Kaderbrief Gem Sittard-Geleen 2024
Tekst van het document
Kaderbrief 2024 Sittard-Geleen
Inhoudsopgave Inleiding........................................................................................................................................... 3 De kaderbrief. ................................................................................................................................. 4 Actueel begrotingsbeeld................................................................................................................. 5 Ontwikkelingen. .............................................................................................................................. 6 Scenario’s structureel evenwicht Sittard-Geleen.......................................................................... 9 VNG - begrotingsadvies 2025-2028.............................................................................................. 10 Lokale lasten................................................................................................................................. 11 Afsluitend. ..................................................................................................................................... 13 Bijlage - gevolgen kortingen/ ombuigingen op medebewindstaken. ......................................... 16
Kaderbrief is een uitgave van de gemeente Sittard-Geleen, april 2024.
2
03
Inleiding Beste lezer,
Voor u ligt de kaderbrief 2024 van de gemeente Sittard-Geleen. De kaderbrief is formeel de start van een nieuwe planning en control cyclus. Met deze brief wordt richting gegeven aan de voorbereiding van de meerjarenbegroting 2025-2028 en gaan we nader in op een aantal te verwachten ontwikkelingen en uitdagingen. In de kaderbrief wordt geen nieuw beleid verwerkt maar wordt context gegeven aan het eerder vastgestelde beleid in de kadernota 2023-2026 en de meerjarenbegroting 2024-2027. In de kadernota 2023-2026 heeft het college van Burgemeester en Wethouders een voorstel gedaan voor de uitvoeringsagenda in deze bestuursperiode. Dit voorstel bestond uit de inhoudelijke speerpunten en de bijbehorende financiële kaders. De inhoudelijk basis van de kadernota 2023-2026 is de Toekomstvisie 2030, het coalitieakkoord ‘Samen zorgvuldig, verbindend doorpakken’ en de Uitvoeringsafspraken. Passend binnen de beschikbare incidentele begrotingsruimte hebben we de ‘speerpunten’ uit de kadernota en overige ambities uit het coalitieakkoord ‘Samen zorgvuldig, verbindend doorpakken!’ en de Uitvoeringsafspraken 2022-2026 inhoudelijk en financieel in de begroting 2024 vertaald. In de uitvoeringsagenda bestuursperiode 2024-2026 zijn speerpunten opgenomen om activiteiten op diverse beleidsterreinen tijdelijk aan te jagen, te intensiveren of van een impuls te voorzien.
Tijdelijk, vanwege het ontbreken van structurele financiële ruimte in onze begroting en meerjarenraming. Door de vertaling van de inhoudelijke en financiële kaders uit de kadernota in de uitvoeringsagenda zijn de bestuurlijke ambities voor deze bestuursperiode in de begroting en meerjarenraming verwerkt. In de resterende bestuursperiode werken we aan de realisatie van deze uitvoeringsagenda. Sittard-Geleen, 25 april 2024
Burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen,
mr. J.Th.C.M. Verheijen J.A.M. Heesen burgemeester gemeentesecretaris/ algemeen directeur
3
04
De kaderbrief De kaderbrief 2024 schetst het kader en de context voor de, later in dit jaar op te stellen, meerjarenbegroting 2025-2028. Met de begroting worden de belangrijkste keuzes en de financiële doorvertaling daarvan gemaakt voor het volgend jaar. Deze kaderbrief duidt een aantal trends die van invloed kunnen zijn op ons beleid, en schetst de belangrijkste financiële uitgangspunten die gelden voor de voorbereiding van de meerjarenbegroting. Enerzijds wordt in deze kaderbrief ingegaan op autonome ontwikkelingen welke zich voordoen met betrekking tot bestaand beleid. Anderzijds op de autonome ontwikkelingen die zich voordoen met betrekking tot de uitvoeringsagenda 2024-2026 zoals beschreven in de kadernota 2023. In deze kaderbrief wordt geen nieuw beleid geformuleerd en vastgesteld.
Financiële kaders
De uitwerking van ons financieel beleid baseren wij op een aantal kaderstellende documenten en uitgangspunten. Met de toepassing van deze kaders streven wij naar een duurzame en stabiele financiële positie die veerkrachtig is, waarbij: ⋅ onze begroting en meerjarenraming sluitende jaarschijven heeft; ⋅ het structureel begrotingsevenwicht is geborgd; ⋅ onze financiële positie wendbaar is, zodat we over ruimte beschikken om in te kunnen spelen op landelijke ontwikkelingen en/of invulling kunnen geven aan lokale ambities; ⋅ onze financiële positie weerbaar is, zodat we over een buffer beschikken om onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen.
