Notulen Ronde Raadzaal 10 oktober 2024
Tekst van het document
Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 10 oktober 2024 Tijdstip:
20.00-23.00 uur
Verordening jeugdhulp gemeente Sittard-Geleen 2025 (Tillie) 20.00 – 20.45 uur Aanwezig de voorzitter: de griffier:
D. Pfoster A. Lamers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: FvD PIT:
J.H.J. Tholen G.J.M.C. Essing-Demandt L.J.A. Weermann-Schepers A.E.H. Wielders B. Bonten H. Harzi M.H.J. Klaassen P.W.M. Winteraeken-Bruls E.V.P. Talpe
het college:
Wethouder Tillie
ambtenaar:
Mevrouw Nauta- Demacker
notulen:
J. Poot (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter leidt het agendapunt in en deelt mee dat met dit voorstel aan de Ronde wordt gevraagd te adviseren over het vaststellen van de Verordening Jeugdhulp per 1 januari 2025 en daarmee de vigerende Verordening op die datum in te trekken. Voor de bespreking zijn twee termijnen beschikbaar en er is 45 minuten tijd voor gereserveerd. De technische vragen en de beantwoording ervan zijn te raadplegen in iBabs. Dhr. Bonten (D66) is erover verheugd dat de adviezen van de JONGK Adviesraad zijn meegenomen in het proces, al was dit geen verplichting. Andere punten uit de nieuwe Verordening zijn voor D66 eveneens positief, zoals de afspraken die worden gemaakt met het CIZ om de continuïteit te waarborgen en dat de hulp niet stopt als de leeftijd van 18 jaar is bereikt. Ook de herziene maatregelen rondom het pgb kunnen op instemming van D66 rekenen, al zal ervoor gezorgd moeten worden dat hulp beschikbaar blijft. Dat kan problematisch zijn en is ook landelijk een probleem. Het is daarom een goede zaak dat jeugdhulp wordt gecombineerd met andere vormen van hulp. D66 staat positief tegenover dit voorstel en heeft alle vertrouwen in het college bij de uitvoering hiervan. Mevr. Wielders (GroenLinks/PvdA) deelt mee dat haar fractie tevreden is met de doelstelling die wordt beschreven aan het begin van de Verordening.
De kwetsbare groep die het betreft behoeft een gemakkelijke weg naar hulp.
1
Zij verwijst vervolgens naar pagina 24, waar staat dat het college een klachtenregeling opstelt en zij maakt hieruit op dat deze regeling er nu nog niet is. Dit is een belangrijk onderdeel van de plichten en rechten en mag niet ontbreken. Een punt van kritiek heeft mevr. Wielders met betrekking tot de wachtlijsten. Hier wordt bij de hulpverlening gebruik van gemaakt, terwijl dit officieel niet is toegestaan. Zij zou dit graag opgenomen zien in de Verordening. Tenslotte maakt mevr. Wielders bezwaar tegen de term ‘ouders’ die door het gehele document wordt gebruikt en zij stelt voor dit te vervangen door ‘verzorgers/ouders’, hetgeen een meer algemene aanduiding is. Mevr. Weermann (Stadspartij) stelt namens haar fractie blij te zijn met het advies van JONGK om de hulp aan jongeren ook na hun 18e verjaardag te continueren en hierover afspraken te maken met het CIZ. Zij gaat ervanuit dat de wethouder dit oppakt. Als punt van aandacht noemt mevr. Weermann de gebrekkige communicatie tussen de samenwerkende organisaties, die soms kan leiden tot ernstige en zelfs gevaarlijke situaties. Zij stelt voor om hier een overkoepelend toezicht op in te zetten. Mevr. Weermann verwijst vervolgens naar de beantwoording van de technische vragen van het CDA, waar wordt aangegeven dat nadere regels inzake jeugdhulp in 2025 achteraf zullen worden bekend gemaakt.
Zij betoogt dat deze regels bekend dienen te zijn, voordat dit in de raad ter vaststelling wordt besproken. Mevr. Harzi (VVD) heeft uit de media vernomen dat de toegankelijkheid voor jeugdhulp onder druk staat. In het onderhavige document staat beschreven dat het college deze toegankelijkheid wil vergroten. De VVD mist hier concrete maatregelen om duidelijkheid in de jeugdzorg te waarborgen. Het is voor haar fractie van belang dat er oog blijft voor de praktische beschikbaarheid van de jeugdzorg. Mevr. Harzi pleit ervoor dat de gemeente niet alleen zorg verleent, maar ook inzet op het versterken van de veerkracht van gezinnen en kinderen, zodat problemen voortijdig aangepakt kunnen worden. Mevr. Harzi stelt een aantal vragen aan de wethouder: Welke stappen onderneemt de gemeente om voldoende capaciteit bij de Jeugdzorg te garanderen? Hoe stimuleert de gemeente initiatieven gericht op het vergroten van de veerkracht van gezinnen? Hoe gaat de gemeente de mate van efficiëntie van de nieuwe verordening monitoren? Hoe wordt over de toegankelijkheid van jeugdzorg op de lange termijn gerapporteerd? Is de gemeente bereid om de toegangsgaranties te formuleren, zodat jongeren tijdig de hulp krijgen die zij nodig hebben? Welke criteria worden hierbij gehanteerd? Aangezien volgens de voorzitter deze vragen technisch van aard zijn, zal de VVD ze schriftelijk indienen.
