CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Ronde Raadzaal 10 april 2025

Raad 17 april 2025, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Vaststellen van de notulen (19)8.270 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 10 april 2025 Tijdstip:

19.00-22.00 uur

1.1 ESCS-locatie 19.00-22.00 Aanwezig de voorzitter: de griffier:

P. Boonen A. Lamers

de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie PIT:

L.W. van Rijswijk P.J. Brouwers W.P.H. Paauwe P.H.J. Kubben P.R. Pi Van de Venne L. Hoogenberg D.D.W. Pfoster J.J. Renet P.P.H. Vola L.T.S. Engels E.V.P. Talpe

het college:

Wethouder A. Houtakkers

ambtelijke ondersteuning:

De heer Apotheker, de heer Arends, de heer Schils, de heer Van Hoof

notulen:

I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. Op de agenda staat de mogelijke invulling van de voormalige sport- en zwemlocatie aan de Sportcentrumlaan in Sittard. Het college stelt voor om variant 1, een centrale sportvoorziening, als voorkeursvariant verder uit te werken in een plan van aanpak. De ronde wordt gevraagd hierover advies uit te brengen. De voorzitter merkt op dat technische vragen vooraf zijn ingediend en beantwoord, zodat deze ronde zich kan richten op het politieke debat. Er is een inspreker aangemeld. Inspreker de heer Geelen geeft aan dat hij namens Wij Schwienswei al vier jaar pleit voor het behoud van een groen ESCS-terrein voor natuur en omwonenden. Hij merkt op dat het vertrouwen vaak wegzakte, maar dat het tij op 20 februari lijkt te keren. Wethouder Houtakkers spreekt die avond over zestien hectare natuur naast sportvoorzieningen, wat hoop geeft en aansluit bij het betere plan voor de Grote Schwienswei. De inspreker stelt als voorwaarden dat omwonenden geen geluids-, parkeer- of verkeersoverlast mogen ervaren van de sportvelden. Dat kan volgens hem door ruime afstand tussen padelbanen en woningen, overdekte padelbanen, en/of een geluidswal tussen het sportpark en de Sportcentrumlaan. Ook ziet hij graag dat verkeersstromen via de Doctor Nolenslaan worden geleid.

Wat betreft het natuurgebied pleit hij voor nieuw aangelegde, aaneengesloten en beschermde natuur. Recreatie en natuur kunnen volgens hem prima samengaan. Hij benadrukt het belang van het

1

gescheiden houden van de wandel- en fietspaden en de natuur en stelt voor om ervaringsdeskundigen te betrekken bij inrichting en beheer. Tot slot zou hij een natuureducatiecentrum willen laten realiseren op deze locatie en geeft hij aan dat het vierseizoenenonderzoek parallel kan lopen aan de planontwikkeling. Hij hoopt dat dit een plan wordt waar iedereen achter kan staan en roept de gemeenteraad op dit mogelijk te maken. Eerste termijn De heer Van Rijswijk (GOB) geeft aan dat zijn fractie nadrukkelijk afstand neemt van het vakantiepark en kiest voor een duurzame combinatie van sport en natuur. Hij benadrukt het belang van een zwemvoorziening in Sittard en is blij dat ondernemers daaraan willen bijdragen. Het verplaatsen van sportvelden naar de westkant biedt meer ruimte voor natuur aan de oostkant en sluit aan bij eerdere wensen van natuurorganisaties en bewoners. De fractie vraagt om een duidelijke kaart met grenzen van de sportontwikkeling voor de raadsvergadering, en om aandacht voor licht, geluid en parkeerdruk bij de verdere uitwerking. Een natuureducatiecentrum ziet hij als mooie aanvulling. De heer Van Rijswijk stelt voor het project als groot project aan te merken en vraagt om voorbereidingskrediet om snel te starten met opknappen van de Schwienswei. Onderhoud van paden, waterstructuren en natuur moeten aangepakt worden. Hiervoor zal gob een motie indienen.

Hij roept op tot daadkracht, meer middelen en inzet op leefbaarheid en natuurontwikkeling. Er komen in de toekomst veel locaties vrij die ingevuld kunnen worden met bijvoorbeeld woningbouw. Tot slot pleit hij voor betrokkenheid van bewoners, vrijwilligers, sportclubs en natuurorganisaties bij de uitwerking. De heer Brouwers (CDA) geeft aan dat de raad in juli 2023 koos voor een economische en/of maatschappelijke ontwikkeling in combinatie met natuurontwikkeling op de ESCS-locatie. Het CDA stond aanvankelijk positief tegenover een vakantiepark met zwemfunctie, vanwege het toeristisch en economisch potentieel. Hier is echter geen raadsmeerderheid voor. Belangrijkste voor het CDA is het behoud van een zwemfunctie in Sittard. Dit kan ook gerealiseerd worden binnen het voorgestelde sportpark, dat bovendien helpt bij het oplossen van de provinciale taakstelling van 1,2 miljoen euro. Wordt daar geen invulling aan gegeven, dan betekent dat een structurele last die ten koste gaat van voorzieningen voor inwoners. De fractie heeft gesprekken gevoerd met sportverenigingen die mogelijk naar de locatie verhuizen. Hoewel bestuursleden betrokken willen zijn bij een stuurgroep onder leiding van de KNVB, ontbreekt er nog een volledig beeld van het draagvlak onder leden.

Daarom kondigt het CDA een amendement aan dat dit draagvlak inzichtelijk moet maken, zonder te sturen op fusies of verhuizingen. Ten slotte wijst hij op de betaalbaarheid van het doelgroepenbad en pleit hij ervoor dat tarieven niet hoger worden dan bijvoorbeeld in Glanerbrook. Ook dat aspect wordt meegenomen in het aangekondigde amendement. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) is blij dat er na vier jaar nu eindelijk beweging komt richting een compromis over de toekomst van het ESCS-terrein. Volgens hem biedt het huidige voorstel kansen om elkaar politiek te vinden, maar benadrukt hij dat er nog veel vragen en zorgen zijn, vooral over burgerparticipatie. Hij stelt vragen aan het college over de wijze waarop inwoners betrokken zijn bij het proces en mist een duidelijke reflectie op die participatie. Ook richting CDA vraagt hij wat er is gedaan met de jarenlange signalen van bewoners die tegen een vakantiepark waren, en die het belang van natuurbehoud en publieke toegankelijkheid van het gebied benadrukten. Hij wijst op het belang van natuurontwikkeling en geeft aan dat GroenLinks/PvdA niet kan instemmen met het huidige raadsbesluit, zolang daarin niet concreet is vastgelegd dat zestien hectare wordt toegevoegd aan natuurgebied Schwienswei, en maximaal acht hectare gebruikt wordt voor een sportpark.

Er moet volgens hem een duidelijke kaart bij het besluit komen, om toekomstige vaagheid en politieke strijd te voorkomen. Ook wil de fractie dat er voldoende draagvlak is onder de sportverenigingen en dat de ecologische en geluidstechnische effecten zorgvuldig worden meegenomen. Verder pleit GroenLinks/PvdA voor het behoud van het doelgroepenbad als betaalbare voorziening, en niet voor een buitenbad met vrijwilligers.

