Notulen Ronde Raadszaal 5 september 2024
Tekst van het document
Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 5 september 2024 Tijdstip:
19.00-23.00 uur
1.1 Rondevoorstel Stadspartij voornemen Sloop Zo Wonen, Stuyt-woningen Overhoverheide te Sittard (Houtakkers) 19.00-20.00 uur Aanwezig de voorzitter: de griffier:
M. De Loo A. Cortlever
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal PIT:
I.A.L. Knops-Verjans T.E.L. Vranken W.P.H. Paauwe J.E. Janssen P.R. Pi Van der Venne L. Hoogenberg (afgemeld) J. Renet P.P.H. Vola (afgemeld) M.M.J.T. Schenk-Hermans
het college:
Wethouder Houtakkers
ambtenaar:
Dhr. Ruitenberg
notulen:
J. Poot (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. Hij deelt mee dat de fracties PVV en Burger Centraal zich hebben afgemeld. Vervolgens leidt de voorzitter het eerste agendapunt in: De indieners van het voorstel willen de Ronde op de hoogte brengen van een alternatief plan, namelijk renovatie, om sloop te voorkomen. De Ronde is tevens benieuwd naar de visie van het college en geeft aan vooralsnog geen goedkeuring te verlenen aan de sloop van de woningen alvorens alle partijen zijn gehoord. Bij dit agendapunt hebben zich vier insprekers gemeld, alsmede is er een schriftelijke bijdrage ontvangen van de Stichting het Cuypergenootschap. Ook van de eerste twee aanwezige insprekers zijn de bijdragen op schrift terug te vinden in iBabs. Inspreker 1, de heer Janssen namens de Stichting Jacob Kritzraedt Sittard. Jacob Kritzraedt wees in zijn tijd de mensen erop dat zij voorzichtig moesten omspringen met het erfgoed van hun voorouders en de Stichting houdt zich dan ook bezig met behoud van het collectief erfgoed. In plaats van sloop pleit de Stichting voor renovatie van de woonhuizen. De woningen zijn ontworpen door Jan Stuyt, een bekend architect in de oostelijke mijnstreek.
1
Inspreker 2, de heer Janssen namens de Bewonerscommissie Overhoverheide. Hij geeft aan dat bij de aankondiging van de sloop er sprake leek te zijn van een voldongen feit. Er zou een sloopprocedure worden ingezet in drie fasen. Ook kregen de bewoners een sociaal plan aangeboden en een consulent ter begeleiding. De Bewonersorganisatie meent dat er hierbij voorbij wordt gegaan an de grote impact die deze plannen hebben op de bestaanszekerheid van de bewoners. De Bewonersorganisatie is in gesprek gegaan met ZO Wonen en andere betrokken partijen met als inzet renovatie in plaats van sloop. Het verschenen rapport van de VN-rapporteurs sluit niet aan bij de bevindingen van de Bewonersorganisatie en uit een onderzoek als ‘second opinion’ is gebleken dat renovatie zeer goed mogelijk is en bovendien goedkoper. De inspreker verzoekt het college dringend af te zien van sloop. De heer Renet (SPA) vraagt wat de inspreker vindt van de reactie van de onderzoekers op de uitkomsten van de ‘second opinion’. Inspreker 2, de heer Janssen namens de Bewonerscommissie Overhoverheide benadrukt dat de ‘second opinion’ uitwees dat renovatie een goed alternatief is, dat minder kost dan sloop. In de gesprekken leek het erop dat alle partijen dichter naar elkaar toekwamen, maar in de praktijk blijkt dat niet het geval.
Namens de Bewonerscommissie Overhoverheide verklaart de heer Janssen zich bereid om samen met andere partijen tot een gezamenlijke oplossing te komen. Mevrouw Knops-Verjans (GOB) vraagt wat deze aanzienlijke vermindering van de kosten inhoudt. Inspreker 2, de heer Janssen namens de Bewonerscommissie Overhoverheide geeft aan dat uit de ‘second opinion’ is gebleken dat renovatie neerkomt op 165.000 euro per woning om deze te behouden voor 40 jaar. Mevrouw Knops-Verjans (GOB) vraagt of er ook rekening wordt gehouden met verduurzaming en of hier in het verleden bij de woningen al iets aan gedaan is. Inspreker 2, de heer Janssen namens de Bewonerscommissie Overhoverheide deelt mee dat er in 2019 nieuwe, duurzamere cv-ketels in de woningen zijn geplaatst. In de jaren tachtig zijn de kozijnen vervangen en werden de woningen voorzien van dubbel glas. Inspreker 3, de heer Manders namens de Woningbond, is tevens consulent en adviseur en hij komt op voor de belangen van de bewoners. Hij is van mening dat de aanbevelingen, zoals die zijn beschreven door de VN-rapporteur in het desbetreffende rapport onvoldoende worden opgevolgd. Ook de Ombudsman en de Kinderombudsman constateerden de geringe invloed die de bewoners hebben op sloop- en renovatietrajecten.
Hij adviseert de gemeente en de woningcorporatie meer aandacht te schenken aan het welzijn en het welbevinden van de bewoners, vanwege de ernstige gevolgen die er zijn voor gezinnen. De vereniging van bewoners in een Bewonerscommissie geeft rechten uit de Overlegwet en de inspreker 3 adviseert hiervoor Statuten op te richten, zodat er afspraken kunnen worden gemaakt over huurdersparticipatie. Tenslotte benadrukt de heer Manders, dat renovatie een goed alternatief is, ook met betrekking tot duurzaamheid. Het argument dat iedereen van het gas af moet, geldt nu nog niet, aangezien dit pas in 2050 gerealiseerd hoeft te zijn. Bovendien leidt sloop en het vervolg hierop niet tot een oplossing van de woningnood. Inspreker 4, de heer Janssen namens de Stichting Huurdersbelangen Sittard-Geleen, Echt-Susteren licht toe wat de Stichting inhoudt en waar zij zich mee bezighoudt. De Stichting constateert een afname van het aantal sociale huurwoningen en dit bewerkstelligt een toenemende druk op de woningmarkt. Hij vestigt de nadruk op de dynamiek die belangrijk is in een buurt, het verenigingsleven en de sociale samenhang. De heer Janssen roept op om de bewoners in samenspraak met de corporaties te laten komen tot een oplossing die voor alle partijen bevredigend is.
