CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Ronde Raadzaal 4 december 2023

Raad 13 december 2023, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Vaststellen van de notulen (79)4.973 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notulen van de Ronde in de Raadzaal op maandag 4 december 2023

1.1 Subregionaal detailhandelsbeleid Westelijke Mijnstreek – tweede termijn Tijdstip:

19.00-20.30 uur

Aanwezig de voorzitter: de griffier:

P.T.H.M. Henssen A.C.J. Lamers-Beckers

de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie: PIT:

P.G.J.M. Boonen G.J.M.C. Essing-Demandt A.C.M. Raven B. Kariemie J.M.H. Joosten J.J. Renet S.A.J. Klein W. Baltus M.M.J.T. Schenk-Hermans

het college:

wethouder Y.G. Salvino-Meijer

ambtenaar:

mevrouw Plasier

notulen:

M. Migo (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. Aan de orde is de tweede termijn van het agendapunt Subregionaal detailhandelsbeleid Westelijke Mijnstreek. Hij heet wethouder Salvino-Meijer en mevrouw Plasier opnieuw hartelijk welkom. Hij meldt dat GroenLinks/PvdA zich heeft afgemeld. De PVV arriveert mogelijk later. Mevrouw Lotfy van Forum voor Democratie wordt tijdens deze tweede termijn vervangen door mevrouw Baltus. Tweede termijn De heer Raven (Stadspartij) is van mening dat de wethouder in de eerste termijn haar best heeft gedaan om de ronde ervan te overtuigen achter het beleid te gaan staan. De Stadspartij is echter nog niet zover, want heeft niet het gevoel dat in het voorliggende stuk de oplossingen staan die nodig zijn voor de centra, specifiek de centra van Sittard en Geleen. De GOB-fractie gaf aan alleen maar problemen te horen en geen oplossingen. Die heeft de heer Raven echter ook niet gelezen in de nota. De heer Boonen (GOB) wil graag reageren. Hij heeft willen benadrukken dat de oplossingen niet in het beleid liggen, maar in het uitvoeringsprogramma. De ideeën die onder andere de Stadspartij opperde, zouden volgens hem dus moeten landen in het uitvoeringsprogramma. Hij is benieuwd wat volgens de heer Raven en de andere woordvoerders niet goed is aan het beleid en/of wat daarin gemist wordt.

1

De heer Raven (Stadspartij) geeft aan deze opmerking te begrijpen. Een van de thema’s die wat hem betreft centraal zou moeten staan in het beleid is mensen genereren naar de centra. Hij ziet niet dat naar voren wordt gebracht hoe je dat zou kunnen doen. Je zou in het beleid alvast de thema’s kunnen noemen waarop je zou kunnen focussen. Hij is het eens met wat de VVD al voorstelde, om meer in te spelen op de feestdagen die er in Duitsland en België zijn. Hij is benieuwd hoe dit soort kansen zou kunnen worden benut. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) wil graag aanhaken op de woorden van de heer Boonen. Ze denkt dat het heel belangrijk is dat er onderscheid wordt gemaakt tussen het beleidsstuk en het uitvoeringsprogramma. De zaken die de heer Raven en anderen noemen als mogelijke oplossingen passen in feite bij de mogelijke stimuleringsmaatregelen die genoemd staan op pagina 32 en verder. De heer Raven (Stadspartij) geeft aan op bladzijde 2 al te willen weten wat de oplossingen zijn voor de problemen die er zijn. Er moet op gefocust worden dat er in de centra van Sittard en Geleen meer reuring komt en meer kopers worden gegenereerd. Mevrouw Joosten (VVD) heeft een vraag voor mevrouw Essing-Demandt. Als er geen mogelijkheden zijn om af te wijken, moet je volgens haar het beleidskader breder maken. Ze noemt het voorbeeld van de MediaMarkt.

