Notulen Ronde Raadzaal 12 september 2024
Tekst van het document
Notulen van de Ronde in Raadzaal op donderdag 12 september 2024
1.1 Rondevoorstel Reconstructie Tempelplein Tijdstip:
19.00-21.15 uur
Aanwezig de voorzitter: de griffier:
R.E.W. Breidenbach A.C.J. Lamers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks-PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal: PIT:
P.G.J.M. Boonen B.A.J. Hoedemakers W.P.H. Paauwe J.E. Janssen B. Bonten J.M.H. Joosten M.H.J. Klaassen J.J. Renet P.P.H. Vola M.M.J.T. Schenk-Hermans
het college:
Wethouder L.G.A.J. Geilen
ambtenaar:
C. Kurvers
notulen:
M. Migo (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Er wordt vanavond gewerkt met schuivende panelen. Het eerste agendapunt is het Rondevoorstel over de reconstructie van het Tempelplein. Gevraagd wordt om een voorkeur uit te spreken voor een van de ontwikkelde concepten uit de presentatie. Deze presentatie is gegeven tijdens een themasessie op 22 augustus jongstleden. Er hebben zich bij dit agendapunt vijf insprekers gemeld. Daarnaast hebben Koninklijke Horeca Nederland, een aantal ondernemers en Winkeliersvereniging Den Tempel een schriftelijke inspreektekst toegezonden. Mevrouw Bornkamp-Gijsen is ondernemer van een winkel, gelegen aan het Tempelplein. Zij heeft vooraf haar presentatie toegezonden. Ze geeft aan verwonderd te zijn over de gepresenteerde plannen en legt uit waarom. Ze is bezorgd over de gevolgen als er niet voor de deur geparkeerd kan worden. Er worden in de plannen te veel aannames gedaan, in plaats van dat zaken goed onderzocht zijn. Bij de inspraakavonden zijn de ondernemers, Centrummanagement Sittard, horeca, participatiegroepen en bewoners niet allemaal uitgenodigd. Ze roept op de rode loper uit te leggen voor de bezoeker, door gezamenlijk de behoeftes van de consument te faciliteren.
1
De heer Klaassen (PVV) vraagt wat de gevolgen zouden zijn voor de onderneming van mevrouw Bornkamp-Gijsen als daar niet meer voor de deur geparkeerd kan worden. Mevrouw Bornkamp-Gijsen legt uit dat als er momenteel door de weekmarkt niet voor de deur geparkeerd kan worden de resultaten meteen merkbaar zijn. De heer Paauwe (Stadspartij) vraagt of hij het goed hoorde dat bepaalde groepen niet werden uitgenodigd voor de inspraakavonden. Mevrouw Bornkamp-Gijsen bevestigt dit. De heer Paauwe (Stadspartij) vindt het mooi dat een jonge ondernemer naar het belang van de hele stad wil kijken. De heer Renet (SPA) vindt de effecten op de omzet cruciaal en wijst op het belang van de shop-and-rungedachte. Aan welke getallen of percentages moet hierbij gedacht worden? Mevrouw Bornkamp-Gijsen legt uit dat haar winkel dagelijks zo’n driehonderd bezoekers verwelkomt. Het overgrote deel komt voor een kort bezoek. De winkels in dit gebied moeten het allemaal hebben van kort parkeren. De heer Renet (SPA) wijst erop dat de maximale parkeertijd in het gebied twee uur is. Hoe vaak wordt er daadwerkelijk gebruikgemaakt van die twee uur? Of is het in de praktijk vaak korter? Mevrouw Bornkamp-Gijsen geeft aan dat er een parkeeronderzoek is gedaan en verwijst daarnaar. De heer Hoedemakers (CDA) vraagt naar het klantenbereik van de winkel van mevrouw BornkampGijsen.
Mevrouw Bornkamp-Gijsen antwoordt dat meer dan 40 procent van de klanten van buiten Sittard-Geleen komt. De heer Hoedemakers (CDA) vraagt of aangenomen mag worden dat zij per auto komen. Mevrouw Bornkamp-Gijsen antwoordt dat dat voor het gros van hen het geval zal zijn. Mevrouw Joosten (VVD) wil weten hoeveel bewoners geen behoefte hebben aan een pleintje, maar een voorkeur hebben voor parkeerruimte. Mevrouw Bornkamp-Gijsen antwoordt dat er de afgelopen week zes bewoners naar haar toe gekomen zijn met deze informatie. De heer Van Beek spreekt in namens Centrummanagement Sittard. Hij vindt het een kwalijke zaak dat Centrummanagement Sittard onvoldoende is meegenomen in het voortraject. Nu de infrastructuur in het winkelhart wijzigen is volgens hem een groot risico. De alternatieve parkeerlocaties die genoemd werden tijdens de themasessie zijn geen reële alternatieven volgens de heer Van Beek. Hij legt uit waarom. Hij pleit voor de variant ‘parkeren + vergroenen’. Ten slotte geeft hij aan voorstander te zijn van een zogenoemd PRIS, een parkeerroute-informatiesysteem. De heer Boonen (GOB) vraagt of de heer Van Beek kan aangeven wat het belang is van de horeca ten aanzien van de parkeerplaatsen. De heer Van Beek wijst erop dat de parking op verscheidene momenten vol staat met restaurantbezoekers. Daarnaast worden er veel mensen afgezet op deze locatie.
2
Mevrouw Joosten (VVD) is benieuwd waar volgens de heer Van Beek de prioriteiten wel zouden moeten liggen. De heer Van Beek geeft aan dat ‘mensen trekken’ de prioriteit zou moeten hebben. Ook de staat van onderhoud in Sittard-Geleen is nog steeds niet voldoende. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) vraagt of de heer Van Beek inderdaad openstaat voor een optie waarbij niet alle 75 parkeerplekken behouden blijven, maar wel een substantieel deel, eventueel met vergroening. De heer Van Beek antwoordt te hebben willen aangeven dat er een situatie gecreëerd zou kunnen worden met behoud en mogelijk zelfs uitbreiding van de parkeergelegenheid. De heer Paauwe (Stadspartij) vraagt of de heer Van Beek het met hem eens is dat er een ‘plan 5’ zou moeten worden uitgewerkt, samen met winkeliers, centrummanagement, horeca en vastgoedeigenaren. De heer Van Beek antwoordt dat hij het daarmee eens is. Alleen is het momentum om daar te gaan graven en bouwen dan nog steeds niet verstandig. De heer Renet (SPA) is benieuwd hoe de heer Van Beek aankijkt tegen de grote hoeveelheid water in de plannen. Ten tweede is hij benieuwd wat het effect is op de omzet van de ondernemers als er evenementen plaatsvinden en/of worden verplaatst naar het Tempelplein. De heer Van Beek antwoordt dat dit soort veranderingen altijd invloed heeft op de omzet, meestal een negatieve.
De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) vraagt wat volgens de heer Van Beek wel een geschikt moment zou zijn om aan de slag te gaan met de reconstructie. De heer Van Beek denkt dat er eerst gezorgd moet worden voor een goed winkelklimaat en dat je pas daarna dit soort rigoureuze zaken kunt gaan uitvoeren. In antwoord op de vraag van de heer Renet over het water geeft de heer Van Beek aan dat voorbeelden uit andere gemeenten laten zien dat water nieuwe problematiek oplevert, zoals de komst van meer ratten, geuroverlast en het risico om erin te vallen. De heer Kretzers spreekt zijn bezorgdheid uit over de toegankelijkheid van het Tempelplein. De parkeerplekken op het Tempelplein zijn voor mensen die slecht ter been zijn op een redelijke loopafstand van het centrum gelegen. In de loop der jaren zijn er in het centrum veel parkeerplekken verdwenen. Hij wijst erop dat Sittard-Geleen in de race is om meest toegankelijke stad van Nederland te worden. Plannen zoals nu voorliggen ten aanzien van het Tempelplein dragen daar niet aan bij. Ten slotte wijst hij op de slechte staat van de stoepen en wegen; daar moet nog veel werk aan verricht worden. De heer Schmeits is omwonende van het Tempelplein. Hij benadrukt het gezamenlijke belang: het aantrekkelijk houden van winkelhart Sittard. Helaas is er al veel leegstand. Dat komt door te weinig parkeergelegenheid.
