Gedragscode raads- en burgerleden Sittard-Geleen 2024
Tekst van het document
Artikel 6.3 Procesafspraken Integriteit In het protocol zijn afspraken vastgelegd over de processtappen die de raadsleden en de burgemeester moeten volgen bij een vermoeden van een integriteitsschending door een politicus. De handhaving van de integriteit kent verschillende fasen: Bespreken van lastige integriteitkwesties. Signaleren van vermoedens van schendingen van de gedragscode. Eventueel onderzoeken van vermoedens van schendingen van de gedragscode. Eventueel sanctioneren van schendingen van de gedragscode.
⋅ ⋅ ⋅ ⋅
Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Onpartijdigheid Terughoudend met publiciteit Zorgvuldigheid richting de vermeende schender Bescherming van het slachtoffer
⋅ ⋅ ⋅ ⋅
De gemeenteraad van Sittard-Geleen heeft een protocol voor het opvolgen van meldingen en vermoedens van integriteitsschendingen. Daarnaast hebben de raadsleden de volgende afspraken gemaakt over de praktische invulling van bovenstaande artikelen: trekken elkaars integriteit niet in twijfel. Als er desondanks een vermoeden van ⋅ We een integriteitschending ontstaat wenden we ons tot de burgemeester en houden ons aan het protocol dat we daarvoor hebben. het omgaan met integriteitskwesties houden we ons aan de drie principes die in ⋅ Bij de procesafspraken zijn opgenomen: onpartijdige handhaving, terughoudendheid met publiciteit en zorgvuldigheid naar de vermoedelijke schender. accepteren de uitkomst van een professioneel integriteitsonderzoek. We doen zelf ⋅ We geen onderzoek. misbruiken vermoedens van integriteitschendingen niet voor politieke of ⋅ We persoonlijke doeleinden. ondersteunen elkaar bij het houden aan deze regels en spreken elkaar waar ⋅ We nodig aan. Wie op de een of andere manier de afspraken schendt, erkent dat en verontschuldigt zich.
32
Praktijkvoorbeelden vaststelling en handhaving gedragscode
Voorbeeld: Tijdens een privé-etentje hoort een raadslid van de grootste coalitiepartij dat een oppositielid nauwe banden heeft met een lokale ondernemer. Dit oppositielid diende onlangs een amendement in voor een verkeersaanpassing in het centrum waarmee deze ondernemer bevoordeeld zou worden. Bij de eerstvolgende fractievergadering legt het raadslid de kwestie voor. Is dit verstandig?
Antwoord Nee, het is niet verstandig om het vermoeden in de fractievergadering te bespreken. Dit druist in tegen het principe van terughoudendheid met publiciteit. Zorgvuldige procesafspraken vereisen dat vermeende schendingen niet in de publiciteit komen voordat een daadwerkelijke schending is vastgesteld. Door het vermoeden in de fractie te delen, loopt men het risico dat het in de publiciteit komt zonder dat er concrete bewijzen zijn.
33
Bijlage 1: Verwijzingen naar de wet per gedragscode-artikel Algemeen
⋅ Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (Stb. 2022,444)4) Over de onderlinge omgang Artikel 1 Artikel 1 van de Grondwet
⋅
Over informatie Artikel 2.2 (informatieverstrekking door bestuur) Gemeentewet artikel 169 Gemeentewet artikel 180
⋅ ⋅
Artikel 2.2 (geheimhouding) Algemene wet bestuursrecht artikel 2:5 Gemeentewet artikel 87, 88 en 89 Wetboek van Strafrecht artikel 272 Wet open overheid artikel 5.1 eerste en tweede lid
⋅ ⋅ ⋅ ⋅
Over belangenverstrengeling Artikel 3.2 (onthouden van beraadslaging en stemming) Gemeentewet artikel 28 Artikel 3.3 (verboden combinaties van functies) Gemeentewet artikel 13, zie ook bijlage 2 Artikel 3.4 (verboden overeenkomsten/handelingen) Gemeentewet artikel 15, zie ook bijlage 3 Artikel 3.5 (over andere (neven)functies) Gemeentewet artikel 12 Artikel 3.6 (over financiële belangen) Basisnorm 14, Modelaanpak basisnormen integriteit openbaar bestuur en politie
⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅
Over corruptie Artikel 4 t/m 4.7 Gemeentewet artikel 14
⋅
34
Over gebruik van gemeentelijke faciliteiten en middelen Artikel 5, 5.1 en 5.2 Gemeentewet artikel 95-99 Verordening rechtspositie raadsleden en commissieleden Sittard-Geleen 2024 Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Sittard-Geleen 2023
⋅ ⋅ ⋅
Over de vaststelling en handhaving van de gedragscode Artikel 6 (vaststellen voor een gedragscode voor de raad, de wethouders en de burgemeester) Raad: Gemeentewet artikel 15, lid 3 Wethouders: Gemeentewet artikel 41c, lid 2 Burgemeester: Gemeentewet artikel 69, lid 2
⋅ ⋅ ⋅
Artikel 6.1 en 6.2 (naleving van de code) Over de rol van de burgemeester: Gemeentewet artikel 170, lid 2 Kieswet artikel X1, zie bijlage 4 Kieswet artikel X8, zie bijlage 4 Gemeentewet artikel 46, 47 en 49 Gemeentewet artikel 61b en 62 Schending van de gedragscode kan een strafbaar feit opleveren (bijvoorbeeld het schenden van de geheimhoudingsplicht Wetboek van Strafrecht artikel 272). Als de schending een misdrijf is, geldt een aangifteplicht (Wetboek van Strafrecht artikel 162).
⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅
35
Bijlage 2: Specifiek uitgesloten combinaties van functies 1. Een lid van de raad is niet tevens: a. minister; b. staatssecretaris; c. lid van de Raad van State; d. lid van de Algemene Rekenkamer; e. Nationale ombudsman; f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman; g. commissaris van de Koning; h. gedeputeerde; i. secretaris van de provincie; j. griffier van de provincie; k. burgemeester; l. wethouder; m. lid van de rekenkamer; n. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; o. ambtenaar of ambtenaar van politie, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde aan het gemeentebestuur ondergeschikt of werkzaam ten behoeve van die gemeente.
2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een lid van de raad tevens wethouder zijn van de gemeente waar hij lid van de raad is gedurende het tijdvak dat: a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden, of b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder o, kan een lid van de raad tevens zijn: a. ambtenaar van de burgerlijke stand; b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht.
36
Bijlage 3: Specifiek verboden overeenkomsten/ handelingen Verboden overeenkomsten/ handelingen voor raadsleden (Gemeentewet, artikel 15)
1. Een lid van de raad mag niet: a. als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; b. als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; c. als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van: - 1e. overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d; - 2e. overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente; d. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: - 1e. het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente; - 2e. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente; - 3e. het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente; - 4e. het verhuren van roerende zaken aan de gemeente; - 5e. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente; - 6e. het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; - 7e. het onderhands huren of pachten van de gemeente.
2. Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen.
3. De raad stelt voor zijn leden een gedragscode vast.
37
Bijlage 4: Enkele formele sancties Kieswet, artikel X1 1. Zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat een lid van een vertegenwoordigend orgaan een van de vereisten voor het lidmaatschap niet bezit of dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, houdt hij op lid te zijn. 2. De voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan geeft hiervan onverwijld kennis aan de voorzitter van het centraal stembureau. 3. Een overeenkomstige kennisgeving vindt plaats, indien door het overlijden van een lid een plaats in het vertegenwoordigend orgaan is opengevallen.
Kieswet, artikel X8 1. Het lid van de gemeenteraad dat in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet handelt, kan in zijn betrekking worden geschorst door de voorzitter van de gemeenteraad. De voorzitter onderwerpt de zaak aan het oordeel van de raad in zijn eerstvolgende vergadering. 2. De raad kan, na de geschorste in de gelegenheid te hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, hem van zijn lidmaatschap vervallen verklaren. Indien hij daartoe geen aanleiding vindt, heft hij de schorsing op. 3. De raad kan ook ambtshalve het lid dat in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet handelt, na hem in de gelegenheid te hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, van zijn lidmaatschap vervallen verklaren. 4. Van de beslissing van de raad, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt terstond aan de belanghebbende mededeling gedaan. 5. De werking van een besluit, inhoudende de vervallenverklaring, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. Ingeval de vervallenverklaring ambtshalve heeft plaatsgevonden, is het lid van de raad gedurende deze periode in zijn betrekking geschorst. 6. Indien een lid van de raad op grond van dit artikel onherroepelijk van zijn lidmaatschap vervallen is verklaard, doet de burgemeester daarvan mededeling aan de voorzitter van het centraal stembureau.
38
Geheimhoudingsregels Gemeentewet 1. Een raadslid of commissielid dat in strijd handelt met een geheimhoudingsplicht kan bij besluit van de raad ten hoogste 3 maanden worden uitgesloten van het ontvangen van informatie waarop een verplichting tot geheimhouding rust.
Diverse moties Het staat raadsleden bovendien vrij om, volgens de interne regelingen, een motie van afkeuring of treurnis in te dienen om hun ongenoegen te uiten.
39