Notulen Ronde Raadszaal 12 januari 2023
Tekst van het document
Notulen van de Ronde in Raadzaal op donderdag 12 januari 2023 1.1 Rondevoorstel Concept beleidskaders voor het huisvestingsbeleid arbeidsmigranten in de gemeente Sittard-Geleen Tijdstip:
19.00-20.30 uur
Aanwezig de voorzitter: de griffier:
D.D.W. Pfoster A. Cortlever
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie: PIT:
L.W. van Rijswijk P.T.H.M. Henssen W.P.H. Paauwe A.E.H. Wielders E.H.P. Vaessen-ten Haaf H. Harzi M.H.J. Klaassen P. Winteraeken-Bruls S. Strijkers L. Wakrim
het college: ambtenaren:
wethouder L.G.A.J. Geilen E. Puggioni
notulen
M. Migo (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter opent de vergadering en leidt het eerste agendapunt in. Het voorliggende concept is op basis van een inventarisatiefase door het college. Het doel van de opiniërende ronde is om het concept beleidskaders te bespreken. Er wordt in een later stadium tevens een tweede meedenksessie door het college georganiseerd, waarna de beleidskaders in definitieve vorm naar de raad zullen worden gestuurd. Mevrouw Winteraeken-Bruls (SPA) heeft een aantal opmerkingen en vragen bij dit agendapunt. • SPA wil weten voor wie en voor welke bedrijven de arbeidsmigranten naar Nederland komen. Ook dient de gemeente zich af te vragen of de voordelen opwegen tegen de nadelen. • SPA is het eens met de opmerking dat Sittard-Geleen weinig short-stay arbeidsmigranten huisvest. Veel bedrijven in de omgeving maken van deze arbeiders gebruik en deze worden met busjes vanuit Sittard-Geleen naar hun werkplek vervoerd. SPA vindt dat de bedrijven die deze arbeiders werk verschaffen ook voor adequate huisvesting moeten zorgen, buiten de reguliere woningmarkt om en met een maximum reisafstand van 15 kilometer. • Met de huisvesting van arbeidsmigranten in leegstaande bedrijfspanden en hotels in woonomgevingen kan SPA akkoord gaan, mits dit niet ten koste gaat van de woonkwaliteit van de reguliere omwonende inwoners.
Mevrouw Winteraeken-Bruls stelt voor dit mee te nemen bij het opstellen van het participatiebeleid in het kader van de Omgevingswet.
1
• • • •
Zij vraagt of er momenteel panden verbouwd worden voor huisvesting van arbeidsmigranten en als dit het geval is, zijn daarvoor vergunningen afgegeven? Ook vraagt zij zich namens haar fractie af of deze panden voldoen aan de regels die in het concept worden voorgelegd. SPA is het eens met de beperking van maximaal vier personen per woning, en wil hierop geen uitzonderingen. Ten aanzien van de handhaving nadat het beleid is vastgesteld, vindt SPA een overgangstermijn van enkele jaren aanvaardbaar. Ten slotte stelt SPA voor om bij de huisvesting van arbeidsmigranten de gehele Westelijke Mijnstreek te beschouwen, aangezien het een regionale aangelegenheid is.
De heer Klaassen (PVV) geeft aan dat het voor de PVV neerkomt op legaal versus illegaal wonen, waarbij bepaalde situaties overlast geven en waarbij arbeidsmigratie ten koste gaat van andere inwoners. • Voorts is de PVV van mening dat het principe van vier personen per woning moeilijk is te regelen. • De PVV stelt voor om long-stay arbeidsmigranten te huisvesten in panden die als woning geschikt zijn en overige arbeidsmigranten die geen gezamenlijk huishouden voeren te plaatsen in leegstaande kantoorpanden of hotels. Voorwaarde is wel dat er een omgevingsdialoog wordt gevoerd om de overlast zo veel mogelijk te beperken. • De passage op pagina 7 over het toepassen van hetzelfde regime op de mix van doelgroepen is voor de PVV verwarrend, aangezien dit slechts alleen lijkt te gelden voor mid-stay. De heer Klaassen vraagt zich af voor wie nu welke regels gelden. • De PVV is er voorstander van om huisvesting te zoeken op het bedrijventerrein of het buitengebied ter ontlasting van de kern. • Een aantal kwesties in het concept raakt volgens de PVV de landelijke regelgeving, zoals arbeidsmigranten versus mensen in de bijstand. • Ten slotte lijkt het de PVV zinvol om ook de commerciële activiteiten die er in dit kader plaatsvinden bij dit onderwerp te betrekken.
• Vraag aan de wethouder: in welke mate zijn er concrete problemen rondom arbeidsmigranten in Sittard-Geleen? Om hoeveel situaties gaat het? • Samenvattend gaat het voor de PVV vooral om de woningmarkt en de leefbaarheid. Daarom bevreemdt het hem dat dit stuk als aparte kwestie wordt behandeld. Hij vraagt zich af of dit niet als thema kan worden meegenomen bij het Woondossier. Mevrouw Harzi (VVD) heeft twee vragen aan de wethouder: • Waarom heeft het college de Oekraïense vluchtelingen opgenomen in dit woonbeleid? Dit zijn namelijk geen arbeidsmigranten, maar vluchtelingen. • Hoe wordt het nachtregister (pag. 9) vormgegeven? En hoe wordt dit met de privacy gewaarborgd? Mevrouw Wakrim (PIT) verwijst terug naar de door haar partij gestelde technische vraag 6, inzake klachten van omwonenden van door opkopers verhuurde woningen aan arbeidsmigranten. Waar kunnen deze klachten worden ingediend? De passage over de aanpassing van de bestemmingsplannen op pagina 5 van het concept is voor PIT onduidelijk en mevrouw Wakrim vraagt om verduidelijking aan de wethouder. Mevrouw Wielders (GroenLinks/PvdA) vraagt zich namens haar partij af of er niet meer vaart gemaakt moet worden met het beleid, aangezien het aantal arbeidsmigranten stijgt.
