CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo inzake opstuwing grondwaterstand 11 september 2024

Raad 12 december 2024, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Instemmingsrecht van het college van B&W over buitenplanse omgevingsvergunning Trierveld (Tillie) (120)3.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

(geanonimiseerd) 2023/023

Memo Betreft:

Opstuwing grondwaterstand ten gevolge dekgrondberging Trierveld

van

uitbreiding

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Kopie:

(geanonimiseerd) |

Versie:

5

Datum:

11

september 2024

1.

INLEIDING

1.1.

Achtergrond

en

doel

Consortium

Grensmaas (CG) is sinds 2016 in Trierveld bezig met het winnen van grind. Hierbij wordt de bestaande deklaag afgegraven en het grind onder de deklaag gewonnen. Het gebied waar het grind is ontgraven wordt vervolgens weer aangevuld met dekgrond. Het ontgraven en weer aangevulde gebied wordt dekgrondberging

genoemd. CG wil in 2025

2026, aansluitend op de bestaande vergunde dekgrondberging winnen Trierveld, grind op de plek van de huidige geluidswallen aan de noord- en de zuidzijde van Trierveld. Na de grindwinning worden deze locaties (die direct aansluiten op de reeds vergunde dekgrondberging) ook weer aangevuld met grond. Het betreft de en

geel gemarkeerde gebieden Door deze

in

Figuur

1-1

en

Figuur

1-2.

aanvulling aan de noord- en zuidzijde van Trierveld wordt de dekgrondberging groter. Dit kan/zal effect hebben op de grondwaterhuishouding in het gebied. In deze memo wordt nagegaan of en in welke mate de uitbreiding van de dekgrondberging effect heeft op de grondwaterstanden en daarmee tot overlast in de omgeving kan leiden. De berekende effecten van de vergunde dekgrondberging is meegenomen zodat de effectbeoordeling gebaseerd is op de totaaleffecten van de huidige vergunde situatie + nieuwe uitgebreide situatie. Daarnaast worden ook de effecten van de voorgenomen ontgrinding en aanvulling vergeleken met de vergunde situatie.

Blad 2 van 11

(geanonimiseerd)

15, Memo 2023/023

september 2024

[

Figuur

1-1

Situering grindwinning

ter plaatse

van

de

geluidswallen

Blad 3 van 11

(geanonimiseerd)

15, Memo 2023/023

september 2024

GulyckiGeldertia 7A

UoAeUPelIAG) Sonme Ô

E

Figuur 1-2

1.2.

„+ B

200

400

m

|E

Berghaven

Overzicht

vergunde

en

nieuwe

[mm vergunde dekgrondberging ED Uitbreiding noord |E Uitbreiding zuid Trierveld haven

dekgrondberging

Doel

Het doel van deze notitie is het in kaart brengen van de grondwaterstandseffecten van de uitbreiding van de vergunde dekgrondberging, bestaande uit het ontgronden en weer aanvullen met grond, te Trierveld.

2.

GEBIEDSBESCHRIJVING

2.1.

Maaiveldhoogte

In

figuur 2.1 is de maaiveldhoogte weergegeven. Het maaiveld op de vergunde dekgrondberging is erg verschillend door de werkzaamheden en is tussen NAP +28 en +58 (voorraden ontgraven toutvenant). Ter plaatse van de geluidswal is het maaiveld ca. NAP +45 m. Buiten de vergunde dekgrondberging varieert het maaiveld rond de NAP + 30,5 m. Richting Schipperskerk loopt het maaiveld op naar NAP + 31,5 m.

Blad 4 van 11

(geanonimiseerd)

15, Memo 2023/023

september 2024

rard, Maaiveldhoogte

Al

Figuur

2-1

in m+NAP

2.2.

