CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Ronde Raadzaal 21 mei 2026

Raad 4 juni 2026, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Vaststellen van de notulen3.498 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 21 mei 2026 Tijdstip:

18.30 - 20.42 uur

1.1 Presentatie voorafgaand aan Rondevoorstel Programma bedrijventerreinen Westelijke Mijnstreek (Salvino) 1.1 Rondevoorstel Programma bedrijventerreinen Westelijke Mijnstreek (Salvino) Aanwezig de voorzitter: de griffier:

R. Breidenbach A. Lamers

de leden GOB: CDA: PRO: Stadspartij: D66: Forum voor Democratie: PVV: VVD: PIT: Lokaal Sittard-Geleen-Born: JA21: SP:

M.W.C. Claessens B.A.J. Hoedemakers J.E. Janssen A.C.M. Raven C. Reiner-Pibiri L.T.S. Engels T.H.J. Klaassen R. Smeets Z. Smeijsters S.A.J. Klein -

het college:

Wethouder Salvino

ambtenaar:

De heren Offermans, Hazewinkel en Wijnands

notulen:

I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. Hij licht toe dat tijdens deze rondevergadering vier agendapunten worden behandeld en dat gewerkt wordt met schuivende panelen. Verder geeft hij een toelichting op de werkwijze van de ronde. Als eerste agendapunt ligt het rondevoorstel over het programma Bedrijventerreinen Westelijke Mijnstreek voor. De voorzitter geeft aan dat voorafgaand aan de vergadering een presentatie is verzorgd over dit programma. Het programma vormt de strategische basis voor toekomstbestendige bedrijventerreinen in de Westelijke Mijnstreek. Omdat het opstellen van een programma een bevoegdheid van het college betreft, is afgesproken de raad gelegenheid te geven opmerkingen mee te geven op het conceptprogramma. De heer Hoedemakers (CDA) stelt dat zijn fractie zich goed kan vinden in de ambitie om de bedrijventerreinen in de Westelijke Mijnstreek toekomstbestendig te maken. Positief vindt hij dat de gemeenten Beek, Stein en Sittard-Geleen gezamenlijk optrekken op het gebied van economische veerkracht, verduurzaming en zorgvuldig ruimtegebruik. Ook spreekt hij waardering uit voor de aandacht voor circulaire economie, energietransitie en het versterken van bestaande bedrijventerreinen. Volgens hem is het belangrijk dat voldoende ruimte behouden blijft voor het midden- en kleinbedrijf.

1

Wel stelt hij vragen over de financiële uitwerking van het programma. Hij verwijst naar het bedrag van 2,2 miljoen euro uit het speerpunt ruimte voor mkb en vraagt hoe deze middelen concreet worden vertaald naar projecten en resultaten. Ook vraagt hij welke garanties er zijn dat investeringen daadwerkelijk leiden tot economische activiteit, verduurzaming en werkgelegenheid. Daarnaast wil hij weten hoe de raad tussentijds wordt geïnformeerd over de voortgang en de inzet van middelen. Verder vraagt hij aandacht voor de spanning tussen particulier eigendom en gemeentelijke sturing op bedrijventerreinen. Hij vraagt hoe ver de gemeente kan gaan in het sturen op ruimtegebruik, vergroening en parkeren op eigen terrein. Daarbij noemt hij als voorbeeld het parkeren op daken bij grote bedrijven. De heer Janssen (PRO) spreekt namens zijn fractie waardering uit voor het behalen van de certificaten Keurmerk Veilig Ondernemen voor bedrijventerreinen. Volgens hem dragen deze certificaten bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven in de gemeente. Hij benadrukt dat het voor zijn fractie van belang is dat bedrijven zich blijvend willen vestigen in Sittard-Geleen, ook in een veranderende economie en samenleving. Verder wijst hij op het belang van klimaatadaptatie en vraagt hij aandacht voor de betrokkenheid van het Waterschap Limburg bij de uitvoering van het programma.

