Bijlage Wijzigingen tov Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Sittard-Geleen 2016
Tekst van het document
Bijlage 3:
Wijzigingen t.o.v. Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Sittard-Geleen 2016
Verordening commissie bezwaarschriften gemeente SittardGeleen 2016 “Artikel 2 Inleidende bepaling commissie 1. Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. 2. De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van: a. een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken. 3. Er geldt een verkorte procedure voor de volgende zaken: Kennelijk niet-ontvankelijke zaken Kennelijk ongegronde zaken Gegronde zaken waarin volledig aan het bezwaar wordt tegemoetgekomen en waardoor andere belanghebbenden niet in hun belangen kunnen worden geschaad.
Verordening commissie bezwaarschriften gemeente SittardGeleen 2021 “Artikel 2 Inleidende bepaling commissie 1. Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. 2. De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken.”
Deze zaken worden niet voor advies aan de commissie bezwaarschriften voorgelegd doch worden in overleg met de secretaris van de commissie door de betreffende afdeling meteen afgehandeld.” “Artikel 3a Samenstelling van de commissie 1. De commissie bestaat uit drie kamers, die belast worden met de behandeling van bezwaarschriften. Het betreft één Algemene Kamer en twee Kamers voor Sociale en Personele Zaken. 2. Voor elke kamer wordt vastgesteld welke categorie of categorieën bezwaarschriften door haar zullen worden behandeld. 3. Elke kamer bestaat uit ten minste drie leden: een voorzitter
“Artikel 3a Samenstelling van de commissie 1. De commissie bestaat uit drie kamers, die belast worden met de behandeling van bezwaarschriften. Het betreft één Algemene Kamer en twee Kamers voor Sociale Zaken. 2. Voor elke kamer wordt vastgesteld welke categorie of categorieën bezwaarschriften door haar zullen worden behandeld. 3. Elke kamer bestaat uit ten minste drie leden: een voorzitter overeenkomstig artikel 7:13 Awb én ten minste twee andere 1
4. 5. 6. 7.
overeenkomstig artikel 7:13 Awb én ten minste twee andere leden. De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen. In de vervanging van de voorzitters en de leden wordt onderling voorzien. Op de werkwijze van de kamers is het bepaalde in deze verordening zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.”
4. 5. 6. 7.
leden. De voorzitter kan geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen. In de vervanging van de voorzitters en de leden wordt onderling voorzien. Op de werkwijze van de kamers is het bepaalde in deze verordening zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.”
“Artikel 4 Secretaris 1. De secretaris van de commissie en haar kamers is een door het college aangewezen ambtenaar. 2. Het college wijst tevens een of meer plaatsvervangers van de secretaris aan. Deze plaatsvervangers behoeven niet in dienst van de gemeente Sittard-Geleen te zijn.”
“Artikel 4 Secretaris 1. De secretaris van de commissie is een door het college aangewezen ambtenaar. 2. Het college wijst tevens een of meer plaatsvervangers van de secretaris aan. Deze plaatsvervangers behoeven niet in dienst van de gemeente Sittard-Geleen te zijn.”
“Artikel 5. Zittingsduur
“Artikel 5 Zittingsduur 1. De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van maximaal vier jaar. Na afloop van de zittingsperiode kunnen zij één keer voor eenzelfde termijn worden herbenoemd. Het college kan bij uitzondering één termijn van 4 jaar verlengen, mits zij dit voldoende motiveert. 2. De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college. 3. De aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.”
1. De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van maximaalvier jaar. Na afloop van de zittingsperiode kunnen zij één keer voor eenzelfde termijn worden herbenoemd. 2. De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college. 3. De aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden van de commissie blijven hun functie ver-vullen totdat in de opvolging is voorzien.”
2
“Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift 1. Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. 2. Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld.” “Artikel 10 Hoorzitting 1. De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen. 2. De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb (afzien van hoorplicht). 3. Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan.”
“Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift 1. Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. 2. Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk nadat het bestuursorgaan haar standpunt in een verweerschrift heeft neergelegd in handen van de commissie gesteld.” “Artikel 10 Hoorzitting 1. De voorzitter van de commissie bepaalt de plaats en het tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen. 2. De commissie beslist over de toepassing van artikel 7:3 Awb (afzien van hoorplicht). De commissie heeft deze bevoegdheid gemandateerd aan de secretaris. De secretaris maakt hiervan gebruik na raadpleging van de voorzitter. 3. Indien de commissie op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet zij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan “Artikel 10A Verkorte procedure 1. Er geldt een verkorte procedure voor de volgende zaken: a. Kennelijk niet-ontvankelijke zaken b. Kennelijk ongegronde zaken c. Gegronde zaken waarin volledig aan het bezwaar wordt tegemoetgekomen en waardoor andere belanghebbenden niet in hun belangen kunnen worden geschaad. 2.
Deze zaken worden niet voor advies aan de commissie bezwaarschriften voorgelegd doch worden in overleg met de secretaris van de commissie door de betreffende afdeling meteen afgehandeld.
3
-
“Artikel 10B Horen van jeugdigen 1. Het horen van jeugdigen als bedoeld in artikel 1.1 Jeugdwet, die belanghebbende zijn bij een procedure die voortvloeit uit de Jeugdwet of een procedure op grond van de Wet tijdelijk huisverbod, gebeurt door een deskundige. Dit kan een persoon zijn die geen lid is van de commissie. De voorzitter is bevoegd hiertoe over te gaan. 2. Bij het horen is in beginsel enkel degene die hoort en de jeugdige die gehoord wordt aanwezig. De jeugdige kan zich echter wel laten bijstaan tijdens het horen. 3. Het horen gebeurt nadat de jeugdige op correcte wijze is geïnformeerd over de procedure. 4. De deskundige brengt een schriftelijk verslag uit aan de commissie. De jeugdige krijgt voldoende tijd om dit verslag te bestuderen en zijn goedkeuring hieraan te geven. Het verslag van het horen is primair bestemd voor de voorzitter en de leden van de commissie. Indien de jeugdige hiermee akkoord gaat, stelt de commissie de betrokken partijen middels een korte en zakelijke weergave op de hoogte van hetgeen de jeugdige heeft verklaard. 5. Artikel 10 en 11 van deze verordening zijn hierop niet van toepassing.” “Artikel 10C Pandemie 1.
2.
In geval van een pandemie is het mogelijk dat wegens overheidsmaatregelen (landelijk of decentraal) geen fysieke hoorzittingen kunnen plaatsvinden. In dergelijke gevallen vinden hoorzittingen zoveel mogelijk digitaal in de vorm van videoconferencing plaats. De behandelend secretaris (hierna: secretaris) informeert partijen dat de reeds geplande of nog te plannen hoorzitting in de vorm van videoconferencing plaatsvindt. Daarbij dient in ieder geval het volgende in acht te worden genomen: 4
3.
4.
5.
