Notulen Ronde Raadzaal 20 februari 2025
Tekst van het document
Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 20 februari 2025 Tijdstip: 19.00-22.14 uur 1.1 Rondevoorstel Financiële hulp bij humanitaire rampen (Verheijen) 19.00 uur- 19.46 uur Aanwezig de voorzitter: de griffier:
P. Boonen A. Lamers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie PIT:
M.W.C. Claessens J.E.E.A Schlössels W.P.H. Paauwe P.H.J. Kubben B. Bonten J.M.H. Joosten D.D.W. Pfoster J.J. Renet P.P.H. Vola E.V.P. Talpe
het college:
Burgemeester Verheijen
ambtenaar:
De heer Heiman
notulen:
I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)
Eerste termijn De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. Vanavond staan er twee agendapunten op de agenda, er wordt hierbij gewerkt met schuivende panelen. Technische vragen zijn vooraf gesteld, zodat de vergadering zich kan richten op het politieke debat. De heer Talpe (PIT) wijst erop dat de technische vragen over dit agendapunt niet zijn beantwoord en stelt voor om het voorstel van de agenda te halen. De burgemeester bevestigt dat de technische vragen vooraf niet zijn beantwoord, maar geeft aan dat hij de antwoorden bij zich heeft. De heer Talpe (PIT) stelt voor om een leespauze van vijf minuten in te lassen, aangezien de antwoorden op de technische vragen beschikbaar zijn. Hij wil de beantwoording eerst doornemen, omdat deze inhoudelijk en op bepaalde criteria van belang is voor de opinievorming. Als hij de antwoorden pas achteraf ontvangt, moet hij speculeren, wat hij onwenselijk vindt. De voorzitter stelt voor om de antwoorden op de technische vragen te verspreiden of te kopiëren en schorst de vergadering voor een korte leespauze.
1
De voorzitter heropent de vergadering. Hij geeft aan dat het eerste agendapunt over financiële hulp bij humanitaire rampen voortkomt uit een aangenomen motie in de raadsvergadering van 5 oktober 2023, waarin werd opgeroepen tot beleid voor toekomstige respons op rampen. In het voorstel worden de gevraagde randvoorwaarden voor dit beleid geschetst. De bespreking is gepland voor 30 minuten. De heer Talpe (PIT) benadrukt het belang van duidelijk beleid en heldere kaders voor gemeentelijke bijdragen bij humanitaire rampen. Zijn fractie steunt de aansluiting bij Giro 555, omdat dit als landelijke organisatie in samenwerking met hulporganisaties een goed uitgangspunt biedt. Eén punt van onduidelijkheid blijft de voorwaarde dat 2 procent van de inwoners uit het getroffen gebied afkomstig moet zijn. Hoewel hierover een antwoord is gegeven, vraagt hij zich af in hoeverre dit daadwerkelijk te verifiëren is als Giro 555 een gebied afbakent. Daarnaast wil hij bevestiging of de gemeente alleen doneert als Giro 555 in een bepaald gebied actief is, en in hoeverre sancties tegen bepaalde landen hierbij een rol spelen. Wat betreft de beleidslijn over donaties vooraf of achteraf, pleit hij ervoor om achteraf te informeren in plaats van vooraf goedkeuring te vragen.
Dit geeft de gemeenteraad nog altijd de mogelijkheid om achteraf een standpunt in te nemen, zonder dat dit de snelheid van humanitaire hulp belemmert. Als deze punten verder worden verduidelijkt, vindt zijn fractie dat er duidelijke kaders zijn waar de gemeente goed mee kan werken. Mevrouw Joosten (VVD) stelt de vraag of het de taak van de gemeente Sittard-Geleen is om bij te dragen aan humanitaire hulp. Het voorgestelde beleid is gebaseerd op een motie naar aanleiding van de aardbeving in Marokko en de overstroming in Libië, maar volgens haar was dat een uitzonderlijke situatie, mede door een oproep van de VNG. Dit maakt het onterecht om die ene situatie als basis voor structureel beleid te nemen. Daarnaast noemt ze praktische bezwaren, waaronder de koppeling met het percentage inwoners uit het getroffen gebied. Ze betwijfelt of de Libiërs in Sittard-Geleen wel aan de 2 procent-grens komen en wijst op de complexiteit rond dubbele nationaliteiten. Dit beleid creëert volgens haar een scheidslijn binnen de gemeenschap en is daardoor onuitvoerbaar en onwenselijk. Financieel gezien vindt ze het onverstandig om bijdragen uit de post onvoorzien te halen, aangezien dat budget bedoeld is voor onverwachte lokale uitgaven, niet voor internationale noodhulp.
Ze vreest dat gemeentelijke middelen hierdoor worden ingezet voor buitenlandse hulp, terwijl er lokaal nog genoeg uitdagingen zijn op het gebied van infrastructuur, zorg en veiligheid. Ze stelt dat humanitaire hulp een nationale en internationale verantwoordelijkheid is, waarvoor instanties als Giro 555 bestaan. De VVD vindt daarom niet dat de gemeente hier structureel aan moet bijdragen en kan het voorstel niet steunen. De heer Vola (Lokaal-SGB) benadrukt dat hulp aan mensen in nood noodzakelijk is, maar vindt niet dat de gemeente moet beslissen waar het geld naartoe gaat. Daarom zal zijn fractie het voorstel niet steunen. De voorzitter merkt op dat het debat opiniërend is en dat de uitkomsten worden teruggekoppeld naar het college, zonder dat er nu een stemming plaatsvindt. De heer Renet (SPA) stelt dat humanitaire hulp een taak is van de nationale regering, die hier geld voor heeft gereserveerd. De gemeente is volgens hen niet geëquipeerd om dit goed te beoordelen, omdat er geen ambtenaar is die zich specifiek met deze zaken bezighoudt. Hoewel zijn partij niet per se tegen hulpverlening is, vindt ze dat dit alleen via organisaties zoals de VNG zou moeten verlopen. Giro 555 is geen overheidsorganisatie, waardoor de voorkeur uitgaat naar een aanpak vanuit de nationale overheid.
Daarnaast plaatst de heer Renet vraagtekens bij de praktische uitvoerbaarheid van het beleid, met name de 2 procent-regel. Hij wijst op de complexiteit van dubbele nationaliteiten en twijfelt of dit in de praktijk uitvoerbaar is. Hoewel SPA niet volledig tegen een bijdrage via Giro 555 is, geeft ze de voorkeur aan een oplossing via de nationale overheid. Als er een meerderheid is die steun wil verlenen via Giro 555, kunnen ze zich daar echter in vinden. De heer Bonten (D66) merkt op dat veel fracties zeggen hulp aan mensen in nood belangrijk te vinden, maar vervolgens argumenten aandragen om het niet te doen.
