Notulen Ronde Raadzaal 23 november 2023
Tekst van het document
Notulen van de Ronde in de Raadzaal op donderdag 23 november 2023
1.1 Verordening Starterslening Gemeente Sittard-Geleen 2024 Tijdstip:
19.00-19.30 uur
Aanwezig de voorzitter: de griffier:
R.E.W. Breidenbach A.C.J. Lamers-Beckers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie: PIT:
E.J.C. Janssen P.J. Brouwers C.H.H. Klingestijn J.E. Janssen B. Bonten L. Hoogenberg M.H.J. Klaassen P.W.M. Winteraeken-Bruls L. Wakrim
het college:
wethouder L.G.A.J. Geilen
ambtenaar:
de heer Machiels
notulen:
M. Migo (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter opent de ronde en heet iedereen welkom. Er komen deze avond vijf agendapunten aan de orde. Er wordt gewerkt met het concept van ‘schuivende panelen’. Het eerste agendapunt is de Verordening Starterslening Gemeente Sittard-Geleen 2024. Gevraagd wordt om de raad te adviseren over de vaststelling van deze verordening, de huidige verordening in te trekken en de lening aan Stichting SVn met 800.000 euro te verhogen voor de uitvoering van de starterslening door deze stichting. Aanwezig is wethouder Geilen met als ambtelijke ondersteuning de heer Machiels. Eerste termijn Mevrouw Winteraeken-Bruls (SPA) merkt op dat het voor SPA een hamerstuk is, maar ze heeft wel een vraag aan de wethouder: in de stukken wordt gesproken over doelgroepen, om wie gaat het dan? De heer Klaassen (PVV) geeft aan dat de gemeente al tien jaar startersleningen verstrekt. De regeling is urgent. Hij heeft een aantal vragen aan de wethouder: • De bovengrens is gekoppeld aan een provinciale regeling. In het raadsvoorstel staat dat de verhoging van het bedrag een keer per abuis niet is doorgevoerd in Sittard-Geleen. Is bekend hoeveel
1
•
aanvragen hierdoor ten onrechte afgewezen zijn? En is geprobeerd om deze individuele aanvragers alsnog te bereiken? Met ontwikkelaars van nieuwe huizen kan worden afgesproken dat een deel van hun aanbod onder het maximale leenbedrag blijft. Waarom is die koppeling er bij de startersregeling nu niet? Wat gaat het college eraan doen om voor die categorie nieuwbouw het effect van de startersregeling te vergroten? Gaat het college met de ontwikkelaars van nieuwe woonwijken afspraken maken dat een deel van de nieuwbouw onder het bedrag van 280.000 euro blijft?
De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) dankt de wethouder voor de beantwoording van de technische vragen. Hierdoor is er duidelijkheid ontstaan. Zijn fractie is blij met de regeling. Nieuw is dat nu ook nieuwbouwwoningen zijn opgenomen. Door de limiet van 280.000 euro zal er door starters echter nauwelijks gebruik van worden gemaakt. • Heeft de Provincie in haar vergadering van 3 november de aankoopsom nog aangepast? • Waarom niet een maximaal leenbedrag van 56.000 euro? Dat is 20 procent van de aankoopsom van 280.000 euro, met verbeterkosten en meerwerk inbegrepen, zoals in Roermond nu het beleid is. De heer Hoogenberg (VVD) is verheugd dat Sittard-Geleen verdergaat met de startersregeling en dat er ook nieuwbouwwoningen onder gaan vallen. Hij benadrukt het belang van een goede communicatie over deze regeling. Mevrouw Janssen (GOB) wil ook haar steun uitspreken voor de nieuwe verordening. Ook GOB juicht de regeling toe en vindt het goed dat er een uitbreiding is met nieuwbouwwoningen. GOB wil het belang van inclusie benadrukken in deze verordening. Dat gaat verder dan alleen toegankelijkheid. Het gaat daarbij ook om communicatie, vindbaarheid en leesbaarheid.
GOB heeft een vraag aan de wethouder: waarom is ervoor gekozen om ten aanzien van het maximaal leenbare bedrag niet mee te gaan met de Provincie? GOB pleit ten slotte ook voor transparantie in het resterende budget en het voortzetten van tweejaarlijkse evaluaties. De heer Klingestijn (Stadspartij) meldt dat zijn partij het een prima stimulerende regeling vindt. Wellicht is het mogelijk te kijken naar een eventuele verplichting voor duurzaamheid. De heer Brouwers (CDA) geeft aan dat de gemeente interessant moet blijven voor jonge kopers. Daarom is het goed dat de startersregeling er al jaren is. Hij kondigt aan bij de begrotingsbehandeling een motie in te zullen dienen: Straatje erbij. Die roept op te onderzoeken waar in de dorpskernen er nog een extra straatje bijgebouwd kan worden. Het CDA is blij dat nu iets wordt vastgesteld zonder einddatum. Wethouder Geilen dankt de ronde voor de inbreng en beaamt dat de regeling al langer bestaat en zijn vruchten afwerpt. • In antwoord op de vraag wat je kunt doen ervoor te zorgen dat er in het segment tot 280.000 euro ook woningen beschikbaar zijn, geeft de wethouder aan dat hierover gesproken moet gaan worden. Er zijn beperkte sturingsmechanismen. Bekeken wordt hoe die op de juiste manieren kunnen worden ingezet.
Waar de gemeente zelf in positie is omdat het eigen grond verkoopt, is dat wat makkelijker en daar waar de markt het zelf ontwikkelt is het wat lastiger. • Voorgesteld wordt om niet naar het maximale leenbedrag te gaan, omdat beoogd is zo veel mogelijk mensen te helpen. Bovendien geven de cijfers geen aanleiding voor een verhoging. Het gemiddelde leenbedrag lag de afgelopen jaren immers rond de 36.000 euro. • De heer Klaassen vroeg naar de omissie van Sittard-Geleen. Het is niet na te gaan of hierdoor mensen gedupeerd zijn. • Hij is het ermee eens dat mensen moeten weten dat de regeling bestaat en dat goede communicatie dus van groot belang is. Hier wordt al werk van gemaakt. De heer Machiels beantwoordt de vraag van SPA over de doelgroepen. Er is gekeken of er ook een maximumleeftijd aan verbonden moet worden. Hier werd geen heil in gezien, omdat aanvragers meestal tussen de 25 en 29 jaar oud zijn. Tegelijk is er een duidelijke toename van 30- tot 34-jarigen. Sittard-
2
Geleen wil geen oudere inwoners uitsluiten. In Limburg hanteren alleen de gemeenten Stein en Beek een maximumleeftijd van 35 jaar. Waarschijnlijk zullen ze die grens gaan schrappen. Wethouder Geilen wil graag nog even een vraag van de heer Janssen beantwoorden, of de Provincie nog iets heeft aangepast in de regeling. Dat is niet het geval. De heer Klaassen (PVV) is benieuwd in hoeverre er met marktpartijen toch afspraken kunnen worden gemaakt aan de voorkant om onder de grens van 280.000 euro te blijven. Wethouder Geilen kan op dit moment niet zeggen wat er in het verleden allemaal precies is gedaan. Hij zal dit moeten nagaan. Wel kan hier uiteraard met marktpartijen over worden gesproken. De wethouder zegt toe om bij toekomstige nieuwbouwprojecten, zoals de tweede fase van Absbroek bijvoorbeeld, in gesprek te gaan met de projectontwikkelaar om een aantal woningen te laten aanbieden voor starters voor een bedrag dat binnen de starterslening valt. De voorzitter inventariseert of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is het geval. Tweede termijn De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) wijst erop dat Roermond werkt met een maximum leenbedrag van 56.000 euro. Er is de laatste tijd veel gebeurd op de markt. Onder andere de rente is fors gestegen. Hij wil van de andere fracties weten of zij voelen voor een verhoging naar 56.000 euro.