Dat mocht er niet komen vanwege het beleid in Zuid-Limburg. In het stuk staat wat Makado Beek wel en niet mag, maar in de krant las ze dat er wel een speelplaats voor de kinderen komt, nog buiten de extra ruimte voor winkels. Dat baart haar zorgen. Hoe ziet mevrouw Essing-Demandt dit? Vreest zij ook dat Sittard-Geleen de boot mist als het beleidskader te strak is? Mevrouw Essing-Demandt (CDA) antwoordt dat juist daarom het subregionale detailhandelsbeleid zo belangrijk is, zodat je onderling afspraken maakt om de beleidskaders helder te krijgen. Als je dat niet doet, krijg je een waterbedeffect. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) wil daarop reageren. Ze is het ermee eens dat samenwerking heel belangrijk is, maar in de eerste termijn werd heel duidelijk dat die samenwerking nog niet op het niveau is dat verwacht zou mogen worden. Daar heeft ze zorgen over. Ze vond het vervelend dat de wethouder belangrijke informatie over Makado via de krant moest vernemen. Is mevrouw Essing-Demandt het met haar eens dat via bijvoorbeeld een motie opgeroepen moet worden dat de samenwerking wel wat beter moet. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) merkt op dat in bijlage 3, op pagina 42, staat dat met veel organisaties is gesproken. Dat geeft haar vertrouwen over hoe het beleid tot stand is gekomen. Daarnaast is er getoetst aan de Europese Dienstenrichtlijn, de NOVI en de Omgevingsvisie.

De heer Boonen (GOB) heeft een vraag voor mevrouw Schenk-Hermans. Het beleid is nog niet vastgesteld, ook niet in Beek en ook niet in Stein. Het lijkt erop dat Makado een en ander wat heeft opgerekt, omdat het straks niet meer kan. Betekent wat mevrouw Schenk-Hermans zei niet juist dat dit beleid moet worden vastgesteld? Daarmee voorkom je wat nu gebeurd is. Hij is benieuwd hoe zij dat ziet. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) geeft aan dat het voor haar twee verschillende dingen zijn: het begrenzen van Makado en hoe je met elkaar omgaat in de aanloop naar zo’n beleidsstuk. Ze schat in dat als de situatie andersom was geweest wethouder Salvino-Meijer wel een belletje had gepleegd naar haar collega. De heer Raven (Stadspartij) geeft aan dat dit allemaal redenen zijn waarom zijn fractie nog niet overtuigd is. Er wordt te zeer geacteerd vanuit de verdediging. Op het moment dat het centrum van Geleen het minder doet, moet je niet aan anderen allerlei regels gaan opleggen. Je moet wel onderlinge afspraken maken. Hij komt terug op de Albert Heijn en vraagt: wat is er nou op tegen als die op een andere plek komt dan was beoogd? Dat terwijl in buurgemeenten, ook over de grens, allerlei ontwikkelingen plaatsvinden die Sittard-Geleen niet kan tegenhouden, terwijl die zaken veel concurrerender zijn.

2

De heer Renet (SPA) is het grotendeels eens met de heer Raven. Het is belangrijk afspraken te maken in een regionaal verband en elkaar daarin op de hoogte te houden en ervoor te zorgen dat je elkaar niet kapot concurreert. Telkens wordt echter ook gezegd: laat ondernemers ondernemen. Als ondernemers erin slagen om jarenlang op een bepaalde locatie een bedrijf te hebben, dan zegt dat wat. Als een ondernemer wil verhuizen naar een plek waar hij toekomst ziet dan zou daar ook heel goed naar geluisterd moeten worden. In het beleidsstuk zou moeten staan wat Sittard-Geleen daadwerkelijk wil. De heer Boonen (GOB) geeft aan verbaasd te zijn over de richting die hij hoort noemen. Hij vindt de opmerking van mevrouw Schenk-Hermans over het niet informeren door Beek terecht. Dat neemt niet weg dat het wel fijn is te kunnen terugvallen op afspraken die zijn gemaakt. In reactie op de heer Renet geeft de heer Boonen aan nergens te hebben gelezen dat de gemeente gaat bepalen waar een onderneming moet zitten. Er staat alleen dat je in een winkelgebied een winkel mag beginnen. Hij vindt het logisch dat de gemeente ook als eerst tegen een nieuwe winkelier zegt: misschien is het kernwinkelgebied wel een goede plek. Als een ondernemer dat niet wil staat in dit beleid niet dat dat toch moet.

