CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Ronde Raadzaal 23 september 2021

Raad 7 oktober 2021, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Notulen (71)8.946 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notulen van de ronde in Raadzaal op donderdag 23 september 2021 1.1 Actualisatie Verordening bezwaarschriften (72) Tijdstip:

19.00-19.45 uur

Aanwezig de voorzitter de griffier

M.J.M. de Loo N. Bisschoff

de leden GOB: R.E.W. Breidenbach CDA: G. Essing Stadspartij: L. Weermann-Schepers DNA: GroenLinks: G.M.R. Dumernit PvdA: D66: J.G.J. Engelhart VVD: G. Noteborn PVV: A.P.C. Roest SPA: J.J. Renet 50PLUS: W. Schwillens Fractie Fredrix: L. Bruls Fractie Klein: het college ambtenaren

Burgemeester Verheijen en wethouder L. Geilen J. Henselmans L. Mulder M. Leenders J. Brummelkamp

notulen M. Migo (Notuleerservice Nederland) De voorzitter opent de vergadering, met excuses voor de vertraging. Hij heet de aanwezigen welkom. De burgemeester zal het woord voeren vanwege het eerste agendapunt ‘Actualisatie Verordening bezwaarschriften’, dat op de agenda staat als raadsvoorstel om de Verordening van de commissie Bezwaarschriften te actualiseren. De voorzitter leidt het agendapunt in. Aan de raad is gevraagd te adviseren over het vaststellen van de geactualiseerde Verordening commissie Bezwaarschriften gemeente Sittard-Geleen ‘20-‘21 en de verordening van 2016 in te trekken. In de nieuwe verordening zijn processuele en administratieve wijzigingen aangebracht, zodat de verordening aansluit bij de huidige regelgeving en tevens om meer duidelijkheid te bieden. Er zijn twee termijnen beschikbaar voor de behandeling. De voorzitter verzoekt de aanwezigen zich te concentreren op wat voorligt en geen algemene beschouwingen met betrekking tot het bezwaarschrift te houden. Eerste termijn

1

Mevrouw Engelhart (D66) geeft aan dat D66 akkoord gaat met de voorgestelde wijzigingen en benadrukt de efficiëntie van de audio-opnames. Ook is het belangrijk dat de burger het te allen tijde kan opvragen. De heer Roest (PVV) vindt het invoeren van een audiobestand een stap voorwaarts en meer passen bij de eisen van de huidige tijd. Ook de wijziging van de frequentie van het aanbod, per kwartaal in plaats van per jaar, is een verbetering. De heer Roest plaatst enkele kanttekeningen. Hoewel er wordt tegemoetgekomen aan duurzaamheid door papierbesparing, zijn de kosten van de handrecorders met micro-SD-kaarthouder. Hij pleit voor hergebruik van het materiaal. Voorts vraagt de PVV zich af hoe het bedrag van € 450,- als vergoeding tot stand is gekomen. Bovendien zijn er vragen over de volgende inhoud van de bijlagen: • In Art. 10B ‘Horen van jeugdigen’ is er sprake van bijstand door een deskundige; wat wordt hiermee bedoeld, een psycholoog of een maatschappelijk werker? • In punt 3 onder Art. 10C ‘Pandemie’ is er sprake van communicatie per e-mail. De PVV vraagt zich af of er in dit geval rekening is gehouden met mensen die geen computer hebben.

• Voor wat betreft Artikel 14 ‘Openbare Zitting’ hoopt de PVV erop dat de zitting niet in het openbaar plaatsvindt tot een bepaalde leeftijd en pleit ervoor om de zitting met jeugdigen te allen tijde achter gesloten deuren te laten plaatsvinden. De voorzitter verwijst naar de afgesproken procedure in verband met technische vragen. De burgemeester kan op deze vragen volstaan met schriftelijke beantwoording. De aanwezigen kunnen hiermee akkoord gaan. De heer Breidenbach (GOB) geeft aan dat zijn partij kan instemmen met het voorliggende stuk. Mevrouw Weermann-Schepers (Stadspartij) benadrukt dat de uitwerking goed gewaarborgd moet worden aangezien er veel gegevens van mensen worden opgeslagen. Ook vraagt zij aandacht voor de kwaliteit van de geluidsopnames; achtergrondgeluiden mogen niet storend zijn. Zij vraagt zich af waarom artikel 19 is geschorst, aangezien het haar partij een goede manier lijkt om ‘checks-and-balances’ te hebben in verband met de jaarverslagen. Voorts ziet zij een tegenstelling als het gaat om schriftelijke notulen en de geluidsopname. Op pagina 1 staat dat schriftelijke verslaglegging geschiedt als er bezwaren zijn tegen een geluidsopname, terwijl op pagina 5 juist het omgekeerde staat beschreven. Ook hier herkent de voorzitter een aantal technische vragen en hij verwijst hiervoor naar de afgesproken procedure.

De heer Bruls (Fractie Fredrix) geeft namens zijn partij aan in te stemmen met het voorstel. Het is efficiënter en aangepast aan de huidige tijd. Indien er bezwaren zijn tegen deze methode, is het mogelijk om een verslag te krijgen. De heer Noteborn (VVD) geeft namens zijn partij aan akkoord te gaan met het voorstel. Mevrouw Dumernit (GroenLinks) geeft aan namens haar partij het voorstel toe te juichen. De heer Boonen (DNA) is in verwarring over de uitwerking van het voorstel. Hij leest in het voorstel dat een schriftelijk verslag alleen door het orgaan of een gerechtelijke instantie kan worden aangevraagd. Dit maakt het voor hem moeilijk om de aanvrager van dienst te zijn hierin. Hij verzoekt de burgemeester hier duidelijkheid in te verschaffen. Mevrouw Essing (CDA) benoemt de kern van het voorstel en weet dat wettelijk is bepaald dat er een verslag moet worden gemaakt van de hoorzitting. In de wet staat niet vermeld welke vorm dit verslag moet hebben. De wijziging wordt voorgesteld vanwege meer efficiency en minder bureaucratie, waar het CDA zich in kan vinden, want de rechten van de burger blijven voldoende beschermd, omdat de bezwaarmaker de geluidsopname kan beluisteren. Het CDA stemt in met het voorstel en de overige actualisaties.

2

De heer Schwillens (50PLUS) beoordeelt het voorstel namens zijn partij positief, zo ook de nieuwe vorm van verslaglegging in navolging van Smart City. Met de gewijzigde frequentie van de verslaggeving (nu per kwartaal) kan hij eveneens instemmen. Zijn partij heeft nog wel een vraag over de deskundigen die jeugdigen vanaf 12 jaar bijstaan. Hij vraagt zich af of het mogelijk is deze deskundigheid toe te voegen aan de begeleiding van de groep senioren die het moeilijk vindt om te gaan met de nieuwe regelgeving. Ten slotte geeft hij aan dat hij meende dat schriftelijke verslagen wel beschikbaar zijn voor de raadsleden. De heer Renet (SPA) geeft aan dat zijn partij akkoord gaat met de juridische omschrijvingen in het voorstel. Hij attendeert de raad erop dat de opnames in duplo moeten worden gemaakt, onafhankelijk van elkaar, zodat er in geval van verlies altijd nog een kopie beschikbaar is. Hij sluit zich aan bij het pleidooi van de heer Boonen, dat er een schriftelijk (eventueel verkort) verslag moet zijn ter bestudering. Er is vaak teleurstelling bij de burger omdat de juridische afhandeling van het bezwaar centraal staat, en niet het inhoudelijke. In dit voorstel blijft dit het geval. SPA vindt dit een gemis en pleit ervoor dit in de toekomst meer aandacht te geven. Burgemeester Verheijen constateert dat de Ronde zich kan vinden in het voorstel.

