Notulen ronde raadszaal d.d. 7 januari 2021
Tekst van het document
Notulen van de ronde raadszaal op donderdag 7 januari 2021 1.Raadsvoorstel Uitgangspuntennota omgevingsplandeel Chemelot Tijdstip:
19.00-20.40 uur
Aanwezig de voorzitter de griffier
D. Pfoster A. Lamers
de leden
GOB: R. Breidenbach CDA: M. Mastenbroek Stadspartij: N. Kaufmann DNA: P.Boonen GroenLinks: M. Schipper PvdA: T. Baars D66: B. Kamphuis VVD: G. Noteborn PVV: J. Coumans SPA: J. Renet 50PLUS: W. Schwillens Fractie Fredrix: L. Bruls Fractie Klein: -
de wethouder: ambtelijke ondersteuning:
wethouder Houtakkers R. Driessen
notulen:
O. Toirkens
Eerste termijn De heer Breidenbach (GOB) is blij met de ontwikkelingen op het Chemelotterrein. GOB vraagt specifiek aandacht voor de volgende zaken: - Brandpreventie in het algemeen. GOB geeft aan dat in geen van de ontwikkelde plannen specifiek aandacht wordt gevraagd voor bijzondere eisen met betrekking tot brandpreventie. Kan de gemeente specifiekere eisen stellen, door brandpreventie bijvoorbeeld te reguleren in de gebruiksvergunning? - Het vestigen van nieuwe bedrijven zorgt voor meer transport van en naar het Chemelotterrein. GOB wil graag dat het transport gereguleerd wordt in de gebruiksvergunning, zodat afspraken kunnen worden gemaakt met de desbetreffende bedrijven over de aan- en afvoerroutes. Kan worden voorkomen dat de vervoerde plastic korrels problemen veroorzaken? Kan de aanpassing van de kruising Urmonderbaan/ Oude Postbaan naar voren worden gehaald? - Op het Chemelotterrein wordt onder meer gewerkt met fijnstof PM10 en PM2,5. Deze stoffen kunnen van invloed zijn op de gezondheid van mensen en dieren. In de reeds ontwikkelde plannen worden echter geen extra eisen gesteld aan deze fijnstoffen. GOB verzoekt om de omgang met fijnstoffen mee te nemen in het Regioplan cluster Chemelot 2030. De heer Mastenbroek (CDA) meldt dat het CDA instemt met de uitgangspunten.
Het CDA maakt zich echter wel zorgen over het complexe proces in deze en in de verschillende deelbelangen. De fractie
1
vraagt om een juiste balans te vinden tussen de economie en de leefbaarheid in de omliggende wijken. Waarom is er niet meteen voor gekozen om de gewenste nieuwe ontwikkelingen in het omgevingsplandeel op te nemen? Wordt de raad nog in de positie gebracht om iets te vinden van de Strategische gebiedsvisie Chemelot? Het CDA heeft de indruk dat telkens maar een klein deel van bepaalde beleidsterreinen in de raad wordt gebracht. Kan de wethouder een themasessie toezeggen waarbij van gedachten wordt gewisseld over het geheel aan beleidsstukken over Chemelot? Het Omgevingsplan binnen het hekwerk van Chemelot loopt voor op de plannen buiten het hekwerk. Kan hierdoor een conflict ontstaan met het huidige bestemmingsplan buiten het hekwerk? Kunnen de bewoners ervan uitgaan dat de vigerende bestemmingsplannen van de woonwijken geldend blijven, ook als de normeringen van het Omgevingsplan van Chemelot verder gaan? Kan de wethouder dit toezeggen? Over de kadastrale kaart vraagt het CDA waarom de witte vlek in deelgebied H is uitgezonderd. Welke inrichting bevindt zich op deze witte vlek? Is het niet beter om deze witte vlek nu al mee te nemen in het Omgevingsplan? Het CDA vindt het van belang dat Chemelot door de inwoners hoog wordt gewaardeerd. Om dit te bereiken, moet Chemelot meer verbinding maken met de burgers.
Zo zou kunnen worden geïnvesteerd in communicatie en in de stad, bijvoorbeeld door het plaatsen van door Chemelot gemaakte bankjes in het centrum of in de wijk. De heer Schipper (GroenLinks) geeft aan dat GroenLinks akkoord gaat met het voorliggend stuk. De heer Coumans (PVV) vraagt of de vergunning nog ter goedkeuring aan de raad wordt voorgelegd. De PVV staat positief ten opzichte van de ontwikkelingen van Chemelot, aangezien deze positieve gevolgen hebben voor de economie. In de nieuwe Omgevingswet staat dat er een reductie van de uitstoot van fijnstof moet komen van 26%. De PVV verzoekt om de vermindering van de stikstofemissie op te nemen in de nota. Hoe wordt draagvlak verkregen voor de benoemde stuurgroepen? Zijn er in de nabijgelegen wijken wijkplatformen? Er dient een evenwichtige vertegenwoordiging van de buurt te zijn. Inwoners hebben de neiging om vanuit hun eigen belang te redeneren. Er wordt dan ook snel geroepen dat er niet wordt geluisterd. Hoe wordt dit geborgd? Mevrouw Kaufmann (Stadspartij) vraagt of het met betrekking tot de punten 1, 2 en 3 in de toelichting op het raadsvoorstel mogelijk is om overleg te plannen met de woordvoerders van de beide betrokken gemeenten over dit agendapunt, zodat sneller tot eensluidende kaders kan worden gekomen voor het vaststellen van een Omgevingsplan.
De Stadspartij vraagt om globaal te bekijken of ergens aanpassingen nodig zijn met betrekking tot sommige eerder vastgelegde vergunningen indien de actuele situatie daarom vraagt. De Stadspartij vindt het van groot belang dat zo weinig mogelijk mensen aanwezig zijn in de risicogebieden. Tevens dient goed te worden overwogen of gebouwd moet worden op De Lexhy. Kan in de uitgangspuntennota worden meegenomen dat het bewonersklimaat stevig wordt verbeterd? De Stadspartij is van mening dat elke vestiging van een nieuw bedrijf en elke uitbreiding of verandering op Chemelot dient bij te dragen aan een veiliger en beter leefklimaat van de inwoners. In de wijken die direct aan Chemelot grenzen, dient het nodige te worden verbeterd met betrekking tot overlast. Het veroorzaken van overlast dient stevige consequenties te hebben voor Chemelot. De Stadspartij waardeert het dat Chemelot vergaande ambities heeft aangaande circulariteit en duurzaamheid. Chemelot is van grote betekenis voor de regio. In welke verhouding staat de koepelvergunning ten opzichte van dit Omgevingsplan? De heer Kamphuis (D66) vraagt of Beek beter kan worden betrokken bij de plannen, zodat de inwoners van Beek het gevoel krijgen dat ze serieus worden genomen. Worden de vastgestelde uitgangspunten ook naar de Duitse en Belgische buurgemeenten gestuurd? D66 informeert naar de verdeelsleutel.