Ten derde waarschuwt de heer Boonen ervoor dat als je te veel loslaat, ondernemers wel naar de Makado zouden kunnen gaan, of naar Tudderen. Hij wil waarschuwen voor dat risico. Mevrouw Joosten (VVD) wil nog een vraag stellen aan mevrouw Essing-Demandt en de heer Boonen. Ze is er nog steeds niet gerust op. Ze vindt de beleidskaders vrij strak. Daardoor zijn er straks geen mogelijkheden voor de uitzonderingen. Hoe kijken de heer Boonen en mevrouw Essing-Demandt daartegenaan? Mevrouw Essing-Demandt (CDA) vindt niet dat het zo strak wordt ingeregeld. Daardoor kan ze ook niet ingaan op de vraag van mevrouw Joosten. De heer Boonen (GOB) verwijst naar het voorbeeld van een kinderschoenenwinkel op de Steenweg. Dat kan gewoon dus wel degelijk. Hij wijst er ook nogmaals op dat het centrummanagement Geleen, Bijzonder Born en het centrummanagement Sittard het met dit beleid eens zijn. Het gros van de ondernemers die betrokken zijn, heeft aangegeven het prima te vinden. Kennelijk vinden ook zij het niet zo beknellend. De vraag is volgens de heer Boonen ook: moet je het hele beleid afkeuren vanwege de kwestie van de droomkans, waar hij in de eerste termijn naar vroeg, of moet je een oplossing zoeken voor de droomkans? Mevrouw Baltus (Forum voor Democratie) geeft aan mevrouw Joosten en de heer Raven te willen steunen. Ze vindt het beleid erg ingekaderd.

Ze maakt een vergelijking met industriegebieden waar ook strenge regels voor gelden. Het risico daarvan is dat je nieuwe trends in de markt uitsluit. Forum voor Democratie is bezorgd over de gevolgen voor het centrum van Sittard. De huurprijzen daar zijn al hoog. Door het nu voorliggende beleid gaan die prijzen alleen maar verder omhoog vreest ze, omdat het winkelkerngebied kleiner wordt. Met name voor kleine ondernemers dreigt daardoor de levensvatbaarheid in gevaar te komen. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) merkt op dat er in 2027 een evaluatie van het beleid plaatsvindt. Er is volgens haar dus wel degelijk ruimte om in te spelen op nieuwe trends. De heer Renet (SPA) wijst de heer Boonen erop dat er in feite sterfhuisconstructies zijn. Weliswaar na een redelijke tijd, maar over wat dat is zullen de meningen verschillen. Sittard heeft eigenlijk een lint, van het station naar de Markt. Geleen heeft een lint langs de Rijksweg. De ondernemers in die twee linten die niet in het centrum zitten, kijken heel anders naar de gebieden. De reclamebelasting wordt ingezet voor het centrum, maar daar hebben de ondernemers buiten het centrum niets aan. Dat vindt hij ongelijke behandeling. Hij vindt dat goed gekeken moet worden hoe omgegaan moet worden met de ondernemers die buiten het centrum zitten. Je zou dus bijvoorbeeld iets kunnen doen met de belastingen.

De heer Boonen (GOB) merkt op dat de discussie ging over de veronderstelling dat er geen nieuwe bedrijven zouden mogen komen. Hij heeft zojuist geprobeerd dat punt te weerleggen. Hij wil graag weten waaruit zou blijken dat het beleid zo beperkend zou zijn.

3

In reactie op het punt van de heer Renet over de sterfhuisconstructies wijst de heer Boonen erop dat in de eerste termijn was aangegeven dat dat nog terugkomt bij de uitwerking van de nieuwe Omgevingswet. Soms is ook gewoon sprake van ondernemersrisico. Hij is het niet eens met het voorstel van de heer Renet over de belastingdifferentiatie. Veel activiteiten door het centrummanagement vinden namelijk wel degelijk in de hele stad plaats. De heer Renet (SPA) benadrukt dat een aantal ondernemers dat echt anders beleeft, dat de belastingopbrengsten veel te preferent voor het centrum worden ingezet. De heer Raven (Stadspartij) merkt op dat de PVV niet aanwezig kan zijn. Hij ontving een appje van hen. Er is sprake van problemen op grensgebieden. De PVV geeft aan dat er rare begrenzingen zijn. In Geleen ligt de helft van het Raadhuisplein buiten het kernwinkelgebied en een ander deel net niet. Het wordt ook voor ambtenaren lastig daarmee te werken. De heer Raven stelt voor het beleid als leidraad te zien en het niet vast te stellen. De cruciale problemen komen vervolgens vanzelf wel op tafel. Hij vreest dat nu te veel gekozen wordt voor te veel beknelling. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) wil daarop reageren. Ze beschrijft het tot nu toe doorlopen proces.