2

Tot slot kondigt de heer Kubben een motie aan voor minimaal 30 procent sociale woningbouw op de locaties die vrijkomen als sportverenigingen verhuizen. De heer Paauwe (Stadspartij) benadrukt dat zijn partij voor een groene invulling van de Schwienswei is, met als voorwaarde dat bebouwing enkel plaatsvindt op het voormalige ESCS-terrein of met voldoende compensatie op andere plekken. Voor de partij is het nu echter vooral tijd om door te pakken, het jarenlang braakliggende en verpauperde terrein moet aangepakt worden. Waar de Stadspartij in de verkiezingen nog voorstander was van een vakantiepark, is dat standpunt bijgesteld na stevige weerstand. De partij dankt alle insprekers en inwoners voor hun betrokkenheid. Belangrijk blijft voor hen is ook het behoud van het zwembad De Nieuwe Hateboer, voor zowel de gebruikers als de uitbater en het personeel dat al jaren in onzekerheid verkeert. Hij noemt daarnaast het festival Groove Garden, dat kampt met structurele bezwaren en duidelijkheid nodig heeft over haar plek binnen het gebied. Ook vraagt hij aandacht voor het draagvlak bij sportverenigingen voor een maatschappelijke invulling van het gebied. De Stadspartij pleit voor een sportcomplex met uitstraling, passend bij een stad als Sittard-Geleen inclusief ruimte voor groeiende sportverenigingen en ambitie voor de jeugd.

Daarbij pleiten ze opnieuw voor een eigen accommodatie voor Fortuna Sittard, inclusief de academie. De huidige situatie, waarin de club regelmatig buiten de stad moet trainen vanwege slechte voorzieningen, noemt hij onacceptabel. Tot slot vraagt hij duidelijkheid over de toekomst van de bestaande sportcomplexen van de betrokken verenigingen die mogelijk verhuizen. De heer Pfoster (PVV) benadrukt dat de PVV altijd heeft ingezet op volledige woningbouw op het ESCSterrein, bij voorkeur in een natuurlijke omgeving. Dit zou bijdragen aan betaalbare huisvesting, de druk op de woningmarkt verlichten en de leefbaarheid in Sittard versterken. Hoewel de partij de voordelen van een ecologisch vakantiepark erkent, zoals economische impuls, werkgelegenheid en toerisme, constateert zij dat hiervoor momenteel weinig politieke steun is. Belangrijk voor de PVV blijft wel het behoud van doelgroepzwemmen, evenals de voorkeur voor een recreatiebad, ondanks eerdere keuzes om dit in Geleen te centraliseren. De partij vraagt het college of er alsnog ruimte is om hier iets in te betekenen. Van de twee voorgelegde varianten geeft de PVV de voorkeur aan variant 1. Deze variant maakt doelgroepzwemmen mogelijk binnen De Hateboer, biedt toekomstbestendige sportvoorzieningen, creëert maatschappelijke kansen en zorgt voor een goede inrichting van de openbare ruimte.

De PVV is dan ook tevreden met het voorliggende raadsvoorstel. Afsluitend stelt hij twee vragen aan de wethouder. Kan het college garanderen dat sportactiviteiten tijdens de gefaseerde realisatie van de sportvoorzieningen kunnen doorgaan? In hoeverre biedt variant 1 ruimte voor toekomstige woningbouw op vrijgekomen locaties? De heer Pi Van de Venne (D66) geeft aan dat D66 niet kan instemmen met het huidige raadsvoorstel vanwege verschillende bezwaren. Ten eerste is D66 tegen grootschalige economische activiteiten in de buurt van natuurgebieden, omdat dit afwijkt van de nieuwe omgevingsvisie die natuurherstel binnen bestaande natuurgebieden bepleit. D66 vindt dat er geen kwalitatief groen wordt gecreëerd, maar eerder Temu- of Aliexpress-groen, zoals sportvelden op het ESCS-terrein. Daarnaast wijst D66 op tegenstrijdige beweringen over de ecologische druk en kwaliteit van het voorstel, en belangrijke onderzoeken die nog niet zijn afgerond. D66 maakt zich zorgen over de afwezigheid van een gedegen onderbouwing voor de sportvelden en het zwembadbehoud, wat het voorstel minder haalbaar maakt. Verder is D66 ontevreden over de plannen voor de achterblijflocaties bij sportvelden en accommodaties. De partij vindt dat er onvoldoende aandacht is voor het vergroenen van deze gebieden, wat de ecologische waarde zou verhogen.

In plaats daarvan zou men moeten focussen op vergroening in woonwijken om de ecologische waarde te verbeteren. Hoewel D66 constructief wil blijven, blijft het kritisch over het voorstel. Ze willen voorstellen doen die meer in lijn zijn met natuurversterking en kleinschalige activiteiten, en zullen voorstellen uit andere fracties ondersteunen die aansluiten bij hun visie op natuurbeheer. De heer Renet (SPA) geeft aan dat SPA altijd voor het behoud van het zwembad heeft gepleit. Hij benadrukt dat het voorstel om economische activiteiten op deze locatie te ontwikkelen problematisch is

3

voor zijn partij, vooral omdat 60 procent van de inwoners tegen economische ontwikkelingen in het gebied is, zoals uit eerdere enquêtes bleek. Hij merkt op dat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar de mening van omwonenden en sportverenigingen, en dat de participatie onvoldoende is verlopen. SPA pleit ervoor om het ESCS-terrein te herbestemmen tot natuurgebied, aangezien het zich in de afgelopen jaren als een natuurgebied heeft ontwikkeld. Dit zou ook bijdragen aan het aanpakken van het natuurcompensatietekort in Sittard-Geleen. De heer Renet benadrukt dat er meer groen moet komen rond de Schwienswei en dat er eerst grondig onderzoek moet worden gedaan voordat besluiten worden genomen over woningbouw of sportvelden op het terrein. Daarnaast uit hij zijn zorgen over waterproblemen in het gebied, vooral in relatie tot het risico van overstromingen en de waterafvoer. Hij is van mening dat er eerst onderzoek moet worden gedaan naar de mogelijke watergerelateerde risico's, alvorens er besluiten worden genomen over de aanleg van velden of bebouwing. Hij stelt voor om het raadsvoorstel niet in stemming te brengen totdat deze onderzoeken zijn afgerond. De heer Vola (Lokaal SGB) geeft aan dat het huidige beleid onacceptabel is en een directe aanval vormt op burgerparticipatie, leefbaarheid, natuurbehoud en verantwoord bestuur.

