CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 Beoordelingsbesluit vormvrije MER

Raad 27 juni 2024, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunnning varkensstal Rijstraat 102 Guttecoven (Geilen) (64)3.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

' —ì

ONTVANGEN 19 APR. 2019 ZuidUmbuïQ •o-

Aelmans Ruimte, Omgeving å. Milieu B.V. De heer F. Schreurs Kerkstraat 2 6095 BE BAEXEM

Afdeling Vergunningen Zaaknummer 2019-202725 Ons kenmerk 392316 Uw kenmerk SP18.0155 Bijlage(n) 1

Behandeld Telefoon E-mail Maastricht

de heer A.G.C. Posthumus +31 (6) 46 19 54 63 agc.posthumus@rudzl.nl 18 april 2019

Verzonden

į g MK. 2019

Onderwerp Toezenden beoordelingsbesluit vormvrije m.e.r.-beoordeling

Geachte heer Schreurs, Ingevolge het bepaalde in artikel 7.17 eerste lid van de Wet milieubeheer doen wij u, naar aanleiding van de op 13 maart 2019 ingediende aanmeldnotitie, het beoordelingsbesluit in het kader van de vormvrije m.e.r-beoordeling toekomen. Op grond van artikel 7.28, tweede lid van de Wet milieubeheer dient u bij de voorgenomen aanvraag van de omgevingsvergunning tevens een afschrift van het beoordelingsbesluit in te dienen. Indien dit afschrift geen onderdeel uit maakt van de aanvraag, zal uw aanvraag buiten behandeling worden gelaten. Indien u vragen heeft kunt u zich wenden tot de heer A.G.C. Posthumus, bereikbaar onder telefoonnummer +31 (6) 46 19 54 63. U kunt ook een e-mail sturen naar agc.posthumus@rudzl.nl. Een afschrift van deze brief hebben wij verzonden aan: Maatschap Salden-Fijten, Rijstraat 12, 6143 AR Guttecoven.

in Sfttard-Geleen, Gf

Afdelingshoofd Vergunningen RUD ZujéPLimburg

Postadres: RUD Zuid-Limburg Postbus 5700 6202 MA Maastricht

+31 43 389 73 30 www.rudzuidlimburg.nl info@rudzl.nl IBAN: NL53BNGH0285159127

Wij verwerken persoonsgegevens. Voor meer informatie zie www.rudzuidlimburg.nl/privacy-en-proclaimer.

İx ZuidU ffihurg

Besluit van burgemeester en wethouders van SittardGeleen

Vormvrije m.e.r-beoordeling

Maatschap Salden-Fijten te Guttecoven

Zaaknummer: 2019-202725

Kenmerk: 390755 d.d. 18 april 2019 Verzonden:

1 8 APR. 2019

INHOUDSOPGAVE Besluit

3

Procedure

6

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Voorgenomen activiteiten Huidige vergunningsituatie Bevoegd gezag Procedure

6 6 7 7 8

Beoordeling

9

3.1 3.2 3.3

10 13 15

De kenmerken van het project De plaats van het project De kenmerken van het potentiële effect

Zaaknummer: 2019-202725

2

1

Besluit

Onderwerp Burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen hebben op 13 maart 2019 een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ontvangen van Maatschap Salden-Fijten in verband met het voornemen een aanvraag in te dienen voor een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De aanmeldnotitie is geregistreerd onder zaaknummer 2019-202725. De inrichting is gelegen aan de Rijstraat 102, 6143 AR Guttecoven. In de aanmeldnotitie zijn de voorgenomen activiteiten en de te verwachte effecten beschreven zodat het bevoegd gezag een weloverwogen beslissing kan nemen of er (mogelijk) sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen en de omgevingsvergunningaanvraag vergezeld moet gaan van een milieueffectrapport. Doel activiteiten Aanleiding voor de voorgenomen activiteiten is de uitbreiding en wijziging van het agrarisch bedrijf onder meer gelegen aan de Rijstraat 102, 6143 AR Guttecoven.

