CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Ronde Raadzaal 23 januari 2025

Raad 6 februari 2025, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Vaststellen van de notulen (1)7.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 23 januari 2025 Tijdstip:

19.00-21.51 uur

1.1 Planning & Controlcyclus 2025 (Buhler) 19.00-19.30 Aanwezig de voorzitter: de griffier:

D. Pfoster A. Cortlever

de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie PIT:

M.W.C. Claessens G.J.M.C. Essing-Demandt A.C.M. Raven M.J.M. De Loo B. Bonten J.M.H. Joosten J.J. Renet niet vertegenwoordigd M.M.J.T. Schenk-Hermans

het college:

Wethouder J. Bühler

ambtenaar: overige aanwezigen notulen:

De heer De Bruijn I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)

Eerste termijn De voorzitter opent de vergadering om 7 uur en heet iedereen welkom. Hij geeft aan dat er twee voorstellen volgens het principe van schuivende panelen behandeld zullen worden. De fractie van Forum voor Democratie is niet aanwezig. Vooraf konden technische vragen gesteld worden, zodat nu het politieke debat kan plaatsvinden over de raadsvoorstellen. Als eerste wordt het voorstel Planning & Controlcyclus 2025 besproken, waarin de inrichting en planning hiervan wordt vastgesteld. De technische vragen van de fractie PIT en de bijbehorende antwoorden zijn toegevoegd aan de stukken in iBabs. Dit voorstel zal volgende week donderdag verder besproken worden in de commissie B&V, waarna eventuele opmerkingen schriftelijk met de raad worden gedeeld. De bespreking verloopt in twee termijnen. De heer De Loo (GroenLinks/PvdA) feliciteert de wethouder, de ambtelijke ondersteuning en de raad met het hoge rapportcijfer dat de gemeente Sittard-Geleen deze week heeft ontvangen op het gebied van financiën. Daarna maakt hij een korte opmerking over de P&C-cyclus. Hij merkt op dat er in de agendering nog geen rekening is gehouden met de datum van de begrotingsmarkt. Hij roept de wethouder op om zo snel mogelijk de datum te communiceren, dit zorg voor een maximale bezetting op de avond van de begrotingsmarkt.

1

De heer Raven (Stadspartij) sluit zich aan bij de felicitaties. Hij benadrukt dat hij van mening blijft dat de gemeentelijke belastingen omlaag kunnen, nu de gemeente een rapportcijfer van negen heeft behaald. Volgens hem zou een iets lager cijfer, zoals een zeven, ook volstaan, wat tegelijkertijd zorgt voor lagere lasten voor de burgers. Mevrouw Joosten (VVD) benadrukt dat de financiële positie van de gemeente een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van de raad en het college. Via de P&C-cyclus worden ontwikkelingen gemonitord en wordt geprobeerd tijdig op veranderingen in te spelen. Vandaag bespreekt de raad het spoorboekje van de P&C-cyclus 2025, dat belangrijke peildata bevat voor de besluitvorming. De VVD stelt voor om de peildatum voor de eerste wijziging van de belastingmaatregelen 2026 naar voren te halen, zodat deze in de raadsvergadering van 12 en 13 november kan worden meegenomen. Dit is volgens haar belangrijk, omdat vorig jaar al snel na het vaststellen van de begroting in november aanpassingen nodig waren, wat leidde tot inefficiëntie en extra werkdruk. Het vervroegen van de peildatum biedt de raad de mogelijkheid om tijdig en integraal besluiten te nemen, wat de kwaliteit van de besluitvorming ten goede komt. Ze stelt ook voor om tussen de Ronde en de raadsvergadering één in plaats van twee weken te plannen, zodat meer tijd is voor afstemming en voorbereiding.

Hoewel deze veranderingen mogelijk dit jaar niet meer haalbaar zijn, roept zij op om deze vanaf volgend jaar door te voeren. Daarnaast vraagt zij aandacht voor het dierenwelzijnsbeleid, dat al twee jaar op zich laat wachten, en dringt ze aan op voortgang. Ze roept de wethouder op om in gesprek te gaan met gemeenschappelijke regelingen om te zorgen dat stukken tijdig en met voldoende ruimte voor verwerking worden aangeleverd. De heer Claessens (GOB) geeft aan dat de P&C-cyclus elk jaar uitgebreid wordt besproken om de planning goed op elkaar af te stemmen. Volgens zijn fractie verloopt dit proces de laatste jaren steeds beter, mede doordat eerdere opmerkingen over planning en tijdige aanlevering van stukken steeds meer worden meegenomen. Hierdoor heeft de raad voldoende tijd om technische vragen te stellen en de stukken grondig door te nemen. Hij prijst de aanpak rondom de behandeling van de stukken van de gemeenschappelijke regelingen. Deze worden nu meer verdeeld over verschillende momenten, wat volgens hem een verbetering is ten opzichte van eerdere jaren waarin alles op één avond werd behandeld. Verder geeft hij aan dat de planning voor de raad goed lijkt te zijn opgesteld. Hij gaat ervan uit dat er ook rekening wordt gehouden met een haalbare planning voor het college en de ambtelijke organisatie, maar hoort het graag als er knelpunten zijn.

Tot slot vraagt hij om verduidelijking over twee punten. Hij wil meer informatie over de mogelijkheid om een tweede Ronde in te plannen, omdat dit een uitdaging kan zijn in de al volle agenda van de raad. Ook vraagt hij naar de status van het doorwerkingsonderzoek over de toegankelijkheid van de begroting, dat volgens hem nog niet van start is gegaan. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) begint met het delen van haar felicitaties aan het team Financiën voor de hoge score. Over de stukken merkt zij op dat deze, inclusief de beantwoording van technische vragen, duidelijk zijn. Wel vraagt ze aandacht voor de termijn tussen de laatste raadsvergaderingen halverwege november en de deadline voor het indienen van stukken bij de provincie. Ze hoopt dat deze periode voldoende ruimte biedt voor de ambtenaren om de stukken definitief te maken, zonder dat er te veel tijdsdruk ontstaat. Verder vindt ze het positief dat uit de stukken blijkt dat gewerkt is met indicatoren om de meetbaarheid van producten te verbeteren, hier heeft het CDA eerder om gevraagd. Ze waardeert ook dat er voldoende tijd is ingepland tussen het aanleveren van stukken en het stellen van technische vragen, al wijst ze erop dat één deadline direct na het herfstreces ligt, wat mogelijk lastig kan zijn.