2
Hij hekelt de discussie over dubbele nationaliteiten en de vraag of raadsleden op de hoogte moeten zijn van alle landen waar sancties tegen gelden. Volgens hem is dat niet de kern van de zaak. Hij vindt het bijna misselijkmakend dat er zoveel voorwaarden worden gesteld, terwijl de raad eerder heeft besloten dat de gemeente een bijdrage wil leveren aan humanitaire hulp. Hij steunt de keuze van de burgemeester en zijn ambtenaren om Giro 555 als leidraad te nemen, ook al is het geen overheidsorganisatie. Gezien de huidige overheid zou hij daar ook niet op willen wachten. D66 vindt dat het voorstel duidelijke kaders schetst en zal het steunen als het in de raad wordt behandeld. De heer Pfoster (PVV) stelt dat het voorstel om een kader te scheppen voor financiële hulp bij humanitaire rampen onnodig, problematisch en principieel onjuist is. Hij benadrukt dat het niet de taak van de gemeente is om namens haar inwoners te bepalen welke rampen gesteund worden. Volgens hem hebben burgers en bedrijven de vrijheid om vrijwillig te doneren aan goede doelen, zoals Giro 555, zonder dat de gemeente daar gemeenschapsgeld voor inzet. Daarnaast vindt hij het onrechtvaardig dat de gemeente bepaalt welke rampen financiële steun krijgen.
Hij vraagt zich af waarom bepaalde rampen, zoals die in Marokko en Libië, wel in aanmerking komen, terwijl bijvoorbeeld bosbranden in Californië of een aardbeving in Japan buiten beschouwing blijven. Dit zou leiden tot politiek gekleurde keuzes en aantasting van de neutraliteit van de overheid. Hij wijst er ook op dat het voorstel steun afhankelijk maakt van het aantal inwoners met een bepaalde nationaliteit in de gemeente. Volgens hem is dit oneerlijk, omdat menselijk leed niet afhankelijk is van nationaliteit. Bovendien vindt hij dat het gemeentegeld bestemd is voor lokale taken en voorzieningen, zoals armoedebestrijding, zorg en woningproblematiek. Tot slot stelt hij dat als de gemeente eenmaal begint met structurele financiële hulp aan internationale rampen, het moeilijk wordt om een grens te bepalen. Hij concludeert dat het voorstel overbodig is, willekeur introduceert en de autonomie van inwoners beperkt. Volgens hem kunnen mensen prima zelf beslissen waar zij hun steun aan geven, zonder inmenging van de gemeente. De heer Paauwe (Stadspartij) geeft aan dat zijn partij de motie van 5 oktober 2023 ondersteunt en dat ze in grote lijnen akkoord is met het beleidsvoorstel. Wel heeft zijn partij problemen met de beantwoording van de vragen die onlangs zijn ontvangen, en hij steunt het verzoek om duidelijkheid hierover.
Hij benadrukt dat het belangrijk is dat er geen financiële steun wordt verleend aan landen waarvoor sancties gelden, en wil dit punt graag vermeld hebben. Verder geeft hij aan dat zijn partij het voorstel waarschijnlijk zal ondersteunen bij de raadsvergadering. De heer Kubben (GL/PvdA) benadrukt dat internationale solidariteit een belangrijk principe is voor zijn partij. Hij erkent echter het dilemma dat de gemeenteraad zichzelf stelt door hulp te bieden, zoals bij de steun aan Marokko en Libië. Het is volgens hem belangrijk om duidelijke kaders te hebben, zodat de beslissing om hulp te bieden niet politiek wordt, zoals eerder gebeurde met de steun aan deze landen. Hij ziet het risico dat zonder kaders de gemeente constant geld zou moeten doneren voor verschillende rampen, wat onhoudbaar is voor een stad als Sittard-Geleen. Hij vindt het voorstel van het college om steun te geven als Giro 555 wordt geopend, met de voorwaarden rondom het percentage van inwoners uit getroffen gebieden, een goed uitgangspunt. Hoewel het percentage arbitrair kan lijken, ziet hij dit als een manier om politieke spelletjes te voorkomen. GroenLinks/PvdA steunt het voorstel en waardeert het werk dat is gedaan. De heer Schlössels (CDA) vindt het voorstel een goede zaak en ziet het als een symbolisch gebaar van medeleven.
Hij benadrukt dat, gezien de veilige situatie in Nederland, het belangrijk is om steun te betuigen bij buitenlandse rampen. Hij sluit zich aan bij de opmerking van de heer Kubben over het gebruik van Giro 555 als professionele organisatie voor het coördineren van hulp. Hij vindt het voorstel een goede manier om op een gepaste manier medewerking te verlenen. De heer Claessens (GOB) benadrukt de lastige keuze die de raad had op 5 oktober 2023 bij het steunen van Libië en Marokko en de wens om te voorkomen dat er een wedstrijd ontstaat om steun te verlenen aan rampen. Hij vindt de koppeling met Giro 555 een goede eerste stap, maar heeft vraagtekens bij de toepassing van het 2 procent-criterium voor inwoners van een bepaald land, omdat dit het aantal te steunen landen kan beperken. Hij vraagt zich af of er wel genoeg gemeenschappen van 2000 of meer
3
mensen van niet-Nederlandse afkomst in de gemeente zijn. Daarnaast stelt hij voor om te onderzoeken hoe de VNG en andere gemeenten omgaan met dergelijke steun en of daar nuttige richtlijnen voor zijn. Hij is over het algemeen positief over de richting van het voorstel, maar ziet nog ruimte voor verfijning. De burgemeester benadrukt dat het voorstel om een objectief kader voor financiële hulp bij humanitaire rampen op te stellen, voortkomt uit een verzoek van de gemeenteraad. Het doel is om een eerlijke, objectieve benadering te hebben bij het verlenen van hulp. Wat betreft de keuze voor Giro 555, geeft de burgemeester aan dat deze organisatie zorgvuldig bepaalt of er een grote humanitaire ramp is die Nederland als geheel zou moeten ondersteunen. Dit vormt een objectieve toets voor de gemeente. De burgemeester legt uit dat er, ondanks de zoektocht naar een objectief kader bij andere gemeenten en de VNG, geen bestaande richtlijnen waren, wat de gemeente ertoe heeft gebracht om zelf een voorstel te ontwikkelen. Hij beantwoordt ook de vragen over de 2 procent-drempel en zegt dat het percentage gebaseerd is op de aanwezigheid van inwoners met banden met de getroffen landen. Zo blijkt bijvoorbeeld dat 8,6 procent van de inwoners van Sittard-Geleen een relatie heeft met Marokko, wat het een relevant land maakt om steun aan te bieden.
Daarnaast is er de vraag of steun aan landen waar sancties tegen zijn kan worden verleend. De burgemeester stelt voor om de wens om dit niet te doen te verwerken in het voorstel dat naar de raad zal worden gebracht, zodat het een integraal onderdeel wordt van de uiteindelijke beslissing. De voorzitter stelt vast dat het onderwerp voldoende besproken is. De voorzitter schorst de vergadering voor enkele minuten tot het volgende agendapunt.
