Notulen Ronde Maaszaal 10 februari 2026
Tekst van het document
Notulen van de Ronde Maaszaal op dinsdag 10 februari 2026 Tijdstip: 19.00 – 19.30 uur Agendapunt 1.1 Rekenkamerrapport begroting Aanwezig de voorzitter de griffier
R. Breidenbach A. Lamers
de leden
gob: M.W.C. Claessens CDA: G.J.M.C. Essing-Demandt GroenLinks/PvdA: P.H.J. Kubben Stadspartij: PVV: D66: E.M. Ter Woorst SPA: P.W.M. Winteraeken-Bruls Lokaal Sittard-Geleen-Born: VVD: N.J.E. Strech PIT: M.M.J.T. Schenk-Hermans Burger Centraal: -
Portefeuillehouder
I. Tillie
Ambtelijke ondersteuning
De heer Roberts, de heer Van de Walle, de heer Maussen, de heer Lenderink, de heer Laskewitch
Notulen
A. Flantua
De voorzitter opent de Ronde en heet iedereen welkom. Leden hebben van tevoren technische vragen kunnen stellen. Het eerste agendapunt gaat over het raadsvoorstel met betrekking tot het Rekenkamerrapport over de toegankelijkheid van de begroting. Dit rapport betreft een doorwerkingsonderzoek naar het rapport van 2020. Er is onderzocht in hoeverre de aanbevelingen van dit rapport opgevolgd zijn. Er wordt aan de raad gevraagd om de aanbevelingen uit het doorwerkingsonderzoek over te nemen. De commissie Begroting en Verantwoording heeft het rapport besproken in haar vergadering van 22 januari jongstleden. Naar aanleiding daarvan zijn de beslispunten in het raadsvoorstel aangepast. Het voorstel kan in twee termijnen worden besproken. Eerste termijn De heer Strech (VVD) vindt een toegankelijke begroting belangrijk voor zowel raadsleden als inwoners. Hij wil meer duidelijkheid over wat er wordt gedaan, de kosten daarvan en wat er bereikt wil worden. Het is goed dat het college de aanbevelingen overneemt, maar verbetering mag niet vrijblijvend zijn. Hij roept het college op om concreet en met tempo duidelijkheid te geven. Mevrouw Winteraeken-Bruls (SPA) vindt het goed dat de Rekenkamer nu terugkijkt op het rapport van 2020. Ze is tevreden over het rapport en stemt in met het voorstel.
De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) vindt dat de Rekenkamer goed op weg is om de begroting toegankelijker te maken. Hij vraagt de Rekenkamer om verder op het subsidiebeleid in te gaan. Hij vertelt dat de toegankelijkheid van het subsidiebeleid op 9 oktober ook besproken is en dat hij zich verbaasd heeft tijdens het teruglezen van deze vergadering. Alle aanbevelingen die toen gedaan werden, zijn verworpen. Hij vindt dit niet passend bij een proces waar transparantie voor inwoners nagestreefd wordt. Hij wil graag weten welke beleidsdoelen nagestreefd worden met de subsidies. In de verordening staat dat de raad de subsidie elke vier jaar moet evalueren. De fractie pleit ervoor om 1
dit beter te gaan doen. Hij roept op om terug te kijken naar wat de gegeven subsidies hebben betekend. Hij is onder de indruk van het feit dat subsidies vaak jarenlang doorgaan zonder dat daar opnieuw kritisch naar gekeken wordt. Er wordt te gemakkelijk gezegd dat het in de P&C-cyclus zit, terwijl dit voor een raadslid helemaal niet te zien is. Hij vraagt de Rekenkamer hoe zij terugkijken op het rapport dat in oktober in de raad besproken is. Aan de andere partijen vraagt hij of ze de opmerkingen van de fractie delen. De heer Claessens (gob) reageert op de heer Kubben dat er samen met het college een proces in gang is gezet om tot een implementatie van de aanbevelingen te komen. De aanbevelingen worden niet direct overgenomen, maar de ideeën worden wel meegenomen. Hij stelt vast dat er de laatste jaren veel verbeteringen in effectiviteit en toegankelijkheid zijn doorgevoerd in de rapportages. De fractie gob is tevreden over de aanbevelingen die bijdragen aan verdere verbeteringen. De fractie gaat akkoord met het voorstel. Mevrouw Essing-Demandt (CDA) complimenteert de Rekenkamer op het doorwerkingsonderzoek. Het rapport laat zien dat er stappen zijn gezet, maar er zijn meer verbeteringen mogelijk. Het CDA kan zich vinden in de aanbevelingen en ondersteunt de oproep om de toegankelijkheid door te ontwikkelen.