Zij sluit haar bijdrage af met de oproep om ervoor te zorgen dat de veerkracht van gezinnen wordt vergroot om zo de druk op de jeugdhulp te kunnen verlichten. Mevr. Essing (CDA) benadrukt het doel van de Jeugdwet dat er gebruik wordt gemaakt van de eigen kracht van jongeren, ouders en hun sociale netwerk. Deze integrale aanpak is voor het CDA belangrijk, alsmede dat jongeren en hun ouders uiteindelijk zelf een oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag. Zij verwijst hiervoor naar Art. 9 van de Jeugdwet en hoofdstuk 6 van de nieuwe Verordening. Zij vraagt de wethouder aan te geven op welke wijze inspanningen worden verricht om mogelijke discussies over deze terminologie te voorkomen. Dhr. Tholen (GOB) beschrijft de aard van het onderliggende document en hoe dit tot stand is gekomen. Als positief beoordeelt GOB dat er is gesproken met een aantal adviesraden, waaronder JONGK, in het kader van de Participatieverordening. Dhr. Tholen is blij met de opvolging van het advies van JONGK om de Verordening in een voor iedereen begrijpelijke taal te verwoorden. Dat er geen financiële risico’s zouden zijn betwijfelt GOB, aangezien de zorg steeds complexer wordt. Daar zijn inmiddels enkele voorbeelden van te noemen. Dhr. Tholen besluit zijn bijdrage met de mededeling dat het voorstel voor GOB een hamerstuk is.
2
Mevr. Winteraeken (SPA) geeft namens haar fractie aan blij te zijn met de bijdragen van JONGK en de heer Schulinck (kennisbank Grip op Jeugd). SPA stelt een vraag over de hoogte van het pgb. Zij verwijst naar een passage hierover in 2015 waarin werd gerept van ‘een individuele voorziening in natura’. In 2025 worden er percentages genoemd en Winteraeken vraagt om uitleg hierover. De voorzitter geeft aan dat dit een technische vraagt betreft die schriftelijk en vooraf gesteld had moeten worden. Wethouder Tillie geeft aan dat bij het opstellen van de nieuwe Verordening er is gekeken naar de modelverordening, aangezien de werkwijze van 16 gemeenten in de regio in deze overeenkomstig moet zijn. Het is voor het college niet goed mogelijk om te bemiddelen bij de communicatie tussen de verschillende organisaties, omdat de AVG dit niet toelaat. Het is evident dat er ongewenste situaties kunnen ontstaan bij de gebrekkige communicatie, zoals in het geval van Donnie M. Er is daarna besloten om de overdracht dakpansgewijs te doen, wat inhoudt dat er door de ene organisatie nog wordt meegekeken, totdat de overdracht naar de andere daadwerkelijk een feit is. Er zal eerst juridisch bekeken moeten worden wat mogelijk is om de aanduiding ‘ouders’ te kunnen wijzigen in ‘verzorgers’. Bovendien meent de wethouder dat als dit nu wordt gewijzigd er verwarring kan ontstaan.
De wethouder verwijst naar een overzicht dat het college aan het CDA heeft gegeven van wat de gemeente allemaal doet om de veerkracht van de gezinnen te vergroten. De gemeente bekijkt tevens hoe de problemen aan de voorkant kunnen worden opgelost; in hoeverre zijn de ouders hiertoe in staat, bijvoorbeeld vanuit hun netwerk. Er moet worden voorkomen dat ouders voor de gewone dagelijkse dingen naar Jeugdhulp komen. Door strenger aan de voorkant op te treden, zijn er geen financiële risico’s. Ambtenaar Nauta geeft aan dat er al een klachtenregeling is en die blijft ongewijzigd. Deze staat duidelijk aangegeven op de website van de gemeente. In antwoord op de vraag van de Stadspartij over de nadere regels, deelt mevr. Nauta mee dat deze nog niet naar het college zijn verstuurd in afwachting van instemming door de raad. De zorg wordt ingekocht door de 16 gemeenten bij de Jeugdhulp regio Maastricht. Hier zijn tarieven vastgesteld. De tarieven vanuit de pgb zijn gerelateerd aan die percentages. Zij somt de percentages die gelden voor de diverse partijen, waarmee goede, adequate zorg kan worden ingekocht. Dit is landelijk bepaald. Het percentage voor sociaal netwerk is hier hoger dan een aantal andere gemeenten handhaaft.
Wethouder Tillie stelt dat het ontstaan van wachtlijsten vooral heeft te maken met personeelskrapte, maar ook met de keuze die ouders doen voor een bepaalde organisatie. Daartegenover staat dat organisaties gehouden zijn aan contracten waarin staat dat zij bepaalde zorg binnen een bepaalde periode moeten aanbieden. Mevr. Wielders (GroenLinks/PvdA) vraagt om het probleem van de wachtlijsten waar de mensen zelf niet verantwoordelijk voor zijn beter te benoemen in de Verordening. Wethouder Tillie geeft aan dat dit later in de regels komt te staan. Mevr. Weermann (Stadspartij) bevreemdt het dat de gewone zorg bijna het dubbele kost dan de zorg vanuit het pgb. Zij vraagt de wethouder dit toe te lichten. Ambtenaar Nauta bevestigt dit en legt uit waar het pgb voor bestemd is en waar het verschil in tarieven vandaan komt. Mevr. Harzi (VVD) vraagt of het tarief van 50 procent voor het sociaal netwerk geen drempel opwerpt voor gezinnen die veel baat hebben bij zorg uit het sociale netwerk. Wethouder Tillie meent dat dit afhangt van de kosten die er gemaakt worden.
3
Mevr. Weermann (Stadspartij) geeft aan dat het voor haar fractie als bespreekstuk geldt, waar het gaat om de vergoeding van de kosten. De voorzitter concludeert dat het voorstel wordt doorgezet als bespreekpunt naar de raadsvergadering.