Waarom zou het nog niet besluitklaar zijn? Ze wijst erop dat een gevolg van de optie die de heer Raven voorstelde is dat je dan dus ook niet aan de slag kunt met het uitvoeringsprogramma. De heer Raven (Stadspartij) vraagt waarom je dan niet aan de slag zou kunnen met het uitvoeringsprogramma. Misschien kom je dan werkendeweg problemen tegen, die je nu nog niet kunt inschatten. Er is dan geen keurslijf, maar ruimte om eventueel nadere oplossingen te vinden. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) merkt op dat het beleid is opgesteld naar aanleiding van problemen. Die zijn al in kaart gebracht. De heer Boonen (GOB) geeft aan niet te weten of je, als je het beleid niet vaststelt, niet aan het uitvoeringsprogramma zou kunnen beginnen. Hij wil graag even reageren op de app van de PVV. Wat de PVV noemt is volgens hem echter helemaal het probleem niet. Op beide plekken mogen mensen een winkel beginnen. Het is niet zo dat je als potentiële winkelier eerst langs de gemeente moet en dat de gemeente vervolgens aangeeft dat iemand enkel op één plek een winkel mag openen. Hij wijst er nogmaals op: als het beleid niet wordt vastgelegd, is Beek dus ook niet gebonden met alle risico’s van dien voor Sittard-Geleen. De supermarkt is volgens de heer Boonen echt een iets andere situatie, omdat het daar gaat over de vraag hoeveel supermarkten er mogen komen.

Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) geeft aan dat in haar beleving wel degelijk kan worden gestart met het uitvoeringsprogramma. De raad heeft daar immers al budget voor vastgesteld. Dat is misschien geen ideale situatie, maar het kan wel degelijk. Voor PIT is het dubbel. PIT is niet negatief over het beleid. Echter, jaren geleden is er ook beleid vastgesteld dat blijkbaar wel heeft veroorzaakt dat een deel van de detailhandel van Sittard-Geleen naar Makado en Tudderen is vertrokken. PIT is voor zorgvuldigheid. In het verleden is dat blijkbaar niet voldoende gebeurd. Ze herhaalt haar punt van de eerste termijn: er wordt gewerkt met kruimels en niet meer met een grote taart, want die is jaren geleden al verkocht. Wat er nog is, moet gekoesterd en uitgebouwd worden. De heer Klein (Lokaal SGB) wil graag reageren op de heer Boonen. Via een aantal concrete voorbeelden geeft hij aan dat er wel degelijk bemoeienis was van de zijde van de gemeente, met als gevolg dat de betreffende ondernemer zich niet in Sittard-Geleen heeft gevestigd. Hij noemt een fietsenwinkel aan de Bergerweg, een dierenvoedingszaak bij Boels en de Decathlon. Hij merkt op dat er ook de nodige bezwaarschriften zijn ingediend. Ook die vertegenwoordigen een behoorlijke groep ondernemers. Mevrouw Joosten (VVD) wil ook graag reageren op de heer Boonen.

Er moet ook gekeken worden naar al die ondernemers die niet tevreden zijn. Hij vroeg ook: waar staat in het beleid dat het niet mag?