Hij geeft aan dat bedrijventerreinen aantrekkelijk en toekomstbestendig moeten blijven en dat hierin maatschappelijk geïnvesteerd moet worden. Daarnaast vraagt hij aandacht voor gezondheid, veiligheid en milieubelasting rondom bedrijventerreinen. Volgens hem zouden geluid, stof, geur en veiligheidsrisico’s nadrukkelijker onderdeel moeten zijn van het programma en beter gekoppeld moeten worden aan de Omgevingsvisie. Ook vraagt hij aandacht voor monitoring van werkgelegenheid en de koppeling tussen bedrijventerreinen, onderwijs en arbeidsmarkt. De heer Smeets (VVD) geeft aan dat zijn fractie het belangrijk vindt dat voldoende ruimte beschikbaar blijft voor bedrijven en dat uitbreiding van bedrijventerreinen mogelijk moet blijven. Volgens hem zorgen ondernemers voor innovatie, banen en werkgelegenheid, zeker in een regio met Chemelot, logistiek, maakindustrie en mkb. Hij stelt dat het programma een goede basis vormt, maar volgens de VVD nog onvoldoende concreet is. Hij wijst erop dat uit het programma blijkt dat de uitbreidingsvraag tot 2030 aanzienlijk groter is dan het beschikbare harde planaanbod, vooral voor industrie en gemengde bedrijventerreinen. Volgens hem ontbreekt nog een duidelijke regionale uitbreidingsstrategie. Daarnaast spreekt hij zorgen uit over netcongestie. Hij wijst erop dat vanaf juli 2026 ook kleinere aansluitingen op wachtlijsten terechtkomen.

Volgens hem blijft uitbreiding zonder voldoende stroomcapaciteit vooral theoretisch. Daarom vraagt hij of het college bereid is concreter op te nemen hoe ondernemers ondersteund worden bij netcongestie, aansluitingen en verzwaringen van het netwerk. De heer Raven (Stadspartij) meldt dat zijn fractie het huidige aantal bedrijventerreinen in de regio wil behouden, maar uitbreiding van het ruimtebeslag zoveel mogelijk wil voorkomen. Volgens hem moet daarom nadrukkelijk gekeken worden naar meervoudig ruimtegebruik en intensiever bouwen. Hij merkt op dat veel bedrijventerreinen historisch zijn gegroeid en niet altijd toekomstbestendig zijn ingericht. Volgens hem biedt bouwen in de hoogte kansen om ook in de toekomst voldoende bedrijfsruimte beschikbaar te houden zonder extra grondgebruik. Daarbij vindt hij het belangrijk dat onderzocht wordt op welke locaties hogere bebouwing mogelijk is. Ook vraagt hij aandacht voor de architectonische kwaliteit van bedrijventerreinen, omdat volgens hem verschillende terreinen een kwaliteitsimpuls kunnen gebruiken. Mevrouw Reiner-Pibiri (D66) geeft aan dat haar fractie de meerwaarde van het programma ziet en dat het goed aansluit bij de doelen uit de Omgevingsvisie, zoals economische veerkracht, zorgvuldig ruimtegebruik, energietransitie en klimaatadaptatie. Wel vraagt ze aandacht voor de meetbaarheid van de voortgang.

Ze wil weten of de raad jaarlijks inzicht krijgt in indicatoren zoals ruimtewinst, vergroening, CO2-reductie, herstructurering en tevredenheid van ondernemers. Daarnaast vraagt ze aandacht voor de koppeling tussen bedrijventerreinen, onderwijs en inclusieve werkgelegenheid. Volgens haar moeten toekomstbestendige bedrijventerreinen niet alleen gaan over kavels en gebouwen, maar ook over mensen en arbeidskansen. Verder vraagt ze hoe wordt voorkomen dat gemengde woon-werkgebieden uiteindelijk vooral woongebieden worden, waardoor betaalbare werkruimte verdwijnt. Ook vraagt ze aandacht voor

