Memo beantwoording aanvullende technische vragen fractie PVV
Tekst van het document
Aan: Van: Datum: Betreft:
Raad van Sittard-Geleen Wethouder Kim Schmitz 12-04-2021 Aanvullende technisch vragen WP Holtum Noord van de fractie PVV 7-4-21
Vraag 1; U spreekt ineens in u stuk over een 10-5 contour van ca 40 meter, waar komt deze afstand ineens vandaan? De PR 10-5 contour is normaal gezien ½ rotordiameter = 75 m. In bijlage 3 van de MER-beoordeling wordt zonder verdere uitleg deze afstand op 40 m gezet. Hier lijkt sprake van maatwerk, waarbij ik u aan het volgende wil herinneren; Maatwerk Voor het bepalen van de omvang van de plaatsgebonden risicocontouren (PR) en de afstandscriteria die daaruit volgen is ook maatwerk mogelijk: • In plaats van gebruik te maken van de generieke afstanden uit het HRW kunnen windturbine-specifieke afstanden berekend worden; • Er kan sprake zijn van specifieke maatregelen om de risico’s te beperken, zoals versterken van de mast, het verlagen van de mast, het verlagen van de rotatiesnelheid of stilzetten van een windturbine bij een bepaalde windrichting; • Als laatste bestaat de mogelijkheid om af te wijken van de berekeningsmethode zoals opgenomen in het HRW, maar in dat geval is overleg met het RIVM raadzaam. Dat is niet wettelijk verplicht noch verankerd, maar wel een zware procedure. Graag uitleg waarom u nu ineens ca 40 meter hanteert, en waarom deze procedure voor maatwerk niet aan de raad is voorgelegd of medegedeeld? Antwoord; Zowel de 10-5 contour LS DE 10-6 contour zijn door RHVHV specifiek berekend conform de eisen die de wetgeving daaraan stelt.
Deze berekeningen zijn onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning en zijn als zodanig door de RUD ZL beoordeeld en goed bevonden. De aangehaalde vuistregel, Pr 10-5 is ½ rotordiameter, is een vuistregel die een overschatting geeft. De specifieke berekening is veel nauwkeuriger. Omdat de specifieke berekende 10-5 contour kleiner is en deze gehanteerd wordt, geeft dit minder beperkingen voor de omgeving. Hernieuwde vraag; Is het dan niet zo dat de turbine die op 40 meter afstand van de Katoen natie geplaatst wordt kleiner gaat zijn qua maatvorming en opbrengsten waarbij we de gestelde opbrengst niet gaan halen m.b.t., de plannen qua oplevering energie Windturbinepark Holtum Noord? Antwoord Nee, dat is niet het geval. De techniek ontwikkelt zich steeds door. Tegen de tijd dat een turbinetype gekozen zal worden, zullen er stillere turbinetypen zijn ontwikkeld. Dit betekent dat de overlast geringer zal worden. In ieder geval zal gekozen moeten worden voor een stille turbine die voldoet aan het maatwerkvoorschrift ten aanzien van geluid. Om eenzelfde vermogen te kunnen opwekken als waar nu van uitgegaan wordt en een turbine te moeten kiezen met een lager bronvermogen is de kans gering dat voor een wezenlijk lagere turbine zal worden gekozen. Voor de berekeningen van de EV-contouren zijn echter de as en tiphoogte en de rotordiameter bepalende factoren.
Er is een maximumtiphoogte aangevraagd en vergund. Graag verwijzen wij u naar paragraaf 4.6 van de Ruimtelijke Onderbouwing onderdeel van de vergunningaanvraag van ENGIE voor de windturbines welke onderdeel was van alle raadsstukken. De stukken staan ook op www.ruimtelijkeplannen.nl. In deze paragraaf staat aangegeven dat gebruik is gemaakt van berekende contouren. Hierbij wordt tevens verwezen naar bijlage 5 van de ruimtelijke onderbouwing waar het rekenblad van de diverse EVcontouren staat opgenomen. Op dit rekenblad staan alle invoergegevens vermeld. De berekening zelf is een gecompliceerde computerberekening. Voor het gemak treft u betreffende pagina’s uit de Ruimtelijke Onderbouwing aan in de bijlage. Vraag 2; De volgende vraag heeft betrekking op vraag 1, en daarbij vragen wij ons af als PVV, weet u nu wel welke turbines er geplaatst gaan worden aangezien u maatwerk hanteert om de 10-5 contour te omzeilen en nu de ca 40 meter grens hanteert? Indien uw antwoord nee is, waarop baseert u dan nu ineens deze ca 40 als uitgangspunt?
Antwoord: nee pas op het moment dat wordt gekozen voor een turbinetype. Dit is reeds meermaals toegelicht. Echter, nu moet een contour vastgesteld worden. Deze contour is maatgevend en blijft maatgevend. Als er voor een turbine moet worden gekozen, zal deze turbine aan deze contour moeten voldoen. Er zal voorafgaand aan het bestellen van de turbine een controle berekening aan de gemeente, als bevoegd gezag, worden overlegd ter beoordeling. Dit is analoog aan het aspect geluid. Hernieuwde vraag; Vind u zelf niet dat er twee tegenstrijdige antwoorden zijn bij vraag 1 en 2. In uw eerst antwoord beschrijft u dat alles is bepaald door het RHDHV en beoordeeld door het RUD- ZL. Als alles bepaald is van tevoren en er maatwerk gehanteerd dient te worden loopt u in mijn optiek vooruit met u stellingen en de gehanteerde 40 meter. Er zou toch bij deze bepaling en in uw voorstel een hernieuwde berekening moeten zitten waarom de 40 gehanteerd wordt terwijl de het RVO voorschrijft in hun stuk dat de 10-5 contour zich bevindt tussen de 45 en 60 meter bevindt en indien ervan af geweken wordt er maat werk gehanteerd dient te worden.
Deze informatie is terug te vinden bij het RVO onder de link; www.rvo.nl/sites/default/files/2019/03/ Bent u het dan niet eens dat het volgens de PVV een lastig verhaal gaat worden indien er nu ineens een andere afstand gehanteerd wordt terwijl u niet eens weet welke turbines er worden geplaatst, er geen hernieuwde berekening heeft plaatst gevonden voor maatwerk en het RVO andere voorschriften hanteert, op deze manier wordt het een erg onduidelijk verhaal met tegenstrijdigheden, graag verdere en verhelderende uitleg? Antwoord Het is gebruikelijk om ten behoeve van de vergunningaanvraag berekeningen uit te voeren aan de hand van een voorbeeld windturbine. Zo is dit ook vermeld in de aanvraag. Zoals in het eerdere antwoord aangegeven zal vervolgens bij de keuze voor de daadwerkelijk te realiseren turbine een nieuwe berekening plaatsvinden, waarbij moet worden aangetoond dat ook deze turbine past binnen hetgeen is aangevraagd in de vergunning. Deze berekening zal aan het bevoegd gezag, zijnde de gemeente Sittard-Geleen, worden overlegd en opnieuw gecontroleerd worden door de RUD-ZL. De 10-5 contour zal dan maximaal 40 meter moeten bedragen zoals in de vergunning aangevraagd.
Bijlage:
A.1 Ruimtelijke onderbouwing WP HN aspect EV (Par 4.6 en bijlage 5 van de Ruimtelijke Onderbouwing)