CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Ronde Raadszaal 12 oktober 2023

Raad 8 november 2023, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Vaststellen van de notulen4.725 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notulen van de Ronde in Raadzaal op donderdag 12 oktober 2023

1.1 Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs- en Kindfuncties Tijdstip:

19.10-20.50 uur

Aanwezig de voorzitter: de griffier:

D.D.W. Pfoster A. Cortlever

de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie: PIT:

J.H.J. Tholen B.A.J. Hoedemakers W.P.H. Paauwe A.E.H. Wielders B. Kariemie J.M.H. Joosten J.W. Coumans M.C.M.H. Schumans M.M.J.T. Schenk-Hermans

het college:

Wethouder Y.G. Salvino-Meijer

ambtenaar:

dhr. Suykerbuyk en dhr. Arets

notulen

M. Migo (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. Op de agenda staat het raadsvoorstel Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs- en Kindfuncties. Wethouder Salvino-Meijer is portefeuillehouder. De voorzitter heet haar welkom bij de vergadering. Datzelfde geldt voor de ambtelijke ondersteuning, de heren Suykerbuyk en Arets. De voorzitter heet eveneens enkele vertegenwoordigers van de schoolbesturen hartelijk welkom. Eerste termijn Mevrouw Schumans (Lokaal SGB) geeft aan dat haar fractie het op zich goed vindt dat er geld wordt uitgegeven om de gebouwen op te knappen. Ten aanzien van de unilocatie Grevenbicht-Obbicht vraagt ze hoever het staat met de onteigening van het gebied. Kan daar al gebouwd gaan worden in 2024? Daarnaast wil ze weten in hoeverre de geformuleerde ambities, zoals het aardgasvrij maken, worden nagestreefd. De heer Paauwe (Stadspartij) merkt op dat de tijd dat er in elke wijk, dorp of stadsdeel behapbaar onderwijs was, voorbij is. Het gaat nu om de kwaliteit die gegeven kan worden. • De Stadspartij vindt het niet goed dat volgens de planning de eerste verduurzamingsmaatregelen pas gepland zijn in 2034. Kan de wethouder aangeven waarom dat pas in 2034 gebeurt? Zou het niet

1

• • •

•

•

beter zijn samen met de schoolbesturen op te trekken in verband met het versnellen van de duurzaamheidsmaatregelen in relatie tot het staatje op bladzijde 4? De Stadspartij roept op kritisch te kijken naar scholen die niet meer voldoen aan de voorwaarden en/of het aantal leerlingen dat door een mogelijke samenvoeging op stadsdeelniveau een betere en eventueel een goedkopere oplossing is en waarbij goed onderwijs gewaarborgd blijft. Op bladzijde 6 staat dat van de schoolbesturen wordt verwacht dat men zich maximaal inspant om desinvesteringen te voorkomen. Kan de wethouder op basis van de betreffende zinsnede aangeven of zij een bepaalde school c.q. stadsdelen op het oog heeft? De Stadspartij onderstreept het belang van het sociale aspect en de bewegings- en sportmogelijkheden rondom of nabij het onderwijsaanbod. Daarbij spreekt de Stadspartij de wens uit om partijen als Sportstichting Sittard-Geleen, Ecsplore en andere bewegingsorganisaties mee te nemen in toekomstige besluitvorming. De Stadspartij vindt het een prima geste dat het college de benodigde budgetten vanaf 2025 anders wil gaan opbouwen en vindt het wenselijk dit uit te zetten met de voorgestelde bedragen in het staatje van scholen en maatregelen op bladzijde 4. Kan de wethouder dit voorstel nog aanleveren voor de eerstvolgende raadsvergadering? De heer Paauwe zag dat nog een lijstje is binnengekomen.

Kan de wethouder kort aangeven wat het verschil is?