Er is een aantal technische vragen gesteld, ook naar detaillering. De burgemeester verzoekt de aanwezigen dit soort vragen voortaan van tevoren in te dienen. Hij zegt toe dat het college de tegenstrijdigheid die mevrouw Weermann-Schepers noemde op pagina 1 en 5 te checken. Met betrekking tot de vraag over het schriftelijk verslag van de heer Boonen en de heer Renet, verwijst de burgemeester naar pagina 2 van het voorstel. Hier staat beschreven dat alle bezwaren en standpunten die in de hoorzitting naar voren zijn gebracht ook schriftelijk worden vastgelegd en ook terug te nemen zijn in de beslissing of het bezwaar. Bovendien wordt er een verslag gemaakt van de zitting indien men niet wenst dat er een geluidsopname wordt gemaakt. Op het voorstel om de opnames in duplo te doen komt de burgemeester later terug, aangezien dit een technische vraag is. Ook op de punten van de heer Schwillens zal de burgemeester later terugkomen. De heer Renet geeft aan dat hij graag zowel de geluidsopname als het schriftelijke verslag beschikbaar heeft, ook als er geen bezwaar is tegen de geluidsopname. De burgemeester geeft aan dat dit aan het voorstel voorbijgaat. De voorzitter vraagt of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is het geval.

Tweede termijn Voor de heer Boonen (DNA) is het nog niet duidelijk of hij in bezit kan komen van het schriftelijke verslag, indien een burger in beroep wil gaan en bij hem, als gemachtigde, aanklopt. De burgemeester geeft aan dat er in geval van een digitale opname geen sprake is van een schriftelijk verslag. Wel is de geluidsopname beschikbaar voor de gemachtigde. Voor de heer Boonen is het bezwaarlijk dat hij voor een schriftelijk verslag afhankelijk is van een gerechtelijke instantie en hiervoor een procedure moet opstarten. De voorzitter stelt voor dat deze kwestie naderhand wordt uitgezocht en dat er duidelijkheid over is voordat de leden er in de raad over komen te spreken. De burgemeester stemt in met dit voorstel en zegt toe op dit punt terug te komen, nog voor de raadsvergadering plaatsvindt. De heer Roest stelt voor de vragen die nog niet zijn beantwoord door de burgemeester per e-mail toe te sturen. De burgemeester ontvangt deze graag zo snel mogelijk, zodat er op tijd een reactie kan komen vóór de raadsvergadering.

3

De voorzitter vat samen dat de burgemeester op een aantal technische vragen schriftelijk zal terugkomen. Het punt van de heer Boonen wordt uitgezocht en er zal getracht worden in ieder geval ruim voor de raadsvergadering hier duidelijkheid over te verkrijgen. De voorzitter concludeert dat het een hamerstuk is, tenzij er vanuit het college nog punten komen die aanleiding geven voor een debat in de raad. De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit dit agendapunt.

4

Notulen van de ronde in Raadzaal op donderdag 23 september 2021 1.2 Preventie en handhavingsplan jeugd en alcohol Zuid-Limburg 2021-2024 (78) Tijdstip:

19.45-20.45 uur

Aanwezig de voorzitter de griffier

M.J.M. de Loo N. Bisschoff

de leden GOB: M.J.E. Wijnen-Verbruggen CDA: G. Essing Stadspartij: L. Weermann-Schepers DNA: P.J.G.M. Boonen GroenLinks: G.M.R. Dumernit PvdA: D66: VVD: G. Noteborn PVV: A.P.C. Roest SPA: J.J. Renet 50PLUS: W. Schwillens Fractie Fredrix: Fractie Klein: het college ambtenaren

burgemeester Verheijen en wethouder L. Geilen J. Henselmans L. Mulder M. Leenders J. Brummelkamp

notulen

M. Migo (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter heet de aanwezigen welkom, in het bijzonder wethouder Geilen en de heer Leenders, alsmede de mensen op de publieke tribune en de kijkers thuis. Hij leidt het agendapunt in en vraagt de Ronde om advies ter vaststelling van het onderliggende preventie- en handhavingsplan Jeugd en Alcohol Zuid-Limburg 2021-2024. Er zijn twee termijnen beschikbaar voor de bespreking. De voorzitter stelt vast dat alle aanwezigen het woord willen voeren. Eerste termijn De heer Renet (SPA) vindt het belangrijk dat er een gezamenlijke aanpak komt. In het voorstel komt deze samenwerking ook duidelijk naar voren. Hij leest in het stuk dat het percentage van alcoholgebruik is afgenomen. Ook is voor hem de link duidelijk met de aanpak van bepaalde gezondheidskwesties als obesitas, bewegen en gezond eten. Maar hij mist de aansluiting bij de aanpak van drugsgebruik in het

5

voorstel. Hij vraagt zich af of de afname van alcoholgebruik wellicht verband houdt met de toename van drugsgebruik, zoals de ballonnetjes met lachgas. Hij vraagt de wethouder dit toe te lichten; staat dit beschreven in het voorstel, of is het college hieraan voorbijgegaan? De heer Schwillens (50PLUS) geeft aan dat zijn partij gematigd positief is met betrekking tot de cijfers. Hij is van mening dat het doel nog niet is bereikt, maar dat het ook een mentaliteitskwestie is om daar verandering in te kunnen brengen. Maar hij signaleert vooruitgang. Richting de heer Renet geeft hij aan dat de link met drugs wel beschreven staat in het beleid van Mondriaan, in het Preventieakkoord wordt volgens hem de link gelegd tussen alcohol en drugs. Overigens is hij het eens met de heer Renet waar het gaat om minder alcohol, maar meer drugs. Mevrouw Essing (CDA) vindt het voorstel aansluiten bij de Toekomstvisie van Sittard-Geleen, het streven naar een gezonde stad, alsmede bij het verkiezingsprogramma van het CDA. Investeren in o.a. welzijn is voor haar partij belangrijk. Ook de samenwerking met betrokken partijen, zoals dat in het plan staat, is voor het CDA belangrijk. In de communicatie naar de commerciële partijen is het aan te raden om de nadruk te leggen op hun aansprakelijkheid wanneer zij alcohol schenken aan minderjarigen.

Zij geeft aan dat volgens de wet het plan elke vier jaar gelijktijdig met de vaststelling van de nota Gemeentelijk Gezondheidsbeleid moet worden vastgesteld, zo staat dat ook in het plan. Het CDA mist echter hiervoor een concrete datum. Ook vraagt zij zich af waarom er in het plan de toevoeging ‘in beginsel’ staat vermeld. Dit voorbehoud staat niet in het wetsartikel. Het plan richt zich voornamelijk op jongeren. Pas op pagina 10 wordt er ook gesproken over volwassenen. Mevrouw Essing vraagt hierover toelichting aan de wethouder. Voorts vraagt zij zich af of er voldoende mankracht beschikbaar is voor de handhaving. Ten slotte spreekt zij namens het CDA de hoop uit dat de doelstellingen worden bereikt. De heer Boonen (DNA) geeft namens zijn fractie aan dat zij enkele vragen hebben, maar zich goeddeels kunnen vinden in het plan. Het komt hem voor dat het aspect ‘bewustwording’ in het nieuwe plan is vervangen door ‘handhaving’. Voor DNA is bewustwording echter het belangrijkste aspect. De verplichting voor barvrijwilligers om een IVA-cursus te volgen lijkt DNA lastig uit te voeren, omdat het sowieso moeilijk is om vrijwilligers voor de bardienst te vinden. De heer Boonen vraagt of dit een harde eis is, of dat er alternatieve manieren zijn om de vrijwilligers op hun taak voor te bereiden. Het contact met de regiogemeenten vindt DNA belangrijk, omdat men van elkaar kan leren.