4

Mevrouw Joosten verwijst naar paragraaf 3.3 waar verwoord staat hoe moet worden omgegaan met winkels buiten de structuur. Het is volgens haar niet zo dat alles mag. Ze haalt vervolgens de Steenweg aan. Stel dat daar ondernemers weggaan. Daar mag gewoond worden. Stel dat die nieuwe bewoners overlast ervaren van de winkels dan zullen ze daartegen gaan protesteren. In hoeverre worden de winkeliers die overblijven daartegen beschermd? Ze is benieuwd hoe mevrouw Essing-Demandt hiernaar kijkt. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) geeft aan dat dat een toekomstscenario is. Het is iets wat zou kunnen gebeuren. Als dat zich voordoet, moet je daar op dat moment op acteren. De heer Klein (Lokaal SGB) heeft een aantal vragen voor de heer Boonen. De heer Boonen suggereerde dat de MediaMarkt mogelijk helemaal niet serieus van plan was zich in Sittard-Geleen te vestigen. Dat werd door de ambtenaar ontkracht. De gemeente gaf kennelijk aan dat ze zich per se in het centrum zouden moeten vestigen. Wie heeft de heer Boonen verteld dat de MediaMarkt helemaal niet serieus naar Sittard-Geleen wilde komen? • Op 4 december 2008 gaf de toenmalige wethouder aan dat de raad alle stukken zal krijgen. Dat betreft ook alle onderliggende stukken, alle notulen, alle interne adviezen en alle externe adviezen. Het verzoek kwam destijds van het CDA.

Hij zou het raar vinden als nu zou worden gezegd dat dit allemaal niet meer nodig is. Hij vraagt de andere fracties hem op dit punt te steunen. • De actiepunten waar mevrouw Essing-Demandt naar verwees staan ook bijna allemaal in het huidige beleidskader. Waarom zou er gewacht moeten worden op de besluitvorming? Het oude beleid blijft gewoon van kracht, zolang het nieuwe niet is vastgesteld. Hij vraagt of mevrouw Essing-Demandt dat met hem eens is. • De heer Klein vindt het niet sterk als je jezelf als Sittard-Geleen sterker maakt door anderen, zoals Makado, te beperken. Hij pleit ervoor uit te gaan van eigen kracht en die te benutten. • Hij heeft nog een vraag aan de heer Boonen. DNA is ooit begonnen als protestgroepje van Geleense ondernemers, omdat zij het niet eens waren met het beleid dat de afgelopen jaren is gevoerd. Wat is de reden dat hij het beleid nu zo verdedigt? De heer Boonen (GOB) vraagt zich af wat de meerwaarde van de vraag aan hem over de MediaMarkt is. Hij heeft bedoeld te zeggen dat het hem niet bekend was dat de MediaMarkt zich echt in Sittard-Geleen wilde vestigen. Aangegeven werd dat je door kunt gaan met het uitvoeringsprogramma, omdat het oude beleid gewoon doorloopt. Volgens hem is juist de reden van de bespreking dat er ontevredenheid is over het huidige beleid. Het lijkt hem beter stappen te zetten om van dat oude beleid af te gaan.

De heer Klein (Lokaal SGB) is benieuwd of de heer Boonen de principiële, grote verschillen kan aangeven tussen het nieuwe beleid en het oude beleid. Wat verandert er waardoor de drie ondernemingen die hij noemde zich nu wel in Sittard-Geleen zouden kunnen vestigen? De heer Boonen (GOB) antwoordt dat dat niet verandert. Hij herhaalt zijn punt over de droomkans en of je daar nog iets mee kunt. Daar is hij naar op zoek. In het algemeen denkt GOB dat het goed is, dat heel grote zaken op een bepaalde plek moeten komen. Het is niet zo dat de genoemde fietsenwinkel nu ineens wel op de Bergerweg zou kunnen komen. Dat verandert niet. De heer Klein (Lokaal SGB) antwoordt dat hij dat jammer vindt. Het risico is daardoor dat ze zich buiten de gemeente gaan vestigen. Hij vermoedt dat een gevolg van het beleid is dat Sittard-Geleen best veel winkels kwijt is geraakt. De heer Boonen (GOB) vindt het terecht dat Lokaal Sittard-Geleen-Born en andere partijen aandacht vroegen voor de zienswijzen. Hij vindt het positief dat de wethouder gelijk met hen is gaan praten. Hij ziet in de zienswijzen ook veel zorgen die weggenomen kunnen worden door met het uitvoeringsprogramma aan de slag te gaan. In antwoord op de vraag over DNA geeft de heer Boonen aan dat DNA wat hem betreft een heel serieuze partij was. DNA koos voor een andere wijze van oppositie voeren dan Lokaal Sittard-Geleen-Born doet.

