Brief College en Rekenkamer Sittard-Geleen aan gemeenteraad inzake onderzoek subsidiebeleid 27 juni 2025
Tekst van het document
Gemeente
Rekenkamer
Sittard-Geleen
Sittard-Geleen
Aan
Team
de
gemeenteraad
van
Sittard-Geleen
Maatschappelijke Ontwikkeling
Uw brief van Uw kenmerk Zaaknummer
Z/25/680716
Registratienr
DOC-252608456
Onderwerp
Toelichting college
Behandeld
door
(geanonimiseerd) en
rekenkamer
n.a.v.
onderzoek
inzake subsidiebeleid
Sittard-Geleen, 26 juni 2025 Geachte
leden
van
de
raad,
Het rekenkameronderzoek
subsidiebeleid
is
besproken
in de commissie
Begroting
en
in de Ronde van 10 april. Met deze oplegnotitie willen we de Verantwoording beter in staat te stellen om het onderzoek zorgvuldig te behandelen. gemeenteraad en
Het college en de rekenkamercommissie geven hieronder nadere uitleg over het proces dat is doorlopen, het rapport
afzonderlijk hun visie en en de aanbevelingen. Vooraf wensen zowel college als rekenkamer te benadrukken dat er geen sprake is van een verstoorde relatie tussen beide. Toch zijn er in zowel de bestuurlijke reactie op het onderzoek als in het nawoord van het onderzoek ongelukkige keuzes gemaakt in het woordgebruik. Ook daar zullen we kort bij stilstaan in deze notitie, waarin als eerste het college aan het woord komt en vervolgens de rekenkamer.
Postadres:
Postbus
18, 6130 AA Sittard-Geleen @
14 046
(vanuit buitenland
+31
46 477
77
77) | www.sittard-geleen.nl
Het college Met respect voor ieders rol kijken de rekenkamer en het college anders aan tegen de aanbevelingen die zijn gedaan met name tegen de uitvoerbaarheid van de aanbevelingen. Het is aan de raad om hierin keuzes te maken. Om de raad hierbij te helpen willen het college en de Rekenkamer in de vorm van deze oplegnotitie gezamenlijk meer duiding geven aan de bestuurlijke reactie van het college en het nawoord van de rekenkamer. ,
Dat geldt ook voor toekomstige onderzoeken door de rekenkamer. Zodra de bestuurlijke reactie van het college en de bevindingen en aanbevelingen van de rekenkamer uiteenlopen willen we de raad helpen om tot besluitvorming te komen door samen een oplegnotitie te maken ,
.
Woordgebruik Om te beginnen wil het college graag toelichten dat het woordgebruik “weer een defensieve houding” achteraf gezien ongelukkig gekozen is. Het was geenszins de bedoeling om daarmee een negatieve toon te zetten. We realiseren ons dat het woordje “weer” als suggestief of verwijtend kan worden opgevat en dat betreuren we. Onze intentie was om aan te geven dat wij hadden verwacht dat het onderzoek zich zou richten op de effectiviteit van de door de gemeenteraad vastgestelde kaders en in hoeverre wij als college binnen deze kaders hebben gehandeld. Uit het rapport blijkt naar onze mening dat de onderzoeker niet voldoende heeft beoordeeld op basis van ons referentiekader maar een eigen normenkader heeft gebruikt om tot een advies te komen. Dat normenkader past niet (altijd) bij de situatie in Sittard-Geleen. ,
,
Gevolgen aanbevelingen Een tweede aspect dat wij van belang vinden zijn de consequenties als alle aanbevelingen van de rekenkamer worden overgenomen door de raad. Een uitvoeringstoets had inzicht kunnen geven in die gevolgen. Over beide zaken hadden we graag meer overleg gehad. Reactie op aanbevelingen Als eerste hoe gedetailleerd de informatie wordt uitgewerkt in de begrotingscyclus. In de diepgang van de informatievoorziening sluiten we graag aan op het niveau waarop de raad de begroting vaststelt. Volgens de cyclus wordt dit voor de begroting 2026 één niveau dieper dan voorheen. Daar waar behoefte is aan verdere verdieping kan die desgevraagd worden geleverd. Het register zullen wij uiteraard verder gaan vervolmaken net als dat we aandacht geven aan een passende informatievoorziening voor de raad (aanbeveling 1) Dat laatste kan vooral in een jaarrekening. In de begroting en rapportages is dat een ander verhaal. Het college moet immers in de uitvoering van de opgaven ook ruimte kunnen hebben om te handelen. We willen voorkomen dat elk subsidietraject bij de gemeenteraad ligt. Dit komt de slagvaardigheid maar ook de werkbaarheid voor raad college en subsidieaanvragers niet ten goede.