Mevrouw Wakrim (PIT) geeft haar complimenten aan de wethouder voor de verordening. De vragen die PIT had zijn in de eerste termijn al beantwoord. Voor PIT is het een hamerstuk. De heer Klingestijn (Stadspartij) is benieuwd hoe de andere fracties kijken naar een verplichting om iets in het huis te kunnen verduurzamen. Hij verneemt daar graag hun reacties op. Mevrouw Wakrim (PIT) vraagt wat de heer Klingestijn precies bedoelde. De heer Klingestijn (Stadspartij) merkt op dat het totaalbedrag wat hoger is. Hij stelt voor dat in ruil voor de lening ook iets aan verduurzaming te doen, bijvoorbeeld het isoleren van de wanden. De heer Brouwers (CDA) vindt het sympathiek wat de heer Klingestijn wil bewerkstelligen en kan de intentie erachter onderschrijven. Hij voelt echter weinig voor een verplichting. Het ene huis is immers veel makkelijker te verduurzamen dan het andere. Mevrouw Winteraeken-Bruls (SPA) vindt de suggestie van de heer Janssen een goede. De heer Klaassen (PVV) sluit zich aan bij de woorden van de heer Brouwers. Het punt dat de heer Janssen aandroeg is eigenlijk een eeuwige discussie. De PVV kiest ervoor meer mensen te helpen met een lager bedrag. Mevrouw Janssen (GOB) is het eens met de heer Klaassen van de PVV. De heer Hoogenberg (VVD) denkt eveneens dat 40.000 euro voldoende financiële slagkracht geeft voor starters.
Richting de Stadspartij geeft hij aan het idee achter hun suggestie heel sympathiek te vinden, maar hij is tegen zo’n verplichting voor deze groep. De heer Klingestijn (Stadspartij) bedankt zijn collega’s voor hun reacties. De voorzitter concludeert dat het voorstel in voldoende mate is besproken en als hamerstuk kan worden geagendeerd voor de gemeenteraadsvergadering van 13 en 14 december.
3
De wethouder heeft toegezegd om bij toekomstige nieuwbouwprojecten, zoals de tweede fase van Absbroek, in gesprek te gaan met de projectontwikkelaar om een aantal woningen te laten aanbieden voor starters voor een bedrag dat binnen de starterslening valt.
1.2 Leidraad ‘Doorontwikkeling Participatie’, het Participatiekader 2023 en de Participatieverordening Sittard-Geleen Tijdstip:
19.30-20.30 uur
Aanwezig de voorzitter: de griffier:
R.E.W. Breidenbach A.C.J. Lamers-Beckers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie: PIT:
B.A.J. Hoedemakers C.H.H. Klingestijn J.E. Janssen B. Bonten L. Hoogenberg M.H.J. Klaassen P.W.M. Winteraeken-Bruls L. Wakrim
het college:
wethouder L.G.A.J. Geilen
ambtenaar:
mevrouw Pereboom en de heer Vernaus
notulen:
M. Migo (Notuleerservice Nederland)
Het tweede agendapunt is de Leidraad ‘Doorontwikkeling Participatie’, het Participatiekader 2023 en de Participatieverordening Sittard-Geleen. Gevraagd wordt de gemeenteraad te adviseren over het vaststellen van de Leidraad en de Participatieverordening Sittard-Geleen en verder het opdragen aan het college om deze documenten als richtinggevend kader te hanteren voor het toepassen van participatie in de opgaven van de gemeente. Ook bij dit agendapunt is wethouder Geilen aanwezig met als ambtelijke ondersteuning mevrouw Pereboom en de heer Vernaus. Eerste termijn De heer Bonten (D66) is blij met de verwerking van de right to challenge. Wel vindt D66 dat sommige zaken te veel worden dichtgetimmerd. Door de gekozen formuleringen kan het voor burgers lijken dat de mogelijkheden voor participatie juist minder worden en dat burgers die een initiatief hebben zich door het gekozen kader ontmoedigd voelen. Hoe kan gewaarborgd worden dat mensen het gevoel krijgen dat hun
4
initiatief welkom is? En met wie van de gemeente komen ze in gesprek? Hoe wordt vervolgens bepaald of sprake is van een nuttige participatie? Het gaat dan dus om initiatieven vanuit de burgers. D66 vindt het erg goed dat er steeds tweejaarlijks geëvalueerd wordt. De heer Hoedemakers (CDA) benadrukt dat participatie belangrijk is en moet blijven. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal dat nog meer het geval zijn. Hij is het eens met de heer Bonten dat de kaders ook als een beperking kunnen worden beleefd. Toch denkt hij dat het een mooie leidraad is. De heer Klingestijn (Stadspartij) wil graag aandacht vragen voor jongeren. Zij hebben vaak goede ideeën, maar weten meestal niet hoe ze die bij kunnen dragen of durven geen contact op te nemen met de gemeente. Daar moet dus meer op worden ingezet. Daarnaast heeft de heer Klingestijn drie vragen aan de wethouder over de website MetSittard-Geleen.nl. Wat is daarvan op dit moment de status? Hoe wordt daarop ingezet? En wat levert het op? Mevrouw Wakrim (PIT) vindt dat de Participatieverordening en het Participatiekader er goed uitzien. Ze benadrukt dat participatie voor PIT van groot belang is. Wel is zij zeer benieuwd hoe de activiteiten A tot en met D (in het schema) vooraf worden gecommuniceerd en ook naar de communicatie achteraf.
Hoe wordt het afgesloten? De heer Hoogenberg (VVD) heeft een vraag, in het kader van de Omgevingswet. Hoe streng wordt de participatie toegepast? Stel dat er een aanvraag binnenkomt en er heeft geen participatie plaatsgevonden, wordt die aanvraag dan afgewezen? De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) meldt dat zijn fractie zich helemaal kan vinden in het raadsvoorstel over de verordening en de bijbehorende nota. De raad is bij de voorbereiding ook prima meegenomen door het college en ook hij is blij met de opname van de right to challenge. Er is volgens de heer Janssen echter een verschil tussen de letter en de geest van de verordening. Hij geeft aan daarbij vooral de rol van de beleidsmedewerkers cruciaal te vinden. Er moet bij hen een cultuuromslag plaatsvinden. Er moet niet alleen getoetst worden, maar ook meegedacht en meegewerkt. Hij vraagt de wethouder of die een aanpak voor ogen heeft die zijn fractie daarbij vertrouwen geeft. Ook is voor GroenLinks/PvdA van belang dat alle inwoners van zestien jaar en ouder ook kúnnen participeren. Kan de wethouder dat bevestigen? De heer Klaassen (PVV) geeft aan iets minder positief te zijn over het stuk. Hij vond het verwarrend, vooral omdat er verschillende tekstdocumenten zijn. Er is sprake van drie verschillende leidraden/kaders en daardoor lopen er dingen door elkaar.
• De Omgevingswet verplicht gemeenten om het participatiebeleid vast te stellen en daarin participatievereisten vast te leggen en hoe aanvragers dat moeten vormgeven. Daarover trof de heer Klaassen geen document aan, terwijl hij dat wel had verwacht. Er wordt geen toetsingskader voorgelegd, terwijl de raad juist daar behoefte aan heeft. Waarom ontbreekt dat? Hij zou graag zien dat alle relevante documenten gebundeld worden en dan pas integraal aan de raad worden aangeboden. • De inwerkingtreding van de verordening in artikel 13 is niet gekoppeld aan de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet. Wat is daar de reden voor? • De verordening is doorspekt met de term ‘bestuursorgaan’. Die term is echter niet gedefinieerd in de begrippenlijst. Wat wordt daarmee bedoeld? Er staat zelfs dat de gemeente een democratisch gelegitimeerd bestuursorgaan is. Daar klopt bestuursrechtelijk niets van, want de gemeente is geen bestuursorgaan, maar hooguit een publiekrechtelijke rechtspersoon of openbaar lichaam. • De PVV concludeert over de leidraad: die is zo abstract en filosofisch dat die niets toevoegt aan het participatiebeleid dat nodig is. De andere documenten bieden wel ‘body’. • Wat is de status van de leidraad? Is dat een beleidsregel of een verordening? Wat de PVV betreft kan de leidraad worden geschrapt.