4
Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 20 februari 2025 Tijdstip: 19.00-22.14 uur 1.2 Rondevoorstel ESCS locatie (Houtakkers) 19.50-22.14 Aanwezig de voorzitter: de griffier:
P. Boonen A. Lamers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie PIT:
L.W. van Rijswijk P.J. Brouwers W.P.H. Paauwe P.H.J. Kubben B. Bonten J.M.H. Joosten D.D.W Pfoster J.J. Renet P.P.H. Vola E.V.P. Talpe
het college:
Wethouder Houtakkers
ambtenaren:
De heer Apotheker De heer Arets De heer Van Hoof De heer Janssen De heer Schils Mevrouw Wisniewski
notulen:
I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter opent de vergadering voor het tweede agendapunt van de avond, waarin het voorstel wordt besproken over de invulling van de voormalige sport- en zwemlocatie aan de Sportcentrumlaan in Sittard. De bedoeling is om met de portefeuillehouder in debat te gaan over de voorliggende varianten en om aandachtspunten mee te geven voor de voorbereiding van de besluitvorming die in een volgende cyclus zal plaatsvinden. Er zijn zes insprekers die hun bijdragen zullen leveren. Inspreker de heer Aerts schetst een visie voor de herontwikkeling van de voormalige sport- en zwemlocatie aan de Sportcentrumlaan. Hij pleit voor een sport- en recreatiecomplex dat naadloos samengaat met de natuurlijke omgeving van de Schwienswei. Zijn voorstel omvat het behouden en nieuw leven inblazen van het zwembad, de ontwikkeling van een sportmedisch centrum en een racketsportcentrum dat voldoet aan de eisen van de KNLTB, met als doel een regionaal topsportcentrum te creëren. Hij benadrukt het belang van een inspirerende omgeving waarin topsport, breedtesport en maatschappelijke voorzieningen hand in hand gaan. De combinatie van medische zorg, kinderopvang, verenigingsleven en recreatieve sport moet ervoor zorgen dat de locatie aantrekkelijk wordt voor jong en
5
oud. Daarnaast biedt zijn initiatief een toekomstbestendige oplossing voor het zwembad, waarbij een private partij de exploitatie zou kunnen overnemen om het aanbod voor doelgroepen en verenigingen in stand te houden. De heer Renet (SPA) vraagt zich af waarom het niet in de sportzone gerealiseerd kan worden. De inspreker legt uit dat de locatie aan de Sportcentrumlaan ideaal is voor hun plannen, die verder gaan dan alleen een racketsportcentrum. Ze willen hier ook een sportmedisch centrum, een kinderdagverblijf en vooral het bestaande zwembad behouden. Dit laatste is praktischer en financieel haalbaarder dan een nieuw zwembad bouwen in de Sportzone. De heer Pfoster (PVV) vraagt of het klopt dat in de voorgestelde sportparkvariant het zwembad behouden kan blijven en gebruikt kan worden voor zowel recreatief zwemmen als topsport. De inspreker geeft aan dat het doelgroepenbad zeker behouden blijft, met functies zoals revalidatie, doelgroepzwemmen en zwemlessen. Echter, topsportzwemmen en waterpolo zullen in Geleen plaatsvinden, omdat het huidige zwembad niet voldoet aan de normen voor wedstrijdsport. De heer Van Rijswijk (GOB) vraagt of de inspreker, als privaat ondernemer, een samenwerking met Fortuna Sittard overweegt, gezien de focus op topsport in de plannen. De inspreker geeft aan dat een samenwerking met Fortuna Sittard niet de insteek is.
De focus ligt op het realiseren van een sportmedisch centrum en een sportvoorziening op de locatie. Mocht in de toekomst amateurvoetbal een plek krijgen, dan zouden zij dat toejuichen, maar de primaire interesse ligt bij de overname van het zwembad en de bijbehorende ligweide. De heer Paauwe (Stadspartij) vraagt of de inspreker ook in staat zal zijn om te voldoen aan de behoefte voor schoolzwemmen. De inspreker bevestigt dat ze graag zouden voldoen aan de behoefte voor schoolzwemmen, aangezien het een van de doelgroepen is die ze willen bedienen. Ze geloven dat schoolzwemmen kan bijdragen aan de levensvatbaarheid van het kleine bad. Inspreker mevrouw Van der Zeeuw uit haar zorgen en ongenoegen over de voortgang van het project en de manier waarop omwonenden, zoals zijzelf, zijn behandeld. Ze benadrukt dat er weinig is gedaan met de petitie en het bewonersinitiatief dat ze eerder had ingediend. Ze voelt zich genegeerd en misleid door de gemeente en het gebrek aan echte burgerparticipatie. Haar zorgen betreffen de gevolgen van het nieuwe plan voor haar directe leefomgeving, waaronder overlast van verkeer, fijnstof, geluid en licht. Ook maakt ze zich zorgen over de impact op de natuur en het vakantiepark dat wordt gerealiseerd. Ze beschuldigt het college van respectloos handelen en roept op tot een echte investering in de toekomst, buiten de financiële belangen om.
Inspreker de heer Geelen roept de gemeenteraad op om de besluitvorming uit te stellen, omdat het beloofde vierseizoenenonderzoek die de ecologische waarde van het ESCS-terrein en de Schwienswei zou meten, nog niet is afgerond. Ondanks dat het onderzoek eind 2023 klaar zou zijn, zijn er alleen ecologische quickscans uitgevoerd, zonder het grondige veldonderzoek dat was beloofd. De scans wijzen al op de aanwezigheid van beschermde diersoorten, wat ecologische risico's met zich meebrengt. De inspreker beschuldigt de wethouder ervan de raad niet volledig te informeren en de afgesproken onderzoeken te negeren. Ook benadrukt hij dat omwonenden en andere belanghebbenden niet goed betrokken zijn, terwijl er achter gesloten deuren plannen werden ontwikkeld. Hij stelt voor de besluitvorming uit te stellen totdat het volledige onderzoek is afgerond en biedt aan samen te werken aan een verbeterd plan waarin natuurherstel, waterberging, cultuurhistorie en ruimte voor sport centraal staan. Inspreker mevrouw Van Rijnsbergen spreekt namens de samenwerkende natuurorganisaties en benadrukt de noodzaak om de ecologische veerkracht van het gebied te versterken. Ze herhaalt haar
6
oproep van een jaar geleden en wijst erop dat de urgentie alleen maar is toegenomen. De gemeenteraad heeft eerder met een motie erkend dat de klimaatverandering vraagt om concreet en krachtig ecologisch beleid. Nu ligt er volgens haar een kans om die belofte waar te maken. Ze benadrukt dat het ESCS-terrein een cruciale rol kan spelen in het versterken van biodiversiteit en ecologische verbindingen, omdat het grenst aan beschermde natuurgebieden en onderdeel is van een bredere ecologische corridor. Daarnaast wijst ze op de gemeentelijke omgevingsvisie, waarin doelen zijn opgenomen voor vergroening en biodiversiteit, en stelt dat het terrein perfect geschikt is om deze doelen te realiseren. Volgens haar mogen deze kansen niet verloren gaan en moet de raad pas een besluit nemen nadat een gedegen ecologisch onderzoek is uitgevoerd. Ze roept de raad op om een keuze te maken voor lange termijn natuurbehoud in plaats van korte termijn ontwikkelingen zoals een sport- of vakantiepark. Tot slot biedt ze namens de natuurorganisaties hulp aan om deze groene ambities waar te maken. Inspreker de heer Van Beek spreekt namens het bestuur van Centrum Management Sittard en benadrukt de trage besluitvorming binnen de gemeente, wat ondernemers frustreert.