De veranderingen betreffen: het ombouwen en uitbreiden van een stal voor het fokken, mesten en houden van 3.200 gespeende biggen, waarbij de stal tevens wordt voorzien van een gecombineerde luchtwasser (BWL 2009.12.V4); de nieuwbouw van een stal voor het houden van 1.620 vleesvarkens, tevens het voorzien van de stal van een gecombineerde luchtwasser (BWL 2009.12.V4); Beide stallen worden voorzien van een centraal afzuigsysteem, waarbij de afgewerkte lucht via de luchtwassers centraal en verticaal wordt uitgeblazen. Er is derhalve sprake van de wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van ten minste 500 en ten hoogste 3.750 gespeende biggen (Rav categorie D1.1) en van het fokken, mesten of houden van ten minste 51 en ten hoogste 2.000 vleesvarkens (Rav categorie D3), als genoemd in categorie 14, kolom 2, onder 2” en 4" van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. In hoofdstukken 1 en 3 van de aanmeldnotitie is een uitgebreide motivering van het project opgenomen.

Zaaknummer: 2019-202725

3

Besluit Uit de inhoudelijke beoordeling blijkt dat er voor de voorgenomen activiteiten geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn. Gelet op artikel 7.17, lid 1 van de Wm besluiten burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen daarom dat het opstellen van een milieueffectrapport (MER) niet noodzakelijk is bij de voorbereiding van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu.

Burgemeester en Wetho namens dezen,

ers van

rd-Geleen,

C.J. Hermans Afdeĩĩñgshoofd Ŵergunpíńg'ï RUD Zuid-Limbţurg

Zaaknummer: 2019-202725

4

Afschriften Dit besluit is verzonden aan het gemachtigde bedrijf, zijnde Aelmans Ruimte, Omgeving 8í Milieu B.V, Kerkstraat 2, 6095 BE Baexem. Een afschrift van dit besluit is verzonden aan: 1 indiener van de aanmeldnotitie, zijnde Maatschap Salden-Fijten, Rijstraat 12, 6143 AR Guttecoven. Rechtsbescherming Dit besluit is een beslissing betreffende de procedure tot het voorbereiden van een besluit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e van de Wabo. Op grond van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht is dit besluit niet vatbaar voor bezwaar of beroep. Dit is anders wanneer u, los van het voor te bereiden besluit, rechtstreeks in uw belang wordt getroffen. Alleen in dat geval kan bezwaar worden gemaakt bij het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen. Wel kan eenieder gebruik maken van het rechtsmiddel dat geboden wordt in het kader van de procedure om te komen tot een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e van de Wabo voor de verandering van de inrichting. Als dit besluit uw belang rechtstreeks raakt en u het met de ínhoud van dit besluit niet eens bent, kunt u bezwaar maken. U moet dan binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is verzonden een bezwaarschrift indienen. Op deze procedure is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten: a.

de naam en het adres van de indiener; b. de datum; c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht, en; d. de redenen van het bezwaar (motivering). Het bezwaarschrift moet worden gericht aan: College van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen Postbus 18 6130 AASittard Voor meer informatie verwijzen wij u naar www.sittard-qeleen.nl. Het indienen van een bezwaarschrift heeft geen schorsende werking. Als u een bezwaarschrift heeft ingediend, dan kunt u tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening indienen bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, sector Bestuursrecht, Postbus 950, 6040 AZ Roermond. ’ U kunt ook digitaal een verzoek indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

Zaaknummer: 2019-202725

5

2

Procedure

2.1

Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling

Burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen hebben op 13 maart 2019 een schríftelijke mededeling milieueffectrapportage (m.e.r.) vormvrije beoordelingsplicht ontvangen van Maatschap Salden-Fijten in verband met het voornemen een aanvraag in te dienen voor een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). De aanmeldnotitie is ingediend door Aelmans Ruimte, Omgeving

Milieu B.V., als zijnde gemachtigde.

Ingevolge artikel 7.2 eerste lid onder b van de Wet milieubeheer (Wm) worden in het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) activiteiten aangewezen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 7.17 of 7.19 Wm moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Daarnaast worden ingevolge het vierde lid van dit artikel de categorieën van besluiten aangewezen in het kader waarvan moet worden beoordeeld of die activiteiten de hiervoor genoemde gevolgen kan hebben. De voorgenomen activiteit staat genoemd in kolom 1 onder categorie 14 van onderdeel D van het Besluit mer. Voor deze categorie is in kolom 2 een drempelwaarde opgenomen van 2.000 mestvarkens (Rav categorie D3) en 3.750 gespeende biggen (biggenopfok) (Rav categorie D1.1). Het maatgevende onderdeel, dan wel de maatgevende onderdelen, van de aangevraagde installatie(s) heeft (hebben) een technische capaciteit onder de hiervoor genoemde drempelwaarden. Op grond van artikel 2 vijfde lid onder b Besluit milieueffectrapportage dient bij het onderschrijden van de drempelwaarde een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd om vast te stellen of zich mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen voordoen.