Grondwaterstanden

De

grondwaterstanden in het gebieden worden sterk beïnvloed door de Maas. In alle peilbuizen (zie figuur 2-2 t/m 2-6) ten westen van het Julianakanaal is de invloed van de Maas duidelijk zichtbaar. In normale omstandigheden heeft de Maas een afwaterende functie op de grondwaterstanden. Er is dus een grondwaterstroming richting de Maas. Enkel bij hoogwater is de grondwaterstromingsrichting van de Maas naar

het oosten.

Peilbuis 6-31

(figuur 2-5) en 6-32 (figuur 2-6) staan in of kort nabij de voorziene uitbreiding aan de zuidzijde. Deze peilbuizen staan met het filter in het toutvenant. De grondwaterstand in het toutvenant is gemiddeld gezien NAP + 26,5 m met een maximale gemeten grondwaterstand in de periode tussen 2017 2022 van NAP +29,0 m. Deze maximale grondwaterstand komt overeen met hoogwater in de Maas. De gemiddeld hoge grondwaterstand (GHG) is ongeveer NAP + 27,6 m. Dit is ongeveer 3,5 tot 4 meter beneden maaiveld tussen de zuidelijke uitbereiding en Schipperskerk. -

De zelfde

bevindingen gelden voor de voorziene uitbereiding aan de noordzijde.

Blad 5 van 11

(geanonimiseerd)

15, Memo 2023/023

september 2024

%

Ce

el

AN8

Ei

® ES

B6: OAO296, Aii

8

3

9

8

EN

ö

KS)

5

®

A Baakhoven

®

5

E)

Ilikhoven

/

5

B60A0297

Maas,

%

Gulyck-Gelderhaven

A 8 3

8

Leonard

A

Langwes

@

a

Ä

9) ae EE

8 5

E

aiB

aj Ee Se3

Elä El

5

B60A1765,

3

KN% __ Holtum

oe

vor

28

5

S 8 B60A2567

ij

6-31

Ra DS;

le

&

8

Berghaven

fe)

8

E

Ed

Le o

03

06

nn

ngen

El ran)

en

® EB

Ë

<0%Ookm

Figuur 2-2 Peilbuizen ten westen

id

8

Buchten Frandseishaven

oosten

van

de

eweg

dekgrondberging

*_B60A1765

*__B60A0297

(oost) (west)

B60A0296 (west)

E

Ed

ES

e

|:

Er: EN EE

Baj 8

& : .

ë

8

ë

24

zj

1959

2000

2001

Figuur 2-3 Grondwaterstanden

2002

Tijd

tussen

1999

en

2003 2004

2004

ED

Peilbuizen

Vergunde dekgrondberging

itbreiding noord Uitbreiding zuid Haven,

Blad 6 van 11

(geanonimiseerd)

15, Memo 2023/023

september 2024

B60A2567 B60A0297

ä

B60A0296 (west) pbl5 (west)

NAP] {m

Grondwaterstand Tijd

Figuur

2-4 Grondwaterstanden tussen

2010

en

2015

6-31 29.0 *

28.5

NAP]

28.0

[m

27.5

Stijghogte

Stijghoogte [m NAP] _ Handmeting [m NAP] t

t

27.0 26.5 26.0 25.5 25.0

Os

Pt Datum

Figuur 2-5 Grondwaterstand peilbuis

(oost) (west)

6-31 tussen

2017

en

2022

»

Blad 7 11

(geanonimiseerd)

15, Memo 2023/023

van

september 2024

6-32 29

J

Stijghoogte [m NAP] _Handmeting [m NAP]

*

28

+

a

Ed 2

Ë w

27

A

2

tel © o £ fel

Hed n 264

.

25 ï

Ed

4

T

0

©

T

2

9

T

st

°

T

20 Re

T

ast

1e

Datum

Figuur 2-6 Grondwaterstand peilbuis

6-32 tussen

3.