Ze verwacht daarbij wel duidelijke keuzes en afspraken zodat financiële stukken een optimaal hulpmiddel zijn. De voorzitter bedankt de leden voor hun bijdragen en geeft de Rekenkamer de kans om te reageren. De heer Maussen bedankt de leden voor hun complimenten. In het originele onderzoek zat een aanbeveling ten aanzien van subsidies in het kader van de P&C. Dit onderzoek bevat de bevindingen en conclusies van wat er met die aanbeveling is gedaan. Hij beaamt dat aanbevelingen over meetbaarheid, merkbaarheid en de monitoring niet zijn overgenomen. Hij geeft aan dat de wethouder beter kan uitleggen wat er gebeurd is met de niet-overgenomen aanbevelingen. Hij zegt dat meetbaarheid en merkbaarheid inzichtelijk maken in de P&C-cyclus ook een continu aandachtspunt is. Het onderzoek dat nu voorligt gaat alleen in op de subsidies, waar het vorige onderzoek veel breder was. Omdat de aanbevelingen van de vorige keer niet over zijn genomen, is volgens hem minder zicht op wat er gebeurt. De heer Tillie zegt dat de commissie B&V van Sittard-Geleen druk bezig is met het doorvoeren van verbeteringen op het gebied van toegankelijkheid. Hij gaat met de raad aan de slag om ervoor te zorgen dat de P&C een hulpmiddel kan zijn. De heer Tillie wil niet opnieuw in discussie gaan over het subsidiebeleid.
De vorige keer heeft hij aangegeven dat het subsidiebeleid dit jaar geëvalueerd wordt en dat er meer wordt gekeken naar de doelen dan naar de maatregel. Bij de monitoring wil hij niet te veel KPI’s zetten. Er wordt gekeken naar meetbaarheid, maar het gaat ook veel om de merkbaarheid die niet altijd meetbaar is. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) bevestigt dat niet alles meetbaar is en er kwalitatieve metingen gedaan moeten worden om te kijken of de effecten van de subsidies merkbaar zijn. Uit het rapport van vorig jaar blijkt dat verschillende afdelingen van de gemeente anders met de subsidie aan de slag gaan. Hij wil dit bespreekbaar maken om daarin iets te veranderen. Hij vindt dat de stemming over de aanbevelingen van afgelopen oktober de discussie over dit onderwerp niet afrondt. Deze discussie is onacceptabel verlopen en het gesprek moet heropend worden om te kijken naar hoe je een stad bestuurt. De heer Tillie zegt dat dit stuk op de agenda van de raadsvergadering zal staan, niet het subsidiebeleid. De heer Kubben mag het oneens zijn met de stemresultaten, maar dit is wat de meerderheid heeft besloten. Destijds heeft de heer Tillie toegezegd dat de geest van de aanbevelingen wel wordt meegenomen. Hij raadt de heer Kubben aan om niet hier, maar bij de bespreking over het subsidiebeleid deze discussie te voeren.