Wethouder Bühler benadrukt dat het hoge rapportcijfer een gezamenlijke prestatie is van de raad en het college, aangezien ze een unanieme begrotingbehandeling hebben gehad. De wethouder deelt mee dat de begrotingsmarkt is gepland op 8 oktober en dat er een informatiesessie plaatsvindt op 21 augustus. Deze datums zullen via de griffie z.s.m. gecommuniceerd worden.

2

Over de vraag van de VVD met betrekking tot de raadsvergadering en de Rondes rondom de begroting legt ze uit dat deze data bewust zijn vastgesteld in overleg met de raad. De huidige opzet geeft voldoende tijd voor het stellen en beantwoorden van technische vragen en zorgt voor een efficiënte besluitvorming. Ze adviseert deze planning niet te wijzigen, om te voorkomen dat de volgorde van processen wordt verstoord. Met betrekking tot de stukken van de gemeenschappelijke regelingen herinnert ze eraan dat er eerder een motie is aangenomen om deze stukken tijdig aan te leveren. Hierop is direct actie ondernomen, mede omdat dit inmiddels een wettelijke verplichting is. De heer De Bruijn (ambtelijke ondersteuning) beantwoord de vraag over de peildatum. Hij geeft aan dat de belastingmaatregelen primair worden vastgesteld tijdens de raadsvergadering van 12 en 13 november, samen met de begroting 2026. In december volgt mogelijk een aanpassing, gebaseerd op bijstellingen op de meest recente prognose van de BsGW. Mevrouw Joosten (VVD) komt terug op het punt van de belastingmaatregelen en wijst op de inefficiëntie die in december is ontstaan toen nieuwe cijfers van de BsGW bekend werden en aanpassingen nodig waren. Dit leidde in de raad tot nieuwe ideeën en wijzigingen, wat volgens haar niet efficiënt is.

Ze stelt voor om de eerste wijzigingen, die vooraf al bekend zijn, eerder mee te nemen in het proces om dit te verbeteren. Ze benadrukt dat het niet haar bedoeling is om minder tijd te besteden aan technische vragen, maar dat de planning efficiënter kan. Momenteel zit er twee weken tussen de Ronde en de raadsvergadering, terwijl het volgens haar beter zou zijn om daar één week van te maken. Hierdoor ontstaat eerder meer tijd aan de voorkant van het proces, waarin zaken zoals de meicirculaire kunnen worden meegenomen. Wethouder Bühler legt uit dat de belastingmaatregelen niet in november kunnen worden vastgesteld, omdat de laatste begroting van de BsGW, die noodzakelijk is voor verfijnde gegevens, pas in december beschikbaar komt. Hoe later in het jaar de gegevens worden aangeleverd, hoe nauwkeuriger ze zijn. Dit is van belang om bijvoorbeeld de WOZ-waarde correct vast te stellen en bezwaren van inwoners te voorkomen. Over het dierenwelzijnsbeleid geeft ze aan dat dit onderwerp niet onder haar portefeuille valt, maar dat er wel aan gewerkt wordt. Ze kan echter geen concrete toezeggingen doen over wanneer dit aan de orde komt. De heer De Bruijn (ambtelijke ondersteuning) geeft als antwoord op de GOB aan dat voor de P&C-cyclus standaard één Ronde wordt gehanteerd, voorafgegaan door schriftelijke technische vragen.

Als er in de planning twee data bij een ronde staan, moet er nog een keuze worden gemaakt voor één datum. Wethouder Bühler geeft aan dat het doorwerkingsonderzoek van de Rekenkamer binnenkort van start gaat, met een kick-off bijeenkomst die volgende week gepland staat. Op de vraag van het CDA over de tijdsdruk bij het aanleveren van stukken aan de provincie antwoordt ze dat de deadline van 14 november om middernacht altijd een uitdaging is. Desondanks is de inschatting dat de deadline haalbaar is. De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten en het agendapunt gaat als hamerstuk naar de raadsvergadering. De voorzitter schorst de vergadering voor 3 minuten tot het volgende agendapunt.

3

Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 23 januari 2025 Tijdstip: 19.00-21.51 uur 1.2 Verordening Wmo gemeente Sittard-Geleen 2025 (Tillie) 19.30-21.51 Aanwezig de voorzitter: de griffier:

D. Pfoster A. Cortlever

de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie PIT:

E.J.C. Janssen G.J.M.C. Essing-Demandt A.C.M. Raven A.E.H. Wielders B. Bonten J.M.H. Joosten J.J. Renet niet vertegenwoordigd M.M.J.T. Schenk-Hermans

het college:

Wethouder I. Tillie

ambtenaren:

Mevrouw Crombag Mevrouw Roufs

notulen:

I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter heropent de vergadering en vervolgt met het raadsvoorstel voor de Wmo-verordening van de gemeente Sittard-Geleen 2025. Tijdens de raadsvergadering van 12 december 2024 is dit voorstel doorgeschoven naar de vergadering van 6 februari 2025 vanwege een herziening van de pgb-tarieven voor professionele Wmo-ondersteuning en ontvangen signalen hierover. Het college heeft een aangepast raadsvoorstel en raadsbesluit voorgelegd, waarbij de focus ligt op de wijzigingen ten opzichte van de verordening van 2024. Het voorstel is om de nieuwe verordening vast te stellen en deze met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025 in te laten gaan. In iBabs zijn de technische vragen en antwoorden van fracties zoals GroenLinks, PvdA en PIT beschikbaar. D66 heeft vandaag nog aanvullende vragen gesteld, die vóór de raadsvergadering beantwoord zullen worden. Bij dit agendapunt zijn drie insprekers aanwezig. Mevrouw Swinckels van zorgaanbieder Intensoplus benadrukt het belang van de begeleiding die zij biedt aan jongvolwassenen en volwassenen binnen de Wmo van de gemeente Sittard-Geleen. Het gaat om kwetsbare mensen die door hun beperkingen niet voldoende zelfredzaam zijn en afhankelijk zijn van professionele hulp. Zij waarschuwt dat de verlaging van de pgb-tarieven in de gemeente ernstige gevolgen heeft voor zowel de cliënten als de zorgaanbieders.