Ook zien we in de aanbevelingen terug dat in de Planning en Control-cyclus een koppeling moet worden gemaakt tussen doelen die de gemeente heeft en de subsidies die hiervoor worden ingezet (aanbeveling 2). Een tweetal punten is daarbij van belang. Ten eerste en dat is ook aangegeven in onze P en C cyclus die door de gemeenteraad is vastgesteld willen we onze P en C cyclus meer meetbaar en stuurbaar maken. We ,
.
,
,
Toelichting college en rekenkamer n. a. v. onderzoek subsidiebeleid
2 / 5
daarmee aan de slag in de vorm van opgave gericht begroten en opgave gericht werken en doen dit in aansluiting op en in uitwerking van de veerkrachten uit de visie 2030. In de cyclus van dit jaar of komend jaar gaan we daar met de gemeenteraad stappen in zetten. Subsidies zijn daarbij een middel en niet een doel en ze vervullen vaak een veelheid van terreinen. Ten tweede is er door de grote diversiteit in subsidies en het feit dat subsidies dienend zijn en niet leidend geen sprake van één subsidiebeleid. Daarom heeft het college beleid en interne regels vastgesteld voor steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen. Deze leidraad hebben we met de onderzoekers gedeeld maar we kunnen deze werkwijze niet in hun rapportage terugzien. We zien hier overigens een vergelijkbare situatie met het accommodatiebeleid waar de rekenkamer recent – en ons inziens terecht – een soortgelijke conclusie heeft getrokken en het onderzoek uit het onderzoeksprogramma heeft gehaald. In de aanbevelingen wordt met name de focus gelegd op het meetbaar maken van de effectiviteit van het subsidiebeleid (aanbeveling 3). Op basis van de kaders van de gemeenteraad heeft het college tot nu toe meer waarde gehecht aan de maatschappelijke merkbaarheid van toegekende subsidies. Niet alles is immers meetbaar. gaan
,
,
,
Meetbaarheid kan in sommige gevallen ook arbitrair/willekeurig zijn. Er kunnen meer factoren zijn die bijdragen aan het gewenste maatschappelijke effect en er kunnen factoren zijn die een direct verband beïnvloeden. Dit is ook in lijn met een eerder rekenkameronderzoek waarin geadviseerd werd om de systematiek van meetbaarheid in te wisselen voor een sturing op merkbaarheid. Dit wil overigens niet zeggen dat er geen voorwaarden aan het toekennen van subsidies worden verbonden. De subsidieontvanger moet daarover ook verantwoording afleggen. De Algemene Subsidieverordening (ASV) en de individuele subsidiebeschikkingen regelen dit. We kunnen aangeven dat de uitvoering van de aanbevelingen gevolgen heeft voor hoe we processen en systemen moeten inrichten. Maar ook de toekenning monitoring informatievoorziening en evaluatie van toegekende subsidies (aanbeveling 4) kost meer werk. Niet alleen voor de gemeente maar ook voor de subsidieontvangers. In elke stap van het subsidieproces moet dan namelijk een verbinding met de beleidsdoelen worden gelegd. De regeldruk neemt toe. Dat is juist wat we willen voorkomen door te werken op basis van vertrouwen. ,
,
De aanbevelingen kosten niet alleen extra werk maar ook meer geld. We hebben een eerste inschatting gemaakt van de extra middelen die jaarlijks nodig zijn en komen uit op indicatief € 100. 000. Als de gemeenteraad de aanbevelingen overneemt moet zij hiervoor ook de middelen vrijmaken. Volgens de begrotingskaders die de raad in maart 2019 heeft vastgesteld moet de dekking in het eigen werkveld worden gevonden. Concreet betekent dit dat de hogere beheerskosten gedekt moeten worden uit de middelen die beschikbaar zijn voor subsidies. Dat kan voor het eerst in de begroting 2026. Ons advies is dat de raad bij de behandeling van het rekenkamerrapport zich hierover uitspreekt en ook afweegt of het overnemen van de aanbevelingen opweegt tegen de extra capaciteit kosten en extra administratieve last voor de subsidieontvanger. ,
,
,
,
Toelichting college en rekenkamer n. a. v. onderzoek subsidiebeleid
3 / 5