De heer Tillie herkent zich niet in de uitspraak dat verschillende afdelingen heel anders omgaan met subsidies. Er zijn duidelijke richtlijnen waar subsidieaanvragen aan moeten voldoen. Wellicht is het zo dat de evaluatie van de aanvragen duidelijker moet zijn voor externe partijen, maar intern worden de regels hetzelfde toegepast. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) beweert niet dat het vorige rapport voorligt. In dit rapport wordt ook gesproken over subsidies. Hij wil de discussie niet overdoen, maar er wordt aan de raad gevraagd om ergens mee in te stemmen en er moet richting gegeven worden aan wat de prioriteiten zijn voor
2
het college bij het uitwerken van dit rapport. Als het subsidiebeleid dit jaar aan de orde komt, dan wil hij daar concrete afspraken over maken. De heer Tillie vindt dit een kwalificatie die niet past. De aanbevelingen die in dit voorstel staan worden overgenomen en het is aan de commissie Begroting en Verantwoording om daar verder invulling aan te geven. Als het subsidiebeleid een onderdeel is van de aanbevelingen, dan wordt dat daar besproken. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) zegt dat de commissie B&V er is voor de technische aspecten rondom de P&C-cyclus. Zij hebben zelf gevraagd om beleid inhoudelijk in de raad te bespreken. Het gaat de fractie erom wat de subsidies toevoegen aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Hij wil dat er in de nieuwe collegeperiode teruggekeken wordt naar de bijdragen van subsidies aan beleidsdoelstellingen of dat ervoor gezorgd wordt dat deze informatie bij de volgende collegeperiode bekend is, zodat ze kunnen terugblikken. De heer Tillie vindt het goed om deze discussie te voeren wanneer het onderwerp terugkomt bij de raad naar aanleiding van de evaluatie van het subsidiebeleid. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) vraagt wanneer deze evaluatie klaar is. De heer Tillie verwacht dat dit na de zomer besproken wordt. De voorzitter sluit de eerste termijn. Hij stelt vast dat meerdere fracties gebruik willen maken van de tweede termijn.
Tweede termijn Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) steunt het voorstel van de heer Kubben om het subsidiebeleid opnieuw te bespreken. PIT was erg kritisch en vond het stemgedrag verbazingwekkend. Ze vindt dat de raad kritisch moet blijven op subsidiebeleid. Mevrouw Schenk-Hermans hoort graag welke subsidies opeens niet meer worden verstrekt en wat daar de redenen voor zijn. De heer Claessens (gob) zegt dat de evaluatie van het subsidiebeleid het juiste moment is om terug te kijken op de manier waarop subsidies worden gegeven en hoe ze worden beoordeeld. De fractie gob vindt het belangrijk om een overzicht te hebben van de bijdrages die subsidies opleveren om te beoordelen of het nog zinvol is om bepaalde subsidies te verstrekken. Zowel merkbaarheid als meetbaarheid kunnen daar goede factoren bij zijn. De heer Kubben (GroenLinks-PvdA) zegt dat de reacties van de fracties vertrouwen scheppen dat het subsidiebeleid dit jaar besproken wordt. Conclusie: Het onderwerp is voldoende besproken. Het voorstel wordt als hamerstuk op de agenda voor de raadsvergadering van 5 maart 2026 geplaatst. De voorzitter schorst de vergadering om 19.28 uur.
3
Tijdstip: 19.30 – 19.40 uur Agendapunt 1.2 P&C-cyclus 2026 Aanwezig de voorzitter de griffier
R. Breidenbach A. Lamers
de leden
gob: M.W.C. Claessens CDA: G.J.M.C. Essing-Demandt GroenLinks/PvdA: P.H.J. Kubben Stadspartij: J.W. Coumans PVV: D66: E.M. Ter Woorst SPA: P.W.M. Winteraeken-Bruls Lokaal Sittard-Geleen-Born: VVD: N.J.E. Strech PIT: M.M.J.T. Schenk-Hermans Burger Centraal: -
Portefeuillehouder
I. Tillie
Ambtelijke ondersteuning
De heer De Bruijn, de heer Van de Walle
Notulen
A. Flantua
De voorzitter heropent de vergadering om 19.30 uur. De voorzitter vertelt dat aan de raad wordt gevraagd om in te stemmen met de voorgestelde P&Ccyclus. De ingediende technische vragen zijn beantwoord. Het voorstel kan in twee termijnen worden besproken. Eerste termijn Mevrouw Essing-Demandt (CDA) begrijpt dat er in de P&C-cyclus rekening wordt gehouden met de verkiezingen die volgende maand plaatsvinden. De fractie waardeert dat ze meegenomen wordt in de begrotingsvoorbereiding. De planning en de voorgestelde afwijkingen van de financiële verordening kan de fractie plaatsen. De heer Claessens (gob) vertelt dat de afgelopen jaren een proces is ingezet waardoor de raad beter in positie komt om vragen te stellen over de financiële stukken. De kadernota zal dit jaar niet aan de orde zijn, waardoor de raad de eerste rapportage en de jaarrekening tegelijk zal behandelen. De fractie kan zich vinden in de afwijkingen van de financiële verordening en de planning zoals die nu voorliggen. Hij vraagt de wethouder wanneer de actualisatie van de financiële verordening plaatsvindt. Mevrouw Winteraeken-Bruls (SPA) is tevreden over de jaarplanning van de P&C-cyclus. De heer Strech (VVD) vindt deze P&C-cyclus passend bij een gemeente die efficiënt, nuchter en doelmatig werkt. Hij stemt in met het weglaten van de kadernota in dit verkiezingsjaar. De tussentijdse rapportages zijn goed opgezet.