Hij wijst op de toenemende leegstand en afnemende leefbaarheid in het centrum en roept op tot economische impulsen, zoals het stimuleren van toerisme. Hij verwijst naar de visie Vrijetijdseconomie 2030, die door de gemeente is omarmd, en benadrukt dat Zuid-Limburg een van de grootste toeristische regio’s van Nederland is. De coronaperiode heeft laten zien dat steeds meer mensen in eigen land recreëren, wat kansen biedt voor de regio. Visit Zuid-Limburg ondersteunt de komst van een vakantiepark, mits natuurbehoud wordt gewaarborgd. Daarnaast wijst de inspreker op het provinciale omgevingsplan, waarin het ESCS-terrein als bebouwd gebied wordt aangeduid. Hij ziet potentie in de vestiging van grote hotelketens zoals Hilton en benadrukt dat toerisme bijdraagt aan het behoud van historische gebouwen en de leefbaarheid van de stad. Verder pleit hij voor investeringen in natuurgebieden zoals de Schwienswei, die volgens hem een opknapbeurt nodig hebben. Een vakantiepark zou financiële middelen kunnen bieden voor deze verbeteringen, waaronder bankjes en picknickweides. Hij wijst op de mogelijke werkgelegenheid en de economische bijdrage van 4 miljoen euro per jaar door bezoekers. De heer Renet (SPA) stelt vragen over de financiële haalbaarheid en de risico’s van de plannen.
Hij wijst erop dat er een verwachte investering van 3 miljoen euro in het centrum gedaan wordt, maar vraagt zich af of dit de mogelijke risico’s waard is. Specifiek benoemt hij de waterproblematiek, aangezien het betreffende gebied een waterbergingsfunctie heeft en daar nu al problemen mee zijn. Hij vraagt of ondernemers en een eventuele eigenaar van het vakantiepark bereid zijn om deze financiële risico’s zelf te dragen, zodat de lasten niet op de omwonenden of de gemeente afgewenteld worden. De inspreker erkent dat de opmerking van de heer Renet terecht is, maar benadrukt dat hij geen waterdeskundige is. Hij erkent dat water wereldwijd een probleem vormt, maar stelt dat ondernemers altijd naar oplossingen zoeken. Volgens hem is het belangrijk om eerst goed te onderzoeken of de zorgen daadwerkelijk terecht zijn, in plaats van direct in paniek te raken. Inspreker de heer Verhaeg pleit ervoor om het ESCS-terrein in te zetten voor klimaat- en waterbeheer in plaats van bouwprojecten. Hij wijst op de natuurlijke waterretentie van het gebied en benadrukt dat permanente drainage nodig zou zijn om het terrein geschikt te maken voor bebouwing. Dit druist volgens hem in tegen de doelstellingen van het natuurprogramma 2023-2030 en het streven naar klimaatbestendigheid. Daarnaast waarschuwt hij voor de toename van hittevlakken en mogelijke problemen met stikstofvergunningen.
Als er toch gebouwd moet worden, ziet hij betere alternatieve locaties in Sittard-Geleen of Born, die beter bereikbaar en zichtbaarder zijn. De heer Van Rijswijk (GOB) kiest expliciet tegen de komst van een vakantiepark. Hoewel hij eerder de voordelen hiervan erkende, zoals een economische impuls en een versterking van het imago van de gemeente, wegen de bezwaren en het gebrek aan draagvlak zwaarder. Daarom stelt hij een alternatieve aanpak voor die recht doet aan de verschillende belangen in het gebied. In plaats van zich te beperken tot de huidige grenzen van het terrein, pleit GOB ervoor om het ontwikkelgebied uit te breiden naar het westen, tussen de Geleenbeek en de Dr. Nolenslaan. Hierdoor
7
ontstaat ruimte om sportvoorzieningen, natuurbeheer, woningbouw en de belangen van omwonenden op een evenwichtige manier te combineren. Door een toekomstbestendig sportcomplex te realiseren, kunnen verenigingen die daarvoor openstaan zich verder ontwikkelen, terwijl tegelijkertijd de ruimte op het ESCS-terrein efficiënter kan worden benut. De fractie vraagt daarbij wel om een kritische blik op het aantal sportvelden, wellicht kan een slimmer gebruik van de beschikbare ruimte leiden tot een compacter en efficiënter sportpark. Een ander belangrijk aspect in het voorstel is het behoud van zwembad De Hateboer. Door een economische drager toe te voegen, zoals de padelgedachte, kan de benodigde cofinanciering worden gewaarborgd, zodat educatief en doelgroepszwemmen behouden blijft. Daarnaast biedt de uitbreiding van het gebied kansen om de verkeersstromen beter te verdelen en zo overlast in omliggende wijken te beperken. Ook woningbouw krijgt een plek in deze visie. Door sportvelden te verplaatsen, ontstaat ruimte voor nieuwe woningen, waaronder sociale woningbouw, in een aantrekkelijk deel van de stad. Tegelijkertijd blijft vergroening een speerpunt. Door meer ruimte te reserveren voor natuur en waterbeheer kan het gebied bijdragen aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en waterberging.
Dit sluit niet alleen aan bij bredere milieudoelen, maar versterkt ook de leefbaarheid van de stad. Tot slot benadrukt GOB dat de plannen alleen kans van slagen hebben als alle betrokken partijen, van omwonenden en sportverenigingen tot natuurorganisaties en belanghebbenden in de regio, actief worden betrokken bij de verdere uitwerking. Door samen te werken aan een breed gedragen herinrichting, kan het gebied worden ontwikkeld op een manier waar de hele stad trots op kan zijn. De heer Brouwers (CDA) benadrukt het belang van het behoud van een zwemfunctie in Sittard, zowel binnen als buiten op de locatie van De Nieuwe Hateboer. Hij vraagt om verduidelijking over de precieze omvang van deze zwemvoorzieningen in beide voorgestelde varianten en pleit voor meer concrete informatie, zoals afbeeldingen. Daarnaast erkent hij de keuze voor zowel een maatschappelijke als een economische variant, zoals eerder door de raad werd besproken. Hij onderstreept het belang van een groene buffer bij de Schwienswei en het behoud van toeristische waarde. Over variant 1 is hij positief over de toevoeging van padelbanen, maar hij vraagt hoe de gemeente hiermee omgaat qua financiering, in vergelijking met andere sportverenigingen. Verder vraagt hij om volledige documentatie over variant 1, in plaats van alleen samenvattingen, om een breder beeld te krijgen.
Hij uit zorgen over de afstand tot de sportvoorzieningen en hoe dit gezinnen en sportverenigingen zal beïnvloeden. Omdat de meningen over het fuseren en verplaatsen van voetbal- en tennisverenigingen uiteenlopen, heeft het CDA gesprekken met de betrokken clubs ingepland. Hij vraagt de portefeuillehouder om een update over de gesprekken tot nu toe en hoopt op schriftelijke antwoorden indien nodig. De heer Kubben (GL/PvdA) maakt een punt van orde en benadrukt dat er een feitelijke onjuistheid is verspreid over het stemgedrag van zijn fractie. Hij stelt dat GroenLinks/PvdA tegen de voorgestelde varianten heeft gestemd en alleen voor hun eigen amendement (om de afstand van 25 naar 50 meter te vergroten). Hij vindt het kwalijk dat deze onjuiste informatie doelbewust van een scherm werd afgelezen en dringt aan op correctie. De heer Brouwers (CDA) reageert op de eerdere opmerking van de heer Kubben en verduidelijkt dat het om het amendement ging waarvoor GroenLinks/PvdA had gestemd, betreffende de groene buffer. Dit amendement zou een wijziging brengen in de twee voorgestelde varianten. Verder noemt hij het leefstijlmodel uit het rapport van Ginder, waarin niet alleen rustzoekers, maar ook plezierzoekers en verbindingszoekers worden genoemd. Hij vindt het belangrijk om deze groepen te benoemen in het model.
