Notulen Ronde Maaszaal 4 september 2025
Tekst van het document
Notulen van de Ronde in Maaszaal op donderdag 4 september 2025 Tijdstip:
19.00-20.09 uur
2.1 Beleidskader Wmo – Toezicht kwaliteit en rechtmatigheid 2025 (Tillie) Aanwezig de voorzitter: de griffier:
B. Bonten A. Cortlever
de leden GOB: CDA: GroenLinks/PvdA: Stadspartij: PVV: D66: SPA: VVD: PIT: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Burger Centraal:
E.J.C. Janssen T.E.L. Vranken J.G.H. Slippens L.J.A. Weermann-Schepers D.D.W. Pfoster P.R. Pi Van de Venne P.W.M. Winteraeken-Bruls J.M.H. Joosten M.M.J.T. Schenk-Hermans -
het college: ambtelijke ondersteuning:
Wethouder I.A.M.H. Tillie mevr. Wilting-van der Sangen, mevr. Verbunt
notulen:
Notuleerservice Nederland
De voorzitter heet iedereen welkom en opent de rondevergadering. De fracties van Lokaal SGB en Burger Centraal zijn niet aanwezig. De voorzitter leidt het agendapunt in. De raad wordt voorgesteld om het beleidskader Wmo 2025 vast te stellen. De Wmo-raad Sittard-Geleen heeft reeds advies uitgebracht aan het college. Vooraf zijn er technische vragen gesteld, die al gedeeltelijk zijn beantwoord. Eerste termijn De heer Pfoster (PVV) is blij dat er eindelijk serieus werk gemaakt wordt van professioneel toezicht. Hij zegt dat de inwoners recht hebben op goede, passende en ondersteunende zorg en dat de belastingbetaler recht heeft op een gemeente die iedere euro zorgvuldig en rechtmatig besteedt. Hij voegt toe dat het goed is dat dit beleidskader zowel de kwaliteit van de zorg als de rechtmatigheid van de besteding van middelen borgt. Hij spreekt echter ook zijn zorgen uit over het feit dat de toezichthouders niet onafhankelijk zijn. Voorts vraagt hij het college hoe het voorkomt dat een te grote nadruk op vertrouwen leidt tot naïviteit richting zorgaanbieders en hoe het garandeert dat de samenwerking met de gemeenten Beek en Stein niet leidt tot meer bureaucratie en afstand tot de inwoners. De PVV-fractie is van mening dat het beleidskader nog vaag is en de financiële onderbouwing ondermaats. De heer Pfoster verzoekt het college om concrete uitwerking in het uitvoeringsplan.
Mevrouw Slippens (GroenLinks/PvdA) geeft complimenten voor de uitgebreide stukken en de aandacht voor communicatie naar de burgers. Haar fractie ziet het uitvoeringsplan graag tegemoet.
1
De heer Pi Van de Venne deelt mee dat D66 tussen de regels door nogal wat wantrouwen in het toezicht proeft. Met name de nogal verregaande inzage van persoonsgegevens bevreemdt zijn fractie. Toezichthouders en collegeleden zijn geen artsen en dat zij toch over gezondheidsgegevens van individuele inwoners zouden moeten beschikken, lijkt zeer onwenselijk. Opmerkelijk vindt de D66-fractie ook de bevoegdheid tot het nemen van spullen en het betreden van woningen en vraagt zich af in hoeverre dit past binnen de proportionaliteit. De heer Pi Van de Venne vraagt de portefeuillehouder om een reactie op deze zorgen. Mevrouw Janssen (gob) benadrukt dat inwoners die extra hulp nodig hebben, moeten kunnen rekenen op passende ondersteuning. Toezicht op de Wmo is daarbij belangrijk en ook wettelijk verplicht, maar gob wil de balans tussen controle en vertrouwen niet uit het oog verliezen. Mevrouw Janssen vraagt hoe de onafhankelijkheid van toezichthouders geborgd wordt en wanneer de raad het uitvoeringsplan krijgt. Verder wil zij weten hoe de keuzevrijheid bij pgb's gewaarborgd blijft en hoe voorkomen wordt dat kleine aanbieders niet ontmoedigd worden. Mevrouw Winteraeken-Bruls (SPA) wacht de eerste rapportage van de toezichthouders af en wenst hen veel succes. Zij complimenteert de adviesraden van Sittard-Geleen, Beek en Stein, dat zij gezamenlijk een advies hebben uitgebracht.