Dient de bijdrage van de provincie niet hoger te zijn? De fractie adviseert om nog een keer kritisch naar de bestaande bestemmingsplannen en vergunningen te kijken. D66 vindt het niet verstandig om een aantal deelaspecten van de horizontaal plustransitie mee te nemen in de uitgangspuntennota, omdat nog onvoldoende zicht is op de effecten van deze deelaspecten. Kunnen de uitkomsten van de praktijktest Chemelot Limburg 2017-2018 voor de raadsvergadering worden toegevoegd aan de stukken? Waarom is de Veiligheidsvisie Chemelot en omstreken in Sittard-Geleen niet vastgesteld door de raad, terwijl dit in de gemeente Stein wel is gebeurd? Leiden de consequenties van NOVI nog tot een actualisatie van het
2
omgevingsplandeel? Waarom wordt niet twee maanden gewacht, zodat het provinciaal deel ook integraal kan worden meegenomen? De heer Baars (PvdA) merkt op dat de leges kostendekkend dienen te zijn. In welke mate betalen Chemelot en de provincie hieraan mee? De koepelvergunning heeft vooral voordelen voor Chemelot. Wordt de door de OVV geconstateerde omissie met betrekking tot het toezicht door het bevoegd gezag gerepareerd? Zo nee, waarom niet? Zijn er alternatieven onderzocht voor de koepelvergunning? Op welke wijze zijn de aanbevelingen van de OVV meegenomen in de praktijktest c.q. uitganspuntennotitie? De PvdA stelt dat de communicatie en burgerparticipatie kunnen worden verbeterd. Wanneer is het participatiebeleid gereed? De PvdA wil graag dat de volgende zaken in het participatiebeleid worden opgenomen: meer inzet op een meer diverse groep, tijdige communicatie, het gebruik van begrijpelijke taal, en een proactieve houding van de gemeente. De heer Schwillens (50PLUS) vraagt hoe de horizontale transitie in verhouding staat met de Omgevingswet en de daarbij behorende richtlijnen. De verwerking van plastic afval door Black Bear Carbon leidt tot een toename van logistiek en opslag. 50PLUS is voorstander van de circulaire economie, maar niet ten koste van alles.
Passen de te verlenen vergunningen in de Omgevingswet? Hoe wordt de communicatie ingericht in het kader van de nieuwe wetgeving? De heer Renet (SPA) stelt dat de raad regelmatig belangrijke informatie wordt onthouden. SPA zal dan ook een motie indienen, waarin staat dat alle onderzoeken en nota's die in het college worden behandeld, uiterlijk één maand na dato voor de raad beschikbaar zijn. Het is noodzakelijk dat de gemeenteraden zeer nauw betrokken zijn bij de inhoud van het Chemelotplandeel, aangezien dit plandeel van groot belang is voor de ontwikkeling van de Westelijke-Mijnstreek. Het stuk geeft aan dat het de bedoeling is om de huidige situatie te continueren. Hierdoor wordt de Omgevingswet terzijde geschoven. De leden van de wijkplatforms zijn geen gekozen volksvertegenwoordigers, maar worden wel geacht om in de klankbordgroep de inwoners te vertegenwoordigen. De gemeenteraden worden echter buitenspel gezet. SPA stelt dat de gemeenteraden in staat moeten worden gesteld om op te komen voor de inwoners. SPA stelt daarom voor om een raadswerkgroep samen te stellen, bestaande uit leden van de gemeenteraden van Beek, Stein en Sittard-Geleen, die actief deelneemt aan dit proces. SPA constateert met verbazing dat een belangrijk stuk wederom niet aan de raad is verstrekt, namelijk de Uitkomsten praktijktest Chemelot Limburg 2017-2018.
Uit dit stuk blijkt dat er grote knelpunten zijn tussen de koepelvergunning en de nieuwe Omgevingswet. SPA verzoekt om een actueel overzicht van de punten waarop de koepelvergunning strijdig is met de Omgevingswet en van de punten waar mogelijk discrepantie is, inclusief een omschrijving van het probleem. Tevens wil SPA alle documentatie ontvangen die als gevolg van de praktijktest is gemaakt. Indien de vergunning op punten in strijd is met de nieuwe Omgevingswet, dient de vergunning te worden aangepast. De Omgevingswet dient niet te worden omzeild. Er dient te worden voorkomen dat een convenant met Chemelot wordt gesloten, waardoor de inwoners van Sittard-Geleen minder bescherming krijgen dan elders in Nederland. SPA stelt voor om een onafhankelijke deskundige aan te stellen om de gemeenteraden bij te staan gedurende het hele proces. SPA geeft aan dat de snelle groei van het bruto regionaal product gepaard gaat met een lage toename van de werkgelegenheid. De fractie vindt het dan ook van belang dat een MKBA-Chemelot wordt uitgevoerd. De heer Bruls (Fractie Fredrix) stemt in met het voorstel. De Fractie Fredrix verzoekt om bepaalde ontwikkelingen nog eens tegen het licht te houden. Wethouder Houtakkers geeft aan dat wordt gekozen voor een horizontale transitie, omdat het om complexe materie gaat.
