CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Ronde Raadzaal 15 mei 2025

Raad 5 juni 2025, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Vaststellen van de notulen8.841 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 15 mei 2025 Tijdstip:

19.00-22.28 uur

1.1 Jaarstukken 2024 en ontwerpbegroting 2026 GR GGD Zuid-Limburg (Tillie) 19.00-19.30 uur Aanwezig de voorzitter: de griffier:

M. De Loo A. Cortlever

de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal : PIT:

M.P.A. Dormans H.L.J. Kamps J.W. Coumans T.A.G. Baars B. Bonten L. Hoogenberg P.W.M. Winteraeken-Bruls M.C.M.H. Schumans J.M.S. Kaul

het college:

Wethouder Tillie

ambtelijke ondersteuning:

Mevrouw Drenthe

overige aanwezigen:

De heer Klaassen (GGD)

notulen:

I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. Hij geeft aan dat technische vragen vooraf gesteld konden worden, zodat vanavond het politieke debat gevoerd kan worden. De P&C-stukken van de gemeenschappelijke regeling GGD liggen als eerste voor. De raad neemt kennis van de jaarstukken 2024 en stemt in met de Ontwerpbegroting 2026, zonder zienswijze. Eerste termijn Mevrouw Winteraeken-Bruls (SPA) geeft aan de ze geschrokken is van het feit dat er 20 procent gekort is op het budget door de Rijksoverheid. Ze vraagt of deze korting incidenteel is of structureel. De heer Baars (GroenLinks/PvdA) geeft aan dat zijn fractie kan instemmen met het voorstel. Hij vraagt of de medische arrestantenzorg onderdeel is van de forensische geneeskunde. De heer Hoogenberg (VVD) merkt op dat de jaarstukken 2024 een positief resultaat laten zien, maar dat dit grotendeels te danken is aan incidentele meevallers. Hij wijst erop dat er onder meer 5 ton is gereserveerd voor forensische geneeskunde. Hij vraagt zich af of het reserveren van dit bedrag verstandig is, nu de GGD de aanbesteding voor medische arrestantenzorg naar verwachting niet gegund krijgt. Hij pleit ervoor kritisch te kijken naar alternatieve bestedingen, bijvoorbeeld gericht op het verhogen van de vaccinatiegraad. De VVD denkt aan een informatiecampagne, wijkgerichte teams of mobiele

1

prikteams om drempels te verlagen en vertrouwen op te bouwen. Hij vraagt de wethouder naar zijn visie hierop. De heer Coumans (Stadspartij) wil weten of de personele bezetting inmiddels op peil is, aangezien die in 2024 onder druk stond door arbeidsmarktkrapte. Daarnaast wijst hij op de plannen voor Veilig Thuis vanaf 2026, die volgens hem goed zijn, maar merkt op dat de focus vooral op kinderen ligt. Hij vraagt of er ook aandacht wordt besteed aan ouderen, die eveneens slachtoffer kunnen zijn van huiselijk geweld. De heer Dormans (GOB) geeft aan dat de GGD-begroting 2026 een duidelijk beeld schetst van toenemende financiële druk en groeiende maatschappelijke opgaven. Hij wijst op Rijksbezuinigingen en benadrukt het belang van preventieprogramma’s zoals Trendbreuk. Hij merkt op dat zorgverzekeraars als CZ niet meer als partner worden genoemd en vraagt of het college hen actief wil betrekken. Daarnaast vraagt hij hoe wordt omgegaan met de onzekere rijksbijdragen en het personeelstekort, en hoe de continuïteit van niet-wettelijke projecten wordt gewaarborgd. Tot slot wil hij inzicht in de gevolgen van de gestegen gemeentelijke bijdrage voor Sittard-Geleen. Hij benadrukt het belang van scherpte en duidelijke keuzes, met een duidelijke rol voor de raad.

De heer Kamps (CDA) spreekt waardering uit voor de directie en alle medewerkers van de GGD ZuidLimburg, voor hun samenwerking met overkoepelende partijen en de inzet voor de gezondheid van inwoners in de zestien Zuid-Limburgse gemeenten. De heer Bonten (D66) merkt op dat het programma Trendbreuk nu levensfase overstijgend wordt. Hij vindt dit positief, omdat dit de effectiviteit van preventie vergroot. Gezien de bezuinigingen van het kabinet ziet hij preventie als de beste manier om kosten te beheersen. Wethouder Tillie begint met te benadrukken dat preventie een belangrijke taak van de GGD is, waar volop op wordt ingezet. Met het programma Trendbreuk is enkele jaren geleden een goede stap gezet door alle betrokken partijen samen te brengen om de gezondheidsachterstanden in Zuid-Limburg aan te pakken. Dit programma richt zich op jonge kinderen van circa negen maanden voor de geboorte tot 27 jaar, met als doel hen een goede start te geven voor de rest van hun leven. Omdat de gebruikte methodiek effectief blijkt, wordt onderzocht of deze ook toegepast kan worden op andere leeftijdsgroepen, zonder dat Trendbreuk zelf wordt uitgebreid. Hij reageert op de vraag van de heer Dormans over zorgverzekeraars en legt uit dat het Integraal Zorgakkoord (IZA) inmiddels een regionale visie en afspraken bevat, waarbij zorgverzekeraars, waaronder CZ, betrokken zijn.

Er is veel geld van het Rijk beschikbaar voor transformatieplannen, bijvoorbeeld voor wijken en mentale gezondheid. Zorgverzekeraars hebben echter een beperkt budget voor preventie, omdat ze volgens de wet vooral zorg aan individuen mogen vergoeden. Dit zorgt voor interne discussies bij CZ, maar de samenwerking verloopt verder goed. Over de forensische geneeskunde legt hij uit dat de medische arrestantenzorg, die voorheen onderdeel was van de forensische geneeskunde binnen de GGD, nu door een andere partij wordt uitgevoerd. De wettelijke lijkschouwing blijft bij de forensische geneeskunde van de GGD. De heer Klaassen (GGD) begint met het toelichten van de financiële situatie en de bezuinigingen waar de GGD mee te maken heeft. Hij bevestigt dat de bezuinigingen, met name een korting van 20 procent, vooral betrekking hebben op de infectieziektebestrijding. Dit onderdeel heeft al veel aandacht gekregen, mede door de lessen uit de coronapandemie en de kritiek van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid. Het kabinet had een programma voor versterking van de infectieziektebestrijding klaarliggen, maar het huidige kabinet heeft hier een streep door gezet. Dit betekent dat er een forse bezuinigingsopgave blijft, waarvan nog niet duidelijk is of en hoeveel geld er in de toekomst weer naar de regio's terugkomt.

Ook is er sprake van structurele bezuinigingen op onderzoekssubsidies, wat leidt tot een lastige financiële situatie voor de GGD. De landelijke aanbesteding heeft ervoor gezorgd dat de GGD de medische arrestantenzorg verliest, wat gevolgen heeft voor de continuïteit en inkomsten. Daarom is er een reserve gevormd om de overgang op te vangen.