2

verkeersveiligheid en bereikbaarheid bij Bedrijvenstad Fortuna en de Sportzone, waar ondernemers volgens haar knelpunten ervaren met vrachtverkeer en wegprofielen. De heer Klein (Lokaal Sittard-Geleen-Born) stelt dat hij veiligheid onvoldoende terugziet in het programma, terwijl recent nog certificaten voor veilig ondernemen zijn uitgereikt. Volgens hem verdient veiligheid nadrukkelijk een plek binnen de verdere uitwerking. Daarnaast uit hij kritiek op de rol van de gemeente richting ondernemers. Volgens hem is de gemeente te sturend en zouden bedrijven hierdoor uitwijken naar andere gemeenten. Hij vindt dat de gemeente vooral faciliterend zou moeten optreden. Verder stelt hij vragen over bedrijfswoningen op bedrijventerreinen. Hij vraagt hoe wordt omgegaan met voormalige ondernemers die hun bedrijfswoning willen verkopen en wijst daarnaast op signalen van illegale bewoning op bedrijventerreinen. De heer Klaassen (PVV) geeft aan dat zijn fractie vragen heeft over de concrete invulling van de energietransitie en klimaatadaptatie binnen het programma. Hij merkt op dat een groot deel van de middelen lijkt te bestaan uit subsidies en advieskosten, terwijl hij concrete maatregelen mist. Daarnaast vraagt hij waarom in het programma niets is opgenomen over kernenergie. Ook vraagt hij duidelijkheid over mogelijke windenergieprojecten en de gevolgen daarvan voor inwoners van Holtum.

De heer Claessens (GOB) meldt dat zijn fractie zich kan vinden in het streven naar toekomstbestendige bedrijventerreinen met aandacht voor duurzaamheid, herstructurering en circulariteit. Wel vraagt hij hoe ondernemers concreet worden gestimuleerd om daadwerkelijk met circulariteit aan de slag te gaan. Daarnaast stelt hij vragen over de terughoudendheid ten aanzien van kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen. Volgens hem kunnen dergelijke functies juist passend zijn op bedrijventerreinen. Verder vraagt hij aandacht voor de energieproblematiek en noemt hij gezamenlijke batterijvoorzieningen als mogelijke oplossing om ondernemers collectief te ondersteunen bij netcongestie. Wethouder Salvino benadrukt dat het programma onderdeel vormt van de Omgevingsvisie en vooral bedoeld is om richting te geven aan de toekomstige ontwikkeling van bedrijventerreinen in de Westelijke Mijnstreek. Volgens de wethouder komt in veel bijdragen naar voren dat bedrijventerreinen van groot belang zijn voor de werkgelegenheid en economische structuur van de regio. Tegelijkertijd benadrukt ze dat uitbreiding van bedrijventerreinen niet vanzelfsprekend is en dat daarom zorgvuldig moet worden omgegaan met de beschikbare ruimte. Daarbij noemt ze meervoudig ruimtegebruik, bouwen in de hoogte en slimmer ruimtegebruik als belangrijke uitgangspunten voor de toekomst.

Verder benadrukt ze het belang van samenwerking met ondernemers en parkmanagementorganisaties. Volgens haar is een goede organisatiegraad essentieel om bedrijventerreinen toekomstbestendig te maken. Via samenwerking met ondernemers kunnen volgens haar ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid, vergroening, energie en klimaatadaptatie beter worden gerealiseerd. Ten aanzien van de financiële middelen geeft ze aan dat op voorhand niet precies duidelijk is of de beschikbare middelen toereikend zullen zijn. Volgens haar raken de opgaven meerdere beleidsterreinen, waaronder duurzaamheid, openbare ruimte en economie. Ze benadrukt dat toekomstige ontwikkelingen en aanvullende middelen op een later moment opnieuw aan de raad zullen worden voorgelegd. Verder geeft ze aan dat de raad actief betrokken zal blijven bij de voortgang van het programma. Ze noemt onder meer raadsinformatiebrieven, themasessies en werkbezoeken aan bedrijventerreinen als mogelijke manieren om de raad te informeren en betrokken te houden bij de uitvoering. De heer Hazewinkel licht vervolgens toe dat netcongestie een belangrijk speerpunt binnen het programma vormt. Hij geeft aan dat op verschillende locaties al wordt gewerkt aan zogenaamde energy hubs, waarbij ondernemers gezamenlijk zoeken naar oplossingen voor energie-uitwisseling, elektrificatie en lokaal energiegebruik.