• Op pagina 14 van het Participatiekader staat het voorbeeld genoemd van crisisopvang, waarbij er geen participatietraject zou hoeven plaats te vinden. De PVV vindt het niet kies om dit specifieke voorbeeld hier nu te noemen.
5
•
De PVV vindt het voorstel dan ook niet behandelrijp op dit moment, omdat de juridische pijler ontbreekt.
Mevrouw Winteraecken (SPA) wijst erop dat de stukken op een participatieve manier tot stand zijn gekomen en noemt daar een aantal voorbeelden van. Ze vindt het goed te lezen wat er ‘achter de participatie’ zit, want dat geeft goed weer wat in het voortraject allemaal is opgehaald. Het is van groot belang dat mensen ook vernemen wat met hun inbreng is gedaan. Wat SPA betreft ligt er een goed stuk voor. Wethouder Geilen constateert dat er duidelijk verschillende opvattingen zijn: van complimenten over het doorlopen proces tot de mening dat het stuk er eigenlijk heel anders uit had moeten zien. • Bij het maken van dit beleid over participatie heeft participatie plaatsgevonden, onder andere met de raad. Bij die bijeenkomsten waren niet altijd alle fracties vertegenwoordigd. Hij vindt het jammer dat het kennelijk nog niet is gelukt de gedachtes van iedereen op de juiste manier te vertalen in het beleid. Het is van belang om altijd te blijven streven naar het voeren van de juiste discussies op de juiste momenten. • Richting de heer Klaassen geeft de wethouder aan te betreuren er niet in geslaagd te zijn om goed duidelijk te maken hoe het bedoeld is. Misschien moet daar alsnog een betere poging toe worden ondernomen. De leidraad is bedoeld om aan de organisatie duidelijk te maken hoe Sittard-Geleen participatie mogelijk wil maken.
• Het klopt dat, in het kader van de Omgevingswet, de raad inderdaad nog in positie moet worden gebracht. Besloten is om eerst vast te stellen hoe de gemeente wil gaan werken. Begin 2024 kan de raad dan de kaders vaststellen binnen de Omgevingswet. • In antwoord op de vraag van de heer Hoogenberg antwoordt de wethouder dat de wet maar beperkt mogelijkheden biedt voor afwijzing. Wel kunnen er handvatten worden geboden aan de partijen die met een ontwikkeling aan de slag gaan. Aan de voorkant kan de gemeente aangeven wat zij willen. Daarvoor is het nodig dat ook de gemeenteraad aangeeft hoever de gemeente daarin moet gaan. • Er wordt inderdaad een cultuuromslag gevraagd, antwoordt de wethouder richting de heer Janssen. Die is echter al een aantal jaren gaande. Hij noemt hier een aantal voorbeelden van, onder meer rond de Toekomstvisie en de Omgevingsvisie. • Richting de heer Klingestijn geeft de wethouder aan dat bij de Omgevingsvisie jongeren via de scholen actief worden betrokken. • In antwoord op de opmerking van de heer Bonten, dat de kaders kunnen worden opgevat als ontmoediging, geeft de wethouder aan dat de leidraad is bedoeld voor de eigen medewerkers en niet als een verplichtend kader waar de inwoners aan moeten voldoen. De verordening geeft vervolgens aan wat de inwoners van de gemeente mogen verwachten als het gaat om participatie.
• De heer Klingestijn vroeg ook naar de status van MetSittardGeleen.nl. De wethouder legt uit wat er op dit platform staat. Er is ook de mogelijkheid voor mensen om mee te praten over sommige projecten. Het is in ontwikkeling, het is een plek die nog verder kan groeien. Mevrouw Pereboom bevestigt dat de cultuuromslag een langduriger proces is dat om een lange adem vraagt. Dat gaat heel organisch. Er is nu behoefte om te gaan stroomlijnen in alle initiatieven die er al zijn, de ene keer iets ruimer en de andere keer iets smaller. Beoogd is dat het voor de inwoners duidelijk is wat zij mogen verwachten. De overheid is co-creërend, participerend en faciliterend en daarnaast ook rechtmatig. Daartussen zit soms een spanningsveld, intern en in de samenleving als geheel. De heer Klaassen (PVV) wijst erop dat er drie documenten liggen. Beoogd is dat de inwoner van SittardGeleen zelf kan lezen hoe de gemeente participatie in de toekomst vormgeeft. Hij wil weten waar de spelregels dan staan in deze documenten. Ze zijn eigenlijk niet SMART genoeg geformuleerd. Hij is het niet eens met de geschetste tweetrapsraket en dat het toetsingskader dus begin 2024 nog volgt. In artikel 10 van de verordening wordt namelijk specifiek verwezen naar het toetsingskader, terwijl dat dus nog ontbreekt. Wethouder Geilen merkt op dat nu voorgesteld wordt zo integraal mogelijk aan te bieden.
In een vorige vergadering werd bij een ander onderwerp juist gepleit voor het per onderdeel kunnen nemen van
6
besluiten. Hij constateert dat hierover in de raad dus verschillend gedacht wordt. Als er geen Omgevingswet zou zijn gekomen, zou hij dit stuk ook voorgelegd hebben. Dit stuk gaat namelijk over hoe Sittard-Geleen wil werken, los van de Omgevingswet. Het toetsingskader is nog niet helemaal klaar. Het huidige voorstel geeft weer de input om het juiste voorstel voor te leggen over wat je kunt verlangen van derde partijen. De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) wijst erop dat twee van zijn vragen nog niet zijn beantwoord. Hij zou willen dat de cultuuromslag wordt gekoppeld aan concrete operationele afspraken. De inwoners zijn ermee geholpen als ze zien dat er gaandeweg een effect is. Voor GroenLinks is de leeftijdscategorie vanaf zestien jaar belangrijk. Hij ziet daarvoor graag een proactievere rol van de gemeente. Kan de wethouder daar nog iets over zeggen? Wethouder Geilen meent dat mevrouw Pereboom al heeft uitgelegd hoe de cultuuromslag wordt bewerkstelligd. Kan de heer Janssen iets specifieker aangeven wat hij zou willen? Afhankelijk van het onderwerp wordt geprobeerd de jongeren vanaf zestien jaar zo veel mogelijk te bereiken. Hij noemt hiervan een aantal voorbeelden. De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) merkt op dat heel veel organisaties werken met klanttevredenheidsonderzoek. Dat toetsen en monitoren is wat hij bedoelt. Mevrouw Pereboom antwoordt dat dat een mogelijkheid is.
Klanttevredenheid gaat vaak over de vraag of iemand snel genoeg de vergunning krijgt die die persoon wil. Op allerlei gebieden vindt klanttevredenheidsonderzoek plaats. Ze noemt hiervan verschillende voorbeelden. Participatie zoals hier bedoeld wordt, gaat ook over de vraag in hoeverre iemand zich betrokken voelt. Dat kan prima opgenomen worden in een klanttevredenheidsonderzoek en vaak is dat ook het geval. De gemeente hoopt vooral dat de tevredenheid toeneemt door de participatie. Het thema participatie komt op allerlei momenten en plekken in de organisatie terug: in de teamgesprekken, in een-op-eengesprekken en bij de beleidsmedewerkers. De heer Klaassen (PVV) blijft erbij dat het stuk niet SMART is geformuleerd. Hij vraagt nogmaals wat nu de status is van de leidraad. Is dat nu een beleidsvisie, is dat hét participatiebeleid, of moet dan gekeken worden naar het Participatiekader of de Participatieverordening? Wat is de beleidswaarde van de leidraad? De heer Vernaus wil graag een toelichting geven. Hij licht kort toe hoe de stukken tot stand zijn gekomen. De leidraad geeft de positie en de ambitie aan ten aanzien van participatie. Het is als het ware de kapstok van de twee andere stukken die vervolgens de waarden definiëren. Het Participatiekader geeft scherpte aan de participatie van de opgaven van de gemeente.