2

De vaccinatiegraad bij jeugd is laag en vraagt om structurele investeringen, de reserve kan slechts tijdelijk helpen. Bij Veilig Thuis zijn wachtlijsten door personeelstekorten en voorzichtig financieel beleid, maar men werkt aan het inhalen van achterstanden en een structurele oplossing. Veilig Thuis richt zich breed op mishandeling, ook van ouderen. Landelijk lopen gesprekken over een aanvullend zorg- en welzijnsakkoord dat meer ruimte moet bieden voor preventie en samenwerking met zorgverzekeraars. Ondanks de bezuinigingen blijft de GGD inzetten op preventie, zoals via Trendbreuk. De heer Dormans (GOB) vraagt om duidelijkheid te geven over de stijgende gemeentelijke bijdrage, vooral voor Sittard-Geleen. Hoewel gesteld wordt dat de bezuinigingen niet een-op-een bij de gemeenten worden teruggelegd, haalt hij uit de cijfers juist een jaarlijkse stijging van ongeveer 2 tot 2,5 miljoen euro voor de gemeenten. Hij stelt daarom dat de kosten uiteindelijk toch wel bij de gemeenten terechtkomen, omdat de totale begroting min of meer gelijk blijft terwijl de Rijksoverheid minder bijdraagt. De heer Klaassen (GGD) legt uit dat in de meerjarenbegroting, die enkele jaren geleden met de raden is besproken, al een extra gemeentelijke bijdrage van 3 miljoen euro was opgenomen, verdeeld over de regio.

Voor de komende jaren zijn er geen geplande kostenstijgingen behalve indexering van loon- en materiaalkosten. Die indexering wordt volgens afspraak via een vaste verdeelsleutel doorberekend aan de gemeenten en is een autonome kostenstijging, geen extra bijdrage voor nieuwe taken. Wethouder Tillie geeft aan dat er binnen de begroting ook een inflatie- en indexeringspot is om deze kosten op te vangen, zodat dit geen extra bezuiniging betekent ten opzichte van andere posten. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad kan worden gebracht. Hij schorst de vergadering voor enkele minuten.

3

Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 15 mei 2025 Tijdstip:

19.00-22.28 uur

1.2 Jaarstukken 2024, ontwerpbegroting 2026, meerjarenraming 2027-2029 van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuid-Limburg (Houtakkers) 19.30-20.00 uur Aanwezig de voorzitter: de griffier:

M. De Loo A. Cortlever

de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal : PIT:

F.E.M. van Kan H.L.J. Kamps J.W. Coumans T.A.G. Baars B. Bonten L. Hoogenberg P.W.M. Winteraeken-Bruls M.C.M.H. Schumans J.M.S. Kaul

het college:

Wethouder Houtakkers

ambtelijke ondersteuning:

Mevrouw Bex, de heer Senczuk

overige aanwezigen:

De heer Lijmandt (Omgevingsdienst)

notulen:

I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter heropent de vergadering. Hij licht toe dat kennis wordt genomen van de jaarstukken 2024 en instemming wordt gevraagd voor de ontwerpbegroting en meerjarenraming van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuid-Limburg. Er wordt voorgesteld geen zienswijze in te dienen. Eerste termijn De heer Bonten (D66) vraagt of het wegvallen van de SPUK, zoals in de begroting te zien is, invloed heeft op toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht. Hij wil weten of dit leidt tot minder inzet op dat gebied of dat bijvoorbeeld reserves worden ingezet om het toezicht toch voort te zetten. Hij vraagt of dit in de begroting terug te vinden is. De heer Kamps (CDA) geeft namens zijn fractie aan te kunnen instemmen met de stukken. Mevrouw Van Kan (GOB) geeft aan dat haar fractie geen bezwaren heeft.

4

Mevrouw Winteraeken-Bruls (SPA) merkt op dat het bedrijf vroeger RUD heette en nu een van de zes omgevingsdiensten is. Ze waardeert de samenwerking met de andere vijf diensten en de nieuwe bedrijfsvoering die per 1 januari 2025 is gestart. Ze heeft verder geen vragen en noemt het een goede ontwikkeling. De heer Lijmandt (Omgevingsdienst) legt uit dat de vrijval van SPUK-middelen betrekking heeft op middelen uit voorgaande jaren. Voor 2025 en 2026 zijn er nog SPUK-middelen beschikbaar en er is redelijk zicht op verlenging vanuit het Rijk daarna, al is dat nog niet definitief. Wel wordt verwacht dat deze middelen niet volledig toereikend zijn, daarom werkt het afdelingshoofd momenteel aan het regelen van structurele financiering samen met verschillende gemeenten. De voorzitter geeft aan dat het stuk als hamerstuk naar de raadsvergadering gaat. Hij schorst de vergadering tot 20.00 uur.

5

Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 15 mei 2025 Tijdstip:

19.00-22.28 uur

1.3 Stadsmarketing (Houtakkers) 20.00-21.25 uur Aanwezig de voorzitter: de griffier:

M. De Loo A. Cortlever

de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal : PIT:

G.R. Klee B.A.J. Hoedemakers A.C.M. Raven T.A.G. Baars B. Bonten L. Hoogenberg J.J. Renet M.C.M.H. Schumans J.M.S. Kaul

het college:

Wethouder Houtakkers

ambtelijke ondersteuning:

De heer Portz

overige aanwezigen:

De heer Boselie (Trifaire)

notulen:

I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter heropent de vergadering voor het derde agendapunt. De raad wordt gevraagd het merkverhaal en strategisch kader vast te stellen. Het meerjarige programma wordt uitgevoerd door de nieuwe stichting Sittard-Geleen Marketing, waarin ook het evenementenbureau is ondergebracht. Daarnaast worden de hoofdtaken en begroting vastgesteld. De technische vragen van PIT en SPA en de antwoorden daarop zijn beschikbaar in iBabs. Eerste termijn De heer Baars (GroenLinks/PvdA) uit zijn kritiek op het stadsmarketingvoorstel. Volgens hem voelde zijn fractie zich niet gehoord tijdens het participatieproces, dat volgens hem vooral gericht was op de maakindustrie en niet op de inwoners. Hij noemt de focus op de circulaire productiestad eenzijdig en wijst erop dat veel inwoners juist in de zorg werken. Daarom is zijn fractie tegen het voorstel. Positief vindt hij wel het op afstand plaatsen van het evenementenbureau, maar verder blijft hij kritisch en hij zal tegen het voorstel stemmen. De heer Hoogenberg (VVD) uit zijn zorgen over het stadsmarketingvoorstel. Hij stelt dat het merkverhaal niet het vertrouwen wekt dat het breed gedragen is. Hij wijst op de complexe juridische constructie van de stichting, die formeel geen verbonden partij is, maar wel veel publiek geld ontvangt en een regierol krijgt.

De VVD vraagt zich af hoe de gemeenteraad zijn sturende en controlerende rol effectief kan uitoefenen

6

en mist toetsing door eigen juridische en inkoopexperts. Ook vindt hij dat niet serieus is onderzocht of de taken niet in eigen beheer kunnen worden gedaan, gezien de bestaande communicatieafdeling en het evenementenbureau. Hij roept het college op om eerst een grondig onderzoek te doen en eventueel met een pilot te starten, zeker gezien de financiële risico’s voor de toekomst. De heer Hoedemakers (CDA) benadrukt dat zijn fractie, ondanks eerdere kritische geluiden, het stadsmarketingvoorstel als een sterke stap ziet richting een herkenbare en verbindende toekomstvisie voor Sittard-Geleen. In een tijd van krimp en regionale concurrentie is het volgens hem essentieel om een breed gedragen merkverhaal te hebben dat trots en samenhang versterkt. Hij noemt het merkverhaal ‘Waar maken betekenis geeft’ geen loze slogan, maar een resultaat van een zorgvuldig en inclusief proces met brede betrokkenheid van inwoners, bedrijven en cultuur. Dit verhaal verbindt de lokale makersmentaliteit met innovatie en vooruitgang. Hij waardeert de stichting Sittard-Geleen Marketing binnen het quasi-aanbestedingsmodel als een goede constructie die slagkracht en democratische controle combineert. Hij roept de raad op om deze koers te omarmen en samen te werken aan het waarmaken van het merkverhaal. De heer Raven (Stadspartij) uit stevige kritiek op de voorgestelde organisatievorm van de stadsmarketing.