Daarbij wordt samengewerkt met ondernemers en wordt gebruikgemaakt van provinciale financiering. Wethouder Salvino reageert vervolgens op vragen over functiemenging en bedrijven die mogelijk buiten bedrijventerreinen gevestigd kunnen worden. Ze geeft aan dat op sommige bedrijventerreinen functies aanwezig zijn die niet noodzakelijk op een bedrijventerrein hoeven te liggen. Volgens haar kan het in

3

bepaalde gevallen wenselijk zijn om dergelijke functies elders onder te brengen, zodat de schaarse ruimte op bedrijventerreinen beter benut kan worden voor bedrijven die daadwerkelijk afhankelijk zijn van die locatie. Ten aanzien van bedrijfswoningen geeft ze aan dat bestaande situaties worden gerespecteerd, maar dat wonen op bedrijventerreinen niet actief wordt gestimuleerd. Op vragen van de heer Klein over illegale bewoning en voormalige ondernemers geeft ze aan dat hierover schriftelijk zal worden teruggekomen. De heer Janssen (PRO) vraagt aandacht voor milieu- en veiligheidsnormen rondom bedrijventerreinen. Volgens hem zouden onderwerpen zoals geluid, stof, geur en veiligheidsrisico’s nadrukkelijker onderdeel moeten zijn van de verdere uitwerking van het programma. Wethouder Salvino geeft aan dat deze opmerkingen worden meegenomen bij de verdere verwerking van het programma. De heer Smeijsters (PIT) vraagt vervolgens hoe lokale en regionale ondernemers actief worden ondersteund bij vestiging, uitbreiding en verplaatsing op bedrijventerreinen. Wethouder Salvino geeft aan dat het programma juist gericht is op ondersteuning van het bestaande lokale mkb en dat ontwikkelingen samen met ondernemers worden vormgegeven. De heer Engels (FvD) waarschuwt ervoor dat de overheid niet te sturend moet optreden richting ondernemers.

Volgens hem moet worden voorkomen dat ondernemers te veel worden geconfronteerd met regels en beperkingen. Wethouder Salvino geeft aan begrip te hebben voor deze zorg, maar benadrukt dat het programma vooral een ruimtelijke opgave betreft waarbij zorgvuldig met beschikbare ruimte moet worden omgegaan. De heer Klaassen (PVV) vraagt vervolgens opnieuw aandacht voor windenergie en kernenergie. Wethouder Salvino geeft aan dat hierover schriftelijk zal worden teruggekomen om misverstanden over eerder gemaakte afspraken te voorkomen. De heer Klein (Lokaal Sittard-Geleen-Born) vraagt aandacht voor veiligheid binnen het programma en merkt op dat dit volgens hem onvoldoende expliciet is opgenomen. Wethouder Salvino antwoordt dat alle opmerkingen vanuit de raad worden meegenomen bij de verdere verwerking van het programma, maar dat dit niet automatisch betekent dat ieder punt letterlijk wordt overgenomen in de definitieve versie. De heer Janssen (PRO) vraagt of schriftelijke beantwoording van aanvullende vragen beschikbaar wordt gesteld aan de gehele raad. De voorzitter bevestigt dat dit het geval zal zijn. De heer Claessens (JA21) merkt op dat eerder via een aangenomen motie in Provinciale Staten is uitgesproken dat geen windturbines in Zuid-Limburg worden gerealiseerd, mede vanwege de impact op het landschap en mogelijke gevolgen voor de Einstein Telescoop.