Om daar spelregels aan toe te voegen, is daar nog de verordening aan gekoppeld. Die verankert dus juridisch de positie van de participatie en de afspraken die in beide stukken geformuleerd staan. De heer Klaassen (PVV) denkt dat het Participatiekader het meest tastbaar is. Hij wil weten of je de leidraad echt nodig hebt om door de raad te laten vaststellen? En wat is daarna de status van dat stuk? Als het toetsingskader niet gelijktijdig wordt aangeboden, zal de PVV hierover een amendement indienen. Mevrouw Wakrim (PIT) is benieuwd hoe vooraf wordt gecommuniceerd met de betrokkenen. En hoe wordt het traject afgesloten met de burgers? Hoe weten zij aan het eind wat er precies gedaan is met hun inbreng? De heer Vernaus legt uit: samen met ‘de samenleving’ wordt vooraf een plan van aanpak participatie opgesteld. Dat wordt de leidraad voor het betreffende participatieproces. De opbrengsten worden uiteindelijk verzameld in een participatieverslag. Mevrouw Pereboom wil graag toevoegen dat die plannen van aanpak dus verschillend kunnen zijn. Ze maakt dit duidelijk aan de hand van enkele voorbeelden.
7
De heer Klaasen (PVV) constateert dat zijn vraag nog niet is beantwoord. Hij vraagt of op pagina 14 van het Participatiekader het voorbeeld van de crisisopvang van mensen uit oorlogsgebieden geschrapt kan worden. Nu wordt hierover via het participatiebeleid al een politieke uitspraak gedaan. Wethouder Geilen merkt op dat hij van dit document enkel kennis hoeft te nemen en het niet hoeft vast te stellen. Wat hem betreft kan de zin geschrapt worden. De voorzitter inventariseert of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is niet het geval. Hij constateert dat het onderwerp voldoende is besproken en kan worden geagendeerd voor de gemeenteraadsvergadering van 13 en 14 december. De wethouder heeft toegezegd dat de passage op pagina 14 met betrekking tot het voorbeeld over de crisisopvang wordt geschrapt. De PVV heeft een amendement aangekondigd over de voorliggende stukken en het daarbij ontbreken van het toetsingskader. De andere partijen geven aan dat zij geen bespreekpunten hebben bij dit onderwerp. De wethouder wil graag weten of verwacht wordt dat hij, naar aanleiding van de toezegging, een erratum aanlevert. Dit is inderdaad de bedoeling en zo wordt het dan ook afgesproken.
8
1.3 Verklaring van geen bedenkingen nieuwbouw en uitbreiding varkensstal Rijnstraat 102, Guttecoven Tijdstip:
20.30-21.00 uur
Aanwezig de voorzitter: de griffier:
R.E.W. Breidenbach A.C.J. Lamers-Beckers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie: PIT:
F. Kuburic T.E.L. Vranken A.C.M. Raven T.A.G. Baars B. Bonten L. Hoogenberg M.H.J. Klaassen P.W.M. Winteraeken-Bruls E.V.P. Talpe
het college:
wethouder L.G.A.J. Geilen
ambtenaar:
mevrouw Van Cleef
notulen:
M. Migo (Notuleerservice Nederland)
Aan de orde is het voorstel over de Verklaring van geen bedenkingen over het verruimen van een bouwkavel ten behoeve van nieuwbouw van een varkensstal en de uitbreiding van de bestaande stal met een biggenstal aan de Rijnstraat 102 in Guttecoven. Gevraagd wordt de gemeenteraad te adviseren over de verklaring dat er in beginsel geen bedenkingen zijn tegen het toestaan van de afwijking van het geldende bestemmingsplan Buitengebied Sittard en om te besluiten dat de Verklaring van geen bedenkingen automatisch verleend wordt indien er geen ontvankelijke zienswijzen tegen de ontwerpverklaring worden ingediend. Ook bij dit agendapunt is wethouder Geilen aanwezig, met als ambtelijke ondersteuning mevrouw Van Cleef. Eerste termijn Mevrouw Winteraeken-Bruls (SPA) merkt op dat dit plan al sinds 2020 in ontwikkeling is. Ze las dat het zal gaan om duurzame stallen. SPA vindt dat de plannen door moeten kunnen gaan. De heer Baars (GroenLinks/PvdA) merkt op dat het plan bij GroenLinks/PvdA de wenkbrauwen deed fronsen: een megastal tegen natuurgebied Grasbroek aan. De algehele tendens in Nederland is om te stoppen met de megastallen. Overal in Nederland worden er boeren uitgekocht vanwege de stikstofproblemen. GroenLinks/PvdA kan daarom niet met het voorstel instemmen en zal een amendement gaan indienen.
9
De heer Hoogenberg (VVD) heeft een korte vraag. Stel, de uitbreiding van deze varkensstal wordt geaccepteerd, kunnen er dan problemen ontstaan met de verbreding van de A2 op het gebied van geluidsoverlast en fijnstof? De heer Talpe (PIT) wijst erop dat er in het kader van ruimtelijke ontwikkeling al eerder is gesproken over compensatie. Uit de beantwoording van de technische vragen van PIT blijkt dat de vergunning voor de compensatie al in 2021 is geregeld. Was daarbij vanaf het begin duidelijk dat die bedoeld is als compensatie voor het nu voorliggende plan? Of is later gezocht naar mogelijkheden ten behoeve van compensatie en is deze vergunning daarbij als optie naar voren gekomen? En in hoeverre past dit voorstel bij de landelijke ontwikkelingen aangaande de stikstof? De heer Kuburic (GOB) meldt dat de fractie GOB kan instemmen met de nieuwbouw en uitbreiding van een varkensstal aan de Rijnstraat 102 in Guttecoven. De emissie van ammoniak en fijnstof zal in de nieuwe situatie afnemen en de geurbelasting blijft onder de wettelijke geurnorm. Daarnaast is aan alle andere wettelijke voorwaarden voldaan. De heer Vranken (CDA) geeft aan dat ook zijn fractie kan instemmen met de Verklaring van geen bedenkingen. Hij merkt op dat aan alle wettelijke eisen wordt voldaan in het bijzonder als het gaat om de verduurzaming van de gebouwen en het welzijn van de dieren.
Voor het CDA is het dus een hamerstuk. De heer Bonten (D66) juicht het verduurzamen van de gebouwen en de verbetering van het welzijn van de dieren toe. D66 zou de eigenaar willen stimuleren om dit te realiseren bij de bestaande stallen. D66 kan echter principieel niet achter de uitbreiding van een varkensstal staan. De veehouderij zou juist niet grootschaliger moeten worden. De wethouder denkt dat de heer Kuburic goed heeft uitgelegd hoe het zit. Vanuit ruimtelijk perspectief kan volgens het college meegewerkt worden aan deze ontwikkeling. • Er is rekening gehouden met de A2. Het sluit aan bij het inmiddels genomen tracébesluit. • In antwoord op de heer Talpe geeft de wethouder aan dat het tweede het geval is. Mevrouw Van Cleef licht dit punt toe. De compensatie was een van de voorwaarden om medewerking te verlenen aan dit plan. Daarom is het bedrijf gaan zoeken naar andere bedrijven die gestopt waren met hun bedrijfsvoering. Het heeft even geduurd voordat zo’n bedrijf gevonden was en dat is een van de redenen waarom het allemaal een aantal jaar geduurd heeft. De heer Talpe (PIT) geeft aan toch graag de reflectie van het college te willen vernemen aangaande het landelijke stikstofbeleid in relatie tot het plan dat nu voorligt. Wethouder Geilen antwoordt dat de stikstofparagraaf in het raadsvoorstel is ingevuld.
