CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Ronde Maaszaal 5 februari 2026

Raad 5 maart 2026, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Vaststellen van de notulen5.161 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notulen van de Ronde Maaszaal op donderdag 5 februari 2026 Tijdstip: 19.00 – 19.20 uur Agendapunt 1.1 Rekenkamerrapport Armoedebeleid Aanwezig de voorzitter de griffier

D. Pfoster A. Lamers

de leden

gob: I.A.L. Knops-Verjans CDA: H.L.J. Kamps GroenLinks/PvdA: A.E.H. Wielders Stadspartij: J.W. Coumans PVV: J.G. Kollée D66: P.R. Pi Van de Venne SPA: J.J. Renet Lokaal Sittard-Geleen-Born: M.C.M.H. Schumans VVD: N.J.E. Strech PIT: M.G.H. Habets Burger Centraal: -

Portefeuillehouder

A. Houtakkers

Ambtelijke ondersteuning

Notulen

Mevrouw Heesakkers, de heer Mausse, mevrouw Berepot, mevrouw Moonen, de heer Roberts, de heer Boymans Mevrouw A. Flantua (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter verwelkomt iedereen bij de Ronde. De leden hebben van tevoren technische vragen kunnen stellen. Hij kondigt het eerste agendapunt over het raadsvoorstel Rekenkamerrapport Armoedebeleid aan. Er is onderzocht in hoeverre het beleid en de aanbevelingen van 2020 opgevolgd zijn. Aan de leden wordt gevraagd om de aanbevelingen uit dit doorwerkingsonderzoek over te nemen. De commissie Begroting en Verantwoording heeft geen bijzonderheden opgemerkt tijdens de bespreking van het rapport op 22 januari 2026. Het voorstel kan in twee termijnen worden besproken. Eerste termijn De heer Kamps (CDA) bedankt de Rekenkamer voor het uitgebreide rapport. Hij stelt vast dat veel aanbevelingen uit het rapport 2021 door de gemeente zijn opgevolgd. Dit heeft plaatsgevonden in een periode waarin aandacht diende te worden gegeven aan de onder druk staande bestaanszekerheid van onze inwoners. De invloedsfeer van de gemeente op armoede is beperkt en armoede is een complex probleem volgens het rapport. De CDA heeft begrip voor het standpunt van de gemeente dat de uitwerking van het armoedebeleid niet altijd meetbaar is, maar vooral merkbaar moet zijn. Hij geeft een compliment aan het college en het ambtelijk apparaat voor de gestructureerde aanpak en uitvoering en het merkbare resultaat.

De heer Habets (PIT) vindt het belangrijk om zorgvuldig met minder draagkrachtige inwoners en ondernemers om te gaan. Hoewel PIT het jammer vindt dat dit de afgelopen jaren onvoldoende 1

bereikt is volgens het onderzoek, vraagt hij het college om dit verder toe te lichten. Hij is blij dat de voorstellen van de Rekenkamer grotendeels worden overgenomen, maar hij is ontevreden over de reactie van het college. Hij wijst het college erop dat de fractie graag SMART-geformuleerde conclusies ziet met ijkmomenten en ijkpunten zodat de raad in positie komt. De heer Habets vraagt of het college een planning kan afgeven voor het uitbrengen van SMART-geformuleerde voorstellen en wat het college gaat ondernemen om te zorgen dat het armoedebeleid meer inhoud krijgt en bijdraagt aan de mensen die moeilijk rond kunnen komen. De heer Renet (SPA) zegt dat SPA heel actief is op het armoedebeleid. Ze zijn blij dat het onderzoek gedaan is en wordt overgenomen, maar ze vinden dat daar KPI’s bij horen. Daarnaast mist de heer Renet dat particuliere organisaties die actie ondernemen ook ondersteund worden. Hij vindt dat er te weinig inzicht is in hoe het gereserveerde geld voor armoedebestrijding wordt gebruikt. De raad hoort inzicht te hebben in het geld dat beschikbaar is, waar dit aan besteed wordt en wat de resultaten zijn. De heer Kollée (PVV) bedankt de Rekenkamer voor het doorwerkingsonderzoek. Hij concludeert dat er beleid en activiteiten zijn, maar dat er inzicht in wat wel en niet werkt, ontbreekt.