Hij is kritisch over het gebrek aan essentiële onderzoeken, die volgens hem door de wethouder achterwege worden gelaten. Hij stelt dat beide voorliggende keuzes voor het gebied onomkeerbaar zijn, en dat, eenmaal ontwikkeld, de schade aan de natuur onherroepelijk zal zijn. Hij geeft aan dat er geen haast moet zijn bij het nemen van een besluit van deze omvang en dat het belangrijk is om zorgvuldige afwegingen te maken, zonder overhaaste beslissingen. Hij benadrukt dat raadsbesluiten teruggedraaid kunnen worden, en dat de enige verantwoorde ontwikkeling die mogelijk is, de bescherming van de natuur is. De heer Vola heeft drie eisen voor de wethouder, een volledig en onafhankelijk ecologisch vierseizoenenonderzoek, zoals eerder toegezegd, transparantie over de gevolgen voor de leefbaarheid, infrastructuur en natuur, wat volgens hem via een MER of OER moet gebeuren, een pas op de plaats tot na de gemeenteraadsverkiezingen van 2026, zodat kiezers de mogelijkheid hebben om zich uit te spreken. De heer Hoogenberg (VVD) geeft aan dat het college kiest voor variant 1, een centrale sportvoorziening, met als argument het bundelen van sportlocaties en het benutten van schaalvoordelen. Hij vraagt zich af of deze variant wel de beste invulling is voor de unieke locatie, omdat het voornamelijk om de verplaatsing van bestaande sportvelden gaat, zonder substantiële uitbreiding of vernieuwing.

Volgens de VVD is de maatschappelijke meerwaarde daardoor beperkt, zeker gezien de omvang van de investering. Hij wijst erop dat de verplaatsing van voorzieningen niet automatisch tot gezondere inwoners zal leiden, vooral als het bereik voor velen verslechtert. Dit zou vooral nadelig zijn voor inwoners zonder eigen vervoer. De heer Hoogenberg stelt ook dat variant 1 aanzienlijke gemeentelijke investeringen vereist, zowel in bouw als exploitatie, maar de precieze rolverdeling tussen de gemeente en investeerder is onduidelijk. Hij waarschuwt dat het onverstandig is om zich vast te leggen op langdurige structurele lasten met het ravijnjaar in aantocht. Daarnaast merkt hij op dat variant 1 ecologisch gezien geen vanzelfsprekende keuze is, aangezien sportvelden veel verharding, intensief maaien, verlichting en geluid met zich meebrengen, wat een grotere impact heeft dan een ecologisch vakantiepark. Hij pleit voor variant 2, omdat deze meer duidelijkheid biedt. In variant 2 blijft het zwembad behouden, wordt het toegankelijk voor iedereen en is de exploitatie in handen van een ervaren partij, wat zorgt voor minder risico en meer zekerheid. Ook benadrukt hij dat variant 2 ecologische voordelen biedt en de lokale economie ten goede zal komen door het aantrekken van 50.000 bezoekers per jaar.

Dit zou bijdragen aan de spreiding van toerisme in Zuid-Limburg, wat goed aansluit bij de doelstellingen van zowel de provincie als de regio. Hij vindt een vakantiepark een duurzame investering in de toekomst van de gemeente, omdat het economische groei met ecologische verantwoordelijkheid kan combineren. Hij stelt dat variant 2 de gemeente meer zekerheid biedt, zowel financieel als op het gebied van ecologische verantwoordelijkheid. Voor de VVD is variant 2 de meest verantwoorde keuze voor de toekomst van de gemeente, en de heer Hoogenberg pleit ervoor om deze weg te kiezen, tenzij er een invulling komt die de ecologische waarden van het gebied volledig respecteert zonder nieuwe verharding of sportcomplexen.

4

De heer Talpe (PIT) geeft aan dat de raad in juli 2023 heeft gekozen voor denkrichting 2, die een combinatie van economische en/of maatschappelijke ontwikkeling met natuurontwikkeling als voorkeursrichting aanmerkt. Hij wijst erop dat het college in antwoord op eerdere technische vragen aangaf dat elementen uit andere denkrichtingen in de verdere uitwerking opgenomen zouden kunnen worden. De heer Talpe constateert echter dat het college niet of nauwelijks heeft ingespeeld op deze mogelijkheid, en dat de natuurcomponent onvoldoende is meegenomen in het voorliggende voorstel. Hij stelt dat het beleid, hoewel het college de handen vrij wilde houden, niet heeft geleid tot een breed gedragen plan waarin natuur een prominente rol speelt. De heer Talpe wijst erop dat, hoewel de raad in juli 2023 kaders heeft goedgekeurd, dit blijkbaar niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. Hij concludeert dat het college niet voldoende ruimte heeft geboden voor de natuurcomponent, waardoor er geen breed gedragen plan is ontstaan. Hij stelt voor dat de raad de kaders herziet, zodat er een plan komt waarin natuur een grotere rol speelt, zoals oorspronkelijk beoogd. Hij benadrukt dat het college de opdracht moet krijgen om samen met stakeholders, waaronder natuurorganisaties, de natuurcomponent serieus te integreren.

Daarom zal de PIT-fractie een amendement indienen tijdens de raadsvergadering om de voorkeuren van juli 2023 te herzien. Dit amendement beoogt een combinatie van denkrichting 2 en 3, met een duidelijke nadruk op het waarborgen van natuurcomponenten in de ontwikkeling. Hij vraagt ook een inhoudelijke reactie van de wethouder op de genoemde voorwaarden van de inspreker en het voorstel om deze uitgangspunten in een amendement op te nemen. Ten slotte benadrukt de heer Talpe dat het vrijblijvende karakter moet worden afgeschaft, zodat de natuur een blijvende en goed geborgde rol krijgt in de toekomstige plannen. Wethouder Houtakkers wijst erop dat het grootste resultaat van de participatie tot nu toe is geweest dat het college in juli 2023 een ander raadsvoorstel heeft geformuleerd dan oorspronkelijk gepland. In eerste instantie was er alleen een economische variant voor een vakantiepark in gedachten, maar door de vele bezwaren van inwoners en reacties is er ook een maatschappelijke variant toegevoegd. De wethouder benadrukt dat het gebied tussen de 22 en 24 hectare groot is en dat er veel verschillende meningen over bestaan, wat soms leidt tot tegengestelde visies. Hij geeft aan dat er in de afgelopen periode goede gesprekken hebben plaatsgevonden, hoewel er geen formele notulen of verslagen zijn van deze gesprekken, zoals eerder aan de PvdA is aangegeven.

Ook zijn er gesprekken gevoerd met Wij Schwienswei, waarbij het college hen op de hoogte heeft gebracht van de richting die het denkt op te gaan. De wethouder benadrukt dat de huidige voorstellen een direct resultaat zijn van de participatie en dat het college de input van inwoners en betrokkenen serieus heeft genomen. Verder stelt de wethouder dat er kritiek mag zijn op de participatie, maar dat hij van mening is dat het college deze goed heeft uitgevoerd. Voor de raadsvergadering zal er een duidelijk kaartje met de grenzen van het gebied worden gepresenteerd, evenals een voorstel dat in fasen laat zien hoe het gebied zich kan ontwikkelen. De heer Hoogenberg (VVD) vraagt de wethouder of er tijdens de participatie ook positieve geluiden zijn gehoord over het idee van een ecologisch vakantiepark. Wethouder Houtakkers reageert verder op de verzoeken van verschillende fracties om meer helderheid te bieden over de grenzen van het gebied en de specifieke hectare-aantallen die betrokken zijn bij de plannen. De wethouder legt uit dat er al een globale schatting is van de oppervlakte groen, met een groene zone die tussen de 6,5 en 8 hectare groot zou kunnen zijn, afhankelijk van de precieze invulling van het gebied.