Tegelijkertijd ligt er een voorstel waarbij getoetst moet worden op de ruimtelijke ordening. Dat is de vraag die nu aan de orde is. Op grond van de ruimtelijke ordeningsgrondslagen kan hier wat het college betreft mee worden ingestemd. Ten aanzien van geur en stikstof zal er een verbetering van de situatie ontstaan. De heer Baars (GroenLinks/PvdA) heeft een vraag. Klopt het dat het zo lang geduurd heeft, omdat er een aantal reeds vergunde uitstootrechten is opgekocht van andere kleine bedrijven om die grote megastal te kunnen realiseren? Mevrouw Van Cleef licht toe: een van de redenen waarom het zo lang geduurd heeft, is dat de wetgeving vooral op het gebied van stikstof steeds veranderde. Een andere reden is dat de ondernemer moest gaan zoeken naar een bedrijf binnen de gemeente dat gestopt was met de bedrijfsvoering. De heer Bonten (D66) merkt op dat er ten aanzien van stikstof en fijnstof wordt gedaan alsof het alleen maar beter wordt. Hij wijst erop dat uit de geurberekeningen duidelijk wordt dat de geurbelasting toeneemt in de nieuwe situatie. Het blijft wel onder de geurnorm, maar dit is wel degelijk een
10
verslechtering. Waarom wordt er gezegd dat de situatie niet verslechtert, terwijl uit het raadsvoorstel blijkt dat dat wel het geval is? Wethouder Geilen merkt op dat in het raadsvoorstel niet staat dat de situatie verslechtert. Er staat wel dat de belasting onder de wettelijke norm blijft. Dus is er geen ruimtelijk argument om het niet toe te staan. De heer Bonten (D66) citeert: “Uit de geurberekeningen wordt duidelijk dat de geurbelasting toeneemt in de nieuwe situatie.” De wethouder antwoordt dat hij weet wat er opgeschreven is. Er staat dat het toeneemt, maar niet dat het verslechtert. De heer Bonten (D66) is benieuwd of de wethouder het met hem eens is dat het oorspronkelijk ruimer binnen de wettelijke norm bleef en nu minder binnen de wettelijke norm blijft. De wethouder is het ermee eens dat je dichter bij de bovengrens van de wettelijke norm komt. De heer Bonten (D66) concludeert dat dat in zijn woordenboek een verslechtering is. Het is niet zo dat er tussen ‘goed’ en ‘slecht’ geen gradaties zijn. Wethouder Geilen reageert dat hij zich niet wil wagen aan ‘goed’ of ‘slecht’, want dat zijn subjectieve beoordelingen. Er is een norm waar je wel of niet aan voldoet. De voorzitter inventariseert of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is niet het geval. Hij vraagt aan de heer Baars of die kan aangeven wat de strekking zal zijn van het door hem aangekondigde amendement.
De heer Baars (GroenLinks/PvdA) licht toe dat het voorstel uitgaat van geen bedenkingen, maar zijn fractie heeft duidelijk wel bedenkingen. De voorzitter concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. GroenLinks/PvdA heeft een amendement aangekondigd. D66 wil de inhoud daarvan afwachten en daarna mogelijk nog zaken bespreken in de raad.
11
1.4 Verzoek tot herziening/wijziging van het bestemmingsplan Sittard-Zuid specifiek voor de percelen aan de Tersteeglaan Tijdstip:
21.00-21.30 uur
Aanwezig de voorzitter: de griffier:
R.E.W. Breidenbach A.C.J. Lamers-Beckers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie: PIT:
F. Kuburic J.H. Smeets A.C.M. Raven T.A.G. Baars B. Bonten L. Hoogenberg M.H.J. Klaassen P.W.M. Winteraeken-Bruls E.V.P. Talpe
het college:
wethouder L.G.A.J. Geilen
ambtenaar:
de heer Friesen
notulen:
M. Migo (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter heropent de vergadering. Aan de orde is de afwijzing van de aanvraag tot herziening/wijziging van het bestemmingsplan Sittard-Zuid voor de percelen aan de Tersteeglaan. Gevraagd wordt de raad te adviseren over deze afwijzing. Ook bij dit agendapunt is wethouder Geilen aanwezig. Ambtelijk wordt hij ondersteund door de heer Friesen. Voor dit agendapunt heeft de heer Mooren zich gemeld aan inspreker. De voorzitter heet hem welkom. De heer Mooren legt uit dat zijn buurman van plan is een opbouw te plaatsen. Hij wist niet dat dit onderwerp nu op de agenda staat. Dat vindt hij vreemd, omdat hij het verzoek tot wijzigen van het bestemmingsplan zelf heeft gedaan. Hij verzoekt om het wijzigen van het bestemmingsplan voor het plangebied van de Tersteeglaan terug te brengen naar de oorspronkelijke uitgangspunten en stedenbouwkundige randvoorwaarden zoals destijds van toepassing waren in het bestemmingsplan Campinacomplex. De bewoners zijn niet op de hoogte gesteld van latere bestemmingsplanwijzigingen, terwijl die wijzigingen ingrijpend waren voor met name de bezonning en het ruimtelijke karakter van de woningen op het Campinaterrein. Hij beschrijft de relevante gebeurtenissen die vervolgens hebben plaatsgevonden. Hij wil graag weten waarom de gemeente haar gemaakte fouten niet heeft gerepareerd en wijst op het zorgvuldigheidsbeginsel.
Hij schetst ten slotte de verwachte belemmeringen die recente bouwplannen van zijn buren voor hem zouden hebben. Ook bij andere bewoners is er onrust ontstaan. Zijn bezwaren werden door de gemeente afgewezen. De heer Mooren legt uit waarom dit in zijn optiek ten onrechte is.
12
De heer Raven (Stadspartij) merkt op dat de heer Mooren erop wijst dat de gemeente in het verleden al fouten heeft gemaakt. De gemeente zegt nu daar eigenlijk niet meer op terug te kunnen komen. Zitten de stukken waaruit blijkt dat sprake was van fouten bij de vorige bestemmingswijzigingsplannen bij de stukken die nu aan de raad zijn verstrekt? De heer Mooren antwoordt: het ging om het toestaan van opbouwen boven de drie meter. Met de wijziging van het bestemmingsplan is daar zes meter van gemaakt. Deze wijziging is plotseling opgedoken toen het vorige bestemmingsplan onder het bestemmingsplan Sittard-Zuid kwam te vallen. Hij heeft nu geen stukken bij zich, maar kan die wel aanleveren. De heer Kuburic (GOB) vermoedt dat de heer Mooren bedoelde dat niet alle regels zijn overgenomen van het bestemmingsplan Campinacomplex. Klopt het dat de stedenbouwkundige randvoorwaarden buiten beschouwing zijn gelaten toen dat plan onder bestemmingsplan Sittard-Zuid is geschoven? Dat is inderdaad zo, bevestigt de heer Mooren. Het Campinacomplex had een bestemmingsplan met heel specifieke randvoorwaarden en uitgangspunten. Het kwam destijds voort uit een coproductie van de gemeente, architecten en toekomstige bewoners. De heer Klaassen (PVV) wijst erop dat in het stuk staat dat de heer Mooren via zijn advocaat of rechtstreeks over de besluitvorming wordt geïnformeerd.
Is het echt zo dat hij geen brief heeft ontvangen? De heer Mooren antwoordt dat hij inderdaad geen brief heeft ontvangen. De heer Klaassen (PVV) geeft aan benieuwd te zijn naar de toelichting van de wethouder. De heer Kuburic (GOB) heeft nog een verduidelijkingsvraag. Hij las in de stukken dat in 2008 al bezwaar is gemaakt door de gehele straat tegen de eerste opbouw destijds. Toentertijd heeft ook de bewoner van Tersteeglaan 6 bezwaar gemaakt tegen de opbouw. Is dat dezelfde persoon die nu zelf een hogere opbouw wenst? De heer Mooren antwoordt dat dit inderdaad dezelfde persoon is. Hij licht toe wat er sindsdien is gebeurd. Eerste termijn De heer Smeets (CDA) geeft aan dat het CDA tegen de wijzigingen van het bestemmingsplan is. De heer Raven (Stadspartij) hoopt de stukken waar hij zojuist om verzocht via de griffie aangeleverd te krijgen. In de betreffende periode heeft volgens hem in 2006 een inhaalslag plaatsgevonden in relatie tot achterstallige wijzigingen van bestemmingsplannen. Daar is toen flink druk op gezet. Van de wethouder wil de heer Raven weten of deze bestemmingsplanprocedure daar ook onder viel. De casus zelf is lastig, omdat er deels schuld wordt gelegd bij de gemeente. Het zou betekenen dat de gemeente in financiële zin moet gaan faciliteren, want de buurman wil daar nu op grond van zijn rechten iets bouwen.