2
De heer Renet (SPA) vraagt of voor de Stichting Huurdersbelangen het sociale aspect het belangrijkste is, waarbij het noodzakelijk is dat de bewoners terug kunnen keren naar hun oude stek in een gerenoveerde woning. Inspreker 4, de heer Jansen namens de Stichting Huurdersbelangen Sittard-Geleen, Echt-Susteren geeft aan dat het belangrijkste is dat de inwoners in een sociaal goed verzorgde woning kunnen wonen. Centraal moet staan het gesprek tussen alle belanghebbenden om tot een goed resultaat te komen. De voorzitter sluit dit deel van de Ronde en gaat over tot de bespreking van het voorstel. Hiervoor geldt één termijn en de bespreking is ingepland tot 21.00 uur. De voorzitter legt vervolgens de orde van de bespreking uit. De heer Paauwe (Stadspartij) beschrijft in zijn inleiding de situatie op de woningmarkt zoals deze in den lande, maar ook in de gemeente Sittard-Geleen zich voordoet. Helaas geeft dit geen positief beeld en is er nog steeds sprake van woningnood en wachtlijsten. Bij bewoners zijn er zorgen of zij wel kunnen terugkeren naar de oude wijk en of zij de nieuwe huur wel kunnen betalen. Voor de Stadspartij is sloop geen optie en zij weet zich hierin gesteund door een aantal woonorganisaties in Sittard-Geleen.
Als belangrijkste argumenten voert zij aan, dat het karakter in de wijk behouden blijft en dat er wordt rekening gehouden met het historisch perspectief van deze woningen. De Stadspartij verwacht een proactieve houding van het college en gaat ervan uit dat er geen sloopvergunningen zullen worden afgegeven. Zij vraagt het college te kijken naar de vele voordelen die renovatie heeft. Tenslotte vraagt zij het college te onderzoeken of er sprake kan zijn van een monumentstatus voor deze woningen. Wethouder Houtakkers geeft aan dat er momenteel nog geen sprake is van een aanvraag voor een sloopvergunning. Mocht dit worden gedaan, dan zullen alle partijen worden gehoord en zal er worden onderzocht wat er aan bescherming in het bestemmingsplan is beschreven. Hoewel de wethouder de zorgen die er zijn begrijpt, is het ZO Wonen die aan zet is. De wethouder gaat ervan uit dat indien er een sloopvergunning wordt aangevraagd, hier een goed plan aan ten grondslag ligt. De heer Pi Van der Venne (D66) benadrukt het belang dat D66 hecht aan monumentale en beeldbepalende gebouwen in Sittard-Geleen. In het bestemmingsplan worden de Stuyt-woningen als beeldbepalend aangeduid. Hij roept de gemeente op om renovatie in plaats van sloop bij de eigenaar van de panden, ZO Wonen, af te dwingen. Als voorbeeld noemt hij de sloop van het oude stadhuis, dat heeft geleid tot spijt en verdriet.
Bovendien is renovatie vanuit economisch oogpunt een logische keuze, die haalbaar is. Pi Van der Venne illustreert dit met een rekensommetje. Hij vraagt de wethouder of het college bereid is advies in te winnen bij de Adviescommissie Omgevingskwaliteit, zodat ZO Wonen ervan kan worden overtuigd dat duurzame renovatie de enige optie is. Dit is op andere plekken in de gemeente ook al toegepast. Ook vraagt hij de wethouder ZO Wonen te informeren dat de gemeente negatief staat tegenover de sloop en haar middelen zal inzetten om deze te voorkomen. Mevrouw Knops-Verjans (GOB) geeft aan dat het fijn is als de spreker voor je al een grote en uitgebreide bijdrage heeft zodat je niet nogmaals zaken hoeft te benoemen Zij benadrukt het belang van goede participatie. Ook zal er volgens GOB zorgvuldig moet worden gekeken welke rol de gemeente hierin kan spelen. De heer Vola (Lokaal Sittard Geleen Born) pleit ervoor namens zijn fractie om geen sloopvergunning af te geven. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) heeft de voorkeur om de woningen te renoveren en te behouden. De bewoners willen graag dat de woningen behouden blijven en voor de gemeente zijn de woningen een stuk van haar geschiedenis.
3
De heer Hoogenberg (VVD) kiest namens zijn fractie voor renovatie. De heer Renet (SPA) benadrukt het belang van behoud van de sociale structuur en dringt erop aan dat hierop wordt ingezet, voor welke optie er ook wordt gekozen. SPA is van mening dat allereerst ZO Wonen met de inwoners tot overeenstemming moet komen en heeft mediation geopperd. Pas als dat niet lukt is het aan de raad om erover te besluiten. De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) vraagt zich af of de alternatieve opties wel voldoende zijn afgewogen. Zijn fractie heeft een aantal acties ondernomen, zoals gesprekken met de bewonersorganisaties, kennisnemen van het ‘second opinion’-rapport van de Bouwhulpgroep, alsmede Art. 43-vragen gesteld. Het verbaast de heer Janssen dat de gemeenteraad geen officiële stem heeft bij een rigoureus besluit over sloop van een hele buurt. Op basis van de verworven kennis kan zijn fractie concluderen dat renovatie niet duurder is dan nieuwbouw. Bovendien is sloop de laatste optie, als er geen andere mogelijkheden meer zijn. Ook GroenLinks/PvdA erkent de cultuurhistorische waarde van de 54 woningen, die een beeldbepalend karakter hebben voor de gemeente. Bovendien sluit sloop niet aan op de circulaire ambities die er zijn geformuleerd binnen de gemeente. Evenals D66 is GroenLinks/PvdA benieuwd naar het advies van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit.
Het lijkt de heer Janssen zinvol om als volledige raad de sloop af te raden. GroenLinks/PvdA is tegen sloop van deze woonwijk, omdat het niet alleen om stenen gaat, maar vooral vanwege de cultuurhistorische waarde. Een politiek oordeel lijkt de heer Janssen gerechtvaardigd, omdat wonen meer is dan een dak boven je hoofd en de inwoners hier een gevoel van thuis ervaren. Hij doet een dringend beroep op de andere fracties om de wethouder ertoe aan te zetten geen sloopvergunningen af te geven. De heer Paauwe (Stadspartij) is erover verheugd dat alle fracties tegen sloop zijn. Hij is benieuwd naar de reactie van de wethouder. Wethouder Houtakkers constateert dat er bij dit onderwerp veel emoties spelen. Hij realiseert zich dan ook dat hier een zorgvuldige benadering past. Hij ontkent dat het college al besloten heeft tot sloop, terwijl de vergunningen nog niet zijn aangevraagd. Hij adviseert de raad om met elkaar in gesprek te gaan over wat er eventueel voor in de plaats komt als sloop onvermijdelijk is. Op dit moment ligt er geen plan, dus het is lastig om hierover advies in te winnen bij de AOK. Advies vragen bij de AOK is regulier bij het beoordelen van plannen. Aandacht voor de sociale structuur en het terugplaatsen van vergelijkbare woningen acht de wethouder een belangrijk onderdeel van het te voeren gesprek tussen ZO Wonen en de bewonersorganisatie.