2.2

Voorgenomen activiteiten

In de aanmeldnotitie is een uitgebreide beschrijving opgenomen van het project en de voorgenomen activiteiten. Uit de aanmeldnotitie en de bij de aanmeldnotitie overgelegde gegevens en bescheiden maken wij de volgende voorgenomen veranderingen op: het ombouwen en uitbreiden van een stal voor het fokken, mesten en houden van 3.200 gespeende biggen, waarbij de stal tevens wordt voorzien van een gecombineerde luchtwasser (BWL 2009.12.V4); de nieuwbouw van een stal voor het houden van 1.620 vleesvarkens, tevens het voorzien van de stal van een gecombineerde luchtwasser (BWL 2009.12.V4); Beide stallen worden voorzien van een centraal afzuigsysteem, waarbij de afgewerkte lucht via de luchtwassers centraal en verticaal wordt uitgeblazen. Op basis van de laatste (gehele) wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) en de Regeling geur en veehouderij en de emissiefactoren voor fijnstof is na de voorgenomen veranderingen aanwezig: een varkenshouderij voor het houden van de in onderstaande tabel genoemde aantallen

Zaaknummer: 2019-202725

6

dier(en)(categorieën) en huisvestingssystemen: emissie ammoniak

huisvestingssysteem/

emissie geur emissie-

totale

emissie fijn stof emissie-

totale

emissie-

totale emissie

factor

emissie

factor

emissie

aantal dieren

factor (kgZjaar)i

(kg/iaar)

(oueZs)2

(oue/s)

(gZiaar)3

(kgZjaar)

D 1.1.15.4

3.200

0,10

320,00

4,30

13.760,00

15,00

48,00

D 3.2.15.4

1.620

0,45

729,00

12,70

20.574,00

31,00

50,22

diercategorie

Totaal

2.3

1.049,00

34.334,00

98,22

Huidige vergunningsituatie

Op 14 november 2008 is een nieuwe, de gehele inrichting omvattende, vergunning ingevolge de Wet milieubeheer (nu: omgevingsvergunning) verleend voor het houden van 3.152 gespeende biggen en 1.056 vleesvarkens. Voor de bouw van de nieuwe stal is geen bouwvergunning verleend waardoor de vergunning op grond van artikel 1.2a, lid 1 en 2 van de Invoeringswet Wabo niet in werking is getreden. Dit betekent dat de onderliggende vergunning de nu rechtsgeldige vergunning is. Dit betreft een op 3 november 1982 verleende vergunning ingevolge de Hinderwet (nu: omgevingsvergunning). Bij besluit van 24 januari 2012 is besloten de op 3 november 1982 verleende vergunning ingevolge de Hinderwet voor de inrichting gelegen aan de Rijstraat 102, 6143 AR te Guttecoven, gedeeltelijk in te trekken voor wat betreft het houden van 170 vleesvarkens.

2.4

Bevoegd gezag

De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in categorie 1.1 en 8.1 van bijlage 1, onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en op grond van artikel 2.2.a van het Bor is een beperkte milieutoets noodzakelijk. Daarom zijn wij het bevoegde gezag voor de omgevingsvergunning, en tevens bevoegd te beoordelen of de voorgenomen veranderingen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben.

Zaaknummer: 2019-202725

7

2.5

Procedure

Gelet op artikel 2 vijfde lid onder b Besluit milieueffectrapportage jo. artikel 7.16 eerste lid Wm dient de initiatiefnemer schríftelijk aan het bevoegd gezag mede te delen dat hij voornemens is een activiteit te ondernemen die is aangewezen krachtens artikel 7.2 eerste lid onder b Wm. Bij de aanmeldnotitie dient de initiatiefnemer de gegevens te verstrekken die genoemd worden in artikel 7.16 tweede, derde en vierde lid Wm. Op basis van de ingediende aanmeldnotitie dient het bevoegd gezag een beslissing te nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. De gevolgde procedure is op grond van artikel 2 vijfde lid onder b Besluit milieueffectrapportage opgenomen in de artikelen 7.16, 7.17, eerste tot en met vierde lid, 7.18, 7.19, eerste en tweede lid, en 7.20a van de Wet milieubeheer (Wm). Termijn Aangezien wij niet de initiatiefnemer zijn van de voorgenomen activiteit, nemen wij de beslissing uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst van de aanmeldnotitie (art. 7.17 lid 1 Wm).