Mevrouw Wielders (GroenLinks/PvdA) kan melden dat haar fractie met tevredenheid heeft kennisgenomen van het plan. Wel mist de fractie een belangrijk onderdeel: de ambitie van het college om te investeren en te verduurzamen en de aandacht voor groen. Ze noemt diverse voorbeelden waaraan de fractie denkt. GroenLinks/PvdA roept op meer en ambitieuzer beleid te maken op het gebied van duurzaamheid en groen. Ze is van mening dat vanuit het college een stimulerende sturing richting schoolbesturen kan uitgaan op het gebied van duurzaamheid. De heer Tholen (GOB) beschrijft kort wat in het SHP staat en hoe het tot stand is gekomen. • Elke school heeft zijn eigen onderwijsconcept om kleur te geven aan het onderwijs. Door te redeneren vanuit het beschikbare aantal vierkante meter in een gebouw ten opzichte van het aantal leerlingen dat deze locatie bezoekt, wordt er volgens GOB geen recht gedaan aan de uitvoering van deze principes. GOB vraagt om hier bij de actualisatie van het SHP rekening mee te houden en niet enkel naar de hoeveelheid vierkante meters te kijken. • Ook de spilfunctie van brede maatschappelijke voorzieningen dient meegenomen te worden bij de toekomstige actualisatie. • Dat de actualisatie van het SHP pas na tien jaar weer plaatsvindt, past wat de GOB-fractie betreft echt niet meer bij deze tijd.

• GOB wil ten slotte wijzen op de ambitie zoals in de Toekomstvisie staat benoemd: een kwaliteitsvol onderwijsaanbod realiseren voor iedereen. Hierdoor worden aan alle kinderen in de gemeente optimale ontwikkelingskansen geboden. Dit SHP ligt hieraan ten grondslag en biedt een basis voor onderwijs en kinderopvang. Mevrouw Joosten (VVD) wijst erop dat haar collega’s al aangaven wat het belang van het SHP is en wat er precies in staat. De VVD mist nog een aantal zaken. • De VVD mist een taalschool. Dit is nodig omdat er steeds meer vluchtelingen en statushouders komen. Op dit moment gaan die naar Stein. Ze wil van de wethouder weten wat daaraan wordt gedaan. • Op dit moment kunnen ouders vaak maar drie dagen per week gebruikmaken van naschoolse opvang. Ze zou het fijn vinden als dit in de gemeente Sittard-Geleen juist als beste gerealiseerd zou worden. • Veel leegstaande scholen en andere gebouwen worden door makelaars opgekocht. Er is heel veel opvang voor ouderen. De VVD mist die voor jeugd en jongeren. Deze zaken ziet de VVD niet terug in het document.

2

•

Het belangrijkste punt voor de VVD is de kwaliteit, voor de jeugd die nu naar school gaat. Te veel scholen voldoen niet. Dat doet de VVD pijn, dat kinderen niet op deugdelijke scholen zitten. Ze vraagt de wethouder ervoor te zorgen dat dit zo snel mogelijk verbetert.

De heer Hoedemakers (CDA) denkt niet dat goed onderwijs niet gegeven wordt in slechte huisvesting, maar goede huisvesting levert wel een bijdrage aan goed onderwijs. Daarnaast heeft hij een aantal vragen en opmerkingen: • Er wordt maatwerk per locatie en per onderwijstype gegeven. Dat moet zo blijven. • Het CDA mist een passage over klimaatadaptatie en waterhuishouding en zou dat graag alsnog opgenomen willen zien. • In 2030 moeten scholen volgens Europa ENG zijn (ENG = energie-neutrale gebouwen). Dat is een tree hoger dan bijna energie-neutraal. Waarom wordt niet al ingezet op ENG? • Met de duurzaamheidsambities zijn uiteraard ook financiën gemoeid. Dat moet inzichtelijk worden gemaakt. • Waarom staat niets opgenomen over een gezond binnenklimaat, dat in elk geval gezorgd wordt voor een deugdelijke temperatuur? • Er stond een passage over het gebruikmaken van natuurlijke bouwmaterialen, zoals hout. Dat is wat de heer Hoedemakers betreft totaal ondergeschikt aan fatsoenlijke huisvesting. Goede huisvesting betekent dat het goed gebouwd moet zijn. • Welke bijdrage gaan de schoolbesturen leveren aan de renovatie van de schoolgebouwen? Dat is namelijk niet gespecificeerd. Dat zou maatwerk per school moeten zijn. Hoe kijkt het college daarnaar? • Er staat dat de aanpassingsmogelijkheden in de gebouwstructuur het onderwijsconcept beperken.

