Notulen Ronde Maaszaal 3 april 2025
Tekst van het document
Notulen van de Ronde in Maaszaal op donderdag 3 april 2025 Tijdstip:
19.00-20.00 uur
2.1 Rekenkamerrapport Subsidiebeleid Sittard-Geleen (Tillie) Aanwezig de voorzitter: de griffier:
R. Breidenbach A. Lamers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie: PIT:
G.R. Klee G.J.M.C. Essing-Demandt W.P.H. Paauwe M.J.M. De Loo P.R. Pi Van de Venne P.L.M. Heijlands S.A.J. Klein E.V.P. Talpe
het college: ambtenaar:
Wethouder I. Tillie M. Kretzers
rekenkamer: overig:
D. Heesakkers, E. Maussen J.W. van den Berg (Bureau BSA)
notulen:
R. Künne (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter heet iedereen in de ronde welkom en legt kort de spelregels uit, waarna hij het eerste agendapunt inleidt, het raadsvoorstel over het uitgevoerde onderzoek van de rekenkamer naar het gemeentelijke subsidiebeleid. De centrale onderzoeksvraag hierbij is in hoeverre de gemeente SittardGeleen in staat is om op een transparante wijze de doeltreffendheid, de doelmatigheid en de rechtmatigheid van haar subsidies en subsidieregelingen vast te stellen. Naar aanleiding van de bevindingen uit het onderzoek heeft de rekenkamer haar aanbevelingen opgesteld. Het voorstel is aan de orde geweest in de commissie Begroting en Verantwoording van 20 maart 2025, waarin geen opmerkingen zijn gemaakt ten aanzien van de aanbevelingen. De gestelde technische vragen zijn schriftelijk beantwoord. Eerste termijn De heer De Loo (GroenLinks/PvdA) dankt allereerst de rekenkamercommissie voor het uitgevoerde onderzoek. In de ogen van zijn fractie betreft het een nuttig en maatschappelijk wenselijk onderzoek, dat
1
inzicht en duidelijkheid geeft over de wijze van totstandkoming van subsidies. Volgens de heer De Loo lijkt het erop dat het college de kritische noten van de rekenkamer onaangenaam vindt en de verbetervoorstellen onvoldoende omarmt. Hij vraagt de wethouder om toelichting. Datzelfde geldt voor meer transparantie en welke verbeteracties er worden overgenomen. Ook de heer Heijlands (SPA) spreekt een woord van dank aan de rekenkamer uit en noemt de bestuurlijke reactie van het college op het onderzoek weinig charismatisch. Aangezien het college spreekt van ‘opnieuw’ een defensieve houding van de rekenkamer, wil de heer Heijlands graag weten of het college twijfelt aan haar objectiviteit. Ook vraagt hij de wethouder waarom in de jaarrekening wel de uitgaven, maar niet de individuele subsidies worden verantwoord. Door onjuist gebruik van het zaaksysteem JOIN zijn subsidies niet vindbaar en de heer Heijlands wil graag weten wanneer dit opgelost wordt. Verder vraagt zijn fractie zich af of de mate van partnerschap een bepalende factor is voor de mate waarin doelen en effecten gesteld worden. De heer Heijlands benadrukt in zijn betoog dat de raad onvoldoende haar controlerende taak kan uitvoeren, wanneer de hoeveelheid subsidies – en of deze doelmatig bijdragen aan de gestelde beleidsdoelen – niet of beperkt inzichtelijk zijn. Dit schaadt het vertrouwen in de politiek.