Daardoor kiezen mensen voor andere winkelgebieden. Als omwonende valt het hem op dat er heel veel kortparkeerders zijn. Als er op het Tempelplein een groenvoorziening komt, dreigt wat de heer Schmeits betreft drugsoverlast en hangjongeren- en daklozenproblematiek. Hij ziet dit namelijk nu al gebeuren bij het Jo Erensplantsoen. Ook vrezen de omwonenden dat hun bezoek door de plannen straks geen parkeerplek meer kan vinden. Dat geldt ook voor de thuiszorg. Wat de bewoners betreft moet de parkeerplaats behouden blijven en moet er geen groenstrook komen. Mevrouw Joosten (VVD) vraagt of de heer Smeets in de enquête is gevraagd naar zijn voorkeur voor groen of parkeerruimte. De heer Schmeits antwoordt dat hij niet is meegenomen in de enquête.
3
Mevrouw Joosten (VVD) vraagt of de heer Schmeits medebewoners kent die daar wel voor gevraagd zijn. De heer Schmeits antwoordt dat hij dat niet weet. De heer Paauwe (Stadspartij) vraagt of de heer Schmeits kan bevestigen dat er in de avonden en de weekenden veel gebruikgemaakt wordt van de parkeerplaatsen door horecabezoekers. De heer Schmeits bevestigt dat de parking dan inderdaad altijd vol staat. De heer Groten spreekt in als lid van de Participatiegroep Kloppend Hart van Sittard. Hij legt kort uit wat deze participatiegroep beoogt. Een belangrijk element van de door de participatiegroep gewenste kwaliteit is uitstekende, veilige, nabije en snel toegankelijke parkeergelegenheid op het Tempelplein. Het aantal parkeerplekken daar moet behouden blijven. Dat kan best in combinatie met vergroening, waterbeheersing en het bestrijden van hittestress. Hij pleit voor brede participatie bij de totstandkoming van de plannen. Daarvan is nu nog geen sprake. Hij licht dit toe aan de hand van een aantal voorbeelden. De heer Hoedemakers (CDA) vraagt of de participatiegroep standaard wordt uitgenodigd voor relevante gemeentelijke bijeenkomsten. Of moet men dit via andere kanalen vernemen? De heer Groten antwoordt dat de participatiegroep niet direct wordt uitgenodigd. Wel heeft de participatiegroep vaak op verschillende plekken hulp aangeboden.
De voorzitter dankt alle insprekers voor hun bijdragen. Het onderwerp wordt behandeld in één termijn. De voorzitter heet wethouder Geilen en de ambtelijke ondersteuning, de heer Kurvers, welkom, evenals de mensen op de publieke tribune. Eerste termijn De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) geeft aan dat zijn hele fractie kennisgenomen heeft van de opvattingen van de ondernemers. De fractie heeft met één van hen een wandeling gemaakt op en rond het Tempelplein. Het gaat om hier om een herontwikkeling die strategisch is en impact heeft op de aantrekkelijkheid van de hele binnenstad. Als deze entree aan de zuidkant van de binnenstad ‘smoel krijgt’ met een mooie groene en parkachtige uitstraling maakt dat het Tempelplein en de binnenstad aantrekkelijker. Een combinatie van parkeerplekken en groen kan niet, omdat de ruimte daarvoor te klein is. De heer Janssen benoemt een aantal grote voordelen van de vergroening. • Uit het parkeeronderzoek blijkt dat er meer dan genoeg parkeerplaatsen zijn. Hij benoemt een aantal nadelen van de huidige situatie. Het is er nu chaotisch, rommelig en onaantrekkelijk. • De bezettingsgraad van parkeergelegenheid in de buurt is structureel laag. Het is nodig dat de bewegwijzering naar de parkeergarages aanzienlijk wordt verbeterd. Beide zouden wat GroenLinks/PvdA aantrekkelijker en veiliger moeten worden gemaakt.
Kan de wethouder toezeggen dat het opknappen van de ABC-parkeergarage en de parkeergarage aan het Hub Dassenplein zal worden opgepakt? Aan welke kosten moet daarbij gedacht worden? • GroenLinks/PvdA twijfelt over nut en noodzaak van een tunnel onder de Engelenkampstraat en voelt meer voor langzaam verkeer daar, in combinatie met het weghalen van de bestaande stoplichten en een duidelijke voetgangsoversteekplaats. Hoe kijkt de wethouder hiernaar? • GroenLinks/PvdA spreekt zich volmondig uit voor de groenvariant zonder parkeerplaatsen aan het Tempelplein, met uitzondering van parkeerplaatsen voor mensen met een beperking. De heer Bonten (D66) geeft aan dat zijn fractie dezelfde wandeling heeft gemaakt langs het Tempelplein en dat andere fracties dat ook gedaan hebben. • Een van de insprekers gaf aan dat de rode loper moet worden uitgelegd. De heer Bonten sluit zich aan bij de heer Janssen: de groenvariant biedt die rode loper.
4
• • • • • •
• • •
Dat de ondernemers op donderdagen omzet verliezen als daar markt wordt gehouden klopt, maar die consumenten komen wel op andere dagen. Er is volgens de heer Bonten geen aangetoond verband tussen leegstand en een gebrek aan een parkeerplaats binnen tien meter loopafstand van een winkelpand. Dat is slechts een aanname. Hij begrijpt de zorgen van de ondernemers, maar hij heeft ook vernomen dat allerlei mensen het ontwerp met alleen maar groen zonder parkeren er geweldig uit vinden zien. De genoemde hitteoverlast zal door de parkachtige omgeving juist weggenomen worden. Hij is van mening dat sommige argumenten tegen de groenvariant elkaar tegenspreken. D66 heeft aan een compromis gedacht. De heer Bonten licht dit toe. Hij vermoedt dat de doorstroom van de Engelenkampstraat enorm kan verbeteren. Er ontstaat daar ruimte voor een soort kiss-andride-strook, vanwege het verdwijnen van de ‘afslagstroken’. D66 wil, als er een ontwerp wordt voorgelegd, daar graag een amendement op indienen. Maar wellicht kan de wethouder hier nu al rekening mee houden? Voor D66 is klimaatadaptatie erg belangrijk. Voor mensen die slecht ter been zijn, is de ABC-garage wat de heer Bonten betreft een prima alternatief. D66 kiest dus voor de optie ‘groen zonder parkeren’.
De heer Hoedemakers (CDA) geeft aan dat bij alle ontwikkelingen in de gemeente, wat het CDA betreft, gekeken moet worden naar de gehele context. Er moet gezocht worden naar een goede mix. • De heer Hoedemakers ziet een reconstructie van het Tempelplein als een uitgelezen kans om de geschiedenis van Sittard als vestingstad terug op de kaart te zetten. • Het CDA stelt voor om, voordat wordt overgegaan tot besluitvorming, een extern onderzoek te laten doen naar nut en noodzaak van parkeren op het Tempelplein, bijvoorbeeld via een enquête. • Het CDA is voor een mix van historie, gecombineerd met een groene bufferzone die mogelijk als park kan fungeren en ruimte voor kort parkeren. Er is ruimte om het parkeren te verruimen aan de Paetzoldstraat. • De heer Hoedemakers benoemt ook het belang van de fietsenstalling. De toegang daartoe dient te worden verbeterd. • Het CDA vraagt tevens aandacht voor het mindervalide parkeren en de mogelijkheid voor een kortstondige stop, ook voor de bevoorrading van de winkels en de horeca. • De heer Hoedemakers vraagt of ook de Sjiefbaan meegenomen kan worden, zodat dat straks niet detoneert met een mooi opgeknapt plein. • Ten slotte is het CDA benieuwd naar wat de dekking is voor het gemis aan inkomsten door het mogelijke terugschroeven van een aantal parkeerplaatsen op het Tempelplein.