Hij benadrukt echter dat het niet wenselijk is om het plan vast te pinnen op een exact aantal hectares, omdat er binnen de huidige opzet voldoende flexibiliteit nodig is om ecologische en praktische overwegingen mee te nemen, zoals de ruimte die bomen in het gebied vereisen. De wethouder gaat verder met het benadrukken van het belang van het behoud van ruimte voor de natuur, vooral aan de oostzijde van het gebied, terwijl het westelijke deel vooral voor sportfaciliteiten bedoeld is. Hij wijst op de noodzaak om zorgvuldig om te gaan met het bomenplan en de ecologische beperkingen die dit met zich meebrengt. Mocht blijken dat bepaalde bomen of natuurgebieden beperkingen opleggen, zou het niet verstandig zijn om rigide vast te houden aan een bepaald hectareaantal. Daarom roept hij de raad op om niet vast te lopen in detaildiscussies over de exacte oppervlaktes, maar om de bredere visie van het plan als uitgangspunt te behouden.

5

In zijn betoog verwijst de wethouder ook naar de achterblijflocaties, waar volgens sommige partijen mogelijk woningbouw gerealiseerd zou kunnen worden. Hij erkent dat er mogelijkheden zijn voor woningbouw op bepaalde locaties, zoals de ruimte die vrijkomt bij het vertrek van sportverenigingen of andere instellingen. Hij benadrukt echter dat het niet wenselijk is om deze achterblijflocaties automatisch als woningbouwlocaties te zien. In plaats daarvan kunnen ze ook ecologisch waardevolle functies vervullen of bijdragen aan het groen in de stad. De wethouder noemt bijvoorbeeld het Stadspark, waar woningbouw niet passend zou zijn. Verder gaat de wethouder in op de opmerkingen over de financiële aspecten van het plan, zoals de kosten voor de natuurontwikkeling aan de ESCS-locatie. Hij wijst erop dat het realiseren van een natuurgebied, zoals dat staat in het plan, substantieel geld zal kosten. Dit is vooral van belang voor het realiseren van een echte natuurbeleving in plaats van enkel verwilderd gras. Hij geeft aan dat er op dit moment geen toezeggingen kunnen worden gedaan over de beschikbaarheid van budgetten, maar dat er in de toekomst wellicht ruimte kan worden gevonden, afhankelijk van de resultaten van de jaarrekening en eventuele herzieningen van het budget.

Wat betreft de voortgang van de plannen voor de sportverenigingen, geeft de wethouder aan dat er voortdurend overleg plaatsvindt met de betrokken sportclubs. Zo heeft hij onlangs met de voetbalverenigingen gesproken en bevestigd dat er brede steun is voor het idee om een sportpark in het gebied te ontwikkelen. Er wordt daarbij wel gevraagd om voortvarendheid en duidelijkheid. Hij geeft aan dat de besluitvorming snel moet plaatsvinden, zodat de plannen concreet kunnen worden gemaakt. De wethouder erkent echter dat het nog enige tijd kan duren voordat de nieuwe sportvelden en andere faciliteiten daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Verder geeft de wethouder aan dat er binnenkort met Groove Garden wordt gesproken over de toekomst. De wethouder gaat in op het zwembad, dat door verschillende fracties is aangekaart. De PVV heeft gepleit voor het behoud van een openluchtzwembad, maar de wethouder herinnert de raad eraan dat in 2017 besloten is om te kiezen voor een groot recreatiebad, namelijk Glanerbrook. Er wordt wel gekeken naar de mogelijkheid om in de toekomst een instructiebad of doelgroepenbad in te richten, bijvoorbeeld op de locatie van Het Anker, zoals eerder is voorgesteld. Ten slotte benadrukt de wethouder het belang van het plan van aanpak waarin de betrokkenheid van verschillende partijen en de zorgvuldige afweging van alle opties centraal staan.

Hij wijst erop dat de plannen met betrekking tot het sportpark en landschapspark in de komende weken verder uitgewerkt zullen worden, maar dat het nu essentieel is om snel een richting te kiezen. Hij roept de raad op om niet te blijven hangen in uitstel en opnieuw te discussiëren, maar om de gemaakte keuzes te ondersteunen. De heer Hoogenberg (VVD) herhaalt zijn vraag over het draagvlak voor het vakantiepark. Daarnaast uit hij zijn zorgen erover dat bepaalde zaken met betrekking tot verbindingen nog niet duidelijk zijn en dat er onderzoeken lopen. Dit zorgt ervoor dat zij niet met zekerheid kunnen zeggen waar zij nu precies voor stemmen, waardoor het voorstel voelt als een blanco cheque. Wethouder Houtakkers legt uit dat de locatie goed bereikbaar moet zijn, waarbij het essentieel is dat er vrijliggende fietspaden zijn om de veiligheid en bereikbaarheid te waarborgen. Hoewel er een klein deel van de route is zonder vrijliggend fietspad, wordt dit als een punt van verbetering genoemd, waarvoor maatregelen getroffen zullen worden. Daarnaast legt de wethouder uit dat het onderzoek naar de verkeersbewegingen, specifiek rond de rotonde die richting de Nieuwe Hateboer leidt, zich richt op het aantal te verwerken verkeersbewegingen per dag. Het eerste resultaat van het onderzoek laat zien dat het haalbaar is om het verkeer te verwerken.

De verdere uitwerking zal plaatsvinden binnen het kader van een gezamenlijk opgesteld plan van aanpak, waaraan alle betrokkenen meewerken. De wethouder benadrukt dat de gemeenteraad een richting moet kiezen, waarop de verdere invulling en uitwerking van het plan kunnen worden gebaseerd. Wat betreft het draagvlak voor het vakantiepark geeft de wethouder aan dat er een verschil van inzicht is over dit punt. De heer Renet (SPA) benadrukt dat belangrijke onderzoeken nog niet zijn afgerond, en dat er daarom geen besluiten genomen mogen worden. Hij stelt dat, ondanks de tijd die al in het dossier is gestoken, het geen probleem is om enkele maanden te wachten totdat de onderzoeken klaar zijn. Hij wil duidelijkheid voor de verkiezingen, niet erna. Daarnaast vraagt hij om verduidelijking over de

6

kleurverschillen op de tekeningen van het zwembadgebouw, die op sommige plaatjes rood en op andere grijs zijn. Wethouder Houtakkers legt uit dat het rode plaatje het huidige zwembadgebouw is, terwijl het grijze gebied aangeeft waar mogelijk een racketcentrum komt, wat uitbreiding vereist. Hij verduidelijkt dat het uiteindelijk allemaal een geheel zal worden, met het zwembad en het racketcentrum samen. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) vraagt ook hoe de wethouder de verhouding tussen het college en de raad ziet en of de raadsleden volgens de wethouder de vragende partij zijn die moeten vragen een plaatje te krijgen, terwijl de wethouder wikt en weegt of hij hier wel aan wil voldoen. Wethouder Houtakkers benadrukt dat hij geen beperkingen wil opleggen door nu al een specifiek plaatje te presenteren. Hij roept op om ruimte te geven voor mogelijke ontwikkelingen, zoals het bomenplan, die de mogelijkheden voor het project kunnen beïnvloeden. Hij stelt voor om, zodra een richting gekozen is, een compleet plaatje van het gebied te presenteren, inclusief de gewenste natuur. Dit zou moeten helpen om verdere gesprekken te voeren zonder elkaar in een klem te zetten door te veel vast te leggen op dit moment. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) uit kritiek op de wethouder voor het gebruik van de term ‘klem zetten’.