Hij vindt het oprichten van een aparte stichting, die ver af staat van de gemeenteraad en zonder wethouder in het bestuur, niet passend bij zo’n belangrijk onderwerp met een groot budget en grote impact op de gemeenschap. Volgens hem hoort er juist meer politieke betrokkenheid en sturing vanuit het college te zijn. Hij verwijst ook naar het partijprogramma van zijn Stadspartij, dat thema’s als wonen, werken en waarmaken centraal stelt. Hij merkt op dat de nieuwe slogan ‘Waar maken betekenis geeft’ onvoldoende aansluit bij de verborgen sieraden van de stad, het sterke verenigingsleven, de lokale cultuur, popfestivals, sport en de historische binnenstad. Deze aspecten worden volgens hem niet weerspiegeld in het merkverhaal, dat vooral focust op industrie en innovatie, zoals de Brightlands-campus en Chemelot. Hij vindt het jammer dat het brede gevoel van de inwoners niet goed wordt meegenomen en dat het college deze afstandelijke houding aanneemt door het onderwerp grotendeels buiten de politiek te plaatsen. Volgens de heer Raven schuift het college zijn verantwoordelijkheid af door de stadsmarketing zo ver van de politiek te positioneren, terwijl het juist een zaak is die de hele stad en gemeenteraad aangaat. Hij roept op om de betrokkenheid te vergroten en het merkverhaal breder en inclusiever te maken.

De heer Kaul (PIT) benadrukt dat PIT het belangrijk vindt dat de gemeente serieus werkt aan de herprofilering van Sittard-Geleen en juicht het betrekken van inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden toe. Toch is PIT er nog niet van overtuigd dat de gekozen koers de juiste is. Hij verwijst naar het onderzoek dat De Limburger heeft gedaan, waaruit blijkt dat niet iedereen enthousiast is over de profilering met de makersmentaliteit als kern. Hij twijfelt bovendien of het onderzoek wel aan alle voorwaarden voldoet, maar vindt dat het signaal niet genegeerd mag worden. De heer Kaul vraagt daarom aan het college waarom het zo stellig vasthoudt aan deze koers. Hij wil weten of dit komt door het proces en de planning, of dat het college er echt van overtuigd is dat deze richting de meest succesvolle is. Mevrouw Schumans (Lokaal SGB) merkt op dat de gemeente al jarenlang verschillende onderzoeksbureaus en marketingprojecten heeft ingezet, die ook flink wat kosten met zich meebrachten. Zij vraagt zich daarom af wat deze inspanningen tot nu toe daadwerkelijk hebben opgeleverd. Daarnaast geeft ze aan het eens te zijn met het idee dat in de stichting mensen moeten zitten die gevoel hebben bij de gemeente, omdat zij het beste weten wat goed is voor de gemeente.

De heer Klee (GOB) benadrukt dat stadsmarketing volgens zijn fractie een strategisch proces is dat om consistentie en een lange adem vraagt, en geen snelle campagne of losse acties. Hij vindt dat de gemeenteraad zich niet moet mengen in het werk van marketeers of evenementenorganisatoren. De voorgestelde stichting Sittard-Geleen Marketing krijgt straks de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de marketing en het jaarlijks opstellen van een uitvoeringsprogramma.

7

Hoewel hij positief staat tegenover het voorstel, heeft hij ook zorgen en vragen over de organisatie en het toezicht. Zo wil hij weten hoe ondersteunende functies, zoals financiën, in de structuur zijn meegenomen, aangezien deze buiten de begroting lijken te vallen. Daarnaast vraagt hij zich af hoe de stichting de activiteiten invult die niet direct vanuit de gemeente komen, want volgens het quasi inbestedingsmodel moet meer dan 80 procent van de activiteiten gemeentelijke taken betreffen. Ook is er volgens hem onduidelijkheid over de rechten en garanties van gemeentepersoneel dat naar de stichting overgaat, iets waar hij graag opheldering over krijgt. Verder maakt hij zich zorgen over de controlerende rol van de gemeenteraad. Hoewel er evaluatiemomenten en toezicht zijn toegezegd, blijkt uit eerdere ervaringen met vergelijkbare organisaties dat problemen vaak pas te laat bij de raad terechtkomen, vooral op financieel gebied. Hij vraagt zich af hoe dit in de toekomst voorkomen kan worden, zodat de raad zijn controlerende taak goed kan vervullen en niet slechts achteraf bij problemen wordt betrokken. Tot slot heeft hij technische vragen over de financiële prognoses van evenementen en vraagt hij waarop deze cijfers gebaseerd zijn.

Ondanks deze vragen en zorgen sluit de GOB-fractie zich positief aan bij het voorstel, met als voorwaarde dat de raad voldoende grip en inzicht behoudt. De heer Bonten (D66) begint met te benadrukken hoe waardevol hij de bijeenkomsten over het merkplan heeft gevonden, waarbij ook leden van zijn fractie aanwezig waren. Hij merkt op dat de opmerkingen van de raad serieus werden meegenomen, vooral zichtbaar tijdens de tweede bijeenkomst. Hij wil daarmee afstand nemen van het idee dat de bijeenkomsten slechts symbolisch waren zonder echte invloed. Volgens hem gaat het merkplan niet alleen over de maakindustrie en Chemelot, maar juist ook over verenigingen, muziek maken en plezier beleven. Hoewel hij toegeeft dat dit niet altijd even duidelijk naar voren komt in het merkverhaal, vindt hij dat het maken van betekenis daar wel centraal staat. Hij benadrukt dat het merkplan bedoeld is als een basisverhaal en geen slogan, met een langetermijnvisie van minstens tien jaar. Het plan moet Sittard-Geleen op een strategische manier neerzetten die bijdraagt aan stadsmarketing en het verbeteren van het imago, zowel voor de eigen inwoners als voor mensen buiten de gemeente. De heer Bonten noemt daarbij nadrukkelijk de EU-regio, met Aken en Luik als voorbeelden, en benadrukt dat Sittard-Geleen niet los gezien kan worden van deze grensoverschrijdende regio.

Volgens hem heeft deze regio zelfs meer potentie dan de Randstad, ook op het gebied van maakindustrie en cultuur. Hij wijst erop dat het merkverhaal wel historische en culturele elementen benoemt, zoals muziek en verenigingen. Wat betreft het evenementenbureau binnen de stichting Sittard-Geleen Marketing ziet hij een groot voordeel in een ‘dedicated office’ dat zich richt op het organiseren en faciliteren van evenementen. Hij noemt als voorbeeld de kerstmarkt in de Broekstraat, die door succes uit de hand is gelopen en nu tegen veiligheids- en vergunningseisen aan loopt. Zo’n bureau kan dat soort problemen voorkomen en ook kleinere, nieuwe evenementen ondersteunen. In grote lijnen staat zijn fractie achter het raadsvoorstel, met de kanttekening dat ze mogelijk nog een motie of amendement zullen indienen om bepaalde punten aan te scherpen. De heer Renet (SPA) sluit zich aan bij het positieve beeld over de bijeenkomsten, waar zijn fractie met meerdere leden regelmatig bij aanwezig was. Hij waardeert de open samenwerking en het feit dat de raad invloed heeft kunnen uitoefenen, bijvoorbeeld door afstand te nemen van een eerder voorgestelde slogan die niet aansloot bij de bevolking. Ook SPA onderschrijft dat het merkplan geen slogan is, maar een langetermijnstrategie waarin onder meer groene chemie, historie en landschap een rol spelen.

