden gescheiden ingezameld en het tarief is afgestemd op de verwerkingskosten; thuiscontainers zijn niet gratis, maar inwoners kunnen goedkoper uit zijn door grootschalige recyclers te gebruiken. Textiel en pmd worden nog gratis ingezameld waar mogelijk, maar door marktomstandigheden moet soms betaald worden. Klein chemisch afval en autobanden blijven gratis beschikbaar om illegale dumping te voorkomen. Incontinentiemateriaal valt momenteel onder een tijdelijke regeling met korting om medische redenen, met het oog op toekomstige gescheiden verwerking. Daarnaast wordt er gewerkt aan innovatie, zoals het gebruik van AI op gft-wagens, waarmee afvalstromen beter gecontroleerd kunnen worden. Hierdoor kan gerichte voorlichting aan inwoners plaatsvinden, wat bijdraagt aan een hogere kwaliteit van ingezameld materiaal. Over de milieuparken zegt de wethouder dat er nog onderzoek loopt naar het aantal en de locaties.

In het beleidskader wordt een maximale reistijd van vijftien minuten gehanteerd voor de meeste stromen, met hoogfrequente stromen dicht bij de inwoners en laagfrequente stromen, zoals puin, wat centraler. Daarbij wordt ook gekeken naar openingstijden en extra faciliteiten, zoals aanhangers en elektrische bakfietsen, zodat de dienstverlening effectief blijft, maar de kosten beheersbaar. Hij belicht het belang van het circulaire ambachtsnetwerk, waarin bedrijven en initiatieven producten hergebruiken en de levensduur ervan verlengen. Voorbeelden zijn kringloopwinkels en nicherecyclebedrijven die specifieke producten opnieuw op de markt brengen. Het netwerk biedt kansen om de circulaire economie verder te versterken en inwoners actief bij recycling te betrekken. Tot slot gaat hij in op het gebruik van restafval voor energie. Stromen die niet of slecht recyclebaar zijn, worden verbrand om stroom en warmte terug te winnen. Dit is technisch duurzaam, maar niet volledig circulair. Het laat zien dat het behalen van de recycledoelen complex blijft en dat het beleid zorgvuldig moet balanceren tussen afvalvermindering, recyclingkwaliteit, dienstverlening aan inwoners en kostenbeheersing. De heer Henssen (CDA) vindt het frustrerend dat hij twintig minuten moet wachten om vragen te stellen.

Hij benadrukt dat raadsleden in de ronde de mogelijkheid moeten hebben om vragen te stellen, zodat zij inwoners adequaat kunnen informeren. De voorzitter geeft aan dat dit de gemaakte afspraak is. De portefeuillehouder beantwoordt eerst de vragen die gesteld zijn en daarna kunnen interrupties gepleegd worden. Dit zou de heer Henssen bekend moeten zijn aangezien hij ook als voorzitter van de Ronde fungeert. De heer Henssen herhaalt vervolgens zijn vraag over de legitimatieplicht op milieuparken. Wethouder Geilen erkent dat er verbetering nodig is wat betreft de legitimatieplicht op de milieuparken. De huidige situatie zorgt ervoor dat mensen van buiten de vier gemeenten soms toch toegang krijgen. Hij licht toe dat een legitimatieplicht alleen onvoldoende is, omdat medewerkers van het milieupark niet in de bevolkingsadministratie mogen controleren of iemand daadwerkelijk inwoner is. Een afvalpas in combinatie met legitimatie kan dit beter regelen. Hij benadrukt dat het beleid bedoeld is voor eigen inwoners en dat dit nu in de stukken is opgenomen.

6

De ambtelijke ondersteuning verwijst daarbij ook naar RWM-regels, waarin staat dat een identiteitsbewijs wenselijk is om mee te nemen, maar niet verplicht, wat de huidige praktijk verklaart. De heer Henssen (CDA) benadrukt dat zijn zorgen niet alleen over een algemene legitimatieplicht gaan, maar specifiek over mensen met buitenlandse kentekens die afval komen aanbieden. Hij wijst erop dat deze situatie de inwoners van Sittard-Geleen extra kosten oplevert en vragen oproept over eerlijkheid en handhaving. Hij geeft aan dat hij hier al acht jaar geleden aandacht voor vroeg en dat er toen toezeggingen zijn gedaan over controle. Het is belangrijk om te kijken hoe deze problematiek kan worden aangepakt en hoe de kosten voor de eigen inwoners beheersbaar kunnen blijven. Hij vraagt de wethouder hier specifiek aandacht voor te hebben. Wethouder Geilen reageert dat de toegangscontrole, zoals beschreven in paragraaf 5.5 van het beleidsplan, juist bedoeld is om te voorkomen dat afval van buiten de gemeente wordt aangeboden. Hij benadrukt dat de controle al geldt voor bijvoorbeeld bedrijfsafval en dat er ook bij buitenlandse kentekens wordt gecontroleerd. Toch is volledig uitsluiten onmogelijk, omdat een inwoner van een van de vier gemeenten bijvoorbeeld ook een buitenlandse auto kan hebben.