5

De heer Klein (Lokaal SGB) antwoordt dat hij wel het idee had dat DNA begon als een clubje. Hij bedoelde het niet denigrerend. Hij meende dat het allemaal ondernemers waren die het niet eens waren met het beleid. Mevrouw Joosten (VVD) denkt dat iedereen het erover eens is dat het een heel belangrijk stuk is. Ze merkt op dat bij het coalitieakkoord de hele raad daar destijds heel goed over heeft gesproken. Ze stelt voor nu te kiezen voor een draagvlaksessie, omdat daarmee meer recht wordt gedaan aan het belang van het onderwerp. De heer Boonen (GOB) merkt op dat hij vindt dat sprake is van een goede tweede termijn. Hij kan zich over het uitvoeringsprogramma een sessie zoals mevrouw Joosten opperde goed voorstellen. Nu gaat het over beleid. Hij merkt op dat dit overal in Nederland aan de orde is. De heer Klein (Lokaal SGB) wil hier graag op reageren. Hij wijst erop dat de laatste trend is om de bestemmingsplannen te veranderen. De heer Boonen (GOB) wijst erop dat hij het over beleidskaders had, niet over bestemmingsplannen. In zijn optiek worden bijna overal in Nederland de winkelcentrums verkleind. Het is bovendien afgesproken met Beek en Stein. En er is steun van heel veel ondernemers. Heel veel mensen met kennis van zaken steunen het beleid dus, terwijl zij er meer verstand van hebben dan “simpele raadsleden”.

Hij vindt daardoor het voorstel van mevrouw Joosten een ingewikkelde. Mevrouw Joosten (VVD) vindt dat de heer Boonen wel even de kern raakt van onze democratie door raadsleden als simpel neer te zetten. Het is juist aan de raad om daar waar beleid wordt neergezet dat te toetsen. Ze is blij dat de heer Boonen ook aangaf dat het van belang is dat op een goede manier wordt omgegaan met de uitzonderingen. Dat leest ze niet in het voorliggende beleidsvoorstel. De heer Raven (Stadspartij) geeft aan dat dit goed aansluit op wat hij zo-even voorstelde. Wat hier volgens de heer Raven speelt, is delegatie en mandaat. Is er bereidheid dit beleid over te hevelen naar het college, dat het beleid vervolgens dan invult en vormgeeft? De Stadspartij is nog niet zover. Voorbeelden zoals rond de Albert Heijn zouden met de raad moeten worden afgestemd. De heer Boonen (GOB) vraagt de heer Raven: als u meer in control bent bij het uitvoeringsprogramma, bent u dan ook eerder geneigd om het beleid vast te stellen? De heer Raven (Stadspartij) antwoordt dat dat inderdaad het geval is voor wat betreft het uitvoeringsprogramma, maar ook bij het beleidsprogramma. Daar zitten elementen in die wat de Stadspartij betreft te ver gaan. Hij vindt het belangrijk dat ook de raad aan de bal blijft. De heer Boonen (GOB) merkt op dat dat lijkt op wat meer Joosten ook aangaf.

Op welke punten moet de raad precies aan zet zijn? De heer Raven (Stadspartij) denkt dat het college er verstandig aan doet om, net zoals ze medezeggenschap en inspraak toepassen met de organisaties, ze ook de raad serieus in het spel betrekt op het moment dat er kritieke zaken naar voren komen. Om die reden pleit hij ervoor de beleidsnota te beschouwen als leidraad voor de raad die unaniem kan worden aangenomen, maar die dus niet vertaald is in wetgeving. Die komt dan later. De heer Renet (SPA) constateert dat de fracties het over heel veel zaken eens zijn, onder andere over dat samenwerking positief is en dat het beleid dat in het verleden gevoerd is niet het resultaat heeft opgeleverd dat het had moeten opleveren. Er is ook eensgezindheid over het feit dat de afwijking tussen wat voorgesteld wordt en het huidige beleid niet gigantisch groot is. Er is verschil van mening over de wijze waarop er nu verdergegaan moet worden. Hij is het eens met het voorstel dat is gedaan om als raad meer aan de bal te zijn, ook als het gaat om de beleidsvorming, om ervoor te zorgen dat de inhoud van het beleid gaat afwijken van het verleden. Daarom is het wat de heer Renet betreft verstandig het beleidsstuk als een leidraad te zien. Dan kan worden bijgestuurd indien dat nodig is. Hij vraagt aan het