Hij vraagt zich af of er in andere gemeenten al proefballonnetjes zijn opgelaten. Mevrouw Dumernit (GroenLinks) geeft aan dat het probleem van het alcoholgebruik in de gemeente Sittard-Geleen groter is dan het landelijk gemiddelde. Zij vraagt meer aandacht voor kinderen van ouders die drinken, die een aanzienlijk groter risico lopen om dit ook te gaan doen. Zij ziet in het plan de betrokkenheid van de ouders beschreven, maar vraagt zich af of dit voldoende effect sorteert. Zij stelt dan ook een aantal vragen waarbij ze het probleem breder trekt en het alcoholgebruik als een algemeen probleem bestempelt in de gemeente. Ook vraagt ze zich af of er in voldoende mate jongerenorganisaties betrokken zijn bij het plan. Die kunnen zich beter inleven in de huidige belevingswereld van jongeren. Ze geeft aan met welke problemen jongeren nog meer te kampen hebben, zoals depressies en zelfmoord. Deze problemen moeten ook worden betrokken in het plan. Mevrouw Dumernit stelt voor om meer in te zetten op plekken waar jongeren op een veilige en vrolijke manier kunnen samenkomen. Ze ziet een noodzaak voor meer jongerenwerkers, voor meer mogelijkheden tot creatieve uitingen. Op deze wijze wordt de noodzaak voor alcoholgebruik afgewend.

Vanuit deze zienswijze stelt ze de wethouder de vragen of hij ook het nut inziet om jongeren zelf en jongerenorganisaties aan te wenden voor de oplossing van het probleem. Ook vraagt zij hem of hij erkent dat de geestelijke gezondheid van de jongeren nauw samenhangt met het alcoholgebruik. Mevrouw Weermann-Schepers (Stadspartij) geeft aan dat haar partij zich kan vinden in de aanpak, maar nog wat opmerkingen/vragen heeft. Vaak krijgen jongeren alcohol aangeboden door ouderen en de aanpak moet zich dan ook richten op de bewustwording van die ouderen dat alcohol schadelijk is voor jongeren. Het beeld van alcohol verschilt van dat van roken en drugs, en het is nog steeds overal te koop. Hoewel de Stadspartij tevreden is met onderliggend stuk, moet er meer aandacht worden gegeven aan het feit dat ook alcohol druk kan uitoefenen op de gezondheidszorg.

6

Mevrouw Wijnen-Verbruggen (GOB) geeft aan dat haar partij positief staat ten opzichte van het voorliggende plan. Er is een punt van aandacht ten aanzien van de naleving. Sittard-Geleen zit dan wel boven het gemiddelde, maar dat moet toch beter. Ze wijst daarbij vooral naar de sportkantines, die heel laag scoren voor wat betreft de naleving. Ze deelt haar eigen ervaring met de IVA-cursus met de heer Boonen. Het was een online-toets, die voor iedereen makkelijk haalbaar is. Dit hoeft dus geen belemmering te zijn om vrijwilligers voor de bardienst te vinden. GOB mist in de tabellen bij de verstrekking van alcohol de avondwinkels. Ze vraagt zich af of deze onder een bestaande categorie vallen en daarom niet afzonderlijk zijn genoemd. Voorts uit zij zich kritisch over twee fastfoodketens in de nabijheid van scholen. Dit lijkt tegenstrijdig met de in het plan genoemde samenwerking om gezond leven door de jeugd te bevorderen. Zij gaat er niet van uit dat deze restaurants zullen verdwijnen, maar wellicht dat de openingstijden kunnen worden aangepast. De heer Roest (PVV) vraagt zich af of de teruglopende percentages in het voorstel ook niet te maken hebben met de coronapandemie. De PVV vindt het zorgelijk dat er zo weinig wordt gevraagd naar IDbewijzen, zowel provinciaal als in de gemeente Sittard-Geleen.

Hij vraagt de wethouder hierover om uitleg en hoe hierop wordt gehandhaafd in de gemeente Sittard-Geleen. Ook vraagt de PVV zich af of het gebruik van (soft)drugs valt onder deze handhaving. De PVV wil ook graag van de wethouder weten of de campagne alleen op scholen en sportplekken wordt gevoerd, of ook op hangplekken en andere plekken waar de jeugd zich ophoudt. Ten slotte krijgt de PVV graag antwoord op de vraag wat er gaat veranderen in de handhaving bij verkooppunten en in het openbaar. De voorzitter geeft aan dat eenieder die het woord wilde voeren de gelegenheid heeft gehad in deze eerste termijn en geeft het woord aan de wethouder Geilen. De heer Geilen spreekt zijn voldoening uit over de geleverde bijdragen en concludeert dat er sprake is van één lijn met de gemeentes in de regio. Dit is nodig, aangezien de jongeren ook gemakkelijk de gemeentegrenzen overschrijden of in een andere gemeente op school zitten. In reactie op de opmerkingen van mevrouw Essing geeft de wethouder aan dat de Drank- en Horecawet niet meer bestaat, dat is nu de Alcoholwet. Hierin staat ook beschreven dat wederverkoop van alcohol strafbaar is. Ook de alcoholreclames zijn aangepast en bepaalde stuntkortingen mogen niet meer. Hiermee heeft de wetgever de verantwoordelijkheid genomen om een en ander aan te scherpen in die nieuwe alcoholwet.

Hiermee wordt het belang van het terugdringen van alcoholgebruik onder jongeren benadrukt. De grens van 18 jaar is belangrijk om te handhaven. Tot die tijd kan alcohol schade toebrengen aan de hersenen van jongeren die zich nog ontwikkelen. Het is gebleken dat de handhaving in sportkantines en de huiselijke omgeving niet voldoende wordt toegepast. Door deze sociale druk is het moeilijk om de leeftijd van alcoholgebruik omhoog te krijgen. Het is voor jongeren uit een bepaald milieu heel lastig om onder die druk alcohol te weigeren. In dit plan staat het alcoholgebruik centraal om te laten zien hoe je toewerkt naar het tegengaan van alcoholgebruik bij jongeren onder de 18 jaar. Het plan had gelijktijdig moeten worden vastgesteld met het Gemeentelijk Gezondheidsbeleid, dat in 2019 door de raad is vastgesteld. Met het Alcoholplan werd gewacht op de resultaten van het nalevingsonderzoek, hetgeen in de loop van vorig jaar is uitgekomen. Daar is de nieuwe aanpak op gebaseerd. Dit keer zijn de plannen dus niet gelijktijdig uitgekomen, maar in de toekomst moet dat wel, aangezien het tegengaan van alcoholgebruik bij jongeren hoort bij een volledig gezondheidsplan. Om de leeftijd van alcoholgebruik omhoog te krijgen gaat de gemeente niet alleen handhaven, maar ook preventief handelen. Hierbij hoort de IVA-cursus, bedoeld voor barvrijwilligers in sportkantines.