Dit zorgt voor transparantie en voorkomt dat de raad wordt belast met onnodige beleidsinhoud op het laatste moment. De VVD waardeert dat alleen afwijkingen worden gerapporteerd. De P&C-cyclus is duidelijk en sluit goed aan bij de slagvaardige overheid. De heer Tillie bedankt de leden voor de complimenten op de P&C-cyclus. De P&C-cyclus is bedoeld om de raad op tijd in stelling te brengen en de juiste documenten voor te leggen. Door de eerste rapportage in juli te doen, kan er meer gezegd worden over de voortgang. De heer Gerry legt uit dat de laatste actualisatie van de financiële verordening medio vorig jaar is geweest en het tijd is voor de volgende actualisatie. Hij hoopt dat hier meer aanleiding voor is. Mocht dit niet zo zijn, dan moet dit via een voorstel geformaliseerd worden. De voorzitter sluit de eerste termijn af. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. 4
Conclusie: Het onderwerp is voldoende besproken en de leden zijn tevreden over de P&C-cyclus. Het voorstel zal als hamerstuk richting de raad gaan. De voorzitter schorst de vergadering om 19.38 uur.
5
Tijdstip: 19.40 – 20.30 uur Agendapunt 1.3 Initiatiefvoorstel (VVD) inzake dierenbeleid Aanwezig de voorzitter de griffier
R. Breidenbach A. Lamers
de leden
gob: J.M.E. Donners CDA: T.E.L. Vranken GroenLinks/PvdA: P.H.J. Kubben Stadspartij: J.W. Coumans PVV: D66: E.M. Ter Woorst SPA: P.W.M. Winteraeken-Bruls Lokaal Sittard-Geleen-Born: VVD: J.M.H. Joosten PIT: M.M.J.T. Schenk-Hermans Burger Centraal: -
Portefeuillehouder
I. Tillie
Ambtelijke ondersteuning
De heer Schils
Notulen
A. Flantua
De voorzitter heropent de vergadering om 19.43 uur. De voorzitter vermeldt dat het voorstel inzake dierenbeleid al eerder aan de orde is geweest, maar niet verder behandeld is omdat het college eerst een inventarisatie wilde uitvoeren van het aanwezige beleid. Het college heeft de inventarisatie afgerond en de raad hierover geïnformeerd op 6 november 2025. De stukken zijn toegevoegd aan iBabs. Het voorstel wordt in twee termijnen besproken. De voorzitter legt het aangepaste besprekingsproces voor een initiatiefvoorstel uit. Eerste termijn Mevrouw Joosten (VVD) licht het voorstel voor het opstellen van de integrale beleidsnota dierenbeleid voor Sittard-Geleen toe. Het is goed dat er eerst is geïnventariseerd wat er op dit moment gebeurt rondom dieren. Een inventarisatie is een overzicht van wettelijke taken en lopende activiteiten, geen strategische koers of integrale beleidsmatige borging. Op 12 juli 2022 heeft de raad bijna unaniem besloten om te onderzoeken hoe het beleid dierenwelzijn kan worden versterkt. Zolang een voorstel met ambities, keuze en borging ontbreekt, is deze afspraak niet voltooid. Op dit moment is er geen integraal kader of samenhangend document waarin doelen, verantwoordelijkheden en ambities zijn vastgelegd. De handhaving van hondenregels en uitvoering van wettelijke verplichtingen zijn het minimale.