De heer Renet (SPA) geeft aan dat voor SPA de cruciale vraag is: wat doen de plannen van het college met de omzet van de ondernemers? Zonder onderbouwde informatie daarover kan er geen verantwoord besluit worden genomen over de herstructurering van het Tempelplein. • SPA wil dat er onder de parkeerders op het Tempelplein navraag wordt gedaan. SPA heeft dit op kleine schaal al gedaan. Daaruit bleek dat 40 procent het wel uitmaakt en 40 procent niet of daar in de toekomst nog geparkeerd kan worden. • Het risico lopen dat de omzet aan het Tempelplein daalt, is spelen met vuur. • De heer Renet heeft begrepen dat shop-and-run een belangrijke bijdrage aan de omzet levert. Het gemeentelijk beleid is al twee decennia: ‘Sittard funshopping, Geleen shop-and-run’. • Gesproken wordt over de historische waarde van het Steinen Murke. Maar hoeveel mensen komen daarvoor speciaal naar Sittard? • Het college geeft aan dat het staand beleid uitvoert. Maar is dat beleid nog wel van deze tijd? Mogelijk is het veel beter om juist meer kleine parkeervoorzieningen te maken nabij winkels in plaats van parkeren op afstand te promoten. Dat zou ook voor mensen met een beperking een plus zijn. • SPA pleit ervoor om out-off-the-box te durven denken. Een nieuwe participatieronde is dringend noodzakelijk om tot een gedragen, goed onderbouwd plan te komen.
5
De heer Paauwe (Stadspartij) wijst op een persbericht van hedenmorgen. Daarin staat: “Sittard-Geleen maakt keuzes voor de inrichting van de leefomgeving”. De Stadspartij is benieuwd wat dit gaat inhouden voor het Tempelpleingebied, de binnenstad en de Engelenkampstraat. • De Stadspartij kan zich erin vinden dat het Tempelplein en de binnenstad toe zijn aan een opknapbeurt. Het gebied Tempelplein-Engelenkampstraat is een van de meest centrale plekken van Sittard. Er zijn daar te veel stoplichten op een te korte afstand tot elkaar. De Stadspartij roept op om het gehele verkeerstechnische plan in de opzet mee te nemen. • Voor de Stadspartij gaat het om meer dan het Tempelplein. Dat hebben ook de insprekers aangegeven. • De Stadspartij is tegen elke tunnel, in welke vorm dan ook. De middenstand kampt al met genoeg overlast. • De Stadspartij vindt een goede uitstraling en een goede bereikbaarheid voor de middenstand, bewoners en bezoekers belangrijk. Is de uitstraling van de stad nu niet te kil? Sittard moet weer gaan leven vanaf de Steenweg, de Ligne, de totale binnenstad en het Tempelplein. • De heer Paauwe geeft aan dat de Stadspartij een voorstander is van het creëren van prima parkeermogelijkheden, zodat ook snelle bezoekers de omliggende winkels kunnen bezoeken. Daarbij dient er ook aandacht te zijn voor voldoende invalide parkeerplekken.
• Het college gaat wederom aan de voorkant op de verkeerde stoel, namelijk die van de ondernemers, zitten. De Stadspartij wijst erop dat de duurste parkeerplaats van Sittard relatief de meest bezochte is. Dat zegt wat de heer Paauwe betreft zeer veel. • De opvattingen van Koninklijke Horeca Nederland, Winkeliersvereniging Den Tempel, ondernemers en vastgoedeigenaars rondom het Tempelplein moeten meegenomen worden. Hij roept op goed naar hen te luisteren. De Stadspartij vindt niet dat nu al keuzes gemaakt moeten worden tussen de varianten. Het is belangrijk dat eerst wordt opgehaald wat er leeft bij hen, en bij de bewoners en bezoekers. • De heer Paauwe sluit zich aan bij de vraag van het CDA over de gemiste inkomsten. Hij zou eveneens graag een overzicht krijgen van de te verwachten gemiste omzet voor de ondernemers. Mevrouw Joosten (VVD) benadrukt het belang van het onderwerp. Het raakt direct aan de aantrekkelijkheid en bereikbaarheid van het stadscentrum van Sittard. • In de ontwerp-Omgevingsvisie 2025-2040 las de VVD een ambitieus toekomstbeeld voor de gemeente. De nadruk ligt er op een groene, veilige, betaalbare, bereikbare en levendige leefomgeving. Het verbeteren van de bereikbaarheid van de winkels is wat de VVD betreft een cruciale pijler. Het vormt het fundament van een bloeiende, lokale economie.
• Er ligt een uitgelezen kans om niet alleen de ruimtelijke kwaliteit van het Tempelplein te verbeteren, maar ook om praktische problemen zoals wateroverlast aan te pakken. De VVD ondersteunt de visie waarbij recreatief winkelen, ontmoeten, beleven en verblijven centraal staat. • De VVD is tegen een drastische vermindering van het aantal parkeerplaatsen op het Tempelplein. De parking is namelijk een essentiële voorziening. • De geringe leegstand in het gebied toont het belang van de locatie voor het economische hart van Sittard. • Het is niet realistisch als van de shop-and-go-bezoekers die het gebied nu trekt wordt verwacht dat ze 250 meter verderop in een parkeergarage gaan parkeren, zeker niet voor mindervalide bezoekers. Richting D66 wil ze aangeven dat de wettelijke norm voor de bereikbaarheid honderd meter is. • De VVD twijfelt aan de representativiteit van het onderzoek dat de gemeente gedaan heeft. Het aantal respondenten is te laag om een goed beeld te krijgen van de wensen van het winkelende publiek en de ondernemers. Ze vraagt zich, naar aanleiding van de bijdrage van een van de insprekers, af wie de enquête überhaupt heeft ingevuld. • Meer groen vergt meer onderhoud. Op dit moment lukt het al niet het bestaande groen optimaal te verzorgen.
Hoe kan de wethouder garanderen dat het nieuwe groen goed zal worden onderhouden? • Mevrouw Joosten benoemt een aantal nadelen en risico’s die kleven aan de voorgestelde waterpartij. • De VVD is ook tegen een tunnel. Dat is te kostbaar en zal het gevoel van veiligheid bij de gebruikers ervan verminderen. • De VVD pleit voor het behoud van de 75 parkeerplaatsen op het Tempelplein. Niettemin ziet de VVD kansen om het plein aantrekkelijker te maken met meer groen.
6
Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) is eveneens in gesprek gegaan met de ondernemer die de rondleiding heeft verzorgd. PIT wil graag een alternatief aandragen: een scenario dat rekening houdt met zowel de zorgen van de lokale ondernemers als de doelstellingen van de gemeente om duurzame mobiliteit te bevorderen en de historie gedeeltelijk terug te laten komen. Het concept van dit alternatief staat op Ibabs, dus iedereen kan het bekijken. Ze licht het voorstel vervolgens toe. Ze benoemt welke voorkeuren de gemeente heeft en wat voor de ondernemers van belang is. PIT stelt voor: • het aantal parkeerplekken te verminderen naar ongeveer veertig; • shop-and-go-plaatsen in te voeren, met een maximale parkeertijd van 30 of 45 minuten; • de langparkeerders te verplaatsen naar het Hub Dassenplein; • te zorgen dat er voldoende parkeerplaatsen op het heringerichte Templelplein blijven voor mindervaliden; • de fietsenstallingen te verbeteren en uit te breiden. Mevrouw Schenk-Hermans wijst erop dat steden als Hengelo, Antwerpen en Arnhem al met succes een dergelijk concept met shop-and-go-plaatsen hebben. De heer Vola (Lokaal SGB) geeft aan dat hij bij de themasessie van 22 augustus de indruk kreeg dat het eerste ontwerp was gemaakt zonder de inbreng van de vele ondernemers. Hij wil van de wethouder weten of dat inderdaad het geval is.
• Is het niet zo dat de Molentakbeek eerst weer meanderend gemaakt moet worden om wateroverlast in het centrum te voorkomen? • De heer Vola is van mening dat het bedrag van 2,5 miljoen euro voor de tunnel beter gebruikt kan worden voor armoedebestrijding. • De heer Vola deelt de zorgen van alle insprekers. Hij adviseert om terug te gaan naar de tekentafel en eerst eens goed in gesprek te gaan met de ondernemers en de bewoners. • Het stuk is voor Lokaal SGB niet behandelrijp. De heer Klaassen (PVV) had liever gezien dat er een uitgebreidere participatie was geweest. • Uit het onderzoek van Antea Group blijkt dat er genoeg restcapaciteit is als alle 75 parkeerplaatsen geschrapt zouden worden. Wat ontbreekt is echter een onderzoek naar de koopstroom en het effect op de omzet van de winkeliers. Hij sluit zich op dit punt dan ook aan bij de heer Renet. Om die reden is het voorstel wat de heer Klaassen betreft nog niet behandelrijp. • Is onderzocht of overwogen of een verplaatsing van de fietsenstalling naar het Hub Dassenplein succesvol kan zijn? • Alle scenario’s gaan uit van een tunnel. De PVV zet vraagtekens bij de kosten hiervan. Wegen de kosten op tegen de baten? En wie wordt hier nu precies mee bediend? De heer Boonen (GOB) geeft aan dat in het onderzoek aan mensen is gevraagd hoe het Tempelplein eruit zou zien als ze daarover mochten dromen.