• De fractie GroenLinks/PvdA adviseert tevens met klem om een keurmerk toe te passen op de huisvesting, zodat er sneller tot handhaving kan worden overgegaan. Het werken met SNF-normen heeft de voorkeur. • Het stuk over parkeren vindt mevrouw Wielders onduidelijk. GroenLinks/PvdA wil dat parkeren een onderdeel wordt van een actief huisvestingsbeleid. • Het aanpassen van het bestemmingsplan is ook een aandachtspunt voor GroenLinks/PvdA. Invulling hiervan blijft onduidelijk in het onderliggende document. • Voor het overige ondersteunt haar fractie de voorstellen over de handhaving.
2
De heer Strijkers (Forum voor Democratie) vraagt zich af of het mogelijk is om afzonderlijk beleid te ontwikkelen voor de huisvesting van arbeidsmigranten. In dit kader schetst de heer Strijkers de woningproblemen in de gemeente voor de reguliere inwoners. Hij signaleert een grote inspanning bij het zoeken naar huisvesting van arbeidsmigranten en mist dit bij het zoeken naar huisvesting voor de starters in de gemeente. • Het is Forum voor Democratie onduidelijk waar de nieuwe tijdelijke huisvesting voor verschillende in het document genoemde doelgroepen geplaatst kan worden. Ook vraagt de heer Strijkers zich af hoe het toewijzingsbeleid in zijn werk gaat. Forum zal niet akkoord gaan met voorkeursbehandeling hierbij van statushouders en arbeidsmigranten. • Forum voor Democratie staat achter het voorstel om huisvesting te realiseren bij agrarische bedrijven of in vrijkomende agrarische bebouwing, mede ter behoud van de agrarische omgeving. • Voor de heer Strijkers is het niet per se noodzakelijk om arbeidsmigranten te faciliteren, zoals in het onderliggende document wordt geformuleerd. Hij twijfelt aan de motivatie van de gemeente hiervoor. • De fractie kan zich niet vinden in het voorgestelde beleid, die sterk gericht is op één doelgroep en een andere discrimineert. Met een enkele uitzondering, zoals bij gehandicapten of gevallen van huiselijk geweld.
• Ten slotte schetst de heer Strijkers nog enkele misstanden, vooral in de commerciële sfeer. Hij vraagt de wethouder of hij hiervan op de hoogte is. De heer Henssen (CDA) benadrukt het belang van de beleidskaders voor huisvesting van arbeidsmigranten. Hij heeft namens het CDA enkele vragen en opmerkingen naar aanleiding van het onderliggende document. • Wat kan de gemeente doen aan de taalbarrière die de arbeidsmigrant ervaart? • Hoe denkt de wethouder de beperking van de Algemene Gegevens Verordening aan te kunnen pakken? • Hoe helpt het beleidskader om te voorkomen dat er sprake is van een negatieve impact? En wat zijn de overige mogelijkheden om situaties zoals bij de Burgemeester Lemmensstraat in de wijk Lindenheuvel in de toekomst te voorkomen? • Hoe is momenteel en in de toekomst de capaciteit van de teams Toezicht & Handhaving, Openbare Orde & Veiligheid, Economische Ontwikkeling en Vergunningen en Parkeren? • Is er sprake van inburgering als de arbeidsmigranten zich gaan begeven op de reguliere woningmarkt? • Het CDA is er blij mee dat de exploitatievergunning, om de huisvesting te waarborgen en de overlast tegen te gaan, als kader wordt gesteld.
• Hoe gaat het college controleren dat er aan de registratieverplichting wordt voldaan door arbeidsmigranten? • Is er voldoende capaciteit om te handhaven op het verplichte inschrijven? Op dit moment bestaat er een onvolledig overzicht van de ingeschrevenen. • Met het huisvesten van arbeidsmigranten komt er ook een grote druk op de parkeermogelijkheden met alle problemen van dien. Het CDA vindt dat deze parkeerproblematiek ook moet worden meegenomen in het huisvestingsbeleid van arbeidsmigranten. Ook controle naar verzekering en wegenbelasting hoort hierbij, indien de arbeidsmigranten hier niet van zijn vrijgesteld. Mevrouw Vaessen-Ten Haaf (D66) geeft namens haar fractie aan dat zij legale arbeidsmigratie wil stimuleren, maar dat er wel enkele voorwaarden aan verbonden zijn; arbeidsmigratie is tijdelijk en moet in lijn zijn met het internationaal recht. Het mag ook geen goedkoop alternatief zijn voor Nederlandse werkenden, en de arbeidsmigranten moeten werken onder dezelfde voorwaarden. Voor huisvesting moet er onderscheid worden gemaakt tussen long-stay en short-stay arbeidsmigranten, waarbij de eerste categorie gebruik moet kunnen maken van de reguliere woningmarkt. De short-stay migranten kunnen worden opgevangen in tijdelijke woonvormen. Zij vraagt de wethouder of deze tijdelijke plekken in SittardGeleen aanwezig zijn.