Moet nu gericht worden op het onderwijsconcept of moet er gewoon een goed gebouw neergezet worden? • Er staat een feitelijke onjuistheid op pagina 14. Daar wordt gesteld dat binnen het bouwbesluit Frisse Scholen klasse B de maatstaf is. Frisse Scholen is echter een bovenwettelijk kader. Dus dat kan niet in het bouwbesluit staan. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) heeft van tevoren technische vragen gesteld en daardoor een beter beeld gekregen. PIT wil ten aanzien van de verduurzamingsambities weten: wie gaat dat betalen? Kan de wethouder daar een idee van geven? De heer Kariemie (D66) meldt dat onderwijs zijn fractie aan het hart gaat en is blij dat nagedacht wordt over gelijke kansen in het onderwijs in dit SHP, dat er volop rekening wordt gehouden met vergroening van schoolpleinen en er focus ligt op IKC’s. Hij heeft een aantal vragen en opmerkingen: • Heeft er afstemming plaatsgevonden met omliggende buurgemeentes over dit SHP? Wat is daaruit gekomen? En is dat in een internationaal perspectief geplaatst? Hoe is de euregio hierin meegenomen? • Blijft het college inzetten op het verbeteren van de verkeersveiligheid bij scholen? Hij noemt enkele concrete voorbeelden waar verbeteringen moeten worden toegepast. Hoe wil het college de periodieke overleggen met de scholen over verkeersveiligheid voortzetten? • D66 vindt kwaliteit zwaarwegender dan nabijheid.

De nabijheid dient wel bevorderd te worden middels het verkleinen van de relatieve afstanden. Hoe wil het college dit aanpakken? • Welke aspecten van de vorige onderwijshuisvestingsdocumenten neemt het college mee in het nieuwe SHP? Ten slotte merkt de heer Kariemie op dat D66 overweegt een motie in te dienen inzake buurttaalonderwijs. De voorzitter feliciteert de heer Kariemie met zijn debuut in de rondevergadering. De heer Coumans (PVV) vindt het SHP een belangrijke stap voorwaarts, maar het roept ook een aantal vragen op: • Hoe wordt omgegaan met de veranderde demografische ontwikkelingen en sterk gedaalde leerlingenaantallen in het primair, speciaal en voortgezet onderwijs?

3

• • •

•

• • • • •

Welke concrete maatregelen worden voorgesteld om scholen met leegstand te ondersteunen en welke voorzorgsmaatregelen worden getroffen om ruimtegebrek te voorkomen? Hoe zal het SHP de veranderende dynamiek rondom het maken van schoolkeuzes aanpakken? Wat zijn de voorspellingsmethoden en middelen om de leerlingenaantallen per school te beoordelen? Een belangrijke vraag betreft de verdeling van de investeringen tussen de gemeente en de schoolbesturen. Welke criteria worden voorgesteld voor deze verdelingen? Hoe zorgt het SHP voor eerlijke en transparante besluitvorming met inachtneming van de draagkracht van alle betrokken partijen? Het is ten aanzien van de onderwijshuisvesting essentieel de financiële beheersbaarheid te waarborgen.

Hoe kan gewaarborgd worden dat dit nieuwe financieringsmechanisme ervoor zorgt dat binnen het budget gebleven wordt en financiële verrassingen worden vermeden? Wordt de raad daarvan op de hoogte gehouden? Hoe gaat het SHP om met de behoefte aan flexibele huisvesting om in te spelen op veranderingen in de leerlingaantallen en onderwijsbehoeften? Hoe wordt de ruimtelijke en verkeerskundige impact van de onderwijshuisvesting geëvalueerd en beheerd? Wat kan worden toegezegd om de overlast voor omwonenden qua verkeersproblemen te minimaliseren? Hoe zullen de schoolbesturen bijdragen aan de renovatie en verduurzaming van schoolgebouwen? Welke criteria worden gebruikt om die bijdragen te bepalen? Hoe zal het SHP de toekomstige veranderingen, zoals geschetst in de scenario’s, aanpakken? En welke processen zijn vastgesteld om adequaat te reageren op de dynamiek van de onderwijshuisvesting? Wat zijn de concrete maatregelen die de gemeente overweegt te nemen om te zorgen voor een evenwichtige spreiding van de onderwijslocaties? Hoe wordt de samenwerking tussen de gemeente en de schoolbesturen als het hierom gaat gecoördineerd?