Als in de komende periode in een aantal processen besluiten worden genomen die van invloed kunnen zijn op de horizontale transitie, dan worden deze meegenomen. De provincie, Chemelot en de omliggende gemeenten gaan op korte termijn met elkaar in gesprek over de wijze waarop de communicatie kan worden verbeterd. In de uitwerking van de uitgangspuntennota zal aandacht zijn voor burgerparticipatie. De gemeenten Sittard-Geleen en Stein zijn het bevoegd gezag qua grondgebied. Hierdoor zijn zij de financieel zwaarst dragende partij. De gemeente Beek wordt al volop betrokken. De wethouder vindt het
3
geen bezwaar om de vastgestelde uitgangspuntennota naar de buurgemeenten te sturen. Zodra de gewenste ontwikkelingen bestuurlijk zijn vastgesteld, kunnen ze worden verwerkt in het Omgevingsplan. De wethouder is bereid om een themasessie te organiseren over het Omgevingsplan Chemelot. De huidige bestemmingsplannen in de omgeving blijven van kracht zo lang voor het betreffende gebied geen Omgevingsplan is vastgesteld. De witte vlek op de kaart valt buiten de koepelvergunning, maar binnen het huidige bestemmingsplan van DSM-Geleen. Het is wenselijk om deze vlek mee te nemen. De kadastrale kaart van deze witte vlek wordt toegevoegd aan het raadsstuk. De opmerkingen over het ervoor zorgen dat er zo weinig mogelijk mensen in risicogebieden wonen, de Lexhy en het verbeteren van het woonklimaat worden meegenomen in andere trajecten. De besluitvorming in het kader van NOVI en POVI wordt meegenomen in de horizontale transitie. Het Omgevingsplan maakt deel uit van de Omgevingswet en wordt dan ook opgesteld met in acht name van de Omgevingswet. De heer Driessen (ambtelijke ondersteuning) geeft aan dat in de Invoeringswet Omgevingswet een mogelijkheid is gecreëerd, waardoor de koepelvergunning voor grootschalige industriecomplexen mogelijk blijft. Hierdoor kan voor ontwikkelingen op Chemelot een stuk substitutie worden gepleegd.
Bij de provincie lag een MER-beoordeling voor met betrekking tot de vestiging van Black Bear Carbon. De gemeenten, de veiligheidsregio en de regionale brandweer zijn adviseurs. Hetgeen uit het OVV-rapport naar voren is gekomen, wordt uitgewerkt in een veiligheidsvisie voor Chemelot en omgeving en zal in het tweede kwartaal worden voorgelegd aan de raad. De heer Kamphuis (D66) memoreert dat bij de ontwikkelingen rond Katoen Natie bleek dat het ambtelijk en bestuurlijk overleg met de gemeente Beek onvoldoende was. Tevens hadden de omwonenden moeten worden betrokken. D66 vreest dat de raad en de inwoners van Beek ook niet worden betrokken bij het omgevingsplandeel. D66 stelt voor om hierover in gesprek te gaan met de raden van Beek en Stein. In het raadsvoorstel staat dat er in de tweede helft van 2020 duidelijkheid komt over de invloed van NOVI op de uitgangspuntennota. Is deze duidelijkheid er nog niet? Wethouder Houtakkers antwoordt dat ambtelijk en bestuurlijk wordt gesproken met Beek over de uitgangspuntennota. De gemeenteraad van Beek is geïnformeerd. De NOVI is vastgesteld. De elementen uit de NOVI die van belang zijn voor deze uitgangspuntennota worden meegenomen. De bijlage praktijktest wordt naar de raad verzonden. De heer Breidenbach (GOB) vraagt waar de extra eisen staan die worden gesteld aan de brandveiligheid.
Kan de raad deze eisen eventueel aanvullen? Hoe wordt de raad op de hoogte gehouden van het transport? GOB verzoekt om de regelgeving rond fijnstof als uitgangspunt vast te stellen. Wethouder Houtakkers antwoordt dat de regulering van transport nog niet wordt meegenomen in het Omgevingsplan, omdat er nog geen bestuurlijk besluit is genomen. Het onderwerp komt echter zeker aan de orde op de plaatsen waar er iets mee kan worden gedaan. Dit geldt ook voor fijnstof. De heer Renet (SPA) vraagt hoe de wethouder staat tegenover het inrichten van een raadswerkgroep met leden uit de gemeenteraad van Beek, Stein en Sittard-Geleen om actief deel te nemen aan het proces. SPA vraagt waar de koepelvergunning strijdig is met de Omgevingswet. Tevens verzoekt de fractie om de bijbehorende stukken in de route daarnaartoe. Hoe staat de wethouder tegenover het aanstellen van een onafhankelijk deskundige om de gemeenteraden bij te staan gedurende het hele proces? Hoe staat de wethouder tegenover het uitvoeren van een MKBA-Chemelot? Wethouder Houtakkers kan de vraag over MKBA-Chemelot niet beantwoorden. De wethouder raadt af om een raadswerkgroep in te stellen, omdat nu eerst wordt gestart met de uitwerking van de horizontale transitie. Vervolgens wordt de raad geïnformeerd over het proces.
De gemeenten Stein, Beek en SittardGeleen en de Provincie bespreken binnenkort de wijze waarop de communicatie beter kan worden geregeld. De wethouder heeft van anderen niet gehoord dat het verstandig is om een onafhankelijk deskundige in dit traject te benoemen. Tevens betwijfelt hij de toegevoegde waarde hiervan.
4
De heer Driessen (ambtelijke organisatie) vult aan dat de koepelvergunning naar de Omgevingswet overgaat als een vergunning in het kader van de Omgevingswet. Er is dus geen strijdigheid. In de invoering van de Omgevingswet was het echter niet mogelijk om voor de hele inrichting één vergunning op te stellen. De provincie, de gemeenten, het ministerie en nog een aantal betrokken partijen hebben gezamenlijk bekeken in hoeverre de koepelvergunning in stand kan blijven. Het ministerie heeft de Invoeringswet vervolgens zodanig aangepast dat voor een inrichting als Chemelot, met kleine, zware, diverse fabrieken, één vergunning kan worden gehanteerd. De heer Schwillens (50PLUS) vraagt naar aanleiding van de inspraakreactie van de heer Govers of de koppeling van Chemelot met het warmtenet ter sprake komt met betrekking tot de Omgevingswet. Wethouder Houtakkers antwoordt dat de energietransitie terechtkomt in de doorontwikkeling van het omgevingsplandeel, maar niet op dit moment. De heer Baars (PvdA) vraagt of de door de OVV geconstateerde omissie met betrekking tot het toezicht door het bevoegd gezag is gerepareerd. Zijn alternatieven onderzocht? Wanneer wordt het participatiebeleid verwacht? Wethouder Houtakkers antwoordt dat op zo kort mogelijke termijn wordt gestart met de uitvoering van het participatiebeleid, zodra de uitgangspuntennota wordt bekrachtigd door de raad.