Is het college bereid om in gesprek te gaan met bedrijven om te kijken naar mogelijkheden om arbeidsmigranten bij het betreffende bedrijf op te vangen? • Voor D66 is het in alle gevallen van huisvesting voor arbeidsmigranten belangrijk dat de geldende regels en normen worden nageleefd en dat hierop wordt gehandhaafd.
3
• • •
D66 hecht veel waarde aan het rapport-Roemer waarin het aantal personen per leefruimte staat beschreven ter bevordering van kwalitatief goede huisvesting en ter voorkoming van problemen in de leefomgeving. D66 hecht groot belang aan handhaving van de regels. Mevrouw Vaessen-Ten Haaf vraagt de wethouder of er hierin wordt samengewerkt met andere gemeentes en wellicht ook over de grens, vooral om van elkaar te leren. Zo niet, is het college dan bereid dit op te pakken?
De heer Van Rijswijk (GOB) deelt namens zijn fractie mee dat het belangrijk is dat de raad weet wie er in de gemeente verblijft. Daarom moet eenieder zich inschrijven. Dit is deels ook een verantwoordelijkheid van de werkgevers om de medewerkers hierop te attenderen. Dit heeft ook als voordeel dat de ingeschrevenen meetellen bij de verdeling van het gemeentefonds. • Het GOB vindt dat er veel nadrukkelijker een verantwoordelijkheid bij de werkgevers gelegd moet worden, waarin de gemeente een actieve rol moet nemen. De heer Van Rijswijk stelt voor om hiervoor het systeem van gele en rode kaarten toe te passen. Indien een bedrijf de rode kaart krijgt toebedeeld, kan dit vanuit de gemeente nadelige gevolgen hebben. • Ook adviseert de heer Van Rijswijk het rapport-Roemer te betrekken bij de uitwerking. • Ten slotte is het GOB van mening dat de gemeente erop moet toezien dat huisvesting van de migranten verdeeld wordt in de regio. De heer Van Rijswijk nodigt het college uit om hiervoor een beleidsregel te ontwikkelen en deze aan de raad voor te leggen. De heer Paauwe (Stadpartij) vraagt zich in dit kader af hoeveel werklozen en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt er momenteel in de gemeente zijn.
Zijn vraag aan de wethouder luidt: welk actief en stimulerend beleid wordt hierop gevoerd, zodat het aantal werkzoekenden drastisch omlaag kan? • De heer Paauwe betreurt het dat de eerder door de raad aangevraagde themasessie inzake veilig wonen niet heeft plaatsgevonden, terwijl nu een huisvestingsbeleid aan de raad wordt voorgelegd. • Hij vraagt de wethouder om aan te geven hoe hoog het percentage van woningzoekenden is, en wat de wachttijden zijn in de gemeente Sittard-Geleen. Deze vraag kan eventueel schriftelijk worden beantwoord indien de wethouder de cijfers niet paraat heeft. • Ten slotte vestigt de heer Paauwe nadrukkelijk de aandacht op het reeds lang bestaande huisvestingsprobleem in de gemeente. Hij pleit ervoor dat het college structureel met partijen aan de slag gaat om het aantal woningzoekenden te laten afnemen. Het huisvesten van statushouders en arbeidsmigranten mag hierbij geen vertraging opleveren. • Ook roept de Stadspartij op om lopende aanvragen voor nieuwe woningen te versnellen, zodat het aantrekkelijk blijft om in Sittard-Geleen te blijven wonen en te werken. Wethouder Geilen stelt vast dat er veel vragen zijn gesteld die buiten het voorliggende beleid vallen. Dit voorstel gaat over het huisvesten van de mensen die hier al zijn.
De centrale vraag is wat de raad belangrijk vindt bij de verdere uitwerking van de beleidskaders voor huisvesting van arbeidsmigranten. En hoe voorkomen we problemen zoals deze zich voordeden in de Burgemeester Lemmensstraat. De wethouder constateert dat hierbij de meningen van de raadsleden uiteenlopen. Er moet nu worden vastgesteld welke kaders het college en de raad kunnen hanteren om beheersbaar te kunnen werken. • De wethouder geeft aan dat er ook wordt gekeken naar de beleidsvoering van andere gemeentes bij het huisvesten van arbeidsmigranten. De situaties zijn echter niet altijd vergelijkbaar en dan moet het college haar eigen plan trekken. • Vanwege de complexiteit van de materie en de gesprekken die gevoerd moeten worden, is het lastig om snel tot uitvoering van het beleid over te gaan. Ook corona heeft voor de nodige vertraging gezorgd. • Er komt nu meer vaart. In februari is er een vervolgsessie om de stakeholders erbij te betrekken. Vervolgens moet worden bepaald voor welke doelgroep wat geldt, welke regels er gaan gelden en hoe de uitvoering moet vormkrijgen. • Er zijn nog geen concrete plannen om panden te verbouwen, maar er moet wel een kader komen voor het geval er een partij komt met een voorstel hiervoor.