Hij wijst erop dat de wethouder in het verleden heeft aangetoond niet altijd betrouwbaar te zijn bij het werken met te ruime kaders. Daarom pleit GroenLinks/PvdA voor duidelijke afspraken over welk deel van het terrein natuur wordt en welk deel geschikt is voor sportfaciliteiten. Hij benadrukt dat zijn partij niet bereid is in te stemmen met ontwikkelingen buiten de afgesproken kaders. Hij stelt voor om de kaders voor het project vast te leggen in het raadsbesluit, zodat de wethouder de volgende stappen kan zetten zonder verdere amendementen. Ook herhaalt hij het belang van duidelijke afspraken voordat overgegaan wordt tot herbestemming van het terrein. Wethouder Houtakkers geeft aan dat de term ‘respectloos’ die de heer Kubben in de vorige rondevergadering gebruikte en beschuldigingen van onbetrouwbaarheid het moeilijk maken om zonder emotie te reageren. Hij maakt duidelijk dat de wens van GroenLinks/PvdA om de voetbalvelden aan de oost- en noordzijde te schrappen niet zomaar kan worden ingewilligd zonder gevolgen voor andere gebieden, zoals waar de scouting en schutterij gevestigd zijn. Hij waarschuwt ervoor om elkaar niet in de klem te zetten en geeft aan dat het gesprek hierover pas na het besluit over de richting van het sportpark gevoerd kan worden. Hij stelt voor om verdere gesprekken te voeren, maar geeft geen toezeggingen op dit moment.

De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) verduidelijkt dat hij niet bedoelde dat de wethouder niet te vertrouwen is, maar dat hij zich zorgen maakt over het ontbreken van duidelijke kaders, wat tot teleurstellingen heeft geleid. Hij benadrukt dat de wethouder helder is over het feit dat er geen duidelijke herbestemming van de zestien hectare wordt beoogd op dit moment. Vervolgens uit hij zijn bezorgdheid over de burgerparticipatie en vraagt de wethouder of hij echt vindt dat het proces goed uitgevoerd is, gezien de situatie op 31 januari waar honderd mensen protesteerden en een rode kaart uitdeelden aan de wethouder. Hij vraagt of dat werkelijk een teken van geslaagde burgerparticipatie is. Wethouder Houtakkers erkent dat mensen zich blijkbaar ongelukkig voelden over de situatie, wat leidde tot de acties die ze ondernamen. Hij benadrukt echter dat hij zelf een week eerder op dezelfde locatie was en dat de reacties toen anders waren. De heer Pi Van de Venne (D66) benadrukt dat D66 altijd bereid is om samen te werken, maar dat dit niet betekent dat ze concessies willen doen op het gebied van groene waarden. Hij geeft aan dat het compromis vooral moet draaien om het vergroenen van het raadsvoorstel. Daarnaast uit hij twijfel over de sportvariant, die nog intern besproken moet worden voordat D66 een besluit kan nemen.

Hij vraagt zich af of dit niet de gemiste kans voor de sportzone is en vraagt het college naar zijn visie hierover.

7

Wethouder Houtakkers legt uit dat de huidige sportzone al jarenlang bestaat en oorspronkelijk onder druk van de provincie is ontwikkeld, met een financieringsmodel waarbij de provincie 75 procent bijdroeg en de gemeente 25 procent. Dit veranderde echter tijdens de coalitieonderhandelingen, waardoor de gemeente nu 75 procent van de kosten moet dragen, wat het financieel moeilijk maakte om het project zoals oorspronkelijk gepland voort te zetten. Hierdoor zijn sommige projecten niet gerealiseerd. Desondanks wordt er gezocht naar een andere invulling voor de drie of vijf verenigingen die eerder interesse toonden, wat waarschijnlijk buiten de sportzone zal vallen. De heer Vola (Lokaal-SGB) uit kritiek op de huidige gang van zaken, waarin de voorgestelde plannen onzorgvuldig en onduidelijk gepresenteerd worden. Hij stelt voor om het agendastuk van de agenda af te halen en eerst de essentiële onderzoeken af te wachten voordat verdere gesprekken over de invulling van de ESCS-locatie plaatsvinden. Hij vraagt de wethouder om zijn mening hierover. De voorzitter geeft aan dat de raad uiteindelijk bepaalt of het agendastuk behandelrijp is en dat de fracties de beslissing moeten nemen over of het agendapunt volgende week verder behandeld kan worden.

De heer Van Rijswijk (GOB) uit zijn bezorgdheid over de ontwikkeling van een tweespalt binnen de raad, specifiek tussen de wethouder en de GroenLinks/PvdA-fractie. Hij benadrukt dat er nog steeds ruimte is om een breed draagvlak te creëren voor het voorstel en roept de wethouder op om na te denken over hoe dit draagvlak georganiseerd kan worden. Hij benadrukt het belang van zowel natuurontwikkeling als de sportparkfunctie, en stelt voor dat de raad zich richt op deze twee aspecten samen. Hij maakt duidelijk dat zijn fractie niet meer wil wachten op nieuwe vertragingen door onderzoek en dringt aan op een beslissing na jaren van discussie. Tenslotte vraagt hij verduidelijking over de financiële situatie met betrekking tot de Schwienswei en waarschuwt hij dat als er geen actie wordt ondernomen, zijn fractie mogelijk een motie zal moeten indienen. De heer Paauwe (Stadspartij) uit zijn zorgen over de situatie van Fortuna Sittard, die volgens hem een zigeunerleven blijft leiden, omdat de club met meerdere teams geen vaste accommodatie heeft. Hij noemt het schandalig dat de club, ondanks haar status als een eredivisieclub, niet de faciliteiten heeft die zij verdient. Hij benadrukt hoe belangrijk het is om voor Fortuna Sittard een permanente, geschikte locatie binnen de stad te vinden en vraagt of de club niet overdag kan trainen op het ESCS-terrein.

Wethouder Houtakkers geeft aan dat er regelmatig overleg is met Fortuna Sittard en dat het college zijn standpunt heeft gedeeld. Dit standpunt blijft onveranderd en er komt een plan van aanpak. Hij benadrukt echter dat de prioriteit momenteel ligt bij de drie amateurverenigingen en hun wensen en dat veranderingen op dit moment niet aan de orde zijn. De heer Talpe (PIT) geeft aan dat er nog geen antwoord is gegeven op de vraag over de voorwaarden van de inspreker, vooral met betrekking tot het borgen in een amendement. Hij maakt duidelijk dat er een verschil is tussen natuur en het borgen van natuur. Hij doet het verzoek om het kaartje met de maximale begrenzing van het gebied te ontvangen, zodat de kaders volgende week bijgesteld kunnen worden. Verder wordt er aangegeven dat er nog een amendement in voorbereiding is over het afbakenen van de kaders. De voorzitter betwijfelt of de griffie in staat zal zijn om het gevraagde kaartje te leveren. Hij merkt op dat er verschillende partijen zijn die hetzelfde denken over het verzoek en suggereert dat er misschien een amendement nodig is om het verzoek te realiseren. De voorzitter adviseert de partijen om elkaar op te zoeken om samen te bepalen hoe ze het verzoek kunnen vormgeven, aangezien het uiteindelijk aan de raad is om te beslissen hoe het eruit moet zien.