In gemeenten dicht bij de grens, zoals Stein, speelt dit probleem sterker en daarom is een toegangscontrole noodzakelijk, hoewel de uitvoering complex blijft. Daarnaast gaat hij in op de handhavingscapaciteit bij bijplaatsingen en dumping. Het is niet haalbaar om bij iedere ondergrondse container een handhaver te plaatsen en proefprojecten met cameratoezicht blijken kostbaar en complex. Zelfs met extra handhavers is volledig toezicht praktisch onmogelijk, mede door wettelijke beperkingen en het anonimiseren van overtreders. Extra handhaving kost geld, dat uit de afvalstoffenheffing komt en dus uiteindelijk door alle inwoners wordt betaald, maar het kan wel bijdragen aan minder bijplaatsingen en lagere verwerkingskosten. De wethouder onderstreept dat dit een landelijk probleem is, waarin ook de mentaliteit van inwoners een grote rol speelt, en dat een definitieve oplossing nog ontbreekt. De heer Henssen (CDA) benadrukt dat het hem vooral gaat om het verbinden van de vragen van inwoners met het gemeentelijk beleid en de acties die daarop volgen. Hij merkt op dat raadsleden vaak kritiek krijgen van inwoners dat de gemeente onvoldoende ingrijpt bij problemen zoals afvaldumping. Hij wil dat duidelijk kan worden aangetoond dat de gemeente wel actie onderneemt en dat inwoners hierover geïnformeerd worden.

De heer Talpe (PIT) vraagt verduidelijking over de reistijd van vijftien minuten naar milieuparken die de wethouder in het beleidsstuk noemt. Hij wil weten hoe deze toekomstige norm zich verhoudt tot de huidige situatie en of daar een overzicht of analyse van beschikbaar is. Wethouder Geilen legt uit dat er tot nu toe geen vaste reistijdnorm voor de huidige milieuparken is geweest. De afstand die inwoners moeten afleggen, verschilt per woonplaats. De voorgestelde norm van vijftien minuten is bedoeld als richtlijn voor de toekomst, zodat bij de herziening van het plan volgend jaar de nabijheid van milieuparken beter kan worden vastgesteld en cirkels met een marge voor verkeersomstandigheden kunnen worden getrokken. Zo kan een weloverwogen locatiekeuze worden gemaakt. De heer Talpe (PIT) vraagt of de vijftienminutennorm voor alle afvalstromen op alle milieuparken geldt en stelt voor om een schriftelijk overzicht te krijgen van welke afvalstromen eventueel buiten deze norm vallen. Hij benadrukt dat het voor het gemak van inwoners en ter voorkoming van bijplaatsingen het beste is om zoveel mogelijk afvalstromen binnen de vijftien minuten af te handelen, maar dat bepaalde stromen eventueel uitgesloten kunnen worden. Wethouder Geilen legt uit dat de detailuitwerking van de vijftienminutennorm nog niet is gemaakt.

In het beleidskader staat nu dat inwoners hun afval en grondstoffen in principe binnen vijftien minuten moeten kunnen aanbieden, met slechts enkele uitzonderingen. Welke stromen exact hiervan afwijken, wordt pas duidelijk bij de scenario-uitwerkingen die volgend jaar terug naar de raad komen. Als voorbeeld noemt hij asbest, dit is een inzamelstroom die niet op alle parken hoeft te worden aangeboden, omdat het weinig