4
• •
• •
• • • •
Beleidskaders zijn ook belangrijk voor de handhaving. Wanneer je in aanraking komt met een nietvergunde situatie, kun je er het beleidskader tegenaan houden. De niet-vergunde situaties komen meestal in beeld naar aanleiding van klachten. In het bestemmingsplan moet het duidelijk worden wat de beleidskaders inhouden. Wanneer het kader is vastgesteld, is het bestemmingsplan een instrument waarmee de regel wordt bekrachtigd. De wethouder erkent dat niet duidelijk staat in het document welke regel voor welke doelgroep geldt en zegt toe hier in de verdere uitwerking scherper op te zijn. Ook het college is geen voorstander van het onderbrengen van arbeidsmigranten in agrarische bebouwing, aangezien de verspreiding dan te wijd is en het minder beheersbaar en controleerbaar is. Het college vindt het momenteel een goed moment om met dit voorstel te komen, aangezien hiervoor al een aantal keer vanuit de raad een verzoek is gekomen. Ook actuele situaties, zoals aan de Burgemeester Lemmensstraat en de signalen dat er partijen zijn die panden willen gaan inzetten voor arbeidsmigranten zijn aanleiding om dit voorstel nu aan de raad te doen. Hiermee loopt het college vooruit op het Woonbeleid dat eind 2023 aan de orde komt, waarvan dit een onderdeel zal worden.
De wethouder ontkent dat de beleidskaders gelden voor de doelgroep Oekraïners, en dit staat ook niet vermeld in het voorliggende stuk. In de desbetreffende passage op pag. 5 staat dat je gebouwen zou kunnen maken met mengvormen en dat je daar ook Oekraïners zou kunnen huisvesten. De wethouder geeft aan dat het college het nachtregister wil onderbrengen bij de APV-regeling om daarmee grip te krijgen op de leefomstandigheden van de arbeidsmigranten. De wethouder benadrukt dat het voorgestelde beleid gaat over het regelen van het huisvesten van arbeidsmigranten, onder welke voorwaarden je dit kunt doen en hoe de leefomstandigheden worden geregeld. Dit is geen beleid om opkopen tegen te gaan. Ten aanzien van het parkeren geldt een parkeernorm en bij het huisvesten geldt een parkeerbeleid gekoppeld aan wonen. De gemeente kan niet nagaan of er wegenbelasting wordt betaald.
Mevrouw Wielders (GroenLinks/PvdA) verduidelijkt haar eerdere vraag over het maximumpercentage arbeidsmigranten per straat. Wethouder Geilen antwoordt dat er ook minimaal drie woningen tussen moeten zitten om te voorkomen dat het uit de hand loopt, zoals in de Burgemeester Lemmensstraat, waar de 10 procent arbeidsmigranten naast elkaar wonen. Ook wordt er per situatie gekeken wat er mogelijk is. • De wethouder benadrukt dat er geen relatie is met de druk op de sociale woningbouw, aangezien de woningcorporaties zich niet bezighouden met het huisvesten van arbeidsmigranten. Het initiatief komt vooral uit de particuliere markt en daarom is het wenselijk kaders te stellen. • Op de vraag van de heer Henssen antwoordt de wethouder dat de verantwoordelijkheid ligt bij de verhuurder/huisvester, die je hierop kunt aanspreken, maar niet verplichten. Dit geldt ook voor het inschrijven. Daarom is het niet mogelijk om de strenge sancties van een ‘rode kaart’ hieraan te verbinden. • De beleidskaders worden juist opgesteld door normering te stellen aan de manier waarop gehuisvest wordt, maar ook om invloed uit te kunnen oefenen op de woonomgeving en het handhavende kader dat je hierbij kunt inzetten. Of hier voldoende capaciteit voor beschikbaar is, zal moeten blijken in de verdere uitwerking en wellicht zijn hier nog extra maatregelen voor nodig.
• Op dit moment zijn er nog geen concrete aanvragen om woonvoorzieningen voor short-stay arbeidsmigranten te creëren, maar hier kan wel actief op worden ingezet door geïnteresseerde partijen hiertoe uit te nodigen. • Het college is er geen voorstander van om te huisvesten bij bedrijven. Hierbij is er te weinig grip op de woonomstandigheden en is er een te grote afhankelijkheid van de werkgever. Mevrouw Wakrim (PIT) wil graag weten of het in geval van een opkoper die een aantal panden naast elkaar koopt, deze mag verhuren aan arbeidsmigranten. De wethouder geeft aan dat dit niet meer kan als de raad de genoemde regels hiervoor vaststelt. Mevrouw Harzi (VVD) wil nog weten hoe er wordt gehandhaafd in het kader van de APV en hoe er wordt omgegaan met de privacy.
5
Ook geeft zij aan dat behalve de Burgemeester Lemmensstraat er ook o.m. in Geleen andere straten zijn die vol met arbeidsmigranten zitten. De wethouder erkent dat er meerdere straten in de gemeente zijn waar problemen met arbeidsmigranten zich voordoen. Op het moment dat je een beleidskader hebt, kan er proactief worden gecontroleerd om te kijken of de feitelijke situatie voldoet aan de regelgeving die op dat moment is vastgesteld. En een tweede mogelijkheid is controle en aanpassing aan de geldende regelgeving na een klacht. De heer Klaassen (PVV) geeft aan dat zijn partij er de voorkeur aan geeft om oplossingen te vinden buiten de kern, zoals voormalige agrarische bebouwing, leegstaand industrieel vastgoed, bedrijven langs de rand van de kern. Bij deze locaties is het voordeel dat er minder last is voor omwonenden. Hij vindt het teleurstellend dat het college en de raad aangeven dat dit niet de lijn is die wordt gevolgd. Hij vraagt zich af waarom. De wethouder geeft aan dat agrarische bebouwing geen optie is. Wanneer er echter een kantoorgebouw aan de rand van een industriegebied zou kunnen worden getransformeerd naar een woonfunctie, is dat wel een optie. De haar Klaassen (PVV) vraagt waarom er nu wordt toegespitst op alleen arbeidsmigranten in plaats van het onderwerp meenemen in het Woonbeleid.