De heer Hoedemakers (CDA) komt terug op zijn eerdere vraag over mogelijke openeindfinanciering van het programma. Wethouder Salvino antwoordt dat momenteel niet exact kan worden vastgesteld welke middelen op langere termijn nodig zullen zijn. Volgens haar raken de opgaven meerdere beleidsterreinen en zal de raad bij toekomstige financiële consequenties opnieuw betrokken worden.

4

De heer Klaassen (PVV) vraagt vervolgens of functiemenging met woonfuncties uitsluitend betrekking heeft op het project Limburg Centraal of ook op andere bedrijventerreinen mogelijk wordt gemaakt. Vanuit de ambtelijke ondersteuning wordt toegelicht dat functiemenging in dit programma specifiek gekoppeld is aan de ontwikkeling van het stationsgebied binnen Limburg Centraal. De voorzitter constateert dat voldoende opmerkingen zijn meegegeven voor de verdere verwerking van het programma. Hij noemt daarbij de toezegging van wethouder Salvino om de raad via raadsinformatiebrieven en themasessies actief betrokken te houden bij de voortgang. Daarnaast wordt toegezegd schriftelijk terug te komen op vragen over bedrijfswoningen, illegale bewoning en de onderwerpen windenergie en kernenergie. De voorzitter sluit de behandeling van het agendapunt af en schorst de vergadering kort voor een wisseling van woordvoerders. 1.2 Wijziging van het omgevingsplan voor de Schuttersdreef (ong.) en Dorpstraat 40 te Buchten (Geilen) Aanwezig de voorzitter: de griffier:

R. Breidenbach A. Lamers

de leden GOB: CDA: PRO: Stadspartij: D66: Forum voor Democratie: PVV: VVD: PIT: Lokaal Sittard-Geleen-Born: JA21: SP:

E.J.C. Janssen B.A.J. Hoedemakers J.E. Janssen A.C.M. Raven C. Reiner-Pibiri L.T.S. Engels T.H.J. Klaassen R. Smeets Z. Smeijsters S.A.J. Klein -

het college:

Wethouder Salvino

ambtenaar:

De heer Friesen

notulen:

I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)

Na de schorsing opent de voorzitter het tweede agendapunt. Hij licht toe dat wordt voorgesteld om voor de Schuttersdreef geen plan mer-plicht meer op te nemen en het omgevingsplan via een TAM-IMROwijziging aan te passen. Daarnaast wordt voorgesteld geen publiekrechtelijke regels over kostenverhaal op te nemen, omdat dit al privaatrechtelijk is geregeld. De heer Klaassen (PVV) geeft aan dat het voorstel op zichzelf een eenvoudige bestemmingswijziging betreft, waarbij een voormalige agrarische locatie wordt omgezet naar wonen. Wel vraagt hij aandacht voor de stedenbouwkundige inpassing van de twee nieuwe bouwkavels in relatie tot de omgeving. Volgens hem is de Schuttersdreef niet ingericht als volwaardige woonstraat en ontstaat door de ontwikkeling een situatie van wonen achter wonen. Daarnaast merkt hij op dat met de ontwikkeling een open en groene kwaliteit van het gebied verdwijnt. Tot slot vraagt hij of voor de toename van bebouwing groencompensatie noodzakelijk is. De heer Smeets (VVD) is positief over het voorstel. Volgens hem dragen de twee levensloopbestendige woningen bij aan de doorstroming op de woningmarkt, doordat senioren in hun eigen kern kunnen blijven