Tot slot vraagt hij welke concrete oplossingen het college voorstelt voor de conclusies van het rekenkamerrapport. Zijn fractie wenst de zes aanbevelingen van de kamer middels hoofdelijke stemming voor te leggen aan de raad. De heer Talpe (PIT) wil van de rekenkamer graag weten of de door haar gedane aanbevelingen van toepassing zijn op alle subsidieregelingen of dat er een onderscheid nodig is. Vervolgens spreekt hij over het geconcludeerde gebrek aan transparantie over beoogde en verstrekte subsidies en vraagt de wethouder welke concrete stappen ter verbetering hij ziet. Verder stelt de heer Talpe dat het aan de raad is om te bepalen welke mate van detailniveau gewenst is. Tot slot laat hij weten dat zijn fractie in de raadsvergadering een motie zal indienen voor het verbeteren van de onderlinge verstandhouding tussen college en rekenkamer en het wegnemen van de wederzijdse onvrede. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) zegt dat het onderzoek dat de basis vormt voor het onderhavige rekenkamerrapport niet voldoet aan de verwachtingen en dat het college juist gereageerd heeft op de conclusies. Zij vraagt aan de rekenkamer hoe geregeld kan worden dat een aantal aanbevelingen uit het rapport wordt overgenomen. Volgens de CDA-fractie is een nieuwe klankbordgroep niet nodig; de commissie B en V heeft deze functie al.
De heer Klee (gob) dankt de rekenkamer voor het rapport, dat voor zijn fractie veel vragen, onduidelijkheden en ongemak oproept. Zijn fractie is blij dat het college het gesprek wil aangaan om werkwijze, programmering, planning en uitvoering van de rekenkamer te onderzoeken en vooral voor de toekomst te verbeteren. De gob-fractie stelt voor het onderwerp van de raadsagenda af te halen en eerst alle partijen te laten bekijken hoe nu verdergegaan moet worden en pas op een later tijdstip een behandelrijp resultaat naar de raad te brengen. Op deze manier wordt recht gedaan aan alle partijen en is het goed voor de gemeente en haar subsidiebeleid. De heer Paauwe (Stadspartij) dankt de rekenkamer voor het uitvoerige rapport. Hij meldt dat in de momenteel beschikbare overzichten subsidieregelingen en -afspraken ontbreken. Hij roept het college op om alle organisaties waaraan de gemeente Sittard-Geleen gelden verstrekt, inzichtelijk te maken via het subsidieregister of een lijst met verstrekkingen. Incidentele subsidies kunnen daaraan toegevoegd worden, zodat alle gelden beheersbaar en controleerbaar zijn voor college, raad, organisaties en inwoners. Ook zegt de heer Paauwe het subsidiesysteem omslachtig te vinden en stelt een oplossing voor met minder administratieve rompslomp voor verenigingen. Het voorliggende voorstel vindt de Stadspartij-fractie niet behandelrijp.
Er dient eerst een inhoudelijk gesprek tussen college en rekenkamer plaats te vinden met terugkoppeling naar de raad, inclusief een compleet document van alle subsidieverstrekkingen. Namens de rekenkamer beantwoordt de heer Maussen de gestelde vragen. Aanbeveling 1 geldt voor alle subsidies. Aanbeveling 2 eveneens, maar deze zou met ‘substantieel’ en ‘niet substantieel’ kunnen worden gedifferentieerd. Voor de overige aanbevelingen zou de werkwijze passend bij de grootte van de
2
subsidie gekozen kunnen worden. Voor wat betreft de besluitvorming en informatievoorziening liggen deze, volgens de heer Maussen, bij de raad. Wethouder Tillie brengt in dat het college heeft gekeken naar hoe het onderzoeksrapport kan helpen om het subsidiebeleid te verbeteren. Daarbij merkte het college op dat de rekenkamer een aantal aannames gedaan heeft die niet reëel zijn of die niet gestaafd zijn op hoe het subsidiebeleid momenteel werkt. In 2014 is na het vorige rekenkamerrapport immers besloten het proces voor waarderingssubsidies te vereenvoudigen; verenigingen hoeven geen verantwoording meer af te leggen. Voor professionele instellingen worden wel duidelijke afspraken over verwachtingen en verantwoording gemaakt. Ook voor de incidentele subsidies, die aan het begin van het jaar niet in het subsidieregister staan, maar in de loop van het jaar worden aangevraagd, is beleid. De wethouder zegt het jammer te vinden dat met het door de rekenkamer gevraagde ambtelijke wederhoor bijna niets gedaan is en er verder geen communicatie is geweest. Er is inmiddels afgesproken dat wethouder mevrouw Bühler een kop koffie met de rekenkamer gaat drinken om te kijken hoe commissie en college met het oog op volgende onderzoeken nader tot elkaar kunnen komen. De heer Tillie benadrukt dat tegen het huidige raadsvoorstel niet volmondig ‘ja’ gezegd kan worden.