BEREKENINGSMETHODIEK

UITGANGSPUNTEN

EN

2017

en

2022

De

geohydrologische effecten van de dekgrondberging worden berekend met behulp regionaal grondwatermodel IBRAHYM versie 2.1 [Sweco, 2018]. IBRAHYM is het regionaal hydrologisch modelinstrumentarium voor de provincie Limburg. Het is ontwikkeld door het IBRAHYM-consortium: Waterschap Limburg, Provincie Limburg, Waterleidingmaatschappij Limburg. Voor de modellering worden de volgende uitgangspunten gehanteerd. van

3.1.

Uitgangspunten

Vergunde dekgrondberging De dikte van de vergunde dekgrondberging is de toekomstige maaiveldhoogte tot onderkant van het afgegraven toutvenant. Deze is ingemeten [PS-Survey, 2019] en varieert van ca. NAP +8,8 m tot NAP +17,5 m. Na ontgronding tot de onderkant van het toutvenant wordt het gebied weer aangevuld met dekgrond. In IBRAHYM

loopt ter plaatse van deze berging de onderkant van laag 4 tussen de NAP +17,5 m (zie Figuur 2-1). Deze diepte is te gering voor de werkelijke onderzijde van de dekgrondberging. Met het oogpunt op conservatief modelleren wordt tot en met laag 5 (onderkant tussen de ca. NAP +6 en NAP +8 m) de ondergrond aangepast naar de parameters die horen bij een dekgrondberging. Op deze manier wordt er conservatief omgegaan met betrekking tot mogelijke opstuwing ten gevolge van de dekgrondberging. Een grotere ‘blokkade’ in de bodem NAP

+15

m

en

Blad 8 van 11

(geanonimiseerd)

15, Memo 2023/023

september 2024

(dekgrond heeft een kleinere doorlatendheid dan het toutvenant) zorgt immers meer opstuwing.

voor

Uitbreiding dekgrondberging Ter plaatse van de voorgenomen uitbreiding van de dekgrondberging aan de noordzijde, ligt de bovenkant van het toutvenant op NAP + 27,0 m. De onderzijde van het toutvenant ligt op ca. NAP + 15,0 m. De bovenzijde van het toutvenant aan de zuidzijde ligt op NAP +28,75 m, de onderzijde op ca. NAP +#13,0 m. In IBRAHYM

wordt de doorlatendheid van de grond aangepast van maaiveld tot de het toutvenant voor beide bergingen. Vanwege de laagopbouw in onderzijde IBRAHYM wordt in zowel de vergunde als nieuwe dekgrondbergingsgebieden de ondergrond tot en met laag 5 aangepast. van

NAP] [m Bestaande

Ho gte

dekgrondberging kh 0,0003 m/d kv 0,0003 m/d =

=

Lengte langs dwarsdoorsnede [m]

Figuur 2-1

Overzicht

aanpassing dekgrondberging

in IBRAHYM

Aangehouden parameters voor aanpassingen IBRAHYM De volgende parameters worden aangehouden in de modellering. Tabel 2-1

Aangehouden parameters

Parameter

voor

modellering Waarde

Horizontale doorlatendheid

dekgrond

| Eenheid

| m/d 0,0003 | m/d 0,0003

Verticale doorlatendheid

dekgrond

De doorlatendheid

dekgrond is in een voorgaand onderzoek geanalyseerd

de

van

[Consortium Grensmaas, 2020]. Hieruit volgt dat de gemiddelde verticale doorlatendheid ca. 3,4 10° m/d bedraagt. Het is echter gebruikelijk om een *

Blad 9 van 11

(geanonimiseerd)

15, Memo 2023/023

september 2024

onderschattingsfactor van 10 toe te passen voor de methode waarmee deze doorlatendheid is bepaald. Er wordt daarom een verticale doorlatendheid van 3 m/d aangehouden.