De wethouder komt er echter zojuist achter dat dit gesprek niet langer plaatsvindt en is gestaakt door de bewonersorganisatie. De wethouder roept partijen op om het gesprek toch op gang te houden. Het lijkt de wethouder geen goed plan om de raad erbij te betrekken, maar ZO Wonen, aanwezig op de tribune, heeft het standpunt van de raad kunnen vernemen. Het staat wat de wethouder betreft nog ter discussie of de panden beeldbepalend zijn en dit kan in de gesprekken nader worden gedefinieerd. De wethouder is van mening dat als na ampele overweging toch tot sloop wordt besloten, het geen zin heeft om alsnog het traject van behouden in te gaan. Het blijft de vraag of het bedrag dat wordt genoemd bij de ‘second opinion’ zuiver is, aangezien ook wordt aangegeven dat het mogelijkerwijs hoger uit kan vallen. Er moet dan overleg komen om te komen tot een weloverwogen besluit op basis van het financiële plaatje. De wethouder is zich terdege bewust van het sentiment dat hierbij een rol speelt, maar hij blijft proberen het op een zakelijk manier te benaderen en wil met de juiste argumenten komen tot een juiste beslissing. De heer Pi Van der Venne (D66) vraagt of het college niet nu al, zij het informeel, kan peilen bij het AOK om alvast vooraf een indruk te krijgen.
4
Wethouder Houtakkers geeft aan dat er momenteel al voldoende bescherming is door het bestaande bestemmingsplan. En wanneer de vraag om advies wordt neergelegd bij de AOK zal deze op dit moment waarschijnlijk antwoorden dat de cultuurhistorische waarde getoetst moet worden. De vergelijking met de sloop van het oude gemeentehuis loopt enigszins mank, aangezien er iets voor in de plaats kwam wat niet in de smaak viel. De heer Renet (SPA) vraagt of de raad in geval van beeldbepalende panden middelen heeft om sloop te vermijden. Wethouder Houtakkers adviseert hierover in overleg te gaan met de griffie. De wethouder vermoedt dat de raad hierin geen rol kan spelen. De heer Renet (SPA) verzoekt de wethouder uit te laten zoeken welke mogelijkheden er zijn voor de raad binnen de nieuwe omgevingswet. Wethouder Houtakkers verwijst nogmaals naar de griffie hiervoor. De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) geeft aan dat het begrijpelijk is dat de discussie plaatsvindt tussen ZO Wonen en de bewonersorganisatie. Hij is echter van mening dat ook de raad hierin een rol kan hebben. Wethouder Houtakkers verwijst hiervoor eveneens naar de griffie. Hij erkent dat de raad over haar eigen agenda gaat, maar hij vraagt zich af of ieder agendapunt geschikt is hiervoor. De voorzitter concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld.
Hij vat samen dat de wethouder heeft bevestigd dat eerst alle partijen gehoord zullen worden, alvorens de sloopvergunning te beoordelen wanneer de aanvraag hiervoor is ingediend. Ook heeft de wethouder aangegeven dat hij de signalen vanuit de raad inzake het sentiment heeft ontvangen en dit mee zal nemen naar het college. Hiermee sluit hij de bespreking van dit onderwerp af.
5
Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 5 september 2024 Tijdstip: 19.00-23.00 uur 1.2 Rondevoorstel PIT Geen editie Marcelinus en Petrus (MP)-feesten meer/ MP feesten wijken uit naar andere gemeente (Houtakkers) 20.00 – 21.15 uur Aanwezig de voorzitter: de griffier:
M. De Loo A. Cortlever
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal PIT:
R.E.W. Breidenbach H. Kamps W.P.H. Paauwe A. Boukhrissi P.R. Pi Van der Venne L. Hoogenberg (afgemeld) P.L.M. Heijlands P.P.H. Vola (afgemeld) M.M.J.T. Schenk-Hermans
het college:
Wethouder Houtakkers
ambtenaar:
Mevrouw Jerbouh
notulen:
J. Poot (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter leidt het tweede agendapunt in en deelt mee dat de fractie PIT samen met de andere fracties wil onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de MP-feesten wel weer doorgang te laten hebben in de gemeente Sittard-Geleen. Het voorstel wordt besproken in één termijn en de richtlijn voor bespreking is drie kwartier. De voorzitter geeft aan welke vergaderorde er geldt voor deze bespreking. In iBabs is opgenomen de technische vragen van de fractie PIT en de beantwoording hiervan door de wethouder. Tevens staat in iBabs de inspreekbijdrage van de organisatie van de MP-feesten. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) beschrijft hoe de MP-feesten al 16 jaar een hoogtepunt zijn in het stadsdeel Geleen. Via de sociale media werd onlangs meegedeeld dat de MP-feesten niet langer
6
doorgang zullen hebben. Uit een onderzoek dat hierop volgde, bleek dat niet alleen raadsleden, maar ook bewoners die zich sterk verbonden voelen met dit evenement zeer teleurgesteld zijn en zich onbegrepen voelen, ook door de politiek. Uit dit onderzoek bleek ook dat er een gevoel bestaat dat de MP-feesten onderhevig zijn aan een zekere mate van willekeur en dat dit de wijze is waarop er met het aanbod van evenementen wordt omgegaan. De reden waarom PIT dit onderwerp op de agenda plaatste is om te kijken welke mogelijkheden er zijn om dit evenement, wellicht aangepast aan de eisen van deze tijd, terug te halen naar het stadsdeel van Geleen. Zij richt zich tot de wethouder, aangezien hij een belangrijke rol vervult in de relatie tussen de gemeente en haar inwoners en zij vraagt hem om zich flexibel op te stellen om dit unieke evenement, dat behoort tot de identiteit van een gemeenschap in ere te herstellen. Ook verwijst mevrouw Schenk naar de verlaging van de provinciale subsidies, waardoor de gehele evenementencultuur onder druk komt te staan. Reden te meer om de MP-feesten doorgang te laten vinden. PIT vraagt de wethouder de relatie met de organisatie van de MP-feesten opnieuw onder de loep te nemen, hoewel er is aangegeven dat de gemeente hier geen rol in heeft.