Enerzijds omdat bepaalde punten veel te veel werk met zich meebrengen, anderzijds omdat het gevraagde detailniveau niet altijd wenselijk is. De heer Kretzers voegt toe dat het systeem JOIN inmiddels organisatiebreed is ingevoerd en er wordt gestuurd op correct gebruik ervan. Wethouder Tillie geeft aan dat hij het jammer vindt als het voorstel niet in de raad besproken gaat worden, maar zou die beslissing begrijpen, omdat het geplande gesprek met de rekenkamer misschien nog tot een ander voorstel zou kunnen leiden. De heer De Loo (GroenLinks/PvdA) vindt dat de aanbevelingen gebrekkig tot stand zijn gekomen. Enerzijds zou de opdracht aan de rekenkamer teruggegeven kunnen worden om beter te worden uitgewerkt, anderzijds zou een besluitvorming kunnen plaatsvinden over datgene wat nu voorligt. De heer De Loo wil graag van beide partijen hierop een reactie. Wethouder Tillie benadrukt dat de zes beslispunten van het raadsvoorstel niet allemaal uitvoerbaar zullen zijn. Hij zou zich wel kunnen vinden in de beslissing om met de rekenkamer in gesprek te gaan over de aanbevelingen, om uiteindelijk toch de verbeterslag voor het subsidiebeleid te kunnen maken. De heer Talpe (PIT) vraagt of de beslispunten zodanig samenhangen dat ze niet afzonderlijk in stemming gebracht zouden kunnen worden.
Wethouder Tillie verduidelijkt dat het college met het huidige voorstel van zes beslispunten niet kan instemmen en adviseert het voorstel te beperken tot die punten die akkoord zijn. De voorzitter voegt toe dat de raad over de zes beslispunten afzonderlijk zou kunnen stemmen. De heer Maussen herhaalt dat de rekenkamer fundamenteel van inzicht verschilt met het college en dat het geplande gesprek met wethouder Bühler niet gaat over of men elkaar halverwege zou kunnen vinden, maar vooral over het proces. De heer De Loo (GroenLinks/PvdA) stelt dat de aanbevelingen van de kamer generiek van aard zijn en vraagt of niet elke aanbeveling daadwerkelijk op elke subsidie van toepassing is. De heer Maussen herhaalt dat het aanbeveling verdient dat de algemene aanbevelingen per regeling individueel gestalte gegeven wordt. Wethouder Tillie wil afrondend zeggen dat de algemene subsidieverordening duidelijke richtlijnen bevat. Hij is van mening dat het afstappen van KPI’s en verantwoording laten afleggen na het rapport in 2014 veel winst opgeleverd heeft. Hij wenst dit nu niet terug te draaien. De heer Paauwe (Stadspartij) vraagt naar aanleiding van het commentaar van het college of er in het verleden problemen met de rekenkamer zijn geweest. Daarnaast geeft hij een concreet voorbeeld van
3
miljoenen aan subsidie aan de sportstichting, die nergens terug te vinden zijn en vraagt de wethouder om opheldering. Wethouder Tillie laat weten dat ook eerdere reacties van de rekenkamer eerder defensief waren, zij een bepaalde visie heeft en niet direct de beweging wil maken om gezamenlijk het ambtelijk apparaat beter in te richten. De heer Paauwe (Stadspartij) geeft aan dat diverse gesprekken met partijen geleid hebben tot het standpunt van de rekenkamer, dat het college gewoon naast zich neer lijkt te leggen. Hij staat erop dat de situatie voor de toekomst opgelost wordt. Wethouder Tillie wenst te benadrukken dat het ambtelijk wederhoor conclusies van de rekenkamer weerlegt, wat echter niet in haar rapport is meegenomen. Het spanningsveld betreft niet de relatie onderling, maar feiten die in het rapport verschenen zijn die volgens het college niet kloppen. Mevrouw Heesakkers verduidelijkt het proces van haar kamer. Landelijk is het niet gebruikelijk dat de rekenkamer het gesprek zoekt om meningsverschillen uit de wereld te helpen. De insteek is niet om een rapport voor te leggen waarbij een-tweetjes zijn gevoerd om vervolgens met een eensgezind rapport naar de raad te gaan. In geval van meningsverschillen, is het aan de raad om daar iets van te vinden.