Mevrouw Joosten (VVD) onderschrijft het belang van toezicht op de uitvoering van de Wmo. Dat toezicht moet volgens haar niet alleen gericht zijn op het opsporen van misstanden achteraf, maar vooral op het voorkomen van fouten, fraude en misbruik. Daarmee worden niet alleen kwetsbare inwoners die recht hebben op goede zorg beschermd, maar ook de belastingbetaler. De VVD-fractie vindt dat in dit beleidskader scherper uitgewerkt moet worden hoe de verbinding tussen contractmanagement en toezicht gewaarborgd wordt. Mevrouw Joosten benoemt dat vertrouwen goed is, maar dat bij wanprestatie harde consequenties onmisbaar zijn. Verder vindt zij het positief dat de drie gemeenten samenwerken en dat de toezichthouders een gezamenlijk jaarplan maken, maar zij vraagt aandacht voor de borging van capaciteit en kwaliteit. In de basis steunt de VVD-fractie het beleidskader. Wel doet zij een aantal oproepen aan het college: werk expliciet uit hoe contractmanagement en toezicht op elkaar aansluiten zonder overlap of gaten; zorg voor een duidelijke benchmark met andere gemeenten, om te toetsen of de inzet van capaciteit doelmatig is; en houd altijd vast aan het principe van vertrouwen met controle, inclusief consequente handhaving bij misstanden. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) dankt de ambtelijke organisatie voor het beantwoorden van de technische vragen.
Gezien de recente ontwikkelingen en de ontstane situatie in november 2024 met betrekking tot het beleid en de mogelijke uitvoering bekijkt de PIT-fractie het beleidskader met argusogen. De noodzaak voor een robuust en deskundig toezicht is evident. Maar verschillende aandachtspunten moeten zorgvuldig worden overwogen om tot een succesvolle uitvoering te komen. Zo denkt de PITfractie dat er al bestaande structuren en processen voor toezicht zijn, die mogelijk nog niet volledig benut worden. Daarom vindt zij het essentieel dat de bestaande competenties en structuren worden geëvalueerd en dat er een integrale aanpak komt, waarbij de samenwerking met het Veiligheidshuis en andere relevante instanties wordt versterkt. Verder is PIT van mening dat toezicht op de Wmo inhoudelijke deskundigheid en een diepgaand begrip van de specifieke situaties van inwoners vereist. Bovendien moet het onafhankelijk zijn. Het toezicht moet gericht zijn op het creëren van een omgeving waarin kwaliteit en rechtmatigheid vanzelfsprekend zijn. Eventuele fraude kan een indicatie zijn dat processen niet op orde zijn. Het is daarom van cruciaal belang dat de gemeente zichzelf blijft toetsen en dat zij mechanismen heeft om vroegtijdig knelpunten te signaleren en aan te pakken. Daarnaast, aldus mevrouw Schenk-Hermans, zullen transparantie en open communicatie het vertrouwen moeten versterken.
Tot slot wil mevrouw Schenk-Hermans weten of de technische vragen die door een inwoner zijn gesteld worden beantwoord en of de verdeling 69/12/19 (Sittard-Geleen/Beek/Stein) ook geldt voor de verdeling van de kosten.
2
De heer Vranken (CDA) kan zich vinden in het voorstel en complimenteert de Wmo-raden met de diepgaande analyse, de vraagstellingen en het advies. Mevrouw Weerman-Schepers (Stadspartij) vindt veel goede aanbevelingen in de stukken. Het informeren van de inwoners verdient volgens haar aandacht, met name gelet op de intensiteit van de communicatie en het feit dat ook mensen die moeite hebben met lezen en schrijven, bereikt worden. Voor de Stadspartij is het belangrijk dat elke vorm van misbruik van de Wmo heel snel opgespoord wordt en de kop wordt ingedrukt. Ook moet er gekeken worden naar mogelijke belangenverstrengeling van toezichthouders. Tot slot zegt mevrouw Weerman-Schepers het jammer te vinden dat er geen financiële stukken zijn bijgevoegd. De voorzitter brengt in dat inmiddels een vertegenwoordiging van de Wmo-raad aanwezig is en verzoekt deze de eerdergenoemde complimenten aan de andere leden over te brengen. Wethouder Tillie begint zijn betoog door te zeggen dat de gemeente Sittard-Geleen vooroploopt, zowel regionaal gezien als landelijk. Dit maakt benchmarking lastig. De wethouder geeft aan dat er in eerste instantie een wettelijke verplichting is. Daarnaast is momenteel niet inzichtelijk hoe groot de zorgfraude in de gemeente is. Ook daarom is toezicht nodig. Hierbij is de intentie om de zogenaamde zorgcowboys eruit te halen.