Er lijkt een impasse te zijn ontstaan in de communicatie met de organisatie van de MP-feesten, maar PIT pleit ervoor om de communicatie weer nieuw leven in te blazen in het belang van alle inwoners die de MP-feesten graag weer terug willen zien komen. Dat een samenwerking met het Bright-festival niet is gelukt biedt volgens PIT voor de MP-feesten nieuwe kansen, bijvoorbeeld door samenwerking met een ander festival. PIT vestigt haar hoop op de welwillendheid van de wethouder die al eens eerder heeft aangetoond alternatieve mogelijkheden te willen onderzoeken. Zij verzoekt hem dringend om te zoeken naar mogelijkheden om de MP-feesten weer terug te brengen naar Sittard-Geleen. Tenslotte meent mevrouw Schenk dat er een technische vraag niet op de juiste wijze is beantwoord en zij vraagt de wethouder hierop terug te komen. Wethouder Houtakkers geeft aan dat er een bedrag van 15.000 euro klaarligt voor de MP-feesten. Er ontstond echter ongenoegen bij de organisatie toen de wethouder voorstelde om samen met een ander evenement op te trekken. De wethouder voelt zich niet aangesproken, aangezien de evenementensubsidieregeling wordt toegepast zoals de raad deze heeft vastgesteld. Bovendien voldoet het MP-evenement niet aan de gestelde criteria en de organisatie was niet bereid om na te denken over een gewijzigde invulling.
Ook ontkent de wethouder dat hier sprake zou zijn van willekeur, aangezien er te allen tijde goed wordt getoetst. De heer Heijlands (SPA) probeert een verklaring te vinden voor de uitingen van frustratie die door de organisatie van de MP-feesten werden gepubliceerd. Dit draagt volgens SPA echter niet bij aan een constructieve samenwerking. SPA is van mening dat de regels moeten worden toegepast en deze vallen helaas slecht uit voor de MP-feesten. Toch zijn er pogingen ondernomen om de organisatie van de MPfeesten tegemoet te komen, zoals de (voor hem onbegrijpelijke) koppeling met het Bright-festival. De heer Heijlands vraagt de wethouder of alle evenementen gelijkwaardig worden behandeld. Ook wil hij weten of de wethouder vindt dat de subsidieregeling Evenementen aansluit bij de huidige tijd. Tenslotte spreekt de heer Heijlands zijn hoop uit dat de MP-feesten weer doorgang zullen vinden in Sittard-Geleen. De heer Breidenbach (GOB) geeft aan dat hij bij nader onderzoek geen omissies heeft kunnen ontdekken op grond van het Evenementen- en Subsidiebeleid. Wat hem wel verbaast is dat er zo nauwkeurig aantallen bezoekers worden genoemd en hij vraagt zich af hoe deze telling heeft plaatsgevonden. Vervolgens beschrijft hij hoe hij erachter kwam dat de MP-feesten geen doorgang zullen vinden en hij hoe de communicatie hierover heeft plaatsgevonden.
Zijn fractie kan hier niet over oordelen, aangezien deze hier niet bij betrokken was. Wel bevreemdt het de heer Breidenbach dat de MP-feesten werden gekoppeld aan het Bright-festival. In zijn betoog verwijst de heer Breidenbach vervolgens naar het succesvolle verleden van de MP-feesten en de energie die vooral vrijwilligers hierin hebben gestoken. Hij is ervan overtuigd dat wanneer de organisatie wederom wordt opgepakt en men ‘open minded’ en met creativiteit het gesprek weer aangaat, er een oplossing gevonden kan worden. Er zijn echter kaders waarbinnen evenement georganiseerd moet worden en dat geldt ook voor de MP-feesten.
7
Hij stelt voor om te kijken welke mogelijkheden er zijn om de MP-feesten een nieuwe kans te geven. Wellicht met een hardheidsclausule of een subsidiebeleid, zodat er een uitzondering gemaakt kan worden. Het GOB roept het gemeentebestuur op om toch nog eens met de organisatie van de MP-feesten in gesprek te gaan. Er is immers een grote groep gemotiveerde en daadkrachtige vrijwilligers beschikbaar. Mevrouw Boukhrissi (GroenLinks/PvdA) geeft namens haar fractie aan het jammer te vinden dat de MPfeesten niet doorgaan. Deze vormen een belangrijk onderdeel in het culturele pakket van de gemeente. Er is echter ook begrip voor de frustratie van de organisatie, die zich zorgen maakt over de gelijkwaardige behandeling van alle evenementen. Voor de organisatoren is niet voldoende transparant dat dit het geval is geweest. Voor mevrouw Boukhrissi is de gemeente verantwoordelijk voor het wegnemen van deze zorgen door open in gesprek te gaan en duidelijke antwoorden te geven. Ook roept zij de gemeente op te onderzoeken hoe de organisatie van de MP-feesten in de toekomst ondersteund kan worden binnen de kaders van de voorwaarden. De heer Kamps (CDA) geeft aan dat hij begrip heeft voor alle gevoelens van sympathie die er leven bij de fracties, maar dat de toon van de berichten vanuit de organisatie van de MP-feesten hem tegenstaat.
De heer Kamps is niet bekend met de MP-feesten en is van mening dat hij deze kwestie objectief kan bekijken. Het komt hem voor dat de gemeente volgens het geldende beleid heeft geprobeerd de feesten te behouden, maar daar kwam veel weerstand op vanuit de organisatie. Hij stelt voor namens zijn fractie om een motie in te dienen ter wijziging van de subsidieregels, die nu kennelijk het struikelblok zijn. De heer Kamps vraagt zich af waaraan de teloorgang van dit grote en gevestigde evenement is te wijten. Hij vindt het belangrijk om uit te zoeken wat er fout is gegaan en wat er veranderd moet worden binnen de organisatie. Namens zijn fractie verklaart de heer Kamps zich bereid om dit te onderzoeken. De heer Pi Van der Venne (D66) heeft kunnen constateren dat de pogingen vanuit de gemeente om de MP-feesten te ondersteunen niet hebben geleid tot het gewenste resultaat. D66 is ervan overtuigd dat het college haar best blijft doen. De heer Vola (Lokaal Sittard Geleen Born) sluit zich aan bij het standpunt van PIT. Echter hij vraagt zich af of de MP-feesten niet aan hun eigen succes ten onder zijn gegaan. De heer Paauwe (Stadspartij) uit namens zijn fractie kritiek op de handelwijze van het college in deze kwestie en spreekt van een afrekencultuur en gebrek bij het college aan maatschappelijke betrokkenheid.