Wel merkt hij op dat de figuurlijke betekenis van chemie onderbelicht blijft, terwijl dat juist een belangrijke rol speelt. Daarnaast heeft hij kritiek op de focus op het gebied Chemelot, dat weliswaar tot de gemeente behoort, maar waar de provincie het bevoegd gezag is. Volgens hem is het onrealistisch om daar nadruk op te leggen in het stadsmarketingprogramma. Hij vindt dat de focus meer moet liggen op bedrijven en bedrijventerreinen in de centra en bebouwde gebieden van Sittard en Geleen. Verder benadrukt hij het belang van verbinding tussen mensen, verenigingen en evenementen, en het aantrekken van nieuwe inwoners door de leefbaarheid te verbeteren. Hij wijst erop dat de aantrekkelijkheid van de gemeente is afgenomen, met dalende woningwaarden en opleidingsniveaus, en dat dit een belangrijke uitdaging is. SPA vindt daarom dat de focus niet alleen op grote bedrijven moet liggen, zeker niet nu bijvoorbeeld SABIC mogelijk vertrekt.

8

Hij pleit voor meer invloed en controle van de gemeenteraad op uitvoering en beleid, met nauwe samenwerking en bijsturing waar nodig. Hij stelt voor dat er een begeleidingsgroep of een raadslid betrokken wordt bij de uitvoering om toezicht te houden. Over het evenementenbeleid merkt hij op dat er goede gesprekken zijn geweest, maar hij heeft twijfels over de classificatie en financiering van evenementen. Hij noemt ook dat het Oktoberfeest voor het eerst een winst van ongeveer 10 procent maakte, wat positief is. Een aandachtspunt is volgens hem het efficiënt delen van materialen die de gemeente aanschaft voor evenementen. Hij vindt dat deze middelen beschikbaar moeten zijn voor alle organisatoren binnen de gemeente, zodat niet iedereen zelf hoeft te investeren, wat efficiënter is en beter past bij de rol van een evenementenbureau. Tot slot benadrukt hij dat een extern bureau voor evenementen en marketing toegevoegde waarde heeft, vooral omdat er de afgelopen decennia weinig consistent beleid was op dit gebied. Een gespecialiseerd bureau kan deze taak professioneler en breder aanpakken, wat goed aansluit bij de langetermijnvisie van het merkplan gericht op inwoners en bedrijven in de centra. Wethouder Houtakkers licht toe dat er meerdere sessies zijn gehouden om de raad en stakeholders te betrekken bij stadsmarketing, met als centraal thema ‘maken’ in brede zin.

Het merkverhaal is gebaseerd op deze input en dient als basis voor een langetermijnvisie van tien jaar, met tussentijdse evaluaties. Er is vastgesteld dat stadsmarketing binnen de gemeentelijke organisatie versnipperd was en geen centraal punt had. Daarom wordt voorgesteld om stadsmarketing onder te brengen in een externe stichting, met een quasi-inbestedingsmodel zodat het college toezicht houdt via een benoembare raad van toezicht. Dit zorgt voor duidelijke verantwoordingslijnen richting de raad, inclusief een jaarplan en financiële controle. De wethouder gaat in op opmerkingen vanuit de raad, zoals het gevoel van sommige partijen dat ze niet voldoende betrokken zijn geweest, en benadrukt het belang van draagvlak en transparantie. De wethouder geeft aan dat Inkoop goedkeuring heeft gegeven. Hij noemt positieve ervaringen met andere steden zoals Eindhoven, Leiden en Utrecht waar een combinatie van citymarketing en evenementenbureau goed werkt. De wethouder benadrukt dat stadsmarketing er is voor de stad en haar bewoners, niet alleen voor de raad, en dat het merkverhaal stevig staat dankzij brede betrokkenheid van stakeholders. Hij erkent dat er nog aandachtspunten zijn, maar kijkt met vertrouwen naar de voorgestelde aanpak en langetermijnsamenwerking.

De heer Boselie benadrukt dat het voorstel voor stadsmarketing met veel zorg en toewijding is opgesteld en dat Sittard-Geleen hiermee tot de frontrunners in Limburg kan gaan behoren. Het merkverhaal bevat een sterke kern die de mentaliteit van de gemeenschap weerspiegelt, en het is belangrijk deze mentaliteit vast te houden. Het verhaal is een kader dat openstaat voor verdere invulling, waarbij samenwerking met de stad centraal staat. Hij verwijst naar ervaringen in Eindhoven, waar men decennia consistent heeft gewerkt aan een sterk merkimago. Dit is een proces van lange adem dat ook Sittard-Geleen kan volgen, omdat alle basisvoorwaarden aanwezig zijn. Juridisch gezien is participatie van de raad in het bestuur van een stichting niet wenselijk en past dit niet binnen de huidige wetgeving. Het voorgestelde quasi-inbestedingsmodel is daarom geschikt, het geeft sturing via duidelijke contracten en statuten, inclusief een noodremconstructie die tijdig ingrijpen mogelijk maakt. Het model voorkomt dat wethouders in een lastige positie komen door dubbele rollen, zowel toezichthouder als opdrachtgever, wat in oude bestuursvormen wel voorkwam. De sturing blijft wel goed gewaarborgd, maar het bestuur kan zich op een professionele en terughoudende manier bezighouden met het dagelijkse beheer.

De heer Renet (SPA) mist nog een krachtiger uitwerking van de chemie en figuurlijke betekenissen in het merkverhaal. Hij stelt voor dat dit helderder wordt gedefinieerd, bij voorkeur ondersteund door een voorstel vanuit het vak. Daarnaast pleit hij voor een extra paragraaf in het merkverhaal die deze diepere betekenis expliciet benadrukt. Volgens hem kan dit de zorgen en weerstand bij sommige raadsleden wegnemen. Hij zou het waarderen als deze verduidelijking niet alleen door de raad zelf komt, maar met steun vanuit het vakgebied.

9

Wethouder Houtakkers geeft aan dat het college wil nadenken over de suggestie van de heer Renet. Hij staat open voor het idee, maar weet niet of het formeel nog mogelijk is om het huidige raadsvoorstel nu al zo uitgebreid aan te passen met een extra paragraaf. Het college zal bekijken of ze met een wijzigingsvoorstel kunnen komen. De heer Renet (SPA) stelt voor dat het college nadenkt over zijn suggestie en vervolgens een voorstel voorbereidt dat als amendement kan worden ingediend. Zo is er duidelijkheid en worden zowel het college als de raad geholpen. De heer Raven (Stadspartij) verwijst naar de uitleg van de heer Boselie over de afstand die in Eindhoven wordt gehouden, waarbij de dagelijkse problemen niet steeds centraal staan. Hij vindt echter dat de huidige afstand op papier onvoldoende is. Hij ziet in het voorstel van de heer Renet een mogelijke tussenoplossing, ook al hoort hij de wethouder daar nog niet direct steun voor geven. Hij stelt zich voor dat die afstand in de vorm van een werkgroep of commissie kan worden ingevuld, waarin een of twee keer per jaar de situatie wordt besproken zodat de politiek wel betrokken blijft. De heer Boselie legt uit dat er een formele en een informele wereld is, waarbij juist de informele, directe verbinding bij citymarketing cruciaal is.