6

college en met name aan de coalitiepartijen om die ruimte te geven. Dit wordt volgens hem breed gedragen door de oppositiepartijen, die allemaal willen dat dit een succes wordt. Een mogelijkheid is om nog eens bij elkaar te gaan zitten en het dan echt uit te praten met elkaar. Mevrouw Joosten (VVD) wijst erop zojuist een voorstel te hebben gedaan voor een draagvlaksessie. Kunnen de partijen aangeven hoe zij daarover denken via een stemming? Mevrouw Essing-Demandt (CDA) wil hierover eerst met haar fractie overleggen. De heer Boonen (GOB) wil het ook eerst bespreken in de GOB-fractie. Datzelfde geldt voor andere dingen die hij tijdens deze vergadering gehoord heeft. De heer Klein (Lokaal SGB) begrijpt de voorgaande sprekers. Het lijkt hem niet zinvol om nu een aantal individuele sprekers zo’n uitspraak te laten doen die zo belangrijk is. Hij stelt voor aan de griffie voor een bepaald tijdstip te laten weten wat alle fracties ervan vinden. De heer Renet (SPA) is het met GOB en CDA eens dat hierover in de fractie overlegd moet kunnen worden. Niettemin kunnen er in een ronde wel degelijk stemmingen plaatsvinden, maar uiteraard niet over raadsvoorstellen. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) wil toch graag nog even terugkomen op het voorstel voor de draagvlaksessie. Ze wijst er nogmaals op dat er vorige week vier uur over dit onderwerp is gediscussieerd door alle elf fracties.

Dat ziet ze als een soort mandaat, de elf fracties worden vertegenwoordigd door hun woordvoerders. Daarnaast vraagt ze zich af welke precedentwerking er ontstaat op het moment dat het voorstel van mevrouw Joosten zou worden aangenomen. Ook hierover wil ze graag met haar fractie spreken. Mevrouw Joosten (VVD) begrijpt deze zorg. Ze doet het voorstel omdat ze merkt dat de handen er nog niet voor op elkaar gaan en het tegelijk zo’n belangrijk onderwerp is, waarbij iedereen er baat bij zou hebben als de hele raad erachter kan staan. Ze snapt dat iedereen het voorstel eerst goed wil bespreken in de fracties. Ze vraagt zich af of het stuk al rijp is voor behandeling in de raad. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) wijst erop dat mevrouw Joosten eerder aangaf dat tijd een uitdaging is voor de kleinere fracties. Stel dat er een draagvlaksessie komt, mag ze er dan van uitgaan dat alle 37 raadsleden daar ruimte voor vrijmaken? Dit punt wil ze graag nog meegeven. Mevrouw Baltus (Forum voor Democratie) geeft aan dat haar fractie voor een dergelijke sessie is. De heer Raven (Stadspartij) wil graag weten van de griffie of een vertegenwoordiger van het college wat het zou betekenen als de nota niet wordt vastgesteld, maar als richtinggevend document wordt behandeld.

Zitten daar nog juridische elementen aan? De heer Kariemie (D66) geeft aan op dit moment geen reactie te kunnen geven op het voorstel van mevrouw Joosten. Hij zal dit bespreken met zijn fractie. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) vraagt mevrouw Joosten op welke vraag zij nu precies een antwoord wenst. Wat verwacht zij concreet van de draagvlaksessie? Mevrouw Joosten (VVD) verwacht eenzelfde voorbereiding als plaatsvond bij de sessie over het coalitieakkoord. Dat was nog groter en uitgebreider en toen kon daar ook in een dagdeel een goede discussie over plaatsvinden. Het doel is om uiteindelijk met een voorstel te komen dat unaniem kan worden gesteund. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) vraagt of mevrouw Joosten verwacht dat dat met 37 mensen efficiënter en effectiever kan zijn dan met 11 personen in de ronde?