De heer Pfoster (PVV) stelt voor om naast het recreatiezwemmen in Geleen ook natuurzwemmen mogelijk te maken, waarbij bijvoorbeeld watersportactiviteiten en picknickmogelijkheden kunnen worden geïntegreerd. Hij denkt dat dit zou kunnen helpen bij het verlagen van de exploitatiekosten, hoewel hij aangeeft niet zeker te weten of dit haalbaar is. Hij vraagt de wethouder om zijn mening over dit idee.

8

Wethouder Houtakkers geeft aan dat het idee van natuurzwemmen lastig is, omdat het niet past binnen het huidige plan. Het zou eventueel in het natuurgebied moeten komen, maar dan zou dit leiden tot een discussie over recreatief water, wat al is voorzien in Glanerbrook. De heer Renet (SPA) merkt op dat het lastig is om een amendement in te dienen zonder eerst het bijbehorende kaartje te hebben. Volgens hem is het logisch om een amendement voor te stellen, maar dit zou leiden tot uitstel van de besluitvorming, omdat het kaartje eerst nodig is om het amendement goed te kunnen beoordelen. Wethouder Houtakkers geeft aan dat er een groter kaartje zal komen en dat, waar mogelijk, de hectares kunnen worden aangegeven om duidelijkheid te verschaffen. Hij benadrukt dat de discussie niet vast moet komen te liggen op specifieke aantallen hectares, maar dat er ruimte moet zijn voor flexibiliteit. De heer Hoogenberg (VVD) vraagt naar een kostenoverzicht van het zwembad, specifiek met betrekking tot de beide varianten die worden besproken. De heer Arends (ambtelijke ondersteuning) legt uit dat de kosten van het zwembad afhankelijk zijn van de afspraken die gemaakt worden met de private partij die verantwoordelijk zal zijn voor het exploiteren en beheren van het zwembad. De gemeente zal een bijdrage leveren, met name voor doelgroepzwemmen.

De heer Engels (Forum voor Democratie) vraagt de wethouder waarom er niet meer wordt gesproken over de invulling van de achterblijflocaties van de huidige sportverenigingen als optie 1 verder wordt uitgewerkt. Hij ziet dit als een essentieel onderdeel van de discussie. Wethouder Houtakkers legt uit dat de invulling van de achterblijflocaties nog niet definitief is bepaald, omdat dit afhangt van de fasering van de verhuizing van de sportclubs. Hij verwacht niet dat alle clubs tegelijkertijd verhuizen en benadrukt dat de invulling afhankelijk is van de situatie in de toekomst. Momenteel lijkt de meerderheid van de fracties woningbouw als optie te zien, maar er kan zich over vijf jaar een andere situatie voordoen, waarbij de raad ook betrokken zal worden bij het bepalen van een verantwoorde invulling. Tweede termijn De heer Van Rijswijk (GOB) benadrukt de behoefte aan helderheid en een duidelijk kaartje. Hij spreekt zich ook uit tegen vertragingsonderzoeken, maar vindt dat noodzakelijke onderzoeken in het kader van de uitwerking van de plannen wel moeten plaatsvinden. Verder geeft hij aan dat de raad na vijf jaar van gesprekken in staat zou moeten zijn om een goed besluit te nemen. De partij wil dat er op dit moment geld beschikbaar komt voor Schwienswei en zal hiervoor een motie indienen.

De partij is ook voorstander van het natuureducatiecentrum in het natuurgebied, gekoppeld aan scouting, gezien de natuurlijke relatie tussen scouting en natuur. Hij benadrukt dat de discussie niet langer alleen over het sportpark moet gaan, maar over een combinatie van sportpark en natuurontwikkeling. De heer Brouwers (CDA) benadrukt dat het voor het CDA van groot belang is dat de meerderheid in de raad duidelijk aangeeft de zwemfunctie in Sittard te willen behouden, wat hij als een positieve ontwikkeling ziet. Hij is ook positief over de mogelijke vrijkomende locaties, waar bijvoorbeeld woningbouw of andere ontwikkelingen mogelijk zouden kunnen zijn. Hij bespreekt de zorgen van GroenLinks/PvdA, waarbij hij aangeeft dat de inwonersparticipatie verschillende meningen heeft opgeleverd, variërend van vakantiepark tot volledig groen. De keuzes die nu voorliggen, bijvoorbeeld in variant 1, moeten volgens de heer Brouwers uiteindelijk een besluit opleveren, en hij vindt dat het college dat nu heeft gedaan. Ondanks de zorgen van de andere partijen, vindt hij het belangrijk dat de raad nu wel doorpakt en niet blijft steken in een langdurig proces.

De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) geeft aan dat bij de burgerparticipatie niet aan inwoners is gevraagd wat voor soort ontwikkeling ze willen (zoals een vakantiepark, sportpark, of natuurvariant), maar dat ze slechts kleine keuzes konden maken in al genomen besluiten.

9

De heer Brouwers (CDA) is het niet eens met de kritiek op de burgerparticipatie. Hij benadrukt dat de gesprekken die tijdens de inwonersbijeenkomsten werden gevoerd, gericht waren op een breed scala van onderwerpen, zoals economische en maatschappelijke invulling, ontspanning en recreatie, natuur en ecologie, en toegankelijkheid. Volgens hem was het logisch dat het college deze brede insteek volgde, aangezien dit het raadsbesluit van juli 2023 weerspiegelde, dat zich richtte op zowel economische als maatschappelijke varianten voor het gebied. De heer Renet (SPA) geeft aan dat bij de bewonersbijeenkomst in Stadbroekermolen het duidelijk werd dat de meerderheid van de aanwezige bewoners het niet eens was met de plannen die voorlagen. Hij merkt op dat, hoewel er een mogelijkheid was om te reageren, de bewoners het gevoel hadden dat hun invloed beperkt was. Hij benadrukt dat de weging van de verschillende meningen niet goed naar voren kwam, vooral omdat een groot aantal mensen hetzelfde standpunt had, maar dit niet voldoende werd meegenomen in de besluitvorming. De heer Brouwers (CDA) reageert op de opmerkingen van de heer Renet door te wijzen op het raadsbesluit dat als uitgangspunt werd genomen voor de bewonersbijeenkomsten. Hij benadrukt dat de varianten die tijdens de bijeenkomsten naar voren kwamen uiteindelijk zijn samengevoegd in een variant, namelijk het sportpark.