De heer Driessen (ambtelijke ondersteuning) antwoordt dat de provincie een technische veiligheidscommissie heeft ingericht om na te gaan in hoeverre de aanbevelingen van de OVV in de praktijk worden uitgewerkt. Vervolgens wordt dit meegenomen in het Omgevingsplan. De heer Breidenbach (GOB) vraagt of de aanpassing van de kruising Urmonderbaan/ Oude Postbaan naar voren kan worden gehaald. Wethouder Houtakkers antwoordt dat dit pas mogelijk is zodra een bestuurlijk besluit is genomen. Tweede termijn De heer Renet (SPA) vraagt aan D66 en de PvdA hoe zij aankijken tegen het inrichten van een raadswerkgroep die meer bij de belangrijke dossiers wordt betrokken. Tevens wil SPA graag dat de raad kan terugvallen op een extern deskundige. De heer Mastenbroek (CDA) stelt voor om periodiek de stand van zaken met betrekking tot de uitgangspuntennotitie te bespreken in de werkgroep Omgevingsvisie. De heer Renet (SPA) vindt het geen slechte suggestie. SPA wil de gemeenteraden van Stein en Beek eigenlijk ook betrekken bij de discussie. De essentie is echter dat de raad veel eerder op de hoogte dient te zijn van wat er speelt in de dossiers. De heer Mastenbroek suggereert om eerst de themasessie af te wachten. Daarna kan de raad aangeven op welke wijze de raad bij het traject wil worden betrokken. De heer Kamphuis (D66) is voor meer betrokkenheid van de raad in dit soort dossiers.
D66 wil hier graag de gemeenteraden van Stein en Beek bij betrekken. D66 heeft vertrouwen in de wijze waarop ambtelijk en bestuurlijk met het dossier wordt omgegaan. D66 staat niet afwijzend tegenover het aanstellen van een extern deskundige, maat laat dit graag over aan de portefeuillehouder. De heer Baars (PvdA) sluit zich aan bij de opmerking van de heer Kamphuis. Wellicht kan de provincie er meer bij worden betrokken, zodat het aanstellen van een extern deskundige niet nodig is. Conclusie: Het voorstel wordt een bespreekstuk in de volgende raadsvergadering.
5
2. Evaluatie De Domijnen Tijdstip:
20.40-23.30 uur
Aanwezig de voorzitter de griffier
D. Pfoster A. Lamers
de leden
GOB: F. Vroomen CDA: J. Schlössels Stadspartij: N. Kaufmann DNA: P. Boonen GroenLinks: J. Janssen PvdA: P. Kubben D66: B. Kamphuis VVD: de heer Voncken PVV: T. Klaassen SPA: J. Renet 50PLUS: W. Schwillens Fractie Fredrix: P. de Coninck Fractie Klein: -
de wethouder
wethouder Houtakkers
Wethouder Houtakkers meldt dat de aanbevelingen uit het rapport van BMC worden overgenomen door de raad van toezicht en de gemeente. De raad van toezicht en de gemeente gaan frequent met elkaar in gesprek. De wethouder vraagt aan de fracties wat zij missen in de evaluatie, zodat dit kan worden meegenomen in de gesprekken met de raad van toezicht. Eerste termijn De heer Vroomen (GOB) geeft aan dat de gestelde doelen niet zijn gehaald en dat de organisatie niet op orde is. GOB vindt het noodzakelijk dat de volgende zaken op korte termijn worden aangepakt: - Het verbeteren van het besturingsmodel. Uit het rapport blijkt dat de opdrachtgever en de opdrachtnemer te ver uit elkaar zijn gegroeid. GOB steunt de door het rapport opgelegde opdracht aan de gemeente om een strategisch kader op te stellen. De meest recente cultuurnota dateert uit 2009. GOB stelt dat het cultuurbeleid nadrukkelijk moet worden verankerd in de gemeentelijke toekomstvisie. Ziet de wethouder hiertoe mogelijkheden? Het oplossen van de kwalitatieve gebreken dient te starten bij het opstellen van een SMART geformuleerd contract tussen de gemeente en De Domijnen, waarin niet alleen dat kwantiteit, maar ook de kwaliteit is opgenomen.
Is de wethouder het ermee eens dat het opstellen van een contract met kritische prestatie- en kwaliteitsindicatoren een goede invulling kan geven aan strategisch opdrachtgeverschap? - De organisatorische oneffenheden effectief aanpakken. De raad van toezicht en niet de gemeente dient aanwijzingen te geven aan de directie om de organisatie op orde te krijgen. GOB betwijfelt of het doelmatig is om gebrek aan leiderschapskwaliteiten te pareren door het opsplitsen van de organisatieonderdelen. Het aanstellen van een programmadirecteur werkt kostenverhogend. GOB stelt echter dat De Domijnen binnen de financiële kaders moet blijven. Intensievere samenwerking met partners in de brede regio kan leiden tot kostenverlaging. Kan de wethouder bevestigen dat De Domijnen moet opereren binnen de financiële subsidiekaders? - Marketing en verbeteren van de verbinding met de stad en de burgers. GOB geeft aan dat de activiteiten van De Domijnen weer het karakter van "ons" moet krijgen, door herkenbare naamgeving en vormgeving. Tevens dient te worden nagedacht over de wijze waarop vrijwilligers als dragend element kunnen worden ingezet. - Opheffen van praktische gebreken. Er dient objectief te worden vastgesteld of de verschillende klachten gegrond zijn. Indien dit zo is, dan dient spoedig actie te worden ondernomen.
6
De heer Schlössels (CDA) noemt een aantal door BMC geconstateerde kritiekpunten en vorderingen. Het CDA geeft aan dat De Vrienden van De Domijnen nadrukkelijk aandacht vragen voor de aanbevelingen 2 en 12. Het CDA gaat in op de volgende punten: - De organisatie. De Domijnen is een topdown-organisatie, waarbij te weinig verantwoordelijkheden worden gedelegeerd aan de specialisten van de diverse aandachtsgebieden. Het CDA bepleit dat de vakdeskundigen van de verschillende onderdelen medeverantwoordelijk worden gemaakt voor de kwaliteit van het Cultuurbedrijf. - De kwaliteit. De kwaliteit van de programmering laat te wensen over. Er worden vooral volle zalen getrokken met regionale producties. Wellicht kunnen door de inzet van vakspecialisten meer grote producties worden aangetrokken. - Beleidsinformatie en cijfers. De cijfers zijn niet transparant, doordat bijvoorbeeld de bezoekersaantallen van het Filmhuis en Volt zijn samengevoegd. Het CDA vraagt hoe de wethouder denkt over het aanstellen van een artistiek directeur.