GOB zou idealiter het liefst zien dat er een mooie, groene en historische herinrichting zou komen. Helaas kampt het centrum van Sittard echter met leegstand en hebben winkeliers en de horeca het zwaar. Voor de GOB-fractie zit de crux bij wat onder ‘Financiën’ onder het tweede kopje staat: “het aantal parkeermomenten en de parkeerduur zullen naar verwachting niet afnemen”. De GOB-fractie vindt dit een gevaarlijke aanname. Zonder onderbouwing wordt ervan uitgegaan dat mensen bij het wegvallen van de parkeerplaatsen op het Tempelplein wel naar een andere parkeerplek zullen gaan. Het is een gok die desastreus kan uitpakken voor de ondernemers in de binnenstad. • GOB ziet de kansen van concept 1, maar ziet hier ook de nodige risico’s. De heer Boonen noemt een aantal voorbeelden. Ook de route naar de Rosmolenstraat zal gebruikt moeten blijven. Hij wijst eveneens op de toegang naar het Huis aan de Markt. Ook wijst hij op de risico’s bij het financiële plaatje. Er is 1,6 miljoen beschikbaar gesteld voor de herinrichting. Dat is volgens de heer Boonen echt te weinig om alle wensen van concept 1 te realiseren. • De schatting van 2,5 miljoen euro voor de tunnel is op z’n minst twijfelachtig. Het zou de heer Boonen niet verbazen als de kosten dubbel zo hoog uit zouden komen.
7
• • •
GOB vindt dat er nog genoeg lopende zaken zijn die eerst opgepakt, gefinancierd en afgemaakt moeten worden voordat er geïnvesteerd moet worden in dit soort nieuwe, grootse plannen. GOB stelt voor: ga aan de slag met de aanbevelingen uit het parkeerrapport en zorg dat de parkeergarages beter vindbaar en toegankelijker worden en dat de tarieven duidelijk zijn. GOB pleit voor het uitwerken van de secundaire concepten. Het kan dan zomaar blijken dat er veel meer mogelijk is. Hij schetst een aantal mogelijke voorbeelden. Neem bij de uitwerking de wensen en bedenkingen van de ondernemers en de omwonenden mee.
De heer Bonten (D66) geeft aan dat hij een vraag vergeten was om te stellen. De insprekers gaven aan dat er allemaal mensen niet meegenomen zijn. Kan de wethouder daarop ingaan? Wat is daar misgegaan? En hoe kan voorkomen worden dat dat opnieuw gebeurt? Ook geeft hij aan dat hij het fijn zou vinden als de heer Boonen hem geen woorden in de mond legt die hij niet uitgesproken heeft, aangaande het verband tussen parkeren en leegstand. Wethouder Geilen benadrukt allereerst: als het makkelijk was, hadden we het u niet voorgelegd. • De heer Klaassen gaf aan dat hij zijn inbreng wilde bewaren tot de raadsvergadering. Dit komt echter niet in de raad. Dit is een opiniërende ronde waarin de wethouder de meningen van de fracties komt ophalen. • De gemeente wil inderdaad parkeren inruilen voor groen. En de gemeente, dat is de gemeenteraad. Je kunt je inderdaad afvragen of het beleid dat de gemeente heeft vastgesteld, waarin staat dat parkeren wordt ingeruild voor groen, nog van deze tijd is. • De heer Paauwe gaf aan dat het college niet op de stoel van de ondernemer moet gaan zitten. Dat doet het college ook niet. Evenmin op de stoel van de raad. Daarom wordt dit punt vanavond besproken: om te vernemen wat de raad vindt van de kaders die de raad zelf heeft meegegeven. • Als het gaat om de openbare ruimte wordt er altijd participatie toegepast.
Dat geldt dus ook voor het Tempelplein en de Engelenkampstraat. Ook het Centrummanagement was naar de overtuiging van het college uitgenodigd. Er zijn veel brieven verstuurd. En er waren dan ook veel mensen aanwezig bij de themasessie. • De heer Groten gaf aan dat hij niet mee heeft kunnen praten over de ontwerpen. Dat is juist. De gemeente gaat namelijk nooit naar buiten met ontwerpen bij een eerste avond. De insteek van de gemeente was: luisteren. Wel werd aan de mensen uitgelegd wat de kaders zijn, vanuit het beleid. • De fietsenstalling gaat niet naar het Hub Dassenplein, omdat de raad heeft aangegeven dat op het Tempelplein de fiets belangrijker is dan de auto. • De raad gaf ook mee dat het historisch beeld in de binnenstad van Sittard versterkt moet worden. Om die reden is aan de genodigden laten zien wat de historie is en welke kansen er zijn om die historie daar zichtbaar te maken. Dit levert spanning op met de mensen die voor de parkeeroptie zijn en wat dienaangaande het beleid is. • Als je al het beleid dat er ligt én alle wensen en ideeën bij elkaar brengt dan zie je dat dat niet allemaal mogelijk is op het Tempelplein. Er moeten dus concessies worden gedaan aan het beleid of aan de opvattingen die er zijn in de samenleving. • De heer Bonten gaf aan te willen amenderen. Er ligt echter geen voorstel voor, dus dat is niet mogelijk.
• Als de fracties hun opvattingen hebben gegeven, zal het ontwerp nader uitgewerkt worden. Dan zal uiteraard teruggegaan worden naar de bewoners en zal er gesproken worden over de kiss-and-ride en over hoe het laden en lossen precies kan plaatsvinden en uiteraard over de mindervalidenparkeerplaatsen. • Ook de keuze welk parkeerregime er gehanteerd zal worden, valt onder de ‘nadere uitwerking’. Het scenario dat mevrouw Schenk-Hermans presenteerde is gewoon het scenario van 39 parkeerplaatsen uit de stukken. Ze stelde voor daar een shop-and-go-parkeerregime op te zetten. Die discussie is dus voor een later moment. • De wethouder maakt uit de bijdragen van de fracties op dat sommige partijen vinden dat er nog nader onderzoek moet plaatsvinden en andere fracties zijn wat uitgesprokener. Er lijkt een meerderheid te zijn die van mening is dat er parkeerplaatsen moeten blijven, maar de opvattingen zijn niet eensluidend.
8
•
• •
Er zal sowieso gewerkt gaan worden aan de Engelenkampstraat, vanwege de verkeersveiligheid maar ook om technische redenen. Daardoor zullen er afsluitingen gaan plaatsvinden. Het ligt voor de hand de parkeerplaats op het Tempelplein dan gelijktijdig mee te nemen. Als de onderzoeken waarom sommige fracties verzochten eerst moeten plaatsvinden, dan schuiven de werkzaamheden op in de tijd. Dan wordt het niet mogelijk de werkzaamheden gelijktijdig uit te voeren. Wachten met de werken aan de Engelenkampstraat zou immers onverantwoord zijn. In alle gevallen zal de aantrekkelijkheid van de parkeergarages vergroot moeten worden. In variant 1 is de tunnel ingebracht, omdat er in die variant voldoende ruimte is om die op een goede manier in te passen. Als er meer parkeerplekken blijven bestaan, past het niet meer. Voor de tunnel is uiteraard nog geen dekking. Evenmin is er al dekking voor de teruglopende parkeerinkomsten. De raad heeft het effect van het besluit om parkeren te vervangen door groen ook zelf niet vertaald in de begroting.
Mevrouw Joosten (VVD) vindt dat de wethouder de raad de les leest. Ze kan zich niet herinneren dat de raad besloten zou hebben dat er op het Tempelplein niet geparkeerd zou mogen worden. Ze hoort graag van de wethouder wanneer dat gebeurd is. Het lijkt er nu op dat de mening van de raad er helemaal niet toe doet. Ze geeft aan er boos over te zijn en vindt dat er sprake is van minachting van de raad. Wethouder Geilen legt uit dat de gemeente, dat wil zeggen: de gemeenteraad, zelf heeft aangegeven dat parkeren ingeruild moet worden voor groen. In de stukken en in de presentatie is uitgelegd welk beleid er allemaal ligt. De raad heeft dat besloten en de raad is ook verantwoordelijk voor besluiten uit het verleden. Er is geen sprake van minachting van de raad. Integendeel, de wethouder komt juist bij de raad terug. Mevrouw Joosten (VVD) vraagt waarom de wethouder dan steeds aangeeft: “u als raad, heeft dit besloten”. Wethouder Geilen geeft aan dat hij dat doet, omdat sommige mensen in de zaal aangaven dat het college het allemaal zo wenste. Er werd bijvoorbeeld beweerd dat het college op de stoel van de ondernemer ging zitten en dat het college er groen wil in plaats van parkeren. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) geeft aan met haar concept te hebben willen aansluiten bij de presentatie.