Pleitnota’s, kaartmateriaal en foto’s dienen uiterlijk 48 uur voor aanvang van de hoorzitting digitaal aan de secretaris te worden gezonden. De secretaris verspreidt deze aanvullende stukken na ontvangst zo snel mogelijk digitaal onder alle deelnemers aan de hoorzitting. Als een bezwaarde of derde-belanghebbende er ernstige bezwaren tegen heeft om tijdens de digitale hoorzitting zelf in beeld te komen, deelt hij dat tijdig voorafgaand aan de hoorzitting mede. De bezwarencommissie kan aanleiding zien om voorafgaand aan de hoorzitting te melden welke onderwerpen of vragen zij daar in elk geval aan de orde wilt stellen. Tijdens de hoorzitting worden geen pleidooien gehouden. Wanneer alle partijen de voorkeur geven aan een schriftelijke behandeling in plaats van een digitale behandeling, dan zal er uitsluitend per e-mail een schriftelijke behandeling plaatsvinden. De commissie zal in dat geval op correcte wijze informatie verstrekken omtrent de te volgen procedure. Indien na indiening van het verweerschrift en alle op de zaak betrekking hebbende stukken blijkt dat alle partijen verder horen niet nodig vinden, dan brengt de bezwarencommissie, als zij zich voldoende geïnformeerd acht, op basis van de stukken haar advies uit.
Indien alle partijen de voorkeur geven aan uitstel tot het tijdstip waarop de bezwarencommissie weer fysieke hoorzittingen houdt, wordt die voorkeur gevolgd mits partijen instemmen met verlenging van de termijn waarbinnen op het bezwaar moet zijn beslist. “
5
“Artikel 14 Openbaarheid zitting 1. De zitting van de commissie is openbaar. 2. De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet. 3. Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats achter gesloten deuren. 4. De zitting van de commissie vindt achter gesloten deuren plaats voor wat betreft bezwaarschriften die behandeld worden door de kamers voor Sociale en Personele zaken."
“Artikel 14 Openbaarheid zitting 1. De zitting van de commissie is openbaar. 2. De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet. 3. Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats achter gesloten deuren. 4. De zitting van de commissie vindt achter gesloten deuren plaats voor wat betreft bezwaarschriften die behandeld worden door de Kamers voor Sociale Zaken.”
“Artikel 15. Schriftelijke verslaglegging 1. Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 Awb vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid. 2. Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen. 3. Indien de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding. 4. Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht. 5. Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.”
“Artikel 15 Verslaglegging 1. Het verslag van de hoorzitting als bedoeld in artikel 7:7 Awb bestaat in beginsel uit een digitale geluidsopname, die op verzoek aan de belanghebbende(n) ter beschikking kan worden gesteld. 2. Indien er sprake is van omstandigheden die daartoe aanleiding geven kan de commissie toezending van de digitale geluidsopname weigeren. In dat geval wordt een schriftelijk verslag verstrekt. Op de schriftelijke verslaglegging zijn lid 4 tot en met 8 van toepassing. 3. De secretaris maakt een schriftelijk verslag van hetgeen is besproken indien a. een belanghebbende of diens gemachtigde geen toestemming heeft gegeven voor het maken van een geluidsopname; b. het verwerend orgaan dat nodig acht voor zijn besluitvorming of; c. een gerechtelijke instantie daar om verzoekt in geval van een (hoger) beroepsprocedure. Ook hier zijn voor de schriftelijke verslaglegging lid 4 tot en met 8 van toepassing. 4. Het schriftelijke verslag vermeldt de namen van de aanwezigen 6
5. 6.
7. 8.
en hun hoedanigheid. Het schriftelijke verslag houdt een korte zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter hoorzitting is voorgevallen. Indien de hoorzitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het schriftelijke verslag hiervan melding. Het schriftelijke verslag verwijst naar de op de hoorzitting overgelegde bescheiden, die aan het schriftelijke verslag kunnen worden gehecht. Het schriftelijke verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.”
“Artikel 15A Telefonisch horen 1. Telefonisch horen in het kader van de voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten kan alleen plaatsvinden indien: a. er geen derde belanghebbenden bij de beslissing op bezwaar zijn; b. vaststaat dat bezwaarmaker geen bezwaar heeft tegen telefonisch horen; c. minimaal 24 uur voorafgaand aan het telefonisch horen hiertoe een afspraak wordt gemaakt, tenzij bezwaarmaker heeft aangegeven dat hij eerder gehoord mag worden; d. na afloop van het telefonisch horen door de secretaris een verslag van het horen wordt gemaakt dat aan bezwaarmaker wordt gezonden. 2. De voorzitter beslist of er uiteindelijk telefonisch wordt gehoord. 3. Voor het telefonisch horen is vereist dat er ten minste twee leden, onder wie in elk geval de voorzitter, aanwezig zijn. Bij afwezigheid van de voorzitter is het vereist, dat twee leden aanwezig zijn, waarbij een lid fungeert als plaatsvervangend voorzitter.” 7
“Artikel 17 Raadkamer en advies 1. De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies. 2. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. 3. Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. 4. Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt. 5. Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. 6. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.”
“Artikel 17 Raadkamer en advies 1. De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies. 2. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. 3. Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. 4. Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. 5. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.”
“Artikel 18 Uitbrengen advies en verdaging 1. Het advies wordt, onder medezending van het verslag, bedoeld in artikel 15 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. 2. Indien de termijn van 12 weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verdaagt het verwerend orgaan tijdig de beslissing. 3. Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift.”
“Artikel 18 Uitbrengen advies en verdaging 1. Het advies wordt, onder medezending van het eventuele schriftelijke verslag conform artikel 15 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. 2. Indien de termijn van twaalf (12) weken conform artikel 7:10 lid 1 Awb ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verdaagt het verwerend orgaan tijdig de beslissing. 3. Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift.”
“Artikel 19 Jaarverslag
Vervallen.
De commissie brengt jaarlijks aan de bestuursorganen van de gemeente verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.”
“Artikel 22 Citeertitel
“Artikel 21 Citeertitel 8
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bezwaarschriften gemeente Sittard-Geleen 2016.”
commissie Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bezwaarschriften gemeente Sittard-Geleen 2021.”
“Artikelsgewijze toelichting op de verordening commissie bezwaarschriften
“Artikelsgewijze bezwaarschriften
toelichting
op
Artikel 2 Inleidende bepaling commissie
Artikel 2 Inleidende bepaling commissie
de
verordening
commissie
commissie
De commissie wordt via deze inleidende bepaling als zodanig De commissie wordt via deze inleidende bepaling als zodanig geïntroduceerd. In artikel 1:5 van de Awb is omschreven wat onder het geïntroduceerd. In artikel 1:5 van de Awb is omschreven wat onder het maken van bezwaar dient te worden verstaan. maken van bezwaar dient te worden verstaan. Uiteraard is het tweede lid een facultatieve bepaling. Denkbaar is dat van de hier geboden mogelijkheid gebruik wordt gemaakt voor die bezwaarschriften die betrekking hebben op een zo specifieke materie of voor onderwerpen waarover zulke grote aantallen bezwaarschriften te verwachten zijn dat het wenselijk is daarvoor een andere methodiek van horen en adviseren te hanteren. Hierbij kan gedacht worden aan belastingzaken en WOZ-zaken. Over deze zaken dient opgemerkt te worden dat de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de WOZ
De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken. Over deze zaken dient opgemerkt te worden dat de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de WOZ afwijkende of aanvullende bepalingen bevatten over beslistermijnen, het horen en de geheimhouding. In verband hiermee is er voor gekozen om deze in elk geval uit te zonderen.” 9
afwijkende of aanvullende bepalingen bevatten over beslistermijnen, het horen en de geheimhouding. In verband hiermee is er voor gekozen om deze in elk geval uit te zonderen. In het verbeterplan naar aanleiding van de audit afhandeling bezwaarschriften is onder andere opgenomen om een aantal zaken niet meer voor advies aan de commissie bezwaarschriften voor te leggen doch deze via een verkorte procedure af te handelen. Het betreft zaken waarvan over de uitkomst redelijkerwijs geen twijfel bestaat; deze kunnen nu efficiënter en versneld worden afgehandeld. De betreffende zaken zijn onder lid 3 van dit artikel weergegeven. Uitgangspunt is hierbij het gestelde in artikel 7:3 Awb. Daarin wordt onder meer gesteld dat van het horen van belanghebbenden kan worden afgezien als het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is, als het bezwaar kennelijk ongegrond is of als aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad. In geval van twijfel zal de zaak altijd aan de commissie ter advisering worden voorgelegd.” “Artikelsgewijze toelichting op de verordening commissie “Artikelsgewijze toelichting bezwaarschriften bezwaarschriften Artikel 3a. Samenstelling van de commissie De wet stelt als minimale eisen aan de samenstelling van een adviescommissie: 1.