Wat is de oorzaak van het uitblijven van een structureel overleg tussen de gemeente en het Cultuurbedrijf? Wat is de laatste stand van zaken met betrekking tot de overgang van het gemeentepersoneel naar het Cultuurbedrijf? Is de wethouder het met het CDA eens dat de verantwoordelijkheden door verandermanagement veel lager in de organisatie moeten komen te liggen ten behoeve van een betere kwaliteit van programmeren? Is het verantwoord dat de raad van toezicht tegelijkertijd aftredend is? Zijn de directeur, bestuurder en de raad van toezicht bereid om de twaalf aanbevelingen over te nemen? Hoe denkt de wethouder over regionale samenwerking op het gebied van cultuur? Zijn daar al stappen in gezet? De heer Janssen (GroenLinks) geeft aan dat GroenLinks uit diverse bronnen heeft vernomen dat het disfunctioneren van het Cultuurbedrijf nog erger is dan het BMC-rapport doet vermoeden. GroenLinks stelt dat het een slechte keuze was om zes functies onder één beheersorganisatie onder te brengen, die alles top-down aanstuurt. Het zou moeten zijn: autonoom waar het moet en samenwerken waar het kan. GroenLinks vindt het misplaatst dat in het BMC-rapport staat dat een streep onder het verleden moet worden gezet en op oude voet moet worden doorgegaan. Er is vrijwel niets terechtgekomen van culturele vernieuwing. De bezoekersaantallen van Volt zijn veel lager dan van vergelijkbare poppodia.
GroenLinks geeft aan dat Volt alleen tot een volwaardig poppodium kan uitgroeien als het volledig zelfstandig kan functioneren. Is de wethouder bereid het gesprek aan te gaan met de raad over hoe Volt alsnog zelfstandig kan functioneren? GroenLinks stelt voor dat de cultuurhistorische werkzaamheden van het stadsarchief worden uitgevoerd onder De Domijnen, terwijl het stadsarchief het beheer van de gemeentelijke archieven blijft uitvoeren binnen de gemeentelijke organisatie. Informatievoorziening bewaren en het beheren van gemeentelijke stukken is immers een kerntaak van de overheid. Het Rekenkamerrapport over De Domijnen geeft aan dat het college op geen enkele wijze regie heeft gevoerd op het functioneren van De Domijnen en de fusie. De schriftelijke reactie van het college op het rapport is niet steekhoudend en niet correct. De raad en het college hebben hun kaderstellende en controlerende taak laten liggen. Er zou moeten worden gestreefd naar inzicht in kosten en opbrengsten per functie. GroenLinks vindt dat het college de regie moet nemen in de kaderstelling voor performance van kunst en cultuur.
Hoe gaat de wethouder de regie op het Cultuurbedrijf terugpakken? Hoe wordt de raad hierbij betrokken? GroenLinks stelt voor om op basis van de rapporten van BMC, Berenschot en de Rekenkamer een herstelplan ambtelijk nader uit te werken, dit met de directie van De Domijnen te bespreken en dit jaar nog terug te brengen naar de ronde van de raad. De heer Klaassen (PVV) vraagt of het college de conclusies uit het Rekenkamerrapport onderschrijft. Wat heeft het college concreet gedaan met de aanbevelingen? Waarom is ervoor gekozen om de horeca uit handen te geven aan een commerciële uitbater? Waarom heeft de raad het Berenschotrapport pas een jaar later ontvangen? De PVV maakt zich zorgen over de structuur en de leiderschapsstijl bij De Domijnen. De Domijnen rekent op hogere inkomsten uit kaartverkoop. Dit is echter twijfelachtig vanwege de coronamaatregelen. Qua kosten vindt de PVV het niet voor de hand liggend dat er een artistiekinhoudelijke directeur bij moet komen. De fractie adviseert om een keer goed te kijken naar de interne managementstructuur. De PVV vraagt wat de wethouder gaat betrekken bij het verbetertraject. Hoe wordt
7
de gemeenteraad meer in positie gebracht? In hoeverre worden concrete tegenprestaties vastgelegd in ruil voor de exploitatiesubsidie? Mevrouw Kaufmann (Stadspartij) constateert dat er bij De Domijnen een ernstig probleem is, dat moet worden opgelost. De Stadspartij wil vooral vooruitkijken, waarbij de kritiek wordt ingezet voor het aanbrengen van verbeteringen. De fractie stelt voor om regionale cultuurinstellingen waar het wel goed gaat, als voorbeeld te nemen voor het aanbrengen van verbeteringen. De Stadspartij adviseert om Het Laagland hierbij te betrekken. Tevens stelt de Stadspartij voor om terug te grijpen op zaken die voor De Domijnen wel goed gingen en zonder al te ingrijpende maatregelen en kosten kunnen worden teruggebracht. Dat betekent echter niet dat de verschillende onderdelen moeten worden ontvlecht. De Stadspartij vraagt of voor de schouwburg van Sittard-Geleen een andersoortige culturele invulling moet worden gevonden, aangezien er in de theaters in Maastricht en Heerlen al meer dan voldoende aanbod is. Als voorbeeld noemt de Stadspartij dat een musical langdurig in de schouwburg zou kunnen spelen. Verder dient aan de buitenkant van De Ligne zichtbaar te zijn dat er binnen een mooi museum is. De Stadspartij merkt op dat cultuur in deze gemeente een elitair jasje heeft, waardoor te weinig inwoners worden bereikt.
Verder is niet duidelijk wat de kosten en inkomsten zijn van de verschillende onderdelen, waardoor het lastig is om daarop in te spelen. De Stadspartij is blij dat de gemeente en de raad van toezicht de aanbevelingen overnemen. De voortgang dient regelmatig te worden geëvalueerd. De heer Kamphuis (D66) vindt het goed dat de wethouder en de raad van toezicht met alle aanbevelingen aan de slag willen gaan om tot een verbeterslag te komen. De gemeente dient duidelijkere kaders te stellen die samen met een strakke regie moeten leiden tot meer transparantie en meer zicht op de effecten van de verleende subsidie. D66 steunt de aanbeveling om de verschillende functies de ruimte te geven om zich met een eigen identiteit en voldoende artistieke ruimte beter te profileren en om beter te programmeren. De onderdelen hoeven niet te worden ontvlecht tot zelfstandige organisaties. De aansturing binnen De Domijnen dient te worden verbeterd. D66 geeft aan dat het aantrekken van een sterke artistiek directeur een essentieel onderdeel is van de verbeterslag. Tevens dient te worden getracht om nieuwe doelgroepen te bereiken in Duitsland en België, door Euregionale samenwerking. D66 verzoekt de wethouder om aan te sluiten bij de Euregionale Museumkaart. Er dient te worden gezocht welke complementaire rol de schouwburg kan hebben in relatie tot andere theaters in ZuidLimburg.