Dat creëert een bewustwording, dat het niet goed is om jongeren alcohol te schenken, ook al is het een buurjongetje of het vriendje van de kinderen. Dit werkt dan hopelijk door in de thuissituatie. Bewustwording is hierbij het belangrijkste aspect.

7

De gemeente kan niet de verkoop aanpakken, dat is landelijk beleid. In dit beleid komt steeds meer aandacht voor het tegengaan van alcoholgebruik. De gemeente kan wel in gesprek gaan met de sportkantines over alcohol. De wethouder erkent het risico, dat jongeren hun heil zoeken bij lachgas, maar heeft geen concrete cijfers hiervan. Ook zou het kunnen dat de genoemde cijfers onder invloed van de coronapandemie zijn ontstaan. Dat roept de vraag op of de cijfers wel objectief zijn, de ontwikkelingen van de afgelopen twee jaar in ogenschouw genomen. Ook de relatie tussen alcohol en negatieve psychische gevoelens lijkt de wethouder niet ondenkbeeldig, al is dit officieel nog niet aangetoond. Maar ook deze groep jongeren verdient aandacht in dit kader. De wethouder schetst het probleem van de winkels en restaurants in de omgeving van scholen. Leerlingen zijn in de gelegenheid om daar als ongezond gekwalificeerd eten te kopen en dat gebeurt op grote schaal. Maar ook de schoolkantine heeft niet altijd gezond eten. Ook hier geldt dat bewustwording een belangrijk thema is. Vanuit de gemeente is hier op scholen aandacht voor. Ook gesprekken met de bedrijven dragen bij aan bewustwording en wijzigingen van het assortiment. Daarbij hoopt de gemeente dat er door de bedrijven maatschappelijke verantwoordelijkheid wordt genomen, zo ook bij de gelegenheden waar alcohol wordt verstrekt.

De wethouder vraagt de heer Leenders een toelichting te geven op de campagne en de aanpak. De heer Leenders geeft aan dat de landelijke campagnes ook in Sittard-Geleen worden uitgerold. HALT is aanwezig bij gelegenheden waar alcohol wordt verstrekt, om dicht bij de bron te zijn. Samen met de landelijke campagnes streeft men ernaar om nog meer bewustwording te creëren binnen groepen waar alcohol wordt gebruikt. De voorzitter bedankt de wethouder en de heer Leenders voor hun reactie. Hij nodigt uit voor een tweede termijn. Tweede termijn Mevrouw Wijnen-Verbruggen komt terug op haar vraag over de positie van de avondwinkels, die de wethouder nog niet heeft beantwoord. De heer Roest komt terug op zijn vraag of de campagne alleen op scholen en sportaccommodaties wordt gevoerd, of ook op hangplekken en andere plaatsen waar jongeren graag samenkomen. Hier is de wethouder nog niet op ingegaan. Ook zijn vraag over wat er gaat veranderen in de handhaving bij verkooppunten en in het openbaar is door de wethouder nog niet beantwoord. Mevrouw Dumernit heeft nog geen reactie gekregen op haar vraag over de rol van de jongerenorganisaties. Mevrouw Essing verwijst naar haar vraag over de nieuwe Alcoholwet, waarin pas in lid 2 staat vermeld dat het met name over jongeren gaat. De wet is bedoeld voor alle doelgroepen.

Ook haar vraag over voldoende mankracht voor de handhaving heeft de wethouder niet beantwoord. De voorzitter verwijst naar de afgesproken procedure met betrekking tot de technische vragen. Deze mag de wethouder later schriftelijk beantwoorden. De heer Boonen komt terug op de IVA-cursus. Hij benadrukt nogmaals dat hij het voor een vrijwilliger belastend vindt om zo’n cursus te verplichten. Hij stelt voor dat er in de sportkantine één persoon is die de cursus heeft gevolgd en van hieruit supervisie heeft op de vrijwilligers met bardienst. Dit is vergelijkbaar met de hygiëneregel in de horeca. De heer Renet verwijst naar de historische context van het drinken van bier. Dit zit helemaal gebakken in het systeem van de mens. In dit kader is de verhoging van 11,4 jaar naar 12,5 jaar een hele prestatie.

8

De voorzitter geeft het woord aan de wethouder. De heer Geilen is het met de heer Renet eens. Pas in 2014 is de leeftijd van alcoholgebruik omhooggegaan van 16 jaar naar 18 jaar en dat werpt nu al zijn vruchten af, vooral in de jonge leeftijdscategorie, al is er nog een lange weg te gaan. Het streven is om over acht jaar de grensleeftijd van 18 jaar te hebben bereikt, maar de wethouder verwacht niet dat dat doel zal worden bereikt. De analyse van het vorige beleid heeft dit ook al aangetoond. In reactie op de vraag van mevrouw Essing betoogt de wethouder dat het grootste belang ligt bij de jongeren onder de 18 jaar. Dit sluit aan bij het gezondheidsbeleid van Zuid-Limburg om een kansrijke ontwikkeling van jongeren te bevorderen. Mondriaan heeft programma’s die zich richten op de andere doelgroepen, waar excessen zijn. Dit gaat samen met handhavingsregels zoals gebiedsverboden opleggen, gebieden waar geen alcohol gedronken mag worden. De wethouder kan nu niet aangeven of de capaciteit van de handhaving voldoende is. Hij zal dit onderzoeken, samen met de burgemeester die hier ook bij betrokken is. De wethouder zegt toe deze informatie later aan de raad te verstrekken. Voor wat betreft de IVA-cursus voor de vrijwilliger legt de wethouder de nadruk op de naleving in de sportkantines. In de sportkantines kent men elkaar en dan is het lastig om alcohol te weigeren.

De IVAcursus, die één avond in beslag neemt en slechts één keer gedaan hoeft te worden, draagt bij aan de bewustwording. De wethouder heeft begrip voor het standpunt van de heer Boonen inzake de belasting van vrijwilligers, maar hecht meer belang aan het creëren van bewustwording en verantwoordelijkheid. Voor de professionele horecaondernemer is deze verplichting ook belangrijk, aangezien er wordt gehandhaafd als er in zijn gelegenheid alcohol aan minderjarigen verkocht wordt. Op de vraag van mevrouw Dumernit over de betrokkenheid van jongerenorganisaties antwoordt de wethouder dat deze er niet is. Hij geeft toe dat dit niet goed is. Er zijn al heel veel partijen in Zuid-Limburg betrokken bij de opzet van dit plan, wat niet altijd makkelijk was. Toch erkent de wethouder dat het goed zou zijn de jongerenorganisaties bij de verdere uitvoering te betrekken. Hij zegt toe dit met de jongerenorganisatie in Sittard-Geleen te gaan bespreken en deze te betrekken bij het vormgeven van het plan. Hij dankt mevrouw Dumernit voor het signaal. Aan mevrouw Wijnen-Verbruggen deelt de wethouder mee, dat de avondwinkels niet zijn betrokken in het nalevingsonderzoek. De wethouder vindt dit een belangrijk aandachtspunt, aangezien de avondwinkels de laatste vijf jaar een flinke opmars hebben gemaakt, al is het meer in de grote steden.