4
Regionaal beleidskader Jeugdhulp Zuid-Limburg 2024-2028 (Tillie) 20.45 – 21.30 uur Aanwezig de voorzitter: de griffier:
D. Pfoster A. Lamers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: FvD PIT:
J.H.J. Tholen G.J.M.C. Essing-Demandt C.H.H.Klingestijn A.E.H. Wielders B. Bonten H. Harzi M.H.J. Klaassen P.W.M. Winteraeken-Bruls E.V.P. Talpe
het college:
Wethouder Tillie
ambtenaar:
Mevrouw Lenssen
notulen:
J. Poot (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter leidt het agendapunt in en deelt mee dat de Ronde wordt gevraagd om de raad te adviseren over het vaststellen van het onderhavige beleidskader. Voor de bespreking zijn twee termijnen beschikbaar en er is 45 minuten tijd voor gereserveerd. Mevr. Winteraeken (SPA) geeft aan dat het voor SPA niet voldoende zichtbaar is wat er wordt gedaan met de adviezen die de adviesraden hebben gegeven. Dhr. Tholen (GOB) stelt dat het voorliggende beleidskader voldoende handvatten biedt voor een adequaat jeugdzorgaanbod. Hij plaatst ook enkele kritische opmerkingen: In algemene zin betoogt dhr. Tholen dat bij de Jeugdzorg knelpunten zijn die de effectiviteit en toegankelijkheid van de zorg beïnvloeden, zoals financiële- en capaciteitsproblemen, maar ook de complexiteit van het systeem door de vele betrokken partijen. GOB is van mening dat de focus op de zorgverleners in de 16 gemeenten in Zuid-Limburg te beperkt is en hierbij zouden Midden- en Noord-Limburg betrokken moeten worden ten behoeve van de snelheid en mogelijkheden voor specifiekere zorg. Dhr. Tholen vraagt tevens aandacht voor de meer problematische gezinnen, waarbij de ouders zelf zorg nodig hebben of handelingsverlegen zijn. Vanwege de complexiteit van de jeugdzorg is een goed monitorensysteem noodzakelijk, zo betoogt dhr.
Tholen, waarbij behalve naar financiën, vooral goed gekeken moet worden naar kwaliteit, kwantiteit en effectiviteit. Het lijkt GOB verstandig om een regisseur aan te stellen die vinger aan de pols kan houden binnen de G16. Hij vraagt de wethouder hierop te reflecteren.
5
Mevr. Essing (CDA) beschrijft de ontstaansgeschiedenis van de jeugdzorg als verantwoordelijkheid voor gemeenten. Zij stelt dat er inmiddels knelpunten zijn ontstaan in de jeugdzorg, met betrekking tot de beschikbaarheid van deze zorg en de financiële impact bij de gemeenten en organisaties. Er is hiervoor een hervormingsagenda opgesteld en het CDA verzoekt de wethouder de raad regelmatig op de hoogte te stellen van de voortgang van de hervormingsagenda. Mevr. Essing vraagt de wethouder tevens om een toelichting te geven op de uitvoeringskracht met betrekking tot het taakveld Sociaal Domein. Vervolgens schetst zij de problemen die het oplevert als jongeren te maken krijgen met steeds verschillende hulpverleners. Dit eigenaarschap kwam eerder aan de orde in de bijeenkomst van 6 september jongstleden. Zij vraagt de wethouder toe te lichten hoe de regie is geregeld bij hulpvraag door jongeren. Een andere vraag die het CDA stelt aan de wethouder is hoe er rekening wordt gehouden met regionale verschillen waar het gaat om aantallen jongeren die hulp nodig hebben. Vervolgens schetst mevr. Essing de situaties waar scholen met betrekking tot probleemjongeren te maken hebben. Het CDA vraagt expliciet aandacht voor het probleem dat jongeren thuis komen te zitten, omdat scholen tekort schieten bij de hulpverlening.
Onderbezetting bij Leerrecht (voorheen Leerplicht) leidt veelvuldig tot ongewenste situaties, zoals spijbelen en gebrekkige communicatiemogelijkheden. Mevr. Essing vraagt de wethouder wat er op korte termijn kan worden gedaan om deze onderbezetting op te lossen. Het CDA deelt de zorgen van de Jeugdautoriteit over de uitwerking van de hervormingsagenda. Deze zou te lang duren, omdat er te veel partijen met eigen belangen zijn. Het CDA is bezorgd over de doorlooptijd van alle in het raadsvoorstel genoemde acties, voordat deze effect laten zien. Zij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Tot slot vraagt mevr. Essing de wethouder om aan te geven op welke wijze de communicatie met JONGK heeft plaatsgevonden naar aanleiding van haar advies. Mevr. Harzi (VVD) vraagt aandacht voor enkele punten uit het Beleidsplan Jeugdhulp: - Hoe wordt de individuele zorgvoorziening in de praktijk gemonitord? Kan het college de raad ervan verzekeren dat de beoordeling voor de gebruikelijke hulp voldoende flexibel is om rekening te houden met bijzondere gezinsomstandigheden? Kan het college toezeggen dat er regelmatig een evaluatie plaatsvindt van de samenwerking van de verschillende partijen die betrokken zijn bij jeugdhulp? De VVD mist in het stuk concrete voorstellen om het fenomeen van ‘niet-gebruik’ aan te pakken.