Wethouder Tillie informeert nog dat de subsidie voor de sportstichting in 2023 verdaagd is en later is uitbetaald, waardoor het niet in het onderzochte subsidieregister voorkwam. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) vraagt aan de rekenkamer of het klopt dat er nooit 100 procent transparantie kan zijn, omdat de subsidieverordening nu eenmaal ruimte voor beleidsvrijheid geeft. De heer Maussen antwoordt dat op regelingsniveau minimaal duidelijk moet zijn hoeveel geld er omgaat en op basis waarvan er gewaardeerd wordt. Op verantwoordingsniveau klopt de aanname; in veel gemeenten geldt dat onder een bepaald bedrag geen verantwoording hoeft worden afgelegd. Uit mailverkeer met het college, het nawoord van de rekenkamercommissie en hetgeen eerder deze avond gezegd is, lijkt het, volgens de heer Talpe (PIT), alsof de onderlinge verstandhouding tussen rekenkamer en college verstoord is. Hij wil graag weten hoe het college dit ziet. Wethouder Tillie ziet het niet als een verstoorde relatie, maar als een meningsverschil. Tweede termijn De heer Heijlands (SPA) zou graag van de overige raadsleden willen weten hoe zij kijken naar het individueel behandelen van de behandelpunten. De heer Talpe (PIT) gaat akkoord met individuele stemming en kondigt tevens een motie vreemd aan voor de raadsvergadering indien het voorstel over subsiediebeleid van de raadsagenda afgehaald wordt.
Ook de heer Paauwe (Stadspartij) is voor individuele behandeling, evenals de heer Klein (Lokaal SGB), die het als bespreekstuk in de raad wenst. Aangezien Lokaal in deze rondevergadering nog niet van zich heeft laten horen, vindt de heer De Loo (GroenLinks/PvdA) dit echter een vreemde gang van zaken. De heer Klein (Lokaal SGB) is niet verbaasd over de reacties van vanavond en zet vraagtekens bij de handelswijze van het college. Hij omarmt de motie, wil de punten graag individueel bespreken en daarnaast in de raad nog het een en ander over de gang van zaken zeggen. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) wijst de heer Klein er op dat inhoudelijke behandeling in de ronde thuis hoort en niet in de raad. De heer Klein (Lokaal SGB) vindt heel veel van dit onderwerp, maar wenst er verder niets meer over te zeggen. De heer Klee (gob) komt terug op zijn eerdere punt en vraagt de overige fracties te overwegen om op dit moment geen halfslachtig besluit te nemen, maar juist meer tijd.
4
De heer De Loo (GroenLinks/PvdA) brengt in dat de patstelling deels te wijten is aan het feit dat het proces niet goed verlopen is. Hij heeft nog veel technische vragen die eerst beantwoord moeten worden om een juist beeld te kunnen vormen of het raadsvoorstel behandelrijp is of niet. De heer Talpe (PIT) is niet tegen het doorschuiven van het voorstel, maar vraagt zich af, hoe het vervolg dan zou moeten zijn. De voorzitter laat weten dat de ronde kan adviseren dat het punt niet behandelrijp is en meer tijd vergt. Qua deadline heeft dit verder geen gevolgen. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) herhaalt dat zij graag zo snel mogelijk besluitvorming ziet. Over een eventuele aparte stemming per behandelpunt wil zij eerst met haar fractie ruggespraak houden. De heer Klein (Lokaal SGB) steunt een eventueel uitstel. Vervolgens gaat de voorzitter over tot besluitvorming per handopsteken en concludeert dat het voorstel naar mening van de Ronde nog niet behandelrijp is voor de raad. Dit zal de Ronde dan ook als advies meegeven aan de gemeenteraad. De voorzitter sluit dit agendapunt.