Om hoeveel geld zou het gaan als de gemeente daarvoor aansprakelijk zou worden gesteld? De heer Kuburic (GOB) heeft een aantal aanvullende vragen naar aanleiding van de stukken en het raadsvoorstel: • Waarom is de eis uit het bestemmingsplan Campinacomplex om een woning drie meter uit de erfgrens te plaatsen bij de herziening in 2006 zonder enige herziening losgelaten? • Hoe kan het beperken van de bouwhoogte op de erfgrens de realisatie van nultredenwoningen in de weg staan? Kan de wethouder dit toelichten? • In het raadsvoorstel staat dat de suggestie is gedaan dat wanneer alle bewoners van de Tersteeglaan de aanvraag steunen dit mogelijk kan leiden tot een ander gemeentelijk standpunt. Aan wie is die suggestie gedaan? En zijn alle bewoners van de Tersteeglaan hiervan op de hoogte
13
gesteld? GOB is voorstander dat de hele straat schriftelijk wordt geïnformeerd indien dat nog niet is gedaan. De heer Talpe (PIT) merkt op dat het oorspronkelijke bestemmingsplan Campinaterrein gewoon bij de stukken in iBABS zit. Uit artikel 5 lid 3 onder b en f van dat bestemmingsplan blijkt dat de huidige bouwmogelijkheden reeds in het oorspronkelijke plan aanwezig waren. Hij citeert de bepalingen onder b en f. PIT concludeert dan ook dat er geen sprake is van een verruiming van de bouwmogelijkheden ter plaatse en ziet dan ook geen mogelijkheden het bestemmingsplan hierop aan te passen. PIT kan dus instemmen met het voorliggende voorstel. De heer Baars (GroenLinks/PvdA) heeft dezelfde vraag als GOB: hoe is het mogelijk om meer nultredenwoningen te bouwen als je nog een verdieping toestaat? De heer Klaassen (PVV) is benieuwd of bij een van de bestemmingsplan herzieningen sprake is geweest van een omissie of een ambtshalve wijziging, waar de inspreker over sprak. Kan dat getraceerd worden? En zijn er daardoor bewust of onbewust gevolgen ontstaan voor de mogelijke bouwhoogtes? Ook verneemt hij graag hoe het kan dat de aanvrager zelf niet op de hoogte is gesteld van de behandeling van zijn eigen aanvraag. Wethouder Geilen wijst erop dat de heer Talpe terecht aangaf dat bij de stukken ook het bestemmingsplan Campina alsmede de herzieningen daarna zijn bijgevoegd.
• In antwoord op de vraag van de heer Raven, of er wellicht onbewust door de vele bestemmingsplanherzieningen in 2006 iets is weggevallen, verwijst de wethouder naar het raadsbesluit van destijds, op pagina 73 van bijlage 01 in iBABS. Hij leest voor wat daar staat. Er ts toen wel degelijk een bewuste keus gemaakt voor meer flexibiliteit. • Als de raad al zou besluiten om het bestemmingsplan te wijzigen dan heeft dat geen doorwerking voor de bouwvergunning die verleend is. De heer Friesen beantwoordt de resterende vragen: • Hij legt via een voorbeeld uit wat de gedachte is waardoor via meer verdiepingen meer mogelijkheden ontstaan voor een nultredenwoning. • De actualisatieslag van de bestemmingsplannen begon in 2004. Toen is ambtelijk uitdrukkelijk de opdracht gekregen om de bestemmingsplannen meer flexibel op te stellen en te dereguleren. • Hij heeft zowel de heer Mooren als zijn advocaat telefonisch gesproken. Hij heeft beiden de suggestie gedaan om de bewoners in de straat te benaderen en wellicht dan gezamenlijk tot een standpunt te komen. De heer Raven (Stadspartij) geeft aan nog geen antwoord te hebben gehad op zijn vraag over de mogelijke hoogte van planschade op het moment dat er een correctie zou plaatsvinden. De heer Friesen antwoordt dat dat zou moeten worden bepaald door een onafhankelijke planschadeadviseur. Hij kan dit zelf moeilijk aangeven.
De heer Kuburic (GOB) merkt op dat de heer Friesen aangaf dat er geen nadere eisen zijn gesteld, maar wijst op artikel 5 lid 5 sub a en leest deze bepaling geheel voor. In het document ‘Stedenbouwkundige randvoorwaarden’ ziet hij dat de bouwhoogte wordt vastgesteld op twee bouwlagen. Hij leest ook deze passage voor. Waarom zou deze vernauwing van de bouwvoorschriften mee worden gegeven, vraagt hij. De heer Friesen antwoordt dat in de bouwvoorschriften staat wat er gebouwd mag worden. Hij verwijst naar artikel 5 lid 3 en licht toe wat daar staat. In lid 5 staat dat B&W bevoegd zijn nadere eisen te stellen. Dat hebben B&W echter niet gedaan. Wel zijn er stedenbouwkundige randvoorwaarden bepaald die gedeeltelijk in strijd zijn met de bouwvoorschriften. Een bouwaanvraag moet getoetst worden aan de bouwvoorschriften. De stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn het toetsingskader voor de welstand. De heer Kuburic (GOB) verwijst naar pagina 12 en 13 van de toelichting op het bestemmingsplan en citeert opnieuw en vraagt hoe hij dat moet zien.
14
De heer Friesen licht toe: op basis van de stedenbouwkundige randvoorwaarden hadden B&W nadere eisen kunnen stellen. Dat hebben ze echter niet gedaan. De heer Kuburic (GOB) citeert een passage onder het kopje ‘Procedure’. De heer Friesen geeft aan dat dat precies aangeeft wat hij zojuist zei. De heer Klaassen (PVV) wil nog weten of de aanvrager nu wel of niet actief is gewezen op de behandeling. De heer Friesen geeft nogmaals aan telefonisch contact te hebben gehad met zowel de heer Mooren als met zijn advocaat. Hij heeft toen aangekondigd dat er een voorstel tot een weigering aan zou komen. Hij heeft de heer Mooren niet uitgenodigd voor deze vergadering en geeft toe dat dat zijn fout is geweest. De heer Kuburic (GOB) wil weten of de andere bewoners van de Tersteeglaan nog schriftelijk worden geïnformeerd. De heer Friesen geeft aan geen bericht te hebben gekregen dat alle bewoners van de Tersteeglaan de betreffende aanvraag zouden steunen. De heer Kuburic (GOB) wil weten of hij ervoor open staat als hij dat bericht alsnog zou krijgen. De heer Friesen antwoordt dat het niet aan hem is daarvoor open te staan. Uiteindelijk gaat namelijk de raad over de besluitvorming. De heer Raven (Stadspartij) wil graag weten wat op dat moment de procedure zou moeten zijn.