Wethouder Salvino-Meijer is blij met het SHP naar de raad te kunnen komen. Ze benadrukt: het SHP is een koersdocument. Ze vindt het fijn dat een aantal mensen van de schoolbesturen aanwezig zijn. Ze heeft de indruk dat iedereen vindt dat er goede onderwijslocaties moeten zijn en dat de gebouwen moeten voldoen aan de voorschriften, zodat daar goed onderwijs gegeven kan worden, maar ze merkt ook dat verschillende partijen worstelen met de vraag hoe dat te doen. Er staat in het document een behoorlijk groot bedrag genoemd. Iedereen beseft dat 164,3 miljoen erg veel geld is. De wethouder gaat vervolgens in op de gestelde vragen: • Diverse partijen vroegen hoe de verhouding ligt tussen de scholen en de gemeente als het gaat om de financiering. Er zal gewerkt worden op basis van businesscases. Samen met de scholen zal worden bekeken wat de mogelijkheden zijn voor de schoolbesturen qua bekostiging en welk gedeelte voor rekening van de gemeente gaat komen. • Ook de schoolbesturen willen frequent met de gemeente blijven spreken, transparant meegenomen worden in de plannen die gemaakt gaan worden, zodat voor alle scholen duidelijk is hoe de businesscases in elkaar zitten en wat de bijdragen van de andere schoolbesturen daarin zijn. • Op het moment dat een businesscase gereed is om te worden uitgevoerd, wordt altijd teruggekomen naar de raad.

• Lokaal SGB vroeg naar de unilocatie Grevenbicht-Obbicht. Er wordt nog steeds op gestuurd de bouw te laten beginnen in eind Q1 in 2024. Nog niet alle gronden zijn in bezit. Er kan wel al gebouwd worden, maar de onteigening is nog niet afgerond. • De duurzaamheidsaspecten worden meegenomen in het SHP. De schoolbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor het binnenklimaat. Deze zaken worden wel meegenomen in de bestuurlijke overleggen met de scholen. Het college wijst de scholen ook op wat in andere gemeenten wordt gedaan op het gebied van vergroening. De wethouder ziet dat steeds meer scholen inzetten op groen. • Het nieuwe lijstje is toegestuurd, omdat er per abuis twee scholen van afgevallen waren. Die staan nu geel gemarkeerd. • De wethouder wijst mevrouw Joosten erop dat er wel degelijk een taalschool is in Sittard.

4

Mevrouw Joosten (VVD) vraagt waarom de kinderen uit Geleen dan naar de taalschool in Stein gaan en niet naar Sittard? De heer Suykerbuyk licht toe hoe dit zit. De taalschool bedient leerlingen uit een groter gebied. Dat wordt regionaal bepaald. Het is moeilijk hier beleid op te maken, omdat het aantal leerlingen er erg fluctueert. De wethouder vervolgt haar beantwoording op de gestelde vragen. • Ze denkt dat iedereen wel de zorgen deelt over wie dit alles zal gaan betalen. • Als het gaat om de schoolgebouwen, wordt het principe ‘vol is vol’ gehanteerd. Er zal dus niet in een schoolgebouw worden geïnvesteerd, omdat daar een grote aanwas is van nieuwe leerlingen en er daardoor een verruiming nodig is, als er op korte afstand een school is met leegstaande ruimtes. Daar zijn de schoolbesturen zich ook van bewust. • Iedereen heeft aangegeven dat zaken als duurzaamheid, klimaatadaptatie, het groen en de waterhuishouding belangrijk zijn. Deze zaken komen zeker ook aan de orde bij de bespreking van de businesscases. • De verkeersveiligheid wordt heel goed gemonitord. De heer Suykerbuyk beantwoordt vervolgens een aantal technische vragen. • Er is een fasering aangebracht op basis van de ruimtebehoefte en de kwaliteit van de huisvesting. Bij renovatie wordt automatisch de verduurzaming meegenomen. Dat is vooral van belang voor de periode tot 2034.

