Memo aan de gemeenteraad inzake wensen en bedenkingen ten aanzien van het initiatiefvoorstel ‘Beleidskader pré-mantelzorgwoningen gemeente Sittard-Geleen 2024’
Tekst van het document
Aan: Gemeenteraad Sittard-Geleen Van: College van B&W Datum: 04-09-2024 Betreft: Wensen en bedenkingen ten aanzien van het initiatiefvoorstel ‘Beleidskader prémantelzorgwoningen gemeente Sittard-Geleen 2024’
Kennisnemen van De wensen en bedenkingen ten aanzien van het initiatiefvoorstel van de fractie GroenLinks/PvdA betreffende het opstellen van een beleidskader dat toeziet op prémantelzorgwoningen. Aanleiding De fractie GroenLinks/PvdA heeft een initiatiefvoorstel (IV) ter bespreking in de ronde van 12 september ingediend met betrekking tot ‘’beleid dat het mogelijk moet maken om tijdelijke pré-mantelzorgwoningen te realiseren binnen de gemeente Sittard-Geleen’’. De fractie geeft hierbij aan dat vanuit het oogpunt van zelfredzaamheid en participatie zij het belangrijk vindt dat gestimuleerd wordt dat inwoners ook zónder zorgindicatie zo lang mogelijk in de eigen woonomgeving en in de nabijheid van het eigen sociale netwerk kunnen blijven wonen. In voorliggend memo zullen er ‘wensen en bedenkingen’ ten aanzien van het IV worden voorgelegd aan de raad. Inhoud van het initiatiefvoorstel De definitie van een pré-mantelzorgwoning die het IV hanteert, is: ‘’een woning waarbij nog geen zorgbehoefte is, maar verschillende huishoudens alvast in elkaars nabijheid willen wonen, ter voorbereiding op de toekomst’’. Pré-mantelzorg verschilt van een reguliere mantelzorg doordat er nog niet formeel sprake is van mantelzorg, maar dit wel op korte termijn te verwachtten valt.
Voor inwoners kan dit aanleiding zijn om hierop te anticiperen door de toekomstig verwante zorgbehoevende van een zelfstandige woning te voorzien, onderdeel van de woning van de inwoner, oftewel toekomstig zorgverlener). Het realiseren van een reguliere mantelzorgwoning kan volgens de meeste bestemmingsplannen binnen de gemeente zonder vergunning, zolang er in lijn met het bestemmingsplan en het bouwbesluit gebouwd wordt. Ook wordt in het IV aangegeven dat ‘’het gaat om het samen op één erf/bouwperceel te wonen’’. Alhoewel dit niet concreet wordt benoemd, wordt aangenomen dat er met de prémantelzorgwoning een extra bouwwerk word bedoeld (‘’Het hoofdgebouw wordt bewoond door de mantelzorgverleners’’). Daarnaast wordt benoemd dat: ‘’De duur van de voorziening zal gebaseerd zijn op de duur waarin de situatie aan de orde is’’. Daarmee wordt aangenomen dat wordt gedoeld op het niet opnemen van een standaardtermijn voor de instandhouding van de vergunning. In de Provincie Limburg hebben de gemeenten Peel en Maas, Nederweert, Venlo, Horst aan de Maas, Beekdaelen en Roerdalen allen een beleidsregel die toeziet op prémantelzorgwoningen. Analyse van deze beleidsregels wijst uit dat deze allen vergelijkbaar zijn, met minimale afwijkingen ten opzichte van elkaar.
Wat betreft de definitie van een prémantelzorgwoning, zijn de beleidsregels eensgezind: een zelfstandige woning/wooneenheid binnen de bestaande bebouwing of in een woonunit, bewoonbaar voor één persoon of één huishouden, waar in de toekomst naar gedegen verwachting huisvesting in verband met mantelzorg zal gaan plaatsvinden. De toekomstig zorgbehoevende zal vanwege een voortschrijdende aandoening of vanwege het bereiken van de AOW leeftijd in de toekomst hoogstwaarschijnlijk mantelzorg nodig hebben.