De wethouder geeft aan dat de raad heeft gevraagd om beleid met betrekking tot arbeidsmigranten. Particuliere partijen huisvesten deze doelgroep en de gemeente wil grip krijgen op de omstandigheden van die huisvesting en de omgeving. De heer Henssen (CDA) benadrukt de problemen waar omwonenden van de arbeidsmigranten mee te maken krijgen en waar de raads- en burgerleden veelvuldig mee geconfronteerd worden. Kan de wethouder aangeven hoe dit kan worden opgelost? Dhr. Puggioni (ambtelijke ondersteuning) licht toe dat het inderdaad onduidelijk is voor de omwonenden met klachten waar zij terecht kunnen, aangezien de communicatie met de migranten meestal niet mogelijk is. Zij kunnen terecht bij de beheerder van het gebouw, die het aanspreekpunt is. De wethouder geeft aan dat in het voorstel staat beschreven dat beheerders aangesteld worden, dus dat er dan een aanspreekpunt is. De voorzitter concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en dat de wethouder voldoende is geïnformeerd door de ronde om dit mee te nemen naar de verdere uitwerking van de beleidskaders.
6
Notulen van de Ronde in Raadzaal op donderdag 12 januari 2023 1.2 Bijgestelde begroting 2023 GR Vidar Wsw Tijdstip:
21.00 uur – 21.30 uur
Aanwezig de voorzitter: de griffier:
D.D.W. Pfoster A. Cortlever
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie: PIT:
H. Vaasen P.T.H.M. Henssen W.P.H. Paauwe A.E.H. Wielders E.H.P. Vaessen-ten Haaf H. Harzi S. Strijkers L. Wakrim
het college: ambtenaren:
wethouder J.G.M.L. Bühler G. van Sint Feijth en E. Hochstenbach
notulen
M. Migo (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter heropent de vergadering en leidt het agendapunt in. De heer Vaasen (GOB) vraagt of in het onderliggende document alleen de loonkosten aan de orde zijn en constateert dat de 10% verhoging van het minimumloon niet is verwerkt maar er vanuit gaat dat dit nog tot een tweede wijziging zal leiden. Mevrouw Wielders (GroenLinks/PvdA) geeft namens haar fractie aan dat zij het eens is met de bijstelling van de begroting. Zij stelt voor de ondersteuning te verhogen door het inkomen te verbeteren. Ook vraagt zij de wethouder inzicht te geven in het behalen van de taakstelling van beschutte werkplekken die voor de gemeente Sittard-Geleen voor 2023 op 62 staat. Wellicht is er al een plan van aanpak. GroenLinks/PvdA zou daar graag duidelijkheid over krijgen. De heer Paauwe (Stadspartij) heeft een vraag over de uitgaven, waar staat dat 10 procent WMLverhoging niet is meeberekend. Graag krijgt de Stadspartij van de wethouder een indicatie waar dit over gaat. Wethouder Bühler geeft aan dat de genoemde 10 procent in deze opgave niet is verwerkt, maar later zal worden verwerkt. Toen dit document aan de raad werd gepresenteerd, was er nog niet veel duidelijk over deze uitgave. Inmiddels weet de wethouder dat het gaat om 10,15 procent voor de mensen die nog niet aan het minimumloon zaten.
Er is nog geen sprake van een concreet bedrag, maar het college komt hier later op terug met een nieuwe begrotingswijziging.
7
•
•
De wethouder heeft met de Wsw-raad gesproken om te bekijken of er nog extra inkomsten ter ondersteuning voor de Wsw’ers mogelijk zijn. Als mogelijkheid bleek de compensatie van de WHKpremie. Een andere vorm van tegemoetkoming is de dagelijkse maaltijd die de Wsw’ers tegen kostprijs krijgen aangeboden. Ook is er begeleiding mogelijk bij het aanvragen van allerlei minimaregelingen. De taakstelling rondom de beschutte werkplekken zal de wethouder in de komende week met de ambtelijke organisatie nader bespreken. Binnen twee weken komt de wethouder met een informatiedocument hierover naar de raad.
De heer Paauwe (Stadspartij) vraagt of de Wsw’ers ook in aanmerking komen voor een werkkostenverhoging. Wethouder Bühler zegt toe hier later schriftelijk op terug te komen. De voorzitter concludeert dat er vanuit het college de volgende toezeggingen zijn gedaan: • binnen enkele weken komt het college met een raadsinformatiebrief over beschut werk; • de portefeuillehouder heeft aangegeven de raad een gewijzigd begrotingsvoorstel toe te sturen in verband met de aanpassing van het minimumloon; • het college zal de technische vraag over de werkkostenregeling beantwoorden. De voorzitter stelt voorts vast dat dit stuk als hamerstuk kan worden doorgevoerd naar de eerstvolgende gemeenteraad.