*

104

Om

de horizontale doorlatendheid van de dekgrond te bepalen is het gebruikelijk een anisotropiefactor tussen de 1 en 10 te hanteren. Met het oog op conservatief modelleren wordt hier de factor 1 gehanteerd. Hoe ondoorlatender de grond, hoe groter de opstuwende werking immers wordt. De horizontale doorlatendheid is daarmee gelijk aan de verticale doorlatendheid.

Toevoegen

de haven Trierveld aan IBRAHYM De werkhaven is niet in IBRAHYM versie 2.1 opgenomen. Daardoor is in het model ter plaatse van de werkhaven de schematisatie van de ondergrond nog aanwezig zoals voorafgaande aan realisatie van de haven. Aangezien deze haven beleemd is en geohydrologisch gezien afgesloten is van het omliggende systeem wordt de haven niet in het model verwerkt. 3.2.

van

Scenario's

Het referentiescenario is de dekgrondberging zoals is vergund (zie ook Figuur 1-2, grijs weergegeven). Het referentiescenario wordt gebruikt om de uitbreiding van de dekgrondberging mee te vergelijken. Daarnaast is er een scenario gemaakt voor de uitbreiding van de dekgrondberging ook Figuur 1-2, roze en groen weergegeven). Hierin wordt de uitbreiding van de dekgrondberging aan de noord- en zuidzijde gemodelleerd. De verschilkaarten weergeven referentiescenario.

het verschil tussen de

dekgrondberging

en

het

(zie

Blad 11

10

(geanonimiseerd)

15, Memo 2023/023

van

september 2024

3.3.

Berekeningsmethodiek

De

uitbreiding van de dekgrondberging worden gemodelleerd in regionaal grondwatermodel IBRAHYM. Er wordt gerekend met een stationair model, omdat de eindsituatie hier relevant is. De meest fijne modelresolutie in IBRAHYM wordt aangehouden, welke bestaat uit cellen van 25 bij 25 m. Het modelgebied is 10 x 7 km en loopt in het RD coördinatenstelsel tussen de volgende coördinaten: x [181000, 191000], y =[336350, 343350], zie ook Figuur 2-2. =

A à

SS

Z

Ä

Dieteren

ir

5 pl

Elen

Susteren

£ Meerheuvelplas’ Schalbruch Bichterweerd

E)

Holtum

&

Buchten

Papenhoven

Isenbruch

&

-

Negenoord:West:

Obbicht

Nieuwstadt

Havert

K

Born

&

ns

rs Ng

D

®

Ss

ë

Millen rasbroek

5

id.

)

mmm

Weld

1.000

5,$

E

ee

_ 5 2.000mö5

KS

D

Doctor Nolenslea!

Guttecoven

5

en

Figuur 2-2 Overzicht modelgebied

f

wel:

De, eN

Ë

IBHRAYM modelgebied EJEn Bestaande dekgrondberging EB EB

Uitbreiding noord Uitbreiding zuid

ED Trierveld haven IBRAHYM

Blad 11

11

van

(geanonimiseerd)

15, Memo 2023/023

september 2024

4.

RESULTATEN

41.

Grondwaterstandseffecten

Ten

gevolge

bij gemiddelde grondwaterstand

de

uitbreiding van de dekgrondberging treedt aan de bovenstroomse zijde van de regionale grondwaterstroming (oost) een grondwaterstandsverhoging op en aan de benedenstroomse zijde (west) een grondwaterstandsverlaging. van

De berekende

toe- en afname van de grondwaterstand aan de noord- en zuidzijde 10 tot 15 cm. Daarmee zal de natuurlijke grondwaterstand (zie par. 2.2) bedraagt voor zowel de zuid- als de noordzijde lokaal beperkt veranderen. De grondwaterstand blijft met deze beperkte verandering op 4 meter beneden maaiveld relatief diep. ca.