Is de wethouder op de hoogte van vermeende misstanden met betrekking tot de omgang van werken die in het depot zijn ondergebracht? Welke maatregelen kunnen worden genomen om te voldoen aan de eisen van goed collectiebeheer? Op welke termijn is het plan van aanpak gereed? Wordt de raad tussentijds geïnformeerd over de voortgang van het plan van aanpak? De heer Kubben (PvdA) wil per direct stoppen met het denken in termen van het merk De Domijnen. De PvdA geeft aan dat goed moet worden gekeken naar een duidelijke rolverdeling tussen college en raad. De PvdA is van mening dat een vierjarige opdracht aan De Domijnen moet worden verstrekt. Deze opdracht moet worden gekoppeld aan de eerste kadernota na de gemeenteraadsverkiezingen. Tevens dient er ieder jaar een rapportagemoment aan de gemeenteraad te zijn. Hoe ziet de wethouder het vervolgproces met betrekking tot de rolverdeling tussen college en raad? Wat neemt de wethouder mee uit de Berenschotmemo? De PvdA denkt hierbij aan de door Berenschot genoemde methoden met betrekking tot de bezoekersaantallen. De PvdA wil De Domijnen een kans geven als instituut dat de basisinfrastructuur in de gemeente in stand houdt. Vanuit deze basisinfrastructuur kan ruim baan worden gegeven aan creativiteit van medewerkers. Er dient geen geld meer te worden besteed aan het merk. Het poppodium kan wellicht zelfstandig worden.
Tevens dient een muziekschool te worden toegevoegd aan de basisinfrastructuur. De PvdA betwijfelt of er twee verschillende personen moeten zijn voor artistiek en zakelijk leiderschap. Wellicht kan De Domijnen faciliterend worden voor culturele vrijplaatsen. De heer Boonen (DNA) constateert dat de voorliggende aanbevelingen in lijn zijn met de waarschuwingen die DNA al heeft gegeven voor de start van De Domijnen. De Domijnen heeft moeite om cijfers en kengetallen te leveren, waardoor er onduidelijkheid blijft over de financiën. Het vergroten van de cultuurparticipatie- en educatie lijkt nog niet te zijn gelukt. Waarom werd het rapport van Berenschot niet eerder aan de raad verstrekt? Berenschot constateert dat De Domijnen meer een beheersorganisatie is geworden dan een vernieuwend cultuurbedrijf, doordat de gemeente te veel vrijheid heeft gegeven. DNA
8
vindt het vreemd dat het juist met deze vrijheid niet is gelukt. De leiderschapsstijl van de directie dient te worden meegenomen in de gesprekken met De Domijnen. DNA betwijfelt of het goed werkgeverschap is om werknemers in deze tijd over te laten gaan naar De Domijnen. De vakbonden doen dezelfde oproep. Wat gaat het college doen met deze oproep? DNA vindt het een must dat de aanbeveling wordt overgenomen om zelfstandigheid terug te geven aan de verschillende onderdelen. Het is de vraag of hier een artistiek directeur voor nodig is. Wellicht wordt het probleem ook opgelost als medewerkers ruimte en vrijheid krijgen. DNA wil graag kijken of er mogelijkheden zijn voor een zelfstandig Volt. DNA constateert dat de raad en het college steken hebben laten vallen door onvoldoende door te pakken, onvoldoende regie te pakken en de signalen over De Domijnen te lang te negeren. DNA mist echter de zelfreflectie van de directie en de raad van toezicht van De Domijnen. DNA is benieuwd naar de reactie van het college op de rapporten, de uitkomsten van verdere gesprekken met De Domijnen en de plannen voor het vervolg. Wanneer is het plan voor het vervolg gereed? Dient er een nieuwe beleidsnota Cultuur te worden opgesteld? DNA is blij dat het college de aanbevelingen overneemt. Klopt het dat de gemeente via een brief van de conservator van museum De Domijnen, d.d.
8 april 2020, is geïnformeerd over de slechte staat van de museumdepots? Zo ja, zijn er in de afgelopen maanden naast het in kaart brengen van de depotsituatie nog andere acties ondernomen? Wat is de uitkomst van het in kaart brengen van de depotsituatie? Gaat de gemeente onderzoeken of sprake is van wanbeheer? Is tussentijdse beëindiging van het beheer dan mogelijk? Heeft De Domijnen de gemeente in kennis gesteld van verlies of aanzienlijke schade, conform artikel 8 van de overeenkomst? Overweegt het college om De Domijnen aansprakelijk te stellen? Is bekend of de schade volledig wordt gedekt door de verzekering? De heer Voncken (VVD) vindt het van belang dat er een nieuwe bedrijfscultuur komt bij De Domijnen. De VVD steunt de aanbeveling om de individuele functies weer een eigen gezicht te geven, waarbij er wel een gemeenschappelijke backoffice blijft. Is de wethouder voornemens om de oorspronkelijke doelstellingen van De Domijnen te handhaven? Op welke wijze kan de gemeente invloed uitoefenen op het beleid, de doelstellingen en de organisatie van De Domijnen? Het is van belang dat er iets bij De Domijnen gebeurt, omdat cultuur ontzettend belangrijk is en De Domijnen een aardige kostenpost is voor de gemeente. De VVD hoopt dat de wethouder een plan van aanpak heeft om de veranderingen te realiseren. De heer Schwillens (50PLUS) schrikt van de constateringen in het rapport.