5

wonen en andere woningen beschikbaar komen voor starters en gezinnen. Ook vindt hij het logisch dat een voormalige agrarische bestemming wordt omgezet naar wonen, passend bij de huidige woonomgeving. Wel vraagt hij hoe aandachtspunten vanuit omwonenden, zoals parkeren en materialisering, bij de verdere vergunningverlening worden geborgd. Daarnaast vraagt hij of het college dit soort kleinschalige woningbouwontwikkelingen als voorbeeld ziet voor andere dorpskernen. Mevrouw Jansen (GOB) geeft aan dat haar fractie kan instemmen met het voorstel en wijst erop dat geen zienswijzen zijn ingediend. De heer Smeets (CDA) sluit zich aan bij de eerdere bijdragen en geeft aan dat zijn fractie eveneens kan instemmen met het voorstel. Wethouder Salvino antwoordt op de vragen van de heer Klaassen dat de stedenbouwkundige van de gemeente het plan heeft beoordeeld en akkoord heeft bevonden. De heer Friesen vult aan dat geen groencompensatie noodzakelijk is, omdat de locatie binnen bestaand stedelijk gebied ligt. Naar aanleiding van vragen van de VVD licht de heer Friesen toe dat bij de verdere vergunningverlening moet worden voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen. Daarnaast geeft hij aan dat de materialisering van de woningen verder wordt uitgewerkt bij de vergunningaanvraag.

De heer Klaassen (PVV) geeft aan dat hij het wenselijk vindt dat stedenbouwkundige onderbouwingen voortaan explicieter worden opgenomen in de stukken, zodat inzichtelijk is waarom bepaalde ruimtelijke keuzes worden gemaakt. Wethouder Salvino zegt toe dat de stedenbouwkundige onderbouwing schriftelijk aan de raad zal worden nagezonden. De voorzitter constateert dat het voorstel voldoende is besproken en als hamerstuk kan worden geagendeerd voor de raadsvergadering van 4 juni. Hij schorst de vergadering kort. 1.3 Wijziging van het omgevingsplan voor een aantal percelen ten westen van de A2 (Geilen) Aanwezig de voorzitter: de griffier:

R. Breidenbach A. Lamers

de leden GOB: CDA: PRO: Stadspartij: D66: Forum voor Democratie: PVV: VVD: PIT: J Lokaal Sittard-Geleen-Born: A21: SP:

E.J.C. Janssen B.A.J. Hoedemakers J.E. Janssen A.C.M. Raven C. Reiner-Pibiri L.T.S. Engels T.H.J. Klaassen R. Smeets Z. Smeijsters S.A.J. Klein -

het college:

Wethouder Salvino

ambtenaar:

De heer Friesen

notulen:

I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)

6

De voorzitter licht toe dat wordt voorgesteld om het omgevingsplan te wijzigen door een TAM-hoofdstuk toe te voegen en te bepalen dat hiervoor geen plan mer-plicht noodzakelijk is. Daarnaast wordt voorgesteld geen publiekrechtelijke regels omtrent kostenverhaal op te nemen. De voorzitter geeft aan dat geen zienswijzen zijn ingediend. Mevrouw Reiner-Pibiri (D66) geeft aan dat haar fractie het voorstel vooral ziet als een noodzakelijke juridische en technische reparatie van de geluidszone rondom de corridor tussen havens en Chemelot. Ze merkt op dat geen zienswijzen zijn ingediend en dat het voorstel geen financiële consequenties heeft voor de gemeente. Verder geeft ze aan dat haar fractie het positief vindt dat hiermee zonering beter mogelijk wordt en inwoners beter beschermd blijven tegen geluidsoverlast. Wel vraagt ze bevestiging dat de wijziging geen extra milieuruimte creëert bovenop de reeds vergunde situatie, maar uitsluitend dient ter juridische borging van de bestaande situatie. Wethouder Salvino bevestigt dat het voorstel uitsluitend betrekking heeft op de bestaande vergunde situatie en geen aanvullende milieuruimte creëert. Daarnaast geeft ze aan dat de ontwikkeling van de multimodale corridor op termijn moet bijdragen aan een verschuiving van verkeersbewegingen van de weg naar elektrisch vrachtvervoer. De voorzitter sluit de behandeling van het agendapunt.