Toezicht gebeurt dan op basis van signalen uit het veld en vanuit het meldcentrum, die kunnen leiden tot een onderzoek. Er wordt vanuit vertrouwen gewerkt, want het meeste gaat goed, aldus de wethouder. De gemeente wil kwetsbare doelgroepen beschermen tegen mensen of organisaties die dit als verdienmodel zien. Veel kan in contracten worden afgevangen. Voor de rechtmatigheidsverplichting en het borgen van de zorgkwaliteit worden 2,9 fte, drie toezichthouders, aangesteld voor de gemeenten Sittard-Geleen, Beek en Stein. Na evaluatie kan dit indien nodig worden aangepast. Wethouder Tillie zegt dat misbruik uiteraard wordt aangepakt. Bij kleinere vergrijpen of vergissingen wordt eerst het gesprek gezocht. Om goed onderzoek te kunnen doen zijn wellicht andere organisaties nodig en zal er informatie worden uitgewisseld. Gegevens over bijvoorbeeld gezondheid komen echter niet bij het college terecht. Voor wat betreft de pgb’s en de vrije keuze benadrukt de wethouder dat hier niets verandert. Zodra het uitvoeringsplan klaar is, krijgt de raad dit ter inzage. De wethouder zegt dat vertrouwen inderdaad niet mag leiden tot misbruik. Wordt fraude geconstateerd, dan zal worden gehandhaafd. De samenwerking met Beek en Stein is goed. De drie toezichthouders werken niet voor een specifieke gemeente, maar daar waar de signalen vandaan komen.
Onafhankelijkheid is geborgd, omdat de drie toezichthouders alleen maar toezicht houden en geen andere taken doen binnen de gemeente. Ook maken ze gebruik van het vierogenprincipe. Het communicatieplan vindt de wethouder een belangrijk aandachtspunt, dat verder uitgewerkt wordt in het uitvoeringsplan. Vervolgens zegt hij nogmaals dat, om grondig onderzoek te kunnen doen, er soms gegevens gedeeld moeten worden. Het gaat hierbij niet om gezondheidsgegevens. Met betrekking tot de kwetsbare groepen geeft wethouder Tillie aan dat het door toezicht en contracteren minder interessant zal zijn om deze te benaderen. De wethouder benadrukt dat de toezichthouders zich niet bezighouden met contractmanagement, maar dat zij kijken naar signalen over kwaliteit, rechtmatigheid en middelen. De wethouder zegt vervolgens transparantie toe, mede door middel van het jaaroverzicht. Hij denkt niet dat met toezicht extra bureaucratie wordt gecreëerd. Mensen worden geïnformeerd, onderzoek wordt gedaan indien nodig en er worden niet allerlei dingen extra opgezet. Het is echter een dynamisch proces, omdat maatwerk gevraagd is. Op de vraag over de verdeling van de kosten over de drie gemeenten geeft de wethouder later antwoord. Mevrouw Wilting-van der Sangen zegt toe dat de inwonersbrief zal worden beantwoord.
3
Mevrouw Verbunt, toezichthouder kwaliteit, laat weten dat een communicatieplan in de maak is. Er wordt nog nagedacht over informatiemateriaal dat geschikt is bij laaggeletterdheid. Met betrekking tot woningbetreding geeft zij aan dat dit slechts in een uiterst geval gebeurt. Woningbetreding moet proportioneel zijn in relatie tot de onderzoeksvraag, waarbij het grootste deel van de onderzoeksvraag niet is gericht op de pgb's, maar op zorg in natura. Over concrete sancties zegt mevrouw Wilting-van der Sangen dat de stukken de ‘piramide van naleving’ laten zien. In eerste instantie wordt altijd het gesprek gezocht. Als een aanbieder niet meewerkt, zijn als privaatrechtelijke middelen onder andere ingebrekestelling, cliëntenstop of contractontbinding denkbaar. De heer Pfoster (PVV) vindt de insteek van het college goed. Hij vindt echter ook dat hij van de wethouder geen duidelijk beeld krijgt van de omvang van de problematiek op dit moment en dat dit beter uitgewerkt had moeten worden. Datzelfde geldt voor de borging van regels en voor het beleid. Wethouder Tillie herhaalt dat het moeilijk te zeggen is op welke schaal het gebeurt en dat de gemeente daarin juist een lerende organisatie is.