5
Notulen van de Ronde in Maaszaal op donderdag 3 april 2025 Tijdstip:
20.00-21.00 uur
2.2 Rondevoorstel GroenLinks-PvdA inzake Financiële situatie De Domijnen (Houtakkers) Aanwezig de voorzitter: de griffier:
R. Breidenbach A. Lamers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie: PIT:
J.H.J. Tholen H.L.J. Kamps W.P.H. Paauwe M.J.M. De Loo P.R. Pi Van de Venne J.J. Renet P.P.H. Vola E.V.P. Talpe
het college: ambtenaar:
Wethouder A. Houtakkers J. Laugs, S. Portz
overig
R. Spit (interim bestuurder De Domijnen)
notulen:
R. Künne (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter opent het tweede agendapunt en legt de spelregels uit. Eerste termijn Initiatiefnemer van dit agendapunt, de heer De Loo (GroenLinks/PvdA), leidt zijn betoog in en refereert aan de themasessie van 19 december 2024, waar de financiële situatie van en de bedrijfsvoering bij De Domijnen werd besproken. Destijds is afgesproken dat nader over dit thema zou worden geïnformeerd. Kritische vragen van de fractie zijn inmiddels uitgebreid beantwoord, maar een betere cijfermatige onderbouwing blijft wenselijk. De heer De Loo merkt op dat er zich reeds in mei 2024 donkere wolken samenpakten, maar de raad pas een half jaar later middels de tweede programmarapportage van oktober/november met stevige tegenvallers geconfronteerd werd. Hij voegt toe dat de directeurbestuurder en de raad van toezicht inmiddels zijn teruggetreden, wat ruimte biedt voor reparatie. De heer De Loo vraagt de wethouder hoe dit gaat gebeuren. Verder zegt hij dat het cultuurbedrijf zich op inhoud
6
de laatste tijd bewezen heeft. Hij roept de raad derhalve op, mocht blijken dat het financiële keurslijf van De Domijnen te zeer knellend zou zijn, om ‘extra zuurstof’ te geven. Wethouder Houtakkers laat weten dat eerder de situatie bestond dat met een x-bedrag de cultuur in de stad handen en voeten gegeven moest worden, wat gelukt is. Dat ging echter ten koste van de programmering van De Domijnen. Vervolgens moest De Domijnen meer in de etalage gezet worden, wat eveneens gelukt is. Nu, de derde keer, moet nagedacht worden over de juiste relatie tussen programmering en uitgaven daarvoor en er spelen onverwachte zaken. Een en ander vraagt tijd. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar welke lasten eigenlijk niet bij de culturele taak van De Domijnen horen, zoals vastgoed. Er is kennis en kunde in huis gehaald en de financiële administratie wordt vanaf de basis opnieuw opgebouwd. Die moet op korte termijn ook cijfermatig duidelijkheid geven. De heer De Loo (GroenLinks/PvdA) zegt zich ongemakkelijk te voelen bij het feit dat de raad zo laat is geïnformeerd over hoge schulden. De bedragen waren ook voor de wethouder ongemakkelijk, zeker omdat het ontstaan van het tekort niet onderbouwd was. Inventarisatie had tijd nodig, maar gaf uiteindelijk meer inzicht, waarna de raad direct geïnformeerd werd.