De lagere tarieven veroorzaken stress en onzekerheid bij cliënten en hun families, omdat zij vrezen minder cruciale zorg te kunnen ontvangen. Intensoplus, dat werkt met een kwetsbare doelgroep, geeft

4

aan dat een vertrouwde band tussen begeleider en cliënt essentieel is voor effectieve begeleiding. Door de lagere tarieven dreigt de organisatie haar kosten niet meer te kunnen dekken, wat resulteert in minder beschikbare zorg. Ze roept op om de impact van deze maatregelen op de kwetsbare doelgroep serieus te nemen en te voorkomen dat deze essentiële hulp wegvalt. Mevrouw Joosten (VVD) vraagt verduidelijking over het feit dat er nog op de website van Intensoplus staat dat ze zorg in natura leveren. Mevrouw Swinckels geeft aan dat dat in sommige gemeenten het geval is, maar niet in Sittard-Geleen. Sinds ongeveer drie jaar zijn ze daar niet meer door gecontracteerd. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) vraagt of het klopt dat de bezuinigingen enkel bij het pgb plaatsvinden en dat de tarieven bij zorg in natura gelijk blijven? Mevrouw Swinckels bevestigt dat dit inderdaad de informatie is die haar cliënten hebben ontvangen. Mevrouw Mechelsgiersthove spreekt als moeder van een dochter die zorg op maat ontvangt via een pgb. Drie jaar geleden werd zij gedwongen over te stappen van zorg in natura naar een pgb, omdat de zorgaanbieder niet meer gecontracteerd was door de gemeente Sittard-Geleen. De gemeente stelde destijds een uurtarief van € 61,77 vast, maar dit is nu zonder uitleg verlaagd naar € 47,73, een daling van 22,73 procent.

Ze benadrukt dat deze verlaging het leveren van zorg op maat onmogelijk maakt en vraagt waarom deze drastische korting is doorgevoerd, terwijl de indicatie en zorgbehoefte ongewijzigd zijn. Haar dochter, die afhankelijk is van deze zorg, wordt hierdoor onevenredig zwaar getroffen. Ze hekelt het gebrek aan keuzevrijheid en waarschuwt dat onvoldoende zorg de behandeling en gestelde doelen negatief zal beïnvloeden, met ernstige gevolgen voor haar dochter. Met klem verzoekt zij de raad om het oorspronkelijke tarief te handhaven, aangezien de zorg van levensbelang is voor haar dochter. De heer Raven (Stadspartij) vraagt de inspreker of het klopt dat de gemeente Sittard-Geleen zelf heeft aangegeven dat er moet worden overgestapt naar pgb. De inspreker bevestigt dat dit het geval is en dat zij hierin geen keus had. Mevrouw De Jager vertelt over de impact van de aangekondigde verlaging van het pgb-tarief op haar chronisch zieke dochter, die afhankelijk is van zorg op maat. Haar begeleidster, die al zeven jaar betrokken is, speelt een cruciale rol in zowel de zorg als het mentale welzijn van haar dochter. De brief van de gemeente waarin een verlaging van 23 procent werd aangekondigd, veroorzaakte veel stress, angst en verdriet. De verlaging betekent dat zij of €2500 zelf moet betalen, wat onmogelijk is met een Wajong-uitkering, of dat haar dochter 42 uur minder zorg krijgt.

Alternatieven zoals overstappen naar zorg in natura zijn onwerkbaar vanwege lange wachtlijsten en de tijd die een nieuwe zorgverlener nodig heeft om de complexe situatie te begrijpen. Tot haar verbazing las mevrouw De Jager in recente stukken dat het tarief weer verhoogd is en de eerder gecommuniceerde verlaging van €47,73 nergens meer wordt genoemd. Ze vraagt zich af of dit een fout is en of er sprake is van gebrekkige communicatie en controle. Ze roept de gemeente op om verantwoordelijkheid te nemen, fouten op een respectvolle manier op te lossen, en de betrokkenen, inclusief zorgaanbieders, een uitgebreide excuusbrief te sturen. De voorzitter geeft aan dat het voorstel in twee termijnen besproken kan worden. Eerste termijn Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) begint haar betoog met het aanbieden van excuses namens PIT voor de situatie waarin de raad bijna een onvolledig en onjuist beleidsstuk als hamerstuk had aangenomen. Ze wijst erop dat dit alleen is voorkomen dankzij oplettende inwoners, waaronder de insprekers, die de urgentie van het probleem aan het licht hebben gebracht. Het is zorgelijk dat de raad en het college dit niet zelf tijdig hebben onderkend.

5

Ze beschrijft hoe PIT op 6 december technische vragen stelde over het beleidsstuk, waarop snel antwoord kwam. Hoewel de snelheid van de respons werd gewaardeerd, wekten de antwoorden grote zorgen. Op 9 december trok PIT intern aan de bel en drong erop aan dat het stuk geen hamerstuk kon zijn. Pas op 10 december, vlak voor de geplande vergadering op 12 december, werd het beleidsstuk van de agenda gehaald. Ze vraagt waarom het college zo lang wachtte met deze beslissing, terwijl er al eerder twijfels waren. Was dit uit eigen inzicht, of vanwege druk van partijen zoals PIT? Dit vertraagde proces wekt volgens haar de indruk dat het college niet daadkrachtig heeft gehandeld. Ze stelt dat het lijkt alsof er een ontmoedigingsbeleid wordt gevoerd ten aanzien van het persoonsgebonden budget. Hoewel de contracten voor zorg in natura goed zijn geregeld, lijkt de gemeente bewust te bezuinigen op pgb. Dit wordt gedaan door minder uren zorg te bieden of door zorgverleners hetzelfde werk voor minder geld te laten doen. Ze uit kritiek op het feit dat er al acties zijn ondernomen voordat het beleid was goedgekeurd. Zo zijn er brieven gestuurd naar cliënten, is de Sociale Verzekeringsbank op de hoogte gesteld, en heeft een andere gemeente de nieuwe tarievenlijst van Sittard-Geleen al ontvangen.