Uitvoeringsprincipes 2023-2026
In de kadernota 2023-2026 hebben we voor deze bestuursperiode een aantal uitvoeringsprincipes vastgelegd. Wij werken met deze principes om binnen onze financiële ruimte gericht afwegingen en keuzes te kunnen maken. De begroting 2025 bereiden we voor aan de hand van onderstaande uitvoeringsprincipes:
1. Waar we geen invloed op hebben, staat vast in de begroting. Hier kunnen we geen keuzes maken. Deze werkzaamheden voeren we zonder meer uit. Dit zijn de vaststaande ontwikkelingen: ⋅ ⋅
Autonome ontwikkelingen: onvermijdbaar en onuitstelbaar; we verwerken deze ontwikkelingen wanneer ze zich voordoen; Onomkeerbare ontwikkelingen: lopende ontwikkelingen die niet meer zijn te stoppen en waarvan de afronding extra kosten met zich meebrengt.
2. Daar waar keuzes gemaakt kunnen worden doen we dit. Daarbij wordt achtereenvolgens zorgvuldig gekeken naar: ⋅ ⋅ ⋅
Lopende ontwikkelingen: nog bij de sturen (omkeerbare ontwikkelingen) Uitvoering aangenomen raadsmoties en amendementen Speerpunten op basis van het coalitieakkoord en de uitvoeringsafspraken
4
05
Actueel begrotingsbeleid Vertrekpunt voor het financieel kader is het actueel begrotingsbeeld. In de 3de rapportage 2023 hebben we de begroting voor het laatst bijgesteld. In onderstaande tabellen geven we inzicht in het actueel begrotingsbeeld.
TABEL BEGROTINGSSALDI
Bedragen x € 1.000
Ontwikkeling begrotingsruimte
2024
2025
2026
2027
Saldo begrotingsruimte na 3de rapportage
-188
1.180
147
3.867
Raadsbesluit 8-11 budget rekenkamercommissie
-24
-28
-32
-32
Actuele begrotingssaldi
-212
1.152
115
3.835
Ontwikkeling structureel begrotingsevenwicht
2024
2025
2026
2027
Structurele begrotingssaldi na 3e rapportage
734
9.376
-3.290
-1.133
TABEL STRUCTUREEL BEGROTINGSEVENWICHT
Bedragen x € 1.000
Uit bovenstaande tabellen blijkt dat wij met uitzondering van een incidenteel tekort in 2024 van € 0,2 mln. in iedere jaarschijf voordelige begrotingssaldi hebben. De oplossing van het tekort nemen we mee in de verdere uitwerking van de P&C-cyclus 2024. In de jaarschijven 2024 en 2025 hebben we voordelige structurele begrotingssaldi, waarna vanaf 2026 ‘het ravijnjaar’ sprake is van structurele tekorten. Naast de voordelige incidentele begrotingsruimte in de jaarschijven 2025 tot en met 2027 zijn binnen de begroting 2024 afzonderlijke middelen opgenomen voor: ⋅ de structurele dekking van de gevolgen van loon- en prijsstijgingen (stelpost inflatie; 2024: ⋅ € 20 mln.); ⋅ de structurele dekking voor de wendbaarheid en weerbaarheid (post robuuste begroting van jaarlijks € 2 mln.); ⋅ de incidentele dekking van samenleving versterkende maatregelen voor een bedrag van € 3,3 mln. In het budgettair kader is vooralsnog geen financiële ruimte voor het aangaan van nieuwe structurele verplichtingen en/of het structureel doortrekken van de speerpunten uit de uitvoeringsagenda 2023-2026.
5
06
Ontwikkelingen In de kadernota 2023-2026 is de beleidslijn voor deze bestuursperiode uitgezet. De kadernota is gebaseerd op het coalitieakkoord ‘Samen zorgvuldig, verbindend doorpakken!’ en de Toekomstvisie 2030. Deze beleidslijn wordt in een dynamische omgeving uitgevoerd. Dat betekent dat we constant anticiperen op ontwikkelingen, en dat we daar waar nodig met ons beleid moeten inspelen op autonome ontwikkelingen. Achtereenvolgens zullen we een aantal externe en interne ontwikkelingen schetsen waar we, mogelijk, in de meerjarenbegroting 2025-2028 op moeten anticiperen.