Ook twijfelt de heer Paauwe aan de juistheid van de genoemde aantallen bezoekers en hij vraagt zich af welke instrumenten er werden gebruikt voor deze metingen. Evenementen dienen zich volgens het college te houden aan bepaalde criteria en het bezoekersaantal is er daar één van. Volgens de Stadspartij is het de taak van de gemeente om faciliterend op te treden en kan zij een evenementenorganisatie niet dwingen om met een andere partner samen te werken. De heer Paauwe vraagt de wethouder of ook andere evenementenorganisaties verplicht worden om met andere partners samen te werken. De Stadspartij heeft bij de bestudering van het Rapport Berenschot de indruk gekregen dat er bij toetsingen aan de subsidieregels voor de evenementen sprake is van willekeur. Bovendien komt hierin naar voren dat het de taak van de gemeente is om te faciliteren en te ondersteunen en niet organiseren en afdwingen. Hieruit trekt de Stadspartij de conclusie dat het college ten koste van de MP-feesten ruimte wil maken voor nieuwe evenementen. De Stadspartij is voorts van mening dat de genoemde media-aandacht, alsmede de verplichte veiligheidsaspecten een flinke hap uit de subsidiegelden zullen nemen en dat het geld al op is voordat het evenement heeft kunnen plaatsvinden. De heer Paauwe verwijst naar het lopende onderzoek naar het subsidiebeleid van de gemeente.
De Stadspartij vindt dat het college de MP-feesten de volledige ondersteuning moet verlenen met dezelfde subsidie als voorheen en hij vergelijkt de situatie van de MP-feesten met die van het evenement Spectaculo, waar veel hogere bedragen aan subsidie worden toegekend. De Stadspartij vraagt of dit gebeurt op basis van genoemde bezoekersaantallen. De heer Paauwe verwijst tevens naar de notitie uit het rapport van Berenschot inzake het Evenementenbureau van de gemeente, dat grote evenementen organiseert en ondersteunt. Dit
8
bevreemdt de Stadspartij aangezien andere gemeenten dit overlaten aan marktpartijen. De heer Paauwe vraagt de wethouder hoe het college heeft gereageerd op deze notitie uit 2019. Hij vervolgt zijn betoog met een oproep aan het college om in overleg met de organisatie ervoor te zorgen dat de MP-feesten vanaf 2025 jaarlijks in de gemeente kunnen plaatsvinden met een minimale subsidie van 30.000 euro. De Stadspartij vindt het onbespreekbaar dat het college op dit moment geen toegevoegde waarde ziet in nog een gesprek met de organisatie. Ook lijkt het de fractie zinvol om een werkgroep te vormen, die zich erop richt de MP-feesten in juni 2025 weer doorgang te laten vinden. Tenslotte stelt de heer Paauwe stelt voor om de MP-feesten in het voorjaar te laten plaatsvinden, gezamenlijk met de lentekermis. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) herhaalt haar verzoek om het antwoord op een van de technische vragen te herzien. Voorts refereert zij aan de bijdrage van het CDA en betoogt dat de organisatie van de MP-feesten de subsidie van minimaal 30.000 euro nodig heeft om dit feest op de juiste wijze te kunnen organiseren. Zij benadrukt dat de wens om de MP-feesten te behouden in dit stadsdeel onder de inwoners leeft.
Wethouder Houtakkers verwijst naar de aanpassingen van de subsidieregelingen die eind 2021 zijn gedaan en waarover overleg is geweest met alle partijen in de stad die evenementen organiseren. Er is een minimum bezoekersaantal vastgesteld en een subsidiebedrag van 30.000 euro met het advies aan de organisaties om samenwerking met een andere partij te overwegen om het bovenregionale criterium te bereiken. De wethouder beschrijft vervolgens hoe hierop door de verschillende organisaties is gereageerd en wat het college heeft gedaan om aan alle wensen tegemoet te komen. Bij de organisatie van de MP-feesten werd duidelijk dat er geen animo was voor samengaan met het Bright-festival. De afschaling vond echter wel plaats en dit resulteerde in een subsidiebedrag van 15.000 euro voor de MP-feesten. Dit bedrag is nog steeds beschikbaar. De wethouder verklaart dat van bestuurlijk zijde het nu niet mogelijk is om hier 30.000 euro van te maken, aangezien dit zou indruisen tegen de afspraken die er zijn gemaakt en het zou niet eerlijk zijn tegenover de andere partijen waar de subsidie op de reguliere wijze aan wordt verstrekt. De wethouder ontkent stellig dat het college de bedoeling heeft om een evenement de nek om te draaien, of dat er sprake is van tegenwerking vanuit het college.
Hij loopt echter bij de organisatie aan tegen onwil om mee te ontwikkelen in het kader van het vastgestelde beleid en de vele gesprekken die er zijn geweest hebben dit helaas niet kunnen oplossen. In deze gesprekken heeft de wethouder de organisatie gevraagd om innovatief na te denken en gebruik te maken van de mogelijkheden die er zijn. De wethouder heeft kunnen constateren dat het bezoekersaantal bij de MP-feesten te laag is om bovenregionaal te worden, dus hij adviseert de organisatie om te kijken naar wat wel kan met het eerder genoemde subsidiebedrag. In reactie op de opmerking over het subsidiebedrag voor Spectaculo door de Stadspartij stelt de wethouder dat dit is vastgesteld door de raad en hij beschrijft volgens welke procedure dit is gegaan. Het college heeft anderhalf jaar geleden de raad geïnformeerd over wat er met de aanbevelingen uit het Rapport Berenschot is gedaan. Daarbij werd tevens aangegeven dat het Evenementenbureau van de gemeente onder de loep wordt genomen. De wethouder is het niet eens met de opmerking dat het college evenementen in Geleen verloren laat gaan en hij geeft aan dat er geen evenementen worden benadeeld of bevoordeeld. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) herhaalt haar technische vraag inzake de voorwaarde vanuit de gemeente om op te gaan in één organisatie. Zij stelt dat hier nooit over gesproken is.