In Eindhoven zat de citymarketingorganisatie minimaal twee keer per jaar met de wethouder in de raadscommissie om de stand van zaken en samenwerkingsontwikkelingen toe te lichten. Het gaat om een open, interactieve structuur van halen en brengen. Hij waardeert de betrokkenheid van raadsleden tijdens sessies en benadrukt dat samenwerking in de genen zit van citymarketing. Die verbindingen zijn essentieel om afstand te overbruggen en zouden niet alleen formeel, maar vooral vanuit een samenwerkingsattitude moeten worden vormgegeven. Hij moedigt de citymarketingorganisatie aan om deze actieve verbindingen te blijven zoeken en noemt het voorbeeld van zijn e-mailcontact over details van de merkpropositie als een positieve vorm van betrokkenheid en eigenaarschap. Hij adviseert het college en de raad om intensief contact te houden, vooral op inhoudelijke dossiers, vanuit een open en samenwerkende houding in plaats van enkel formele afspraken. De heer Raven (Stadspartij) stelt voor dat de wethouder een toezegging doet om de afstand tussen raad en citymarketing zo klein mogelijk te houden, zoals nu besproken. Hij benadrukt dat men niet wil terugvallen in de oude situatie waarbij gebrek aan informatie leidde tot grote politieke discussies die voorkomen hadden kunnen worden door betere communicatie.

Vervolgens merkt hij op dat de wethouder moeite lijkt te hebben met de kritische opstelling in eerste termijn, maar benadrukt dat hij de eerdere avonden als zinvol ervaart en die werkwijze ook elders toegepast zou willen zien. Hij wijst erop dat het college aangeeft dat er niet officieel een slogan is vastgesteld, maar het voorstel verwijst er wel regelmatig naar. Hij vindt dat, als er geen officiële slogan is, die dan ook niet in het raadsvoorstel opgenomen moet worden, om onduidelijkheid te voorkomen. Hij hoopt dat de wethouder dit nogmaals wil bekijken voordat het stuk definitief aan de raad wordt aangeboden. Wethouder Houtakkers bevestigt dat het college bereid is om minimaal één- à tweemaal per jaar met de raad bijeen te komen over stadsmarketing, zoals ook door de heer Boselie is voorgesteld. Over de kritische opstelling zegt hij dat hij die niet als probleem ziet, maar dat de verschillen vooral zitten in de interpretatie van het merkverhaal versus de slogan. Volgens hem gaat het merkverhaal over de identiteit van de stad, terwijl een slogan vooral een promotioneel middel is om specifieke kenmerken of plekken te benadrukken. Hij benadrukt dat het een lopende discussie is, waarbij de krant die dag ook aandacht besteedt aan het verschil tussen merkverhaal en slogan. De heer Raven (Stadspartij) blijft moeite houden met het onderscheid tussen merkverhaal en slogan.

Hij vindt dat, als de slogan in raadsvoorstellen en beleidsstukken gebruikt wordt als voorbeeld voor de komende tien jaar, deze wel echt de lading moet dekken.

10

Hij roept daarom op om het thema of de slogan te herzien, zodat de kritiek die hij uitdrukt wordt meegenomen en de slogan beter aansluit bij wat de stad daadwerkelijk is en wil uitstralen. De heer Bonten (D66) wil met een motie of amendement komen om de grensoverschrijdende identiteit van Sittard-Geleen sterker naar voren te laten komen in het merkverhaal, waarvan de titel is "Waar maken betekenis geeft". Hij benadrukt dat het merkverhaal een startpunt is en dat het wenselijk is voor het echte begin nog kleine aanpassingen te doen. Hij staat open voor een gesprek over de beste manier om dit in te passen, bijvoorbeeld met meer nadruk op de regio, en wil eerst bekijken of dit misschien al voldoende is verwerkt. Hij vraagt de wethouder of die bereid is om hierover mee te denken, zodat ze dit eerst kunnen bespreken voordat ze formeel een motie of amendement indienen. Wethouder Houtakkers benadrukt dat hij erop gericht is dat de citymarketing met een breed draagvlak en bij voorkeur unaniem in de raad wordt behandeld en besloten, omdat dat ook belangrijk is voor de buitenwacht. Hij erkent het belang van regionale aspecten, zoals de heer Bonten noemt, en geeft aan dat er regelmatig contact is over dit onderwerp.

De heer Klee (GOB) vraagt om een concrete toezegging dat de kwestie rondom het gemeentepersoneel afgerond wordt voordat de stichting van start gaat, om later geen problemen te krijgen. Wethouder Houtakkers geeft aan dat er al gesprekken zijn gevoerd met de betrokken medewerkers en dat de afdeling P&O het traject goed heeft bekeken. Er is duidelijkheid over wat er gebeurt wanneer medewerkers de huidige organisatie verlaten en wat hun zekerheden zijn bij de nieuwe organisatie. Dit proces verloopt anders dan eerdere trajecten, waarbij veel lessen zijn geleerd en nu vooraf goed is voorbereid. Tweede termijn De heer Renet (SPA) vraagt GroenLinks om toe te lichten waar hun pijnpunten precies liggen. De heer Baars (GroenLinks/PvdA) geeft aan dat hun pijnpunt vooral zit in het feit dat er niet met een open vizier is gewerkt. De heer Renet (SPA) vraagt zijn collega’s specifiek naar de financiële kant van het verhaal, met name over de evenementen die genoemd worden. Hij wijst erop dat de kosten daarvan aanzienlijk hoger zijn dan in voorgaande jaren en vraagt of ze dit hebben bekeken en wat hun mening daarover is. De heer Klee (GOB) geeft aan dat hij de prognoses heeft bekeken, vooral met het oog op toekomstige evenementen onder het nieuwe beleid.

Hij heeft het college gevraagd hoe deze prognoses zijn opgesteld, of er rekening is gehouden met factoren zoals slecht weer, en waarop de verwachte stijgingen zijn gebaseerd. De heer Bonten (D66) merkt op dat het raadsvoorstel vooral gaat over het vaststellen van de begroting voor stadsmarketing en het stadsmarketingbureau. Hij benadrukt dat het nu niet gaat over de individuele evenementen, winst of omzet daarvan, maar om de middelen die daarvoor beschikbaar zijn. De evenementen en hun organisatie worden straks onderdeel van het stadsmarketingbureau. De heer Renet (SPA) wijst erop dat de bedragen voor bepaalde evenementen die in de stukken bij het verhaal staan, sterk uiteenlopen. Hij uit twijfels over de onderbouwing en het verleden van de subsidies, mede omdat Berenschot heeft aangegeven dat de subsidietoestand problematisch is. Hij ervaart daarover moeite en onzekerheid, mede door de antwoorden die gegeven zijn. De heer Bonten (D66) geeft aan dat hij de technische antwoorden op de vragen van SPA nog niet grondig heeft kunnen bestuderen. Hij merkt op dat de interpretatie van het Berenschot-onderzoek door de heer Renet afwijkt van die van het gemeentebestuur. Wat betreft de bedragen stelt hij dat in het raadsvoorstel alleen algemene bedragen voor stadsmarketing en incidentele bijdragen staan, en niet de

11

kosten of opbrengsten van specifieke evenementen. Hij vraagt dan ook waar die informatie precies zou moeten staan, omdat hij het niet terug kan vinden. De heer Renet (SPA) legt uit dat hij bij het opstellen van zijn vragen wel degelijk de cijfers heeft bekeken die in de bijbehorende stukken bij het raadsvoorstel staan. Die cijfers bevatten ook de inkomsten en uitgaven per evenement, en de verschillen daarin zijn duidelijk terug te zien. Hij benadrukt dat hij die stukken heeft bestudeerd, ook het Berenschot-rapport, dat volgens hem heel helder is. Daarnaast merkt hij op dat het college onderdeel is van het gemeentebestuur, wat hij wil verduidelijken. De heer Raven (Stadspartij) geeft aan dat hij in de financiële paragraaf heeft gelezen dat er vooral gebruik wordt gemaakt van bestaande budgetten, met een uitbreiding van ongeveer drie keer 115.000 euro, wat neerkomt op zo’n 400.000 euro per jaar voor ongeveer tien jaar. Hij geeft aan dat zijn fractie hier geen opmerkingen over maakt, omdat het vooral gaat om reeds beschikbare middelen. Wel begrijpt hij dat, als er prioriteiten worden gesteld om het beleidsplan echt waar te maken, er extra geld voor nodig kan zijn. Het financiële aspect is voor zijn fractie dus niet het hoofdkritiekpunt geweest.