Extern
Enkele jaren geleden heeft het Rijk besloten vanaf 2026 een korting van € 3 mld. op het gemeentefonds toe te passen, resulterend in het ‘ravijnjaar’ 2026. Sindsdien heeft het Rijk voor de structurele tekorten vanaf het ravijnjaar 2026 ‘pleisters geplakt’ door incidenteel (extra) middelen beschikbaar te stellen. Op 15 april heeft het demissionaire kabinet haar voorjaarsnota gepresenteerd. Deze voorjaarsnota laat betekenisvolle stappen zien voor onze financiën. Zo wordt de intentie uitgesproken om de opschalingskorting structureel te schrappen. Daarnaast worden extra middelen gereserveerd voor de WMO. Hoewel dit een goede stap is, zijn we er nog niet. Er is nog steeds een korting van € 2,3 mld. op het gemeentefonds die resteert. Daarnaast is het verdere effect van de voorjaarsnota op onze financiële positie nog niet duidelijk. De onzekerheid over de ontwikkeling van de gemeentefinanciën duurt nog altijd voort. De nog steeds lopende kabinetsformatie en de demissionaire status van het huidige kabinet maken het lastig om een inschatting te maken op welk moment duidelijkheid is te verwachten. Het is nog onzeker hoe de behandeling van de voorjaarsnota, en de maatregelen die daarin worden genoemd, in de Tweede Kamer worden ontvangen. De meicirculaire zal pas duidelijkheid geven over het definitieve effect van de voorjaarsnota op onze financiën.
Daarnaast is nog steeds geen duidelijkheid over de overige kortingen op het gemeentefonds. Het is afwachten wat de formerende partijen uiteindelijk in hun regeerakkoord zullen uitwerken, en wat daarvan het effect is op lokale overheden. Ook is de verwachting dat het Rijk een ombuigingsopgave heeft uit te voeren. Met de ambities die de individuele partijen in een eerder stadium hebben genoemd, is de verwachting dat de tekorten bij het Rijk verder zullen oplopen. In de door rijksambtenaren opgestelde ombuigingslijst is ook een aantal ombuigingen op het gebied van gemeentefinanciën opgenomen. Deze ombuigingen zullen een negatief effect hebben op ons structureel begrotingsevenwicht. Daarmee wordt het borgen van een structureel reëel sluitende begroting nog lastiger. In gesprek met de samenleving werken we aan een nieuwe Omgevingsvisie. Met de Omgevingsvisie beogen we dat Sittard-Geleen in 2040 een krachtige gemeente is. Dat doen we niet alleen, maar met onze inwoners, ondernemers, verenigingen en andere (maatschappelijke) organisaties. ‘Samen Stad en Dorp maken’ noemen we dat. Daarbij zien we een aantal externe factoren die druk zetten op een krachtige gemeente. Bij een krachtige gemeente horen de randvoorwaarden ingevuld te zijn. We hebben in de kadernota al ingezet op het vergroten van de veiligheid in de gemeente. Om de veiligheid verder te bevorderen zal
6
Trots op ons Sittard-Geleen
aanvullend op de uitwerking van de Omgevingsvisie het programma veiligheid een verdere impuls geven aan de problematiek waar we als grensregio mee geconfronteerd worden. Een aantal landelijke opgaven gelden ook voor Sittard-Geleen. Opgaven zoals bestaanszekerheid, klimaatadaptie, woningbouw, de energietransitie, de stikstofaanpak, de asielopvang en de impact van de spreidingswet op Sittard-Geleen, en het bevorderen van het vestigingsklimaat vragen aandacht om de gemeente aantrekkelijk te houden en aan wettelijke taken te voldoen. Deze opgaven zijn niet alleen urgent, en grotendeels ook al geland in bestaand beleid, maar ook zeer arbeidsintensief. De arbeidsmarkt is op dit moment al zeer krap. De komende jaren neemt de beroepsbevolking verder af. Daarnaast zal de zorgvraag door vergrijzing steeds verder toenemen. De krappe arbeidsmarkt zorgt er onder andere voor dat het Zuyderland ziekenhuis zich op dit moment genoodzaakt ziet keuzes te maken met betrekking tot hun dienstverlening in de regio. Voor onze gemeente is het van belang dat adequate zorg in de regio aanwezig blijft. Op dit moment vinden op vele vlakken gesprekken plaats. De planning is dat eind april een definitieve keuze wordt gemaakt door CZ en Zuyderland met betrekking tot de zorg in Sittard-Geleen en Heerlen. Afhankelijk van die keuze zullen we in de meerjarenbegroting hier mogelijk verder op moeten anticiperen.