De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden (artikel 7:13, eerste lid, onder a, van de Awb) 2. De voorzitter maakt geen deel uit en is niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan (artikel 7:13, eerste lid, onder b, van de Awb) In Sittard-Geleen is er voor gekozen dat niet alleen de voorzitter maar ook
op
de
verordening
commissie
Artikel 3a. Samenstelling van de commissie De wet stelt als minimale eisen aan de samenstelling van een adviescommissie: 1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden (artikel 7:13, eerste lid, onder a, van de Awb) 2. De voorzitter maakt geen deel uit en is niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan (artikel 7:13, eerste lid, onder b, van de Awb) 10
de leden van de commissie geen deel kunnen uitmaken van of werkzaam De zaken die de commissie bezwaarschriften in behandeling neemt, zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. worden – met het oog op een efficiënte afhandeling van bezwaarschriften – over drie kamers verdeeld: één Algemene Kamer en twee Kamers voor De zaken die de commissie bezwaarschriften in behandeling neemt, Sociale Zaken. Per 1 januari 2020 maken de Personele Zaken hiervan worden – met het oog op een efficiënte afhandeling van bezwaarschriften geen onderdeel meer uit. Dit houdt verband met de Wet normalisering – over drie kamers verdeeld: één Algemene Kamer en twee Kamers voor rechtspositie ambtenaren (Wnra) die 1 januari 2020 ingaat en regelt dat Sociale en Personele Zaken. ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten krijgen als De twee Kamers voor Sociale en Personele Zaken behandelen de werknemers in het bedrijfsleven. bezwaarschriften tegen persoonsgerichte besluiten in het kader van met name de Wet Werk en Bijstand (WWB), de Wet maatschappelijke De twee Kamers voor Sociale Zaken behandelen de bezwaarschriften ondersteuning (Wmo), de Wet Inburgering (WI), de Wet investeren in tegen persoonsgerichte besluiten in het kader van met name de jongeren (WIJ), én tegen personele besluiten.
Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Wet De Algemene Kamer behandelt de overige bezwaarschriften, tegen Inburgering (WI), de Jeugdwet en de Verordening leerlingenvervoer meer zaaksgerichte besluiten (bijvoorbeeld bouwen gemeente Sittard-Geleen. Bezwaarschriften over besluiten verkeersbesluiten). De Algemene Kamer behandelt daarmee een leerlingenvervoer worden gecategoriseerd bij de Kamers Sociale Zaken. grotere diversiteit aan onderwerpen. (…) ” Temeer nu aan dergelijke besluiten vaak medische of gelijksoortige deskundige adviezen ten grondslag liggen (vergelijkbaar aan Wmo), de hoorzittingen in beginsel geen openbaar karakter hebben en in den lande zaken leerlingenvervoer worden behandeld door vergelijkbare kamers. De Algemene Kamer behandelt de overige bezwaarschriften, tegen meer zaakgerichte besluiten (bijvoorbeeld bouwen verkeersbesluiten). De Algemene Kamer behandelt daarmee een grotere diversiteit aan onderwerpen. (…)” “Artikelsgewijze toelichting op de verordening commissie “Artikelsgewijze toelichting op de verordening commissie bezwaarschriften bezwaarschriften Artikel 5 Zittingsduur
Artikel 5 Zittingsduur
In de voorgaande verordening was bepaald dat de zittingsduur van de commissie gelijk liep met de zittingstermijn van de raad. Dat heeft alleen een functie als raadsleden ook lid van de commissie zijn.
Door deze bepaling is het niet zo dat op één moment de hele commissie opstapt; door natuurlijk verloop zal dit meer gespreid zijn. De formulering van het eerste lid is zo gekozen dat de zittingsduur per lid / voorzitter maximaal 8 jaar kan bedragen. Het college kan van dit artikellid gemotiveerd afwijken.
In de gemeente Sittard-Geleen is dat niet het geval.
11
Een dergelijke bepaling verdraagt zich ook voor het overige niet met de uitgangspunten van het dualisme. Door de wijziging is het niet meer zo dat op één moment de hele commissie opstapt; door natuurlijk verloop zal dit meer gespreid zijn. De formulering van het eerste lid is nu zo gekozen dat de zittingsduur per lid / voorzitter maximaal 8 jaar kan bedragen.
Een lid kan bij zijn ontslag zelf het tijdstip van dat ontslag bepalen. Het kan ook een later tijdstip kiezen om zodoende eventueel nog bij de afhandeling van lopende zaken betrokken te kunnen zijn. De bepaling van het derde lid is van orde. Een ontslagnemend lid kan niet gedwongen worden ook feitelijk de functie te blijven vervullen.”
Een lid kan bij zijn ontslag zelf het tijdstip van dat ontslag bepalen. Het kan ook een later tijdstip kiezen om zodoende eventueel nog bij de afhandeling van lopende zaken betrokken te kunnen zijn. De bepaling van het derde lid is van orde. Een ontslagnemend lid kan niet gedwongen worden ook feitelijk de functie te blijven vervullen.”
“Artikelsgewijze toelichting op de verordening commissie bezwaarschriften
“Artikelsgewijze toelichting op de verordening commissie bezwaarschriften
Artikel 7 Bemiddeling
Artikel 7 Bemiddeling
Deze bepaling is toegevoegd. Alternatieve geschillenbeslechting wordt bij de meeste bestuursorganen en rechtbanken op een bepaalde manier toegepast. Veel voorkomende vormen zijn pre-mediation, waarbij mediationvaardigheden worden ingezet bij geschillenbeslechting of mediation.
Alternatieve geschillenbeslechting wordt bij de meeste bestuursorganen en rechtbanken op een bepaalde manier toegepast. Veel voorkomende vormen zijn pre-mediation, waarbij mediationvaardigheden worden ingezet bij geschillenbeslechting of mediation.