Hij concludeert dat het voorstel als hamerstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 4 juni. Daarna schorst hij de vergadering kort voor een wisseling van woordvoerders. 1.4 Bindend advies omgevingsvergunning voor afmeervoorzieningen bij de zuidelijke voorhaven van de westkolk van sluis Born (Geilen) Aanwezig de voorzitter: de griffier:

R. Breidenbach A. Lamers

de leden GOB: CDA: PRO: Stadspartij: D66: Forum voor Democratie: PVV: VVD: PIT: Lokaal Sittard-Geleen-Born: JA21: SP:

E.J.C. Janssen B.A.J. Hoedemakers J.E. Janssen A.C.M. Raven C. Reiner-Pibiri L.T.S. Engels J.G. Kollée R. Smeets Z. Smeijsters S.A.J. Klein -

het college:

Wethouder Salvino

ambtenaar:

De heer Van Bree

notulen:

I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter licht toe dat wordt voorgesteld positief te adviseren over de voorliggende omgevingsvergunning. De heer Kollée (PVV) geeft aan dat zijn fractie kritisch kijkt naar voorstellen waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan. Volgens hem moet dit zorgvuldig en goed onderbouwd gebeuren. In dit geval gaat

7

het volgens hem om noodzakelijke voorzieningen voor de sluis als onderdeel van een belangrijk infrastructureel project van Rijkswaterstaat. Hij geeft aan dat de werkzaamheden bijdragen aan veiligheid, onderhoud en een goede doorstroming van de scheepvaart. Omdat de ruimtelijke impact beperkt blijft en de kosten niet voor rekening van de gemeente komen, steunt zijn fractie het voorstel. De heer Smeets (VVD) stelt dat zijn fractie akkoord is met het voorstel. Volgens hem zijn de havens in Born, het Julianakanaal en de binnenvaart van groot belang voor de regionale economie, logistiek en werkgelegenheid. Hij licht toe dat het voorstel betrekking heeft op de vervanging en vernieuwing van bestaande afmeervoorzieningen als onderdeel van het project verruiming Julianakanaal van Rijkswaterstaat. Wel stelt hij twee vragen aan het college. Allereerst vraagt hij of bevestigd kan worden dat eventuele bijkomende kosten of aanpassingen in de openbare ruimte volledig voor rekening van de initiatiefnemer blijven, zodat geen extra financiële verplichtingen voor de gemeente ontstaan. Daarnaast vraagt hij of vanuit de omgeving nog aandachtspunten of zorgen zijn meegegeven tijdens de participatieprocedure en hoe hiermee is omgegaan. Mevrouw Janssen (GOB) geeft aan dat haar fractie kan instemmen met het voorstel.

Volgens haar gaat het om een noodzakelijke vernieuwing van bestaande voorzieningen ten behoeve van veiligheid en toekomstbestendig gebruik van het Julianakanaal. Ze geeft aan dat haar fractie het voorstel als hamerstuk beschouwt. Wethouder Salvino reageert op de vragen van de VVD. Ze geeft aan dat eventuele schade of bijkomende kosten in de openbare ruimte in beginsel verhaald zullen worden op de veroorzakende partij. Ze gaat er echter vanuit dat de werkzaamheden zorgvuldig worden uitgevoerd en dergelijke situaties zich niet zullen voordoen. Ten aanzien van de participatie en eventuele aandachtspunten vanuit de omgeving geeft ze aan dat hierover schriftelijk zal worden teruggekomen, omdat de ambtelijke ondersteuning de betreffende informatie op dat moment niet direct beschikbaar heeft. Ze merkt daarbij op dat er in ieder geval geen signalen van grote bezwaren of zorgen bekend zijn. De voorzitter sluit de behandeling van het agendapunt af. Hij noemt daarbij de toezegging van wethouder Salvino dat de openstaande vraag van de VVD schriftelijk zal worden beantwoord en aan de raad zal worden toegestuurd. Vervolgens concludeert hij dat het voorstel als hamerstuk kan worden geagendeerd voor de raadsvergadering van 4 juni en sluit hij de vergadering.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=30e6248d-d3d7-45a8-9433-f70e108bf603