7

Mevrouw Joosten (VVD) denkt dat dat inderdaad kan. Met de genoemde goede voorbereiding en de kennis en de stukken die er nu liggen. De heer Klein (Lokaal SGB) vraagt zich af hoe nu omgegaan moet worden met de toezegging van het college uit 2008. Hij verneemt daarom graag voorafgaand aan de raadsvergadering een reactie van de wethouder. De wethouder geeft aan heel blij te zijn dat ze in deze tweede termijn iets mag zeggen. Ze geeft aan dat ze het jammer vond op een aantal momenten niets te kunnen zeggen. Ze merkt op dat de toezegging waar de heer Klein naar refereerde vijftien jaar geleden plaatsvond. Ze gaat het fragment terugkijken. De heer Klein (Lokaal SGB) begrijpt dat dit moment lang geleden is. Hij geeft aan veel te lang te hebben moeten wachten voor dit dossier weer op tafel kwam. Het betreffende moment in 2008 was wel gewoon de laatste keer dat het aan bod is gekomen. Volgens hem betreft het gewoon een nog geldende belofte van het college. De voorzitter wil de deelnemers aan de vergadering ten slotte complimenteren met de goede discussie die gevoerd is. De voorzitter herhaalt welke moties zijn aangekondigd: • Forum voor Democratie overweegt een motie in te dienen om de parkeertarieven in de gemeentelijke parkeergarages nihil te maken. Voorgesteld wordt om hiervoor geld te reserveren. Forum voor Democratie roept de andere fracties op om hierover mee te denken.

• Daarnaast overweegt Forum voor Democratie een motie in te dienen over een stimuleringsregeling voor het vestigen van ondernemers. • GOB kondigt een motie aan over het mogelijk maken van wonen boven en tussen winkels. • Het CDA overweegt een motie over gratis parkeren in de maand december. • PIT vraagt aan de andere fracties om een gezamenlijke motie op te stellen over de samenwerking met Beek en Stein. De wethouder heeft een aantal toezeggingen gedaan: • Zij zal terugkomen op de vraag van Forum voor Democratie over het aanwenden van gelden voor een stimuleringsregeling voor ondernemers. • Met Lokaal SGB gaat ze op bezoek bij ondernemers die het voorliggende beleid niet steunen. • De wethouder zegt toe de raad mee te nemen in het uitvoeringsprogramma. • Ook zal de wethouder de door Lokaal SGB gevraagde informatie nakijken. Ten slotte somt de voorzitter op welke discussiepunten er zijn voor de raadsvergadering: • Het verschil van mening over een wel of niet strenge inkadering van de mogelijkheden. • De inzet van de belastingen voor ondernemers die niet in het kernwinkelgebied zetelen. • Het beleid niet vaststellen vanwege het gevreesde keurslijf, maar gebruiken als leidraad. De vraag daarbij is of het uitvoeringsprogramma dan wel uitgewerkt kan worden.

Wat zijn de consequenties hiervan? • Is er een oplossing als er een droomkans voorbijkomt die niet in het beleid past? • Of, en zo ja op welk moment, zou er nog een draagvlaksessie gehouden kunnen worden? Mevrouw Joosten (VVD) geeft aan de motie van het CDA over het parkeren niet te begrijpen. De VVD heeft dit voorstel gedaan bij de begrotingsbehandeling. De wethouder gaf destijds aan dat dat geen optie was. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) verwijst naar hetgeen ze hier in de eerste termijn over zei. Het CDA heeft een technische vraag gesteld met betrekking tot de derde rapportage, om uit te laten zoeken wat de kosten zijn om eventueel het parkeren gratis te maken op zaterdagen en koopzondagen. Het CDA weet dus nog niet of het een motie zal indienen.

8

De voorzitter geeft aan dat de aankondiging wordt aangepast aan deze vorm door de griffie. De voorzitter bedankt iedereen en sluit hierna de vergadering.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=a2e11c7b-0892-49d7-ba8d-23372810cbab