Stel dat de raad er gevoelig voor is, zou deze aanvraag dan alsnog moeten worden gehonoreerd? Daardoor zou er ook planschade ontstaan. De heer Friesen licht toe dat er een Omgevingsvergunning is verleend voor de opbouw, conform het bestemmingsplan. Er is bezwaar gemaakt tegen die verleende vergunning. Stel dat het bestemmingsplan nu gewijzigd zou worden dan wordt de verleende vergunning niet meer getoetst aan het gewijzigde bestemmingsplan. De heer Raven (Stadspartij) geeft aan op de minnelijke weg te zitten. Wat gebeurt er als alle mensen in de betreffende straat aangeven het verzoek toch te willen steunen? Is er dan sprake van een bouwvergunning die niet geactiveerd kan worden met planschade als gevolg? En is het toch mogelijk het dan in de minnelijke sfeer op te lossen? De heer Friesen benadrukt nogmaals dat de bouwvergunning in principe onherroepelijk is, tenzij de rechter er anders over oordeelt. Dat betekent dat de opbouw gerealiseerd kan worden. De heer Raven (Stadspartij) schetst het scenario dat het gemeentebestuur zich geroepen voelt om met de mensen te gaan praten en zich inspant de ontstane schade ‘minnelijk te regelen’, waardoor er mogelijk geen gebruikgemaakt zal worden van de bouwvergunning. Wethouder Geilen wijst erop dat er twee dingen door elkaar lijken te lopen.
De heer Mooren heeft uitgelegd waarom zijn buurman volgens hem de uitbreiding niet mag realiseren. Dat is het ene spoor. Daarnaast ligt er een verzoek voor het wijzigen van een bestemmingsplan. Dat laatste geldt niet met terugwerkende kracht. Je zou aan de persoon die de vergunning heeft gekregen kunnen vragen daar geen gebruik van te maken, zoals de heer Raven opperde, maar dan zou de wethouder graag eerst willen weten hoe de raad daarover denkt en hoe dat financieel gedekt zou moeten worden. Ook wijst hij op de precedentwerking van een dergelijk scenario. Hij geeft de raad mee daar wel heel goed bij stil te staan.
15
De heer Raven (Stadspartij) geeft aan dat hij niet het gevoel heeft gekregen dat alles correct verlopen is. Hij wijst nogmaals op de hoge druk die er destijds was om de bestemmingsplannen te herzien. Wethouder Geilen stelt vast, zonder daarover een waardeoordeel te willen geven, dat de heer Raven nog geen kennis heeft kunnen nemen van het grote pakket aan bijlagen. Hij verwijst opnieuw naar het voorblad van het raadsbesluit, op pagina 73 in bijlage 01 waar staat dat er bewust ruimte wordt gegeven aan ruimere mogelijkheden. De heer Kuburic (GOB) vraagt of de ruimere uitleg niet zit in de planologische regeling. Hij verwijst naar de toelichting op het bestemmingsplan uit 2006 en citeert een passage. Hij begrijpt dat de vergunde verlening voor de heer Mooren onherroepelijk is, maar dat betekent volgens hem niet dat het voor de rest van de straat te laat is. Zij zouden eigenlijk de kans moeten krijgen om te reageren op hetgeen tijdens deze ronde besproken is. Wethouder Geilen geeft aan te begrijpen wat de heer Kuburic zegt. Het staat hen allen vrij om het verzoek te doen een bestemmingsplan te wijzigen. Dat verzoek ligt er niet. Er ligt nu een verzoek van één persoon om het bestemmingsplan te wijzigen. Daarover moet nu geoordeeld worden.
De heer Talpe (PIT) vermoedt dat als de overige bewoners van de straat een verzoek zouden indienen om het bestemmingsplan aan te passen om de bouwmogelijkheden in te perken ze daarmee dus ook hun eigen bouwmogelijkheden voor de toekomst beperken. Hij ziet de heer Friesen knikken. De voorzitter inventariseert of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is het geval. Tweede termijn De heer Raven (Stadspartij) benadrukt dat het geen makkelijke kwestie is. Hij wijst nogmaals op de grote druk die destijds zat op het wijzigen van de bestemmingsplannen, omdat er sprake was van achterstanden. Er kan geen honderd procent garantie worden gegeven dat dat allemaal goed is gegaan. Hij plaatst de casus die nu aan de orde is in dat kader. Hij is benieuwd of de gemaakte fouten, waar de inspreker naar verwees, schriftelijk onderbouwd kunnen worden. Hij zou het toejuichen als de gemeente een participerende rol zou kunnen spelen. Hij schat in dat de eventuele planschade niet al te hoog zal zijn. De heer Talpe (PIT) is van mening dat er geen grondslag is voor het herzieningsverzoek. In het kader van behoorlijk bestuur en transparantie naar de inwoners toe, zowel de aanvrager als de omwonenden, is het belangrijk dat aan de voorkant duidelijk wordt aangegeven waar vergunningen aan getoetst worden.
PIT zou zeer terughoudend willen zijn daar vervolgens van af te wijken, ook vanwege precedentwerking. De heer Klaassen (PVV) wijst erop dat hier een ‘postzegelbestemmingsplanaanvraag’ ligt. Het is nog niet eens gelukt de aanvrager op de hoogte te stellen van de behandeling daarvan. Wat hem betreft kan al het beleid over participatie in de prullenbak op het moment dat blijkt dat dit zelfs bij eenvoudige cases niet in de praktijk kan worden gebracht. Wellicht is het nog de moeite waard alle bewoners op één lijn te krijgen. Hij waardeert de pogingen daartoe van de heren Kuburic en Raven. De heer Bonten (D66) waardeert het dat de heer Raven de hand in eigen boezem steekt als het gaat om eventuele onzorgvuldigheid van de raad waarvan hij deel uitmaakte in 2006. Hij vindt het wel moeilijk te rijmen met wat diezelfde raad heeft geschreven in het raadsbesluit (pagina 73, bijlage 01). De wijziging van 2006 was volgens hem eigenlijk helemaal geen wijziging ten opzichte van het daarvoor geldende bestemmingsplan. De voorzitter concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is. Het voorstel kan worden geagendeerd voor de gemeenteraadsvergadering van 13 en 14 december. Hij concludeert dat het als bespreekpunt op de agenda zal worden gezet, afhankelijk van de aangeleverde informatie door de inspreker.
16
1.5 Vaststelling bestemmingsplan Bedrijventerrein Mauritspark Tijdstip:
21.30-22.00 uur
Aanwezig de voorzitter: de griffier:
R.E.W. Breidenbach A.C.J. Lamers-Beckers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie: PIT:
F. Kuburic P.T.H.M. Henssen A.C.M. Raven T.A.G. Baars B. Bonten L. Hoogenberg M.H.J. Klaassen P.W.M. Winteraeken-Bruls E.V.P. Talpe
het college:
wethouder L.G.A.J. Geilen
ambtenaar:
de heer Driessen
notulen:
M. Migo (Notuleerservice Nederland)
Het laatste agendapunt van de vergadering betreft de vaststelling van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Mauritspark. Gevraagd wordt de raad te adviseren over het vaststellen van de Nota van zienswijzen en wijzigingen, geen exploitatieplan vast te stellen, in te stemmen met het uitgangspunt dat de hoogte van het groepsrisico gelijk blijft en ten slotte het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. De heer Mastenbroek heeft zich gemeld om in te spreken, in zijn hoedanigheid als voorzitter van de werkgroep Mijnverleden Staatsmijn Maurits. Portefeuillehouder Geilen is opnieuw aanwezig. Hij wordt ambtelijk bijgestaan door de heer Driessen. De heer Mastenbroek licht toe dat het doel van de werkgroep is: structureel aandacht schenken aan het rijke mijnverleden van Geleen. Daartoe organiseert de werkgroep tal van activiteiten. De werkgroep is blij dat in het bestemmingsplan aandacht wordt geschonken aan de cultureel-historische waarde van het gebied. Ook is de werkgroep blij dat het AMF-gebouw behouden blijft en hoopt dat dit ook zal gelden voor de buitendelen en de glas-in-loodramen bij de trappartijen aan de binnenkant. Het gebouw zou het predicaat ‘gemeentelijk monument’ moeten krijgen. Ook is de werkgroep blij met het behoud van de twee reliëfs van Quanjel op de huidige locatie. Hopelijk wordt dit monument wel een keer goed schoongemaakt.