De

grondwatereffecten naar de omgeving beperkt zich tot tientallen meters en is dus beperkt (zie Figuur 3-1). Deze resultaten zijn te verwachten vanwege de richting van de aanwezige regionale grondwaterstroming, de ligging van de dekgrondberging en de toename van het bergingsvolume. zeer

Bovenstaande situatie doet zich het

grootste deel

van

het jaar

voor.

Gulyck:GelderhravA'

s 5

é

s

SE

Pes

Ma, e5

0

A

6

f

it

al £

$

Kingbeek.

Kingoeës aj > 5)

(a

al

5

be 8

5

$

0

ë

10,

9; 10

e)®

3

5

8 8

8

[EB Bestaande dekgrondberging B Uitbreiding noord En Uitbreiding zuid ED Trierveld haven

73

&

Er

ER

zi

Grondwaterstandsverschil mm <= -0,50

S ® 5

gwedealaan

£ 400

wervel

eg

SS

m

Grondwaterstandsverschil

P

s b

_|mm0,20-0,35 mm 0,35 0,50 > 0,50 -

Berghaven:

Figuur 3-1

ES

>

Schipperskerk 200

tEË

(5)©

ES)

Lookeneg

2

ten

gevolge

van

uitbreiding dekgrondberging

[m]

Blad 11

12 van

(geanonimiseerd)

15, Memo 2023/023

september 2024

4.2.

Grondwaterstandseffecten

bij GHG

en

GLG

De effecten ten

tijde van de gemiddeld hoogste (GHG) en gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) zijn naar verwachting iets anders. Een GHG of GLG-situatie treedt gemiddeld gezien enkele momenten per jaar op. De effecten op de GHG of GLG-situatie zijn in deze paragraaf kwalitatief beschouwd en niet met het grondwatermodel IBRAHYM 2.1 omdat het gebruikte model stationair (niet tijdsafhankelijk) is en daarnaast blijken de stationair berekende effecten relatief beperkt. In het

geval van de GHG neemt het effect van opstuwing en verlaging af. Tijdens de GHG is in peilbuismetingen aan de oost- en westzijde van de vergunde dekgrondberging te zien dat de grondwatergradiënt van oost naar west afneemt. De grondwaterstand neemt aan de westzijde van de dekgrondberging meer toe dan de oostzijde (Figuur 2-3, 2-4), wat leidt tot een kleinere gradiënt. Vanwege deze verminderde gradiënt, neemt de grondwaterstroom af. Hierdoor neemt de opstuwende werking aan de oostzijde en de verlaging aan de westzijde van de dekgrondberging af, waardoor er minder effecten zijn dan in de gemiddelde situatie. Ten tijde van de GLG is de opstuwing en verlaging kortdurend relatief groter. Tijdens de GLG staat het water in de Maas laag en daardoor neemt de grondwaterstand ten westen van de dekgrondberging meer af dan ten oosten van de dekgrondberging (Figuur 2-3, 2-4). Als gevolg neemt de grondwaterstandsgradiënt kortdurend toe. De opstuwende werking aan de oostzijde is dan groter, evenals de verlaging aan de

westzijde. 43.

Grondwaterstandseffecten

In 2014

vergunde dekgrondberging

grondwatermodelstudie uitgevoerd naar de grondwatereffecten van de vergunde dekgrondberging (bestaande situatie) [Consortium Grensmaas, 2014]. Uit deze modelstudie volgt dat het grondwater: inde omgeving ten westen van het verwerkingsbekken een toename van de GHG van 0,05 tot 0,25 m wordt berekend. Ter plaatse van bebouwing komt nergens een verhoging van de GHG voor; ter plaatse van Koeweide en rondom Visserweert bevindt de GHG boven maaiveld. Dit heeft te maken met de verlaging van het maaiveld als gevolg van de weerdverlaging en de stroomgeulverbreding; Inde dorpen ten westen van het Julianakanaal neemt de GHG af door de lagere rivierwaterstanden. De GHG's in Grevenbricht, Papenhoven, Schipperskerk en Illikhoven bevinden zich na de werkzaamheden dieper dan 1,8 m beneden maaiveld. De grondwateroverlast neemt op deze locaties dus af als gevolg van het Grensmaasproject; Aan de oostkant van het Julianakanaal nemen de GHG's in de gebieden waar de GHG ondieper dan 1,8 m onder maaiveld ligt niet toe; de toename van de GHG's beperkt zich tot de gebieden waar het grondwater dieper dan 1,8 m beneden maaiveld ligt. e