De heer Klee (GOB) benadrukt dat het evenementenbureau uiteindelijk verantwoordelijk is voor de door de gemeente georganiseerde evenementen en dat eventuele overschotten of tekorten bij de gemeente terechtkomen. Daarom vindt hij dat de raad wel degelijk een mening moet hebben over die financiële aspecten. De heer Bonten (D66) erkent dat de evenementen inderdaad genoemd worden in de voorgestelde begroting van de stichting Sittard-Geleen Marketing. Hij ziet echter nog niet terug dat er wordt ingegaan op de organisatie en verschillen tussen die evenementen. Voor de heer Bonten is vooral de ondersteuning van andere projecten belangrijk, zoals Oktoberfeest en de Geleense Kermis. Het nieuwe marketing- en evenementenbureau is volgens hem bedoeld om bestaande evenementen te organiseren en ook nieuwe en kleinere evenementen te ondersteunen, waarbij het merkverhaal tot uiting komt. Hij bevestigt dus dat de evenementen financieel wel degelijk in de begroting staan. De voorzitter stelt voor om het stuk als bespreekstuk te behandelen, mede omdat het college een toezegging heeft gedaan om met een aanvullende notitie of wijzigingsvoorstel op het raadsvoorstel te komen.

De bespreekpunten daarbij zijn de financiële kant, inclusief de verhouding met evenementen en het evenementenbureau, en ook de betekenis van het merkverhaal en de regionale aspecten die nog niet voldoende in het stuk terugkomen. De voorzitter herhaalt de toezegging van de wethouder, namelijk dat de raad betrokken blijft door een paar keer per jaar samen te komen over stadsmarketing. Ook worden de schriftelijke antwoorden op de technische vragen van de gob-fractie voor de raadsvergadering verwacht, evenals het wijzigingsvoorstel van het college. De voorzitter schorst de vergadering voor enkele minuten.

12

Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 15 mei 2025 Tijdstip:

19.00-22.28 uur

1.4 Rondevoorstel Stadspartij Toon Hermans Theater - Expo Toon Hermans (Houtakkers) 21.3022.15 uur Aanwezig de voorzitter: de griffier:

M. De Loo A. Cortlever

de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal : PIT:

P.G.J.M. Boonen H.L.J. Kamps W.P.H. Paauwe P.H.J. Kubben B. Bonten L. Hoogenberg P.W.M. Winteraeken-Bruls M.C.M.H. Schumans J.M.S. Kaul

het college:

Wethouder Houtakkers

ambtelijke ondersteuning:

De heer Portz

notulen:

I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter heropent de vergadering voor agendapunt 4. Eerst krijgt de initiatiefnemer van het voorstel het woord, daarna mag de portefeuillehouder reageren. Vervolgens kunnen de overige deelnemers hun bijdrage leveren, waarna zowel de initiatiefnemer als de portefeuillehouder nogmaals kunnen reageren. Eerste termijn De heer Paauwe (Stadspartij) uit zijn frustratie over de jarenlange stilstand rondom het eren van Toon Hermans. Sinds 2007 stelt de Stadspartij hierover vragen, maar er is nog geen concrete voortgang. Hij noemt een unanieme motie uit 2024 en verwijst naar het gebrek aan daadkracht van het college, dat telkens uitstel geeft en niet wil meewerken aan de huisvesting van een expositie in de kelder van het Toon Hermans Theater, ondanks een lopende overeenkomst tot 2027. Dit zorgt voor onvrede en het gevoel dat afspraken worden genegeerd, waardoor de stichting in een kwaad daglicht komt te staan. Hij vraagt naar de rol van de nieuwe directeur en wijst op openstaande vragen over het Laaglandtheater en de geschiktheid van de huidige locatie. Hij benadrukt het belang van eerbetoon aan Toon Hermans en roept het college op om snel met een duidelijke boodschap te komen, zodat de raad voor de zomer van 2025 duidelijkheid heeft.

13

Wethouder Houtakkers geeft aan dat het college sinds 2021 in contact is met de stichting Domijnen over het eren van Toon Hermans in het theater, wat heeft geleid tot de naamgeving van het Toon Hermans Theater. Er is echter discussie over de plek van een expositie; het college en de stichting verschillen van mening over of hierover afspraken zijn gemaakt. Volgens de wethouder is er geen bindende overeenkomst en het verbaast hem dat de stichting geen juridische stappen heeft genomen, terwijl dit conflict al vier jaar duurt. Hij verwijst naar een unanieme motie uit 2024, waarin wordt gevraagd te onderzoeken of een Toon Hermans-museum in de binnenstad kan komen. Het college heeft het adviesbureau BMC gevraagd om dit te onderzoeken en zoekt naar een geschikte locatie. Daarbij is de eigenaar van de Agnetenkapel bereid gevonden de ruimte op termijn te verhuren, wat een mogelijke plek voor het museum kan zijn. De wethouder benadrukt dat het proces zorgvuldig moet verlopen en dat de uitkomsten van het BMCrapport leidend zijn voor verdere besluiten. Het college wil hiermee discussie over losse antwoorden voorkomen en wacht de rapportage af, die binnen enkele maanden wordt verwacht. Hij ziet het proces niet als gebrek aan doorpakken, maar als een ordentelijke aanpak die met de raad is gedeeld. Tot die tijd blijft de motie van de raad richtinggevend.

De heer Bonten (D66) benadrukt dat hij niet begrijpt waarom gesteld wordt dat niet voldaan wordt aan de motie, want volgens hem gebeurt dat juist wel. Hij vindt dat de voortdurende ruzie tussen partijen het imago van Sittard-Geleen en de herinnering aan Toon Hermans schaadt. Hij begrijpt niet waarom er gedreigd wordt met het weghalen van de naam van het theater, wat volgens hem niet past bij een eervolle nagedachtenis. Hij benadrukt dat hij zich niet wil mengen in de vraag of er afspraken zijn gemaakt, maar steunt het idee van een expositie in de binnenstad omdat dat mensen door de stad laat bewegen, bijvoorbeeld van het Toon Hermans Theater naar de expositie. Hij noemt de Helenakapel een mooie locatie, omdat daarmee ook erfgoed behouden blijft. Hij wijst erop dat het neerzetten van een langdurige expositie niet makkelijk is, gezien voorbeelden zoals het Comité Flodder Filmhistorie. Er komt veel overleg bij kijken en het kost tijd.