De heer Kubben (GL/PvdA) uit stevige kritiek op de plannen voor het gebied bij de Schwienswei. Hij legt uit dat dit gebied al tien jaar natuur is en zelfs eeuwenlang natuurgebied was. Volgens hem wordt er met woorden gemanipuleerd om de indruk te wekken dat het huidige groen niet wordt opgeofferd voor de plannen van de gemeente, zoals een vakantiepark of sportpark. De heer Kubben maakt duidelijk dat GroenLinks/PvdA tegen zowel het vakantiepark als een volgebouwd sportpark is. Ze hebben wel hun
8
eigen amendement voorgesteld om het gebied te behouden en om de natuur te versterken, maar dat werd niet serieus genomen door de wethouder. Hij benadrukt dat het voor zijn fractie van groot belang is dat er duidelijke informatie wordt verstrekt om een weloverwogen mening te kunnen vormen. De wethouder heeft echter onvoldoende ecologische onderzoeken gepresenteerd en heeft inwoners, die zich actief hebben ingezet voor een beter plan voor het gebied, genegeerd. In plaats van het inwonerplan serieus te nemen, worden de gemeenteraadsleden nu gedwongen een keuze te maken tussen twee varianten, terwijl belangrijke informatie ontbreekt. Hij noemt de houding van de wethouder tegenover de actieve inwoners, zoals de groep Wij Schwienswei respectloos. Deze groep heeft een plan voor het gebied gepresenteerd. De wethouder wekte de indruk dat deze variant serieus overwogen zou worden, maar op 9 januari 2025 werd deze variant volledig genegeerd. Dit gebrek aan transparantie en participatie leidt tot frustratie bij GroenLinks/PvdA. De heer Kubben stelt ook dat de financiële onderbouwing van de plannen niet helder is. Het idee van het sportpark wordt gepresenteerd als een goedkopere oplossing, maar hij betwijfelt deze bewering.
Hij wijst erop dat de gemeente niet alle benodigde ecologische onderzoeken heeft uitgevoerd, uit kostenoverwegingen, terwijl hij vindt dat de raad zelf moet kunnen beslissen of die onderzoeken uitgevoerd moeten worden. De wethouder heeft volgens de heer Kubben ook niet voldaan aan toezeggingen die tijdens eerdere vergaderingen werden gedaan, zoals het leveren van kaarten met informatie over de impact op de natuur. De heer Kubben is van mening dat de gemeenteraad niet in staat is om een weloverwogen oordeel te vellen over de plannen zonder de juiste gegevens. Hij roept de wethouder op om de inwonervariant serieus te nemen en transparant te zijn over de onderzoeken en de financiële implicaties van de plannen. Ook vraagt hij waarom er geen concrete informatie wordt gedeeld over de versterking van de biodiversiteit in het gebied en hoe dat zou samengaan met de plannen voor het sportpark. De heer Pfoster (PVV) maakt een punt van orde. Hij merkt op dat er bij de heer Brouwers ingegrepen werd omdat hij technische vragen stelde, maar dat er nu geen ingreep plaatsvond toen de heer Kubben technische vragen stelde. De heer Kubben (GL/PvdA) vervolgt zijn betoog. Hij weerlegt de suggestie dat het goedkoper zou zijn om alle verenigingen te concentreren op één sportpark bij de Schwienswei.
Hij berekent dat de kosten voor het verplaatsen van vijf tennis- en voetbalverenigingen naar dat gebied niet significant goedkoper zijn dan het behouden van de huidige sportlocaties. Het verschil zou slechts 143.000 euro over 40 jaar zijn, wat minder dan 0,001 procent van de gemeentebegroting van Sittard-Geleen is. Hij benadrukt dat de GroenLinks/Partij van de Arbeid informatie verlangt over de vrijkomende gronden, de woningbouwmogelijkheden op het DVO-terrein, de financiële impact, of zwembad De Hateboer open kan blijven bij optie sportpark en de gevolgen voor de natuur en dieren in het gebied. Hij sluit af door te stellen dat het voorstel niet behandelrijp is, aangezien cruciale informatie ontbreekt. Hij roept zijn collega’s op om niet zomaar op onderbuikgevoelens af te gaan, maar om grondig onderzoek te doen naar de mogelijkheden en om met de inwoners in gesprek te gaan. Hij waarschuwt dat de wethouder, als hij zo met de inwoners en de raad omgaat, mogelijk technische vragen en zelfs een verzoek tot referendum kan verwachten. Hij benadrukt dat de raad uiteindelijk de belangen van alle inwoners van Sittard-Geleen moet vertegenwoordigen, inclusief de natuur die niet zelf kan stemmen. De heer Paauwe (Stadspartij) benadrukt het belang van een goede combinatie tussen natuur, maatschappelijke en sportieve wensen in de toekomstige invulling van de voormalige ESCS-locatie.
Hij haalt de geschiedenis van het gebied aan, dat ooit een levendige plek was voor onderwijs, sport en andere maatschappelijke activiteiten, maar sinds de verhuizing van Fortuna in 1999 is verwaarloosd. Het verlies van Fortuna's trainingsfaciliteiten en de versnelde achteruitgang van de sporthal hebben bijgedragen aan de verpaupering van de locatie. Hij geeft aan dat het gebied nu vooral uit een zwembadlocatie bestaat, maar verder weinig wordt benut. De Stadspartij heeft respect voor de Schwienswei, maar is bezorgd over het verlies van de ESCS-locatie als er niets aan wordt gedaan, vooral gezien de mogelijkheid van grote financiële verliezen. Hij stelt dat er actie moet worden ondernomen voordat het gebied verder verpaupert. De vraag aan de wethouder is of er plannen zijn voor de toekomst van het zwembad De Hateboer en wie financieel garant staat voor het behoud ervan.
9
Hij legt ook de nadruk op de situatie van de drie amateurclubs in de stad en de beperkte mogelijkheden voor uitbreiding van tennisfaciliteiten door de opkomst van padel. De Stadspartij steunt gezond sporten en bewegen voor iedereen en benadrukt de noodzaak om padel aan te bieden als een alternatief voor de afnemende ledenaantallen bij tennisclubs. Hij stelt voor om de BVO Fortuna Sittard een vaste plek in de stad te geven en vraagt om een duidelijk plan voor hun rol in de toekomstige invulling van de ESCSlocatie. Hij stelt vragen over de toekomst van de verschillende sportverenigingen en de mogelijkheid van horeca bij een maatschappelijke invulling. Hij vraagt zich af of het evenement Groove Garden in de toekomst een nieuwe locatie zal krijgen. Ook roept hij op om na te denken over wat de jeugd in de toekomst wil op het gebied van natuursporten en vrije tijd. De Stadspartij ziet kansen voor grotere sportcomplexen binnen een natuurlijke omgeving, maar benadrukt dat het belangrijk is om te denken aan de toekomstige jeugd, die mogelijk op zoek is naar nieuwe vormen van sportbeleving. De heer Pfoster (PVV) begint zijn bijdrage door te stellen dat de discussie over de ontwikkeling van de ESCS-locatie steeds meer vragen oproept, vooral over de manier waarop het college hiermee omgaat.