De arbeidsmarkt in Sittard-Geleen is daarnaast flink in beweging. Grootste impact heeft het grotendeels stilleggen van de productie bij VDL Nedcar. Bijna 4500 mensen zijn hun baan verloren. Het is niet voor iedereen gemakkelijk om weer een baan te vinden. Onder de naam ‘Werkcentrum Zuid-Limburg’ hebben de arbeidsmarktpartners hun dienstverlening samengebracht. In het Werkcentrum kan iedereen terecht met een vraag over loopbaan, ontwikkeling en werk. Zowel werkgevers en werknemers. Het is van belang dat we naast het bevorderen van ons vestigingsklimaat ervoor zorgen dat mens en werk elkaar blijven vinden. Deze opgaven maken duidelijk dat we niet alleen naar financiële oplossingen moeten zoeken. Opgaven moeten niet alleen financierbaar zijn, maar ook realiseerbaar. Krapte op de arbeidsmarkt zet druk op de uitvoeringskracht. Ook van onze gemeente. Daarnaast vraagt een beheerste uitvoering van de beschreven opgaven om extra uitvoeringskracht/ capaciteit. Capaciteit die hoort bij deze opgave die vanuit het Rijk en toezichthoudende instanties aan ons wordt opgelegd, maar waar we niet voor worden gecompenseerd. In de meerjarenbegroting 2025-2028 zullen we ruim aandacht moeten hebben voor de uitvoeringskracht in onze organisatie en de druk op de bedrijfsvoering.
7
Intern
Het budgettair kader/ begrotingsbeeld kan worden bijgesteld met: ⋅
het resultaat uit de jaarrekening 2023 na bestemming en het resultaat uit de 1ste rapportage 2024
Bedragen x € 1.000
Ontwikkeling begrotingsruimte
2024
2025
2026
2027
Actuele begrotingssaldi vertreksituatie
-212
1.151
115
3.835
Concept resultaat 1ste rapportage 2024
-1.072
-1.033
-999
-1.061
Actualisatie begrotingssaldi na 1e rapportage 2024
-1.284
118
-884
2.774
Het concept jaarrekeningresultaat na bestemming bedraagt afgerond € 8,3 mln.* Dit bedrag kan worden toegevoegd aan het surplus van de algemene reserve en incidenteel worden ingezet voor dekking van onvoorziene ontwikkelingen en/of nieuw beleid; ⋅
de financiële vertaling in de begroting 2025 van onderstaande speerpunten uit de uitvoeringsagenda:
Speerpunt
2025
2026
2027
Lokale lastenverlichting
pm
pm
pm
'Koesteren groene plekken'
pm
pm
pm
'Ruimte voor ontmoeting in de openbare ruimte'
pm
pm
pm
'Leerwerklijnen Vidar'
pm
pm
pm
Centra zijn continu schoon'
pm
pm
pm
'Uitwerking ontwikkelpaden in concrete uitvoeringsvoorstellen'
pm
pm
pm
'Ondersteuning MKB'
pm
pm
pm
Totaal speerpunten - exploitatie
pm
pm
pm
⋅
⋅
Het op basis van bestaand beleid in de jaarschijf 2028 verwerken van: ⋅ De doorwerking van de volledige kapitaallasten van Ibor-vervangingsinvesteringen 2027; ⋅ De doorwerking van de volledige kapitaallasten van investeringen 2027 uit de uitvoeringsagenda; ⋅ Toevoeging van € 5 mln. investeringsruimte voor het Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs- en kindfuncties. Door de incidentele dekking van de uitvoeringsagenda daalt het surplus in de algemene reserve.
*Concept resultaat; onder voorbehoud van correcties uit de accountantscontrole.