• Op dit moment is verduurzaming nog niet direct een wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeente. Wel ligt een wetsvoorstel voor waardoor de gemeente een grotere taak krijgt bij met name renovaties en daarbij ook een deel verduurzaming. Dat is nu dus nog niet zo. Op dit moment zijn gemeentes zelfs ook nog niet wettelijk verantwoordelijk voor renovatie. Het is wel een gemeentelijk belang om daarop in te zetten. • Er werd een vraag gesteld over de ‘vierkantemeterberekening’ en dat daarvan uit werd gegaan bij het SHP. De bekostiging, ook voor schoolbesturen, is gebaseerd op het aantal vierkante meter brutovloeroppervlakte. De regel is dat gemeenten een krediet voor nieuwbouw of uitbreiding baseren op het aantal vierkante meter ruimtebehoefte. Binnen dat krediet is een schoolbestuur zelf bevoegd om te kijken hoe ze dat gaan inzetten. De school kan daardoor dus wel degelijk zelf keuzes maken het gebouw op een bepaalde manier op te bouwen. • De actualisering van het SHP heeft, na tien jaar, inderdaad lang geduurd. Dat heeft diverse redenen. Het wetsvoorstel waar hij zo-even naar verwees, voorziet in het verplicht stellen van het eens in de vier jaar opstellen van een integraal huisvestingsplan. • Er is overleg geweest met andere gemeenten over het vormgeven van een SHP. Over het SHP zelf heeft geen direct overleg plaatsgevonden met andere gemeenten, ook niet in het buitenland.

• De verduurzaming wordt in de businesscases uitgewerkt en is iets tussen de gemeente en het betreffende schoolbestuur. Bij elke school gelden specifieke situaties. In het SHP wordt voorgesteld om dit periodiek te bespreken met de schoolbesturen en dit terug te koppelen naar de gemeenteraad. Mevrouw Schumans (Lokaal SGB) las in het raadsvoorstel dat de VNG een jaarlijkse geprognosticeerde investeringsbehoefte van 6 miljoen adviseert tot 2038. De gemeente kiest voor 5,1 miljoen. Is dat dan wel genoeg? Wethouder Salvino-Meijer benadrukt nogmaals dat ergens begonnen moet worden en dat het SHP een startdocument is. Er is nog veel onzeker. Er is nu zo goed mogelijk berekend wat nodig is. Voor 2024 zijn de middelen al opgenomen in de begroting. Voor 2025, 2026 en 2027 is ervoor gekozen om 5 miljoen op te nemen. Dat is om een start te maken met ‘de spaarpot’. De heer Paauwe (Stadspartij) heeft een vraag over het eerdergenoemde lijstje. Zijn nu alle scholen in Sittard-Geleen hierin opgenomen? Wethouder Salvino-Meijer antwoordt dat op het lijstje alleen alle scholen staan opgenomen waar een voorziening nodig is.

5

De heer Paauwe (Stadspartij) wil weten of er ook nog scholen worden afgestoten. Wethouder Salvino-Meijer geeft aan te begrijpen waar de heer Paauwe op duidt. Er zijn ontwikkelingen waar ze op dit moment nog niet open over kan communiceren. Mevrouw Wielders (GroenLinks/PvdA) is van mening dat de kern van haar vragen niet beantwoord is. Ze vroeg uitdrukkelijk naar de ambitie van het college. GroenLinks/PvdA is ervan overtuigd dat het college meer kan doen dan wat verplicht is. De fractie is op zoek naar een algemenere ambitie van de gemeente. Het gaat dan niet alleen om de financiën. Groenere schoolpleinen hoeven bijvoorbeeld niet per se meer te kosten. De heer Suykerbuyk wijst erop dat er wettelijke kaders zijn, maar ook wettelijke financieringsstromen. De gemeente krijgt een bepaald bedrag voor voorzieningen waar zij wettelijk voor verantwoordelijk zijn. De schoolbesturen krijgen dat ook. Er komt dus een wetswijziging aan die de gemeentelijke verantwoordelijkheid groter maakt. Anticiperend daarop wordt nu al een rol opgenomen bij de renovatie en daarmee impliciet een stuk verduurzaming van de schoolgebouwen. Wethouder Salvino-Meijer wijst erop dat de schoolbesturen behoefte hebben aan perspectief, zodat ze weten waar ze aan toe zijn voor de toekomst.