50PLUS vraagt zich af of de doelstellingen van De Domijnen kunnen worden gerealiseerd. 50PLUS sluit zich aan bij de oproep van de PvdA om een vierjarige opdracht aan De Domijnen te verstrekken en deze tussentijds goed te evalueren. De fractie merkt op dat de raad in de afgelopen jaren beter had moeten bijsturen. Ook de raad van toezicht had meer inbreng moeten hebben. 50PLUS steunt de aanbevelingen. De leerpunten uit het verleden moeten worden meegenomen. De fractie hoopt op een goed verbeterplan. 50PLUS vraagt door wie het programma wordt bepaald. Wordt hierbij rekening gehouden met lokale en regionale behoeften en interesses? Een nieuwe programmadirecteur moet worden ingepast in de nieuwe organisatie. 50PLUS geeft de suggestie om vaker een operette te programmeren. De heer Renet (SPA) geeft aan dat SPA zeer is geschrokken van de evaluaties van BMC en Berenschot. De organisatie functioneert nog niet naar behoren. Er is geen toerekening naar onderdelen. De terugkoppeling van De Domijnen naar de gemeente heeft nauwelijks plaatsgevonden. De terugkoppeling van het college naar de raad is niet op tijd geweest. SPA vindt niet dat er een extra artistiek directeur dient te komen, aangezien deze functie is verankerd in de directeurszetel. De samenwerking van De Domijnen met derden hapert. SPA vindt dat geleerd moet worden van het verleden.
Er zijn medewerkers en bestuurders van De Domijnen die hebben gefaald. SPA stelt dat je moet vertrekken als je er zo'n puinhoop van hebt gemaakt. Welk veranderplan stelt de wethouder voor? Welke rol krijgt de raad? Hoe wordt de culturele waarde van Sittard-Geleen bepaald? Hoe wordt herhaling voorkomen? De heer De Coninck (Fractie Fredrix) geeft aan dat de verschillende conclusies met betrekking tot de samenwerkingskracht, publiekskracht en de bedrijfsvoeringskracht elkaar in negatieve zin versterken. Op de ambitieuze plannen zonder toetsbare doelstellingen wordt niet goed gestuurd. Er vindt te beperkte kritische zelfreflectie plaats. De beoogde synergie komt onvoldoende aan de oppervlakte door de
9
gevolgde werkwijze en de bezuinigingen. Er worden onvoldoende maatregelen getroffen om bij te sturen. De directieve top-down aansturing is vooral gericht op kosten, waarbij de functies weinig vrijheid hebben om eigen beleid te maken. Ook het toezicht heeft gefaald. Het college wenst een sterkere beleidsrol op het gebied van cultuur. Het fundament dient te worden hersteld en de probleemdossiers dienen te worden opgelost. Fractie Fredrix betwijfelt of de huidige leiding de benodigde competenties en vaardigheden bezit om de verbeterslag uit te voeren. De fractie heeft zelden zo'n helder en vernietigend rapport mogen aanschouwen. Wethouder Houtakkers verzoekt de fracties om hun inbreng naar hem te sturen, aangezien het college een aantal elementen uit de bijdragen goed kan gebruiken in de opmaat naar een verbetering van het functioneren van De Domijnen. De wethouder is er geen voorstander van om weer een discussie te voeren over de muziekschool, omdat de huidige werkwijze goed bevalt. De wethouder koppelt de inbreng van de ronde morgen terug aan de raad van toezicht. Zaterdag vergadert de raad van toezicht met elkaar. Volgende week start het inhoudelijke overleg over het aanbrengen van de gewenste verbeteringen. Het is de bedoeling dat de opdracht binnen een maand wordt geformuleerd. Richting de voorjaarsnota dient helder te worden gemaakt hoe de toekomst er uit ziet.
In de tussentijd zal de wethouder de ronde twee of drie keer informeren over de stand van zaken. Het inhoudelijk overleg houdt de volgorde van de aanbevelingen aan. Tegelijkertijd wordt wel gesproken over verandermanagement in de interne organisatie van De Domijnen. Er dient een goede balans te worden gevonden tussen prioriteit en capaciteit om het op een goede manier in te richten. De start bestaat uit een goede opdrachtbeschrijving. Deze opdrachtbeschrijving zal de wethouder bespreken met de ronde. De wethouder is geen voorstander van een nieuwe Cultuurnota, aangezien dit veel tijd kost. Hierdoor resteert onvoldoende tijd voor een duidelijke koers richting de voorjaarsnota. In de opdrachtbeschrijving moet worden aangegeven welke maatschappelijke en economische effecten worden verwacht. Hier dient het bredere cultuurveld bij te worden betrokken. Inmiddels heeft de wethouder al met diverse partijen gesprekken gevoerd.
Met betrekking tot het verandermanagement spelen de volgende zaken die in het herstelplan worden opgenomen: het verleggen van verantwoordelijkheden in de organisatie, de aansturing, de plan-docheck-act-cyclus, zorgen dat het personeel een kwaliteitsslag maakt, een sterke controlfunctie, zoeken naar de verbinding tussen de cijfers en de inhoud, letten op externe profilering, programmering en samenwerking, uitvoering geven aan cultureel ondernemerschap en het duidelijk omschrijven van taken en bevoegdheden. De raad wordt regelmatig geïnformeerd over de voortgang van het verbetertraject. Wellicht kan op voordracht van de gemeente een raadslid worden benoemd in de raad van toezicht. Ook kan een andere invulling worden gegeven aan de subsidiebeschikking. Het sluiten van een contract tussen de gemeente en De Domijnen om kwaliteit en kwantiteit te waarborgen, is een element dat kan worden ingebracht in het verbeteren van de verbinding tussen De Domijnen, de raad en het college. Het is de bedoeling om binnen het financiële kader te blijven. Als het cultuurbeleid anders moet worden ingevuld, dan kan hogere kwaliteit eventueel leiden tot hogere kosten. De wethouder geeft aan dat ook niet worden gesproken over het functioneren van Volt. De wethouder gaat er echter van uit dat Volt blijft aangesloten in het traject.
Met betrekking tot de horeca is het contract met Van Melik inmiddels beëindigd. Hierdoor kan De Domijnen inkomsten krijgen uit de horeca. De aanbeveling voor het aanstellen van een artistiek directeur past binnen het verandermanagement en wordt serieus bekeken. De wethouder geeft aan dat een eventuele kostenverhoging moet worden overwogen, indien dit leidt tot een verbetering van de kwaliteit van het functioneren van De Domijnen. Concrete tegenprestaties dienen te worden opgenomen in de opdrachtbeschrijving. Uiteraard wordt gekeken naar de andere cultuurinstellingen in de regio. De wethouder is het eens met de aanbeveling dat het versterken van de samenwerking een politiek-bestuurlijke aanbeveling behoeft. Hierover vindt morgen een gesprek plaats met Heerlen. Wellicht leidt een eventuele samenwerking tot een heldere invulling van de schouwburg. Er dient kritisch te worden gekeken naar de plek van het museum. Verder wordt gekeken op welke wijze een breder publiek kan worden bereikt. Inmiddels is een Euregionale samenwerking op gang gekomen, waarbij onder andere een interculturele website aan de orde is.