Bij pre-mediation wordt vaak na ontvangst van het bezwaarschrift meteen gebeld naar de bezwaarde. Op deze manier kunnen misverstanden worden rechtgezet, het besluit nader worden toegelicht etc. Dit kan leiden tot intrekking van het bezwaarschrift. Mediation is een formelere vorm. Hierbij kan onder begeleiding van een
Bij pre-mediation wordt vaak na ontvangst van het bezwaarschrift meteen gebeld naar de bezwaarde. Op deze manier kunnen misverstanden worden rechtgezet, het besluit nader worden toegelicht etc. Dit kan leiden tot intrekking van het bezwaarschrift. Mediation is een formelere vorm. Hierbij kan onder begeleiding van een mediator naar een oplossing gezocht worden waarmee beide partijen uit 12
mediator naar een oplossing gezocht worden waarmee beide partijen uit de voeten kunnen. Belangrijk is dat beide partijen deze stap nemen en afspraken die hierbij horen worden formeel in een overeenkomst vastgelegd. Door deze bepaling is procedureel vastgelegd dat een bemiddelingspoging mogelijk is in het bezwaarschriftenproces. Door de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen is het van belang dat, indien er gesproken wordt over mogelijke oplossingen buiten de bezwaarprocedure om, formeel wordt vastgelegd dat de beslistermijn van het bezwaarschrift wordt opgeschort tot het moment dat aan de secretaris wordt meegedeeld wat de uitkomst van de bemiddelingspoging is.”
de voeten kunnen. Belangrijk is dat beide partijen deze stap nemen en afspraken die hierbij horen worden formeel in een overeenkomst vastgelegd. Door deze bepaling is procedureel vastgelegd dat een bemiddelingspoging mogelijk is in het bezwaarschriftenproces. Door de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen is het van belang dat, indien er gesproken wordt over mogelijke oplossingen buiten de bezwaarprocedure om, formeel wordt vastgelegd dat de beslistermijn van het bezwaarschrift wordt opgeschort tot het moment dat aan de secretaris wordt meegedeeld wat de uitkomst van de bemiddelingspoging is.”
“Artikelsgewijze toelichting op de verordening commissie bezwaarschriften
“Artikelsgewijze toelichting op de verordening commissie bezwaarschriften
Artikel 8. Uitoefening bevoegdheden
Artikel 8 Uitoefening bevoegdheden
Ingevolge artikel 7:13 Awb beslist de commissie over onder andere de toepassing van artikel 7:4, zesde lid, en 7:5, tweede lid. Dit uitdrukkelijke voorschrift maakt het niet mogelijk dat deze bevoegdheid door de voorzitter (of een ander lid) van de commissie wordt uitgeoefend. De hiervoor aangehaalde bepalingenzijn in dit artikel dan ook niet genoemd. De in dit artikel aangehaalde artikelen of artikelleden van de Awb luiden als volgt.
Ingevolge artikel 7:13 Awb beslist de commissie over onder andere de toepassing van artikel 7:4, zesde lid, en 7:5, tweede lid. Dit uitdrukkelijke voorschrift maakt het niet mogelijk dat deze bevoegdheid door de voorzitter (of een ander lid) van de commissie wordt uitgeoefend. De hiervoor aangehaalde bepalingen zijn in dit artikel dan ook niet genoemd.
Artikel 2:1, tweede lid Een bestuursorgaan kan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen.
De in dit artikel aangehaalde artikelen of artikelleden van de Awb luiden als volgt. Artikel 2:1, tweede lid Een bestuursorgaan kan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging 13
Toelichting: Deze bepaling is facultatief geformuleerd: de voorzitter is dan ook vrij al dan niet van deze bevoegdheid gebruik te maken.”
verlangen. Toelichting: Deze bepaling is facultatief geformuleerd: de voorzitter is dan ook vrij al dan niet van deze bevoegdheid gebruik te maken. In de praktijk wordt hier als volgt invulling aan gegeven. Juridisch kader - In de bezwaarprocedure kan een ieder zich ter behartiging van zijn belangen door een gemachtigde laten vertegenwoordigen. Het bestuursorgaan kan daarbij van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen, op grond van het bepaalde in artikel 2:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb). - Ingevolge artikel 8 van de Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Sittard-Geleen 2021 wordt de bevoegdheid uit artikel 2:1, tweede lid, van de Awb voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie. Van elke gemachtigde kan c.q. moet een machtiging worden verlangd, met uitzondering van de volgende categorieën gemachtigden: 1. Advocaten. 2. Beschermingsbewindvoerders. Het overleggen van de uitspraak van de rechtbank dat de bewindvoerder is aangewezen door de rechtbank is in beginsel voldoende. 3. Medewerkers van een rechtsbijstandsverzekeraar, mits een kopie van het aan de bezwaarmaker(s) geadresseerde bestreden besluit bij het bezwaarschrift overgelegd wordt. 4.
Medewerkers die werkzaam zijn voor een juridisch adviesbureau, mits een kopie van het aan de bezwaarmaker(s) geadresseerde bestreden besluit bij het bezwaarschrift overgelegd wordt. Indien er sprake is van een als gemachtigde optredende medewerker van 14
een rechtsbijstandsverzekeraar of medewerker van een juridisch adviesbureau, dan geldt dat bij concrete twijfel over de vertegenwoordigingsbevoegdheid alsnog een machtiging gevraagd wordt. Deze machtiging dient dan aan de volgende vereisten te voldoen: - De machtiging is voldoende specifiek; - De grenzen van de vertegenwoordigingsbevoegdheid blijken duidelijk uit de machtiging en zijn daarmee voldoende bepaalbaar; - De machtiging is niet ouder dan één jaar op het moment van indiening. Hieruit vloeit voort dat ook doorlopende machtigingen geaccepteerd worden, mits voldaan wordt aan de hiervoor opgesomde vereisten. Daarbij zij opgemerkt dat niet getwijfeld hoeft te worden aan de vertegenwoordigingsbevoegdheid van een gemachtigde die optreedt vanuit een rechtsbijstandverzekeraar of een juridisch adviesbureau, wanneer bij het bezwaarschrift het aan de bezwaarmaker(s) geadresseerde bestreden besluit wordt gevoegd. Uitgangspunt is namelijk dat de gemachtigde hierover niet kan beschikken als de belanghebbende zich niet tot hem gewend zou hebben. Bij een particulier wordt altijd naar een machtiging gevraagd.” “Artikelsgewijze toelichting op de verordening commissie bezwaarschriften
“Artikelsgewijze toelichting bezwaarschriften
op
de
verordening
commissie
Artikel 10 Hoorzitting
Artikel 10 Hoorzitting
Voor het bepaalde in het eerste lid: zie de toelichting op artikel 8 van deze verordening.
Voor het bepaalde in het eerste lid: zie de toelichting op artikel 8 van deze verordening.
Artikel 7:3 van de Awb geeft aan in welke gevallen van het horen van belanghebbenden kan worden afgezien. Voor een ingediend bezwaarschrift is dat indien: a. het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is;
Artikel 7:3 van de Awb geeft aan in welke gevallen van het horen van belanghebbenden kan worden afgezien. Voor een ingediend bezwaarschrift is dat indien: a. het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is; 15
b. c. d.
het bezwaar kennelijk ongegrond is; de belanghebbenden verklaard hebben geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord, of aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad.
b. het bezwaar kennelijk ongegrond is; c. de belanghebbenden verklaard hebben geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord, of d. aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad.
Ad d.
Ad d.