Ze wijst erop, naar aanleiding van een aangenomen motie, met alle scholen in gesprek te zijn gegaan over alle mogelijkheden die er zijn om stappen te zetten op het gebied van vergroening van de speelplaatsen en welke subsidiemogelijkheden er daarvoor zijn. Mevrouw Wielders (GroenLinks/PvdA) zou de scholen ook graag eens willen bezoeken. Als er een keer een rondleiding is, sluit ze graag aan. Wethouder Salvino-Meijer antwoordt dat het goed is dat te organiseren. De heer Hoedemakers (CDA) heeft een opmerking over de vergroening van de schoolpleinen. Een school moet zo’n vergroend plein vervolgens wel veertig jaar blijven onderhouden. Een consequentie kan dus zijn dat schoolbesturen worden opgezadeld met mogelijke meerkosten. Daar zou dus ook budget voor moeten zijn. Wethouder Salvino-Meijer vermoedt dat de scholen hier vast een creatieve oplossing voor zullen vinden. Mevrouw Joosten (VVD) mist nog het antwoord op haar vraag over de BSO. • Daarnaast merkt ze op dat er tussen de gemeente en de schoolbesturen nog weleens wat ruis zit over de vraag wie precies waarvoor verantwoordelijk is. Samenwerking is gewoon heel belangrijk. Ze vindt de opmerking ‘de tijd zal het leren’ dan wel een lastige. • In 2035 moet sprake zijn van inclusieve scholen. Daar hoort meer begeleiding bij en dus ook grotere ruimtes.

Hoe zit dat in relatie tot de vierkantemeterregeling? Wethouder Salvino-Meijer heeft geprobeerd aan te geven niet in een glazen bol te kunnen kijken. De weten regelgeving in dezen zal ook nog gaan veranderen. Daarom zei ze dat de tijd het zal leren. Ze wijst er nogmaals op te gaan werken met businesscases. De schoolbesturen zijn blij met het vaststellen van dit SHP, zodat zij ook perspectief hebben en weten wat de gemeente gaat investeren in de onderwijshuisvesting. Daardoor kunnen ook zij makkelijker en sneller investeren in de schoolgebouwen. De heer Suykerbuyk wijst erop dat de buitenschoolse opvang primair iets is wat via de markt wordt aangestuurd. De behoefte eraan is inderdaad erg toegenomen. De gemeente en de schoolbesturen hebben wel degelijk ook hun rol opgepakt. Bijvoorbeeld is de leegstand in toenemende mate gebruikt voor de huisvesting van kinderopvang. Hij begrijpt de vraag van mevrouw Joosten over de vierkante meters. De gemeente zal zich uiteraard conformeren aan het Rijksbeleid.

6

Mevrouw Joosten (VVD) heeft hier een verduidelijkingsvraag bij. Wordt er gewacht tot de wet definitief is of wordt daar al op geanticipeerd? De heer Arets merkt op dat iedereen wil proberen de kwaliteit van de schoolgebouwen te vergroten, maar dat de wetgeving achterblijft. Geprobeerd wordt dat hier in gezamenlijkheid op te lossen en er wordt geprobeerd te anticiperen op de aankomende ontwikkelingen. De heer Hoedemakers (CDA) geeft aan dat de wethouder aangaf dat de businesscasebenadering wordt gedragen door de bestuurders. Staan zij er volledig achter dat per school bekeken zal worden hoeveel door het schoolbestuur wordt bijgedragen? Wethouder Salvino-Meijer geeft aan dat dat inderdaad het geval is. De heer Hoedemakers (CDA) wijst erop dat de wethouder ook zei dat het binnenklimaat een taak is van de besturen. Waarom wordt dat niet opgenomen in de ambitie? De heer Arets repliceert dat verduurzaming ook een taak is van de besturen. Er zit gewoon een aantal gaten in de wet. De wet loopt achter bij de behoeften die er zijn. Op het moment dat er gerenoveerd wordt, wordt uiteraard ook het binnenklimaat zodanig aangepakt dat dat in orde is. Wethouder Salvino-Meijer wijst erop dat de schoolbesturen hier zelf ook al hun verantwoordelijkheid in nemen.