Dit alles doet vermoeden dat het college ervan uitging dat het beleidsstuk ongetwijfeld zou worden aangenomen. PIT vraagt zich af waar dit zelfvertrouwen op gebaseerd was en noemt deze werkwijze onacceptabel. Daarnaast spreekt ze haar zorgen uit over de gebrekkige betrokkenheid van de Wmo-raad. Deze raad, die juist is opgericht om de belangen van kwetsbare inwoners te behartigen, lijkt sinds september volledig buitenspel te zijn gezet. Hun adviezen zijn niet verwerkt in het beleid, en ze zijn achteraf geïnformeerd over de voortgang. Ze vraagt zich af of dit een bewuste keuze was of het gevolg van nalatigheid, maar benadrukt dat het in beide gevallen onacceptabel is. Ze wijst op het belang van de relatie tussen zorgbehoevenden en hun zorgverleners. Deze relatie is cruciaal voor het welzijn en de continuïteit van zorg, en het afbreken ervan kan ernstige gevolgen hebben. Overstappen naar een andere aanbieder is voor deze doelgroep niet zomaar een optie. Mevrouw Schenk-Hermans vraagt het college om te overwegen zorgverleners die nu via een pgb werken, opnieuw in aanmerking te laten komen voor een natura-contract. Dit zou volgens haar bijdragen aan betere zorgcontinuïteit. Tot slot doet ze een moreel appel op de raad. Ze roept de raad en het college op om zorgvuldiger en met meer aandacht voor de menselijke maat te handelen.

De heer Raven (Stadspartij) bestempelt het beleid rondom het persoonsgebonden budget als een afbreukbeleid. Hij stelt dat pgb-gebruikers structureel worden benadeeld ten opzichte van zorg in natura. Hij benadrukt de voordelen van het pgb, zoals de hoge mate van vertrouwen van zorgvragers, de beschikbaarheid van zorgverleners, en de mogelijkheid om zorg op maat te bieden. Hij vindt het onbegrijpelijk dat pgb-zorgverleners minder worden vergoed dan zorgverleners in natura, ondanks de hogere tevredenheid en het vertrouwen van cliënten in pgb-zorg. Dit noemt hij oneerlijk en onverklaarbaar. Daarnaast wijst hij op de administratieve druk die pgb-zorgverleners tegenkomen. Kleine ondernemers kunnen vaak niet voldoen aan de administratieve eisen die de gemeente stelt, waardoor veel zorgverleners worden afgewezen. Hij noemt het zorgwekkend dat dit beleid de positie van pgb’ers ondermijnt en vraagt zich af waarom de gemeente een beleid voert dat hen buitenspel zet. Hij benadrukt dat er fundamenteel moet worden nagedacht over de gelijkstelling van pgb en zorg in natura. Hij roept de wethouder op om duidelijkheid te geven over deze keuzes en in te gaan op de kritiek die herhaaldelijk is geuit, ook tijdens eerdere gelegenheden. Hij noemt het schrijnend dat de gemeente financieel gezien uitstekend presteert, maar tegelijkertijd zorgbehoevenden met 23 procent kort op hun pgb.

Volgens hem is er geen financiële noodzaak tot dergelijke bezuinigingen, en hij noemt dit beleid schandalig. Tot slot eist de heer Raven dat de wethouder niet alleen een fatsoenlijk antwoord geeft op de situatie, maar ook zijn excuses aanbiedt aan de inwoners die door deze maatregelen zijn getroffen. Mevrouw Janssen (GOB) begrijpt dat de herziening van de pgb-tarieven vragen en onrust oproept. Volgens haar zijn de aanpassingen, zoals de differentiatie tussen aanbieders en ZZP’ers en de gewijzigde berekeningssystematiek, bedoeld om een realistische en evenwichtige financiering van de Wmo-ondersteuning te waarborgen. Ze stelt vervolgens drie vragen aan de wethouder. Ze wil weten waarom het gewijzigde pgb-tarief niet eerder in het beleid is meegenomen, hoe het kan dat de Wmo-raad niet tijdig is geïnformeerd, en hoe vaak situaties zoals die door de insprekers zijn toegelicht voor zijn

6

gekomen. Daarnaast benadrukt zij het belang van het waarborgen van lopende voorzieningen en een zorgvuldige overgang voor pgb-houders. Ook benadrukt zij de noodzaak om inclusie en duurzaamheid binnen de Wmo-voorzieningen aandacht te blijven geven. Mevrouw Wielders (GroenLinks/PvdA) stelt een vraag over de stelling van het college dat de gecontracteerde aanbieders voldoende personeel hebben. Zij vindt dit lastig te rijmen met de realiteit, aangezien recent in de media werd bericht over lange wachtlijsten in de thuiszorg als gevolg van personeelstekorten. Ze vraagt zich af hoe deze informatie zich verhoudt tot het antwoord van het college. Daarnaast mist ze een duidelijke uitleg over wat er concreet is veranderd ten opzichte van voorgaande jaren om deze daling van het pgb te verantwoorden. Ook vraagt ze waarom de overheadkosten bij ZZP’ers niet volledig worden vergoed, terwijl deze kosten wel degelijk worden gemaakt. Ze benadrukt dat ZZP’ers vaak geen hoog inkomen hebben en vraagt of het gerechtvaardigd is om verder in hun inkomsten te snijden. Tot slot geeft ze aan dat haar fractie meer inhoudelijke en duidelijke onderbouwing wil zien, niet alleen voor hun eigen beeldvorming, maar ook voor de betrokkenen, zoals de insprekers.

De heer Bonten (D66) merkt op dat er veel vragen zijn gesteld, cijfers zijn genoemd en afkortingen door elkaar zijn gehaald, maar hij wil voorkomen dat de discussie verzandt in verwarrende woorden. Hij legt uit dat zijn fractie pas vandaag technische vragen heeft gesteld en dat ze de antwoorden hierop nog niet hebben ontvangen. Hij benadrukt dat het belangrijk is om het woord nu aan de wethouder te geven, zodat deze kan reageren op de vele punten die naar voren zijn gebracht. Hij refereert aan de genoemde bezuiniging van 23 procent, waarvan hij heeft gehoord dat deze mogelijk al is teruggedraaid. Hij is benieuwd naar de feiten en hoopt dat de wethouder daarover opheldering kan geven. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) merkt ze op dat er sprake lijkt te zijn van een mix van feiten en aannames. Zelf heeft ze op dit moment geen aanvullingen, maar ze geeft aan erg benieuwd te zijn naar de antwoorden op de gestelde vragen. Ze wil onder andere verduidelijking over het onderscheid tussen pgb en zorg in natura en de verklaring hiervoor. Daarnaast vraagt ze zich af in hoeverre de gemeente lokaal kan afwijken van landelijk beleid, aangezien dit mogelijk ook een rol speelt. Tot slot sluit ze zich aan bij de opmerking over de lange wachttijden voor huishoudelijke hulp.