7

voorkomt en het veilig verwerken specifieke eisen stelt. Voor dergelijke laagfrequente en specialistische afvalstromen kan het dus acceptabel zijn dat inwoners iets verder moeten rijden. Deze gradaties en uitzonderingen worden meegenomen in de verdere uitwerking. De heer Renet (SPA) richt zich op de kosten van afval, met name bouwafval. Hij merkt op dat de tarieven hoog zijn door allerlei inzet en procedures, en benadrukt dat de gemeente juist moet samenwerken met regionale partners die bouwafval goedkoper kunnen verwerken. Volgens hem zou een overzicht van zulke partners nuttig zijn, zodat inwoners tegen lagere kosten hun afval kunnen aanbieden. Dit zou niet alleen financieel voordeel opleveren, maar mogelijk ook illegale bijplaatsingen en stortproblemen verminderen. Wethouder Geilen legt uit dat het soms lastig is omdat huishoudelijk afval niet zomaar bij bedrijven mag worden aangeboden volgens de Afvalstoffenwet en de gemeentelijke verordening. Voor bouw- en sloopafval hangt het af van de aard van de stroom. Het is wel mogelijk om inwoners actief te wijzen op andere bedrijven die recycling doen en onderdeel zijn van het circulaire netwerk, zoals slopers voor oud ijzer. Wel benadrukt hij dat deze bedrijven aan alle regels moeten voldoen en dat de gemeente daar toezicht op moet houden.

Bij de verdere uitwerking van het beleid voor milieuparken wordt onderzocht hoe dergelijke verspreide inzamelpunten in de westelijke mijnstreek eventueel kunnen worden meegenomen. De heer Renet (SPA) wil vervolgens ingaan op de discussie over de BES. Hij verwijst naar documenten uit iBabs, met name over de duurzaamheid van de warmteketen BES en het contract met HGN uit 2021. Daarin staat dat er een inspanningsverplichting geldt van minimaal 12.500 ton biomassa per jaar, maar geen leververplichting, het tekort van de gemeente is dus niet automatisch een probleem wanneer er minder biomassa beschikbaar is. Hij wijst erop dat de aanlevering van 2014 tot 2020 sterk is gedaald, van 10.661 naar 5.890 ton. Bovendien geeft het college aan dat, als er een hoogwaardiger verwerking van hout mogelijk is, dat voorrang krijgt boven het leveren aan de BES. Hij corrigeert daarmee de stelligheid waarmee eerder werd gesteld dat levering aan de BES verplicht is en merkt op dat er hier enige discrepantie zit. Wethouder Geilen legt uit dat hij bewust een slag om de arm hield bij zijn eerdere antwoord, omdat hij het contract niet bij zich had en het onderwerp BES vandaag niet centraal stond. Hij verwijst naar een brief uit mei 2021 waarin staat dat het contract met de biomassacentrale loopt tot 2045 en dat alle groenafval van de gemeente, voor zover beschikbaar, naar de BES gaat.

Er geldt een inspanningsverplichting van minimaal 12,5 ton per jaar, zodat de centrale de leveringscapaciteit kan halen. Hij benadrukt dat het contract flexibiliteit biedt, als bepaalde stromen anders verwerkt worden, moet de calorische waarde worden gecompenseerd, bijvoorbeeld met pallets of korrels, zodat het totale energieniveau behouden blijft. De heer Klee (GOB) vraagt zich af hoe de cijfers over restafval per inwoner tot stand zijn gekomen. Hij merkt op dat metingen laten zien dat bijvoorbeeld inwoners van Echt-Susteren gemiddeld minder restafval produceren dan in Sittard-Geleen. Gezien het feit dat inwoners van Echt-Susteren geen eigen milieuparken hebben en hun afval elders storten, betwijfelt hij hoe bij de productie van grof restafval in bijvoorbeeld Born kan worden berekend welk deel aan de inwoners van Echt-Susteren toe te rekenen is. Hij wil vooral het principe van de meting verduidelijkt hebben, niet de specifieke cijfers. Wethouder Geilen legt uit dat inwoners van Echt-Susteren voor een deel gebruikmaken van het milieupark in RD Maasland en voor een ander deel van het milieupark in Sittard-Geleen. Daarbij is een verrekening toegepast om het afval, zo goed mogelijk, aan de juiste inwoners toe te rekenen, al kan dit nooit volledig precies per inwoner.

De scheidingspercentages in de stukken gaan volgens hem echter niet over de milieuparken, maar over het fijne restafval dat aan huis wordt opgehaald. De voorzitter stelt voor het stuk te agenderen voor de raadsvergadering van 11 september. Hij vraagt of de heer Talpe nog steeds voornemens is een motie in te dienen of dat hij inmiddels een voldoende antwoord heeft ontvangen.

8

De heer Talpe (PIT) geeft aan dat het voorstel in principe als een hamerstuk kan worden aangemerkt. Mocht later besloten worden alsnog een motie in te dienen, dan kan die op een later moment worden toegevoegd. De voorzitter concludeert dat het voorstel volgende week als hamerstuk op de agenda kan worden gezet. Hij sluit de vergadering om 20.52 uur.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=ffa81728-bef0-4329-b043-7a5e52aa0498