Het ligt voor de hand dat indien het verwerend orgaan aan het bezwaar van appellant volledig tegemoet denkt te kunnen komen, het daarover met de voorzitter van de commissie contact opneemt. In dit verband wordt ook gewezen op artikel 6:18 en 6:19 Awb. In artikel 6:18 gaat het over het tijdens het aanhangig zijn van bezwaar intrekken of wijzigen van het bestreden besluit. In artikel 6:19 wordt bepaald dat indien een bestuursorgaan zo'n intrekkings- of wijzigingsbesluit heeft genomen, het bezwaar geacht wordt mede gericht te zijn tegen het nieuwe besluit tenzij dat besluit geheel tegemoetkomt aan het bezwaar.
Het ligt voor de hand dat indien het verwerend orgaan aan het bezwaar van appellant volledig tegemoet denkt te kunnen komen, het daarover met de voorzitter van de commissie contact opneemt. In dit verband wordt ook gewezen op artikel 6:18 en 6:19 Awb. In artikel 6:18 gaat het over het tijdens het aanhangig zijn van bezwaar intrekken of wijzigen van het bestreden besluit. In artikel 6:19 wordt bepaald dat indien een bestuursorgaan zo'n intrekkings- of wijzigingsbesluit heeft genomen, het bezwaar geacht wordt mede gericht te zijn tegen het nieuwe besluit tenzij dat besluit geheel tegemoetkomt aan het bezwaar.
De bevoegdheid om van het horen af te zien wordt door de verordening toegekend aan de voorzitter van de commissie. Deze beslissing is dus niet aan het bestuursorgaan dat het bezwaarschrift heeft ontvangen. Dat zou overigens ook niet mogelijk zijn, gelet op artikel 7:13, vierde lid, waarin onder andere is bepaald dat de commissie, voor zover bij wettelijk voorschrift niet anders is bepaald, beslist over de toepassing van artikel 7:3.
De bevoegdheid om van het horen af te zien ligt bij de commissie. Deze beslissing is dus niet aan het bestuursorgaan dat het bezwaarschrift heeft ontvangen. Dat zou overigens ook niet mogelijk zijn, gelet op artikel 7:13, vierde lid, waarin onder andere is bepaald dat de commissie, voor zover bij wettelijk voorschrift niet anders is bepaald, beslist over de toepassing van artikel 7:3. De commissie heeft deze bevoegdheid gemandateerd aan de secretaris via het mandaatbesluit. De secretaris maakt hiervan gebruik na raadpleging van de voorzitter.
Het bepaalde in het derde lid spreekt voor zich. Daarnaast zal in het uiteindelijk uit te brengen advies hier nogmaals op teruggekomen moeten worden. Dat is noodzakelijk omdat ingevolge artikel 7:12 Awb bij de beslissing op een bezwaarschrift, indien van het horen is afgezien, aangegeven moet worden op welke grond dat is geschied.”
Het bepaalde in het derde lid spreekt voor zich. Daarnaast zal in het uiteindelijk uit te brengen advies hier nogmaals op teruggekomen moeten worden. Dat is noodzakelijk omdat ingevolge artikel 7:12 Awb bij de beslissing op een bezwaarschrift, indien van het horen is afgezien, aangegeven moet worden op welke grond dat is geschied. 16
“Artikelsgewijze toelichting bezwaarschriften
op
de
verordening
commissie
Artikel 10a Verkorte procedure In lid 4 zijn zaken weergegeven waarvan over de uitkomst redelijkerwijs geen twijfel bestaat; deze kunnen efficiënt en versneld worden afgehandeld.
-
Uitgangspunt is hierbij het gestelde in artikel 7:3 Awb. Daarin wordt onder meer gesteld dat van het horen van belanghebbenden kan worden afgezien als het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is, als het bezwaar kennelijk ongegrond is of als aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad. In geval van twijfel zal de zaak altijd aan de commissie ter advisering worden voorgelegd.” “Artikelsgewijze toelichting op de verordening commissie bezwaarschriften Artikel 10b Horen van jeugdigen Per 1 januari 2015 zijn de gemeenten belast met de jeugdzorg. De Jeugdwet is daartoe aangepast. Dit betekent, dat minderjarigen betrokken kunnen zijn bij een bezwaarschrift tegen een besluit van ons college dat gebaseerd is op de Jeugdwet. Daarnaast kunnen minderjarigen betrokken zijn bij een procedure op grond van de Wet tijdelijk huisverbod. Artikel 12 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind bepaalt, dat bestuursorganen verplicht zijn een kind te horen in alle zaken die hem aangaan en wel op een wijze die in overeenstemming is met zijn leeftijd en rijpheid. Het horen van een minderjarige of een jeugdige vergt namelijk een speciale expertise, gesprekstechniek en deskundigheid.
Het kan namelijk voorkomen dat de belangen van de minderjarige of de jeugdige niet parallel lopen met die van hun ouders of wettelijk vertegenwoordigers. Daarom is geregeld, dat de minderjarige van twaalf jaar en ouder 17
“Artikelsgewijze toelichting op de verordening commissie bezwaarschriften
voorafgaand aan de hoorzitting apart wordt gehoord door een deskundige. Deze is gespecialiseerd in het horen van jeugdigen onder moeilijke persoonlijke omstandigheden. De minderjarige jonger dan twaalf jaar wordt alleen gehoord als die in staat kan worden geacht tot redelijke waardering van zijn belangen. Met deze werkwijze wordt de lijn die rechtbanken in jeugdzaken bij het horen toepassen, gevolgd. In zo’n procedure is er dus sprake van twee keer horen, te weten het horen van de minderjarige of de jeugdige en het horen van de ouders of wettelijk vertegenwoordigers als belanghebbenden. In het kader van hoor en wederhoor dient de bezwaarcommissie de overige belanghebbenden op de hoogte te stellen van hetgeen de jeugdige heeft verklaard. Een korte en zakelijke weergave volstaat. “Artikelsgewijze toelichting op de verordening commissie bezwaarschriften
Artikel 11 Uitnodiging zitting
Artikel 11 Uitnodiging zitting
(…)
(…)
Artikel 7:4 1. Tot 10 dagen voor het horen kunnen belanghebbenden nadere stukken indienen. 2. Het bestuursorgaan/beroepsorgaan legt het bezwaarschrift/beroepschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken, voorafgaand aan het horen, gedurende ten minste één week voor belanghebbenden ter inzage. 3. Bij de oproeping voor het horen worden belanghebbenden gewezen op het eerste lid en wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen. 4. Belanghebbenden kunnen van deze stukken tegen vergoeding van ten hoogste de kosten afschriften verkrijgen. 5. Voor zover de belanghebbenden daarmee instemmen, kan toepassing van het tweede lid achterwege worden gelaten. 6. Het bestuursorgaan/beroepsorgaan kan, al dan niet op verzoek van
Artikel 7:4 1. Tot 10 dagen voor het horen kunnen belanghebbenden nadere stukken indienen. 2. Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken, voorafgaand aan het horen, gedurende ten minste één week voor belanghebbenden ter inzage. 3. Bij de oproeping voor het horen worden belanghebbenden gewezen op het eerste lid en wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen. 4. Belanghebbenden kunnen van deze stukken tegen vergoeding van ten hoogste de kosten afschriften verkrijgen. 5. Voor zover de belanghebbenden daarmee instemmen, kan toepassing van het tweede lid achterwege worden gelaten. 6. Het bestuursorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, toepassing van het tweede lid voorts achterwege 18
7. 8.
een belanghebbende, toepassing van het tweede lid voorts achterwege laten, voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt mededeling gedaan. Gewichtige redenen zijn in elk geval niet aanwezig, voor zover ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur de verplichting bestaat een verzoek om informatie, vervat in deze stukken, in te willigen. Indien een gewichtige reden is gelegen in de vrees voor schade aan de lichamelijke of geestelijke gezondheid van een belanghebbende, kan inzage van de desbetreffende stukken worden voorbehouden aan een gemachtigde die hetzij advocaat, hetzij arts is.