Ze wijst erop dat signalen erop wijzen dat deze wachttijden oplopen tot minimaal vier maanden en vraagt of de wethouder hierop kan reageren. De heer Renet (SPA) begint zijn bijdrage met een terugblik op zijn ervaring als lid van de Wmo-raad rond 2010, toen de discussie over het persoonsgebonden budget begon. Hij herinnert zich hoe er destijds werd ingezet op het minimaliseren en afbouwen van het pgb, met als argumenten efficiency en kostenbesparing. Dit leidde volgens hem tot een stelselmatig beleid waarbij kleine zorgaanbieders werden wegbezuinigd, wat ruimte moest maken voor grotere organisaties. Echter, waarschuwde men destijds al voor de beperkingen en problemen van deze grote aanbieders, wat nu volgens hem bevestigd wordt door de huidige situatie waarin mensen opnieuw op het pgb zijn aangewezen, terwijl de budgetten fors zijn gekort. Hij benadrukt zijn principiële verzet tegen deze kortingen. Voor hem staat centraal dat zorg geleverd wordt op basis van kwaliteit, ongeacht of dit gebeurt via grote organisaties of kleinere pgb-aanbieders. Hij stelt dat het criterium moet zijn of de zorg goed en passend is, niet de grootte of efficiëntie van de organisatie. Daarom ondersteunt hij de oproep tot een fundamentele discussie over het pgb-beleid, zoals eerder door anderen is geopperd. Daarnaast wijst hij op een inconsistentie in beleid rondom toegankelijkheid en participatie.

Hij noemt als voorbeeld dat inwoners met een beperking niet naar culturele instellingen in Maastricht of Heerlen kunnen reizen, omdat deze buiten de toegestane zones voor vervoersvoorzieningen vallen. Hij stelt voor om specifieke bestemmingen binnen een straal van 25 kilometer toe te staan om dit probleem op te lossen. Ten tweede wijst hij op de lange wachttijden voor huishoudelijke hulp, met name in acute situaties zoals na een ongeval. Hij stelt voor om een reserve van beschikbare hulpkrachten te creëren, die in dergelijke noodgevallen snel ingezet kunnen worden. Dit zou volgens hem een praktische invulling zijn van de maatschappelijke ondersteuning die de Wmo beoogt.

7

Mevrouw Joosten (VVD) begint haar betoog met een reflectie op de voorgestelde wijziging van de Wmoverordening 2025. Ze erkent dat aanpassingen nodig zijn ten opzichte van de huidige verordening uit 2022, maar uit ook haar zorgen over het proces rondom de totstandkoming ervan. Volgens haar verdient dit proces verbetering en aandacht voor de toekomst. Vervolgens richt ze zich op een structureel probleem, de steeds hogere kosten van de Wmo, terwijl de druk op zorg en ondersteuning toeneemt en professionele organisaties zich terugtrekken of zelfs omvallen. Ze benadrukt dat dit een urgente uitdaging is die niet langer kan worden uitgesteld. Ze wil weten welke lessen zijn getrokken uit een reis van de wethouder naar Zweden, waar ze bekend staan om een vooruitstrevende zorgaanpak en hoe deze vertaald worden in de voorgestelde wijzigingen van de Wmo-verordening. Ook vraagt ze naar concrete stappen om de financiële houdbaarheid van de Wmo te verbeteren, met daarbij bijzondere aandacht voor het aangekondigde abonnementstarief en de impact hiervan op inwoners en gemeentefinanciën. Keuzevrijheid is voor de VVD een essentieel punt. Ze stelt dat inwoners de regie over hun zorg moeten behouden, met de vrijheid om te kiezen tussen een persoonsgebonden budget of zorg in natura.

Hoewel ze begrijpt waarom er een verschil in tarieven is tussen deze twee, zoals de wetgever heeft bepaald, vindt ze dat dit de keuzevrijheid niet mag beperken. Ze vraagt zich af hoe de gemeente omgaat met mensen voor wie een pgb niet meer haalbaar is en welke alternatieven, zoals de Wet langdurige zorg, worden aangedragen. Ze is ervan overtuigd dat deze verhalen bekend moeten zijn bij de gemeente en wil weten welke acties daarop volgen. Ze roept de wethouder op om een visie te schetsen voor zowel de korte termijn als de toekomst. Wethouder Tillie begint zijn betoog met een schets van de voorgeschiedenis van de nieuwe Wmoverordening 2025. Hij legt uit dat de verordening was opgesteld en dat de Wmo-raad hierover advies had gegeven, waarna dit advies werd verwerkt in de verordening. Na deze stap werden de tarieven berekend, omdat de verordening alleen de methodiek voor de berekening bevatte, maar niet de tarieven zelf. Op 14 november werden betrokkenen geïnformeerd over een nieuw tarief van € 47,73. Later bleek dit bedrag echter te laag en kwamen er signalen van inwoners en hulpverleners dat dit tot problemen zou leiden. Eind november concludeerde de gemeente dat de berekeningsmethodiek niet toereikend was. Hierdoor moest de verordening worden aangepast en werd deze uiteindelijk teruggetrokken. De wethouder benadrukte dat pgb-houders toen direct een excuusbrief ontvingen.

Hierin werd ook verzekerd dat het bestaande tarief gehandhaafd zou blijven totdat de nieuwe berekeningen klaar waren. In december volgde nog een brief aan de betrokkenen, waarin werd uitgelegd dat de vaststelling van de nieuwe tarieven en de verordening werd uitgesteld. De wethouder erkent dat het proces door tijdsdruk niet vlekkeloos is verlopen. Door de drukte rondom de feestdagen en de strakke gemeentelijke besluitvormingsprocedures werd de Wmo-raad niet opnieuw geconsulteerd over de aangepaste berekeningsmethodiek. Hij benadrukt dat dit absoluut geen bewuste keuze was, maar een fout als gevolg van de omstandigheden. Desondanks stelt hij dat de nieuwe berekeningsmethodiek beter uitpakt dan de vorige en dat betrokkenen zich geen zorgen hoeven te maken, omdat het huidige tarief blijft gelden totdat de nieuwe tarieven zijn vastgesteld. De wethouder benadrukt ook dat keuzevrijheid voor inwoners altijd centraal staat. Hij ontkent de suggestie dat pgb in de gemeente zou worden ontmoedigd. Mensen kunnen volgens hem altijd vrij kiezen tussen een persoonsgebonden budget en zorg in natura, evenals tussen verschillende zorgaanbieders. Het verschil in tarieven tussen pgb en zorg in natura verklaart hij door de verschillen in overheadkosten.