De heer De Loo zou het op prijs gesteld hebben, eerder al eerste signalen ontvangen te hebben. De heer Renet (SPA) stelt de bijdrage van de heer De Loo zeer op prijs. Hij vindt de gang van zaken vreemd en vraagt zich af waarom interne controles dingen zoals bijvoorbeeld de loonindexatie niet eerder aan het licht gebracht hebben. Ook hij vindt de melding over het tekort veel te laat voor een eventuele eerdere bijsturing door de raad. De SPA-fractie is vooralsnog tegen extra subsidie en wenst op korte termijn eerst een goede onderbouwing en een kansrijk toekomstplan. De heer Paauwe (Stadspartij) vraagt of de wethouder de aanwezige fracties kan bijpraten over de financiële eindafrekening van 2024. Ook wil hij graag weten waarom, na een eerste constatering van een oplopend tekort in mei 2024, de portefeuillehouder pas eind november 2024 de gemeenteraad op de hoogte stelde. Het subsidieregister biedt geen uitkomst in dit dossier. Paauwe vraagt de wethouder naar oplossingen en om betere communicatie naar de raad. Hoe heeft de aanstellingsprocedure van de nieuwe directeur plaatsgevonden? Het is immers belangrijk dat ‘de juiste man op de juist plaats’ komt, die De Domijnen weer in rustig en goed financieel vaarwater brengt.
En hoe ziet de nieuwe directeur de naamgeving ‘Toon Hermans Theater’? Tot slot stelt de heer Paauwe vraagtekens bij het rooskleuriger maken van de financiële situatie in verhouding tot andere organisaties. Als reactie op de eerste inbreng van de fracties doet de heer De Loo (GroenLinks/PvdA) de oproep om te zorgen dat financiën en bedrijfsvoering op orde komen, maar dit mag niet te koste gaan van de inhoudelijke programmering. Wethouder Houtakkers valt de heer De Loo bij; handen af van cultuur en stevig ingrijpen op de bedrijfsvoering. In de subsidiebeschikking zijn voorwaarden gesteld op welke wijze De Domijnen zou moeten presteren. Daarbij is gesteld dat er uitgegaan mocht worden van een geprognotiseerd tekort van drie ton, waarbij ook is afgesproken op welke wijze dat opgelost zou worden. In de loop van 2024 bleek dat het om een aanzienlijk hoger bedrag gaat, waarvan de oorzaak eerst achterhaald moest worden. Meer duidelijk wordt nu geschapen om de raad oplossingen te kunnen voorstellen. De financiële eindafrekening van 2024 volgt zo spoedig mogelijk. De wethouder laat verder weten dat het subsidieregister hier niet aan de orde is, omdat het hier om een professionele instelling gaat. Over de benoeming van de nieuwe directeur zegt de wethouder dat de raad van toezicht een extern bureau een advertentie heeft laten plaatsen, waar diverse kandidaten op hebben gereageerd.
Gesprekken hebben plaatsgevonden met de raad van toezicht, de OR, een medewerkersdelegatie en de gemeente. Vervolgens legt de wethouder het verdienmodel en de relatie met PLT Heerlen uit en zegt hij dat de naamgevingsdiscussie nu niet aan de orde is. De heer Laugs brengt in dat begin 2025 is gebleken dat de voorlopige financiële analyse van 2024 correct was. Hij geeft aan dat het structurele deel van het tekort op drie wijzen is ontstaan. Allereerst zijn de vaste kosten personeel en vastgoed substantieel gestegen. Daarbij kwam dat deze stijging niet in de
7
pas liep met de groei van de exploitatie en de ontwikkeling van de subsidie. Daarnaast leverden de verdienmodellen te weinig inkomsten op. De heer Laugs deelt mee dat hij een herstelplan heeft gemaakt op basis van vier bedrijfsvoeringsthema’s: planning en controle; bestuur, management en toezicht; medewerkers; vastgoed. Er gaat een reorganisatie plaatsvinden ten gunste van 10 procent kostenreductie. Verder is het voorstel dat de gemeente het beheer van het vastgoed deels naar haar terughaalt en ook borgt in haar begroting. De Domijnen heeft namelijk geen expertise voor gebouwenbeheer in huis. De opgaven voor de bedrijfsvoering zijn: instelling op orde, financiën op orde, zorgen dat het culturele aanbod zich goed ontwikkelt en past bij de ontwikkelingen in de tijd. Het herstelplan is opgesteld in opdracht van de raad van toezicht en is in overleg met het college vastgesteld. De nieuwe directeur-bestuurder treedt per 1 mei 2025 aan en gaat dan met het plan aan de slag. De heer Renet (SPA) blijft het vreemd vinden dat ondanks de subsidierelatie of relatie opdrachtgeveropdrachtnemer, zoals hij het liever ziet, het financieel zo mis kon gaan. Hij voegt toe dat De Domijnen in eerdere jaren wel in het subsidieregister stond. Qua kostenstijging vastgoed wil de heer Renet graag weten waardoor dat komt.