Volgens de parlementaire geschiedenis zal voor het aannemen van geheimhoudingsredenen een sterkere grond aanwezig moeten zijn dan de in de WOB opgenomen weigeringsgronden (zie ook: Rb. Den Haag, 19 februari 1996, Awb katern 1996, 43). In de bezwaarschriftprocedure is aangaande inzage in en geheimhouding van stukken niet de WOB, maar artikel 7:4 Awb van toepassing (Rb. Alkmaar, 20 oktober 1997, Belastingblad 1998, 7). Artikel 7:8 1. Op verzoek van de belanghebbende kunnen door hem meegebrachte getuigen en deskundigen worden gehoord. 2. De kosten van getuigen en deskundigen zijn voor rekening van de belanghebbende die hen heeft meegebracht.
7. 8.
laten, voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt mededeling gedaan. Gewichtige redenen zijn in elk geval niet aanwezig, voor zover ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur de verplichting bestaat een verzoek om informatie, vervat in deze stukken, in te willigen. Indien een gewichtige reden is gelegen in de vrees voor schade aan de lichamelijke of geestelijke gezondheid van een belanghebbende, kan inzage van de desbetreffende stukken worden voorbehouden aan een gemachtigde die hetzij advocaat, hetzij arts is.
Volgens de parlementaire geschiedenis zal voor het aannemen van geheimhoudingsredenen een sterkere grond aanwezig moeten zijn dan de in de WOB opgenomen weigeringsgronden (zie ook: Rb. Den Haag, 19 februari 1996, Awb katern 1996, 43). In de bezwaarschriftprocedure is aangaande inzage in en geheimhouding van stukken niet de WOB, maar artikel 7:4 Awb van toepassing (Rb. Alkmaar, 20 oktober 1997, Belastingblad 1998, 7). Artikel 7:8 Op verzoek van de belanghebbende kunnen door hem meegebrachte getuigen en deskundigen worden gehoord. Het aanwezig zijn van partijen bij het horen van getuigen in de bezwaarschriftprocedure is een beginsel van goede procesorde (JG 2000/122).”
Het aanwezig zijn van partijen bij het horen van getuigen in de bezwaarschriftprocedure is een beginsel van goede procesorde (JG 2000/122).” “Artikelsgewijze toelichting op de verordening commissie bezwaarschriften
“Artikelsgewijze toelichting op de verordening commissie bezwaarschriften
Artikel 14 Openbaarheid zitting
Artikel 14 Openbaarheid zitting 19
Ingevolge artikel 7:5, tweede lid Awb besluit het bestuursorgaan, voor zover niet bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of het horen in het openbaar plaatsvindt. In artikel 7:13, vierde lid Awb wordt deze bevoegdheid aan de commissie toegekend.
Ingevolge artikel 7:5, tweede lid Awb besluit het bestuursorgaan, voor zover niet bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of het horen in het openbaar plaatsvindt. In artikel 7:13, vierde lid Awb wordt deze bevoegdheid aan de commissie toegekend.
In de onderhavige verordeningbepaling is vastgelegd dat de hoorzitting in principe in het openbaar plaatsvindt. Het betreft hier met name het taakveld van de Algemene Kamer.
In de onderhavige verordeningbepaling is vastgelegd dat de hoorzitting in principe in het openbaar plaatsvindt. Het betreft hier met name het taakveld van de Algemene Kamer.
Uitzondering op deze regel blijft mogelijk, bijvoorbeeld indien bijzonder persoonlijke zaken van familiaire, medische of financiële aard of andere zaken met een vertrouwelijk karakter aan de orde komen.
Uitzondering op deze regel blijft mogelijk, bijvoorbeeld indien bijzonder persoonlijke zaken van familiaire, medische of financiële aard of andere zaken met een vertrouwelijk karakter aan de orde komen.
In het vierde lid is de bepaling opgenomen dat de zittingen van de Kamers voor Sociale en Personele Zaken achter gesloten deuren plaatsvinden.
In het vierde lid is de bepaling opgenomen dat de zittingen van de Kamers voor Sociale Zaken achter gesloten deuren plaatsvinden.
De zitting dient te worden onderscheiden van de beraadslaging van de commissie, die ingevolge artikel 16 van de verordening achter gesloten deuren plaatsheeft.”
De zitting dient te worden onderscheiden van de beraadslaging van de commissie, die ingevolge artikel 16 van de verordening achter gesloten deuren plaatsheeft.”
“Artikelsgewijze toelichting bezwaarschriften
“Artikelsgewijze toelichting bezwaarschriften
op
de
verordening
commissie
op
de
verordening
commissie
Artikel 15. Schriftelijke verslaglegging
Artikel 15 Verslaglegging
Artikel 7:7 Awb vereist zeer kort en bondig dat van het horen een verslag wordt gemaakt. De wijze waarop en de inhoudelijke vereisten aan het verslag worden niet door de Awb geregeld. Dit staat er overigens niet aan in de weg dat in de verordening een vaste
Het verslag van de hoorzitting als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb bestaat in de regel uit een digitale geluidsopname, die op verzoek aan de belanghebbende(n) ter beschikking kan worden gesteld. De secretaris maakt een separate, schriftelijke samenvatting van het 20
procedure wordt opgenomen. Het bepaalde in het eerste lid hoeft niet zo ver te strekken dat van al het aanwezige publiek naam en hoedanigheid wordt opgenomen. Wel zal uit het verslag duidelijk moeten blijken wie namens welke partij aanwezig was en wat door hen naar voren is gebracht. Gezien de betekenis van de hoorzitting in het kader van de besluitvorming in de bezwaarschriftfase, ligt het voor de hand (hoewel niet voorgeschreven in de Awb) dat het verslag van de zitting uiterlijk gelijktijdig met de beslissing op het bezwaar aan belanghebbenden wordt toegezonden. Het verslag speelt ook een rol in de raadkamer en bij het advies. Als een lid afwezig is geweest bij het horen en de stemmen staken in de adviescommissie, dan hoeft bij de hernieuwde behandeling in de commissie niet opnieuw gehoord te worden (CRvB, 2 april 1996, AB 1997/23).”
besprokene, wanneer een belanghebbende of diens gemachtigde geen toestemming heeft gegeven voor het maken van een geluidsopname, het verwerend orgaan dat nodig acht voor zijn besluitvorming, dan wel dat een gerechtelijke instantie daar om verzoekt in geval van een (hoger) beroepsprocedure. Hoe dit separate, schriftelijke verslag eruit ziet, staat omschreven in de leden 4 tot en met 8. Aan het begin van de hoorzitting wordt expliciet gevraagd of er toestemming wordt verleend voor de digitale geluidsopname, ook aan de vertegenwoordiger(s) van het bestuursorgaan. Artikel 7:7 Algemene wet bestuursrecht luidt: “Van het horen wordt een verslag gemaakt.”. De wijze waarop en de inhoudelijke vereisten aan het verslag worden niet door de Awb geregeld, maar zijn verder uitgekristalliseerd in jurisprudentie. Dit staat er overigens niet aan in de weg dat in de verordening een vaste procedure wordt opgenomen. Het bepaalde in het vierde lid hoeft niet zo ver te strekken dat van al het aanwezige publiek naam en hoedanigheid wordt opgenomen. Vermeld wordt wie namens welke partij aanwezig was en wat door hen naar voren is gebracht. In jurisprudentie (o.a.