De wethouder geeft aan dat na de raadsvergadering op 6 februari de nieuwe tarieven met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025 naar de betrokkenen worden gecommuniceerd. Hij belooft ook een schriftelijke bevestiging te sturen aan de pgb-houders. De heer Renet (SPA) wil graag een specificatie ontvangen van het verschil in overheadkosten tussen persoonsgebonden budget en zorg in natura en waarom dit nodig is. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) heeft drie vragen voor de wethouder. Allereerst vraagt zij naar de communicatie rondom de verstuurde brieven. Zij merkt op dat, voor zover zij heeft begrepen, niemand deze brieven heeft ontvangen. Daarom vraagt zij de wethouder of deze verkeerd is geïnformeerd door de ambtelijke organisatie, of dat er wellicht iets niet goed functioneert binnen die organisatie. Daarnaast spreekt zij de wethouder aan op de suggestie dat organisaties die aan de gestelde voorwaarden voldoen, kunnen deelnemen aan natura-contracten. Mevrouw Schenk-Hermans geeft aan

8

dat zij een concreet voorbeeld kent van een organisatie die voldoet aan de voorwaarden in SittardGeleen, maar desondanks niet is toegelaten tot het natura-contract in die gemeente. Ze wil graag van de wethouder horen hoe dit kan. Ten slotte geeft ze aan dat zij begrip heeft voor het feit dat er fouten kunnen worden gemaakt, maar ze accepteert niet dat de Wmo-raad overgeslagen is vanwege tijdsdruk. Zij benadrukt dat de Wmo-raad een belangrijke rol heeft en dat fouten niet alleen erkend, maar ook hersteld moeten worden. Daarom stelt zij voor dat de Wmo-raad alsnog een oordeel velt over de huidige verordening, zodat de inspraak van deze raad alsnog wordt meegenomen. Ze vraagt de wethouder of deze bereid is hiermee in te stemmen. Wethouder Tillie geeft aan dat hij voor de raadsvergadering een advies van de Wmo-raad wil krijgen op de nieuwe tarieven. Mevrouw Roufs (ambtelijke ondersteuning) legt uit dat er in 2021 een nieuwe aanbesteding heeft plaatsgevonden. Deze aanbesteding was semi-open, wat betekent dat zowel bestaande zorgaanbieders als nieuwe aanbieders zich konden inschrijven. Niet alle aanbieders die voor 2022 een contract hadden, hebben zich opnieuw ingeschreven. Sommigen hebben ervoor gekozen niet verder te gaan, terwijl anderen niet voldeden aan de kwaliteitseisen die destijds gesteld werden.

Op de vraag of het mogelijk is om op dit moment zonder meer nieuwe aanbieders toe te laten, geeft mevrouw Roufs aan dat dit niet kan. De semi-open house constructie van de aanbesteding staat dit alleen toe als er blijkt dat het huidige aanbod van gecontracteerde zorgaanbieders niet voldoende is om in de zorgbehoefte te voorzien. Aangezien dat op dit moment niet het geval is, is het niet mogelijk om zomaar nieuwe aanbieders toe te laten. Ze geeft aan dat elke ingeschreven aanbieder is beoordeeld. Met betrekking tot de excuusbrief geeft ze aan dat er mogelijk sprake is geweest van een miscommunicatie tussen wethouder Tillie en de ambtelijke organisatie. Ze legt uit dat de mensen met een informeel tarief, oftewel degenen die begeleiding krijgen van een familielid uit de eerste of tweede lijn, een brief hebben ontvangen op basis van een vastgesteld tarief. Dit tarief is vastgesteld door de Centrale Raad van Beroep. Echter, er is een onjuist tarief van 47,73 euro naar deze groep gecommuniceerd. Deze fout betreft de brief waarnaar wethouder Tillie eerder verwees, die op 29 november is verstuurd. Voor mensen die een professioneel tarief ontvangen, bijvoorbeeld via een instelling of een ZZP’er, is er een andere brief verstuurd. Deze brief, die rond 16 december is verzonden, informeerde hen dat de verordening was teruggetrokken en later opnieuw zou worden vastgesteld.

In deze brief is uitgelegd dat er gewerkt werd aan een nieuwe berekeningssystematiek en dat op basis daarvan, na vaststelling van de verordening, nieuwe beschikkingen zouden worden verstuurd. In deze brief werden echter nog geen nieuwe tarieven genoemd. De heer Raven (Stadspartij) vraagt om een duidelijke uitleg over de nieuwe verordening en de gevolgen voor de pgb-tarieven. Hij verwijst naar eerdere opmerkingen van mevrouw Schenk, die stelt dat er geen verhoging voor pgb-tarieven in de nieuwe verordening zit. Hij vraagt de wethouder in eenvoudige termen te verduidelijken wat er nu precies gaat gebeuren. Zijn vraag is of mensen hetzelfde bedrag ontvangen als vorig jaar, of dat er nog sprake is van een bezuiniging of een gedeeltelijke compensatie. Aangezien wethouder Tillie aangaf dat de berekening erg ingewikkeld is geeft de heer Raven aan dat hij graag duidelijkheid over het exacte bedrag wil hebben voor de bespreking in de raadsvergadering. Verder vraagt hij verduidelijking over de bezuinigingskoers die volgens hem is ingezet. Wethouder Tillie benadrukt dat er geen bezuinigingsbeleid is ingezet. De huidige tarieven bevatten geen bezuiniging en zijn niet lager dan die van vorig jaar. Hij stelt voor om dit schriftelijk te bevestigen om eventuele misverstanden weg te nemen.

Volgens hem zijn de tarieven ook opgenomen in de toelichting op de verordening, inclusief de verschillen ten opzichte van 2024, waaruit blijkt dat de meeste tarieven zijn verhoogd. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) vraagt of de wethouder kan garanderen dat er niet aan de voorkant een verhoging van het pgb-tarief wordt doorgevoerd, terwijl aan de achterkant het aantal uren wordt verminderd. Volgens haar zou dit alsnog neerkomen op een bezuiniging, wat mensen in onzekerheid zou brengen.