De werkgroep vindt het wel jammer dat het plan een ‘postzegelplan’ is en geen integraal plan voor het hele Mauritspark. Net buiten het plangebied ligt het hoofdkantoor van de voormalige staatsmijn Maurits, het Loongebouw, een Rijksmonument. Er is de werkgroep veel aan gelegen daar weer een goede bestemming in te krijgen. Worden de mogelijkheden aldaar nu ingeperkt door de
17
wijziging die vanavond voorligt? Ten slotte roept de werkgroep de raad op om te kijken of DSM de grond wil verkopen, de koepelvergunning eraf te halen en daardoor meer mogelijkheden te creëren in het Loongebouw. De heer Talpe (PIT) is benieuwd of het wat de werkgroep betreft nodig is het voorliggende bestemmingsplan te wijzigen of kunnen de wensen ten aanzien van het Loongebouw ook via een separaat traject worden gerealiseerd? De heer Mastenbroek antwoordt dat gekozen is voor een postzegelplan. De werkgroep is op zich niet tegen de bespreking van dit plan in de raad, tenzij het effect ervan is dat de mogelijkheden voor het Loongebouw erdoor worden verminderd. Eerste termijn De heer Henssen (CDA) dankt de heer Mastenbroek voor het inspreken. Bij de bestemmingsregels wordt aangegeven dat het plangebied volgens de vastgestelde archeologische beleidskaart een hoge archeologische verwachting heeft. Hij licht toe wat dat betekent. In planregel artikel 6, 6.2 onder C staat dat pas vanaf 50 centimeter een onderzoeksplicht is voorgeschreven. Waarom wordt hier van het vastgestelde archeologische beleid afgeweken? De heer Bonten (D66) geeft aan dat D66 in principe kan instemmen met wat voorligt. Hij wil de heer Mastenbroek bedanken voor zijn inbreng en verneemt heel graag een reactie van de portefeuillehouder daarop.
Mevrouw Winteraeken-Bruls (SPA) merkt op dat er veel zienswijzen zijn ingediend. In de stukken staat dat er nog zes woningen op het terrein staan die nog niet verlaten zijn en nog een aantal aanwezige bedrijven. Is er met hen wel al overeenstemming bereikt over een vertrek? De heer Baars (GroenLinks/PvdA) geeft aan dat zijn fractie problemen heeft met punt 3. Het Mauritspark was altijd een monumentaal woonwijkje, een uitzondering in de groene bufferzone rond Chemelot. In het verleden is al toegestaan dat bij de rotonde bij Lindeheuvel een bedrijf kon komen, in de groene bufferzone rond het Chemelot-terrein. De bufferzone is niet voor niets aangelegd. Dat heeft ook te maken met groepsrisico. GroenLinks/PvdA vraagt zich af waarom juist op die plek het bedrijventerrein moet komen. Waarom wordt niet gewoon gekozen het leeg te vegen? Bovendien kan het Loongebouw enkel behouden blijven als de komst van het bedrijventerrein niet wordt toegestaan. De heer Talpe (PIT) heeft een vervolgvraag naar aanleiding van de beantwoording van de technische vragen van zijn fractie. Hij is dankbaar voor de uiterst snelle beantwoording. • Aangegeven werd dat in september jl. overleg heeft plaatsgevonden naar aanleiding van de ingediende zienswijze van de Provincie en dat daarna aanpassingen hebben plaatsgevonden.
Is de Provincie akkoord met deze aanpassingen? • Ook is aangegeven dat de zogenaamde ‘stand still’ volgt uit een raadsbesluit uit 2011. Was er in dat raadsbesluit van 6 juni 2011 ook sprake van een evaluatiemoment wat betreft die stand still? • Aan de griffie verzoekt de heer Talpe om alle relevante raadsstukken met betrekking tot de Veiligheidsvisie Chemelot-Westelijke Mijnstreek te verstrekken. • Kan de wethouder een reactie geven op hetgeen door de heer Mastenbroek is aangegeven ten aanzien van het Loongebouw? • Kan het college een reactie geven op de schriftelijke inspraakreactie van DSM? Wethouder Geilen wijst erop dat jaren geleden al door de raad is besloten de woonwijk om te vormen tot een bedrijventerrein. Dat is wat met dit bestemmingsplan uiteindelijk gerealiseerd wordt. Het bedrijventerrein voorziet ook in de behoefte van het MKB om meer bedrijfspanden te kunnen realiseren. Daarom wordt niet voorgesteld het terrein leeg te vegen, maar te benutten voor bedrijven. • Met het voorstel wordt het mogelijk Wijkbeheer op deze locatie te vestigen, in het AMF-gebouw. Dat sluit aan bij de kern van het betoog van de heer Mastenbroek, dat alle monumenten benut moeten worden zodat ze behouden kunnen blijven.
18
•
• • • •
•
De werkgroep wil het AMF-gebouw voordragen als gemeentelijk monument. Het is de intentie van het college om het gebouw weer in oude glorie te herstellen. Inmiddels is een toevoeging uit een latere periode gesloopt, waardoor de oude ingangpartij met bordes weer zichtbaar is. Ook de glas-inloodramen in het trappenhuis blijven volledig intact. Dat geldt ook voor het trappenhuis zelf. Hij wil alle plannen graag nog een keer met de werkgroep delen. In reactie op de oproep om het monument van Quanjel schoon te maken, geeft hij aan dat die is gehoord. Bekeken zal worden hoe dit kan worden meegenomen. De werkgroep zou graag zien dat de Loonhal weer een functie krijgt en wilde weten of die ontwikkeling mogelijk belemmerd wordt door dit bestemmingsplan. Dat is niet het geval. De wethouder merkt op dat de heer Henssen de stukken goed heeft gelezen. Hij heeft gelijk, het moet inderdaad dertig centimeter zijn. Dit zal aangepast worden. Het college heeft een tegenreactie gegeven op de reactie van de Provincie. Daarvan is niet begrepen dat ze het daarmee oneens zouden zijn. Met DSM heeft een gesprek plaatsgevonden. Dat heeft tot een aantal aanpassingen geleid.
DSM heeft vandaag (23 november) een aanvullende zienswijze toegestuurd met een nadere onderbouwing waarom zij vinden dat de bedrijven in vaste brandstoffen, in vloeibare en gasvormige brandstoffen en in de minerale olieproducten uit de lijst van bedrijfstakken geschrapt moeten worden. Het college stelt voor dat ook te doen. De wethouder stelt voor een gewijzigde bijlage te sturen waar deze bedrijfstakken uit verwijderd zijn. Mevrouw Winteraeken-Bruls vroeg onder andere naar de zes woningen. Die zijn inmiddels door de gemeente verworven. Sinds 1 november worden ze ook niet meer bewoond. Op korte termijn worden ze gesloopt. De bedrijven die er nog stonden kunnen gewoon blijven staan.
De heer Henssen (CDA) wil weten of het gebouw waar Van der Meer is gehuisvest intact blijft, of wordt daar nog iets mee gedaan? Wethouder Geilen antwoordt dat dat niet het geval is. Er is enkel opdracht gegeven tot verwerving van de woningen. De heer Talpe (PIT) herhaalt zijn vraag over de stand still. De heer Driessen geeft uit zijn hoofd aan dat dat niet het geval was. De voorzitter inventariseert of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is niet het geval. Hij dankt allen en sluit de bespreking van het onderwerp af. Hij concludeert dat het voorstel in voldoende mate is besproken en als hamerstuk kan worden geagendeerd voor de gemeenteraadsvergadering van 13 en 14 december. De voorzitter herhaalt de toezeggingen van de wethouder: • De diepte voor het laten uitvoeren van archeologisch onderzoek wordt aangepast naar dertig centimeter in plaats van de nu vermelde vijftig centimeter. • Er komt een wijziging die ziet op de staat van bedrijven in bijlage 1 van het bestemmingsplan. Deze bedrijven zullen geschrapt worden van de lijst. Hierna sluit de voorzitter de vergadering.
19