De raad kan zijn controlerende taak onvoldoende uitoefenen omdat de aanbevelingen over monitoring, effectmeting en klanttevredenheid grotendeels niet zijn opgevolgd. Het college stelt dat beleid merkbaar moet zijn in plaats van meetbaar, maar zonder structurele metingen blijft dat een bestuurlijke aanname. De PVV wil dat hulp terechtkomt bij mensen die het echt nodig hebben. Als maatregelen niet effectief blijken, moet er bijgestuurd worden. De fractie verwacht inzicht, keuzes en verantwoordelijkheid van het college. De heer Kollée vraagt zich af hoe de raad weet of armoede daadwerkelijk wordt verminderd en of er niet alleen activiteiten worden opgeteld als het college kiest voor merkbaarheid in plaats van meetbaarheid. Ze willen concrete indicatoren of structurele ervaringsdata van de doelgroep zelf. Mevrouw Schumans (Lokaal Sittard-Geleen-Born) zegt dat er veel stille armoede is waar de raad geen beeld van heeft. Ze vraagt hoe ze het beste aan mensen die in armoede zitten kunnen vragen of zij verschil merken. Mevrouw Wielders (GroenLinks/PvdA) complimenteert het rapport van de Rekenkamer. Zij zegt ook dat je pas resultaten kunt meten als je SMART-doelen stelt. Ze vindt het goed dat de aanbevelingen uit het rapport worden overgenomen, maar ze wil hier een concrete uitwerking van zien.

Ze vraagt het college om kritisch te kijken naar alle pilots die georganiseerd worden, omdat dit niet prettig is voor de cliënten en er bezuinigd kan worden op evaluatie, doelstellingen en beleid als er een stabiel hulpverleningstraject is. De heer Pi Van de Venne (D66) informeert bij het college of het bereid is om met de raad rondom het armoedebeleid vaste afspraken te maken in de frequentie van rapportages. Mevrouw Knops-Verjans (gob) waardeert de aanbevelingen in het rapport en merkt op dat de aanscherping op de informatieverstrekking de raadsleden beter in positie brengt. Ze vraagt welke instrumenten het college inzet om te beoordelen welke ingezette middelen effect hebben om specifieke doelen te bereiken. Het gob is benieuwd naar de verdere uitwerking en de resultaten van de benoemde klanttevredenheidsenquête. Mevrouw Knops-Verjans vindt het jammer dat er weinig gedaan wordt met de voorstellen die de raad doet tijdens themasessies. De fractie heeft aangegeven dat scholen beter moeten worden ingezet in verband met vroegsignalering. Het is niet terug te lezen in de stukken dat er hulp is voor bijvoorbeeld kinderen die buiten de boot vallen omdat er thuis niet voldoende financiële middelen zijn. Ze zou het waarderen als de inbreng van raadsleden tijdens themasessies beter in beeld wordt gebracht en hier een terugkoppeling op plaatsvindt.

De heer Strech (VVD) is tevreden over het feit dat het college vrijwel alle aanbevelingen uit het Rekenkamerrapport overneemt. Dat laat zien dat ze het armoedebeleid serieus nemen en willen blijven verbeteren, ook als het gaat om meetbare resultaten. Hij merkt op dat aanbeveling 6 over meer structuur in de informatievoorziening richting de raad slechts gedeeltelijk wordt overgenomen. Hij vraagt aan het college waarom punt 6 niet volledig wordt overgenomen en hoe het college ervoor gaat zorgen dat de raad beter en structureler wordt geïnformeerd zodat hij zijn controlerende rol goed kan vervullen. Aangezien er geen vragen aan de Rekenkamer zijn gesteld, geeft de voorzitter het woord aan wethouder Houtakkers. 2

De heer Houtakkers is blij om te horen dat iedereen tevreden is over het rapport van de Rekenkamer. Er is in 2020 en 2021 een onderzoek gedaan waaruit een aantal aanbevelingen zijn gekomen die destijds niet allemaal opgevolgd zijn. De zeven aanbevelingen die er nu liggen worden vrijwel allemaal overgenomen, behalve aanbeveling 6 omdat daar zich autonome ontwikkelingen zouden kunnen voordoen. Het college is ervan overtuigd dat de raad regelmatig geïnformeerd moet worden. In de stukken staat dat het college in ieder geval jaarlijks gaat rapporteren, wat volgens de wethouder voldoende is als dat op een goede manier gebeurt. Met betrekking tot de KPI’s zegt hij dat aanstaande dinsdag het begrotingsonderzoek aan de orde komt en er dan ook op de indicatoren wordt teruggekomen. Op de opmerking van de PVV dat ze meer meetbaarheid in relatie tot merkbaarheid willen zien, zegt de heer Houtakkers dat het merkbare erg belangrijk is. Hij zegt dat je van alles kunt meten, maar dat ogen en oren open moeten blijven voor datgene wat gemerkt wordt en waar mogelijkerwijs geen meting op kan plaatsvinden. De wethouder reageert op de fractie PIT dat het huidige voorstel is dat het college de aanbevelingen wil overnemen en dat het volgende traject is om te kijken hoe daar op een goede manier invulling aan gegeven kan worden.