*Voortschrijdende aandoening: een voortschrijdende aandoening ofwel progressieve ziekte is een chronische ziekte die steeds ernstiger wordt. Afhankelijk van de ziekte en haar kenmerken kan de lichamelijke, verstandelijke of psychische toestand van een persoon slechter worden. Pagina 1 van 3
Kernboodschap Ondanks dat er geen gegevens/cijfers zijn die de behoefte aan pré-mantelzorgwoningen aantonen, is er de komende periode een toegenomen interesse/belangstelling voor (pré) mantelzorgwoningen te voorspellen. Het Steunpunt Mantelzorg Westelijke Mijnstreek onderschrijft dit. De Limburgse gemeenten die beleid hanteren voor het aanvragen van een pré-mantelzorgwoning, hebben inhoudelijk vrijwel uniforme beleidsregels. Indien het IV voldoende draagvlak heeft, is het wenselijk dat de gemeente Sittard-Geleen aansluit op de inhoud van de beleidsregels van andere Limburgse gemeenten. Het vraagt nog uitzoekwerk hoe de toetsing ingericht dient te worden vanuit Team Zorg, en wat dit vraagt aan capaciteit en extra kosten. Wensen en Bedenkingen Het initiatiefvoorstel (IV) is grotendeels in lijn met hoe andere gemeenten invulling hebben gegeven aan beleid omtrent pré-mantelzorgwoningen. Zo komt de definiëring grotendeels overeen, worden criteria vereist van de aanvrager/mantelzorgbehoevende en wordt de tijdelijkheid van een dergelijke woning onderschreven. Echter zijn er wel nog wensen en bedenkingen waarvan kennis genomen dient te worden. Ten aanzien van behoefte De fractie schrijft in haar initiatiefvoorstel weinig tot niets over een (bewezen) behoefte van inwoners.
Onduidelijk is of er daadwerkelijk momenteel een probleem wordt ervaren dat opgelost kan worden met een eventuele uitvoering van het initiatiefvoorstel. Onbekend is tevens of er inwoners zijn die graag een pre-mantelzorgwoning willen plaatsen en door het ontbreken van een beleidsregel niet over kunnen tot realisatie. Ambtelijk zijn er ook geen signalen dat er momenteel belemmeringen worden ervaren bij dit onderwerp. Uit navraag bij Steunpunt Mantelzorg Westelijke Mijnstreek blijkt ook hier dat deze vragen/behoefte vanuit inwoners niet bekend is. Zij geven echter wel aan dat, ondanks dat er nu nog geen behoefte bekend is, zij wel verwachten dat er een behoefte zal ontstaan op termijn, gezien de vergrijzing en het langer thuis wonen. Ten aanzien van tijdelijkheid 1. Wat betreft de tijdelijkheid onderschrijft het IV dat een pré-mantelzorgwoning geen permanente woning dient te zijn, maar stelt het IV tevens dat er geen standaardtermijn aan een dergelijke vergunning dient te worden vastgehangen. Dit laatste is niet wenselijk en komt ook niet als zodanig terug in de beleidsregels van andere gemeenten. Wenselijk is om een dergelijke vergunning onder voorwaarden te verlenen voor maximaal 10 jaar. Zo blijft er een prikkel bestaan voor de aanvrager dat de pré-mantelzorgwoning géén permanente woning is en op enig moment zal moeten worden ontmanteld. 2.