9

Wethouder Tillie benadrukt dat er geen sprake zal zijn van bezuinigingen, zowel niet direct als indirect. Hij erkent de eerdere fout met het tarief van €47,73 en benadrukt dat dit is hersteld. Er komt volgens hem geen bezuiniging, noch via een directe aanpassing, noch via een indirecte route. Verder legt de wethouder uit dat de indicaties niet zullen veranderen door deze verordening of de vaststelling van het nieuwe tarief. Wel wijst hij erop dat er in de toekomst een herindicering kan plaatsvinden, maar dit gebeurt uitsluitend op basis van gewijzigde persoonlijke omstandigheden en staat volledig los van de huidige regeling. De heer Bonten (D66) vraagt zich af of de tariefwijzigingen die voortvloeien uit de nieuwe berekeningsmethode overeenkomen met de jaarlijkse indexering van tarieven. Hij merkt daarbij op dat de tarieven voor ZZP'ers juist omlaag lijken te gaan, wat volgens hem niet past binnen de logica van indexering. Mevrouw Roufs (ambtelijke ondersteuning) legt uit hoe de nieuwe berekeningssystematiek voor de tarieven tot stand is gekomen. In de eerste verordening, die later werd teruggetrokken, was er slechts één tarief voor alle vormen van begeleiding, zonder onderscheid tussen instellingen en ZZP'ers. In de nieuwe verordening is dit onderscheid wel gemaakt.

Daarnaast zijn er nu drie verschillende tarieven: één voor instellingen, één voor ZZP'ers, en een apart tarief binnen zorg in natura. Hiermee is deels teruggegaan naar de werkwijze die voor 1 januari 2025 werd gehanteerd. Voor het vaststellen van de tarieven is aansluiting gezocht bij de methodiek die al jaren wordt gebruikt voor hulp bij het huishouden. Hierbij is gekeken naar een reële kostprijs op basis van een rekentool. Deze tool heeft geholpen om per categorie te bepalen welke kosten relevant zijn. Een belangrijk verschil zit in de overheadkosten, instellingen behouden dezelfde overheadkosten als in het zorg in natura-tarief, terwijl bij ZZP'ers een afslag van 40,75 procent is toegepast, omdat hun overheadkosten niet vergelijkbaar zijn met die van instellingen. Dit verschil in declarabele kosten vormt de kern van de nieuwe systematiek. De heer Renet (SPA) wil graag weten wat voor invloed deze correctie op de begroting heeft en waardoor deze wordt gedekt. Mevrouw Wielders (GroenLinks/PvdA) wil een duidelijkere verklaring voor het feit dat wordt aangegeven dat de overheadkosten bij ZZP’ers anders zijn. Zij stelt dat ZZP’ers ook deze kosten hebben, bijvoorbeeld in de vorm van een boekhouder. Mevrouw Roufs (ambtelijke ondersteuning) legt uit dat een ZZP'er zelfstandig werkt en daardoor minder overheadkosten heeft.

Bij instellingen vallen bijvoorbeeld ook de kosten van leidinggevenden die zelf geen zorg verlenen onder de overhead. Dit verschil verklaart waarom er een afslag wordt toegepast op de overheadkosten van ZZP'ers. De afslag betekent niet dat deze kosten worden genegeerd, maar wel dat ze lager zijn in vergelijking met de overheadkosten van instellingen of in het kader van zorg in natura. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) vraagt of bij het informeren verder is gekeken dan de omgeving, bijvoorbeeld naar de handreiking voor gemeenten voor toereikende pgb-tarieven van de organisatie Per Saldo of andere aanvullende stukken die zijn gebruikt om tot een goede informatieverstrekking te komen. Mevrouw Roufs (ambtelijke ondersteuning) legt uit dat de gemeente bekend is met Per Saldo en dat zij gebruik hebben gemaakt van de rekentool voor zorg in natura, waarmee zij verplicht zijn een reële kostprijs te betalen. Deze reële kostprijs wordt doorberekend naar het pgb-tarief, waardoor ook dit gebaseerd is op een reële prijs. Ze verduidelijkt dat er enkele verschillen zijn tussen het zorg in naturatarief en het pgb-tarief, namelijk in de declarabiliteit en de berekeningssystematiek, en in de overhead die in de systematiek is meegenomen. Wat betreft de indexering geeft ze aan dat deze bij pgb-tarieven gelijk loopt met die van zorg in natura.

Het nieuwe tarief voor zorg in natura in 2025, inclusief indexering en cao-aanpassingen, wordt automatisch doorgevoerd in de pgb-tarieven. Ze benadrukt dat pgb-tarieven altijd een afgeleide zijn van het zorg in natura-tarief, waardoor veranderingen zoals indexeringen en cao-aanpassingen direct terug te zien zijn in het pgb-tarief.

10

Wat betreft wachtlijsten in de huishoudelijke ondersteuning geeft ze aan dat dit een landelijk probleem is en dat er afspraken met aanbieders zijn gemaakt om spoedindicaties prioriteit te geven. Ook wordt soms gevraagd of het sociaal netwerk of een pgb tijdelijke ondersteuning kan bieden. Wethouder Tillie erkent dat het tarief voor pgb's eerder te laag is vastgesteld, wat leidde tot klachten van pgb-houders. Het betreft ongeveer 180 pgb-houders die gebruik maken van professionele zorg. Over de budgettaire kant benadrukt hij dat de voorgestelde aanpassingen binnen het budget kunnen worden opgevangen, maar dat de groei van Wmo-kosten een voortdurende uitdaging blijft. Wat betreft de werkreis naar Zweden stelt hij dat het bezoek inzichten bood in hoe het zorgstelsel daar is ingericht, bijvoorbeeld met vouchers die vergelijkbaar zijn met het Nederlandse pgb. Hij benadrukt echter dat deze inzichten niet één-op-één toepasbaar zijn en dat het geen directe impact heeft op de huidige Wmo-verordening. Tot slot bevestigt hij dat inwoners altijd de keuzevrijheid behouden tussen zorg in natura en pgb, en dat de invoering van een eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp afhangt van landelijke wetgeving, die daarover nog onduidelijk is.