Hij deelt de zorgen over het gebruik van het geld van SPA niet, maar hij schat in dat in de KPI’s duidelijk gaat worden wat er met het beschikbare geld gaat gebeuren. De heer Renet (SPA) zegt dat hij over het geld begon omdat het in het verleden is gebeurd dat niet al het geld werd gebruikt. Er is destijds ook een erg substantieel deel uitgegeven aan uitvoeringskosten. Hij vraagt om ervoor te zorgen dat al het geld wordt besteed met niet al te hoge uitvoeringskosten. De heer Houtakkers vindt het een goede constatering dat beschikbare middelen op een goede manier volledig gebruikt moeten worden. De voorzitter sluit de beantwoording namens het college. Hij vraagt of er behoefte is aan een tweede termijn. Dit is niet het geval. Conclusie: Het voorstel kan als hamerstuk worden behandeld bij de raadsvergadering van 5 maart aanstaande. De voorzitter schorst de vergadering om 19.17 uur.

3

Tijdstip: 19.20 – 19.40 uur Agendapunt 1.2 Herbenoeming leden Adviescommissie Omgevingskwaliteit en benoemen plaatsvervangend lid. Aanwezig de voorzitter de griffier

D. Pfoster A. Lamers

de leden

gob: E.J.C. Janssen CDA: H.L.J. Kamps GroenLinks/PvdA: A.E.H. Wielders Stadspartij: J.W. Coumans PVV: D66: P.R. Pi Van de Venne SPA: J.J. Renet Lokaal Sittard-Geleen-Born: M.C.M.H. Schumans VVD: N.J.E. Strech PIT: M.G.H. Habets Burger Centraal: -

Portefeuillehouder

A. Houtakkers

Ambtelijke ondersteuning

De heer Korsten

Notulen

Mevrouw A. Flantua (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter heropent de vergadering om 19.20 uur. De voorzitter zegt dat aan de Ronde wordt gevraagd om de raad te adviseren omtrent de herbenoeming van de leden van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK) en de benoeming van een plaatsvervangend lid. De ingediende technische vragen zijn beantwoord. Het voorstel kan in twee termijnen worden besproken. Eerste termijn De heer Strech (VVD) vindt het belangrijk dat de Adviescommissie Omgevingskwaliteit stabiel en deskundig kan blijven functioneren. De herbenoeming van de leden draagt bij aan continuïteit en kwaliteit. De voorgestelde kandidaten brengen waardevolle expertise mee. De VVD stemt in met dit voorstel. De heer Coumans (Stadspartij) stemt in met het voorstel. Hij merkt een foutje op. Er staat bij de inclusie dat de commissie bestaat uit vijf leden, waarvan twee vrouwen en vier mannen. De heer Pi Van de Venne (D66) deelt mee dat de fractie veel kritiek had op het eerste instellingsbesluit van de AOK omdat de binding met Sittard-Geleen minder is dan ten opzichte van de ARK. Hij vraagt in hoeverre de binding met Sittard-Geleen in deze constellatie geborgd is en hoe de commissie de waarde van monumenten kan borgen in keuzes en beleid. De fractie vindt lokale verbinding erg belangrijk boven op de expertise die de huidige AOK meebrengt. Mevrouw Wielders (GroenLinks/PvdA) stemt in met het voorstel.

Mevrouw Schumans (Lokaal Sittard-Geleen-Born) gaat akkoord met het voorstel. De heer Renet (SPA) heeft geen bezwaar tegen het voorstel.