Zaaknummer: 2019-202725

8

3

Beoordeling

Op grond van artikel 7.17, derde lid Wm moet bij de beslissing rekening gehouden worden met de criteria die in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling zijn aangegeven. De criteria zijn: 1. De kenmerken van het project. Hierbij moet in het bijzonder in overweging worden genomen: * de omvang van het project; * de cumulatie met andere projecten; * het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; * de productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; « risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. 2. De plaats van het project. Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: s het bestaande grondgebruik; « de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratieve vermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: a. wetlands; b. kustgebieden; c. berg- en bosgebieden; d. reservaten en natuurparken; e. gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn); f.

gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden; g. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; h. landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3. De kenmerken van het potentiële effect. Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: B het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking); « het grensoverschrijdende karakter van het effect; * de waarschijnlijkheid van het effect; ® de duur; E de frequentie; « en de omkeerbaarheid van het effect. Daarnaast houdt het bevoegd gezag rekening met, voor zover relevant, de resultaten van eerder uitgevoerde controles of andere beoordelingen van gevolgen voor het milieu.

Zaaknummer: 2019-202725

9

3.1

De kenmerken van het project

3.1.1

De omvang van het project

Voor de beschrijving van de omvang van het project verwijzen wij naar Ş2.2 van onderhavig besluit. 3.1.2

De cumulatie met andere projecten

De cumulatie van effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten is waar mogelijk meegenomen in de verspreidingsberekeningen voor wat betreft geur, fijnstof en ammoniak. 3.1.3

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen

Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn en onmisbaar zijn voor de levenskwaliteit van de mens. De voorgenomen activiteiten leiden tot een toename in het gebruik van grond- en/of hulpstoffen. De grond- en hulpstoffen zijn niet bijzonder schaars. Hierbij geldt dat het gaat om gangbare gebruiksvormen in de sector. 3.1.4

De productie van afvalstoffen

Voor zover binnen de inrichting sprake is van het vrijkomen van bedrijfs- en gevaarlijke afvalstoffen, hangt dit in hoofdzaak samen met het houden en fokken van landbouwhuisdieren. Deze vrijkomende afvalstoffen worden apart ingezameld en voor verdere verwerking aangeboden aan vergunninghouders. 3.1.5

Verontreiniging en hinder

Alle relevante milieuaspecten worden hieronder besproken en bij het verlenen van de omgevingsvergunning in detail beoordeeld en getoetst. 3.1.5.1

Luchtemissies

Ammoniak De emissie van ammoniak (NH3) is afkomstig van binnen de inrichting te houden dieren. Als gevolg van de voorgenomen uitbreiding neemt door het toepassen van twee luchtwassystemen de ammoniakemissie af met 2.686 kg per jaar naar 1.049 kg per jaar. Daarnaast is de inrichting gelegen op een afstand van méér dan 250 meter tot een ingevolge de Wet ammoniak en veehouderij aangewezen zeer kwetsbaar gebied. Tevens voldoet het planvoornemen aan het Besluit emissiearme huisvesting en de emissie-eisen in de Omgevingsverordening Limburg 2014. Fijnstof De fijnstofemissie neemt in de beoogde situatie af met 28,77 kg per jaar naar 98,22 kg per jaar. Om de luchtkwaliteit in de omgeving te bepalen zijn verspreidingsberekeningen uitgevoerd met het wettelijk voorgeschreven programma ISL3a. De luchtkwaliteit is berekend bij een aantal in de omgeving van de inrichting gelegen beoordelingspunten, welke op basis van het blootstellingscriterium en toepasbaarheidsbeginsel zijn aangewezen. Deze beoordelingspunten komen overeen met een aantal in de omgeving gelegen geurgevoelige objecten. Uit de resultaten van de berekening blijkt dat op alle gevoelige objecten ruimschoots aan de normen voor fijnstof (PM10) kan worden voldaan. Op de getoetste objecten varieert de jaargemiddelde concentratie van 18,45 tot 18,70 Įjg/m3. Dit is ruim onder de wettelijke norm van 40 pg/m3.