8
Notulen van de Ronde in Raadzaal op donderdag 12 januari 2023 1.3 Vaststellen P&C-cyclus 2023 Tijdstip:
21.00 uur – 21.30 uur
Aanwezig de voorzitter: de griffier:
D.D.W. Pfoster A. Cortlever
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie: PIT:
M.W.C. Claessens G.J.M.C. Essing-Demandt W.P.H. Paauwe P.H.J. Kubben B. Bonten H. Harzi E.V.P. Talpe
het college: ambtenaren:
wethouder J.G.M.L. Bühler G. de Bruijn
notulen
M. Migo (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter heropent de vergadering en leidt het agendapunt in. De voorzitter doet een procedurevoorstel en vraagt de raad of zij het onderliggende voorstel in deze bijeenkomst willen bespreken of na het uitbrengen van het advies van de commissie Begroting & Verantwoording. De heer Claessens (GOB) stelt voor om in deze zitting een opiniërend debat met elkaar te voeren. De overige fracties sluiten zich hierbij aan. De voorzitter concludeert dat de ronde heeft besloten het onderwerp opiniërend te gaan behandelen. Eerste termijn De heer Claessens (GOB) blikt terug op de gang van zaken in het verleden en memoreert de korte tijdspanne die er beschikbaar was om de stukken te lezen, alsmede dat slechts twee van de vier rapportages financiële componenten bevatten. Er waren ook enkele positieve elementen. Nu ligt er een voorstel voor om over te gaan naar drie volledige rapportages, zowel inhoudelijk als financieel. Dit wijkt af van de Verordening ex Artikel 212 van de Gemeentewet die uitgaat van vier rapportages. Welke consequenties heeft deze afwijking? En hoe kijkt de Provincie daartegenaan? • Er is meer ruimte om technische vragen te stellen, doordat er nu nog slechts sprake is van één oordeelvormende ronde.
9
• • •
In de derde rapportage die in december aan de orde komt, wordt voorgesteld om eerst de ronde te houden en daarna de technische vragen te stellen. GOB vraagt de wethouder of het ook mogelijk is om dit om te draaien. Hoewel in het raadsvoorstel gewag wordt gemaakt van de bespreking van een deel van de begroting 2024 voor het zomerreces, is daar in de planning, die als bijlage is toegevoegd, niets van terug te vinden. Ten slotte vraagt de heer Claessens zich af of het agenda technisch wel mogelijk is om alle wethouders aanwezig te laten zijn bij de bespreking van P&C-stukken, zoals dat nu staat vermeld. Dit zou betekenen dat er geen parallelle rondes kunnen plaatsvinden.
Mevrouw Essing-Demandt (CDA) refereert eveneens aan de korte tijdspanne tussen de ronde en de raad. Het verheugt haar fractie dat de termijn tussen het ontvangen van de diverse financiële stukken en de behandeling daarvan nu in overeenstemming is gebracht met de termijnen die daarvoor zijn opgenomen in Artikel 3 van de Financiële Verordening. Dat nu bij de behandeling van de P&C-producten alle wethouders aanwezig moeten zijn acht zij efficiënt. • Dat de behandeling van de belastingmaatregelen en de begroting 2024 tegelijkertijd plaatsvindt in november is logisch en wenselijk. • Zij verzoekt de wethouder de aanduiding ‘eerste stap’ voor het gebruik van indicatoren toe te lichten. Wanneer kan de raad volledig met de indicatoren gaan werken? • Namens haar fractie spreekt mevrouw Essing-Demandt haar waardering uit voor het gebruik van infografics bij de begroting. Dit maakt het document voor iedereen begrijpelijk. • Ten slotte vraagt zij de wethouder om toelichting waarom de maandrapportages er nog niet zijn. De heer Bonten (D66) kwam in het spoorboekje op pagina 4 een paar voor hem verwarrende aanduidingen tegen, zoals besluitvorming door het college nog voordat de raad tot besluitvormig komt, en ruim daarvoor wordt er van alles vastgesteld. • De heer Bonten doet een aantal suggesties om de tekst begrijpelijker en meer volgens de juiste procedure te maken.
Hij geeft aan dat het immers de raad is die tot besluitvorming komt. Met betrekking tot de voorstellen acht hij het belangrijk dat de tekst voor iedereen leesbaar en begrijpelijk is. • Voorts vraagt hij zich af of de maandrapportage een toevoeging is aan de drie genoemde rapportages. • Ten slotte constateert de heer Bonten tot zijn tevredenheid dat de punten van kritiek door de raad tot verbetering in dit document hebben geleid. Mevrouw Harzi (VVD) deelt namens haar fractie mee dat het haar verheugt dat de belastingmaatregelen en de begroting gezamenlijk worden behandeld. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) sluit zich aan bij de woorden van de vorige sprekers en zoomt in op een aantal punten: • De heer Kubben pleit voor meer duidelijkheid en meer informatieve waarde van de begroting voor de inwoners. Hij zou graag met de raad bespreken wat elke fractie belangrijk vindt om zichtbaar te maken in de begroting, zeker als het gaat om zulke hoge bedragen. • Op pagina 7 stuitte de heer Kubben op het woord ‘coalitieperiode’, een term die hij hier niet passend acht. Hij prefereert de aanduiding ‘bestuursperiode’ om hiermee te benadrukken dat het gaat om alle leden van de raad en het college. • Op pagina 4 staat een passage over digitalisering van de P&C-cyclus en het verbeteren van de stuurbaarheid van de begroting door het werken met indicatoren.
De heer Kubben spreekt de wens uit om dit in de voorbereiding van die kadernota te bespreken met het college en eventueel andere fracties om dit concreter te maken. • Ten slotte refereert de heer Kubben aan een bijeenkomst in de Hanenhof in 2021 waarbij aan de fracties werd voorgelegd welke accenten zij zouden willen aanbrengen in de begroting. Hij vond de uitkomst van die bijeenkomst teleurstellend. Hij doet een oproep om beter voorbereid aan te treden, zodat er een zinnig gesprek kan worden gevoerd.