Hij maakt duidelijk dat de gemeenteraad, als vertegenwoordiger van de inwoners, nu het besluit zal nemen en dat dit gebaseerd is op de input uit het proces. Hij vraagt de heer Renet naar zijn mening over de taakstelling van 1,2 miljoen euro en het behoud van de zwemfunctie in Sittard, omdat deze kwesties bepalend zijn voor de toekomst als er geen besluit wordt genomen. De heer Renet (SPA) is van mening dat de burgerparticipatie niet goed verlopen is, omdat de inwoners zich niet herkennen in het gepresenteerde plan. Hoewel het college het raadsvoorstel heeft aangenomen, is er volgens hem onvoldoende gekeken naar wat de burgers daadwerkelijk willen. De heer Renet vindt het essentieel dat onderzoeken die invloed kunnen hebben op de bruikbaarheid van het gebied voor bepaalde activiteiten, zoals wateronderzoek, goed uitgevoerd worden. Hij vindt dat deze onderzoeken niet te veel uitstel mogen veroorzaken, maar wel zorgvuldig moeten plaatsvinden. Wat betreft het zwembad stelt hij dat er ruimte moet zijn voor doelgroepzwemmen en dat er een concreet plan moet komen voor hoe de 1,2 miljoen euro wordt ingezet. De heer Brouwers (CDA) vraagt de Stadspartij of ze na het horen van de bijdragen van de andere partijen tot nieuwe inzichten is gekomen over het huidige collegevoorstel. De heer Paauwe (Stadspartij) geeft aan dat zijn partij voor variant 1 kiest.

In hun verkiezingsprogramma stond aanvankelijk het idee van een vakantiepark, maar dit kreeg geen draagvlak, waardoor hiervan is afgestapt. Nu richt de partij zich op de huidige variant, maar wil wel een concreet plaatje van de plannen zien. Hij zou het fijn vinden als de benodigde onderzoeken afgerond zijn voordat het plan volledig wordt gepresenteerd, maar niet als dit problemen oplevert voor de voortgang van het zwembad. De heer Brouwers (CDA) verwijst naar het verkiezingsprogramma van D66, waarin staat dat de partij open staat voor economische ontwikkeling. Hij merkt op dat D66 in de huidige discussie over de ESCSlocatie nu meer de nadruk legt op het behoud van natuur. Hij vraagt zich af hoe deze verandering in denken heeft plaatsgevonden, gezien het feit D66 aanvankelijk openstond voor economische ontwikkeling. De heer Pi Van de Venne (D66) benadrukt dat er geen verandering in denken van D66 heeft plaatsgevonden. Hij verwijst naar het verkiezingsprogramma, waarin altijd werd aangegeven dat D66 zou wachten op de drie varianten en vervolgens een keuze zou maken op basis van de meningen van de inwoners en de verschillende aspecten van de varianten. De heer Brouwers (CDA) verwijst naar de zorgvuldige aanpak die de VVD heeft voorgesteld met betrekking tot het ravijnjaar.

Hij merkt op dat de VVD enerzijds aandraagt om zorgvuldig met het ravijnjaar om te gaan, maar tegelijkertijd de taakstelling van 1,2 miljoen euro noemt. Hij vraagt hoe deze twee standpunten met elkaar te rijmen zijn.

10

De heer Hoogenberg (VVD) geeft aan dat de VVD inderdaad vindt dat er snel gehandeld moet worden in verband met de taakstelling, maar benadrukt ook dat haastige spoed zelden goed is. Volgens hem is er nog onvoldoende concreet inzicht in de financiële lasten van het voorstel, wat de partij zorgen baart. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) blikt terug op het proces, waarbij de raad in 2021 voor het eerst een presentatie kreeg over een vakantiepark. Sindsdien heeft GroenLinks/PvdA zich sterk gemaakt voor natuurbehoud en tegen de ontwikkeling van het vakantiepark geknokt. Hij erkent dat de situatie complex is, met veel verschillende belangen, en zegt dat GroenLinks/PvdA bereid is een stap te zetten. Dit komt omdat ze het belang van het openhouden van het doelgroepenbad erkennen, wat belangrijk is voor de gemeenschap. GroenLinks/PvdA wil echter alleen instemmen met het plan als er zestien hectare natuur wordt toegevoegd, wat een belangrijke voorwaarde is voor haar om verder te gaan met het plan. Hij benadrukt dat de discussie niet verder uitgesteld moet worden en dat een compromis moet worden bereikt, waarbij een duidelijke beslissing wordt genomen. Hij pleit ervoor om geen amendementen in te dienen, omdat dit kan leiden tot verwarring en rommelige besluitvorming.

Hij stelt voor om snel samen te komen om een duidelijk raadsbesluit te bereiken, waarbij de randvoorwaarden duidelijk zijn en de taakstellingen van de gemeente in acht worden genomen. De heer Kubben geeft aan dat voor het gebied van zestien hectare natuur geen verder wateronderzoek nodig zou zijn, maar dat dit enkel voor de acht hectare sportvelden nodig is. De heer Renet (SPA) wijst erop dat er nog steeds belangrijke onderzoeken moeten worden uitgevoerd, zoals het wateronderzoek. Hij legt uit dat het gebied aan de linkerkant van de zestien hectare, op basis van bestaande foto’s, recentelijk vaak onder water heeft gestaan, wat de vraag oproept of het terrein geschikt is voor sportvelden. Hij vraagt zich af of de velden droog blijven, vooral tijdens natte periodes, en of ze bestand zijn tegen de belasting van sportactiviteiten. Bovendien vraagt hij zich af wat er gebeurt met de waterberging als het gebied wordt ontwikkeld, en of het water op een andere manier kan worden afgevoerd zonder problemen voor de omliggende bebouwing. Hij vindt het belangrijk deze zaken vooraf te weten om hogere kosten voor bewoners te voorkomen. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) is het eens met de behoefte aan ecologisch onderzoek en benadrukt dat, als de zestien hectare natuur wordt herbestemd, dit zekerheid biedt dat er geen sportvelden of vakantiehuizen gebouwd zullen worden op dat terrein.

Vervolgens kunnen er aanvullende onderzoeken naar flora en fauna plaatsvinden. Hij stelt voor om het college opdracht te geven om verder onderzoek te doen naar de ecologische impact en de financiële gevolgen voor de sportvelden, waarbij hij ook wijst op de noodzaak om rekening te houden met waterbeheer, vooral in natte periodes. De heer Renet (SPA) maakt duidelijk dat er risico's verbonden zijn aan het ontwikkelen van sportvelden op de acht hectare, aangezien het terrein mogelijk onbruikbaar is door wateroverlast. Dit brengt zowel financiële als praktische gevolgen met zich mee, zowel voor de gemeente als voor de bewoners. Hij benadrukt de noodzaak van zorgvuldig onderzoek om deze risico's te begrijpen voordat besluiten worden genomen. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) wijst erop dat het proces niet eindeloos kan worden uitgesteld, aangezien ondernemers die geïnteresseerd zijn in het project zich kunnen terugtrekken als er geen voortgang is, wat mogelijk ook het voortbestaan van het zwembad in gevaar zou kunnen brengen. De heer Paauwe (Stadspartij) draagt de mogelijkheid aan het complex van DVO bij het plan te betrekken. Dit zou volgens hem helpen om meer natuur te behouden, terwijl het sportcomplex bij het project kan worden betrokken. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) is tegen de verplaatsing van het DVO-sportcomplex naar de andere kant van de weg.