8
09
Scenario’s structureel evenwicht Sittard-Geleen Uit het budgettair kader blijkt dat er op basis van de cijfers uit de vertreksituatie vanaf 2026 sprake is van structurele tekorten. Dit beeld wordt nog bijgesteld voor de (autonome) ontwikkelingen uit de 1ste rapportage 2024 en de financiële vertaling van de geïnventariseerde ontwikkelingen uit deze kaderbrief in de begroting 2025. Op basis van het geactualiseerd budgettair kader is het op te lossen tekort: ⋅ Structureel tekort in 2026: € 3,3 mln. (hoogste tekort in de meerjarenraming 2024-2027) ⋅ Tekort 1ste rapportage in 2026: € 1,0 mln. ⋅ Structureel tekort 2026 € 4,3 mln. Dit betekent dat we op basis van de huidige concept cijfers met ingang van 2026 minimaal € 4,3 mln. structureel moeten oplossen om structureel begrotingsevenwicht in de meerjarenraming te realiseren. Als we aanvullend extra ruimte voor nieuw beleid willen creëren, betekent dit een verdere verhoging van de opgave. Het demissionair kabinet heeft in haar voorjaarsnota onder andere aangekondigd dat ze voornemens is de oploop van de opschalingskorting structureel te schrappen. Ook wordt de indexering van zorgkosten toegepast. Dat betekent dat vanaf 2026 het gemeentefonds structureel stijgt. Voor Sittard-Geleen een ontwikkeling die positief uitwerkt op ons structureel begrotingsevenwicht.
We verwachten, naast extra compensatie voor de zorgkosten, vanaf 2026 jaarlijks structureel € 3,7 mln. extra middelen van het Rijk te krijgen. Het Rijk vraagt helaas wel wisselgeld voor deze ontwikkeling. Het voorstel is om het gemeentefonds eenmalig, in 2025, € 675 mln. lager vast te stellen. Dat betekent een incidentele tegenvaller van € 3,7 mln. voor onze begroting. Formele vaststelling wordt in de meicirculaire verwacht, waarna de financiële consequenties voor de gemeente Sittard-Geleen pas definitief kunnen worden uitgewerkt. Met deze voorgenomen maatregelen is het ravijnjaar nog niet opgelost, maar wordt wel een eerste stap gezet. Toch zullen we ook zelf kritisch naar onze begroting moeten blijven kijken. Het structureel begrotingsevenwicht moet gehandhaafd blijven en we willen onze financiële veerkracht behouden. We zullen daarom integraal in de begroting op zoek gaan naar ruimte. Ook voor nieuw beleid. Vanuit provinciaal toezicht is aangegeven dat een structureel sluitende begroting 2025 toereikend is om in aanmerking te komen voor repressief toezicht. Door het ontbreken van duidelijkheid over extra middelen van 2026 benadrukt de toezichthouder na te denken over verschillende scenario’s en maatregelen die daarbij passen. Ook de VNG heeft hierover een advies gegeven.
9
10
VNG - begrotingsadvies 2025-2028 De korting van € 3 mld. op het gemeentefonds leidt ertoe dat de gemeentelijke financiën onvoldoende zijn om het huidige takenpakket op hetzelfde niveau voort te zetten. Met de uitgebrachte voorjaarsnota door het demissionaire kabinet wordt de structurele korting teruggebracht tot € 2,3 mld. Voor de aankondiging van de voorjaarsnota heeft de VNG, vooruitlopend op verdere gesprekken met het demissionaire kabinet over de kortingen vanaf 2026, een begrotingsadvies 2025-2028 uitgebracht. Dit advies bestaat uit twee delen: een eerste deel voor de voorbereiding van de kaderbrief en een tweede deel volgend op het verschijnen van de meicirculaire 2024. De kern van het advies is als volgt: ⋅ Bereid een reële meerjarenbegroting 2025-2028 voor; ⋅ Breng de maatregelen in beeld die nodig zijn om (structurele) tekorten op te lossen: ⋅ Leg de focus op medebewindstaken; ⋅ Beschrijf de belangrijkste ombuigingsmaatregelen, inclusief inhoudelijke en financiële gevolgen. Met het generiek opvolgen van dit advies door gemeenten beoogt de VNG aan te tonen dat de huidige gemeentefinanciën onvoldoende zijn om het huidige takenpakket op hetzelfde niveau voort te zetten. Ook is zonder extra (structurele) Rijksmiddelen het oppakken van een aantal grote landelijke opgaven door lokale overheden niet mogelijk.