Wethouder Houtakkers vraagt mevrouw Schenk haar vraag toe te lichten. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) geeft aan dat er onvrede is ontstaan bij de organisatie nadat er vanuit de gemeente de eis werd gesteld om vanaf 2024 samen te gaan met een andere partij. Ook ontkent zij dat PIT zou hebben gevraagd om 30.000 euro subsidie. Het verzoek was om te onderzoeken hoe de MP-feesten zich kunnen ontwikkelen tot ze voldoen aan de gestelde eisen. Op dit moment met 15.000 euro lukt het de organisatie niet om de MP-feesten de inhoud te geven die voldoet aan de wensen van de inwoners.
9
Wethouder Houtakkers citeert uit de notulen dat de gemeente heeft aangegeven dat het voor de doorontwikkeling beter zou zijn als er zou worden samengewerkt als één organisatie. Vanuit de organisatie van de MP-feesten werd al snel aangegeven dat ze hier niet voor voelen. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) is in bezit van documenten waaruit blijkt dat de gemeente samenwerking als eis heeft gesteld voor 2024 en zij zal deze buiten de Ronde om aan de wethouder ter inzage geven. De heer Breidenbach (GOB) kan vanuit zijn ervaringen met het organiseren van evenementen het eens zijn met het standpunt van de wethouder. Hij heeft van de organisatie van de MP-feesten gehoord dat zij hebben gevraagd om met het Evenementenbureau van de gemeente in gesprek te gaan, maar dat een reactie hierop uitbleef. Hij vraagt de wethouder of het voor de organisatie van de MP-feesten mogelijk is om zich te laten adviseren door dit Evenementbureau. Wethouder Houtakkers geeft aan dat het Evenementenbureau een aantal keer bij de gesprekken aanwezig is geweest om te kijken hoe zij de organisatie zouden kunnen faciliteren, adviseren of verder helpen. Dit heeft echter niet tot het gewenste resultaat geleid met als belangrijkste reden de onwil bij de organisatie om na te denken over een andere koers. De wethouder houdt vast aan zijn overtuiging dat de organisatie met 15.000 euro een mooi feest kan neerzetten.
De heer Paauwe (Stadspartij) is het niet eens met de wethouder gezien de hoge kosten die op het organiseren van een evenement van toepassing zijn. Hij stelt voor om nogmaals met het Evenementenbureau en de organisatie van de MP-feesten aan tafel te gaan om te bekijken hoe de MP-feesten, in welke vorm dan ook weer van de grond te krijgen. Hij vraagt de wethouder of deze bereid is hierin mee te gaan. Wethouder Houtakkers geeft aan welke pogingen er inmiddels zijn gedaan, zoals gesprekken en adviezen. Hij geeft aan dat 15.000 euro een derde is van het bedrag dat nodig is voor de organisatie en dat de MP-feesten zelf verantwoordelijk zijn om het bedrag aan te vullen. De heer Paauwe (Stadspartij) vraagt de wethouder om toch nogmaals met de organisatie en het Evenementenbureau aan tafel te gaan en hij meent dat de meeste fracties hier achter staan. Wethouder Houtakkers legt het initiatief hiervoor bij de organisatie van de MP-feesten. De heer Hoogenberg (VVD) vraagt de wethouder of het mogelijk is dat het college hiervoor de eerste stap zet, gezien de grote waarde die de meeste fracties, maar ook de bewoners van het bewuste stadsdeel hechten aan het evenement. Wethouder Houtakkers geeft aan dat het college de kaders duidelijk heeft gesteld en het bedrag is ook bekend. Als de organisatie bereid is akkoord te gaan met de voorwaarden is zij welkom voor een gesprek.
De heer Paauwe (Stadspartij) verzoekt het college nogmaals om met de organisatie van de MP-feesten te gaan praten en dan het subsidiebedrag buiten beschouwing te laten. Wethouder Houtakkers blijft bij zijn eerdere standpunt. De heer Heijlands (SPA) constateert een tweeledig doel bij deze bespreking, namelijk om de voorgetrokken partijen terug te schroeven, of om de MP-feesten alsnog ook voor te trekken. De voorzitter concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. Hij vat samen dat de wethouder heeft aangegeven dat er een subsidiebedrag beschikbaar is voor de organisatie van de MP-feesten. Hij heeft het initiatief voor nog een gesprek of het aanvragen bij de organisatie gelegd.
10
Notulen van de Ronde in Raadszaal op donderdag 5 september 2024 Tijdstip: 19.00-23.00 uur 1.3 Rondevoorstel SPA City marketing-Mockus rapport (Houtakkers) 21.15 – 22.15 uur Aanwezig de voorzitter: de griffier:
M. De Loo A. Cortlever
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal PIT:
P. Boonen H. Kamps T. Raven J.E. Janssen P.R. Pi Van der Venne L. Hoogenberg (afgemeld) J. Renet P.P.H. Vola (afgemeld) -
het college:
Wethouder Houtakkers
ambtenaar:
de heer Portz
notulen:
J. Poot (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter leidt het agendapunt in en deelt mee dat SPA dit onderwerp in de Ronde wil bespreken, voordat zo’n ingrijpende keuze gemaakt wordt voor de profilering van de gemeente, waarna wellicht nadien een raadsbesluit kan volgen. De raad dient aan te geven welke richting zij wil uitgaan met de profilering van de gemeente. Het voorstel wordt besproken in één termijn en de richtlijn voor bespreking is drie kwartier. De voorzitter geeft aan welke vergaderorde er geldt voor deze bespreking. Allereerst geeft hij wethouder Houtakkers het woord voor een korte inleiding. Wethouder Houtakkers schetst een beeld van het tot nu toe doorlopen traject, zodat het voor iedereen duidelijk is wat de bedoeling is. Het spijt de wethouder dat de heer Renet de kwestie met deze bewoordingen aan de orde stelt, maar het is tevens een goed uitgangspunt om het gesprek aan te gaan. Er zijn in het begin gesprekken geweest met ongeveer 30 stakeholders en de raad is uitgenodigd om hieraan deel te nemen. Er kwam weinig respons op deze uitnodiging, slechts 4 fracties hebben gereageerd. Vervolgens is er een themasessie georganiseerd, waar wethouder Houtakkers werd vervangen door wethouder Tillie. De opgave was; hoe kan Sittard-Geleen concurreren met andere steden. Hiervoor moest er een keuze worden gemaakt vanuit welke invalshoek: de bewoners, de bedrijven of de bezoekers.