Hij verwijst naar de raadsbeslissing van 12 juli 2023, waarin werd besloten om richting 2 verder uit te werken in een projectplan, maar constateert dat er nu alleen stedenbouwkundige varianten liggen zonder een concreet plan van aanpak of projectplan, wat volgens hem niet overeenkomt met wat was afgesproken. Hij vraagt het college om uitleg over het ontbreken van het projectplan en waarom de raad niet in positie wordt gebracht om richting te geven aan de varianten. Hij uit ook zijn zorgen over de lange duur van de benodigde onderzoeken, waarvan sommige zelfs nog niet zijn gestart. Hij merkt op dat dit de besluitvorming onterecht vertraagt. Hij vraagt zich af waarom het vakantieparkvariant als nummer 2 is aangeduid en de sportvoorziening als nummer 1, en of dit mogelijk te maken heeft met de persoonlijke voorkeur van de wethouder. Ten aanzien van de inhoudelijke afweging noemt de heer Pfoster de sterke kanten van beide varianten. De sportvoorziening biedt de mogelijkheid om woningbouw op andere locaties te realiseren, iets waar de PVV al jaren voor pleit. De vakantieparkvariant biedt economische voordelen en zou mogelijk helpen om het zwembad te behouden. De cruciale vraag voor de PVV is echter of een volwaardige zwemfunctie kan worden geïntegreerd in de sportvariant. Als dat mogelijk is, heeft dat de voorkeur van de PVV. Als dat niet het geval is, blijft er twijfel.
Hij benadrukt dat de PVV-fractie van mening is dat het behouden van een recreatief buitenbad essentieel is, vooral gezien de toekomst van hete zomers en het feit dat één buitenbad in Geleen waarschijnlijk niet voldoende zal zijn voor de bijna 100.000 inwoners van de stad. De heer Bonten (D66) stelt dat de kern van de D66-afweging simpel is, natuurherstel en natuurontwikkeling. Hij vindt dat de huidige varianten niet voldoende groen bevatten en beschouwt dit als een vorm van greenwashing. De kans om waardevol, aaneengesloten groen uit te breiden, wordt volgens hem genegeerd, wat slecht is voor de biodiversiteit en de inwoners van Sittard-Geleen. Hij verwijst naar een eerder ingediend burgerinitiatief, waarvan volgens hem niet genoeg gebruik is gemaakt. Het college had veel werk kunnen besparen door dit initiatief serieus te nemen. Het voorstel spreekt over burgerparticipatie, maar de heer Bonten vindt dat het initiatief niet genoeg aandacht krijgt, en wordt slechts genoemd als een derde denkrichting zonder toelichting. De heer Bonten is kritisch over de vakantieparkvariant, waarbij hij twijfels heeft of het zwembad wel toegankelijk zal zijn voor de inwoners van Sittard-Geleen, aangezien het vakantiepark zich mogelijk meer richt op toeristen. De D66-fractie heeft ook bedenkingen bij de sportvariant, die zij als een verrassingsvariant beschouwen.
Hij begrijpt de behoefte aan indoor tennisbanen, maar is sceptisch over de commerciële haalbaarheid van dit plan. Wat betreft de natuurontwikkeling pleit hij ervoor om niet ten koste van groen te bouwen. Hij benadrukt dat het belangrijk is om bij de besluitvorming rekening te houden met ecologische rapporten, maar merkt op dat deze niet volledig zijn. Zonder deze rapporten is het voorstel volgens hem niet besluitrijp. Tot slot stelt de heer Bonten voor om terug naar de tekentafel te gaan en alle opties, inclusief die van de inwoners, mee te nemen. Dit zou volgens hem echte waardering voor participatie tonen.
10
De heer Renet (SPA) begint zijn betoog door het belang van lerende organisaties en voortschrijdend inzicht te benadrukken, waarbij hij stelt dat het belangrijk is om eerdere besluiten te heroverwegen en waar nodig aan te passen. Hij noemt voorbeelden zoals het migratiebeleid en defensiebeleid op nationaal niveau waar beleid herzien werd op basis van nieuwe inzichten. Wat betreft de toekomst van de ESCS-locatie, is hij blij dat het college met een consultatieronde komt, omdat dit ruimte biedt voor andere opties dan de eerder voorgestelde plannen. Hij bekritiseert het feit dat er onderzoek naar de invloed van de voorgestelde bouwplannen op de waterhuishouding in De Baandert en Sittard centrum werd beloofd, maar nooit is ontvangen. De heer Renet richt zich ook op de sport- en vakantieparkvariant die wordt voorgesteld. Hij is van mening dat het college in wezen het natuurgebied wil bebouwen om ruimte te creëren voor woningen op de vrijgekomen sportlocaties. Dit zou volgens hem de natuur- en recreatiegebieden in Sittard in gevaar brengen en het welzijn van de inwoners ondergeschikt maken aan andere belangen. Daarnaast ziet hij problemen met de waterhuishouding in het gebied, vooral als er sportvelden zouden worden aangelegd die regelmatig te maken krijgen met wateroverlast. Wat betreft het vakantiepark, betwijfelt hij of er sprake is van algemeen belang.
Volgens SPA zouden de belangen van de omwonenden zwaarder moeten wegen, en de resultaten van de representatieve enquête tonen aan dat er weinig draagvlak is voor bebouwing in het ESCS-gebied. Hij legt de nadruk op de noodzaak om de waterhuishouding grondig te onderzoeken voordat er ook maar enige bebouwing plaatsvindt en vraagt om verzekeringen van de ontwikkelaars voor de mogelijke schade die kan ontstaan door wateroverlast. De heer Renet stelt duidelijk dat SPA tegen de bebouwing van het ESCS-terrein is, zowel voor een vakantiepark als voor woningen. In plaats daarvan pleit hij voor onderzoek naar alternatieven, bijvoorbeeld in de richting van natuurontwikkeling aan de noordkant van het ESCS gebied, Schwienswei, wat een kans biedt om natuur- en cultuurhistorische waarden te behouden. Tot slot roept hij op om meer participatie van omwonenden te waarborgen en een wijziging van het bestemmingsplan op te nemen, zodat er meer ruimte komt voor natuur en cultuur. Renet concludeert met het noemen van belangrijke historische informatie, zoals onderzoek naar een Romeinse weg in het gebied, wat volgens hem de waarde van het natuurgebied en de historische betekenis van De Hateboer onderstreept. Hij belooft deze informatie met de raad te delen.
De heer Vola (Lokaal-SGB) stelt dat de themasessie van 9 januari één ding duidelijk maakt, het college bestaat uit professionele zakenmensen die de belangen van de burgers niet serieus nemen. Volgens hem mogen burgers verwachten dat bestuurders zich inzetten voor de leefbaarheid, veiligheid, en een toekomstbestendige omgeving, maar de portefeuillehouder luistert niet naar de zorgen van de inwoners. De heer Vola uit zijn bezorgdheid over het voormalige Schwienswei-terrein, dat al schade heeft geleden door eerdere foute keuzes, en nu opnieuw in gevaar komt. Hij stelt dat, als het vakantieparkplan niet doorgaat, sportverenigingen worden verplaatst tegen de wil van de omwonenden, terwijl tegelijkertijd essentiële wijkvoorzieningen verdwijnen, wat de sociale cohesie in Sittard-Geleen ondermijnt. De heer Vola bekritiseert het gebrek aan klimaatadaptatie in het beleid, waarbij volgens hem concrete doelstellingen ontbreken en er alleen symbolische acties worden ondernomen, zoals het wippen van tegels of het uitdelen van gratis boompjes. Hij beschouwt dit als beleid voor de bühne, wat niet voldoende is om de problemen aan te pakken. Hij stelt vervolgens dat het voorstel voor de ontwikkeling van het Schwienswei-terrein niet behandelrijp is, omdat er essentiële informatie ontbreekt.