In het volgende plan zal de wethouder ook deze categorie betrekken. In reactie op de vraag van de heer Roest geeft de wethouder aan dat HALT al een plek heeft bij evenementen zoals carnaval. Er is echter geen sprake van campagne op hangplekken, al komen daar wel jongerenwerkers, of handhavers om het gesprek te hebben over de overlast die ervaren wordt. De suggestie om ook daar campagne te voeren neemt de wethouder mee in de uitvoering. Mevrouw Essing verwijst terug naar de door de wethouder genoemde gebiedsverboden. Dit houdt in dat er ook plekken zijn waar alcohol genuttigd mag worden. Zij vraagt zich af of deze plekken elke vier jaar, als er een nieuw plan is ontwikkeld, worden herzien. De wethouder kan hier geen antwoord op geven en zal dit navragen bij Handhaving. De voorzitter rondt hiermee de eerste termijn af en vraagt of er behoefte is aan een tweede termijn. De heer Renet grijpt terug op de discussie met de heer Schwillens en geeft aan dat er sprake is van een misverstand. Het gaat hem niet zozeer om het beleid van Mondriaan met betrekking tot drugsgebruik, maar het gaat hem om de verschuiving richting drugs, vooral lachgas, die plaatsvindt of zal vinden als het alcoholgebruik wordt teruggedrongen.

9

De voorzitter benadrukt dat het de bedoeling is dat de leden in deze tweede ronde met elkaar in debat gaan. Mevrouw Essing vraagt aan de heer Renet naar welke termen hij heeft gezocht in de tekst. ‘Drugs’ is namelijk een overkoepelende term, waar ‘lachgas’ en ‘ballonnetjes’ onder vallen. De heer Renet geeft aan dat hij een specifiek verschijnsel dat hem opviel heeft benoemd. Hij merkt op, dat bijvoorbeeld een verschijnsel als obesitas wel wordt benoemd. De heer Boonen geeft aan dat de leden hiermee van onderwerp veranderen; het gaat over alcohol en niet over drugs. Maar waar het drugs aangaat, zijn er grotere problemen te verwachten voor de gemeente dan de ballonnetjes met lachgas. De heer Renet is het hierin eens met de heer Boonen, maar benadrukt nogmaals dat hij een verschuiving ziet, waarbij het alcoholgebruik afneemt en het gebruik van ballonnetjes lachgas toeneemt. Dit zou een begin kunnen zijn van een nieuw probleem. De voorzitter noemt dit verschijnsel een waterbedeffect. De wethouder heeft toegezegd hier aandacht aan te schenken. Mevrouw Wijnen-Verbruggen is actief met het opruimen van afval in de gemeente. Zij geeft aan dat het aantal ballonnetjes is afgenomen. Zij komt wel veel lege blikjes van de energiedrankjes tegen. Zij is het eens met de heer Boonen dat er grotere problemen zijn.

Mevrouw Essing geeft aan dat zij samen met mevrouw Wijnen de World Clean-up Mars heeft gelopen waarbij ook zij geen ballonnetjes of lachgaspatroon heeft gezien. De voorzitter attendeert de leden erop dat de wethouder het probleem al heeft opgepakt. De heer Renet geeft aan dat de restanten van lachgasgebruik ook worden achtergelaten op plekken waar je niet zo gauw komt. Hij heeft in elk geval zowel lege blikjes als ballonnetjes aangetroffen op plekken waar de vuilprikkers niet komen. De voorzitter grijpt weer terug naar het alcoholpreventieplan dat voorligt. Er blijkt geen behoefte meer te zijn aan een debat hierover. Hij sluit hiermee de tweede termijn af en concludeert dat het stuk als hamerstuk naar de raad kan. De raad gaat hier unaniem mee akkoord. De voorzitter vat de toezeggingen van de wethouder samen: • Deze zal aandacht geven aan het neveneffect van het strengere beleid op alcoholgebruik. • De wethouder zal nagaan of er op het gebied van handhaving voldoende capaciteit is. • Ook zal de wethouder met jongeren in de gemeente in gesprek gaan en zal erop toezien dat dit ook op Zuid-Limburgse schaal aandacht krijgt. • Ook de hangplekken zullen in beeld komen voor wat betreft campagne en maatregelen. • De wethouder zal nagaan of de aangewezen plekken voor alcoholgebruik elke vier jaar herzien worden.

De wethouder heeft ondertussen navraag gedaan en kan nu al aangeven dat er inmiddels twee avondwinkels zijn gecontroleerd. De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit het tweede agendapunt af.

10

Notulen van de ronde in Raadzaal op donderdag 23 september 2021 1.3 Visie Smart City (79) Tijdstip:

20.45-21.30 uur

Aanwezig de voorzitter de griffier

M.J.M. de Loo N. Bisschoff

de leden GOB: I.A.M.H. Tillie CDA: J.P.G. Dols Stadspartij: N. Kaufmann DNA: P.J.G.M. Boonen GroenLinks: J.E. Janssen PvdA: D66: VVD: G. Noteborn PVV: P. Vola SPA: J.J. Renet 50PLUS: W. Schwillens Fractie Fredrix: Fractie Klein: het college ambtenaren

wethouder L. Geilen J. Henselmans L. Mulder M. Leenders J. Brummelkamp

notulen

M. Migo (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter heet de aanwezigen welkom, de wethouder, de ambtelijke ondersteuning, de publieke tribune en de mensen thuis. De voorzitter leidt het agendapunt ‘Visie Smart City’ in, waar drie kwartier voor is gereserveerd et eventueel uitloop. Hij vraagt de raad te adviseren over de visie Smart City SittardGeleen. Er zijn twee termijnen om dit voorstel te behandelen. De heer Tillie (GOB) geeft aan dat zijn partij de meerwaarde ziet van de technologische ontwikkelingen in het beleid van de gemeente, zoals omschreven in de visie ‘Smart City’. Hij benadrukt dat er rekening moet worden gehouden met de kanttekeningen die ook in het raadsvoorstel staan beschreven, namelijk het behouden van de menselijke maat en niet doorslaan in technologie. Het behouden van werkgelegenheid en het zicht houden op kwetsbaren die moeite hebben met het volgen van deze ontwikkelingen, alsmede aandacht voor beveiliging van de data zijn belangrijk voor GOB. Ook noemt de heer Tillie de samenwerking tussen de verschillende partijen en de gemeente. Er zijn al partijen die data verzamelen en de gemeente kan daarvan leren. De heer Tillie noemt het concept van de ‘snuffelfiets’ als voorbeeld van smart city. Het is voor GOB belangrijk om naar de burgers terug te koppelen wat de gemeente doet met de data die dit project heeft opgeleverd. Hij vraagt zich af of de evaluatie hiervan al heeft plaatsgevonden.

11

GOB wordt eveneens graag geïnformeerd over de ervaringen van de proeftuin in de Zeeheldenbuurt. De heer Tillie geeft aan dat zijn partij zich kan vinden in de visie, maar graag inzicht krijgt in de plannen die er ontwikkeld gaan worden voordat zij er een budget aan toekennen. Ten slotte vraagt hij zich af of er mogelijkheden zijn om hiervoor Europese subsidies binnen te halen. De heer Dols (CDA) geeft de beschrijving van ‘smart city’ op Wikipedia en stelt vast dat deze beschrijving overeenkomt met de beschrijvingen in het raadsvoorstel. Voor het CDA is het belangrijkste aspect dat de afstand tussen de inwoners en het bestuur niet groter wordt. Het kan niet de bedoeling zijn dat de burger het gevoel krijgt dat hij in de gaten gehouden wordt. Voor het CDA is het tevens belangrijk dat iedere burger gemakkelijk toegang behoudt tot de overheid. Voor het overige vindt het CDA het een goede zaak om een visie te ontwikkelen voor de toekomst. De heer Dols wil daarnaast graag weten: • Wat wordt bedoeld met wob-verzoeken over verlichting op pagina 3. • Is het noodzakelijk om in de hele stad glasvezel aan te brengen om smart city te kunnen uitvoeren? • Is de Zeeheldenbuurt wel geschikt om hiervoor een proeftuin te houden? • En wat is hier inmiddels al gebeurd? Hij wil bovendien weten of de nieuw geplaatste VRI-installaties kunnen integreren in het smart city-plan.