Elke keer dat het beleid ter sprake komt, hoort de fractie dat er onvoldoende capaciteit is om dit integraal op te pakken. Het voorstel bevat daarom expliciet de mogelijkheid om gebruik te maken van externe expertise. Andere gemeenten in de omgeving beschikken al over een vastgesteld dierenbeleid. De VVD stelt voor om het college opdracht te geven tot het opstellen van een beleidsnota dierenbeleid, eventueel gebruik te maken van externe expertise en de financiële verwerking te betrekken in de eerste rapportage van 2026. Omdat de raad aan het einde van zijn bestuursperiode zit, vraagt ze aan het college of het bereid is om voor het einde van deze bestuursperiode een concreet voorstel voor te bereiden. De fractie vraagt om serieuze voorbereiding zodat de volgende raad kan besluiten over het versterken van het dierenbeleid. Als het college hiertoe bereid is, wil de fractie haar voorstel in de procedure aanpassen. Ze willen bestuurlijke duidelijkheid en structurele borging. De heer Tillie vertelt dat het college in de raadsbrief heeft geïnformeerd over de wettelijke en bovenwettelijke taken die worden uitgevoerd en de kansen voor verbetering. Ze hebben het beleid vergeleken met het rapport van Maastricht om naar de verschillen te kijken. De dingen die in het beleid van Sittard-Geleen ontbreken, zijn heel beperkt.
Als een externe expert hier dezelfde conclusie trekt, heeft dat geen toegevoegde waarde. De heer Tillie snapt de oproep van mevrouw Joosten voor 6
een integraal beleid, maar zegt dat dit ook erg ingewikkeld is. Het gaat om ongediertebestrijding, faunabeheer en het welzijn van huisdieren. Hij zegt toe dat daar een rapport van gemaakt kan worden. Het klopt niet dat er helemaal geen beleid is. Zo wordt faunabeheer elke keer besproken in het groen beleid. Hij wil de VVD wel tegemoetkomen, maar niet door veel tijd en geld te investeren in een extern bureau met een risico op weinig resultaten. Hij stelt voor dat het college een rapport opstelt waarin het huidige beleid wordt beschreven, inclusief de toezegging van wat er nog uitgewerkt moet worden. Dit rapport wordt dan voorgelegd aan de raad en deze kan bespreken of er behoefte is aan verdere uitwerkingen. Mevrouw Joosten (VVD) vindt het vreemd dat er een heel document tot stand is gekomen in samenwerking met de wethouder en de ambtenaren waarin staat dat er te weinig personeel is, maar dat de wethouder nu zegt dat dit niet meer nodig is. Ze zegt dat de externe partij niet nodig is, maar het was een suggestie omdat er is aangegeven dat er personeelstekorten zijn. Het gaat om integraliteit en als de ene afdeling niet weet waar de andere mee bezig is, slaat men de plank mis. Ze zegt dat inwoners vaak aangeven dat ze bij meldingen verschillende antwoorden krijgen van verschillende afdelingen. Het huidige beleid op papier zetten creëert geen integraliteit.
In 2022 is er op papier gezet dat er zou worden gekeken naar hoe het dierenbeleid kan worden versterkt en dat ontbreekt hier nog. Ze vraagt de wethouder om een begin te maken aan een integrale aanpak. De heer Tillie herhaalt dat ze hebben gekeken naar het rapport van Maastricht en een inventarisatie hebben gemaakt van de wettelijke en bovenwettelijke acties. Uit deze inventarisatie is gebleken dat er al heel veel wordt gedaan en er weinig verschil is met de activiteiten in Maastricht, maar het is niet goed bij elkaar gebundeld in één rapport. In de raadsinformatiebrief staat ook dat er intern duidelijke afspraken gemaakt moeten worden over hoe er intern geborgd wordt dat iedereen hetzelfde tegen het beleid aankijkt. Destijds is gezegd dat er niet genoeg personeel is, maar nu blijkt dat de gemeente al heel veel doet. Het samenbundelen en duidelijke afspraken maken over het beleid is iets wat de ambtelijke organisatie zelf kan doen. Hij vraagt welke versterking mevrouw Joosten nog zoekt en stelt voor om deze specifieke versterking in de raad te bespreken. Mevrouw Joosten (VVD) is verbaasd over het feit dat de wethouder dit onderwerp zo doorschuift. Maastricht en Heerlen hebben een beleidsdocument. Als een ambtelijke organisatie ergens een beleid over maakt, dan wordt daarop gehandeld en worden kaders ingezet.