4

De heer Habets (PIT) is dankbaar voor de beantwoording van de technische vragen. De fractie vindt de continuïteit van een instituut zoals de AOK belangrijk en het verheugt hem dat de huidige leden positief worden beoordeeld en dat vervanging geregeld kan worden. PIT maakt zich zorgen over de continuïteit op de lange termijn. Ze hadden gehoopt dat het college naar een oplossing zou zoeken, maar het huidige voorstel biedt daar geen ruimte toe. Uit de beantwoording van de technische vragen blijkt dat dit een bewuste keuze is. PIT is verbaasd en overweegt een amendement om dit te veranderen als andere fracties deze zorgen delen. Mevrouw Janssen (gob) stemt in met de voorliggende herbenoeming. De continuïteit van opgebouwde kennis en ervaring van commissieleden is erg belangrijk. De fractie benadrukt het belang van de commissie om actief te investeren in het leren kennen van de gemeente en haar geschiedenis. Ze ziet de benoeming van het nieuwe plaatsvervangende lid als een positieve toevoeging omdat er inhoudelijke expertise is in combinatie met binding in Zuid-Limburg. De heer Kamps (CDA) begrijpt de herbenoeming van de huidige leden om continuïteit te waarborgen, maar het CDA heeft een voorkeur voor een rooster van aftreden voor de stabiliteit van de commissie. Hij zegt dat de AOK zelf de vacature heeft ingesteld en een persoon heeft voorgedragen als plaatsvervangend lid.

De heer Kamps vraagt welke procedure is gevolgd voor de invulling van het plaatsvervangend lid. Hij vraagt hoe de vacature bekend is gemaakt en welke vereisten en gevraagde specialisaties er waren voor deze functie. Ook merkt hij op dat de kandidaat woonachtig is in de gemeente, terwijl de zittende leden dat niet zijn. Hij vraagt of dit een bewuste keuze was. De heer Houtakkers geeft aan dat er drie jaar geleden een discussie was met betrekking tot een rooster van aftreden en lokale gebondenheid die vrij hoog is opgelopen. Destijds is besloten om wat meer afstand te nemen van lokale verbinding omdat persoonlijke belangen van langzittende commissieleden een rol gingen spelen. Er is gekozen voor externe commissieleden onder de voorwaarde dat zij zich wel zouden verdiepen in de stad. Uit de ervaringen van de afgelopen jaren blijkt dat er regelmatig overleg is vanuit de voorzitter van het AOK met het college, wat voor weinig weerstand heeft gezorgd in tegenstelling tot de jaren daarvoor. Dit geeft het gevoel dat de commissie op de goede weg zit en dat er goede personen aan het werk zijn. Het college wil niet op dit goed functionerende team inbreken door een rooster van aftreden neer te leggen. Ze vragen de leden van de AOK om in hun laatste jaar mee te denken over de invulling van de nieuwe AOK. Ze hebben dan zes jaar ervaring opgedaan, waarvan drie met minder lokale binding.

De heer Houtakkers laat graag de keuze om eventueel de lokale verbinding terug te brengen aan de commissie en het college over. De huidige commissie vormt een goed team, de disciplines vanuit de verordening worden goed vertegenwoordigd, de samenwerking naar buiten is goed en er worden activiteiten ontwikkeld. Hij concludeert dat de zittende commissieleden over drie jaar aftreden, anders dan het idee van het CDA. Met betrekking tot de plaatsvervanger zegt de wethouder dat deze persoon bewust zelf gekozen is door de AOK. Hij vertelt dat de vorige plaatsvervanger nooit is opgeroepen omdat het team elke keer compleet was. Belangrijke eisen waren ruime ervaring in verbouw, restauratie en herbestemmingsplannen van gebouwd cultureel erfgoed; hedendaagse architectonische vormgeving op verbouw, restauratie en herbestemmingsplannen; bouwkundig inzicht; hbo-werk- en -denkniveau en het vermogen om bekendheid met lokale context snel te verwerven. De heer Jansen voldoet hieraan en is dus de geschikte persoon volgens de AOK. De heer Houtakkers verzoekt opnieuw om in te stemmen met dit voorstel waarbij de kritische kanttekeningen landen en eventueel in de toekomst meegenomen worden. De heer Pi Van de Venne (D66) begrijpt de argumentatie voor de keuze voor externe commissieleden.