Wat betreft de termijn van een dergelijke vergunning, geeft het IV als argument dat een tijdelijke vergunning van 10 jaar onzekerheid brengt voor de aanvrager, indien na afloop van deze periode de omstandigheden ongewijzigd zijn. Echter, indien de omstandigheden na de vergunningstermijn aantoonbaar ongewijzigd zijn, zijn er mogelijkheden om de vergunning te verlengen. Ten aanzien van Woonbeleid 1. Het IV benoemt dat ‘’Veronderstelt mag worden dat deze ontwikkeling ook meegenomen wordt bij het opstellen van de toekomstige woonvisie’’. Hierbij dient te worden opgemerkt dat naar verwachting de woonvisie vervangen zal worden door het volkshuisvestingsprogramma, onderdeel van het wetsvoorstel ‘versterking regie volkshuisvesting’. In dit programma zal wonen met zorg/ondersteuning een onderdeel uitmaken. Voor het 'volkshuisvestingsprogramma’ worden momenteel de voorbereidingen getroffen.
Pagina 2 van 3
2. Ook stelt het IV dat een dergelijke beleidsregel- of kader kan bijdragen aan de doorstroming op de woningmarkt. Dat is in eerste instantie aannemelijk, maar afhankelijk van de huisvestingssituatie die de mantelzorgbehoevende achterlaat. Ten aanzien van een toetsingskader De beleidsregels van andere gemeenten die toezien op pré-mantelzorgwoningen hebben een vrijwel uniform toetsingskader. Indien uit besluitvorming blijkt dat het voor de gemeente Sittard-Geleen wenselijk is om beleid omtrent pré-mantelzorgwoningen te gaan opstellen, is het wenselijk om het voorgenoemd toetsingskader grotendeels over te nemen. Dit toetsingskader hanteert onder andere criteria die waarborgen dat de pré-mantelzorgwoning bedoeld is voor toekomstig zorgbehoevenden en ook als zodanig gebruikt wordt. Zo is het hebben van de AOW gerechtige leeftijd een primaire voorwaarde, maar kan hiervan afgeweken worden indien er sprake is van een voortschrijdende aandoening* of van een jongere met een beperking. Daartoe dient men een medische verklaring te overleggen, afkomstig van een daartoe bevoegd specialist. Ook dient aantoonbaar gemaakt te worden dat er sprake is van een ‘duurzame sociale relatie’ tussen de potentieel mantelzorgbehoevende en potentieel mantelzorg-verlener. Ten aanzien van uitvoerbaarheid 1.
Vanuit team Wonen zou een dergelijk beleidskader- of regel weinig verschillen van een (vergunning-vrije) reguliere mantelzorgwoning. Het gaat immers om een tijdelijke woonvoorziening en daarmee geen reguliere toevoeging aan het woonbestand. De essentie zit echter in de waarborging van de vergunde activiteiten. De prémantelzorgwoning dient geen reguliere woningsplitsing of andersoortige toevoeging van een zelfstandige woonruimte te betreffen, zoals particuliere verhuur. Daarom is het vanuit team Wonen essentieel dat er bij het opstellen van een beleidsregel een zorgvuldig toetsingskader wordt opgenomen, om te waarborgen dat de prémantelzorgwoning ook als zodanig gebruikt wordt. 2. Voor de uitvoering van een dergelijke beleidsregel dient rekening gehouden te worden met extra werkzaamheden voor het betrokken ambtelijke bestand. Denk daarbij aan de vergunningverlening, ambtelijke advisering/toetsing en toezicht & handhaving. Het zwaartepunt van de toetsing zal naar verwachting bij Team Zorg komen te liggen, bij het toetsen van de ‘voortschrijdende aandoening’.
Daar ligt immers de meeste vakinhoudelijke kennis en houdt men zich bezig met sociaal/medische voorzieningen op individuele basis .Een groot gedeelte van de toetsing kan intern plaatsvinden, bij twijfel kan een arts worden ingeschakeld via Salude, de externe organisatie die ons ondersteunt bij Sociaal Medische Advisering (SMA). Communicatie Bij het opstellen van deze nota is er contact geweest tussen de gemeente en het Steunpunt Mantelzorg Westelijke Mijnstreek, om de behoefte aan- of interesse in prémantelzorgwoningen te inventariseren.
Pagina 3 van 3