10
De heer Paauwe (Stadspartij) deelt namens zijn partij mee tevreden te zijn met drie volledige rapportages als vier volledige rapportages niet gehaald kan worden. Ook hij heeft de reeds gestelde vraag over de maandelijkse rapportages. De nadruk voor de Stadspartij blijft liggen op een tijdige toezending van de bescheiden. De heer Talpe (PIT) deelt mee dat zijn fractie voor een groot deel al duidelijkheid heeft gekregen over dit voorstel door de beantwoording van de technische vragen. • Voorts constateert de heer Talpe dat de wethouder de aanbeveling om de belastingmaatregelen gezamenlijk met de begroting te behandelen heeft overgenomen. Deze hangen nauw samen. Een latere aanpassing vanwege een wijziging in de OZB hoeft hierbij niet bezwaarlijk te zijn. • PIT ziet de rapportages en de digitaliseringsvoorstellen binnen de P&C-cyclus graag verschijnen en kan zich vinden in de bespreking hiervan met de commissie Begroting & Verantwoording. • Signalen vanuit de raad inzake de inrichting van de rapportages zijn opgepakt en het op onderdelen afwijken van de Verordening vindt de heer Talpe geen bezwaar, vooral niet nu met deze aanpassing het functioneren van de raad verbetert. • Voorts plaatst de heer Talpe een kanttekening bij de tabel op pagina 4, deze lijkt tegenstrijdig met de tabel op pagina 1 inzake het peilmoment van de tweede programmarapportage.
Dit moet begin september 2023 zijn, maar op pagina 4 staat eind mei 2022. • Over de diverse begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen heeft de heer Talpe een vraag, deze staan gepland voor besluitvorming op 15 juni aanstaande. Hoe gaat het college ervoor zorgen dat de raad de betreffende GS-stukken tijdig ontvangt? Wat is hierover afgesproken zowel met de GS als met de eigen organisatie? Wethouder Bühler geeft aan dat het college haar eigen Verordening moet aanpassen nu er wordt afgeweken van Verordening 212. De Provincie is het daarmee eens. De behandeling van de derde rapportage is gepland op basis van de ronde-agenda. Dhr. de Bruijn (ambtelijke ondersteuning) legt uit dat de behandeling van de derde rapportage kan plaatsvinden als de behandeling van de begroting en de tweede rapportage zijn afgelopen. Dit is medio november het geval, waarna er ambtelijk wordt gestart met de voorbereiding van de derde rapportage. Dit wordt zo laat mogelijk gepland omdat de functie van de derde rapportage is om de begrotingsrechtmatigheid en de jaarrekening te borgen. De planning hiervoor is gemaakt en dat kan niet meer gewijzigd. Wethouder Bühler bevestigt dat het college het belangrijk vindt dat alle wethouders aanwezig zijn bij de behandeling van de P&C-cyclus. Dit komt de efficiëntie ten goede.
• Zowel bij het college als breed in de raad is er de wens om te gaan werken met indicatoren. De wethouder zegt toe dat verbetering van de indicatoren door het college wordt opgepakt. Zij stelt voor om dit in gezamenlijk overleg met de raad gefaseerd uit te voeren op basis van een werkprogramma met als doel te komen tot een complete maar flexibele indicatorenset. • Wethouder Bühler geeft aan dat het gebruik van infografics in de stukken toeneemt. • Zij is het eens met de heer Bonten dat er kritisch moet worden gekeken naar het woordgebruik, met als doel dat de raad goed met de teksten uit de voeten kan. • Ook de heer Kubben geeft zij gelijk en zij zegt toe dat zij ‘coalitieperiode’ zal wijzigen in ‘bestuursperiode’. • Ten behoeve van de maandelijkse rapportage is er inmiddels nieuwe software aangeschaft. De commissie Begroting & Verantwoording krijgt in dit traject een prominente rol. • Als reactie op de opmerkingen van de heer Talpe verwijst wethouder Bühler naar gemaakte afspraken met de verbonden partijen om de stukken tijdig in de raad te behandelen, zodat de raad een zienswijze kan geven. Dat heeft tot verbetering geleid. Inmiddels is de WGR ook veranderd en is de doorlooptijd en aanlevertijd vastgesteld, waardoor er voldoende ruimte is voor de behandeling. Maar tijd blijft een heikel punt met zoveel informatie en zoveel verbonden partijen.
Mevrouw Essing-Demandt (CDA) vraagt of voor het werken met de indicatoren ook wordt gekeken naar hoe andere gemeentes dit doen.
11
Wethouder Bühler antwoordt dat er wel wordt gekeken naar hoe dit bij andere gemeentes wordt gedaan, maar iedere gemeente heeft haar eigen specifieke beleid. Dus voor Sittard-Geleen moeten hiervoor ook specifieke afspraken gemaakt worden over wat er gemeten moet worden. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) vraagt op welk moment de maandrapportage van een afgelopen maand verschijnt. Dhr. de Bruijn (ambtelijke ondersteuning) geeft aan dat op dit moment de huidige werkwijze blijft gehandhaafd. In de toekomst worden er stappen gezet om de maandrapportages op te stellen met behulp van automatisering en digitalisering. Het streven is wel om uiteindelijk met één druk op de knop de rapportage binnen enkele dagen na afloop van de maand te kunnen presenteren. De heer Claessens (GOB) vraagt of inderdaad sprake is van behandeling van de begroting 2024 voor het zomerreces, zoals in het stuk staat beschreven. In het overzicht staat dit niet ingepland. Wethouder Bühler geeft aan dat de startperiode voor het zomerreces geldt als voorbereiding voor het college, na het zomerreces komt het college daarmee bij de raad. De heer Bonten (D66) benadrukt nogmaals het belang van het gebruik van de juiste bewoordingen in de documenten. Hij biedt zich aan om bij te dragen aan de leesbaarheid van de stukken door het doen van taalsuggesties.