Dit zou ertoe kunnen leiden dat juist de meest kwetsbare jongeren buiten beeld blijven. Mevr. Harzi vraagt wat het college gaat doen om deze gezinnen actief op te sporen en te ondersteunen. De VVD ziet de onderhavige Verordening als een belangrijke stap richting een beter functionerende Jeugdhulp. Dhr. Klingestijn (Stadspartij) erkent namens zijn partij het belang van een gezamenlijke aanpak om de jeugdzorg toegankelijk en effectief te maken. Hij vraagt aandacht voor een aantal punten: De Stadspartij is bezorgd over mogelijk verschillende uitvoeringen van jeugdzorg tussen de gemeenten. Het is voor de Stadspartij belangrijk dat iedere jeugdige dezelfde kwaliteit van zorg krijgt, ongeacht de woonplaats. Het blijft onduidelijk welke stappen er worden genomen om de beoogde uniformiteit te waarborgen. Dhr. Klingestijn vindt het nog onduidelijk wat de aanpak op de korte termijn is ten behoeve van de zorgcontinuïteit. Hij vraagt de wethouder dit toe te lichten. De Stadspartij dringt er tot slot op aan om extra aandacht en inzet te schenken aan goede communicatie wanneer een jeugdige van de ene naar een andere instantie over gaat. Mevr. Wielders (GroenLinks/PvdA) geeft namens haar fractie aan dat zij kan instemmen met het beleidskader dat voorligt. Toch zijn er zorgen over de uitvoering en zij vraagt het college hoe zij dit gaat aanpakken.
Vervolgens refereert zij aan een voorbeeld van de wethouder van ouders die hun kind leren veters strikken en zij vraagt zich af of dit gepast is tegen het licht van de grote problematiek waar de gemeente hier mee te maken heeft.
6
Dhr. Bonten (D66) deelt namens zijn partij mee dat hij kan instemmen met het voorliggende beleidskader. Hij kan in het stuk alleen maar positieve adviezen onderscheiden, met hier en daar wat zorgpuntjes met betrekking tot de uitvoering. Wethouder Tillie stelt dat het een gezamenlijk beleidsplan is met de 16 gemeenten en hij beschrijft hoe het beleidskader tot stand is gekomen. Het uitvoeringsplan moet nog komen, er wordt nu gekeken naar hoe de hervormingsagenda concreet gemaakt kan worden. Sittard-Geleen loopt hierin voor en is een voorbeeld voor andere gemeenten. In samenwerking met andere partijen wordt er ook gekeken naar de gezinssituatie en niet alleen naar het kind. Zo kan er worden overgegaan tot specifiekere hulpverlening. Met alle gemeenten is bekeken wat er aan structuur en governance in Zuid-Limburg nodig is en er is besloten om dit te implementeren met als uitgangspunt de aanstelling van een programmamanager die het gehele jeugdhulp landschap overziet en kan bijsturen waar nodig. De wethouder zegt toe het uitvoeringsplan aan de raad te sturen, zodra dit klaar is. De wethouder heeft geen signalen ontvangen dat de uitvoeringskracht voor het sociaal domein te weinig is. Hij zal hierover navraag doen. Wanneer er meerdere zorgverleners zijn betrokken bij een hulpvraag, wordt er met een casusregisseur geprobeerd de regie te houden.
Er wordt goed samengewerkt binnen de 16 gemeenten van Zuid-Limburg, maar de contractafspraken komen uiteindelijk van Maastricht. De problemen die ontstaan bij het overdragen van een probleemjongere naar een andere organisatie zijn bekend, maar, zoals eerder aangegeven, juridisch, AVG-technisch en wettelijk zijn de mogelijkheden beperkt. In samenwerking met de betrokken organisaties wordt er geprobeerd hier zo goed mogelijk op te sturen. Ambtenaar Lenssen vult aan en beschrijft het plan van aanpak dat wordt gehanteerd als er meerdere hulpverleners bij een probleemgezin zijn betrokken. Wat betreft de uitvoering wordt er samengewerkt met 16 gemeenten in Zuid-Limburg en wordt het beleidskader breed gedragen. Er is nadrukkelijk voor gekozen om de toeleiding naar jeugdzorg lokaal vorm te geven. Er zijn hierbij echter geen verschillen in behandeling en hierover worden met de G16 afspraken gemaakt inzake de protocollen en richtlijnen. Er zijn meerdere gesprekken met JONGK geweest met als onderwerp de beleidsontwikkelingen en wat er speelt in de jeugdzorg en één gesprek over het beleidskader. In de brief wordt genoemd het moment waarop het college JONGK het beleidskader aanbiedt ter inspraak. Bij de Jeugdzorg Regio Zuid-Limburg heeft een robuustheidsscan plaatsgevonden, waaruit naar voren kwam dat de regio ‘robuust’ genoeg is om de jeugdzorg te kunnen uitvoeren.
Toch bleken er problemen te zijn met enkele zorgaanbieders en is er een landelijke taskforce vanuit onder andere de VNG opgericht. Hieruit kwam naar voren dat bepaalde specifieke zorg ook bovenregionaal georganiseerd moet worden. Er wordt nu gekeken naar Midden- en Noord-Limburg om meer robuustheid te verkrijgen. Wethouder Tillie verklaart dat zijn voorbeeld van het veters strikken bedoeld was om aan te geven welke extremen er kunnen plaatsvinden bij hulpvraag in de jeugdzorg. Mevr. Essing (CDA) refereert aan de opsomming van documenten die in het raadsvoorstel worden genoemd en dat geeft haar zorgen over de voortgang. Zij vraagt de wethouder de raad op te hoogte te houden van de voortgang via een RIB. Ook wil zij weten welke kleine stapjes nu al gezet kunnen worden, los van alle genoemde documenten. Wethouder Tillie stelt dat deze situatie ook landelijk geldt en dat er ook landelijk nog geen vervolg wordt gegeven op de hervormingsagenda. Zuid-Limburg heeft ervoor gekozen om door te pakken en te komen met een uitvoeringsplan. Maar voor het overige wordt er ook al veel uitgevoerd. De wethouder zal de raadsinformatiebrief waarin dit staat beschreven ophalen en aan de raad sturen. De voorzitter concludeert uit de bijdragen en de beantwoording dat het voorstel wordt doorgezet als hamerstuk naar de eerstvolgende raadsvergadering.