Hij roept alle betrokken partijen, de stichting, het college en de Stadspartij, op om volwassen met elkaar te praten en zich te richten op de realiteit, als er een goede plek is voor de expositie, waarom zou die dan niet benut worden? De heer Kamps (CDA) spreekt zijn waardering uit voor Toon Hermans en een blijvend eerbetoon aan hem, zoals de naamgeving van het Toon Hermans Theater en het herstel van het bankje bij zijn graf, wat de Toon Hermans Stadswandeling compleet maakt. Hij complimenteert de wethouder en het college met het vinden van een alternatieve locatie in de Agnetenkapel, die met zijn zichtbaarheid in de binnenstad zowel het centrum als de horeca ten goede komt en een goede bestemming is voor deze historische kapel. Het CDA vindt deze oplossing sympathiek en steunt die. Wel betreurt hij dat de stichting Toon Hermans deze locatie afwijst en niet wil overleggen. Hij hoopt dat de wethouder alsnog een manier vindt om met de stichting in gesprek te komen. Daarnaast wacht hij de uitkomst van het BMC-onderzoeksrapport af. De heer Hoogenberg (VVD) benadrukt dat het initiatief om het culturele erfgoed van Toon Hermans te eren aanvankelijk breed gedragen was, maar nu helaas leidt tot teleurstelling en verdeeldheid. Hij verwijst naar een recent artikel waarin de frustratie van de familie Hermans en de stichting duidelijk wordt, en stelt dat deze situatie niemand helpt.

Hij vraagt het college hoe zij het dossier verder gaat oppakken, waarbij hij uit de toelichting van de wethouder begrepen heeft dat men nu vooral wacht op het BMC-rapport. Hij benadrukt dat er naast de discussie over de locatie ook aandacht moet zijn voor het belang dat Toon Hermans bij de jeugd onder de aandacht blijft, niet alleen als naam uit het verleden, maar als inspiratiebron voor creativiteit, humor en menselijkheid. Dit vraagt om meer dan alleen een expositie, namelijk verbinding met onderwijs, jongeren en hedendaagse culturele beleving. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) geeft aan dat zijn fractie nog wat in het duister tast over de situatie rondom de expositie en de locatie. Hij waardeert dat de wethouder een voorstel heeft gedaan dat voortkomt uit de raadsvragen. Over de Agnetenkapel als alternatieve locatie heeft zijn fractie nog geen definitief standpunt, maar hij constateert dat er werk is verzet.

14

Hij begrijpt niet goed waarom de stichting zo volhardt in het alleen willen vestigen van de expositie in de kelder van het Toon Hermans Theater, terwijl er een centrale en beter bereikbare locatie in het centrum is aangeboden. Hij zegt dat zijn fractie voorlopig niet het beeld wil neerzetten dat het college zijn werk niet goed doet, want er is serieus gezocht naar een passende locatie. Tot slot erkent hij dat het lastig is om nu grote uitspraken te doen en waarschuwt hij ervoor dat de verantwoordelijkheid niet eenzijdig bij het college gelegd moet worden. Hij ziet duidelijke pogingen om tot een oplossing te komen. Mevrouw Winteraeken-Bruls (SPA) benadrukt dat in de kelder van het Toon Hermans Theater het Laagland Theater gevestigd is en vraagt zich af of dat theater dan moet wijken voor een expositie. Ze vindt dat de stichting Toon Hermans ook moet nadenken over wat er met het Laagland Theater moet gebeuren, omdat een expositie daar niet zomaar bovenop kan komen. Ze erkent dat het een lastig verhaal is, maar complimenteert de wethouder met het vinden van een alternatief in de Agnetenkapel. De heer Boonen (GOB) benadrukt dat het dossier over Toon Hermans meer omvat dan alleen de expositie. Hij uit zijn teleurstelling over de antwoorden van de wethouder en vindt dat het college te weinig in gesprek is met de stichting.

Volgens hem wil de stichting juist wel in overleg blijven en wil ze dat de expositie in het theater plaatsvindt, onder andere vanwege kosten- en bezoekersaspecten. Hij vindt het vreemd dat het college vrij plotseling met een alternatief in de Agnetenkapel komt zonder goed overleg, wat het gevoel geeft dat het besluit erdoorheen gedrukt wordt. Hij vraagt om meer transparantie over de kosten van beide locaties en mogelijkheden binnen het theater, en vindt dat er serieus naar combinaties met het theater gekeken moet worden. Daarnaast waarschuwt hij voor het dreigen van de stichting om de naam Toon Hermans Theater terug te trekken als de expositie niet doorgaat, wat volgens hem een groot verlies zou zijn. Hij roept op om juridische stappen te vermijden en in plaats daarvan te zoeken naar mediation en constructief overleg, eventueel met experts om de mogelijkheden binnen het theater te onderzoeken. De heer Paauwe (Stadspartij) complimenteert de heer Boonen met zijn bijdrage en benadrukt dat slechts weinig raadsleden echt contact hebben met de stichting. Hij wijst op een geldige overeenkomst uit 2022 waarin de naam en de expositie in de kelder van het theater zijn vastgelegd. Volgens hem wil de stichting niet zomaar naar een andere locatie zoals de Agnetenkapel, en wil ze de gemeente niet op extra kosten jagen.

Hij vindt het zorgelijk dat de stichting vrijdag plots een telefoontje krijgt om naar de kapel te verhuizen, terwijl er nog een procedure loopt. Hij vreest dat het Toon Hermans Theater straks zijn naam kan verliezen. Zijn oproep is dat het college snel in gesprek gaat met de stichting om samen tot een oplossing te komen, in plaats van de stichting te dwingen zonder overleg. De heer Bonten (D66) vindt het vervelend dat hem woorden in de mond gelegd worden door de heer Paauwe die niet kloppen. De heer Paauwe (Stadspartij) benadrukt dat het niet klopt dat de stichting blij zou zijn met de aangeboden Agnetenkapel, zij hebben hier niet om gevraagd. Hij stelt voor om gezamenlijk de situatie in het Toon Hermans Theater te bekijken, zoals ook eerder door de heer Boonen werd genoemd. Hij wijst erop dat het Laagland Theater niet heilig is en dat er genoeg alternatieven in de stad zijn. De stichting wil vooral een fatsoenlijke locatie in de schouwburg met de naam Toon Hermans. Hij schaamt zich ervoor dat het theater die naam zou kunnen verliezen en roept de wethouder op om met de stichting in gesprek te gaan en binnen enkele weken met een oplossing terug te komen. Hij steunt het voorstel om samen met de stichting de mogelijkheden te onderzoeken en duidelijke afspraken te maken.

Wethouder Houtakkers geeft aan dat hij tevreden is met de reacties van de meeste partijen, behalve van de Stadspartij en het GOB. Naar aanleiding van een aangenomen motie heeft hij de stichting op 12 november geïnformeerd over het zoeken naar een geschikte locatie in de binnenstad. Onlangs is zo’n plek gevonden en is de stichting uitgenodigd om hierover in gesprek te gaan. De stichting laat echter pas na zes maanden weten geen andere locatie te accepteren dan het theater.