De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) geeft aan dat voor zijn fractie de prestatie-indicatoren belangrijk zijn als het gaat om de doelmatigheid van het beleid. Voor GroenLinks/PvdA is het vinden van de juiste balans met betrekking tot inzichtelijkheid en stuurbaarheid belangrijk en hij uit de wens om hier met de andere fracties het gesprek over te voeren. Wethouder Bühler geeft aan dat zij dit ondersteunt en verklaart dat het voor het college ook belangrijk is om inzicht te krijgen. Zij uit de wens om met de raad samen hieraan te werken, maar moet erkennen dat dit traject nog in een vrij vroeg stadium is. Het doel is echter om te komen tot een heel goed inzicht in de stuurbaarheid. De voorzitter inventariseert of behoefte is aan een tweede termijn. Dat is het geval. Tweede termijn De voorzitter refereert aan een vraag van de heer Kubben om de kadernota concreter te maken en vraagt wie hierop wil reageren. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) geeft aan eerst een voorstel van het college af te wachten alvorens hierop te reageren.
De heer Talpe (PIT) geeft aan: • dat hij het concreter maken van de kadernota wil bespreken in de raad; • dat het goed is dat er stappen gezet worden wat betreft de GR's (gemeenschappelijke regelingen) en dit zal volgen; • dat hij de antwoorden van de commissie Begroting & Verantwoording over de derde rapportage graag voor de betreffende ronde krijgt, wellicht bij een ingelaste ronde; • dat PIT het absoluut gewenst acht dat alle portefeuillehouders aanwezig zijn bij de bespreking van de P&C-cyclus. De heer Bonten (D66) spreekt in aansluiting op de bijdrage van de heer Kubben de wens uit om met de raad een gefundeerde discussie te houden over de kadernota.
12
De voorzitter concludeert dat dit onderwerp voldoende is besproken en geeft aan dat vanuit het college is toegezegd dat een aantal woorden zal worden gewijzigd om te komen tot de juiste formulering. Dit wordt aangepast voor de volgende raadsvergadering en dan zal het college met een aangepast voorstel komen. Het voorstel zal volgende week in de commissie Begroting & Verantwoording aan de orde komen, maar voor nu kan het voorstel als hamerstuk worden doorgevoerd naar de eerstvolgende raadsvergadering. Mocht er na de bespreking in de commissie Begroting & Verantwoording aanleiding zijn het voorstel te wijzigen, dan zal het alsnog opnieuw geagendeerd worden.
13
Notulen van de Ronde in Raadzaal op donderdag 12 januari 2023 1.4 Controleprotocol jaarrekeningcontrole 2022 Tijdstip:
21.30 – 22.00 uur
Aanwezig de voorzitter: de griffier:
D.D.W. Pfoster A. Cortlever
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie: PIT:
M.W.C. Claessens G.J.M.C. Essing-Demandt W.P.H. Paauwe P.H.J. Kubben B. Bonten H. Harzi E.V.P. Talpe
het college: ambtenaren:
wethouder J.G.M.L. Bühler W. Kerkhof
notulen
M. Migo (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter heropent de vergadering en leidt het agendapunt in. Mevrouw Harzi (VVD) vraagt waarom de taak van de accountant is gegaan naar het college van B&W. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) stelt de wethouder twee vragen: • Wat is de status van het onderzoek ’doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid’? Dit is belangrijk voor de taakuitvoering van de raad. • Wat is de status van de aanbesteding die wordt genoemd op pagina 3 van het controleprotocol? De heer Claessens (GOB) vraagt het college de raad te informeren over de rechtmatigheidsverantwoording over boekjaar 2023. Wethouder Bühler geeft aan dat de accountant Deloitte voor carnaval een voorstel aan het college zal doen, dat dan wordt voorgelegd aan de commissie Begroting & Verantwoording. Het onderzoeksplan wordt deze maand in behandeling genomen, waarna het wordt ingediend bij de commissie Begroting & Verantwoording. Dhr. Kerkhof (ambtelijke ondersteuning) deelt mee dat de rechtmatigheidsverantwoording wordt ingevoerd per boekjaar 2023, hetgeen veranderingen met zich meebrengt voor de ambtelijke organisatie, het college en de raad. Dit is vanwege een wetswijziging die wordt doorgevoerd.
14
Er zal een presentatie worden gegeven door Deloitte in de commissie Begroting & Verantwoording in februari waarin duidelijk zal worden wat de veranderingen voor alle partijen inhouden. Daarna zal er worden gekeken wat er nog meer nodig is voor de raad om zich voor te bereiden op de veranderingen. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) vraagt of het aanbestedingsbeleid hierbij ook een rol speelt. Dhr. Kerkhof (ambtelijke ondersteuning) geeft aan dat de vorige raad heeft ingestemd met een aanstelling van de accountantsdienst voor vier jaar met een optie voor verlenging van twee jaar. De voorzitter vat samen dat het college heeft toegezegd dat er een voorstel komt vanuit Deloitte aan de commissie Begroting & Verantwoording om haar diensten te verlengen met twee jaar. Hier wordt in februari een presentatie over gegeven, waarin eveneens aan de orde zal komen wat het invoeren van de rechtmatigheidsverantwoording voor gevolgen heeft. Voorts concludeert de voorzitter dat het stuk kan worden doorgevoerd als hamerstuk. De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun bijdragen en sluit de vergadering om 21.45 uur.
15