Verder vindt hij het terughalen van het vastgoed naar de gemeente een verkapte vorm van subsidieverlening. Wethouder Houtakkers bevestigt nogmaals dat er goed naar het financiële plaatje gekeken wordt. Hij herhaalt dat het hier niet om een opdrachtgever-opdrachtnemerrelatie gaat en dat het verdienmodel geëvalueerd wordt. De wethouder verduidelijkt dat de gemeente eigenaar is van het vastgoed van De Domijnen. De verkregen subsidie dekt niet de kosten voor technische zaken in de gebouwen, waardoor een verlies is ontstaan. De heer Renet wil graag een duidelijk overzicht van deze kosten, waarop de wethouder aangeeft dat er hard gewerkt wordt om alles scherp in beeld te krijgen. Samenvattend zegt wethouder Houtakkers dat het verlies in 2024 een fors aantal tonnen bedraagt en het begrotingstekort van 2025 er niet om liegt. Er ligt een herstel- en ontwikkelplan, maar de zorgen van de raad worden door het college gedeeld. Het is nodig scherpte in het dossier te krijgen, wat tijd nodig heeft. Nieuwe kaders rondom cultuur in de stad moeten worden vastgesteld. De heer Paauwe (Stadspartij) dankt de wethouder en de heer Laugs voor de toelichting en vraagt hoe de meerjarenbegroting eruitziet. Wethouder Houtakkers zegt deze toe. Paauwe vraagt vervolgens of de relatie tussen subsidie en vastgoed niet ook voor andere instellingen opnieuw moet worden bekeken.
De wethouder antwoordt dat er op dit moment geen signalen van andere instellingen zijn met financiële moeilijkheden en voegt daaraan toe dat de systematiek van kostprijsdekkende huur in relatie tot de subsidies in principe goed werkt. De heer Tholen (gob) geeft aan dat De Domijnen uit niet alleen het theater bestaat en vraagt of er mogelijk afstand van een van de andere huizen wordt gedaan voor een positiever financieel beeld. Verder wil hij graag weten of de wethouder voor of na de zomervakantie met zijn analyse terugkomt. Wethouder Houtakkers zegt toe zijn analyse voor de zomer gereed te hebben. Deze neemt alle onderdelen van De Domijnen mee, niet alleen het theater. De heer De Loo (GroenLinks/PvdA) vraagt wat het terugtreden van de raad van toezicht betekent. Wethouder Houtakkers antwoordt hierop dat de raad van toezicht per 1 mei 2025 terugtreedt, waarbij twee leden op interimsbasis tot 1 augustus aanblijven. Statutair is er namelijk een raad van toezicht nodig om een nieuwe te kunnen benoemen. De wethouder pleit ervoor bij de benoeming als gemeente een sterkere voet tussen de deur te hebben. Een extern bureau helpt bij het zoeken naar kandidaten. De heer Paauwe (Stadspartij) vraagt of een collegelid onderdeel van de raad van toezicht mag zijn. Wethouder Houtakkers zegt dat dat niet kan. Hierna concludeert de voorzitter dat het voorstel voldoende besproken is.
Hij vat samen dat er is toegezegd bedragen en onderbouwing daarvan voor de zomer naar de raad te sturen, dat er gewerkt wordt aan een ontwikkelplan en dat de samenwerking met PLT wordt geëvalueerd. Vervolgens dankt de voorzitter eenieder voor zijn of haar bijdrage en sluit hij de rondevergadering.
8