e

e

e

is

bestaande

een

Blad 11

13

van

(geanonimiseerd)

15, Memo 2023/023

september 2024

Geconcludeerd wordt dat tot 0,25 m kan toenemen. 44.

er

geen

negatieve effecten zijn en dat alleen lokaal de GHG

Effectbeoordeling

In deze

paragraaf wordt ingegaan op de mogelijke gevolgen van de grondwaterstandverandering op belangen in de omgeving. Daarbij is rekening gehouden met het totaaleffect als gevolg van de werkzaamheden door CG. Dat wil zeggen de effecten van de bestaande vergunde dekgrondberging + effecten nieuwe uitbereiding dekgrondberging. 4.4.1. Effect op de waterkering Grevenbicht-Illikhoven Er wordt geen effect verwacht op de waterkering Grevenbicht-Illikhoven,

westen

van

de

die net ten

dekgrondberging ligt (zie Figuur 3-2).

Ten eerste heeft de waterstandsverlaging in de grindlaag geen effect op de stabiliteit de kering, omdat het grind niet zettingsgevoelig is. De grondwaterstandsverhoging en verlaging treedt voornamelijk op in de grindlaag, omdat de deklaag op de projectlocatie overwegend leem en kleiig is. Er is daarom weinig stroming in de deklaag, waardoor de verlaging zich in de grindlaag voordoet.

van

Ten tweede

is het zeer aannemelijk dat de zettingsgevoelige deklaag al is geconsolideerd. De grondwaterstand in het gebied is namelijk onderhevig aan sterke fluctuaties, waardoor het droogvallen van de deklaag reeds tot consolidatieprocessen heeft kunnen leiden.

Figuur 3-2 Dijklichaam

Grevenbicht-Illikhoven.

Opgehaald

van

[Waterschap Limburg, 2023]

Blad 11

14 van

(geanonimiseerd)

15, Memo 2023/023

september 2024

4.4.2.

Effect op natuur

De

Kingbeek is onderdeel van Natuurnetwerk Nederland (NNN) [Provincie Limburg, 2023]. Er worden geen negatieve effecten verwacht op de Kingbeek tijdens een GLG situatie. Mogelijk reiken de grondwaterstandseffecten tijdens de GLG kortdurend tot aan de Kingbeek. De grondwatereffecten zijn naar verwachting beperkt en van korte duur. Daarnaast ligt de Kingbeek in een kleiige uiterwaarde, waardoor er zeer beperkte interactie met het grondwatersysteem is. Hierdoor worden geen effecten op de Kingbeek verwacht ten gevolge van de uitbreiding van de dekgrondberging. Overige natuur is niet grondwaterafhankelijk maar wordt gevoed door neerslag. De grondwaterstand is namelijk gemiddeld gezien 4 meter beneden maaiveld en ligt daarmee beneden de wortelzone. Er zijn daarmee geen negatieve effecten op natuur. 4.4.3. Effect op bebouwing Binnen het invloedsgebied zijn geen gebouwen aanwezig. Er zijn daarmee geen negatieve effecten op bebouwing. Er worden dan ook geen geohydrologische effecten verwacht in Schipperskerk of bij de bebouwing nabij de dekgrondberging ten gevolge van de uitbreiding van de dekgrondberging. 4.4.4.