Met het toezicht en eventueel extra onderzoek wil de wethouder er een vinger achter kunnen krijgen en er onder andere voor zorgen dat kwetsbare doelgroepen niet geraakt worden door aanbieders die uit zijn op winst of andere zaken. De heer Pi Van de Venne (D66) vraagt waarom het college de afweging heeft gemaakt om voorop te lopen en niet te leren van best practices van andere gemeenten in Nederland. Wethouder Tillie antwoordt dat de casus van Donny M. aanleiding was om met extra toezicht en andere hulpmiddelen iets te willen betekenen. Het college wilde niet wachten op andere partijen. Hij herhaalt dat de drie toezichthouders contact hebben met andere toezichthouders in het land om van elkaar te leren. Mevrouw Joosten (VVD) is benieuwd of er ook gesproken wordt met zorgverzekeraars. Ook wil zij weten of er een overlap kan zijn van contractmanagement en toezicht. Verder benadrukt zij dat woningbetreding alleen met toestemming van de bewoner of de rechter-commissaris kan. Wethouder Tillie geeft aan dat in 2015, toen de Wmo naar de gemeenten kwam, Sittard-Geleen vol ingezet heeft op goede contracten. De rechtmatigheidstoets is vaker gedaan, maar het aanstellen van toezichthouders om op kwaliteit te gaan toezien is nieuw. De basis is vertrouwen, maar bij signalen wil de gemeente onderzoek kunnen doen.
Verder zegt de wethouder dat er met de zorgverzekeraar is gesproken om het beleidskader nu zo vast te stellen. Mevrouw Wilting-van der Sangen brengt in dat er vier contractmanagers zijn. Als zij signalen opvangen dat er iets aan de hand zou kunnen zijn, nemen de toezichthouders het over. Dus er is zeker een samenwerking. In het uitvoeringsplan zal aandacht worden besteed aan het grijze gebied van de overlap. Mevrouw Verbunt voegt toe dat toezichthouders extra bevoegdheden hebben ten opzichte van contractmanagers, die hen in staat stellen verder onderzoek uit te voeren. Mevrouw Verbunt benadrukt dat de organisatie lerend is en met partners wil samenwerken om de kwaliteit te verbeteren. Mevrouw Joosten (VVD) vindt de woordkeuze van de wethouder dat het ‘niet de intentie’ is, ongunstig. Wethouder Tillie ziet dit niet zo. Maar hij is het met mevrouw Joosten eens, dat het beleidskader juridisch geborgd moet zijn en er duidelijkheid over de bevoegdheden moet zijn. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) vraagt wanneer men bij elkaar komt. Ook wil zij graag weten of bij beëindiging van een contract met een contractant deze informatie met andere gemeenten gedeeld wordt om te voorkomen dat hij het opnieuw probeert. Tot slot vraagt zij om verduidelijking rondom het inzetten van sancties en het beschikbare budget.
4
Mevrouw Wilting-van der Sangen laat weten dat het signaleringsoverleg periodiek gepland is, maar dat het vervalt als er niks te bespreken is. Als een contract wordt beëindigd, worden andere gemeenten ingelicht en dit ook bij het IKZ gemeld. Met betrekking tot de sancties zegt mevrouw Wilting-van der Sangen dat budget hierop geen invloed heeft. De heer Pi Van de Venne (D66) vraagt wat er gebeurt met de zorg van een cliënt als zijn zorgaanbieder door fraude wordt stopgezet. Wethouder Tillie antwoordt dat de gemeente de verplichting voor de continuïteit van de zorg heeft en zal onderzoeken of andere zorgaanbieders de zorg kunnen overnemen. Er is geen behoefte aan een tweede termijn en de voorzitter sluit de bespreking van het agendapunt. Hij concludeert vervolgens dat het voorstel in voldoende mate is besproken om het te agenderen voor de raadsvergadering van 11 september 2025 en vraagt of het voorstel als hamerstuk of bespreekstuk doorgeleid kan worden. De heer Pi Van de Venne (D66) en de heer Pfoster (PVV) willen graag de beantwoording van de resterende technische vragen afwachten. Samenvattend concludeert de voorzitter dat afhankelijk van de beantwoording van de technische vragen van zowel D66 als de PVV het voorstel in principe een bespreekstuk wordt.
Mocht de beantwoording voldoende zijn voor een van deze partijen, dan kan het alsnog een hamerstuk worden met een stemverklaring van de andere partij. De voorzitter voegt toe dat wethouder Tillie heeft toegezegd het uitvoeringsplan ter informatie naar de raad te sturen. Hierna dankt de voorzitter eenieder voor zijn of haar inbreng en sluit hij om 20.09 uur de vergadering.
5