Mevrouw Roufs (ambtelijke ondersteuning) legt met betrekking tot de Wet langdurige zorg (Wlz) uit dat als de zorg of indicatie niet meer toereikend is, inwoners zich altijd opnieuw kunnen melden bij de Wmo. Vervolgens wordt er een nieuw gesprek gepland om de zorgvraag opnieuw te beoordelen. Als tijdens dat gesprek blijkt dat de zorgvraag niet meer binnen de Wmo past, wordt een aanbeveling gedaan om een aanvraag in te dienen bij de Wlz. In sommige gevallen doen mensen inderdaad zo’n aanvraag en ontvangen zij een Wlz-indicatie. Echter, voor een Wlz-indicatie is onplanbare zorg en het onvermogen om zelf te alarmeren noodzakelijk. Als niet aan deze criteria wordt voldaan, blijven mensen in de Wmo en wordt er gekeken welke indicatie het beste past bij hun situatie. Dit proces kan plaatsvinden bij een eerste gesprek, een herindicatiegesprek of een verzoek tot ophoging of wijziging van de indicatie. Mevrouw Janssen (GOB) vraagt of bij toekomstige wijzigingen direct de berekening toegevoegd kan worden, zodat hier duidelijkheid over is. Wethouder Tillie geeft aan dat de berekeningssystematiek en de methode in de verordening worden opgenomen. De gevolgen daarvan voor de bedragen worden pas later vastgesteld. Hij stelt voor dat bij een nieuwe verordening deze informatie toegevoegd kan worden, zodat er meer inzicht is in wat de uiteindelijke effecten kunnen zijn.

Tweede termijn Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) geeft aan dat het stuk zoals het nu voorligt, zonder dat de Wmo-raad hier nog naar heeft kunnen kijken, voor haar fractie onacceptabel is en stelt voor om het van de agenda te halen. Ze waardeert echter de toezegging dat de Wmo-raad alsnog wordt betrokken, maar benadrukt dat het stuk voor haar fractie geen hamerstuk zal worden en minimaal als bespreekstuk behandeld moet worden. Mevrouw Joosten (VVD) stelt een vraag aan mevrouw Wielders en geeft aan dat ze telkens een veronderstelling hoort dat de tarieven voor zorg in natura en persoonsgebonden budget hetzelfde zouden moeten zijn. Ze benadrukt dat er verschillen zijn, omdat zorginstellingen die zorg in natura bieden vaak hogere kosten hebben, zoals een gebouw en andere bedrijfskosten. Dit rechtvaardigt volgens haar een hoger tarief voor zorginstellingen die zorg in natura bieden. Mevrouw Wielders (GroenLinks/PvdA) reageert door te stellen dat ze betwijfelt of het argument over extra kosten, zoals gebouwen, relevant is. Volgens haar is het zorggeld bedoeld voor goede zorg aan de cliënt, niet om instellingen of structuren daaromheen op te tuigen. Ze benadrukt dat vanuit het perspectief van de cliënt gekeken moet worden, deze heeft behoefte aan goede zorg, ongeacht of daar leidinggevenden of een boekhouder bij komen kijken.

Ze wijst erop dat ook ZZP’ers bijvoorbeeld cursussen volgen of ruimtes inrichten, maar dat dit niet direct ten koste gaat van de zorg. Voor haar staat voorop dat het geld primair naar de zorg voor de cliënt moet gaan en niet naar het optuigen van instellingen.

11

De heer Bonten (D66) sluit zich aan bij de woorden van mevrouw Joosten wat betreft het verschil dat er zit tussen zorginstellingen en ZZP’ers. Hij geeft aan dat het wat hem betreft geen hamerstuk is. De heer Raven (Stadspartij) geeft aan dat zijn partij niet tevreden is over hetgeen vanavond besproken is. Hij waardeert wel dat de wethouder expliciet zijn excuses heeft aangeboden en heeft aangegeven te willen werken aan verbeteringen. Desondanks benadrukt hij dat woorden alleen niet voldoende zijn. Hij suggereert dat de wethouder iets concreets moet doen om de getroffen mensen tegemoet te komen, zoals het aanbieden van een bloemetje of een ander gebaar. Verder wijst de heer Raven op het verschil tussen de tarieven van zorg in natura en persoonsgebonden budget. Hij denkt dat dit niet zozeer te maken heeft met gebouwen, zoals eerder werd gesteld, maar eerder met de kosten van hogere managementlagen, zoals chefs en directeuren, in grote zorgorganisaties. Deze kosten zijn volgens hem bij pgb-aanbieders niet aanwezig, waardoor zij met een marginaal bedrag optimale dienstverlening bieden. Hij roept de wethouder op om meer aandacht te besteden aan pgb's en hun positie binnen de gemeentelijke zorgstukken te versterken, omdat deze volgens hem onvoldoende belicht worden. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) geeft namens haar fractie aan de reactie van de Wmo-raad te willen afwachten.

Ook wil ze graag nog de antwoorden op technische vragen rustig bespreken met haar fractie. Mevrouw Joosten (VVD) vraagt zich af of er een nieuw raadsvoorstel moet komen met een nieuwe Ronde, aangezien er nog zoveel onduidelijkheden zijn. Wethouder Tillie geeft aan dat het advies van de Wmo-raad pas voor de raadsvergadering beschikbaar kan zijn. De voorzitter sluit de tweede termijn en geeft aan dat de fracties op basis van de nagekomen informatie bij het vaststellen van de agenda van de raadsvergadering kunnen bepalen of het voorstel wel of niet behandeld kan worden. Hij herhaalt de toezeggingen die gedaan zijn. Specificatie overhead bij zorg in natura wordt schriftelijk beantwoord. De wethouder komt schriftelijk terug op de vraag van het aantal OVzones voor de behandeling van de raadsvergadering. De wethouder zegt toe dat de Wmo-raad om advies gevraagd wordt en dat dit advies voor de raadsvergadering beschikbaar is. De wethouder zegt toe dat hij een nieuwe was/wordt lijst van de pgb-tarieven nastuurt en daarbij de hoogte van de indexering wordt toegelicht en dit bij toekomstige wijzigingen ook zichtbaar te maken in het voorstel. Wethouder Tillie geeft aan dat hij ook heeft toegezegd om de technische vragen van D66 te beantwoorden. De voorzitter concludeert dat het stuk als behandelstuk naar de raadsvergadering gaat en sluit de Ronde.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=aef58664-1e32-4b6a-8dfd-4f56b525c039