7
Als toezegging van de wethouder geeft de voorzitter aan dat het uitvoeringsplan aan de raad wordt gestuurd, zodra dit gereed is.
8
Rondevoorstel (D66) Uitvoeringsprogramma RES-ZL en Lokale Green Deal Sittard-Geleen (Tillie) 21.30 – 22.30
Aanwezig de voorzitter: de griffier:
D. Pfoster A. Lamers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: FvD PIT:
E.J.C. Janssen B.A.J. Hoedemakers J.W. Coumans J.G.H. Slippens P.R. Pi Van de Venne L. Hoogenberg M.H.J. Klaassen P.L.M. Heijlands E.V.P. Talpe
het college:
Wethouder Tillie
ambtenaar:
Mevrouw Kuipers en de heer Pathuis (extern adviseur)
notulen:
J. Poot (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter leidt het agendapunt in en deelt mee dat de fractie van D66 een Rondevoorstel heeft ingediend inzake het Uitvoeringsprogramma RES-Zuid-Limburg en Lokale Green Deal Sittard-Geleen. De reden om het voorstel te agenderen is om duidelijkheid te krijgen over de status van de uitvoering van de RES-en in Limburg en de uitvoering van de motie Lokale Green Deal. Het voorstel wordt besproken in 1 termijn en er wordt 1 uur tijd gereserveerd voor bespreking. Vervolgens legt de voorzitter de vergaderorde voor bespreking van dit punt uit. Dhr. Pi Van de Venne (D66) spreekt zijn teleurstelling erover uit dat tot op heden het college nog niet tot uitvoering van het in de aangenomen motie gestelde is overgegaan, terwijl dit een van de belangrijkste thema’s van het gemeentelijk beleid betreft. Dhr. Pi Van de Venne vraagt zich af waarom het college ervoor heeft gekozen om geen gehoor te geven aan de opdracht in de aangenomen motie om in Q4 2024 met concrete voorstellen te komen, inzake de uitvoering van de RES-Zuid-Limburg. In plaats daarvan presenteert het college een visiedocument, waaruit, naar mening van D66, geen uitvoeringsgericht vermogen blijkt. Dhr. Pi Van de Venne legt uit waarom hij zich zo negatief uitlaat over deze gang van zaken. Hiervoor verwijst hij naar de raadsinformatiebrief van 5 september jongstleden, waaruit hij opmaakt dat het
9
uitvoeringsprogramma er niet zal komen. Hij is voorts van mening dat een routekaart niets toevoegt aan het beoogde doel van de motie en de raad heeft ook niet om een routekaart gevraagd. Dhr. Pi Van de Venne geeft in niet mis te verstane woorden aan dat hij het niet eens is met deze gang van zaken en dat hij vindt dat het college ernstig tekort schiet door de energietransitie af te stellen en in plaats daarvan een routekaart presenteert, die vooralsnog geen zoden aan de dijk zet. Daar komt bij, betoogt hij, dat er bij de RES-Zuid-Limburg al duidelijk een route wordt aangegeven inzake het op te wekken terrawattvermogen van Sittard-Geleen in groene energie en ook de uitvoeringskaders zijn al aanwezig. Hij stelt dat de routekaart van het college daarom een politieke truc is. D66 geeft op voorhand aan dat zij geen genoegen zal nemen met een reactie van het college die de onmogelijkheden van de uitvoering beschrijft. Regels kunnen worden veranderd, op andere gebieden gebeurt dat ook. De raadsinformatiebrief wekt op een aantal punten de verbazing op van D66. De heer Pi Van de Venne vindt het stimuleren en ondersteunen van 'zon op dak' goed. Echter de D66-fractie vraagt zich af waarom het college zelf geen actie onderneemt door zonnepanelen te plaatsen bij parkeerplaatsen waar de gemeente eigenaar is, gezien de voorbeeldfunctie van de gemeente.
Ook uit hij kritiek op een ander feit ten aanzien van de schriftelijke vragen van de D66-fractie gesteld aan het college. De fractie voelt zich voor het eerst niet serieus genomen. De heer Pi Van de Venne geeft aan dat zijn vragen zijn herschreven door het college, hij vindt dit zeer kwalijk en wil opheldering. Op het antwoordformulier, gestuurd door het college aan de raad, zijn de vragen geherformuleerd en zijn zaken weggehaald, anders dan ingediend door de fractie. Er wordt een voorbeeld toegelicht (vraag drie) waarbij de motie Green Deal uit de vraag is geknipt. Dhr. Pi Van de Venne stelt een aantal vragen aan de wethouder: Is het college het met D66 eens dat deze routekaart (exclusief uitvoeringsprogramma) geen uitvoering is van de door de raad aangenomen motie Lokale Green Deal? Hoe gaat het college het gestelde in de aangenomen motie wel uitvoeren? Hoe wordt de vertraging ingelopen die is ontstaan door het vervaardigen van de niet relevante routekaart? Wanneer komen er concrete projectvoorstellen, zoals D66 heeft beoogd? Hoe kijkt het college aan tegen het herschrijven van vragen van een raadslid? D66 verneemt ook graag de reacties van de andere fracties op zijn betoog en hoe het nu verder moet met de uitvoering van de motie Green Deal.