De rekenkamer Om te beginnen willen we graag toelichten dat het gebruik van woorden als ‘schermen met’ achteraf gezien ongelukkig gekozen zijn. Hoewel wij onverminderd van mening zijn en ook richting het college zeer duidelijk hebben aangegeven dat het te berde brengen van nieuwe informatie na afronding van een onderzoek wat ons betreft simpelweg niet hoort hadden wij dit achteraf bezien feitelijker moeten verwoorden. Vooraf willen we benadrukken dat wij als rekenkamer vanuit onze rol altijd een eigenstandig normenkader opstellen als onderdeel van onze onderzoeksopzet welke we voorafgaand aan het onderzoek ook delen met de commissie B&V en ambtelijk. Dit is de spreekwoordelijke lat waar wij onze bevindingen tegenaan houden. Hierbij houden wij rekening met de specifieke kenmerken van Sittard-Geleen maar ook met ervaringen en praktijken in den lande. ,
,
,
,
,
Ten aanzien van de bij aanbeveling 1 en 2 aanbevolen verbetering van de transparante verbinding tussen subsidies en de P&C-cyclus hebben wij eerder in de sessies met uw raad aangegeven dat onze aanbeveling zeer zeker niet primair gericht is op het niveau van individuele subsidies. Deze aanbeveling kan ook invulling krijgen op het niveau van de individuele regelingen al dan niet aangevuld met individuele subsidies boven een bepaald grensbedrag. Hiermee wordt recht gedaan aan de rollen van de raad en het college. Immers alle regelingen hebben ook in de huidige situatie op voorhand een plafond of een begroot budget. Bij begroting stelt de raad als onderdeel van het geheel ook de middelen voor de verschillende regelingen vast (budgetrecht) het is vervolgens aan het college om binnen de verschillende regelingen de individuele subsidies toe te kennen. Wij denken dat door transparanter te maken welke middelen er op begrotingsbasis voor welke subsidieregelingen en welke doelen beschikbaar zijn het instrument subsidies voor de raad tastbaarder en inzichtelijker wordt. Dit laat onverlet dat het college naast de bestaande regelingen gedurende een jaar gebruik kan maken van incidentele subsidies (zonder regeling) nieuwe regelingen kan instellen maar ook kan er sprake zijn van onder- of overschrijdingen van begrote budgetten voor regelingen.
Ons advies zou zijn om hierover vervolgens transparant via de P&C-cyclus te rapporteren. ,
,
,
,
,
,
,
Ook op inhoudelijk vlak adviseren wij een voor de raad transparante verbinding tussen subsidies en de gemeentelijke doelen in de P&C-cyclus. Subsidies zijn immers een gemeentelijk instrument dat op velerlei terreinen ingezet wordt om gemeentelijke doelen te realiseren subsidies zijn echter geen doel op zichzelf. Weten hoeveel uitgegeven wordt aan een subsidie is alleen interessante informatie gecombineerd met inzicht in de doelen die hiermee nagestreefd worden. Daarom adviseren wij nadrukkelijk om de diverse subsidieregelingen te koppelen aan de doelen danwel opgaven die de gemeente heeft. Het bestaansrecht van iedere subsidieregeling is immers de (beoogde) bijdrage aan gemeentelijke doelen. ,
Dit laatste relateert ook nauw aan aanbevelingen 3 en 4 inzake verbeteren van de verbinding tussen gemeentelijke beleidsdoelen en subsidieregelingen/subsidieprocessen. Wij snappen de voorkeur van het college voor maatschappelijke merkbaarheid deze kunnen we zelfs onderschrijven. Maar ook deze merkbaarheid zou onzes inziens bij verschillende regelingen concreter en meer meetbaar kunnen (onze bevindingen bij de individuele regelingen zijn opgenomen in hoofdstuk 3). De mate waarin doelen geconcretiseerd kunnen worden verschilt per ,
,
Toelichting college en rekenkamer n. a. v. onderzoek subsidiebeleid
4 / 5
regeling. Dit laat onverlet dat wat ons betreft het streven altijd zou moeten zijn om de doelen zo concreet als mogelijk uit te werken. Door dit op het niveau van de regeling te doen en niet op niveau van de beschikking wordt de transparantie vergroot. Als in een subsidieregeling de doelen duidelijk(er) vertaald zijn zou dit onzes inziens niet de facto tot meer regels/inzet in het subsidieproces hoeven/moeten leiden. Aanbeveling 4 ziet er immers niet op extra stappen voor subsidieontvangers maar andersoortige informatie in de bestaande stappen. ,
,
Hiermee samenhangend moet ook aanbeveling 5 om structureel en transparant de diverse regelingen te evalueren gelezen worden. Juist ook vanuit de wens voor maatschappelijke merkbaarheid van subsidieregelingen zou het periodiek en transparant evalueren van subsidieregelingen naar onze mening absoluut meerwaarde hebben. De centrale vraag wat ons betreft: hoe heeft de subsidieregeling bijgedragen aan welke gemeentelijke doelen (doeltreffendheid)? ,
,
Toelichting college en rekenkamer n. a. v. onderzoek subsidiebeleid
5 / 5