Hij merkt op dat de keuze van commissieleden naar twee uitersten gaat: eerst alleen mensen met lokale verbinding en nu is iedereen extern. Hij vraagt aan het college om in de toekomst te overwegen een mix van leden te benoemen zodat er zowel expertise is van mensen met lokale verbinding als van mensen die wat meer op afstand staan. De heer Houtakkers antwoordt dat de lokale verbinding vooral belangrijk is voor monumenten, maar dat de huidige AOK erg sterk geëquipeerd is als het gaat om monumenten. Hij zegt dat er na een periode van drie jaar opnieuw wordt gekeken naar de invulling van de commissie. Op dit moment zou er een afweging gemaakt kunnen worden om meer te kijken naar lokale verbinding. De heer Pi Van de Venne (D66) laat weten dat de fractie mogelijk in de toekomst een amendement zal indienen bij dit onderwerp. Hij zegt dat de fractie wel instemt met het huidige voorstel. 5

De heer Renet (SPA) vraagt of het vastgelegd moet worden dat deze wens van de raad de volgende keer wordt meegenomen, zodat ze niet opnieuw in dezelfde situatie terechtkomen. De heer Houtakkers vindt het relevant dat er na vijf jaar ervaring van de huidige commissie kritisch wordt gekeken naar nieuwe leden van de raad. Hij wil nu niet met grote stelligheid zeggen dat er een persoon met lokale verbinding moet zitten om de vorige situatie met kruisende belangen te voorkomen. De heer Renet (SPA) zegt dat dit geen antwoord is op zijn vraag. Hij wil weten of ze moeten vastleggen dat deze wens er is zodat de commissie dit over twee jaar meeneemt. De heer Houtakkers geeft aan dat deze wens in de notulen van vandaag staat. De voorzitter bedankt de wethouder voor zijn beantwoording. Tweede termijn De voorzitter vraagt of de heer Habets opnieuw kan toelichten wat hij de leden van de Ronde had gevraagd. De heer Habets (PIT) vindt het problematisch dat er geen rooster van aftreden is omdat de commissie over drie jaar al haar leden kwijtraakt en er een nieuwe commissie komt. Dit ziet PIT niet als continuïteit. Hij vraagt naar de mening van de overige fracties om te kijken of er draagvlak is om een amendement in te dienen. Zo niet, dan zal de fractie akkoord gaan met het voorstel.

De heer Kamps (CDA) zegt dat hij aanvankelijk ook het standpunt had dat een rooster van aftreden belangrijk is, maar door de uitleg van de wethouder begrijpt hij dat de keuze om na drie jaar alle leden te verwisselen goed gemotiveerd is. De heer Pi Van de Venne (D66) sluit zich aan bij de heer Kamps. Mevrouw Wielders (GroenLinks/PvdA) vindt ook dat er vertrouwen moet zijn dat de commissie zelf hierin een goede beslissing neemt. De heer Renet (SPA) is voor een rooster van aftreden, maar erkent ook de deskundigheid van de commissie. Hij vraagt zich af of er een middenweg kan komen waarbij maar één of twee personen aftreden om continuïteit te waarborgen. De heer Habets (PIT) verduidelijkt dat hij hiernaar op zoek was. Mevrouw Janssen (gob) sluit zich ook aan bij het CDA. De heer Habets (PIT) geeft aan het amendement dan niet in te dienen omdat er niet genoeg draagvlak is. Conclusie: Het voorstel wordt doorgeleid als hamerstuk naar de raadsvergadering. De fractie PIT dient geen amendement in. De heer Pi Van de Venne dient wellicht nog een amendement in na overleg binnen de fractie. De voorzitter schorst de vergadering om 19.38 uur.

6

Tijdstip: 19.40 – 20.15 uur Agendapunt 1.3 Rondevoorstel (GL-PvdA) inzake energierechtvaardigheid en energiearmoede Aanwezig de voorzitter de griffier

D. Pfoster A. Lamers

de leden

gob: E.J.C. Janssen CDA: T.E.L. Vranken GroenLinks/PvdA: D.M.P. Wolfs Stadspartij: J.W. Coumans PVV: D66: P.R. Pi Van de Venne SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: M.C.M.H. Schumans VVD: N.J.E. Strech PIT: M.G.H. Habets, M.M.J.T. Schenk-Hermans Burger Centraal: -