Wethouder Tillie erkent dat er wat de uitvoering en de timing betreft wellicht andere keuzes gemaakt hadden kunnen worden, maar de felle kritiek op het college vindt hij onterecht. Hij benadrukt dat de routekaart is bedoeld om samen met de raad te bekijken hoe de afgesproken RES-doelen behaald kunnen worden. Het document bij de RES-Zuid-Limburg is geen routekaart, maar slechts een opsomming van wat het college wilde bereiken. Hieruit is de routekaart voortgekomen en op basis hiervan wordt er samen met de raad bepaald wat het uitvoeringsprogramma hierbij is. Hij verwijst naar zijn eerdere reactie op de motie, waarin de wethouder aangaf dat de mogelijkheden om alles direct in werking te zetten beperkt zijn. Hij geeft hiervan enkele voorbeelden, waarbij soms de provincie en de landelijke overheid ook een rol spelen. Toch geeft het college middels de routekaart aan dat zij bereid is te bekijken wat er wel mogelijk is. De routekaart wordt in november 2024 aan de raad gepresenteerd en hier ligt de basis voor het uitvoeringsprogramma. Maar de wethouder heeft eerder al aangegeven dat er een ander afwegingskader moet komen. Het college is zich ervan bewust dat het lang duurt. Dat de gemeente geen voorbeeld zou willen zijn voor het plaatsen van zonnepanelen, bestrijdt de wethouder. Niet altijd zijn daar de mogelijkheden voor, maar ook financiële argumenten wegen hierbij zwaar mee.
De wethouder verwijst vervolgens naar de kanttekening die hij destijds plaatste bij de motie en waarmee de motie is aangenomen. Hij ontkent met kracht dat het college geen actie onderneemt. Het is niet de intentie geweest van de wethouder om gestelde vragen vanuit de raad te herschrijven. Hij verwerpt alle beschuldigingen die D66 heeft geuit, als zou het college oneerlijke bedoelingen jegens de raad hebben. Hij is bereid om de vragen die D66 eerder heeft gesteld nogmaals te beantwoorden. Dhr. Pi Van de Venne (D66) vraagt in een punt van orde om een korte schorsing. Hierna komt hij terug in de Ronde met een toelichting naar aanleiding van de reactie van het college op zijn betoog. Hij verzoekt
10
het college alsnog zijn eerder gestelde vragen te beantwoorden en dan vooral de vraag die gaat over het herschrijven van vragen. De voorzitter pakt de orde van de vergadering weer op en vervolgt met de bijdragen van de overige Rondeleden. Dhr. Coumans (Stadspartij) verzoekt het college om de argumentatie van de wethouder op schrift te stellen en deze aan de raad toe te sturen. De voorzitter geeft aan dat deze in de notulen wordt beschreven. Dhr. Talpe (PIT) geeft aan dat het voor zijn partij onduidelijk was welk doel D66 met de inbreng van dit agendapunt beoogde. Voor PIT rest als punt van aandacht de verlate oplevering van de routekaart, die nu plaatsvindt in maart 2025 in plaats van Q4 2024. PIT heeft enkele vragen over de gang van zaken in de richting van D66: In hoeverre is deze inbreng afgestemd met de mede-indiener van de motie GroenLinks/PvdA? Kijkt GroenLinks/PvdA anders aan tegen de aanpak van het college? Dhr. Hoogenberg (VVD) stelt dat het op dit moment nog onduidelijk is waar het college mee zal komen. Voor de VVD is het niet bezwaarlijk dat er vertraging optreedt als dat de inhoud van het plan en de uitvoering ten goede komt. Dhr. Hoedemakers (CDA) sluit zich aan bij de vragen van PIT. Vervolgens betoogt hij namens zijn fractie dat de routekaart de inzet is voor een kader dat de raad moet vaststellen.
Hij vraagt het college hoe de onderliggende problematiek zich verhoudt tot de netcongestie. Voor het CDA is het belangrijk dat er een balans is tussen groene, duurzame opwekking en een afzetmarkt. Dit wordt goed meegenomen, vindt dhr. Hoedemakers. Ook voor het CDA geldt dat vertraging geen probleem is als dit ten goede komt aan de inhoud. Mevr. Janssen (GOB) sluit zich aan bij de woorden van de vorige sprekers. Zij kan zich vinden in de verklaringen van de wethouder over de vertraging. Mevr. Slippens (GroenLinks/PvdA) deelt mee dat er inzake dit Rondevoorstel geen overleg vooraf is geweest met de D66-fractie. Namens haar fractie geeft zij aan dat zij graag in 2024 meer concrete projectvoorstellen had gezien, zodat de doelen van de RES-ZL daadwerkelijk behaald konden worden. De vertraging van de routekaart noemt zij het puntje van de ijsberg. Zij vraagt de wethouder aan te geven hoeveel aan gigawatt van de totale doelstelling er op dit moment is gerealiseerd. Zij vervolgt haar betoog met voorbeelden van de vele vertragingen op het gebied van groene energie in de regio. Zo ook bij het project ‘Proeftuin Aardgasvrije Wijken in Limburg’, dat naar verluid zal worden uit gefaseerd en dat niet meer aan het groene net of het warmtenet wordt gekoppeld. Zij vraagt de wethouder of dit het geval is en zo ja, welke acties hierop worden ingezet.
GroenLinks/PvdA is van mening dat er nieuwe initiatieven moeten komen, die dan ook doorgezet moeten worden om de voortgang te bewerkstelligen. Vervolgens geeft mevr. Slippens aan dat haar fractie blij is met de komst van de routekaart en het daaraan gekoppelde uitvoeringsplan, zij het met enige vertraging. Zij kijkt uit naar de bijeenkomst op 21 november waar de raad zal worden bijgepraat. Mevr. Slippens betreurt het dat het Rondevoorstel en de raadsinformatiebrief van 5 september elkaar hebben gekruist. Haar is ter ore gekomen dat de vertraging mede is veroorzaakt doordat het CBS geen cijfers kon aanleveren over het energieverbruik van woningen. Er zijn toen schattingen gemaakt met behulp van de klimaatmonitor. Zij vraagt de wethouder dit nader toe te lichten. Andere vragen die mevr. Slippens stelt aan de wethouder: Wat zou de realisatie van een windtunnel in de Prof Van Krevelenstraat, als onderdeel van de Circulair Mile, aan energie kunnen opbrengen? Deze vraagt geldt tevens voor een zonnepark op Kerensheide. Wat is er over van het bedrag van 262.000 euro over dat begroot is voor dit jaar ten behoeve van deze projecten?