Het aantal overschrijdingsdagen varieert van 6,5 tot 6,7 dagen. Ook hiermee wordt de wettelijke norm van 35 overschrijdingsdagen niet overschreden. Daarnaast wordt de grenswaarde van 25 pg/m3 voor PM2.5 niet overschreden.

Zaaknummer: 2019-202725

10

3.1.5.2

Geurhinder

De geuremissie neemt in de beoogde situatie toe met 15.244 OUe/s naar 34.334 OUe/s. De planlocatie is gelegen op circa 500 meter afstand van de bebouwde kom van Guttecoven. Daarnaast liggen er in de directe nabijheid van het bedrijf enkele woningen. De gemeente Sittard-Geleen heeft geen geurverordening vastgesteld. Voor de geurbelasting op gevoelige objecten binnen de bebouwde kom geldt derhalve een norm van maximaal 2 OUe/m3, buiten de bebouwde kom geldt een norm van maximaal 8 OUe/m3. Ondanks dat de geuremissie in de nieuwe situatie toeneemt, is geen sprake van een overbelaste situatie op gevoelige objecten. De geurtoetsing heeft plaatsgevonden met het programma V-stacks op 25 geurgevoelige objecten in de directe nabijheid van het bedrijf, alsook op ruimere afstand en in de bebouwde kom van Guttecoven. Uit de berekeningen met dit programma blijkt dat de geurbelasting op alle toetspunten onder de wettelijke geurnorm blijft. Tevens wordt voldaan aan de wettelijke afstandsnormen als opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. 3.1.5.3 Luchtemissies verkeer Het aantal verkeersbewegingen neemt in de beoogde situatie toe. Uit toetsing van het minst milieuvriendelijke scenario met de NIBM-tool blijkt dat de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van het plan niet in betekenende mate is.

3.1.5.4 Geluid Geluid wordt binnen de inrichting hoofdzakelijk geproduceerd door verkeersbewegingen van en naar de inrichting, het laden en lossen van dieren, het vullen van de voedersilo’s en geluid afkomstig van ventilatoren. Gezien het feit dat wordt voldaan aan de richtafstand van 50 meter tot geluidgevoelige objecten wordt geen verslechtering van het geluidniveau op deze objecten ten opzichte van de vigerende situatie verwacht. 3.1.5.5 Bodem Binnen de inrichting is sprake van de volgende bodembedreigende activiteiten: de opslag van vaste en dunne mest; de opslag van reinigingswater; de opslag van kadavers; de opslag van milieugevaarlijke stoffen; de opslag van brandstof in een noodstroomaggregaat. De inrichting is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied, een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied. Overeenkomstig het gestelde in het Activiteitenbesluit milieubeheer worden binnen de inrichting alle benodigde (combinaties van) voorzieningen en maatregelen getroffen om te komen tot een verwaarloosbaar bodemrisico. 3.1.5.6 Afvalwater Binnen de inrichting ontstaat afvalwater door het reinigen van de stallen, het reinigen van veewagens en de kadaverkar op een daartoe ingerichte reinigingsplaats, en spuiwater afkomstig van de te realiseren luchtwassers. Met het planvoornemen is tevens voorzien in de realisatie van een infiltratievoorziening voor hemelwater.

Overeenkomstig het gestelde in het Activiteitenbesluit milieubeheer worden alle benodigde maatregelen getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen en overlast als gevolg van het lozen van afvalwater tegen te gaan.

Zaaknummer: 2019-202725

11

3.1.5.7 (Brand)veiligheid en calamiteiten De stallen en de werkruimtes zijn zo ingericht dat de kans op ongevallen tot een minimum wordt beperkt. Daarnaast is het functioneren van de stalsystemen, evenals het functioneren van het ventilatiesysteem, gewaarborgd middels een noodstroomaggregaat. Dit aggregaat neemt bij stroomuitval de stroomvoorziening van het bedrijf over. Alle (nieuwe) bouwwerken behorend tot de inrichting dienen te voldoen aan de voorschriften die zijn gesteld in het Bouwbesluit 2012. Het Bouwbesluit kent onder meer eisen ten aanzien van het brandveilig gebruik van bouwwerken en het brandveilig opslaan van brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen. 3.1.5.8 Energie Door goed management, regelmatige controles en onderhoud van ventilatoren en apparatuur, alsook het regelmatig controleren van het energieverbruik, tracht het bedrijf onnodig energieverbruik te voorkomen. 3.1.5.9 Mobiliteit Gezien het kleine aantal vervoersbewegingen is de verkeersaantrekkende werking van de inrichting gering.