Voor het overige geeft de heer Dols aan dat de toekomst zal leren wat het smart-cityplan voor de gemeente zal betekenen. De voorzitter benadrukt dat technische vragen in principe hier niet aan de orde zijn. De wethouder kan hier achteraf schriftelijk op terugkomen. Deze procedure is gezamenlijk afgesproken. De heer Janssen (GroenLinks) geeft aan namens zijn partij te zijn ingenomen met de ambitie van het college om de stad nog aantrekkelijker en mooier te maken, en daar past deze visie bij. Voor GroenLinks staan in deze visie de leefbaarheid en de participatie van de inwoners centraal. Wat dit betekent voor het beleid en de taken van de gemeenteraad is hem nog niet duidelijk. Evenals voorgaande sprekers is het voor GroenLinks noodzakelijk om het belang van de burgers te beschermen. Het is dan belangrijk om te bepalen hoe de gemeente omgaat met de data die wordt verkregen. Hij vraagt zich af wat de visie van de wethouder hierop is. De heer Janssen beschrijft wat de proeftuin in de Zeeheldenbuurt inhoudt, waarbij de riolering en de hemelwatersystemen op een innovatieve wijze zullen worden vernieuwd, eveneens ten behoeve van de klimaatadaptatie. Er zal sprake zijn van een app om inwonersparticipatie bij herinrichting mogelijk te maken. Hij hoort graag van de wethouder hoe hier nu de stand van zaken is.

Hij verwijst daarbij naar ‘Heerlens Heitje’ en vraagt de wethouder een vergelijking te trekken met de proef van de Zeeheldenbuurt en aan te geven hoe deze proef zich zal ontwikkelen. De heer Janssen stelt voor dat bureau Trimotion over een paar maanden een pleinpresentatie houdt voor de raad over de ervaringen in proeftuin Zeeheldenbuurt om de raad meer zicht te geven over de mogelijke toepassingen en wat wel of niet goed werkt, zodat de raad de meerwaarde kan vaststellen van zo’n hightech smart-city toepassing. Hij mist in de visie het perspectief en de criteria hoe de leefbaarheid en de leefomgeving worden gemeten en gemonitord. Ook moeten er een plan komen om smart city te betrekken bij de toekomstige energietransitie. Hij vat samen wat voor GroenLinks belangrijk is. Het scherp stellen van doelen en strategie in het kader van leefbaarheid, leefomgeving en betrokkenheid van de inwoners. Tegelijkertijd verder gaan met uitproberen. De heer Vola (PVV) mist de aandacht voor de burgers die niet zo bekend zijn met het internet, zoals de ouderen en mensen die geen internet hebben. Hij vraagt de wethouder om uitleg hoe deze burgers worden voorzien van de broodnodige informatie. Ook wordt volgens hem in het stuk niet duidelijk gemaakt hoe de privacy wordt gewaarborgd en hij vraagt de wethouder hierover om toelichting.

Ten slotte vraagt de heer Vola zich af of burgers er wel behoefte aan hebben om uren per dag bezig te zijn met het internet om de nodige informatie te krijgen. Hij verzoekt de wethouder ook hierop te reageren. Mevrouw Kaufmann (Stadspartij) geeft namens haar partij aan dat zij blij is met de visie, omdat het belangrijk is om met deze ontwikkeling bij te blijven. Ze vindt de proeftuin Zeeheldenbuurt een prima wijze

12

om deze visie uit te proberen en de Stadspartij is benieuwd naar de resultaten. Ze heeft begrepen dat ook de burgers die moeilijk of geen toegang hebben tot het internet voldoende geïnformeerd kunnen worden. De Stadspartij stelt wel kritische vragen bij het waarborgen van de veiligheid en privacy van de inwoners bij het opslaan van bepaalde data. De heer Boonen (DNA) geeft namens zijn partij aan dat hij de doelstellingen van deze visie onderstreept. Indien de menselijke maat en de privacy beschermd worden, kan dit plan voordelen opleveren. De omschrijving en de beschrijving van het raadsvoorstel vindt DNA uitstekend en heel duidelijk. Over het document ‘Smart City Visie Sittard-Geleen’ is DNA minder enthousiast. Het is naar hun idee te algemeen omschreven. De heer Boonen citeert uit het document over inclusie. Er wordt een kloof beschreven tussen de gemeente en inwoners voor wie moeilijk is om in smart city bij de informatievoorziening te komen. De heer Boonen citeert een deel van de tekst uit het document om aan te tonen dat door het wollige taalgebruik de inhoud haast onbegrijpelijk is. Hiermee toont hij aan dat zijn partij in tegenstelling tot met het raadsvoorstel, niet akkoord kan gaan met het document ‘Smart City Visie Sittard-Geleen’.

De heer Schwillens (50PLUS) geeft aan dat de visie in principe een theoretisch document is en spreekt de hoop uit dat er met enige voortvarendheid de inhoud in de praktijk zal worden uitgevoerd. Voor de doelgroep van zijn partij zijn er winstpunten te behalen. Ook voor de verkeersveiligheid kan dit plan voordelen hebben, evenals digitale mantelzorg. De heer Schwillens vraagt zich echter af of de in het stuk genoemde bedragen voldoende zullen zijn voor deze gigantische operatie. Er bereiken de heer Schwillens vragen over het te gebruiken internet, aangezien er twee aanbieders actief zijn. Hij verzoekt de wethouder hier toelichting op te geven. De voorzitter vraagt zich af of dit laatste niet een technische vraag betreft. De heer Renet (SPA) vindt de omschrijving van het plan te algemeen. Hij gaat ervan uit dat SittardGeleen, evenals alle andere gemeenten in Nederland, data gebruikt om beleidsdoelen te halen. Burgers hebben behoefte aan het kunnen raadplegen van informatie die van belang kan zijn voor hun leefomgeving, zowel via internet als fysiek op het gemeentehuis. Er dreigt een groep buiten de boot te vallen wanneer deze fysieke mogelijkheid wegvalt. De heer Renet verwijst naar het in zijn ogen momenteel gebrekkige iBabs-systeem dat door de burgers geraadpleegd kan worden. De relatief simpele verbeteringen van dit systeem worden niet gerealiseerd.

Evenals DNA vindt SPA ‘Smart City Visie Sittard-Geleen’ een onbruikbaar document en pleit voor verbetering van de veel te algemene visie hierin. De voorzitter stelt vast dat alle aanwezige fracties in de gelegenheid zijn geweest om in deze eerste ronde een bijdrage te leveren en geeft wethouder Geilen het woord. De heer Geilen ervaart de reacties als wisselend en begint met de beantwoording van de vragen. In principe zijn alle gemeenten bezig met ‘smart city’, maar niet allemaal hebben ze een ambitie hierop of zijn ze zich ervan bewust. De essentie van smart city voor Sittard-Geleen betekent het vermogen hebben om de data die de gemeente kan verzamelen in te zetten om de gemeente in zijn geheel slimmer te laten functioneren. De wethouder kan zich vinden in de omschrijving uit Wikipedia die de heer Dols heeft voorgedragen, maar niet in de passage over ‘big brother is watching’ en het risico van het verlies van de privacy. Het gaat namelijk niet om de inwoner, maar om de data die de inwoner genereert. De wethouder geeft aan dat sommige data al smart gemeten worden in de gemeente, zoals het aantal auto’s. Door data op een slimmere manier te genereren, kun je het beheer versimpelen. Hij noemt hiervoor het voorbeeld van de slimme prullenbakken. Het risico van privacyverlies is klein, want het gaat niet om persoonsdata, maar om gegevens.