De VNG stelt voor om ombuigingsrichtingen op medebewindstaken in beeld te brengen omdat het Rijk met name hierop niet-taakgebonden kortingen heeft doorgevoerd. Ondanks het voornemen van het demissionair kabinet om de opschalingskorting te schrappen, stellen wij voor om het begrotingsadvies van de VNG toch te onderschrijven. Dit betekent dat wij in de begrotingsvoorbereiding ombuigingsrichtingen op medebewindstaken uitwerken. De inhoudelijke en financiële gevolgen van deze ombuigingsrichtingen zullen wij zo scherp mogelijk in beeld brengen De belangrijkste medebewindstaken maken onderdeel uit van het Breed Sociaal Domein/ SociaalMaatschappelijke Domein. De aan deze taken gekoppelde budgetten hebben een aanzienlijk aandeel in onze gemeentelijke begroting (aandeel ca 40-45%). Vooruitlopend op de mogelijke uitwerking in onze begroting hebben wij in de bijlage bij deze kaderbrief een eerste inzicht gegeven in deze medebewindstaken. Duidelijk is dat ombuigingen op dit vlak met name de kwetsbare doelgroepen raken. Tegelijkertijd hechten wij eraan als gemeente ons sociale gezicht te laten zien. Mocht het Rijk besluiten geen extra structurele middelen beschikbaar te stellen, dan zullen we op termijn ook ombuigingen op andere beleidsterreinen en/ of eigen ambities in beeld brengen. Met name om onze kwetsbare doelgroepen te ontzien.
Omdat de gesprekken over het al dan niet doorvoeren van de kortingen nog niet zijn afgerond, adviseert de VNG ombuigingen in kaart te brengen, maar nog niet in gang te zetten. Als uit de verdere behandeling van de voorjaarsnota, de meicirculaire en de formatie van een nieuw kabinet blijkt dat het begrotingsadvies van de VNG niet meer actueel is, zullen we de medebewindstaken geen verdere rol geven in het begrotingsproces. We blijven ook proactief in gesprek met de G40 en de VNG, zodat we onze positie blijven bewaken.
10
11
Lokale lasten In de lokale lastenmonitor van de Provincie ziet het beeld van de lokale lasten er voor Sittard-Geleen in 2024 als volgt uit, telkens ten opzichte van de duurste gemeente: ozb woningen, plek 4; riool plek 23; afval plek 17; totaal plek 8 van alle Limburgse gemeenten. Voor de OZB niet woningen heeft Sittard-Geleen het hoogste tarief in de provincie. Voor de begroting 2025 en de tarieven 2025 is een drietal aandachtspunten van belang: ⋅ Het al dan niet doorvoeren van de verhoging van de OZB volgens de begroting 2021. ⋅ Het al dan niet voortzetten van de verlaging van de hondenbelasting. ⋅ De ontwikkeling van het areaal niet woningen.
OZB In 2022 tot en met 2024 is de verhoging van de OZB uit de begroting 2021 niet doorgevoerd en zijn daarmee de opbrengsten in 2022 en 2023 met € 0,5 mln. (woningen) respectievelijk in 2024 met € 1,1 miljoen (woningen en niet-woningen) verlaagd. Telkens is dit incidenteel gedekt. Voor de begroting en tarieven 2025 wordt de raad gevraagd om deze koers voort te zetten. De begrotingsruimte is hiertoe aanwezig. Vanaf 2026 is er geen sprake meer van een structureel sluitende begroting tenzij rijksbeleid in aanvullende middelen gaat voorzien. In afwachting daarvan is een structurele verlaging nu niet aan de orde. Hieronder is dit schematisch weergegeven, de aangegeven percentages zijn exclusief de jaarlijkse indexeringen. 1% bij woningen is gelijk aan € 0,2 miljoen opbrengst en bij niet-woningen € 0,4 miljoen. De rode blokken betreffen de teruggedraaide verhogingen. In rood gearceerd geven we schematisch weer dat we de in 2024 ingezette lijn in 2025 voortzetten. De eerder voorgenomen verhogingen worden niet doorgevoerd.
Stijging Stijging 2024: 1% 2024: 1%
4,5% -
3,5% -
Stijging 2023: 1%
2,5% I 2022
I 2023
I 2024
OZB niet woningen
3,5% -
2,5% -
Stijging 2022: 2,5% I 2025
Stijging Stijging 2024: 1% 2024: 1%
4,5% -
Stijging 2023: 1%
Stijging 2022: 2,5% I 2022
I 2023
I 2024
Stijging 2022: 2,5%
I 2025
OZB woningen
11
Hondenbelasting In 2022 tot en met 2024 is de tarifering van de hondenbelasting aangepast en zijn daarmee de opbrengsten met € 0,4 miljoen verlaagd. Telkens is dit incidenteel gedekt. Voor de begroting en tarieven 2025 wordt de raad gevraagd om deze koers voort te zetten. De begrotingsruimte is hiertoe aanwezig. Vanaf 2026 is er geen sprake meer van een structureel sluitende begroting tenzij rijksbeleid in aanvullende middelen gaat voorzien. In afwachting daarvan is een structurele afweging nu niet aan de orde. Hieronder is dit schematisch weergegeven. De rode blokken betreft de teruggedraaide verhogingen. Het rood gearceerde deel betreft de voorgestelde incidentele voortzetting van deze teruggedraaide verhogingen.