Hij vindt het terrein, dat nu ingesloten ligt in een woonwijk, niet geschikt voor verplaatsing. Hij stelt voor om het zoekgebied te beperken tot de acht hectare rondom de bestaande zwembaden, inclusief het stuk grond aan de westkant daarvan.

11

De heer Pfoster (PVV) vraagt zich af hoe de heer Kubben zich voorstelt dat de raadsvergadering volgende week verloopt, aangezien er veel fracties zijn met verschillende wensen. Hij is bezorgd dat er veel lijnen op de kaart zullen komen, wat kan leiden tot onduidelijkheid. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) stelt voor om het college duidelijke kaders mee te geven voor de raadsbeslissing op 17 april. Hij stelt voor om op de kaart de gebieden met een maatschappelijke bestemming, zoals het ESCS-terrein, te markeren en te behouden voor maatschappelijke doeleinden, terwijl andere gebieden herbestemd kunnen worden voor natuur. Dit zou een combinatie van natuurherontwikkeling en sportpark mogelijk maken. De heer Pfoster (PVV) vraagt hoe de heer Kubben de kaders die hij wil meegeven aan het college precies voor zich ziet. Hij vraagt of GroenLinks/PvdA een motie, amendement of een tekening zal indienen om de besluitvorming te ondersteunen, aangezien de uiteindelijke beslissing in de raad zal plaatsvinden. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) stelt voor dat de fracties die hiervoor openstaan samenkomen om met een gezamenlijk voorstel naar het college te gaan, zodat ze kunnen aangeven wat ze nog graag willen ontvangen voor de raadsvergadering van 17 april.

De heer Kubben geeft aan dat hij graag een aangepaste tekst van het raadsbesluit wil ontvangen, inclusief duidelijke plaatjes, zodat de fracties de maximale variant kunnen zien voordat ze instemmen. De heer Paauwe (Stadspartij) uit zijn bezorgdheid over de situatie van Fortuna Sittard, die volgens hem geen eigen trainingsaccommodatie heeft. Hij merkt op dat andere sportverenigingen in Sittard-Geleen wel hun eigen accommodatie hebben, maar Fortuna Sittard is afhankelijk van andere locaties. Hij vindt het een schande dat Fortuna geen eigen faciliteiten heeft, zeker gezien het belang van de club voor de stad. Hij vraagt de andere partijen naar hun mening hierover. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) is het niet eens met de manier waarop de heer Paauwe de situatie van Fortuna Sittard beschrijft. Hij wijst erop dat de gemeenteraad twee weken geleden is uitgenodigd door Fortuna Sittard voor een gesprek. In de oorspronkelijke uitnodiging werd wel verwezen naar het onderwerp van de trainingsaccommodatie, maar tijdens de bijeenkomst bleek dat Fortuna Sittard al goed in gesprek was met het college over mogelijke oplossingen. Hij vindt het daarom niet juist om de situatie als een drama te presenteren, aangezien de club zelf aangeeft vertrouwen te hebben in een oplossing in de toekomst.

De heer Paauwe (Stadspartij) verwijst naar het vertrek van de directeur en de onduidelijkheid over de toekomst van de academie van Fortuna Sittard. Hij stelt dat het idee dat Fortuna Sittard haar academie naar Het Anker zou verplaatsen onrealistisch is, vanwege de slechte kwaliteit van de accommodatie en het gebrek aan ruimte voor elf teams. Zijn voorstel is om het nieuwe sportcomplex overdag te gebruiken voor de academie van Fortuna Sittard. De heer Van Rijswijk (GOB) is geen voorstander van het koppelen van de Fortuna Sittard-kwestie aan de huidige besluitvorming over het sportcomplex. Hij wijst erop dat tijdens een eerdere bijeenkomst is gezegd dat Fortuna Sittard in goed overleg is met het college over de accommodatie en dat er goede afspraken gemaakt moeten worden over Het Anker. Hij staat open voor het idee om lege accommodaties in de toekomst te gebruiken, maar vindt het niet passend om nu al te spreken over het toevoegen van extra velden op het ESCS-terrein voor Fortuna Sittard en andere clubs. De heer Pfoster (PVV) verwacht dat het voorstel van het college waarschijnlijk brede steun in de raad zal krijgen, wat de impasse helpt doorbreken. Hij benadrukt het belang van sport en de positieve effecten ervan, zoals het bevorderen van gezondheid en sociale ontmoeting. Tegelijkertijd erkent hij het belang van het behouden van de natuur rondom de ESCS-locatie.

De heer Renet (SPA) benadrukt opnieuw het belang van het onderzoeken van de gevolgen van de watertoestand op de acht hectare grond. Hij wijst erop dat het cruciaal is om de bruikbaarheid van de

12

velden te evalueren, evenals de mogelijke overlast voor de omliggende bewoners. Hij geeft aan dat de bewoners niet de dupe mogen worden van de situatie. De heer Hoogenberg (VVD) benadrukt het belang van snelle stappen, aangezien de taakstelling blijft bestaan. Daarnaast geeft hij aan dat de VVD positief staat tegenover de handreiking van GroenLinks/PvdA. De heer Talpe (PIT) verduidelijkt dat zijn partij eerder heeft aangegeven dat beide varianten van de ontwikkeling te grootschalig zijn en dat de natuurcomponent onvoldoende is gewaarborgd. Zijn fractie vindt het belangrijk om de kaders strakker te stellen, maar de besluitvorming hoeft niet uitgesteld te worden. Wel moet de begrenzing van de natuur duidelijk wordt afgebakend. Hij spreekt zijn voorkeur uit voor een gezamenlijk voorstel, maar vraagt zich af of dit formeel moet worden vastgelegd in een amendement. Ook wil hij weten hoe andere fracties denken over het borgen van de voorwaarden die door de inspreker zijn aangedragen. De voorzitter bevestigt dat een gezamenlijk amendement mogelijk is en geeft aan dat verschillende partijen al hebben aangegeven samen te gaan zitten voor de raadsvergadering van donderdag om te bespreken hoe ze dit kunnen vormgeven. De griffie zal hen ondersteunen in het proces.

De heer Pi Van de Venne (D66) geeft aan dat zijn partij bezig is met de voorbereiding van een motie of amendement met betrekking tot het beheer van het natuurgebied. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) is positief over een breed gedragen amendement. Hij stelt voor om gezamenlijk te kijken naar de bestemming van het gebied en de voorwaarden die door verschillende fracties zijn ingebracht. Onder andere natuureducatie en natuurherontwikkeling kunnen hierin worden meegenomen. De heer Brouwers (CDA) stelt voor om hier voor maandag contact over te hebben, zodat dit besproken kan worden in de fracties. Er wordt besloten dat de partijen die hier behoefte aan hebben maandag samen gaan zitten om dit te bespreken. De voorzitter sluit de vergadering.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=aa05dea5-7d8d-41ac-875d-b6c54d4953cc