Ze heeft in de voorbereiding echt gezocht naar shop-and-go, maar het enige wat ze tegenkwam in het beleidsstuk was kiss-and-ride. Dat zijn echt verschillende dingen. En dat was de reden om dat te benoemen. Ten tweede merkt ze op: als het aantal parkeerplekken pas later wordt besloten, en er wordt niet gewerkt met shop-and-go, dan verandert dat voor haar de zaak. PIT wil dat de langparkeerders gestimuleerd worden hun auto ergens anders te plaatsen. De heer Klaassen (PVV) wijst erop dat het Masterplan dateert uit 2010. Hij pleit ervoor te checken of dat nu nog gedragen wordt of niet. Het college koos ervoor wel een parkeeronderzoek te laten doen naar de restcapaciteit in het gebied, maar er wordt geen onderzoek gedaan naar de effecten daarvan voor de ondernemers. De heer Klaassen is van mening dat dat erbij hoort. Het verbaast hem dat de wethouder hierover in zijn beantwoording niets zei. Gaat de wethouder dit alsnog onderzoeken? Wethouder Geilen antwoordt dat dat tot nu toe nog niet is overwogen, omdat is uitgegaan van het nu geldende beleid. Als de raad er behoefte aan heeft dat wel te laten onderzoeken, kan bekeken worden hoe daar vorm aan kan worden gegeven. Hij licht toe wat er wel is onderzocht en waarom. De heer Klaassen (PVV) merkt op dat scenario 1 door het college het meest is uitgewerkt. Daaruit mag afgeleid worden dat dat de voorkeur heeft van het college.
Het was dan ook logischer geweest als het vervolgonderzoek wel degelijk al was ingesteld. De heer Vola (Lokaal SGB) heeft nog geen antwoord gekregen op zijn vraag. Hij kreeg de indruk dat het eerste ontwerpproduct is gemaakt zonder de inbreng van de vele ondernemers. Is dat juist? En hoe kan hij dit rijmen met de inbreng van de insprekers?
9
Wethouder Geilen geeft aan dat hij is ingegaan op het stuk dat voorligt en hoe de participatie plaatsvindt. Hij herhaalt zijn eerdere antwoord: de avond die heeft plaatsgevonden was een beginspraakavond. Daar zijn geen ontwerpen getoond. Hij beschrijft nogmaals de werkwijze. De heer Vola (Lokaal SGB) vraagt of de wethouder de inbreng van de insprekers dus niet in twijfel trekt. Wethouder Geilen licht toe hoe het ontwerpconcept tot stand is gekomen. De heer Paauwe (Stadspartij) wijst erop dat de wethouder aan het begin van zijn beantwoording aangaf dat het voorstel niet in de raad komt, maar daarna gaf hij aan dat de raad aan zet is. Wethouder Geilen licht toe dat zijn inleidende woorden een reactie waren op hetgeen de heren Klaassen en Bonten zeiden: dit specifieke stuk komt niet in de raad. Dit stuk is namelijk een opiniërend stuk. Beoogd was de meningen van de fracties erover op te halen. De heer Renet (SPA) vindt het positief dat de wethouder het met SPA eens is dat het de vraag is of het beleid nog van deze tijd is. SPA vindt dat het aan de raad is om de herinrichting van het Tempelplein te behandelen en er een besluit over te nemen. De heer Renet wil de wethouder nogmaals vragen om een goed participatietraject te gaan volgen. Ook vraagt hij nogmaals aandacht voor de oproep van SPA om out-off-the-box te denken.
Ook zou hij graag zien dat de wethouder steviger uitspraken doet over het belang van het Tempelplein voor de gehele binnenstad. Hij stelt voor om de Rosmolenstraat te versmallen en de in- en uitrit van het Tempelplein te scheiden. Hij legt uit wat dat zou kunnen opleveren. Wethouder Geilen geeft aan dat ontwerpsuggesties altijd sympathiek zijn. Wel wil hij het graag aan de ontwerpers en de verkeerskundigen overlaten wat de beste oplossingen zijn. Het college is bereid om een goed participatietraject te volgen. Hij licht nogmaals de stand van zaken ervan toe. De heer Renet (SPA) herhaalt dat hij het graag in de raad wil hebben en dat het aan de raad is om een heel heldere richting te kiezen. De heer Hoedemakers (CDA) ervaart dat de spanning steeds oploopt als de raad geconfronteerd wordt met de eerder door de raad gestelde kaders. Hij is benieuwd waar het gestelde kader nog meer voor geldt. Eigenlijk zou aan zo’n kader een tijdsduur gehangen moeten worden. Daarnaast denkt hij dat het goed is als de raad standaard bij elk project wordt meegenomen via een nieuwsbrief, zodat iedereen ‘op gelijke hoogte’ komt te zitten. Wethouder Geilen geeft in antwoord op de vraag ‘waar dit kader nog meer boven hangt’ aan dat dat het geval is voor de openbare ruimte van de binnenstad van Sittard.
De heer Bonten (D66) geeft aan van de wethouder begrepen te hebben dat alle voorgelegde ideeën op z’n minst worden meegenomen in de ontwerpfase. Van een amendement kan pas sprake zijn als er een raadsvoorstel ligt. Hij waardeert het vroeg te zijn meegenomen in het proces. Hoe staan de Omgevingsvisie en de gestelde beleidskaders in verhouding tot elkaar? De heer Klaassen (PVV) wil graag een punt van orde maken, vanwege de tijd. Hij vindt de vraag van de heer Bonten een prima vraag, maar vraagt zich af of die op dit moment relevant is. De voorzitter is het daarmee eens en vraagt de wethouder of hij de vraag van de heer Bonten heel kort kan beantwoorden. Wethouder Geilen licht toe dat dit via een bijlage bij de Omgevingsvisie duidelijk wordt gemaakt. De heer Boonen (GOB) vraagt zich af of het nodig is weer een duur rapport te laten maken en roept op daarvoor te waken. Ondernemers kunnen waarschijnlijk makkelijk uit hun boekhouding opmaken wat bijvoorbeeld de effecten zijn als er markt voor de deur is. Ten aanzien van de participatie wil hij nogmaals
10
opmerken dat het belangrijk is. Het is belangrijk daar kritisch op te blijven. Dit omdat sommige insprekers aangaven het niet geweten te hebben als ze het niet via via gehoord hadden. De wethouder antwoordt dat participatie inderdaad belangrijk is. De voorzitter concludeert dat de informatie die in de ronde is opgehaald wordt meegenomen in de vervolgstappen. Wel is duidelijk dat zich een meerderheid aftekent voor het behoud van parkeergelegenheid op het Tempelplein. De hoeveelheid parkeerplaatsen is nog discutabel. De eerstvolgende stap is teruggaan naar de omwonenden/belanghebbenden met een ontwerp waarin de input van de raad wordt meegenomen. Onderkend wordt dat participatie heel belangrijk is. De heer Klaassen (PVV) herhaalt zijn pleidooi het onderwerp op de raadsagenda te plaatsen. Dat kan via artikel 26 lid 4. De voorzitter geeft aan dat de ronde alleen kan adviseren om een voorstel op de raadsagenda te plaatsen, maar dan moet er wel een besluit zijn. Dat is er op dit moment nog niet. De wethouder zegt toe terug te komen met een voorstel naar de ronde en de raad nadat met inwoners/belanghebbenden overleg is geweest over een ontwerpplan. De voorzitter concludeert dat het onderwerp hiermee voor nu voldoende is besproken.