De VRI’s waren al slim, omdat ze geregeld konden worden met de computer en ze worden steeds slimmer. Bij vervanging wordt er al rekening mee gehouden dat een iVRI makkelijk toegevoegd kan worden, zodat de verkeersregelinstallatie rekening houdt met het type verkeer. Ook de gemeentelijke website wordt smart. Er kan al worden nagegaan wat er door wie gezocht wordt, dit heet Klantwijzer.

13

Deze werkwijze wordt nu nog fragmentarisch uitgevoerd, als er een computer wordt gebruikt. Maar bij het beheren van zaken in de openbare ruimte is het nog niet zo vanzelfsprekend. Het gaat erom dat je als gemeente nadenkt of je dingen slimmer kunt doen met gebruikmaken van data. Hiermee kun je een betere kwaliteit van dienstverlening door de gemeente bieden. Hiermee kun je misschien wel het vertrouwen vergroten en de genoemde kloof verkleinen. De wethouder pleit voor een actieve aanpak als gemeente met smart city en zal bekijken welke meerwaarde dit kan hebben. De wethouder geeft aan dat hij de opbouwende kritiekpunten vanuit de raad deelt, vooral als het gaat om privacy en zorgvuldigheid, maar hij geeft ook aan dat het voor de gemeente belangrijk is om mee te gaan met deze beweging en niet achter te blijven bij de ontwikkelingen. De wethouder komt binnenkort met de informatie van het snuffelfietsproject. Studenten van de Zuyd Hogeschool hebben de data geanalyseerd. Met een snuffelfiets kan de berijder o.a. de luchtkwaliteit, de kwaliteit van het wegdek en de temperatuur in zijn omgeving meten. Wellicht kan de wethouder op korte termijn een schriftelijk rapportage hiervan aan de raad doen toekomen. Dit geldt ook voor de informatie die wordt verkregen in de Zeeheldenbuurt.

Hier is men aan de slag gegaan met de openbare ruimte om te kijken of je hier klimaatmaatregelen aan kunt koppelen en slimme technologieën. Hier is nog weinig informatie over, omdat de pilot nog in de kinderschoenen staat en er niet voldoende personele capaciteit is. De wethouder zegt de raad toe dat hij de leden van de ontwikkelingen van dit project op de hoogte zal houden. Er is een vertraging opgetreden, maar het is de bedoeling om hier volgend jaar mee aan de slag te gaan. De wethouder gaat onderzoeken of er een pleinpresentatie van het project gerealiseerd kan worden. Hoe de pilot uitpakt, kan de wethouder nog niet zeggen. Het gaat erom te blijven nadenken over hoe je de slimme technologie op een goede manier kunt inzetten, en daarbij de belangen bewaken. Het Heerlens Heitje is een goed voorbeeld van hoe je technologie op een slimme manier kunt toepassen om klussen in de openbare ruimte toegankelijk te maken en daartegenover een digitaal beloningssysteem te plaatsen. En de bewoners de mogelijkheid te geven hierbij te participeren. Er is in die zin wel overeenkomst met de Zeeheldenbuurt, maar de app die hier wordt gebruikt is van een andere orde dan die van het Heerlens Heitje. De wethouder wijst op de risico’s die er altijd zijn als je aan het experimenteren bent. Er kunnen dingen fout gaan, of het kan blijken dat een experiment niets oplevert.

De heer Schwillens vroeg naar de kwestie met glasvezel, en de wethouder legt de link met de vraag van de heer Dols of het nodig is om de gehele gemeente van glasvezel te voorzien. De wethouder geeft aan dat glasvezel op sommige plekken in de gemeente al wordt gebruikt om op een snelle manier data te verzenden. Hoe meer glasvezel er ligt in de gemeente hoe gemakkelijker het wordt om meer data te versturen. Echter het gebruik van een simkaart is ook een mogelijkheid en dan heb je glasvezel niet per se nodig. Glasvezel geeft wel een betrouwbaarder en snellere verbinding. E-Fiber gaat voor de gemeente een glasvezelnetwerk aanleggen waarop providers hun diensten kunnen aanbieden. De gemeente heeft alleen een contract afgesloten met E-Fiber en niet met Delta-Fiber. E-Fiber zal in januari van start gaan met de werkzaamheden en zal in de komende twee jaar het glasvezelnetwerk aanleggen. De wethouder is het niet eens met de opvattingen van DNA en SPA over het document ‘Smart City Visie Sittard-Geleen’. Hij geeft aan dat de inhoud wel degelijk is toegesneden op de gemeente Sittard-Geleen, al is er ook een lijn in verwerkt die ook op andere gemeenten van toepassing kan zijn, zoals de visie op inwonersparticipatie of dienstverlening. Er zijn veel overeenkomsten in de werkwijze bij de verschillende gemeenten in Nederland.

De onderliggende stukken hebben tot doel om de gemeenteraad bewust te maken van het belang om aan de gang te gaan met smart city. Op het financiële plaatje wordt in een later stadium teruggekomen. Dit krijgt vorm op het moment dat er concrete voorstellen worden gedaan. De heer Janssen vraagt de wethouder toe te lichten hoe het college de raad meeneemt in de proeftuin Zeeheldenbuurt en de toepassingen die daar plaatsvinden. Nu een pleinpresentatie niet kan plaatsvinden

14

vindt hij het belangrijk om als raad te weten wat er daar gebeurt. Hij hoorde de wethouder zeggen dat smart city verschillende doelen moet dienen, te weten verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening, kostenbesparing bij het beheer van de openbare ruimte en bijdragen aan de leefbaarheid. Maar als allerbelangrijkste doel geldt toch wel voor hem de inwonersparticipatie, want in de optiek van zijn partij is smart city dan geslaagd en staat het inderdaad in dienst van de gemeenschap. De heer Tillie verwijst naar het project van de ‘snuffelfiets’ en geeft aan dat zijn partij het belangrijk vindt om te weten wat er met de opgehaalde data gebeurt. Tevens citeert de heer Tillie uit het visiestuk en geeft hij aan dat hij het belangrijk vindt dat met de toepassing van de technologie de kloof tussen de gemeente en de inwoners wordt verkleind door direct duidelijk te zijn over wat er met de data die zij genereren gedaan wordt. Ook heeft hij nog geen antwoord gekregen van de wethouder op zijn vraag over de Europese subsidie. Mevrouw Kaufmann geeft aan dat ze op internet een stuk heeft gelezen over smart city, waarin ook aandacht wordt gevraagd voor de veranderingen die er in de maatschappij moeten plaatsvinden om smart city ten volle te kunnen toepassen. Dit aspect zal in haar ogen moeten worden betrokken bij het ontwikkelen van de visie op smart city.