11
Wat heeft het college nodig van de raad om te kunnen doorpakken op dit dossier?
Dhr. Heijlands (SPA) geeft aan dat hij begrip heeft voor het standpunt van D66, maar dat zijn fractie niet duidelijk voor ogen had wat de bedoeling was van dit Rondevoorstel. In zijn bijdrage zal Heijlands zich richten op de RES-ZL. Hij vraagt aandacht voor de snelle ontwikkelingen die er gaande zijn op de markt van windmolens en zonnepanelen. Hij verwijst naar een aantal publicaties in de media waaruit blijkt dat de gevolgen van energiegebruik door middel van deze leveranciers nog niet duidelijk zijn. Evenmin is duidelijk welke gevolgen het heeft voor de burger. Al met al stelt SPA vast dat de installatie van windmolens en zonnepanelen op dit moment geen voordelen biedt. SPA meent dat het nodig is om met het oog de burgers en het creëren van voldoende draagvlak de juiste stappen in de juiste volgorde gezet moeten worden. Dhr. Klaassen (PVV) stelt namens zijn fractie dat met de agendering van dit Rondevoorstel een interessante discussie wordt gevoerd. In de raadsinformatiebrief van 5 september jongstleden wordt een voorschot genomen op onder andere het deelproject Zon op Daken. Dhr. Klaassen stelt dat er in SittardGeleen veel potentie hiervoor is bij industriële bedrijfsruimten. Hij meent uit de discussie op te kunnen maken dat er behoefte bestaat om daadkrachtiger in de transitie op te treden. Hij constateerde dat er in de afgelopen jaren weinig is gebeurd op dat gebied.
Hij vraagt de wethouder wat het college in de afgelopen twee jaar heeft ondernomen. De PVV legt echter wel de nadruk op zonnepanelen op daken en niet op windenergie. Tenslotte geeft hij aan dat hij het argument van de wethouder waarom er ingediende vragen zijn herschreven onbevredigend vindt en hij hoort graag dat of dit is gebeurd of berust op een misverstand. Wethouder Tillie antwoordt op de laatst gestelde vraag van de PVV dat het nooit de intentie is geweest om een vraag te herschrijven omdat dit beter zou uitkomen. Vervolgens benadrukt de wethouder dat het de raadsleden te allen tijde vrij staat om een vraag te herhalen als het antwoord onbevredigend of onduidelijk was. Op zijn beurt geeft de wethouder aan dat hij hier transparant en naar beste kunnen en weten op zal antwoorden, zonder bewust informatie achter te houden. Hij spreekt de hoop uit dat de raadsleden hem hiervan kennen. De wethouder vervolgt de beantwoording en geeft aan dat er op dit moment 14 procent van de RESdoelen is gerealiseerd en hij erkent dat dit veel te weinig is. De voortgang gaat echter moeizaam mede doordat er andere partijen/overheden bij betrokken zijn, die niet altijd hun medewerking verlenen en op willen komen voor hun eigen belang en niet voor het maatschappelijk belang.
Toch is het college aan de slag gegaan en de routekaart is daarbij een van de instrumenten om te komen tot een uitvoeringsprogramma in samenspraak met de raad. Het project ‘Proeftuin Aardgasvrije Wijken in Limburg’ liep vertraging op vanwege de aanpassingen in de Warmtewet van minister Jetten. Dit leidde ertoe dat de grootste aandeelhouder afzag van investeren. Het college zet nu in op het aardgasvrij maken van twee andere wijken, alsmede Limbrichterveld-Noord. De wethouder geeft aan dat hij een voorstander is van innovatieve windenergie en hij wil de mogelijkheden daarvan in Sittard-Geleen toepassen. Dat was de reden om de windtunnel in de Prof Van Krevelenstraat te realiseren. Dit wordt volgend jaar uitgewerkt. Voor zonnepark Kerensheide geldt dat dit Rijksgronden zijn en in gesprekken is naar voren gekomen dat hier zonne-energie kan worden toegepast. Dat het hier, maar ook op andere locaties vertraging oploopt, komt omdat er meerdere partijen een stem hierin hebben. Dan moet het college bekijken welke mogelijkheden er liggen om hierop te sturen. De wethouder geeft aan dat het belangrijk is dat de raad bij de bespreking van de routekaart op 21 november input geeft voor het behalen van de RES-doelen. In antwoord op de vraag van de PVV geeft de wethouder aan dat in de raadsinformatiebrief staat beschreven wat er inmiddels concreet is bereikt.