Mevrouw Joosten (VVD) constateert dat de luchtkwaliteit op dit moment in een aantal schoolgebouwen echt niet goed is, maar dat nu gezegd wordt dat de wetgeving achterloopt. Dit kan niet zo zijn. Ze vindt dit niet uit te leggen naar de ouders van wie de kinderen naar deze scholen gaan. Ze vraagt zich af: wat gaan we nu doen om ervoor te zorgen dat die luchtkwaliteit nu verbetert en dat de kinderen kunnen werken in goede temperaturen? Ze denkt dat dat samen moet. Wethouder Salvino-Meijer is het er helemaal mee eens dat dat samen moet. Er is een lijst gemaakt van de scholen waarmee aan de slag wordt gegaan. Daar wordt het hele pakket in meegenomen. Echter, proactief kan al met scholen in gesprek worden gegaan. Dat gebeurt ook. De scholen zijn zich er zelf ook van bewust dat het binnenklimaat in orde moet zijn. De heer Suykerbuyk wijst er nogmaals op dat er een wetswijziging in voorbereiding is. Ook zijn er in het kader van het Groeifonds gelden beschikbaar gesteld voor onderwijshuisvesting, met name om de processen voor onderwijshuisvesting te verbeteren, inclusief de afstemming met de diverse betrokken partijen. Volgend jaar kunnen daar waarschijnlijk subsidies voor worden verkregen. Wellicht dat dat hiervoor kan worden ingezet. De heer Paauwe (Stadspartij) noemt als willekeurig voorbeeld basisschool Leyenbroek. Daar staat: verduurzamen in 2035.

Stel dat de school gigantisch veel energie verbruikt, en nu een verduurzamingsmaatregel wil toepassen. Is er dan een vorm van financiering die het schoolbestuur in termijnen kan terugbetalen? De voorzitter geeft aan dat ervoor gewaakt moet worden de discussie op microniveau te gaan voeren. Het college overlegt met de schoolbesturen over wat er nu op dit moment mogelijk is. De heer Suykerbuyk wijst erop dat de schoolbesturen middelen ontvangen voor de energiekosten, niet de gemeente. Verduurzaming kan leiden tot een betere energie-exploitatie. De schoolbesturen kunnen er eigenstandig voor kiezen om middelen in te zetten voor het verduurzamen. De speelruimte voor gemeenten om bij te dragen aan die exploitatie is heel beperkt. De heer Kariemie (D66) vraagt nogmaals of er bij het opstellen van het stuk afstemming is geweest met andere gemeenten.

7

Wethouder Salvino-Meijer verwijst naar het antwoord dat hier eerder tijdens de vergadering op gegeven is. De heer Coumans (PVV) heeft nog geen antwoord gehad op zijn vraag over de demografische ontwikkelingen. Hij leest de vraag nogmaals voor. De heer Suykerbuyk antwoordt dat de demografische ontwikkelingen zijn meegenomen in het SHP. In de scenario’s kan per school worden bekeken wat de ontwikkeling is van het aantal leerlingen. Daarop zijn de maatregelen gebaseerd die genomen moeten worden per school en dat is weer doorberekend naar wat financieel nodig is om die maatregelen te treffen. Dat heeft geresulteerd in het bedrag van 163,4 miljoen euro. De heer Hoedemakers (CDA) wijst erop dat één school schreef: met extra lokalen wil de school nog meer inzetten op profilering van onder andere een sportieve en gezonde school en het onderwijsconcept meer vormgeven. Hoe rijmt dat met het gelijkheidsbeginsel? Wil straks niet elke school dat? De heer Suykerbuyk geeft aan de vraag te begrijpen. Het is een plan dat is opgesteld in opdracht van o.a. de gemeente en de schoolbesturen door een extern bureau. Hij benadrukt: het is niet een rapport van de gemeente, maar een extern rapport. De gemeente geeft nu haar visie daarop. Dat blijkt ook uit het raadsvoorstel. De opmerking waar de heer Hoedemakers naar verwees is financieel niet ruimtelijk extra doorvertaald.