10
De wethouder vindt het een goede suggestie om te onderzoeken of De Domijnen faciliterend kan zijn voor culturele vrijplaatsen. Inmiddels hebben twaalf medewerkers een vaststellingsovereenkomst getekend. Zeven medewerkers hebben dit nog niet gedaan. De kennis en kunde van deze medewerkers is nodig bij De Domijnen. De wethouder maakt zich grote zorgen over het depot. Er worden op korte termijn maatregelen genomen. Het klopt het dat het college eerder signalen heeft ontvangen, maar in de afgelopen tijd diende het college ook aandacht te besteden aan andere zaken op het gebied van cultuur. Naar aanleiding van de nieuwe Archiefwet gaan de archiefmedewerkers nog niet over naar De Domijnen. Cultuur vormt een belangrijk deel van de toekomstvisie. Geactualiseerd cultuurbeleid kan worden ondergebracht in de toekomstvisie. De wethouder legt het rapport van Berenschot nu pas voor aan de raad, zodat een integrale evaluatie kan worden gemaakt van het beleid rond De Domijnen. De heer Vroomen (GOB) vindt de Cultuurnota uit 2009 van belang als onderlegger, omdat daarin een sprankelend, bruisend perspectief wordt weergegeven. Het contract dient zakelijk en helder te worden gehouden, voorzien van kpi's. GOB geeft aan dat er veel klachten zijn over De Domijnen.
Hoe wordt omgegaan met de verstoorde samenwerking met culturele partners? Wethouder Houtakkers geeft aan dat verstoorde relaties aan de orde komen in de gesprekken met de raad van toezicht. Daar zullen de verbeterslagen moeten plaatsvinden. Ook BMC pleit voor het op een goede manier verbinden van cijfers en inhoud door middel van kpi's. De heer Janssen (GroenLinks) is blij met de voortvarendheid waarmee de wethouder zaken wil oppakken. GroenLinks geeft aan dat de zaken snel moeten worden opgepakt. Het zou goed zijn als een gesprek met de raad wordt gevoerd over een eventuele status aparte voor Volt. Verder loopt de gemeente forse risico's als het stadsarchief wordt ondergebracht bij een stichting. De cultuurhistorische werkzaamheden kunnen wel bij De Domijnen blijven. Wethouder Houtakkers antwoordt dat in de gesprekken wordt besproken of zaken anders moeten worden geregeld met betrekking tot het poppodium. De wethouder wil voortvarend aan de slag gaan. Hij is voorzichtig met het onderbrengen van het stadsarchief bij de stichting. De heer Kubben (PvdA) vraagt de wethouder om te reageren op de suggestie voor een vierjaarlijkse opdracht aan De Domijnen. Wethouder Houtakkers antwoordt dat er al een vierjarige beleidscyclus is. De suggestie van de PvdA spreekt hem echter aan, omdat dit ook de raad in positie brengt.
De heer Klaassen (PVV) vindt dat er sprake is van "cherry picking" als alleen Volt uit het geheel wordt gehaald. Kan de evaluatie leiden tot een andere constructie voor de cultuurfuncties? De wethouder had er een jaar geleden voor kunnen kiezen om de raad alvast het Berenschotrapport te geven en in een raadsinformatiebrief te vermelden dat er nog een diepgaander vervolgonderzoek plaatsvindt door BMC. Er had dan al een jaar geleden een verbetertraject in gang gezet kunnen worden. Heeft de wethouder hier een inschattingsfout gemaakt? Wethouder Houtakkers antwoordt dat hij geen inschattingsfout heeft gemaakt. Destijds waren net de aanbevelingen uit het Rekenkamerrapport besproken. Het Berenschotrapport voegde op dat moment weinig toe in het licht van de integrale evaluatie. De wethouder ontraadt sterk om te praten over ontvlechting, omdat de financiële en personele gevolgen hiervan niet zijn te overzien. Er dient te worden gesproken over het op een goede manier herinrichten van De Domijnen. Hierbij wordt de merknaam "De Domijnen" afgeschaald. De heer Renet (SPA) merkt op dat in de afgelopen jaren geld is verspild met betrekking tot De Domijnen. Het beschikbare geld dient op een goede wijze te worden besteed, voordat extra subsidie aan De Domijnen wordt verstrekt. SPA is blij met de voortvarende aanpak van het stadsarchief.
Is de wethouder het ermee eens dat het unieke experiment is mislukt? SPA geeft aan dat op korte termijn een discussie
11
kan worden gevoerd over opsplitsing of het geven van een grote mate van vrijheid. Is de wethouder het hiermee eens? Wethouder Houtakkers antwoordt dat er geen geld is verspild. BMC constateert immers dat de financiële positie van De Domijnen in orde is. De subsidieverhouding is onderdeel van de te voeren gesprekken. De wethouder is het er niet mee eens dat het unieke experiment is mislukt. BMC geeft aan dat dit unieke bedrijf drie tot vijf jaar nodig heeft om te groeien. Wellicht dient wel te worden gekeken naar een andere invulling. De wethouder wil geen discussie voeren over ontvlechting. De heer Schlössels (CDA) verzoekt te kijken naar het rooster van aftreden van de raad van toezicht. Het is verstandig als er af en toe een frisse wind komt en mensen worden aangesteld die verstand hebben van een of meerdere van de cultuuronderdelen. Het is van belang om te kijken waar de pijn zit bij De Domijnen, waar men naartoe wil en waar men zeker niet naartoe wil. Wethouder Houtakkers geeft aan dat de raad van toezicht open staat voor wisseling van de wacht en flexibiliteit. De pijnpunten staan benoemd in het BMC-rapport. De heer Boonen (DNA) geeft aan dat de pijn niet alleen bij De Domijnen zit, maar ook op het trots zijn op de cultuur in de stad. DNA hoopt dat de wethouder hiermee aan de slag gaat. De zelfstandigheid van Volt is inderdaad een stokpaardje van DNA.
DNA hoopt dat de genoemde punten met betrekking tot Volt worden meegenomen in de plannen. De heer Renet (SPA) vraagt op welke termijn de wethouder met informatie terugkomt in de ronde. Wethouder Houtakkers antwoordt dat hij ernaar streeft om de opdrachtbeschrijving binnen anderhalve maand gereed te hebben, waarna deze wordt besproken in de ronde. Conclusie: Het onderwerp is voldoende besproken.
12