ECLI:NL:RBSHE:2007:AZ5922 en ECLI:NL:RBMNE:2018:2917) wordt wanneer geen gehoor is gegeven aan uitsluitend digitale audio-opnames van een hoorzitting in de bezwaarfase, een (zorgvuldigheids)gebrek op dit punt gepasseerd als de belanghebbende niet in zijn belangen is geschaad. Essentieel is daarbij, dat de belanghebbende de beschikking krijgt over de geluidsopnamen, zodat hij kan nagaan of er rekening is gehouden met hetgeen naar voren is gebracht, en in de beslissing op bezwaar voldoende rekening wordt gehouden met hetgeen tijdens de hoorzitting aan de orde is gekomen. Alle bezwaren en standpunten, ook die tijdens de hoorzitting naar voren zijn gebracht, worden meegenomen in het advies. 21
Gezien de betekenis van de hoorzitting in het kader van de besluitvorming in de bezwaarschriftfase, ligt het voor de hand (hoewel niet voorgeschreven in de Awb) dat het separate, schriftelijke verslag van de zitting indien voorhanden uiterlijk gelijktijdig met de beslissing op het bezwaar aan belanghebbenden wordt toegezonden. Wanneer het verslag van de hoorzitting als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb bestaat uit een digitale geluidsopname wordt deze op verzoek aan de belanghebbende(n) ter beschikking gesteld. Het verslag speelt ook een rol in de raadkamer en bij het advies. Als een lid afwezig is geweest bij het horen en de stemmen staken in de adviescommissie, dan hoeft bij de hernieuwde behandeling in de commissie niet opnieuw gehoord te worden (CRvB, 2 april 1996, AB 1997/23). Omdat de verslaglegging van de hoorzitting nu in beginsel digitaal gebeurt, wordt in het advies opgenomen: De namen van de aanwezigen en de hoedanigheid waarin zij de hoorzitting hebben bijgewoond. Indien op grond van artikel 7:3 van de Awb is afgezien van het horen van belanghebbende(n) wordt dat gemotiveerd vermeld in het advies van de commissie. Indien een hoorzitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden of indien belanghebbenden respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars aanwezigheid zijn gehoord, wordt dit met opgave van redenen in het advies vermeld.
De op de hoorzitting overgelegde bescheiden. Volgens artikel 7:13, zesde lid, van de Awb maakt in de bezwaarschriftenprocedure het verslag van de hoorzitting deel uit van het advies van de commissie. De geluidsopname van de hoorzitting wordt in het digitale archief van de gemeente opgeslagen. Het advies van de commissie wordt uitgebracht aan het 22
bestuursorgaan.” “Artikelsgewijze toelichting op de verordening commissie bezwaarschriften Artikel 15A Telefonisch horen Voor telefonisch horen wordt instemming van bezwaarmaker gevraagd. Telefonisch horen is niet mogelijk als er derde belanghebbenden bij de beslissing op bezwaar zijn. De voorzitter beslist uiteindelijk of er telefonisch wordt gehoord. Van het telefonisch horen wordt een verslag gemaakt en toegezonden aan de belanghebbende. Dit artikel is toegevoegd na jurisprudentie op dit punt. Het bestuursorgaan moet gehoor geven aan de wens van de belanghebbende om telefonisch te worden gehoord, tenzij zwaarder wegende belangen aan de zijde van het bestuursorgaan zich hiertegen zouden verzetten (ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ4537 en ECLI:NL:GHARL:2014:7471). Telefonische hoorzitting komt onder omstandigheden voor vergoeding in aanmerking (ECLI:NL:HR2012:BW7081).” “Artikelsgewijze toelichting op de verordening commissie bezwaarschriften
“Artikelsgewijze toelichting op de verordening commissie bezwaarschriften
Artikel 18 Uitbrengen advies en verdaging
Artikel 18 Uitbrengen advies en verdaging
Volgens artikel 7:13, zesde lid Awb maakt in de bezwaarschriftprocedure het verslag van de hoorzitting deel uit van het advies van de commissie en wordt het schriftelijk uitgebracht.
De beslistermijn bedraagt ingevolge artikel 7:10 van de Awb 12 weken, behoudens in het geval van opschorting of met gebruikmaking van de mogelijkheid van verdaging. De onderhavige bepaling verlangt van het bestuursorgaan dat indien de termijn als hiervoor bedoeld niet wordt gehaald, de beslissing op het bezwaar tijdig wordt verdaagd met ten hoogste 6 weken op grond van artikel 7:3, lid 3 Awb.
De beslistermijn bedraagt ingevolge artikel 7:10 van de Awb 12 weken, behoudens in het geval van opschorting of met gebruikmaking van de mogelijkheid van verdaging. De onderhavige bepaling verlangt van het bestuursorgaan dat indien de termijn als hiervoor bedoeld niet wordt
Het besluit tot verdaging is een beschikking. Ingevolge artikel 7:14 Awb 23
gehaald, de beslissing op het bezwaar tijdig wordt verdaagd met ten hoogste 6 weken op grond van artikel 7:3, lid 3 Awb. Het besluit tot verdaging is een beschikking. Ingevolge artikel 7:14 Awb zijn artikel 3:41 tot en met 3:45 Awb, die de wijze van bekendmaking en mededeling van besluiten regelen, in dit geval niet van toepassing. Artikel 3:40 Awb is wel van toepassing. Dit artikel bepaalt dat een besluit niet in werking treedt voordat het bekendgemaakt is. Het ligt voor de hand in verband hiermee ook belanghebbenden een afschrift van het verdagingsbesluit toe te zenden. Afronding van de procedure De verordening spitst zich toe op de behandeling van bezwaarschriften en eindigt er in feite mee - zie artikel 18 - dat door de commissie schriftelijk advies wordt uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. In de artikelen 7:11 (bezwaarschrift) Awb is geregeld wat er daarna dient te gebeuren. Indien het bezwaar ontvankelijk is, dient op grondslag daarvan een heroverweging van het bestreden besluit plaats te vinden. Is een bezwaarschrift niet-ontvankelijk, dan wordt aan heroverweging niet toegekomen. Voor zover de heroverweging daartoe aanleiding geeft, herroept het bestuursorgaan het bestreden besluit en neemt het voor zover nodig in plaats daarvan een nieuw besluit.