Portefeuillehouder

A. Houtakkers

Ambtelijke ondersteuning

De heer Symons, mevrouw Harle, mevrouw Kuipers

Notulen

Mevrouw A. Flantua (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter heropent de vergadering om 19.20 uur. De voorzitter kondigt het laatste agendapunt aan. De GroenLinks/PvdA-fractie verneemt graag van andere aanwezigen welke stappen gezet kunnen worden om energiearmoede te voorkomen of te beperken. Ze vragen het college om dit te verwoorden in een plan van aanpak. Het voorstel wordt besproken in één termijn. De initiatiefnemer krijgt eerst het woord, waarna de portefeuillehouder mag reageren. Daarna kunnen de overige deelnemers inbreng geven. De voorzitter verwelkomt de ambtelijke ondersteuning. Eerste termijn De heer Wolfs (GroenLinks/PvdA) zegt dat er mensen zo bang zijn voor hun energierekening dat ze de gasaansluiting hebben laten afkoppelen en zich verwarmen met alternatieve middelen. Hij deelt mee dat zijn oma geen gebruik durft te maken van de regelingen bij de gemeente om te verduurzamen uit angst voor de hoge kosten en een overtuiging dat ze wordt afgewezen. Er zijn in Sittard-Geleen veel inwoners met een vergelijkbaar verhaal en de raad dient dit soort situaties te voorkomen. Hij vraagt om duidelijkheid richting een visie om deze energiekloof te dichten. De inwoners die het financieel het moeilijkst hebben zijn de mensen met de hoogste energielasten. Het is de taak van de gemeenteraad om deze mensen te helpen samen met installatiemaatschappijen, energiemaatschappijen en woningcorporaties.

Er is een stedenbond voor energierechtvaardigheid opgericht. De fractie vindt dat de gemeente een plicht heeft om zich hierbij aan te sluiten, maar het college heeft deze stap niet ondernomen ondanks dat vele buurtgemeenten dit al wel hebben gedaan. Hij bedankt het college voor de toezegging dat er contact wordt gezocht met initiatiefnemers en er een terugkoppeling naar de raad komt. De fractie vindt dat een stevige aanpak van energiearmoede verankerd moet zijn in het komende coalitieakkoord. Hij vraagt de andere fracties om er alles aan te doen om dit onderwerp mee te nemen in de komende coalitieonderhandelingen. Ze willen een lokale energietafel oprichten waar de gemeente met lokale partners en inwoners samenwerkt om de gemeente duurzamer te maken. De heer Wolfs vraagt het college om energiearmoede op te nemen als een van de kernindicatoren van de armoedemonitoring. Ook vraagt hij om een lokaal loket dat inwoners van begin tot eind helpt met het aanvragen van subsidies. Deze stappen hebben niet alleen 7

effect op de energierekening, maar ook op betere leefbaarheid in de wijken en daarmee op de gezondheid van inwoners. De heer Houtakkers vindt het goed dat er initiatief is genomen om het gesprek hierover aan te gaan. Hij zegt dat er ambtelijk al uitgebreid met de heer Wolfs is gesproken over dit aspect. Het college beschouwt dit voorstel als een oproep tot het ondersteunen van een rechtvaardige energietransitie die bijdraagt aan duurzaamheid. Hij laat weten dat het college er niet aan toe is om nu te komen met een plan van aanpak, maar dat hij uit het betoog begreep dat dit ook niet de oproep was. Het college gaat wel kijken of de kernindicator rondom armoede overgenomen kan worden. Het college komt niet met een plan van aanpak omdat er al zoveel regelingen zijn waar al gebruik van wordt gemaakt, dat ze het daarbij willen laten. Hij herhaalt dat het goed is om dit probleem te bespreken, maar de ambtelijke ondersteuning weet goed wie ze op welke manier moeten benaderen zodat er geen mensen tussen wal en schip raken omdat zij niet op de hoogte zijn van bestaande regelingen. Hij verwacht dat de regelingen die in een plan van aanpak zouden komen niet anders zijn dan de huidige regelingen. De heer Wolfs (GroenLinks/PvdA) zegt dat in de beantwoording van de technische vragen een toezegging staat om de initiatiefnemer van het stedenverbond energierechtvaardigheid te contacteren.

Hij vraagt hoe het college hiernaar kijkt en of ze na het lezen van de stukken een indicatie hebben dat dit een uitbreiding van het pakket gaat zijn. Ook vraagt hij wat het college vindt van de mogelijkheid om dit aan te pakken samen met andere gemeenten. De heer Houtakkers vertelt dat er op dit moment amper kritisch is gekeken naar de stedenbond. Ze zijn wel serieus na aan het denken om hier een handtekening te zetten. De heer Strech (VVD) erkent het belang van aandacht voor energiearmoede en energierechtvaardigheid, maar vraagt zich af of dit voorstel in de huidige vorm het meest effectieve middel is. Het is belangrijk om eerst de financiële druk voor de inwoners direct te verlagen. Hij vindt het daarom opvallend dat er geen aandacht wordt besteed aan het verlagen van de ozb. De VVD gaat niet akkoord met het huidige voorstel. De heer Strech vraagt het college waarom de verlaging van de ozb niet wordt overwogen, welke bestaande instrumenten er zijn en hoe deze effectief worden benut, en welke financiële ruimte er bestaat. Zonder dit inzicht is het te vroeg voor een nieuw plan van aanpak. De heer Vranken (CDA) vindt energierechtvaardigheid en energiearmoede belangrijke onderwerpen.