Zo is de toegezegde vierseizoenenmeting niet uitgevoerd, ecologische ontwikkelingen en archeologisch onderzoek worden niet genoemd, en de natuurcompensatie is onduidelijk. Verder wordt er geen rekening gehouden met de gevolgen voor de infrastructuur, de overlast voor omliggende wijken, of de plannen voor waterbeheer. Daarnaast vraagt hij zich af waarom de grootste waterbuffer van Sittard, het terrein van de ESCS-locatie, dreigt te worden vernietigd. Hij stelt dat het tegengaan van overlast, zoals geluids- en lichtvervuiling, niet wordt genoemd, en noemt de keuze voor tennisbanen in De Hateboer een schandalige keuze. Mevrouw Joosten (VVD) benadrukt dat het voor de VVD het essentieel is dat een nieuw project zowel economisch haalbaar is als bijdraagt aan de aantrekkelijkheid van Sittard-Geleen als recreatieve bestemming. Ze spreekt de voorkeur uit voor variant 2, de ontwikkeling van een ecologisch vakantiepark. De VVD had in het verkiezingsprogramma al uitgesproken dat zij de Schwienswei willen versterken als recreatief natuurgebied.
11
Ze stelt dat het vakantiepark op deze locatie een grote kans biedt om bezoekers van binnen en buiten de regio naar Sittard-Geleen te trekken, wat de economische vitaliteit van de stad versterkt. Het vakantiepark kan jaarlijks 50.000 extra bezoekers aantrekken, die ook de lokale horeca en retail zullen ondersteunen, wat ten goede komt aan de levendigheid van de stad. Het plan sluit volgens haar goed aan bij de duurzaamheidsambities van de VVD, aangezien slechts 10 procent van het gebied bebouwd zal worden met circulaire, natuur-inclusieve lodges. Dit zorgt ervoor dat de ecologie van het park niet alleen behouden blijft, maar zelfs versterkt wordt. Ze benadrukt dat de Schwienswei niet als bedreigd natuurgebied moet worden beschouwd, maar juist een unieke trekpleister moet worden waar natuur en recreatie hand in hand gaan. Daarnaast vindt de VVD de financiële aspecten van dit voorstel positief, omdat de ontwikkeling grotendeels door private partijen gedragen zal worden, terwijl de gemeente de boekwaarde van het terrein kan afboeken. In tegenstelling tot variant 1, waarbij hoge gemeentelijke investeringen nodig zouden zijn voor sportaccommodaties en structurele exploitatiekosten. Er wordt echter ook aangegeven dat sommige sportverenigingen niet geïnteresseerd zijn in het verplaatsen naar het ESCS-terrein.
De VVD benadrukt dat er duidelijke afspraken moeten komen over duurzaamheid, handhaving en het beperken van geluids- en verkeersoverlast, zodat zowel bezoekers als omwonenden profiteren van de ontwikkeling. Ten slotte, stelt de VVD dat het vakantiepark een oplossing biedt voor het zwembad, waarbij het zwembad behouden blijft zonder dat de gemeente de volledige exploitatie op zich hoeft te nemen. Ze steunen daarom variant 2 en roepen het college op om deze kans te grijpen, mits de juiste randvoorwaarden voor een succesvolle uitvoering worden gesteld. Mevrouw Joosten sluit af met een verzoek aan de portefeuillehouder om alle ontbrekende stukken vertrouwelijk in te zien voordat het voorstel verder naar de raad gaat, zodat alle documenten grondig getoetst kunnen worden. De heer Talpe (PIT) herinnert de raad eraan dat de denkrichting 2, die de economische en maatschappelijke ontwikkeling in combinatie met natuurontwikkeling betreft, als voorkeursrichting is aangemerkt. Hoewel het college een invulling binnen deze denkrichting heeft gepresenteerd, benadrukt hij dat de raad niet verplicht is om zich te beperken tot de keuzes die het college voorlegt. De heer Talpe stelt dat hij twijfels heeft over de variant met sportvoorzieningen. Hij vraagt zich af of deze variant serieus is, of dat het enkel is toegevoegd om de ecologische variant beter te laten uitkomen.
Er wordt aangegeven dat de impact op natuur, licht- en geluidshinder nog niet onderzocht is, en dat voorkeur uitspreken voor een variant zou helpen om deze onderzoeken te verfijnen. Volgens de PITfractie is dit echter de omgekeerde wereld, en zouden de onderzoeken eerst moeten plaatsvinden voordat een voorkeur wordt uitgesproken. De heer Talpe gaat verder met de conclusie dat beide gepresenteerde scenario's, zowel het sportpark als het vakantiepark, veel te groot zijn en onvoldoende ruimte bieden voor de natuurcomponent. Hij benadrukt dat beide scenario's weliswaar kunnen bijdragen aan de maatschappelijke component, maar alleen als ze in combinatie met de natuurcomponent worden ontwikkeld. De huidige voorstellen voldoen daar volgens hem niet aan. Hij verwijst naar een eerdere rondebespreking van juni 2023, waar het college aangaf dat elementen uit andere denkrichtingen in de vervolgfase meegenomen zouden kunnen worden. De heer Talpe uit echter kritiek op de manier waarop het college dit heeft aangepakt, en drukt zijn bezorgdheid uit over het voorstel dat nu voorligt. Hij doet een dringend verzoek aan het college om dit voorstel kritisch te herzien, zodat meer elementen, zoals gepresenteerd door andere fracties, opgenomen kunnen worden in het uiteindelijke plan.
Hij benadrukt dat zorgvuldige besluitvorming tijd kost, en dat het niet noodzakelijk is om koste wat kost de besluitvorming in april door te zetten. Tot slot vraagt hij hoe de wethouder denkt over de mogelijkheid van een referendum, gezien de inbreng van andere fracties en insprekers. Wethouder Houtakkers legt uit dat de situatie rondom de ESCS-locatie complex is. Hij benadrukt dat er in juli 2023 een keuze is gemaakt voor de tweede denkrichting, en dat het college daarna met verschillende partijen heeft samengewerkt om deze variant verder uit te werken. De wethouder noemt dat er gesprekken zijn gevoerd met sportverenigingen die zich betrokken voelen bij de plannen en dat er ook andere partijen interesse hebben in het gebied, zoals voor het behoud van het zwembad en padelvoorzieningen.
12
Er zijn zorgen over de ecologische impact van het project, maar de wethouder wijst erop dat het ecologisch onderzoek wel degelijk is uitgevoerd, ondanks dat dit geen vierseizoenenonderzoek was. Het resultaat biedt duidelijke aanwijzingen over de natuurwaarden van het gebied. Hij benadrukt dat er voldoende ruimte voor natuur zal blijven, ook na de invulling van het sportgebied. Het college is van plan verder te gaan met de huidige plannen en wil besluiten nemen om het terrein op een verantwoorde manier in te vullen, rekening houdend met de ecologische en ruimtelijke aspecten. Het doel is om de taakstelling die per 1 januari 2026 moet zijn opgelost, te behalen, en dat kan volgens hem zowel met de sportvariant als met het ecologische vakantiepark. Wethouder Houtakkers reageert op de kritiek dat de inwonervariant zou zijn doodgezwegen. Hij benadrukt dat er twee participatieavonden zijn geweest waarbij inwoners hun mening konden geven over de verschillende varianten, waaronder de sportvariant en het vakantiepark. Hoewel er kritische reacties zijn, zijn er ook positieve, vooral over de sportvariant, die volgens hem ruimte biedt voor ongeveer 1700 sporters en een padelvereniging. De wethouder geeft aan dat de kosten voor de aanleg van padelbanen privaat gefinancierd moeten worden en niet door de gemeente. Daarnaast wordt er ingegaan op vragen over het zwembad.