De voorzitter inventariseert of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is het geval. Tweede termijn Mevrouw Joosten (VVD) heeft een vraag aan de heer Hoedemakers. Hij gaf volgens haar aan dat er geen slechte schoollocaties zijn. Dat vond ze erg bijzonder. Ze wil graag weten of hij een aantal van deze scholen überhaupt bezocht heeft. Ook gaf hij aan dat een temperatuur van 25 graden goed zou zijn om bij te leren. Dat ziet zij heel anders. De heer Hoedemakers (CDA) noemde 25 graden in de context van dat het buiten 35 graden is. Ten aanzien van het eerste punt verduidelijkt hij wat hij bedoelde. Hij denkt niet dat er per se slecht onderwijs uit een goede school komt of andersom. Wel zou gestreefd moeten worden naar zowel een goed gebouw als goed onderwijs. Mevrouw Joosten (VVD) vindt dit een heel bijzondere redenatie. Ze is van mening dat de scholen vreselijk hun best doen om goed onderwijs te geven. Maar als het koud en tochtig is en de luchtkwaliteit niet goed is, en de kinderen hoofdpijn krijgen omdat er te weinig zuurstof in de lucht zit, dan kun je niet goed leren, ook niet als de beste leraar van heel Nederland voor de groep staat. De heer Tholen (GOB) heeft een vraag aan de heer Kariemie. Hij kondigde aan mogelijk een motie te gaan indienen.

In hoeverre heeft de beantwoording van de wethouder hem in dat voornemen al dan niet gesterkt? De heer Kariemie (D66) geeft aan dat hij hier nog overleg over zal hebben met zijn fractie. Mevrouw Wielders (GroenLinks/PvdA) heeft een vraag voor de heer Hoedemakers. Vindt hij het voorbeeld dat hij gebruikte van zijn oprit wel passend in deze context? De heer Hoedemakers (CDA) snapt de opmerking. Een schoolbestuur krijgt geld van het Rijk voor het onderhoud van gebouwen en niet van de gemeente. Dus zal de gemeente dan jaarlijks geld moeten bijpassen, of het Rijk moet dat doen. Je kunt wel een mooi schoolplein neerleggen, maar dat moet ook onderhouden worden. Dan moet er ook budget zijn.

8

Mevrouw Wielders (GroenLinks/PvdA) antwoordt dat niet alles terug geredeneerd moet worden naar financiën. Zou het, los van de financiën, bijvoorbeeld niet fijner zijn als er fruitbomen op het schoolplein staan? In plaats van dat het vergeleken wordt met een oprit. De heer Hoedemakers (CDA) vindt dat de gemeente wel over de financiën gaat, alleen slechts incidenteel, niet jaarlijks. Hij bedoelde te zeggen: een oprit onderhouden is goedkoper dan een tuin onderhouden. De heer Paauwe (Stadspartij) heeft nog een vraag aan de heer Kariemie. Hij noemde een school in de buurt van het ziekenhuis in Geleen. Welke school bedoelde hij? De heer Kariemie (D66) geeft aan dat hij dat niet gezegd heeft. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) geeft aan dat de verhalen van haar collega’s de indruk doen rijzen alsof het onveilig zou zijn op de scholen. Ze heeft hen niet gehoord over de docenten en de leerkrachten. Worden die zorgen door hen gedeeld? Ze is geschrokken van de situatie zoals die geschetst werd. Mevrouw Joosten (VVD) merkt op dat haar constateringen juist afkomstig zijn van onderwijzers. Zij maken zich zorgen. Gevaarlijk is het niet, maar er liggen wel zorgen. De VVD heeft de problemen ook zelf gezien. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) deelt de zorgen. Ze vindt dat wel voorkomen moet worden dat mensen angstig worden om hun kinderen naar deze scholen te sturen.

Mevrouw Schumans (Lokaal SGB) wil graag aangeven het jammer te vinden dat mevrouw Joosten niet op de hoogte was van het bestaan van de taalschool. Ze geeft er een korte toelichting over. Mevrouw Joosten (VVD) geeft aan dat het mooie van een debat is dat iedereen van elkaar kan leren. De voorzitter inventariseert of het raadsvoorstel als hamerstuk kan worden geagendeerd voor de raadsvergadering van 8 november. Dat is het geval. Mocht D66 de motie willen indienen, dan kan dat aan de griffie worden doorgegeven. Het college heeft een toezegging gedaan voor het organiseren van een werkbezoek over de vergroening van schoolpleinen. De voorzitter dankt iedereen voor de gevoerde discussie en sluit de vergadering.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=23af1308-d4a0-4a79-8700-01d13ef329d6