De gemeente heeft een tal van zeer goede initiatieven ontwikkeld, zoals energiecoaches die inwoners adviseren, de groene bon die meer dan vijfduizend huishoudens heeft geholpen met het inkopen van energiebesparende producten, de financiële vergoeding tot drieduizend euro voor isolatiemaatregelen, wijkgerichte verduurzamingsprojecten en de vastlegging van de routekaart energietransitie. Hij vraagt welke meerwaarde het voorstel van de heer Wolfs heeft. Ook wil hij weten of het voorstel budgettair en begrotingstechnisch mogelijk is. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) ziet dat er al veel gedaan wordt in de gemeente, maar vindt het belangrijk dat de raad hierover blijft praten. Ze geeft aan ook mensen te kennen in dezelfde situatie als de grootmoeder van de heer Wolfs. Er is altijd een groep mensen die moeilijk te bereiken is met maatregelen, dus mevrouw Schenk-Hermans vraagt of er meer gedaan kan worden om ervoor te zorgen dat de huidige maatregelen deze groep beter bereiken. De heer Coumans (Stadspartij) sluit zich aan bij de mening van de wethouder. De heer Pi Van de Venne (D66) steunt het voorstel van GroenLinks/PvdA. Volgens D66 ligt de kern van de energiearmoede vooral bij huurders en slecht geïsoleerde woningen. Inwoners hebben hier weinig invloed op, maar worden wel geconfronteerd met hogere energielasten.

De fractie vindt het belangrijk dat het college een duidelijke regierol pakt om energiearmoede structureel terug te dringen. Hij erkent dat er al het een en ander wordt gedaan en roept daarom op om dat verder te versterken. Hij spoort aan om te blijven sturen op woningkwaliteit en daadwerkelijke verlaging van energielasten. De heer Pi Van de Venne vraagt om energiearmoede expliciet te verwerken in het armoedebeleid. Mevrouw Schumans (Lokaal Sittard-Geleen-Born) denkt dat het lastig voor te stellen is hoe het is om energiearmoede te hebben als je dit zelf niet ervaart. De regels voor het noodfonds zijn veranderd, waardoor mensen die zuinig zijn met hun energie enkel een paar tientjes terugkrijgen. Het is een 8

basisbehoefte om ervoor te kunnen zorgen dat het warm genoeg is om geen ijs aan de binnenkant van je ramen te krijgen. Dit leidt tot vochtvorming en schimmelvorming, wat heel slecht is voor oudere mensen en kinderen. Elk initiatief om deze mensen te helpen is volgens mevrouw Schumans een goed initiatief. De fractie steunt het voorstel. De heer Renet (SPA) meldt dat een verlaging van de ozb mensen met een eigen woning kan helpen, maar niets doet voor mensen die huren. Uit Zuid-Limburg komt het initiatief van de stedenbond om kennis te bundelen en werkende methodes met elkaar uit te wisselen omdat daar veel energiearmoede is. Hij vindt het nuttig dat de gemeente zich daar ook bij aansluit. Dit betekent niet dat de gemeente alles moet overnemen wat ze bij de stedenbond voorstellen, maar dat de gemeente deze informatie naast haar eigen beleid moet leggen. Dan kan de gemeente dingen die ze beter doet, delen met andere gemeenten en leren van andere methodes die succesvol blijken. Wanneer gemeenten energiearmoede structureel op de kaart zetten, kan dit leiden tot nationale regelingen. De fractie SPA sluit zich daarom aan bij dit initiatief. Mevrouw Janssen (gob) is blij dat er een beweging ontstaat om als gemeente aan te sluiten bij deze stedenbond.