11
Notulen van de Ronde in Raadzaal op donderdag 12 september 2024
1.2 Initiatiefvoorstel GroenLinks/PvdA Beleidskader Premantelzorgwoningen Tijdstip:
21.20-22.20 uur
Aanwezig de voorzitter: de griffier:
R.E.W. Breidenbach A.C.J. Lamers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks-PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal: PIT:
M.P.A. Dormans P.T.H.M. Henssen A.E.H. Wielders B. Bonten J.M.H. Joosten D.D.W. Pfoster P.W.M. Winteraeken-Bruls S.A.J. Klein L.J.B. Staaks
het college:
Wethouder L.G.A.J. Geilen
ambtenaar:
J. Machiels
notulen:
M. Migo (Notuleerservice Nederland)
Het tweede agendapunt is het door GroenLinks/PvdA ingediende initiatiefvoorstel voor het verlenen van een opdracht aan het college om een beleidskader op te stellen over premantelzorgwoningen in de gemeente Sittard-Geleen, dit beleidskader vervolgens te bespreken in een ronde en met inachtneming van hetgeen is ingebracht in de ronde voor te leggen aan de raad en daarbij ook de uitgangspunten van dit initiatiefvoorstel in acht te nemen. Het voorstel is voorgelegd aan het college voor wensen en bedenkingen. De voorzitter licht de behandelwijze toe. Hij heet wethouder Geilen wederom welkom. Dat geldt ook voor de ambtelijke ondersteuning in de persoon van de heer Machiels. De fractie Burger Centraal heeft zich afgemeld. Mevrouw Wielders (GroenLinks-PvdA) krijgt als indiener als eerste het woord. Ze dankt iedereen voor de belangstelling voor het onderwerp en het college voor hun positieve zienswijze op het voorliggende stuk. Ze wijst erop dat GroenLinks-PvdA veel waarde hecht aan goede woningen voor iedereen en een voorstander is van betere doorstroming op de huizenmarkt. Ook het krijgen van volwaardige zorg en het kunnen deelnemen aan de samenleving vindt de fractie belangrijk. Ze licht toe hoe de fractie tot het initiatiefvoorstel gekomen is. Het premantelzorg wonen is een mogelijke fase die vooraf kan gaan aan het mantelzorg wonen.
Ze pleit ervoor alvast drempels weg te halen om in de nabijheid van familieleden te gaan wonen, voordat het noodzakelijk is. Ze motiveert waarom het thema
12
beslist aandacht nodig heeft. Ze legt uit hoe, via het voorstel, een belangrijke verbetering kan worden gerealiseerd op het gebied van wonen en zorg. Ze legt uit welke meerwaarde premantelzorgwoningen kunnen hebben en benadrukt: het kost de gemeente niets, sterker nog: onder aan de streep levert het de gemeente waarschijnlijk veel op. Het college raadt aan om een termijn van tien jaar aan te houden. Als de werkelijkheid zo is dat mensen onder dezelfde omstandigheden na tien jaar niet uit de woning gezet kunnen worden, kan GroenLinksPvdA deze aanbeveling begrijpen. Graag hoort ze hier een reactie op van de wethouder. Ze hoopt dat veel partijen het initiatief willen ondersteunen. Wethouder Geilen wil graag aangeven dat het college positief staat tegenover het initiatiefvoorstel. Het sluit aan bij een aantal ambities in het coalitieakkoord en bij het staande beleid ten aanzien van mantelzorgwoningen. Het plan is bedoeld om mensen bij elkaar te laten wonen. Daar zit, wat het college betreft, wel een eindigheid aan. Bij de mantelzorgwoningen geldt dat als de grondslag voor de mantelzorg wegvalt ook de mantelzorgwoning weggenomen moet worden. Dat zou het uitgangspunt moeten blijven, anders kunnen er heel rare woonsituaties gaan ontstaan en wordt te veel ingeleverd in de kwaliteit van wonen. Wel moet het mogelijk zijn maatwerkafspraken te maken.
Het college hecht eraan een termijn te stellen, om in ieder geval een evaluatiemoment te hebben om te kijken of er sprake kan zijn van verlenging. Er ligt nu een initiatiefvoorstel dat aan het college de opdracht geeft om met beleid te komen. Hij vindt dat het de strekking heeft van een motie. Het is de vraag of dit beleid vervolgens weer terug moet komen bij de raad, zeker als het kader al is meegegeven. Het uitvoeringsbeleid is immers des colleges. Eerste termijn De heer Henssen (CDA) merkt op dat het onderwerp premantelzorgwoningen op landelijk niveau steeds meer aandacht krijgt. De heer Schlössels sprak er eveneens al eerder over. Het CDA ondersteunt het initiatiefvoorstel. Het moet mogelijk zijn dat in een latere fase kan worden overgegaan naar een permanente woonbestemming. ‘Niet overdraagbaar’ dient daarbij wel het uitgangspunt te zijn. De heer Bonten (D66) geeft aan dat D66 het voorstel van harte kan ondersteunen, of het nu een motie wordt of een initiatiefvoorstel blijft. Mevrouw Winteraeken-Bruls (SPA) geeft aan dat SPA het eens is met het voorstel. Wel moet er bij de woning genoeg ruimte zijn. Ook moet het gezin dat in het huis woont voldoende financiële ruimte hebben om een dergelijke woning te kunnen bouwen. Voor mensen met lage inkomens is dit onmogelijk. SPA denkt dat hierdoor een vreemde situatie kan ontstaan.
Mevrouw Joosten (VVD) merkt op dat het voor de VVD belangrijk is dat het beleid ten aanzien van premantelzorgwoningen efficiënt en flexibel is en pleit daarom voor een eenvoudige vergunningsprocedure waarbij mensen snel duidelijkheid krijgen over wat wel en niet mogelijk is. De VVD wil benadrukken dat het moet gaan om een tijdelijke situatie. Het is belangrijk vooral pragmatisch te zijn: minder regels, meer initiatief en werkende oplossingen voor mensen die ermee te maken krijgen. Dit voorstel sluit daar goed bij aan. Dus steunt de VVD dat. De heer Staaks (PIT) geeft aan dat ook PIT positief staat tegenover het initiatiefvoorstel. De heer Pfoster (PVV) geeft zijn complimenten aan mevrouw Wielders voor de tijd en energie die ze gestoken heeft in de realisatie van het voorstel. De PVV denkt dat het een veelbelovende stap kan zijn in de richting van het versterken van de zorgstructuren binnen families. Hij licht vervolgens toe welke kansen het voorstel nog meer kan bieden. Wel heeft de PVV ook enkele kritische kanttekeningen. • Er bestaat een risico dat premantelzorgwoningen op termijn worden omgezet in permanente woningen. Het kan bovendien, zonder extra regels, leiden tot verstedelijking in landelijke gebieden.
13
• • • •
Ook de uitvoering roept vragen op. Hoe zal de gemeente gaan controleren of de woningen daadwerkelijk voor mantelzorg worden gebruikt? Ook vindt de PVV het van belang dat er duidelijke kaders komen omtrent de duur van deze woningen. Daarnaast rijst de vraag: is er in de gemeente wel voldoende vraag naar premantelzorgwoningen? Mevrouw Wielders gaf aan dat het aannemelijk is dat er vraag naar zal zijn. De PVV had dat graag nader onderbouwd gezien. Hij kan zich voorstellen dat er ook locaties zijn waarop het ongewenst is dat daar premantelzorgwoningen komen, bijvoorbeeld nabij natuurgebieden of industrieterreinen. Hij pleit ervoor daarover goed na te denken. Ten slotte vraagt de heer Pfoster zich af of dit initiatiefvoorstel het juiste middel is om het doel te realiseren. Graag verneemt hij van het college of het initiatiefvoorstel breder getrokken kan worden op het gebied van huisvesting in de Woonvisie die waarschijnlijk nog zal moeten worden herzien. Aan de initiatiefnemer verzoekt hij het even aan te houden, als de wethouder het inderdaad breder kan trekken in de Woonvisie Sittard-Geleen.