Dat is de versterking van het beleid dat in deze gemeente nog ontbreekt. In juli 2022 heeft de raad gestemd en er is toegezegd dat een beleid ontwikkeld wordt. Het is fijn dat er al veel gedaan wordt, maar daar moet een integraal beleid van gemaakt worden. De heer Tillie heeft al toegezegd in de raadsinformatiebrief dat de ambtelijke organisatie gaat kijken hoe ze deze activiteiten kunnen bundelen. In de aanvullende acties die ze moeten ondernemen staat al dat er een document komt dat zowel extern als intern wordt gecommuniceerd, zodat de afdelingen op één lijn liggen en weten wie de contactpersonen zijn voor de verschillende takken. Dit borgt dat dit teruggevonden kan worden in het beleid, contracten en subsidies. Het gaat alleen om de uitwerking van het beleid. De heer Tillie is onzeker over waar de verdere versterking dan nog in zit. Mevrouw Joosten (VVD) vond de toezegging in de raadsinformatiebrief te vrijblijvend. Als de wethouder nu toezegt dat ze alle activiteiten bij elkaar gooien, een beleid maken en het intern goed gaan regelen, dan is de VVD tevreden. De heer Tillie zegt dat ze hier al mee bezig zijn. Hij zegt toe dat hij met het gebundelde rapport terugkomt bij mevrouw Joosten. Hij vraagt nogmaals of zij extra aanvullingen heeft die ze graag in dit rapport wil zien. De voorzitter stelt voor om dit te bespreken op het moment dat de extra stukken zijn aangeleverd.
Op basis daarvan kunnen mevrouw Joosten en andere leden aangeven welke toevoegingen nog nodig zijn. Mevrouw Joosten (VVD) bevestigt dat het lastig is om nu te zien welke toevoegingen er nodig zijn. Als de wethouder toezegt dat er een dierenbeleid komt dat voor de zomer in de raad besproken kan worden, dan wordt er voldaan aan het amendement van 2022 en is de VVD tevreden. De heer Tillie vindt de term dierenbeleid een erg groot begrip. Hij is bereid om een rapport te maken om alle wettelijke en bovenwettelijke activiteiten te bundelen samen met toezeggingen uit de raadsinformatiebrief over de dingen die nog gedaan moeten worden. Hij vraagt of deze toezegging voldoende is. 7
Mevrouw Joosten (VVD) begrijpt dat de wethouder een dierenbeleid gaat maken. Ze raad hem aan om bij de buurtgemeentes te kijken als het onduidelijk is wat er in dit beleid moet komen te staan. De voorzitter concludeert dat de wethouder toezegt dat de stukken gebundeld gaan worden tot een beleid. Later kan de raad terugkomen op de aanvullingen die er moeten komen. Mevrouw Ter Woorst (D66) vertelt dat een recentelijk bericht over verwaarloosde dieren haar raakte. Dit laat zien dat beleid en acties op het welzijn van dieren noodzakelijk zijn. Het college heeft terecht laten weten dat er al veel gedaan wordt, maar aanvullende stappen mogelijk en nodig zijn. D66 ondersteunt het college dat via overeenkomsten, subsidies, signalering en communicatie deze acties wil borgen en realiseren. De fractie vindt dat het uitwerken van een nieuw beleidspakket bovenop het bestaande dierenwelzijnsbeleid niet doelmatig is en de dieren niet helpt. D66 investeert de 17.500 euro liever in de onderdelen waar nog ruimte is om extra stappen te zetten voor dierenwelzijn. Ook zijn er kansen om deze middelen in te zetten voor de uitvoering van de aangenomen raadsmotie inzake de Dierenvoedselbank Limburg of voor extra hulp bij de opvang die vaak kampt met onderbezetting. Een stevig dierenbeleid is noodzakelijk, maar de fractie kiest voor een andere koers dan het initiatiefvoorstel van de VVD.