Zaaknummer: 2019-202725

12

3.2

De plaats van het project

3.2.1

Het bestaande grondgebruik

De inrichting is gelegen aan de Rijstraat 102, 6143 AR Guttecoven, met de kadastrale aanduiding gemeente Limbricht, sectie D, nummer 623 en 671. De locatie is weergegeven op onderstaande afbeelding.

ViuâwrQgAáįn!

1 '5ļCS

Ijįgįiļļļğ

De locatie is gelegen nabij de kern Guttecoven in het buitengebied van de gemeente Sittard-Geleen. De gronden waarop de inrichting zich bevindt hebben de enkelbestemming 'Agrarisch - intensieve veehouderij’ en de dubbelbestemming ‘waarde-archeologie 4’ en de gebiedsaanduidingen ‘geluidzoneindustrie’ en ‘geluidzone-weg’. Cultuurhistorie Op de betreffende locatie is geen sprake van cultuurhistorisch erfgoed. Er is met de voorgenomen activiteiten dan ook geen sprake van aantasting van cultuurhistorisch erfgoed. Archeologische waarden De gronden waarop de inrichting zich bevindt hebben de dubbelbestemming 'waarde-archeologie 4'. In het bestemmingsplan zijn beperkingen opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden. Aardkundige waarden/geomorfologie De planlocatie is niet gelegen in of aangrenzend aan een aardkundig waardevol gebied. Milieubeschermingsgebieden De planlocatie is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied, een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied.

Zaaknummer: 2019-202725

13

Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang De planlocatie is niet gelegen ín een landschap van internationaal, nationaal, provinciaal of regionaal belang. 3.2.2

Natuur

De inrichting beschikt over een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Voor de beoogde situatie wordt een wijziging van deze vergunning aangevraagd. In de beoogde situatie is sprake van een afname in ammoniakemissie en -depositie. Daarnaast blijkt uit berekeningen met het programma AERIUS-calculator dat invloed van stikstofoxide- en ammoniakemissie op Natura 2000gebieden als gevolg van de toename in het aantal verkeersbewegingen niet is te verwachten. Verder blijkt de invloed van overige effecten, zoals licht, geluid, trillingen en dergelijke gering. 3.2.3

Flora en Fauna

Gezien de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten lijkt het niet waarschijnlijk dat een verbodsbepaling uit hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming wordt overtreden. Echter, de initiatiefnemer is en blijft altijd zelf verantwoordelijk voor het naleven van de in hoofdstuk 3 van deze wet opgenomen bepalingen.

Zaaknummer: 2019-202725

14

3.3

De kenmerken van het potentiële effect

3.3.1

Het bereik van het effect

Uit de met rekenprogramma AERIUS uitgevoerde berekening blijkt dat het initiatief een effect heeft op meerdere Natura 2000-gebieden. De hoogste depositie heeft plaats op Natura 2000-gebied ‘Geleenbeekdaľ, gelegen op circa 5 kilometer van de inrichtingsgrens. Voor wat betreft het bereik van de maatgevende milieueffecten geur en luchtemissies zie Ş3.1.5 van onderhavig besluit. 3.3.2

Het grensoverschrijdende karakter van het effect

De effecten zullen, behoudens de stikstofdepositie, vooral in de directe omgeving van het project merkbaar zijn. 3.3.3

De waarschijnlijkheid van het effect

Na vergunningverlening en daadwerkelijke realisatie van de voorgenomen activiteiten binnen de inrichting zullen de geprognosticeerde effecten optreden. 3.3.4

De duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect

Voor de voorgenomen activiteiten zal een wijziging van de omgevingsvergunning (o.a. onderdelen milieu en bouwen) ingevolge de Wabo worden aangevraagd. Deze vergunning zal voor onbepaalde tijd worden aangevraagd. Omdat de activiteiten moeten voldoen aan de daarvoor in aanmerking komende (rechtstreeks werkende) wettelijke kaders en de Beste Beschikbare Technieken (BBT) zullen de effecten met uitzondering van de stikstofdepositie in de directe omgeving van het project merkbaar zijn.

Zaaknummer: 2019-202725

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=031d72ea-4f5a-4e43-886e-397e7e3ef169