Effect op landbouw Binnen het invloedsgebied, zoals ten zuiden van de geluidswal (uitbereiding zuid) en ten noorden van uitbereiding noord, zijn er landbouwpercelen. Deze landbouwpercelen bestaan uit akkerbouw en agrarisch gras. De grondwaterstanden liggen met 4 meter beneden maaiveld onder de wortelzone. De gewassen zijn daardoor afhankelijk van neerslag en mogelijk ook beregening. Een beperkte toe- of afname van de grondwaterstand heeft daar geen invloed op. Er zijn daarmee geen negatieve effecten op landbouw. 4.4.5.

Effect op verontreinigingen Binnen het invloedsgebied zijn geen bekende verontreinigingen aanwezig. Indien er toch onbekende grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn zou de verandering van de grondwaterstand in verhouding tot de fluctuaties van de Maasstanden zo gering zijn, dat deze naar verwachting geen invloed hebben op de verplaatsing van eventuele grondwaterverontreinigingen. Er zijn daarmee geen negatieve effecten op

verontreinigingen. 4.4.6. Effect op Op basis van de

oppervlaktewater geringe verandering van de grondwaterstand worden geen negatieve beïnvloeding van het oppervlaktewater door de uitbereiding verwacht. Effect op grondwateronttrekkingen Binnen het invloedsgebied zijn geen gebouwen negatieve effecten op grondwateronttrekkingen. 4.4.7.

5.

aanwezig.

Er

zijn daarmee geen

CONCLUSIES

Consortium voornemens

Grensmaas (CG) is te Trierveld om aan de noord- en zuidzijde

bezig met het winnen van grind. CG is Trierveld grind te winnen. Na

van

Blad 11

15

van

(geanonimiseerd)

15, Memo 2023/023

september 2024

grindwinning wordt de ontgravingsput weer aangevuld. Hierdoor zal de facto de dekgrondberging (= het gebied waar grind is ontgraven en dat weer aangevuld is met grond) groter worden. De

uitbreiding van de dekgrondberging leidt aan de bovenstroomse zijde van de dekgrondberging tot een lichte verhoging van de grondwaterstand van ca. 10 tot 15 em. Deze verhoging treedt enkel op in een zeer beperkt gebied (minder dan 50 m) vlak naast de uitbreiding van de berging. Concluderend worden ten gevolge van de uitbreiding van de dekgrondberging vanuit de geohydrologie geen negatieve effecten verwacht op de omgeving, waaronder bebouwing in Schipperskerk, de waterkering Grevenbicht-lllikhoven of op de Kingbeek. Hierbij is rekening gehouden met het totaaleffect als gevolg van de werkzaamheden door CG. Dat wil zeggen de effecten van de bestaande vergunde dekgrondberging + effecten nieuwe uitbereiding dekgrondberging.

6.

BRONNEN

[Consortium

Grensmaas, 2014]

[Sweco, 2018] [PS-Survey, 2019]

Consortium

|

Grensmaas. Verwerkingsbekken en dekgrondberging: lekverlies en geohydrologische effecten, 2014 Sweco. Aanpassingen en kalibratie stationair model IBRAHYM 2.1, Noorden Midden-Limburg, 5 maart 2018, SWNL0221931

| PS-Survey. Grensmaasproject Theoretische bak

[Consortium

Grensmaas, 2020]

[Waterschap

Consortium

na

Koeweide Trierveld: ontgrinding versie 29-07-2019,

Grensmaas.

| dekgrondberging

2019

Geohydrologische analyse

Koeweide, Meers

en

Trierveld, 2020

Limburg, 2023]

Waterschap Limburg. Leggerkaart, 2023. https://www.waterschaplimburg.nl/uwbuurt/kaartenmeetgegevens/leggerkaart/

[Provincie Limburg, 2024]

| Provincie Limburg. Atlas Limburg, 2024. https://portal. prvlimburg.nl/viewer/app/default

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=f226e2dd-5289-4330-b77a-424ad539d392