Het verschil tussen de sport- en vakantieparkvariant wordt besproken, waarbij de wethouder aangeeft dat het zwembad in de vakantieparkvariant alleen een binnenbad betreft. Hij benadrukt dat het college ook met sportverenigingen in gesprek is gegaan en dat de VVS, OVCS, DVO en Oriënt positief staan tegenover de ontwikkelingen. Wat betreft de achterblijflocaties is het nog niet definitief duidelijk of deze als woonlocaties gebruikt zullen worden. De wethouder stelt ook dat het college rekening houdt met klimaatadaptatie en de combinatie van natuur en recreatie in het plan. Ten slotte wordt er gereflecteerd op het voorstel voor een referendum. De wethouder blijft terughoudend over het voorstel, aangezien hij niet zeker weet of het juridisch mogelijk is. Hij besluit met te benadrukken dat het zwembad centraal staat in de plannen en dat het college de suggesties van verschillende partijen kritisch zal bekijken. De heer Kubben (GL/PvdA) prijst de wethouder voor het eerlijk toegeven dat er geen vierseizoenenonderzoek is uitgevoerd. Vervolgens vraagt hij verduidelijking over de oppervlaktes die in het kaartje dat zij hebben ontvangen staan. Hij verwijst naar een plaatje op pagina 3, waarop voetbalvelden en tennisbanen zichtbaar zijn, die zelfs in de groene buffer van 50 meter komen.
De heer Kubben vraagt de wethouder of hij het goed begrepen heeft, het gebied is 24 hectare groot, waarvan 8 hectare de groene buffer is. Dus, er blijft 16 hectare over, en maximaal 50 procent van die 16 hectare zou voor het sportpark gebruikt worden? Wethouder Houtakkers verduidelijkt de cijfers en geeft aan dat 8 hectare van het gebied gereserveerd is voor de groenzone. De totale bebouwde oppervlakte is 81.000 vierkante meter, oftewel 8 hectare. Het gebied dat vrij is voor natuur en natuurbeleving beslaat 16 hectare. Hij legt uit dat het plaatje dat de heer Kubben liet zien anders is dan het plaatje dat tijdens de themasessie werd gepresenteerd, waar er meer ruimte zichtbaar was dan nu berekend. Hij erkent dat het plaatje misschien wat verwarrend is, maar benadrukt dat het een concept weergeeft van hoe het sportpark eruit zou kunnen zien. Hij bevestigt dat de juiste cijfers en plattegronden nogmaals gepresenteerd zullen worden. De heer Kubben (GL/PvdA) vraagt de wethouder naar de burgerparticipatie en de voorgestelde plannen. Hij herinnert de wethouder eraan dat op 13 juli 2023 er een amendement ingediend zou worden om de varianten 2 en 3 samen te voegen, maar dit werd toen ontraden met de belofte dat het beter plan voor Schwienswei wel in variant 2 zou worden opgenomen en bekeken.
Wethouder Houtakkers legt uit dat er inderdaad varianten 2 en 3 zijn en dat de natuurverbetering die in variant 3 werd gevraagd, ook in variant 2 wordt meegenomen. Hij benadrukt dat dit geen suggestie is, maar een feit, de natuurverbetering kan binnen variant 2 plaatsvinden. De wethouder maakt duidelijk dat elementen zoals tiny houses en andere zaken die in variant 3 genoemd werden, niet onderdeel zullen zijn van variant 2. De heer Kubben (GL/PvdA) vraagt de wethouder wie de orde bepaalt.
13
Wethouder Houtakkers benadrukt dat het college de verantwoordelijkheid heeft genomen om de richting te bepalen, nadat ze een opdracht van de gemeenteraad hebben ontvangen. Het college heeft denkrichting 2 uitgewerkt en legt deze nu voor aan de raad. Hij maakt duidelijk dat dit de afgesproken volgorde is, zoals het college het momenteel heeft vastgesteld. De heer Kubben (GL/PvdA) wijst op een passage in het coalitieakkoord, waarin wordt aangegeven dat de gemeente meer vanuit de samenleving wil besturen en minder vanuit het stadhuis. Hij stelt dat, wanneer er een groep met een plan komt, het niet moeilijk had moeten zijn om dit plan door te rekenen en inzichtelijk te maken voor de raad, bijvoorbeeld in financiële zin, maar ook in termen van groen, beleving en gezondheid. Volgens de heer Kubben is het uiteindelijk aan de raad om de keuze te maken, en hij bekritiseert de wethouder door te stellen dat het college niet de orde bepaalt, maar slechts de uitvoerder is van wat de gemeenteraad besluit. Wethouder Houtakkers reageert door te zeggen dat de gemeente het verzoek van de raad heeft opgevolgd door denkrichting 2 uit te werken. Volgens de wethouder is er dus geen sprake van het bepalen van de orde door het college, omdat het college simpelweg heeft gedaan wat hen werd gevraagd. De uitwerking is nu gepresenteerd en er is een open ronde over het plan.
De heer Renet (SPA) geeft aan dat de wethouder niet heeft gereageerd op zijn opmerking dat SPA aan het raadsvoorstel de keuze toegevoegd wil hebben om het bestemmingsplan van het gebied te wijzigen, zodat het gebied haar waterbergingsfunctie behoudt in combinatie met conservering en mogelijk herstel cultuurhistorische waarden en natuurlijke ontwikkeling. Wethouder Houtakkers geeft aan dat de vragen en opmerkingen opiniërend worden meegegeven en dat het college later wat ze hiervan meeneemt. De heer Talpe (PIT) verduidelijkt dat hun amendement over het samenvoegen van variant 2 en 3 niet bedoeld was om alles uit beide varianten samen te voegen, maar om de positieve elementen van beide varianten te combineren, zodat deze elkaar versterken. Ook uit hij zijn teleurstelling dat het idee van een referendum als technisch werd afgedaan. Hij vindt het belangrijk om het referendum niet alleen te beschouwen als een technische kwestie, maar als een serieus instrument voor burgerparticipatie, vooral gezien de problemen die er zijn geweest met het proces tot nu toe. De voorzitter geeft aan dat het niet de taak van het college is om zich uit te spreken over het referendum. Dit is iets voor de gemeenteraad om te bepalen, volgens de regels van de referendumverordening.
De heer Bonten van D66 vraagt de wethouder naar de tijdlijn voor de besluitvorming, gezien de nieuwe richtingen, voorstellen en suggesties die zijn gedaan. Hij verwacht dat deze nieuwe elementen mogelijk voor vertraging in het proces zullen zorgen en is benieuwd naar hoe de wethouder hiermee omgaat. Wethouder Houtakkers geeft aan dat er een tijdpad ligt voor de besluitvorming, met een derde ronde op 3 of 10 april en een raadsvergadering gepland voor 17 april. Dit schema is op dit moment nog actueel. De voorzitter geeft aan dat er over dit onderwerp nog een ronde op de agenda komt en sluit de vergadering om 22:14 uur.
14