Daarbij zijn er ook initiatieven uitgevoerd die niet worden beschreven in de raadsinformatiebrief en de wethouder somt deze op. Dit betekent dat er al veel wordt gedaan, niet alleen op het gebied van energietransitie, maar ook ten behoeve van duurzaamheid in de brede zin van het woord. Extern adviseur Pathuis geeft aan dat voor grootschalige zon en wind op land er op dit moment twee grote belemmeringen bestaan: de Provinciale Verordening en het feit dat grote projecten te maken krijgen met netcongestie, waarbij er geen aansluiting kan plaatsvinden op het elektriciteitsnet om terug te
12
leveren. Als oplossing zal er dan gekeken moeten worden naar hoe het opwekken van stroom gecombineerd kan worden met de afname van stroom. De gemeente heeft een scan van alle bedrijventerreinen uitgevoerd om te bekijken hoe aan het verbruik van de bedrijven kan worden voldaan door het opwekken van zonne-energie. Dhr. Pathuis bevestigt dat de vertraging van de routekaart mede wordt veroorzaakt door het ontbreken van de noodzakelijke data waarmee kan worden bepaald hoe groot de opgave is om in 2050 energieneutraal te zijn. Hierbij staat de vraag centraal welke energievraag er in 2050 moet worden ingevuld en welke mogelijkheden er dan bestaan om dat uit te voeren. Hiervoor zijn actuele data nodig over het energieverbruik van de gemeente, dit geldt ook voor data exclusief Chemelot. Deze data zijn niet uitgesplitst in de regionale klimaatmonitor, aangezien data van de industrie hierin niet vermeld mag worden vanwege het vertrouwelijke karakter. De voor de routekaart benodigde data zijn niet geheel en al boven tafel gekomen en in de bijlage bij de routekaart wordt beschreven hoe daarmee is omgegaan om een zo realistisch mogelijk beeld te krijgen. Dhr. Hoedemakers (CDA) meent dat een deel van de problematiek rondom netcongestie te vinden is in het maatschappelijk vastgoed, zoals scholen.
Hij realiseert zich echter dat dergelijke problemen niet alleen door de gemeente Sittard-Geleen opgelost kunnen worden. Dhr. Klaassen (PVV) komt terug op het herschrijven van de ingediende vragen door het college. Het valt hem op dat er niet alleen een zin is weggevallen, maar dat ook de tekst is gewijzigd en hij wil graag weten hoe dit heeft kunnen gebeuren. Wethouder Tillie kan dit niet verklaren, maar hij verzekert de heer Klaasen ervan dat dit niet bewust is gebeurd. Dhr. Klaassen (PVV) benadrukt dat het voor hem duidelijk is dat het juist alleen maar bewust gebeurd kan zijn. Er moet in zijn optiek iemand zijn geweest die heeft nagedacht en de zin heeft herschreven ten behoeve van de rest van de tekst. Hij verzoekt de wethouder toe te zeggen dat hij in de ambtelijke organisatie navraagt wie er verantwoordelijk is voor de aanpassingen in de tekst. Wethouder Tillie legt uit dat de ambtenaren instructie krijgen met betrekking tot de beantwoording van Art. 43-vragen, waarbij er alleen wordt geconcentreerd op de gestelde vragen en niet op het gehele betoog. In deze context heeft dit naar alle waarschijnlijkheid kunnen gebeuren. Dhr. Klaassen (PVV) meent dat zijn vraagstelling en constatering niet goed zijn overgekomen bij de wethouder en hij licht zijn standpunt nader toe.
Hij heeft geconstateerd dat de redactie van de vraagstelling is gewijzigd en hij vraagt zich af of dit in het verleden vaker is voorgekomen. Hij wil alsnog graag antwoord op de vraag wat de reden is geweest om die specifieke twee zinnen weg te halen. De voorzitter geeft aan dat het antwoord van de wethouder al is gegeven en vervolgt de vergadering. Dhr. Pi Van de Venne (D66) verklaart aan PIT dat D66 dit punt aldus heeft geagendeerd, omdat er bij de beantwoording van de schriftelijke vragen van D66 werd aangegeven dat er een routekaart komt en geen uitvoeringsprogramma. Dhr. Talpe (PIT) wil graag weten waarom de medeondertekenaar GroenLinks/PvdA niet betrokken is bij de agendering van dit Rondevoorstel. Dhr. Pi Van de Venne (D66) geeft aan dat agendering van het Rondevoorstel naar aanleiding van de schriftelijke vragen van D66 is geweest. De motie ligt hier wel aan ten grondslag, maar is niet de inzet van de agendering. D66 werkt graag samen met GroenLinks/PvdA en wil dat in de toekomst ook blijvend doen. Dhr. Pi Van de Venne benadrukt dat de routekaart voor D66 niet van belang is. Wat D66 niet kan accepteren is, dat er in de raadsinformatiebrief staat dat er geen uitvoeringsprojecten komen. Zoals ook de motie beoogt, wil D66 uitvoering zien.
13
In reactie op het betoog van de wethouder geeft dhr. Pi Van de Venne aan dat zijn verontwaardiging over de gang van zaken niet is gericht op de persoon van de wethouder, noch op zijn bestuurlijke kwaliteiten. Maar in onderhavig geval gaat het om politieke verantwoording. Voor hem is het antwoord op de vragen van de PVV eveneens onbevredigend. Hij heeft ook kunnen constateren dat het eerste deel van de tweeledige vraag is weggehaald en de suggestie van de wethouder om dan de vraag nogmaals te stellen is voor dhr. Pi Van de Venne niet de juiste gang van zaken en hij hoopt hierbij op zelfreflectie bij de wethouder. Dhr. Pi Van de Venne geeft aan dat als dit de stand van zaken is en blijft in deze kwestie D66 in beraad zal gaan over welk gevolg zij hieraan zal geven. Dhr. Talpe (PIT) vraagt wat dhr. Pi Van de Venne bedoelt met ‘dit’. Dhr. Pi Van de Venne (D66) zal hierover vanavond nog spreken met zijn fractie. De uitkomst van deze bespreking zal D66 te zijner tijd delen met de raad. Blijft staan dat D66 niet akkoord gaat met deze afhandeling. De voorzitter constateert dat het onderwerp voldoende is besproken en beëindigt de beraadslagingen. Hij sluit de vergadering om 22.15 uur.
14