0,8 mln. -
€ 0,4 mln. -
0,4 mln.
0,4 mln.
0,4 mln.
0,4 mln.
0,4 mln.
0,4 mln.
0,4 mln.
0,4 mln.
I 2022
I 2023
I 2024
I 2025
0,8 mln.
I 2021
Areaal niet-woningen De ontwikkeling van het areaal niet-woningen laat zien dat er sprake is van toenemende leegstand. Dit heeft gevolgen voor de opbrengst gebruikersdeel OZB niet woningen. Wij onderzoeken de consequenties hiervan voor de gemeente en zullen, indien noodzakelijk, met een passend voorstel naar de gemeenteraad komen.
12
13
Afsluitend Met deze kaderbrief geven we richting aan de verdere uitwerking van de meerjarenbegroting 20252028. Een begroting waarvan de basis ligt in de kadernota 2023-2026 en de daarin afgesproken uitvoeringsprincipes. We verwerken de autonome ontwikkelingen en onomkeerbare besluiten, en we houden de teruggedraaide verhoging van de lokale lasten in stand als het begrotingssaldo dat toestaat. De huidige begrotingsstand laat zien dat er voldoende ruimte is om deze lijn in te zetten, en met deze kaderbrief stelt het college van Burgemeester en Wethouders voor om het terugdraaien van de verhogingen incidenteel voor 2025 te verwerken in de programmabegroting 2025-2028. In deze kaderbrief hebben we ook een aantal externe en interne ontwikkelingen geschetst waar we als gemeente mee geconfronteerd worden. Hoewel de toekomst vooraf niet te voorspellen is, zullen we in de programmabegroting 2025-2028 op deze ontwikkelingen moeten anticiperen. Daarbij heeft het borgen van structureel reëel evenwicht in de begroting speciale aandacht. Vanaf 2026 worden we vooralsnog geconfronteerd met een negatief structureel begrotingsevenwicht. Het zogenaamde ravijnjaar. Het demissionaire kabinet heeft in haar voorjaarsnota het voornemen uitgesproken om o.a. de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026 te schrappen. Dit heeft een positief effect op ons begrotingsevenwicht.
Daarnaast is door middel van een aantal specifieke maatregelen een extra positief effect op onze begroting te verwachten. Wel wordt door het demissionaire kabinet voorgesteld om in 2025 eenmalig een flinke korting op het gemeentefonds door te voeren. Daarnaast is er nog weinig duidelijkheid rondom de plannen van het nieuwe kabinet, en de effecten hiervan op onze gemeente. Ondanks de voorstellen uit de voorjaarsnota bedraagt de structurele korting op het gemeentefonds nog € 2,3 mld. Het daadwerkelijke effect van de voorjaarsnota op onze financiële positie is pas met de meicirculaire duidelijk. Daarom stelt het college voor om het begrotingsadvies van de VNG te volgen en vooruitlopend op eventuele tegenvallers de zogenaamde medebewindstaken, en het effect van eventuele bezuinigingen hierop, inzichtelijk te maken voor het Rijk. Zo geven we een duidelijk signaal aan het Rijk en de formerende partijen wat de gevolgen zijn van bezuinigingen op het gemeentefonds. De medebewindstaken raken voor een groot deel onze kwetsbare inwoners. Sittard-Geleen moet een gemeente blijven waarin iedereen zich thuis voelt. De gesprekken over het al dan niet doorvoeren van de kortingen zijn nog niet afgerond. Wij brengen daarom de ombuigingen wel in kaart, maar zetten ze nog niet in gang.
Mocht het Rijk besluiten geen extra structurele middelen beschikbaar te stellen, dan zullen we op termijn ook ombuigingen op andere beleidsterreinen en/ of eigen ambities in beeld brengen. Met name om onze kwetsbare doelgroepen te ontzien.