15

Hij benadrukt dat het veel inspanning heeft gekost om tot deze mogelijke oplossing te komen. Alternatieven binnen het theater, zoals de witte zaal, zijn door de stichting direct afgewezen. Volgens hem is er dan ook geen bereidheid om mee te denken over andere mogelijkheden. Verder wijst hij erop dat De Domijnen verantwoordelijk is voor de inrichting en verhuur van het gebouw en dat de rode zaal inmiddels verhuurd is aan Laagland. Er zijn volgens hem geen bindende afspraken die tot veranderingen aan het theater zouden moeten leiden. Tot slot geeft de wethouder aan dat hij na vier jaar inzet geen ruimte meer ziet voor een oplossing zolang de stichting vasthoudt aan slechts één locatie. Hij wacht nu het rapport van BMC af voordat verdere stappen worden overwogen. De heer Paauwe (Stadspartij) geeft aan dat hij wil terugkomen op de motie van november, waarin het college wordt verzocht zich actief in te zetten om het geschil tussen de directie en de stichting van het Toon Hermans Theater zo snel mogelijk op te lossen. Hij wijst erop dat het inmiddels 15 mei is, bijna zes maanden later, en vraagt wat het college in die periode concreet heeft gedaan. Volgens hem is een telefoontje niet voldoende en hij dringt aan op duidelijkheid over de ondernomen acties. Wethouder Houtakkers geeft aan dat het niet is afgehandeld met slechts een telefoontje.

Na de motie is er direct een mail gestuurd, is BMC ingeschakeld en zijn gesprekken gevoerd. Vorige week heeft BMC de Agnetenkapel bezocht, waarna de stichting is benaderd om deze te komen bekijken. Aanvankelijk gaf de stichting aan pas de week erop te kunnen, waarop intern is besloten hen die ruimte te geven. Kort daarna liet de stichting echter weten dat er geen gesprek mogelijk is, noch over de kapel, noch over een andere locatie in de stad. De wethouder benadrukt dat hiermee zes maanden zijn verstreken sinds het verzoek om in de binnenstad naar een plek te zoeken. De heer Paauwe (Stadspartij) geeft aan dat de wethouder afwijkt van het punt waar het werkelijk om gaat, het eerste punt van de motie, waarin het college wordt verzocht zich actief sterk te maken voor het oplossen van het geschil. Hij benadrukt dat het hem niet alleen gaat om het vinden van een locatie in de binnenstad, maar om de inspanning van het college zelf. Hij vraagt nadrukkelijk wat het college zelf heeft gedaan tussen november en nu, en maakt duidelijk dat hij een mail niet voldoende vindt. Volgens hem hoort daar een daadwerkelijk gesprek bij. Wethouder Houtakkers geeft aan dat er veel gesprekken zijn gevoerd, steeds met hetzelfde resultaat. Ook de burgemeester is voorafgaand aan de raadsbijeenkomst van november betrokken geweest om tot een oplossing te komen.

Hij benadrukt dat het standpunt van de stichting ongewijzigd is gebleven, ook in recente gesprekken, en concludeert dat er wat hem betreft geen gesprek meer mogelijk is dat tot een oplossing zal leiden. De heer Boonen (D66) spreekt zijn waardering uit voor de inspanningen die de wethouder heeft geleverd bij de uitvoering van de motie. Vervolgens verwijst hij naar eerder gestelde artikel 43-vragen, waarin hij drie opties heeft genoemd, de kelder van het theater, een locatie buiten het theater, en een tussenoptie waarbij met aanpassingen gekeken wordt naar mogelijkheden binnen het theater zelf. Hij vraagt of die derde optie, dus niet de kelder, maar een andere ruimte binnen het theater, nog steeds bespreekbaar is, of dat ook die mogelijkheid inmiddels is uitgesloten. Wethouder Houtakkers licht toe dat het gaat om een ingreep waarbij vanuit de foyer beneden wordt doorgebroken richting de Wilhelminastraat. Deze optie is genoemd door een van de partijen en wordt meegenomen in het BMC-onderzoek. De wethouder benadrukt dat het om een oud gebouw gaat en dat zulke ingrepen waarschijnlijk hoge kosten met zich meebrengen. Zijn voorlopige inschatting is dat de optie zowel onwenselijk als financieel niet haalbaar is, maar hij wacht het definitieve oordeel van het BMC-rapport af, dat op 1 juni verschijnt. De voorzitter sluit het agendapunt en schorst de vergadering voor enkele minuten.

16

Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 15 mei 2025 Tijdstip:

19.00-22.28 uur

1.5 Rekenkamerrapport doe-mee onderzoek energiebesparingsplicht bedrijven (Houtakkers) 22.15-22.28 uur Aanwezig de voorzitter: de griffier:

M. De Loo A. Cortlever

de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal : PIT:

J.H.J. Tholen H.L.J. Kamps J.G.H. Slippens L. Hoogenberg P.W.M. Winteraeken-Bruls J.M.S. Kaul

het college:

Wethouder Houtakkers

ambtelijke ondersteuning:

Mevrouw Bex, de heer Roberts, de heer Offermans

notulen:

I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter heropent de vergadering voor het laatste agendapunt. Hij geeft aan dat het gaat om het voorstel van de Rekenkamer om de aanbevelingen uit het DoeMee-onderzoek over de energiebesparingsplicht over te nemen en het college opdracht te geven deze uit te voeren. Hij meldt dat het college in de bestuurlijke reactie heeft aangegeven de aanbevelingen te onderschrijven. De commissie Begroting en Verantwoording heeft het voorstel besproken en geen verdere opmerkingen gemaakt. De voorzitter wijst erop dat het onderzoeksbureau niet aanwezig is voor inhoudelijke technische toelichting, maar dat de vragen van de fractie GOB en de schriftelijke beantwoording via iBabs zijn toegevoegd. De vertegenwoordiger van de Rekenkamer kan ook niet aanwezig zijn maar zal eventuele vragen aan haar adres schriftelijk beantwoorden. Eerste termijn Mevrouw Winteraeken-Bruls (SPA) geeft aan dat het college de aanbevelingen van de Rekenkamer onderschrijft. Zij vindt dat er een duidelijke opdracht moet komen voor de omgevingsdienst om dit toe te passen op een aantal gemeentelijke gebouwen. Mevrouw Slippens (GroenLinks/PvdA) noemt het rapport helder en de aanbevelingen duidelijk voor het college.

17

De heer Hoogenberg (VVD) spreekt zijn waardering uit dat het college de aanbevelingen overneemt en de handschoen oppakt. De heer Tholen (GOB) bedankt de ambtenaren voor het last-minute beantwoorden van technische vragen, wat meer duidelijkheid gaf over het rapport. Hij geeft aan dat het proces helder is beschreven, waarbij het DoeMee-onderzoek 2024 als basis diende en door meerdere Rekenkamers is bekeken. Hoewel in de benchmark vaak wordt aangegeven dat er geen antwoord is gegeven, vindt hij de aanbevelingen en conclusies hoopgevend. Hij merkt op dat het college in zijn bestuurlijke reactie aangeeft de aanbevelingen over te nemen en zelfs te versterken, wat vertrouwen geeft dat het rapport zal worden nageleefd. De heer Kamps (CDA) geeft aan dat zijn fractie het Rekenkamerrapport heeft bestudeerd en complimenteert het uitvoerige onderzoek. Hij meldt dat de fractie de voorgestelde aanbevelingen van harte ondersteunt. Wethouder Houtakkers benadrukt dat de kracht ligt in de conclusies en het overnemen van de aanbevelingen, evenals in de samenwerking met de omgevingsdienst. Hij spreekt het vertrouwen uit dat het plan gezamenlijk wordt uitgevoerd zoals beoogd, conform het rapport. De voorzitter concludeert dat het punt als hamerstuk naar de raadsvergadering kan. Hij sluit de vergadering.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=6356309d-78e6-485c-bcdf-fdbb1d22ba8b