De heer Donners (gob) vindt een zorgvuldig en samenhangend dierenbeleid belangrijk. In het coalitieakkoord is afgesproken dat eerst in beeld wordt gebracht hoe het dierenbeleid kan worden versterkt. Hij ziet het initiatiefvoorstel van de VVD als een logisch gevolg van deze afspraak, maar hij ondersteunt het standpunt van het college. Voor het gob is het van belang hoe en wanneer de verbeteringspunten uit de inventarisatie worden uitgewerkt. Hij wil deze uitwerking eerst afwachten voordat er wordt gesproken over de vervolgstappen. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) onderstreept dat bij een gesprek over het dierenbeleid alle dieren binnen de gemeentegrenzen meegenomen moeten worden. De fractie sluit zich bij de mening van D66 aan dat het niet nodig is om 17.500 euro uit te trekken terwijl er al zo veel gedaan wordt. Er zijn overlastgevende dieren waar de gemeente al mee bezig is en faunabeheer is al opgenomen in het groenbeleid. Op de uitspraak van mevrouw Joosten over het maaien van de bermen reageert de heer Kubben dat er al een pilot ecologisch bermbeheer is geweest die overal toegepast kan worden. Hiermee kan de dalende insectenpopulatie worden aangepakt. Hij vraagt aan de VVD welk maatschappelijk probleem zij nog wil oplossen bovenop waar het college al mee bezig is. GroenLinks/PvdA wil graag meer aandacht voor de intensieve veehouderij.
Hij wil de omgevingsvisie aanscherpen om intensieve veehouderij niet toe te staan. Het is hypocriet om een knuffeldierenbeleid te maken terwijl andere dieren worden opgesloten en afgeslacht. Hij vraagt aan de VVD of zij het ermee eens zijn dat de gemeente moet stoppen met het toestaan van intensieve veehouderij als ze het hebben over een beter dierenwelzijnsbeleid. De VVD is nu het college het vuur na aan de schenen aan het leggen voor dierenwelzijn, maar toen het uitbreiden van een varkensstal ter sprake kwam, heeft de VVD daarmee ingestemd. Als er een versterking van het dierenbeleid komt, wil GroenLinks/PvdA starten bij de dieren die het meeste lijden. De heer Vranken (CDA) vindt dat het versterken van het dierenbeleid belangrijk is voor de gemeente. In de raadsinformatiebrief staat duidelijk beschreven wat er al gedaan wordt en welke verbetermaatregelen nog moeten worden toegepast. Hij vindt dat er daarmee voldoende aandacht wordt besteed aan het dierenbeleid. Mevrouw Joosten (VVD) legt uit dat het idee om een externe expert binnen te halen om te helpen met het beleid is ontstaan omdat de portefeuillehouder jarenlang heeft gezegd dat er niet genoeg personeel was en andere gemeenten ook met een externe partij hebben gewerkt.
Op de vraag waarom er een beleid moet komen als er al veel gedaan wordt, reageert ze dat een beleid een doel, ambitie, duidelijke verantwoordelijkheden, richtlijnen voor keuzes en een wijze van evaluatie heeft. Richting de heer Kubben zegt mevrouw Joosten dat er wel naar intensieve veeteelt gekeken kan worden, maar dat stemmingen om daar voor of tegen te zijn niet in een beleid horen en dat dit dus niet meegenomen moet worden. De drie andere takken passen volgens haar goed bij elkaar en er moet voor worden gezorgd dat die één geheel gaan vormen. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) merkt op dat mevrouw Joosten herhaalt dat ze in het dierenbeleid een duidelijk doel wil zien. Het lijkt alsof mevrouw Joosten het beleidsstuk als doel neemt, terwijl het beleid een middel is om iets te bereiken. Hij vraagt opnieuw welk maatschappelijk probleem ze wil tackelen.
8
Mevrouw Joosten (VVD) geeft als voorbeeld dat in het dorp veel bijenhouders zijn die honing produceren. Nu is er een probleem met hoornaars die een dreiging zijn voor deze bijen. Ze zegt dat er een beleid moet komen om te kijken hoe de gemeente daarmee omgaat. Bij dierenoverlast worden er soms bestrijdingsmiddelen ingezet die een effect hebben op andere dieren en dat creëert nieuwe problemen. Het beleid brengt alles samen waardoor er effectiever en efficiënter met deze problemen om wordt gegaan. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) vraagt opnieuw wat de VVD graag wil bereiken. De Rijksoverheid heeft twee jaar geleden gezegd dat de hoornaar niet meer uit Nederland weggaat. Daar kan geen beleid tegenop. Bijenhouders moeten ervoor zorgen dat ze nesten van de hoornaars in de buurt verwijderen en daar krijgen ze hulp van de gemeente voor. Mevrouw Joosten (VVD) zegt dat het verhaal over de hoornaar niet klopt omdat mensen die nesten niet zomaar zelf weg mogen halen. Ze vertelt opnieuw over het coalitieprogramma van vier jaar geleden waarover de VVD heeft gezegd dat het vreemd is dat er geen dierenbeleid is. De meerderheid van de raad heeft ermee ingestemd dat dit beleid er moet komen. Het college heeft hier opdracht toe gekregen en na vier jaar is het enige resultaat een lijst van wat er al gedaan wordt.