Stadsmarketing is het middel dat wordt ingezet.
11
De gesprekken met de stakeholders dienden om te komen tot het definiëren van een unieke stadspositionering. Er is ook een onderzoek gestart met als opzet een analyse van wat er uniek is in de gemeente op het gebied van haar identiteit, wat de bewoners vinden van hun stad en wat de huidige status van de stadsmarketing is. Dit is uitgevoerd door deskresearch, interviews, werksessies en input van de bewoners. Het ontwikkelen van stadsmarketing is een proces van jaren en het houdt meer in dan toerisme. De wethouder noemt vervolgens de voorwaarden die de raad en het college hebben gesteld aan stadsmarketing: keuze maken, authentiek, bewust zijn van de lange termijn, volgens een strategie, raakvlak, herkenbaar. Uit de eerder genoemde gesprekken is naar voren gekomen dat in vergelijking met andere steden Sittard-Geleen zich onderscheidt door het innovatieve, industriële klimaat en de voorzieningen voor bewoners en bedrijven. De focus is gericht op het innovatieve ondernemerschap, de industriële propositie, oftewel een circulaire productiestad. De doelgroepen die niet specifiek zijn opgenomen in de stadmarketing, worden wel meegenomen in de visie hiervan. De wethouder benadrukt dat ‘circulaire productiestad’ slechts een werkterm is en niet de uiteindelijke slogan. De voorzitter gaat over tot de behandeling door de Ronde en hij geeft aan welke vergaderorde hier geldt.
De heer Renet (SPA) begint zijn betoog met het definiëren van het begrip city marketing. Centraal staat daarbij dat het gaat om promotie van wat een stad heeft en niet om het schetsen van een mooi toekomstbeeld, en wat de doelgroep is. SPA is van mening dat de term ‘circulair’ onterecht wordt gebruikt, omdat er geen sprake is van circulariteit in Sittard-Geleen. Ook meent de heer Renet dat Sittard-Geleen een slecht imago heeft, voornamelijk vanwege de aanblik van Chemelot. SPA stelt tevens dat er in de gemeente geen sprake is van productie, op Chemelot na, maar dat is niet voldoende om de gemeente tot circulaire productiestad te benoemen. De heer Renet betoogt dat innovatie vaak ook draait om transformatie, waarbij Chemelot onderdeel zou kunnen worden van de citymarketing. Chemelot biedt weinig voordelen voor de gemeente, wat wel het geval is in Eindhoven, waar het extra werkproductie en imago oplevert. In het Mockus rapport is sprake van ‘ons DNA’, maar de heer Renet vindt dit een onjuiste voorstelling van zaken en hij betoogt dat er dan sprake moet zijn van een langere voorgeschiedenis dan de maximaal 100 jaar waar nu vanuit wordt gegaan. Dan is er aanvankelijk geen sprake van industrie. In de ogen van SPA is de typering ‘circulaire productiestad’ niet juist. De vele evenementen en het sterke verenigingsleven is vele malen meer kenmerkend voor deze gemeente.
De heer Renet stelt voor om daarop te focussen. Wethouder Houtakkers vindt het jammer dat SPA hiermee het gesprek doodslaat door de gehele visie af te wijzen. De stakeholders en de inwoners hebben het onderliggende voorstel als de beste propositie voor stadsmarketing bepaald. De wethouder betrekt de visie ook op het mkb in de gemeente, terwijl SPA zich alleen maar focust op Chemelot. De heer Hoogenberg (VVD) stemt namens zijn fractie in met het onderliggende position paper. Graag verneemt hij van de wethouder wat de volgende stappen zijn en wanneer er een update komt van de stand van zaken. De heer Raven (Stadspartij) staat kritisch tegenover de gekozen slogan ‘Sittard-Geleen, circulaire productiestad’ en is van mening dat er voor een andere moet worden gekozen. De Stadspartij mist een aantal belangrijke elementen hierbij die kenmerkend zijn voor Sittard-Geleen. Bovendien vraagt hij zich af of de meeste mensen zullen begrijpen wat hiermee wordt bedoeld en alleen daarom al lijkt het de Stadspartij niet verstandig om met deze slogan verder te gaan. Hij heeft ChatGTP geraadpleegd door een aantal voor de Stadspartij kenmerkende eigenschappen van de gemeente in zijn vraag te betrekken. Chat GTP deed het volgende voorstel: Innovatie en Chemie, Rijk en Cultuur, Kennis ontmoet Karakter. Vervolgens citeert de heer Raven de motivatie van ChatGTP voor
12
deze slogan. Ook een tweede suggestie van ChatGTP dekt de lading voor wat de Stadspartij betreft beter: Slimme innovatie, Rijke Cultuur, waar Chemie en Creativiteit samen Komen. Ter afsluiting van zijn betoog roept de Stadspartij de wethouder op om een andere slogan te kiezen die meer aansluit bij het zeer brede perspectief dat Sittard Geleen heeft. De heer Pi Van der Venne (D66) deelt namens zijn fractie mee, dat hij zich in principe kan vinden in de inhoud van het position paper, maar dat er toch enkele voor de stad kenmerkende elementen ontbreken. De slogan kan niet worden gekoppeld aan de vele mooie dorpskernen en de fiets- en wandelroutes door de natuur. D66 noemt enkele kenmerkende voorbeelden waarvoor de slogan niet op gaat. Ook stelt de heer Pi Van der Venne dat er enige visie mist in deze stadsmarketing, waarin wordt voorbij gegaan aan de verscheidenheid die er is in Sittard Geleen. Die verscheidenheid herkent D66 ook in de positionering van de EU en D66 stelt voor bij de stadsmarketing naar een gelijksoortige propositie toe te werken. De heer Pi Van der Venne somt op de manier van de EU op wat er dan als kenmerkend voor Sittard Geleen genoemd kan worden. De heer Kamps (CDA) geeft aan dat hij namens zijn fractie kan instemmen met de inhoud van het position paper en dat zijn fractie de wethouder de gelegenheid geeft een en ander verder uit te werken.