13
Kaderbrief 2024
14
15
Bijlage - gevolgen kortingen/ ombuigingen op medebewindstaken Medebewindstaken Breed Sociaal Domein/ SociaalMaatschappelijke Domein Het sociaal maatschappelijke domein 98% Van de taken die de gemeente Sittard-Geleen uitvoert binnen het sociaal maatschappelijke domein zijn taken die voortkomen uit landelijke wetten, kortom medebewind. Het brede sociaal domein/ het sociaalmaatschappelijke domein omvat zowel collectieve voorzieningen die voor iedereen toegankelijk zijn en moeten zijn als individuele voorzieningen, vaak alleen toegankelijk op basis van een indicatie.
Collectieve voorzieningen (team MO) De collectieve voorzieningen hebben betrekking op cultuur, sport, onderwijs en welzijn en zorg. Denk aan het sociaal werk van MIK-PIW, de bibliotheek, sportverenigingen en accommodaties alsook informele zorg en mantelzorgondersteuning. Daarnaast zijn er binnen het sociaal domein het afgelopen jaar initiatieven gestart die de houdbaarheid van ons zorgstelsel moeten garanderen. Te denken valt aan de akkoorden op de Hervormingsagenda Jeugd, het Integraal Zorgakkoord (IZA) en Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Allen zijn erop gezicht om meer te investeren in preventie ter voorkoming of uitstel van ondersteuning en zorg. Wanneer er sprake is van een korting vanuit het Rijk op deze collectieve voorzieningen, gaat dit ten koste van de zelfredzaamheid en participatie van onze inwoners met het risico dat zij sneller een beroep zullen doen op zwaardere vormen van ondersteuning en zorg. Bovenstaande toelichting heeft vooral betrekking op dienstverlening (waar de gemeente middels subsidies opdrachten toe verleend). Daarnaast is er ook nog sprake van gebouwen (waar deze dienstverlening plaatsvindt), en in relatie tot medebewindstaken betreft dit met name onderwijshuisvesting. Hierbij is sprake van een forse opgave op het vlak van verduurzaming en renovatie.
Individuele voorzieningen (teams Vidar, Jeugd, Wmo en Jongerenloket/Leerplicht) De individuele voorzieningen uit de Jeugdwet, Wmo, , Wet inburgering, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, Participatiewet en de daaraan gekoppelde Gebundelde uitkering BUIG) zijn wetten met een open einde regeling. Een open einde regeling is een rijksbegrotingsbesluit waardoor een financiële regeling geen budgettair plafond wordt toegekend. Hierdoor is het wettelijk gezien niet mogelijk om plafonds aan te brengen binnen deze regelingen en moet je de gevraagde zorg/uitkering leveren. Het verder beperken van de financiële middelen, resulteert in: ⋅ Verder oplopen van wachtlijsten ⋅ De hulp aan kwetsbare kinderen/ gezinnen in onze gemeente komt zwaar onder druk te staan. Zij krijgen dan niet meer (vroegtijdig) de hulp die zij nodig hebben. In sommige situaties kan zelfs de veiligheid van de kinderen in het geding komen. ⋅ Continuïteit (lees omvallen) van zorgaanbieders ⋅ Een breuk in de aanpak van armoede en schulden waarmee de kansenongelijkheid en uitsluiting van volwassenen en kinderen toeneemt. ⋅ Minder ondersteuning gericht op het vergroten van basisvaardigheden, ontwikkeling, werk en participatie waardoor de redzaamheid van inwoners afneemt en de druk op uitkeringen toeneemt.
15
Daarnaast zijn er externe factoren die van invloed zullen zijn op de financiën van het sociaal maatschappelijke domein: ⋅ Inflatie, personeelstekorten en loonstijgingen ⋅ Opvang statushouders en vluchtelingen Oekraïne ⋅ Dubbele vergrijzing en groeiende druk op de Wmo
Financiële indicatie medebewindstaken sociaal domein (bron: primitieve begroting 2024)
MEDEBEWINDSTAAK
BEGROTING 2024
Participatie en inkomensregelingen
€ 82 mln.
Wmo
€ 41 mln.
Jeugdzorg
€ 36 mln.
Totaal
€ 159 mln.
Op een begrotingstotaal van circa € 420 mln. is het aandeel van deze taken in het totaal circa 38%. Eerder hebben we aangegeven dat op basis van het actueel begrotingsbeeld, inclusief de concept cijfers uit de 1ste rapportage 2024 het op te lossen tekort met ingang van 2026 minimaal € 4 mln. bedraagt. Als we dit op te lossen tekort relateren aan het begrote bedrag medebewindstaken sociaal domein zou dat een korting van afgerond 3% bedragen.
16