De heer Klein (Lokaal SGB) geeft aan dat het voor hem nog niet duidelijk is wat nu het verschil is tussen een mantelzorgwoning en een premantelzorgwoning. Hij zou daar graag wat meer gevoel bij willen krijgen. Kunnen daar wat concrete voorbeelden bij gegeven worden? De heer Dormans (GOB) leest een citaat voor uit het verkiezingsprogramma van GOB. Daaruit vloeit voort dat de GOB-fractie zeer voor het voorstel kan zijn. Wel zou de GOB-fractie het zelfs nog wat breder willen trekken. Misschien moet je nog meer mogelijkheden bieden aan mensen om samen te wonen door middel van een aanbouw of uitbouw van een bestaande woning. Dat kan een extra bijdrage leveren aan het oplossen van het woningprobleem en de doorstroming bevorderen. Ook de GOB-fractie vraagt aandacht voor de Woonvisie. Kan de wethouder aangeven wanneer die naar de raad zal worden gestuurd? En zou het voorstel van GroenLinks/PvdA daar wellicht in meegenomen kunnen worden, om ook die bredere toepassing mogelijk te kunnen maken? Ziet de wethouder daar mogelijkheden toe? Mevrouw Wielders (GroenLinks/PvdA) bedankt iedereen voor de over het algemeen positieve benadering en de waardering voor het voorstel. • Het is de bedoeling dat het voorstel, als het wordt goedgekeurd, meteen wordt opgenomen in de Woonvisie. • Voor mantelzorg moet je een indicatie hebben van het mantelzorgmeldpunt.
Dat is eigenlijk het enige verschil met premantelzorg. • Ze licht toe dat ze zelf in de zorg heeft gewerkt. Destijds waren er zogenaamde aanleunwoningen. Er waren daarbij van tevoren geen cijfers beschikbaar of er behoefte aan was, maar het leefde wel in de samenleving. De behoefte bleek er inderdaad zeker te zijn. Mevrouw Wielders vermoedt dat voor de premantelzorgwoningen hetzelfde geldt. • De mensen van de Woningbouwvereniging gaven aan dat zij in de afgelopen vijf jaar twee keer mee hebben gemaakt dat er behoefte was aan een mantelzorgwoning bij een sociale huurwoning. Ze hoopt en verwacht dat in de toekomst meer mensen met een lager inkomen mogelijkheden krijgen om er gebruik van te maken. • In het beleidsstuk zal moeten komen te staan op welke manier er gecontroleerd zal worden en welke criteria er gaan gelden. Wethouder Geilen onderschrijft het laatste punt. Dat zijn inderdaad zaken die moeten worden opgenomen in de beleidsregels. • De heer Pfoster vroeg naar het Volkshuisvestingsprogramma en ook de heer Dormans verwees ernaar. Kortheidshalve verwijst de wethouder naar de raadsinformatiebrief van 15 augustus. Daarin staat het proces uitgelegd om te komen tot het Volkshuisvestingsprogramma. Daar zou het heel goed een plek in kunnen krijgen. Mevrouw Wielders (GroenLinks/PvdA) geeft aan dat het een initiatiefvoorstel blijft en dus geen motie wordt.
14
Wethouder Geilen denkt dat het verstandig is goed te kijken naar beslispunt 3, omdat het aan het college is om de beleidsregels op te stellen en niet aan de raad. Hij stelt voor dit nog even goed met elkaar door te nemen. De voorzitter inventariseert of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is het geval. Tweede termijn De heer Klein (Lokaal SGB) dankt mevrouw Wielders voor de duidelijke uitleg. Hij constateert dat er problemen zijn bij de mantelzorgwoningen en dat er nu meer regels worden gemaakt om ook premantelzorgwoningen in het leven te roepen. Hij zou liever zien dat de kern van het probleem wordt opgelost. Zodra iemand er woont, is al sprake van een profijt van elkaars nabijheid. Hij is benieuwd hoe de initiatiefnemer dit ziet. Mevrouw Wielders (GroenLinks/PvdA) licht toe: ook al woon je samen, en je doet dingen voor elkaar, dan bestaat toch het risico dat dat officieel niet geregistreerd is als mantelzorg. Ze wil met de premantelzorgwoningen een drempel wegnemen, ervoor zorgen dat mensen geen indicatie nodig hebben. De heer Klein (Lokaal SGB) repliceert: als je de drempels bij de mantelzorgers weghaalt, dan heb je die indicatie niet meer nodig. Via die route komen er minder regels en maak je het makkelijker. Niettemin geeft de heer Klein aan het sowieso te steunen, maar roept op goed na te denken over zijn suggestie.
Hij hoort graag ook de mening van de wethouder hierover. De heer Pfoster (PVV) heeft een vraag voor mevrouw Wielders. Ze gaf aan dat het onder aan de streep niets kost. Kan zij specificeren wat ze daarmee bedoelde? Mevrouw Wielders (GroenLinks/PvdA) legt uit dat als de gemeente dit aanbiedt als voorziening het de gemeente niets kost. Er wordt alleen maar een drempel weggehaald. Wethouder Geilen wil daar graag op reageren. Op het moment dat je moet toetsen of er sprake is van een voortschrijdende aandoening kan dat door een externe partij moeten worden gedaan en kan dat wat geld kosten. Hij stelt voor dat soort elementen uit te werken. Dat komt dan terug in het beleidskader. In antwoord op de heer Klein geeft hij aan zijn suggestie in de basis geen gekke gedachte te vinden, in het kader van deregulering. Hij weet niet of het ook kan. Dat zou dus eerst uitgezocht moeten worden. Hij geeft aan het mee te zullen nemen in de verdere gedachtegang. De voorzitter concludeert dat de ronde adviseert het voorstel als hamerstuk te agenderen voor de raadsvergadering van 19 september 2024 nadat de initiatiefnemer met de portefeuillehouder overleg heeft gehad over de formulering van beslispunt 3 in het besluit. Dit aangepaste besluit ligt dan voor in de raadsvergadering maar kan op instemming van alle aanwezige fracties rekenen.
Het nog op te stellen concept-beleidskader zal in de toekomst worden besproken in een ronde maar niet ter besluitvorming worden voorgelegd aan de raad.
15
Notulen van de Ronde in Raadzaal op donderdag 12 september 2024
1.3 Rondevoorstel (PIT) Standstillbeleid Krawinkel Tijdstip:
22.30-23.00 uur
Aanwezig de voorzitter: de griffier:
R.E.W. Breidenbach A.C.J. Lamers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal: PIT:
M.W.C. Claessens P.T.H.M. Henssen J.W. Coumans A.E.H. Wielders L. Hoogenberg J.J. Renet S.A.J. Klein M.M.J.T. Schenk-Hermans
het college:
Wethouder L.G.A.J. Geilen
ambtenaar:
R. Driessen
notulen:
M. Migo (Notuleerservice Nederland)
In overleg met de heer Renet is besloten om agendapunt 1.4, het rondevoorstel Waterhuishouding Sittard van SPA te verplaatsen naar de ronde van 3 oktober, met de toezegging dat dan ook de technische vragen beantwoord zijn. Nu aan de orde is het rondevoorstel van PIT inzake het standstillbeleid Krawinkel. Het is geagendeerd om duidelijkheid te verkrijgen over de status van het aangekondigde onderzoek, de visie van het college te vernemen op de mogelijkheden of onmogelijkheden in Krawinkel en duidelijkheid te verkrijgen over de wijze en inhoud van de communicatie met de inwoners van de wijk over de status van de wijk. Er heeft zich een inspreker gemeld bij dit agendapunt. Dat is de heer Habets van het Wijkplatform Krawinkel. De heer Habets is secretaris van Wijkplatform Krawinkel. Hij licht toe dat het college heeft aangegeven een standstillbeleid te gaan onderzoeken voor Krawinkel. Hij waarschuwt ervoor dat stilstand achteruitgang betekent. Het verbaast hem dat de inwoners van de wijk niet goed geïnformeerd worden. Hij hoopt met zijn inspraak te bereiken dat de inwoners, over wie besloten wordt en over wier eigendommen onderzoeken worden uitgevoerd zonder dat ze daarbij betrokken worden, wel worden geïnformeerd. Hij noemt enkele belangrijke kwesties waar dat van groot belang bij is.
16
De voorzitter heet wethouder Geilen opnieuw welkom, evenals de ambtelijke ondersteuning in de persoon van de heer Driessen. De fracties Burger Centraal en D66 hebben zich afgemeld voor dit agendapunt. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) dankt de heer Habets van het Wijkplatform Krawinkel voor het inspreken. Ze wijst erop dat het standstillbeleid ook de wijk Lindenheuvel betreft. Het doel is om vanavond te kijken ‘hoe nu verder’. PIT is van mening dat een standstillbeleid tot een domino-effect kan leiden op verschillende aspecten voor de inwoners van de wijk. In een raadsvergadering anderhalf jaar geleden heeft de wethouder een onderzoek toegezegd. PIT is benieuwd naar de stand van zaken. Het standstillbeleid zorgt voor onzekerheid onder de inwoners. Ze licht dit nader toe. De onzekerheid kan leiden tot onrust en een gevoel van stagnatie. Ten tweede heeft het beleid mogelijk gevolgen voor de waarde van de woningen in de wijk. Ten derde belemmert het beleid de mogelijkheid voor nieuwe investeringen in de wijk. Noodzakelijke ontwikkelingen blijven mogelijk uit, wat ten koste gaat van het welzijn en de leefbaarheid. Het doel van de agendering van dit onderwerp is om meer duidelijkheid te verschaffen voor de inwoners over wat ze mogen verwachten.