De voorzitter verduidelijkt dat er nog geen sprake is van de tweede termijn, die is bedoeld voor het debat straks, maar dat er nu gelegenheid is om aan te geven of er nog onbeantwoorde vragen zijn. De heer Dols geeft aan dat zijn vraag over de wob-verzoeken over verlichting nog niet is beantwoord. De wethouder legt uit dat dit vragen van burgers zijn over openbare verlichting en het verband met de technologische ontwikkelingen. Hij benadrukt het belang van de raad te informeren over de ontwikkelingen van de pilot in de Zeeheldenbuurt. Dit hangt af van twee factoren: ruimte in de agenda van de raad en komen met de juiste en volledige informatie. De doelen zoals deze verwoord zijn door de heer Janssen onderschrijft de wethouder, maar hij kan niet zeggen of deze allemaal gehaald zullen worden, aangezien het hier een experiment betreft. Duidelijkheid over de data geldt eveneens voor het project met de snuffelfiets. In aansluiting op de informatie die mevrouw Kaufmann heeft gevonden op het internet geeft de wethouder aan dat SittardGeleen ook partner is van de smart city foundation. Vanuit deze Foundation is er een boek verschenen en mevrouw Kaufmann krijgt hiervan een exemplaar. Het concept van smart city zal ook veranderingen brengen in het bestuur van een gemeente.

De heer Renet vraagt de wethouder wat hij concreet gaat doen aan de verbetering van het informatiesysteem voor de inwoners. De wethouder kiest ervoor om er op dit moment niet op in te gaan, aangezien de dienstverleningsvisie, waar deze vraag over gaat, een ander thema is. Bovendien gaat de raad zelf over dit informatiesysteem. De wethouder is wel bereid de vraag door te spelen naar de personen die hierover gaan. Hiermee sluit de voorzitter de eerste termijn af en inventariseert of er behoefte is aan een debat in de tweede termijn. Dat is het geval. Tweede termijn De heer Boonen geeft de wethouder complimenten voor de beantwoording van de vragen, alsook voor de verwoording van het raadsvoorstel vanaf de samenvatting. Echter op de vraag om in te stemmen met het document ‘Visie Smart City Sittard-Geleen’ kan de heer Boonen namens DNA niet positief reageren. Het document is voor hem op twee punten niet voldoende, inhoudelijk onduidelijk en taalkundig onbegrijpelijk. Hij stelt daarom voor om boven de samenvatting te plaatsen dat dit de visie is, zodat DNA het juiste document kan vaststellen.

15

De voorzitter roept de leden op te reageren op het voorstel van de heer Boonen, dat hij richtte tot de raad. De heer Renet is het eens met de heer Boonen. De heer Dols is het in principe eens met de heer Boonen maar benadrukt dat wordt aangegeven dat het een concept betreft. De wethouder geeft aan dat het de bedoeling is dat de raad het document waar de heer Boonen naar verwijst vast gaat stellen. De heer Tillie geeft aan dat hij het document wel leesbaar vindt, al moet hij toegeven dat het niet voor iedereen toegankelijk is. Echter het is een visiestuk over een ICT-wereld die niet voor iedereen toegankelijk is. Voor hem wordt er duidelijk beschreven waar de gemeente heen wil. Hij kan daarom positief reageren op het verzoek het stuk vast te stellen. De heer Boonen blijft bij zijn standpunt dat het document niet leesbaar is voor de gemiddelde Nederlander. Hij benadrukt dat de raad het document moet vaststellen voor de burgers en die moeten het wel kunnen snappen. De heer Janssen is het oneens met de heer Boonen. Hij geeft aan dat het hier gaat om een typisch visiestuk waarin het perspectief wordt geschetst. Bovendien worden er her en der in duidelijke taal voorbeelden gegeven. Wat de heer Janssen belangrijker vindt is dat de raad wordt betrokken bij de ontwikkelingen. De heer Boonen geeft aan dat er nu sprake is van een drogreden: als we het altijd zo doen, is het dus goed.

Maar hij vindt dat het dus eigenlijk altijd fout wordt gedaan. Hij roept op om kritisch om te gaan met het taalgebruik en -niveau in de stukken. Nogmaals wijst hij op de samenvatting in het voorstel, waarin helder, kort en bondig staat beschreven wat de visie is. De heer Tillie zegt dat hij voorstander is van begrijpelijke taal voor iedereen. Hij meent dat het visiestuk bedoeld is voor de raad en de samenvatting kan dan worden voorgelegd aan de inwoners. Wanneer het concreet wordt met een plan van aanpak wordt duidelijk gemaakt wat er bedoeld wordt. Ten slotte haalt hij het voorbeeld van een begroting aan, dat is ook voor slechts weinigen begrijpelijk. Voor hem is het onderliggende visiestuk begrijpelijk. Hoewel mevrouw Kaufmann aanvankelijk bij het lezen problemen ondervond, is zij het eens met de heer Tillie. Zij ziet het visiestuk als bedoeld voor de raad en de samenvatting uit het voorstel kan dan worden voorgelegd aan de inwoners. De heer Renet sluit zich aan bij de opvatting van de heer Boonen en het bevreemdt hem dat de meeste aanwezige leden van de raad akkoord gaan met de vaststelling van het visiestuk. De wethouder vindt het jammer dat de discussie nu gaat over de vorm van het document en niet over de visie zelf. Het is de visie waarover de raad het eens moet worden.

Het is daarom belangrijk dat voor eenieder de omschrijving duidelijk is en hij stelt voor het document terug te nemen en er een tekstuele verbeterslag op toe te passen. Aan de inhoud wordt niets gewijzigd. Of dat lukt vóór de raadsvergadering kan de wethouder niet beloven. Lukt dat niet dan komt het een volgende keer op de agenda, maar dan zal het niet meer in de Ronde besproken hoeven worden. Het gaat dan alleen om vaststellen. De heer Boonen onderstreept dit krachtige signaal. Hij benadrukt dat het hem niet om de inhoud gaat, maar om de begrijpelijkheid. De voorzitter vraagt de aanwezigen of zij met de handelwijze van de wethouder akkoord kunnen gaan. Er komen geen tegenwerpingen waarop de voorzitter concludeert dat er een raadsvoorstel voorligt waar in zijn algemeenheid steun voor gegeven kan worden, maar dat men niet unaniem akkoord kan gaan met

16

de formuleringen in de visie zelf. De wethouder gaat ermee aan de slag en zal op enig moment met een aangepast stuk terugkomen. Het lijkt de voorzitter waarschijnlijk dat het stuk niet op de agenda komt voor de komende raadsvergadering, tenzij het de wethouder lukt om voor die datum met een verbeterd document te komen. De voorzitter vraagt de raad of, indien dit laatste het geval is, dit agendapunt als hamerstuk kan worden beschouwd. Dat zal niet lukken, aangezien de raad het stuk eerst wil kunnen inzien. De voorzitter somt de toezeggingen van de wethouder op: • de wethouder zal op korte termijn komen met een evaluatie van het snuffelfietsproject naar de raad met terugkoppeling naar de deelnemers. • over de pilot in de Zeeheldenbuurt komt op termijn van waarschijnlijk een halfjaar een pleinpresentatie en wellicht eerder als de agenda van de raad dit toelaat. • de wethouder zal de leden van de raad het boek van de Foundation Smart City uitreiken. De heer Renet mist nog de actie op de verbetering van het bestaande informatiesysteem voor de burgers. Er ontstaat een korte discussie of dit wel verband houdt met het besproken agendapunt. De wethouder geeft aan dat hij hierover navraag zal doen bij wethouder Bühler voor wat betreft Vergunningen. De heer Renet zal een terugkoppeling krijgen via het college van wethouder Bühler.

De voorzitter dankt de aanwezigen voor hun inbreng en de belangstelling en sluit de vergadering.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=fc6000c7-98cf-493e-b32f-c231f2289a3c