Dit nieuwe besluit treedt daarmee in de plaats van het oorspronkelijke (bestreden) besluit. Omdat in het verleden bestuursorganen nogal eens bij de beslissing op bezwaarschriften louter toetsten op rechtmatigheid is in het eerste lid van art 7:11 vastgelegd dat het om een heroverweging gaat. Dat betekent dat de toetsing niet beperkt moet blijven tot vragen van rechtmatigheid, maar binnen de grenzen van de wet zich ook dient uit te strekken tot beleidsmatige en bestuurlijke aspecten.
zijn artikel 3:41 tot en met 3:45 Awb, die de wijze van bekendmaking en mededeling van besluiten regelen, in dit geval niet van toepassing. Artikel 3:40 Awb is wel van toepassing. Dit artikel bepaalt dat een besluit niet in werking treedt voordat het bekendgemaakt is. Het ligt voor de hand in verband hiermee ook belanghebbenden een afschrift van het verdagingsbesluit toe te zenden. Afronding van de procedure In artikel 7:11 (bezwaarschrift) Awb is geregeld wat er daarna dient te gebeuren. Indien het bezwaar ontvankelijk is, dient op grondslag daarvan een heroverweging van het bestreden besluit plaats te vinden. Is een bezwaarschrift niet-ontvankelijk, dan wordt aan heroverweging niet toegekomen. Voor zover de heroverweging daartoe aanleiding geeft, herroept het bestuursorgaan het bestreden besluit en neemt het voor zover nodig in plaats daarvan een nieuw besluit. Dit nieuwe besluit treedt daarmee in de plaats van het oorspronkelijke (bestreden) besluit. Omdat in het verleden bestuursorganen nogal eens bij de beslissing op bezwaarschriften louter toetsten op rechtmatigheid is in het eerste lid van art 7:11 vastgelegd dat het om een heroverweging gaat. Dat betekent dat de toetsing niet beperkt moet blijven tot vragen van rechtmatigheid, maar binnen de grenzen van de wet zich ook dient uit te strekken tot beleidsmatige en bestuurlijke aspecten.
De heroverweging dient ex nunc plaats te vinden, dat wil zeggen dat rekening moet worden gehouden met inmiddels gewijzigde feiten en omstandigheden. De feiten en omstandigheden van het moment waarop het nieuwe besluit wordt genomen zijn van belang. Daarnaast dient de heroverweging op grondslag van het bezwaar te geschieden. Hieruit vloeit voort dat die onderdelen van het besluit die geheel los van de aangevoerde bezwaren staan, in beginsel buiten beschouwing blijven. Het bestuursorgaan zal daarbij de naar voren 24
De heroverweging dient ex nunc plaats te vinden, dat wil zeggen dat rekening moet worden gehouden met inmiddels gewijzigde feiten en omstandigheden. De feiten en omstandigheden van het moment waarop het nieuwe besluit wordt genomen zijn van belang.
gebrachte bezwaren voldoende ruim naar hun strekking moeten opvatten. Indien bijvoorbeeld tijdens de hoorzitting blijkt dat deze, ondanks een beperkte omschrijving in het bezwaarschrift, ruimer bedoeld zijn, dan zal daarmee rekening moeten worden gehouden.
Daarnaast dient de heroverweging op grondslag van het bezwaar te geschieden. Hieruit vloeit voort dat die onderdelen van het besluit die geheel los van de aangevoerde bezwaren staan, in beginsel buiten beschouwing blijven. Het bestuursorgaan zal daarbij de naar voren gebrachte bezwaren voldoende ruim naar hun strekking moeten opvatten. Indien bijvoorbeeld tijdens de hoorzitting blijkt dat deze, ondanks een beperkte omschrijving in het bezwaarschrift, ruimer bedoeld zijn, dan zal daarmee rekening moeten worden gehouden.
Verder is het de bedoeling van deze bepaling dat er geen verslechtering van de positie van degene die het bezwaarschrift indient tijdens de bezwaarschriftenprocedure mag optreden (verbod van reformatio in peius). Natuurlijk staat dit er niet aan in de weg dat als een derde bezwaar maakt tegen bijvoorbeeld een afgegeven vergunning, die bezwaren gehonoreerd kunnen worden. Dit is het wezen van de bezwaarschriftenprocedure en niet in strijd met genoemd beginsel.
Verder is het de bedoeling van deze bepaling dat er geen verslechtering van de positie van degene die het bezwaarschrift indient tijdens de bezwaarschriftenprocedure mag optreden (verbod van reformatio in peius). Natuurlijk staat dit er niet aan in de weg dat als een derde bezwaar maakt tegen bijvoorbeeld een afgegeven vergunning, die bezwaren gehonoreerd kunnen worden. Dit is het wezen van de bezwaarschriftenprocedure en niet in strijd met genoemd beginsel. In artikel 7:12 Awb is voorgeschreven dat de beslissing op het bezwaarschrift dient te berusten op een deugdelijke motivering die bij de bekendmaking van de beslissing wordt vermeld. Daarbij is het van belang dat indien van het advies van de commissie wordt afgeweken in de beslissing de reden van die afwijking wordt vermeld en het advies met de beslissing wordt meegezonden.
In artikel 7:12 Awb is voorgeschreven dat de beslissing op het bezwaarschrift dient te berusten op een deugdelijke motivering die bij de bekendmaking van de beslissing wordt vermeld. Daarbij is het van belang dat indien van het advies van de commissie wordt afgeweken in de beslissing de reden van die afwijking wordt vermeld en het advies met de beslissing wordt meegezonden. Tenslotte wordt verwezen naar artikel 6:23 Awb waarin wordt voorgeschreven dat indien beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing op het bezwaar, daarvan bij de bekendmaking van de beslissing melding wordt gemaakt. Daarbij moet worden aangegeven door wie, binnen welke termijn en bij welk orgaan beroep kan worden ingesteld.”
Tenslotte wordt verwezen naar artikel 6:23 Awb waarin wordt voorgeschreven dat indien beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing op het bezwaar, daarvan bij de bekendmaking van de beslissing melding wordt gemaakt. Daarbij moet worden aangegeven door wie, binnen welke termijn en bij welk orgaan beroep kan worden 25
ingesteld.” “Artikelsgewijze toelichting op de verordening commissie bezwaarschriften
Vervallen.
Artikel 19 Jaarverslag In de praktijk blijkt dat de bezwaarschriftencommissie jaarlijks verslag uitbrengt aan de raad, het college en de burgermeester over haar werkzaamheden. De invulling van dit verslag is aan de commissie gelaten. Voor de hand ligt dat wordt aangegeven welke aantallen bezwaren zijn ingediend, wat de werkvoorraad was bij aanvang van het kalenderjaar, hoeveel adviezen zijn uitgebracht, wat de adviezen inhielden (niet-ontvankelijk, (deels) gegrond etc.) of het bestuursorgaan contrair heeft besloten, in welke gevallen beroep wordt ingediend en wat de uitkomst van dit beroep is. In geval er een klacht is ingediend tegen de bezwaarschriftencommissie wordt dit in het jaarverslag vermeld. Het jaarverslag is ook een instrument voor de commissie om aan de bestuursorganen adviezen te geven over de verbeterpunten op het gebied van juridische kwaliteit.” “Artikelsgewijze toelichting op de verordening commissie bezwaarschriften