De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) sluit zich namens zijn fractie aan bij het standpunt van SPA dat dit zeer belangrijke onderwerp een bespreking verdient. De uitnodiging waarover de wethouder sprak is GroenLinks/PvdA ontgaan. Vervolgens geeft de heer Janssen aan dat hij kritisch staat tegenover de gekozen propositie en hij bij een eerdere themabijeenkomst met Mockus in de loop van dit jaar zijn kritische kanttekeningen heeft geuit. Ook voor GroenLinks/PvdA geldt dat de slogan ongelukkig is gekozen. De heer Janssen refereert aan de eerder gemaakte voorstellen door GroenLinks/PvdA, waarop geen reactie is gekomen. De heer Janssen is namens zijn fractie van mening dat de gekozen werkterm ‘Circulaire Productiestad’ de lading niet dekt. Deze werkterm past eveneens niet bij de toekomstvisie, noch bij de trots en de identiteit van de stad. Ook mist de heer Janssen het hart en de ziel van de geschiedenis en de gemeenschap van Sittard Geleen. Hij vervolgt zijn betoog met een aantal suggesties om te komen tot een definitie die het DNA en de identiteit van de gemeente eer aan doet. Een ander aspect waarover volgens GroenLinks/PvdA moet worden nagedacht in het kader van de propositie is de tenaamstelling Sittard Geleen, alsmede over de uitingen op het beeldmerk.
Tenslotte geeft de heer Janssen de wethouder mee dat bij het merk Sittard Geleen en complete doorvertaling moet komen van de relevante Global Goals. Hij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. De heer Boonen (GOB) geeft namens zijn fractie aan dat de betekenis van de slogan niet geheel duidelijk is. Het GOB wil een en ander positief benaderen en gaat ervan uit dat city marketing belangrijk is, al vindt de heer Boonen het lastig om dit in te vullen. Voor het GOB is de position paper een startpunt van waaruit de ideeën verder uitgewerkt gaan worden. Het GOB maakt graag van de gelegenheid gebruik om met de kwartiermakers aan tafel te gaan om ideeën uit te wisselen. Op dit moment plaatst het GOB nog enige kritische kanttekeningen. Zo vraagt het GOB zich af wat precies het doel is van deze citymarketing als het meer is dan het trekken van toeristen. Evenals een van de vorige sprekers constateert de heer Boonen dat deze citymarketing zich vooral richt op zaken die er niet zijn en hij noemt een aantal voorbeelden. Dit maakt het moeilijk om erbij betrokken te raken en de heer Boonen vraagt het college of het niet beter zou zijn om zich te richten op wat er wel is. Voor een aantal zaken geldt dat dit pas in een verre toekomst speelt en het GOB vraagt zich af op welke wijze hier dan marketing op kan worden ingezet.
Een onderzoek wijst uit dat negen Nederlandse steden zich onderscheiden door circulariteit. De heer Boonen vraagt zich af hoe Sittard Geleen zich hierbij kan profileren. Tenslotte vraagt de heer Boonen of het niet te ingewikkeld wordt gemaakt en hij geeft een aantal voorbeelden van waar je bij bepaalde steden het eerste aan denkt. De heer Renet (SPA) geeft aan dat hij blij is met de reacties van de fracties, maar teleurgesteld over de reactie van de wethouder, die naar zijn idee voorbij gaat aan de suggesties vanuit de raad. Volgens SPA
13
moet de promotie gaan om meer dan de bedrijven in de gemeente en de slogan beantwoordt daar niet aan. De heer Renet roept het college op om de input vanuit de Ronde te betrekken bij de verdere uitwerking en af te zien van de insteek waar nu voor gekozen is in onderliggend position paper. Wethouder Houtakkers geeft aan dat hij hier procesmatig op zal reageren. Dit houdt in dat het unaniem gedragen wordt door de raad, die als stakeholder betrokken is bij de uitwerking. De wethouder stelt voor om met een brede vertegenwoordiging uit de raad een werksessie te organiseren. In zo’n sessie kunnen het college en de raad dichter bij elkaar komen dan nu het geval is. De wethouder krijgt de indruk dat hij zich op een ander level bevindt dan de raadsleden. De heer Renet (SPA) is verbaasd over het voorstel van de wethouder. Hij is van mening dat het beter zou zijn als de heer Borselie de kritische geluiden op het rapport verzamelt en deze aanvult met zijn eigen mening. Hij vraagt de wethouder zijn opvatting toe te lichten. Wethouder Houtakkers geeft aan dat het de bedoeling is dat een externe partij de sessie begeleidt. Hij beschrijft de werkwijze zoals deze in Eindhoven is toegepast en die heeft geleid tot unanimiteit. De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) maakt graag gebruik van de uitnodiging van de wethouder om aan een sessie deel te nemen.
Als input kan dan de uitkomst van de interviews die door de kwartiermakers zijn gehouden gebruikt worden, evenals wat er tijdens deze Ronde te berde is gebracht. De heer Janssen stelt tevens voor om de toekomstvisie van de toekomstambassadeurs erbij te betrekken, aangezien het hier toch lijkt te gaan om een beleidslijn. Wethouder Houtakkers geeft aan dat een aantal stakeholders ook toekomstambassadeurs zijn. De heer Renet (SPA) vraagt de wethouder om aan te geven met welke stakeholders er gesproken is. Ook uit hij de wens dat er geen nieuwe partijen meer worden aangetrokken. Wethouder Houtakkers geeft aan dat dit niet het geval zal zijn en dat de heer Borselie de sessies zal begeleiden. De voorzitter concludeert dat het procesvoorstel van de wethouder door de Ronde gedragen wordt om in een uitgebreide sessie met elkaar het vervolggesprek hierover te voeren. Wethouder Houtakkers geeft aan dat bij voorkeur alle fracties bij deze sessies aanwezig zijn met twee vertegenwoordigers per fractie. Hij vraagt de raadsleden of zij deze voorkeur delen. De voorzitter vult de wethouder aan door de leden te verzoeken om binnen een week bij de griffie de wensen met betrekking tot de procesinrichting kenbaar te maken. Hiermee wordt bedoeld dat de fracties de voor hun belangrijke aspecten kunnen opvoeren voor behandeling tijdens de sessies.
De heer Raven (Stadspartij) stelt voor om ook andere onderwerpen op zo’n avond aan de orde te stellen, als toch de gehele raad bijeen is. De voorzitter concludeert dat het onderwerp voor nu voldoende is besproken en sluit de vergadering om 22.15 uur.
14