De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) antwoordt dat zij destijds hebben gesteund dat het dierenbeleid er moest komen. Het college heeft aangegeven welke dingen er sindsdien allemaal lopen, zoals de groene agenda en de pilot ecologisch bermbeheer. Hij heeft vier jaar geleden ingestemd met het dierenbeleid en zal dat opnieuw doen als de VVD toegeeft dat er gestopt moet worden met de intensieve veehouderij. Hij vindt het lastig te volgen dat de VVD vraagt om een dierenbeleid, maar tegelijkertijd ook voor het uitbreiden van de varkensstal heeft gestemd omdat er geen dierenbeleid lag. Mevrouw Joosten (VVD) heeft de uitbreiding van de varkensstal ondersteund zodat deze ondernemer kon ondernemen. Ze vindt niet dat intensieve veeteelt hoort bij het dierenbeleid. Dit gaat volgens haar over het omgaan met wilde dieren en exoten, dieren in openbare ruimtes en dierenmishandeling. Ze merkt hierover veel vragen van inwoners die in het beleid vastgelegd zouden moeten zijn. De heer Kubben (GroenLinks/PvdA) vindt dat de focus moet liggen op het oplossen van concrete maatschappelijke problemen. Als de VVD bijtincidenten het probleem vindt, dan kan de fractie zich daarin verdiepen. Nu wordt het te algemeen beschreven en het punt dat GroenLinks/PvdA voorlegt, wordt niet als dierenwelzijn gezien. Het ophokken en doden van dieren is de grootste misdaad die gepleegd wordt als het gaat om dierenwelzijn.
Hij heeft geen zin om over een knuffeldierenbeleid te spreken. Mevrouw Joosten (VVD) vindt de term knuffeldier niet goed passen bij honden die mensen bijten. Ze herhaalt dat de vraag vanuit de VVD is om een beleid te vormen waar richtlijnen in staan over hoe er met dierenwelzijn om moet worden gedaan en hoe dat kan worden geëvalueerd. Dit hoeft niet extern te zijn als er intern genoeg ambtenaren zijn die dit kunnen uitvoeren. Er gebeurt al veel, maar het integrale stuk ontbreekt. Ze is blij met de toezegging van de wethouder dat dit gaat komen. De heer Tillie laat weten dat er wordt gewerkt om de ontbrekende aspecten op de website aan te vullen zodat mensen terechtkunnen met hun vragen over dieren. De voorzitter sluit de eerste termijn af. Tweede termijn De heer Vranken (CDA) adviseert de wethouder om mevrouw Joosten tegemoet te komen door een periodiek overleg in te plannen, zodat de verschillende afdelingen beter samenwerken. Mevrouw Joosten (VVD) vindt dit een goede toevoeging, maar er moet hiervoor wel iemand verantwoordelijk worden gesteld. De voorzitter bedankt iedereen voor de bespreking en sluit het onderwerp af. Hij concludeert wat er besproken is. Mevrouw Joosten (VVD) zegt dat zij in de toezegging van de wethouder een beleidsstuk heeft gehoord, terwijl de voorzitter nu praat over een integraal rapport.
De heer Tillie zegt dat het verschil enkel in de naam zit, maar dat het beleidsstuk mag heten.
9
Conclusie: De wethouder zegt toe dat de nu uitgevoerde taken bij elkaar worden gezet in een beleidsstuk en dat hij daarmee voor de zomer terugkomt naar de raad. Dan kan er bekeken worden of er behoefte is aan aanpassingen of toevoegingen aan het raadsbesluit. De fracties mogen later reageren op een aangepast raadsbesluit en besluiten of het om een hamerstuk of een bespreekstuk gaat. Mevrouw Joosten past het voorstel aan met de griffie. De voorzitter sluit de vergadering om 20.30 uur.
10