PIT heeft drie vragen: • Wat is de huidige status van het aangekondigde onderzoek? Wanneer worden er resultaten verwacht? • Zijn er toekomstige ontwikkelingen en investeringen te verwachten in de wijk Krawinkel (en Lindenheuvel). In de Toekomstvisie staat zowel bij Krawinkel als Lindenheuvel aangegeven dat het aandachtsgebieden zijn. Wat betekent dat concreet? • Ten aanzien van de communicatie met de inwoners van Krawinkel: hoe ziet het college het proces rondom de verdere communicatie met de inwoners in de wijk? Hoe worden de bewoners op de hoogte gehouden van de status en de plannen voor hun buurt? Wethouder Geilen merkt op dat de ronde blijkbaar hét communicatiemiddel is om de inwoners van Krawinkel te informeren. De technische vragen zijn inmiddels beantwoord. Hij geeft aan in essentie niet veel meer te melden te hebben hierover. Er wordt gewerkt aan alle elementen die in het convenant aan de orde zijn geweest. Het onderzoeken van het standstillbeginsel is daar één element van. Het college verwacht dit tegen het eind van dit jaar af te kunnen ronden en dan ook te kunnen kijken hoe omgegaan zal kunnen worden met de ontwikkelingsruimte. Hij weet niet waar mevrouw Schenk-Hermans haar beweringen dat sprake zou zijn van onzekerheid en mogelijke waardevermindering van de woningen op baseert. Als je standstillbeleid invoert, betekent dat dat het aantal personen niet mag toenemen.
Dat zegt dus niets over de bestaande bebouwing. De heer Habets sprak onder meer over het advies van de Technische Veiligheidscommissie om 176 woningen te slopen. Daar is over gediscussieerd. Dat gaat niet gebeuren en is ook niet nodig. Er wordt dus niet gesloopt en als iemand zijn huis wil opknappen kan hij dat gewoon doen. Het standstillprincipe geldt op Lindenheuvel al veel langer. Onderzocht moet worden of het een toegevoegde waarde heeft om dat te doen. Nu is het zo dat er in Krawinkel ook gewoon niet zo veel ontwikkelmogelijkheden zijn. Dus het effect lijkt klein, maar dat moet dus nog blijken uit het onderzoek. Als het standstillbeginsel toegepast zal gaan worden en het consequenties heeft voor de inwoners dan zal daar uitgebreid over worden gecommuniceerd met de bewoners. Als het geen consequenties heeft, creëert het alleen maar onrust. De heer Claessens (GOB) begrijpt waarom PIT dit onder de aandacht heeft willen brengen. De wethouder gaf aan dat het onderzoek eind van het jaar opgeleverd wordt. Het lijkt hem het best dat even af te wachten en vervolgens het gesprek aan te gaan, zodat men in Krawinkel en omstreken weet wat men kan verwachten. De heer Klein (Lokaal SGB) hoorde de wethouder zeggen: als er niks gebeurt, creëer je onrust. De heer Klein is echter van mening dat die onrust anderhalf jaar geleden ontstond toen de term standstillbeleid werd gebruikt.
Hij vindt de term sowieso geen gelukkige term. Het college zal iets moeten met het signaal
17
van de burger, dat die zich zorgen maakt. Als je als college richting burgers aangeeft dat je iets gaat onderzoeken dan is het handig om aan de voorkant mee te geven dat zo’n onderzoek in gemeenteland vaak maanden duurt. Dat kan onrust voorkomen. De heer Hoogenberg (VVD) geeft aan de zorgen te begrijpen wanneer je te horen krijgt dat er een standstillbeleid gaat gelden voor je wijk. Hij is het met de heer Klein eens dat iets meer pro activiteit in de communicatie ervoor had kunnen zorgen dat veel van de zorgen weggenomen hadden kunnen worden. Hij is het eens met de heer Claessens dat het verstandig is nu eerst het onderzoek af te wachten. Hij roept de wethouder wel op: ga proactief met de communicatie aan de slag en neem de inwoners zo veel mogelijk mee. De heer Coumans (Stadspartij) geeft aan dat de Stadspartij PIT zal steunen met dit voorstel. Ook de Stadspartij wacht de uitkomsten van het onderzoek af. De heer Renet (SPA) legt uit dat in het verleden werd aangegeven dat voor Lindenheuvel en voor Krawinkel een standstillprincipe wordt gehanteerd. SPA heeft steeds aangegeven dat niet te kunnen aanvaarden. Hij wijst erop dat in de praktijk Chemelot risicoverhogende activiteiten, namelijk de propeentanks van het Ohioproject, zodanig plaatst dat er meer doden zullen vallen in Lindenheuvel omdat de risicocontouren richting Lindenheuvel-Centrum verplaatst worden.
Al lang geleden is aangegeven dat er bij Chemelot ‘inwaartse zonering’ moet plaatsvinden. Chemelot moet ervoor zorgen dat de veiligheid van de omwonenden vergroot wordt in plaats van vermindert. SPA wil af van het standstillbeginsel en Chemelot eraan houden dat zij de veiligheid voor omwonenden garanderen, zodat er geen doden kunnen vallen onder de bevolking als er op een bedrijventerrein een calamiteit plaatsvindt. Voor Chemelot zou er een standstillprincipe moeten gelden, met als doel de veiligheid van de omgeving te vergroten. De heer Henssen (CDA) woont zelf in de wijk Lindenheuvel. Hij denkt dat het verstandig is om af te wachten wat het einde van het jaar zal brengen. Zo’n zes jaar geleden is Samen redzaam uitgevoerd op Lindenheuvel. Geprobeerd is dat ook te doen richting Krawinkel. Nadien is het heel erg stil geworden. Enerzijds doordat er geen ongevallen meer hebben plaatsgevonden, maar er is ook niets meer gedaan voor als dat wel gebeurt. Het lijkt hem goed als het toch weer wordt opgepakt. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) bedankt iedereen voor het meedenken. Ze is blij met de update, want daar zaten de mensen op te wachten. Ze geeft aan dat ze nog niet in de gelegenheid was de beantwoording van de schriftelijke vragen te lezen.
Aangegeven is dat de laatste keer dat de wethouder echt gecommuniceerd heeft met de wijk Krawinkel/Lindenheuvel over dit beleid was op 22 februari 2015. Ze geeft daarom de tip toch iets meer aan de communicatie te doen. De wethouder leek verbaasd te zijn dat de ronde is gebruikt als communicatiemiddel. Mevrouw Schenk-Hermans merkt op dat PIT wel degelijk tweemaal ook artikel-43-vragen heeft gesteld. De antwoorden waren niet bevredigend voor PIT. Daarom is nu voor deze route gekozen. Wethouder Geilen geeft aan dat het mevrouw Schenk-Hermans uiteraard vrij staat alle middelen aan te grijpen die het Reglement van Orde haar toestaat. Het college is altijd bereid om daar op de juiste manier op te reageren. • In het kader van het convenant is onder meer gewerkt aan het Samen redzaam programma. Het is niet zo dat er sinds 2015 niet meer gecommuniceerd is. Er werd echter heel specifiek gevraagd: is de wijk hierover geïnformeerd en is er met het Wijkplatform over gesproken? Maar het is niet zo dat er niet gesproken is over veiligheid op en rond Chemelot en wat dienaangaande gedaan moet worden. Er is sprake van verschillende campagnes. • De wethouder geeft aan de neiging te voelen om te reageren op een aantal uitspraken van de heer Renet. Hij stelt echter voor om de discussie te beperken tot het onderwerp dat nu aan de orde is.
De heer Renet (SPA) merkt op dat het niet waar is dat Chemelot er eerder zou zijn dan de woningen. Grote delen van Lindenheuvel en Krawinkel zijn al veel ouder dan de chemische fabrieken.