Voor de fractie zit de kern bij energiearmoede en rechtvaardigheid in een structurele aanpak door isolatie en de verduurzaming van woningen. Er zijn daar in de afgelopen jaren veel stappen in gezet. De heer Wolfs (GroenLinks/PvdA) bevestigt de opmerking van de heer Renet dat er een scheiding is tussen mensen in een huurwoning en een koopwoning. Hij komt terug op het voorbeeld van zijn oma en vertelt dat zij in een koopwoning zit en niet in de gelegenheid is om een aantal duizend euro voor te schieten voor de plaatsing van zonnepanelen en dan te wachten op subsidie. Dit is een van de punten van de stedenbond. Deze bond roept op om verduurzaming mogelijk te maken zonder eigen inleg van tevoren. Er wordt al veel gedaan en de gemeente kan dan ook een goede voorbeeldfunctie vervullen in de stedenbond. De heer Houtakkers voelt zich getriggerd door de vraag van de VVD wat de gemeente eigenlijk al doet. Hij vraagt of mevrouw Harle wil toelichten wat er allemaal al gedaan wordt. Mevrouw Harle legt uit dat er een samenwerking is binnen de ambtelijke ondersteuning met collega’s van wonen en collega’s van duurzaamheid. Zijzelf komt vanuit bestaanszekerheid. In deze samenwerking wordt al heel veel gedaan sinds het ontstaan van de energiecrisis in 2021.

Toen kwam de noodzaak om individuele inwoners te ondersteunen en dat hebben ze gedaan in samenwerking met woningcorporaties en andere maatschappelijke partners. Ze hebben veel mooie communicatiecampagnes en websites, maar om de mensen beter te bereiken hebben ze ook energiecoaches ingezet. Daarnaast proberen ze mensen via kerken en moskeeën te bereiken. Mevrouw Harle zegt dat er veel individueel gekeken moet worden naar ondersteuning van inwoners. De heer Houtakkers vermeldt dat er ook een aantal dingen zijn die niet mogen, zoals lokale energietoeslagen, categoriale compensatie en overname van energierekeningen voor brede doelgroepen. Er moet worden gekeken naar de mogelijkheden binnen de regelingen. Mevrouw Harle zegt dat er nog wel mogelijkheden zijn. Het tijdelijke noodfonds energie is in 2024 en 2025 werkzaam geweest en er wordt nu hard gewerkt aan een Europees Climate Fund. In deze tussenliggende periode gaat de gemeente gegevens ontvangen van inwoners die gebruik hebben gemaakt van het noodfonds in 2025. De gemeente gaat proactief contact opnemen met deze mensen om samen met een energiecoach te kijken naar mogelijkheden om energie te besparen en het nietgebruik van regelingen tegen te gaan. De raad wordt geïnformeerd over deze aanpak wanneer er specifieke gegevens zijn. Om woningen structureel te verduurzamen, worden prestatieafspraken gemaakt met woningcorporaties.

De heer Houtakkers reageert op het idee van de VVD om de ozb te verlagen. Hij zegt dat dit heel moeilijk is om daadwerkelijk uit te voeren. Hij vraagt om het beeld dat dit de ondersteuning zou helpen weg te nemen en te focussen op de regelingen die mevrouw Harle zojuist heeft benoemd. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) vraagt aan mevrouw Harle of inwoners die in 2025 gebruik hebben gemaakt van het tijdelijke noodfonds en er niet voor hebben gekozen om hun gegevens te delen toch kunnen aansluiten en gebruik kunnen maken van de regeling om hulp te krijgen. 9

Mevrouw Harle antwoordt dat inwoners zich altijd mogen melden en hulp kunnen vragen van energiecoaches. Zij kunnen mensen helpen bij het besparen van energie en zicht krijgen op hun eigen energierekening. Het noodfonds biedt alleen een extra mogelijkheid om inwoners proactief te benaderen. De heer Wolfs (GroenLinks/PvdA) vraagt hoe de gemeente wooncorporaties ondersteunt bij het verduurzamen van panden als er een mix is van huurwoningen en koopwoningen in een flatgebouw. De heer Houtakkers weet het antwoord hier niet op en verzoekt de heer Wolfs om dit te noteren als een technische vraag. De heer Houtakkers gaat in op de uitspraak van SPA om nogmaals kritisch naar de stedenbond te kijken. De opmerking dat er veel geleerd kan worden door het aansluiten bij de stedenbond is goed ontvangen. Hij steunt dit pleidooi en zegt dat er serieus wordt nagedacht over het tekenen. Conclusie: Het voorstel is voldoende besproken. De portefeuillehouder zegt toe te overwegen om de stedenbond te ondertekenen. De technische vraag van de heer Wolfs wordt schriftelijk beantwoord. De voorzitter sluit de vergadering af om 20.15 uur.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=0c1de5a6-4fb6-4fea-87ed-e737f3032f18