Bijlage 6.5 - PPP Rapport Grasbroek extra 13-9-2021.pdf
Tekst van het document
Quick scan naar perforatierisico bij kabelaanleg van de Feldbissbreuk bij Limbricht In opdracht van Tennet, i.s.m. Natuurmonumenten
1
Onderzoek naar de ondergrond en grondwatersituatie in en rond het natuurgebied Grashoek (Natuurmonumenten)
Kasteel Grasbroek
2
Uitvoerders
(water, camera) (bodem en geologie) projectleiding)
(grondwater,
(geofysica)
3
Doel van deze studie •
Op verzoek van Tennet en Natuurmonumenten voeren wij een onderzoek uit naar de mogelijke beïnvloeding van kwetsbare bronnen in het natuurgebied Grasbroek door aanleg van een ondergrondse elektriciteitskabel. De geohydrologie is complex door aanwezigheid van een breuk.
•
Doel van het onderzoek: Uitsluitsel geven over de mogelijke hydrologische beïnvloeding van het bronnengebied door aanleg van de kabel. − −
•
Deze aanleg bestaat in principe uit het graven van een geul van ca. 2 m diep en 2 meter breed , Indien een geul aanleg een risico vormt kan ook gebruik gemaakt worden van de zgn. rits methode. Hierbij kan de kabel zonder graven de bodem in worden getrokken (zoals bij aanleg drainagebuizen).
Wij richten ons vooral op de zuidoostelijk gelegen bronzone die daar wordt omgeven door graanakkers. Hier is de nieuwe kabel gepland.
4
Onderzoeksactiviteiten 1. Bestudering aangeleerde en aanvullende kaarten,data, teksten en rapporten; 2. Deskstudie TNO Geologische Dienst Nederland naar informatie over de breuken (breuken) op deze locatie (Armin Mencovic). 3. Een velddag (woensdag 18 augustus, en voorbereidend veldbezoek met Natuurmonumenten op 3 augustus)
van
a) Veld en sloot inventarisatie (roest, stroming), b) Uitvoering van een aantal Electrisch-Magnetisch onderzoek raaien (levert EC, Elektrische Geleidbaarheid, beeld tot ca. 7m -mv, welke weer bepaald wordt door lithologie). c) Uitvoering van een aantal ondiepe geologische boringen en, d) Uitvoering van ERT (geofysische onderzoek) om ligging breuk in meer detail te bepalen.
4. Uitwerking resultaten velddag 5.
Uitvoering van een quick scan modelberekening om het (eventuele) grondwater drainerend effect van een leidingnet ontgraving (ritssluiting methode), of een sleuf loze ploegtechniek, door de breuk op de bovenstroomse omgeving te schatten. Hoe ver kan een eventueel drainerend effect van deze ca. 2x2 meter breukdoorsnijding invloed op de grondwatersituatie hebben? Zie o.a.: https://www.baminfra.nl/nieuws/bam-infra-ritst-voor-tennet-kabels-de-grond-in.
5
Ligging beken en bronzones Onze studie richtte zich vooral op de bronzone binnen het omcirkelde gebied.
6
Ligging studie locatie en geplande leiding met locaties ondiepe Sweco boringen
7
Kabel trace tekening (gasleiding????)
Ligging aan te leggen kabel tracé, en andere al bestaande leidingen 8
Ligging bestaande gasleiding (brede oranje balk)
Natuurmonumenten ziet een ligging van het nieuwe kabeltracé langs de gasleiding als een goed alternatief. 9
1. Resultaten bureau studie bestaande informatie Gebruikte rapporten 1. E. Raaijmakers, H2Opinion R. Pahlplatz, Bureau Meervel (2020): Analyse werking systeem natte natuurparel Grasbroek en Limbrichterbos. 2. Waterkwaliteitsmonitoring. 3. Natuurmonumenten “Zienswijze 150 KV Born-Greatheide. 4. Beschrijving Grasbroek 25. 5. Sweco, 2021: Notitie, Aanleg kabelverbinding nabij natuurgebied Grasbroek. 6. Sewco, 2021: bijlagen aanleg grondwatermeetpunten. 7. R.F. Houtgast, R.T. Van Balen, C. Kasse (2004): Late Quaternary evolution of the Feldbiss Fault (Roer Valley Rift System, the Netherlands) based on trenching, and its potential relation to glacial unloading. Gebruikte informatie: 1. Topotijdreis 2. Bodemkaart (Dinoloket) 3. Bodemdalingskaart 2.0 4. Grondboringen (Dinoloket) 5. Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN) 10
Rond 1900 werd de bronzone omgeven door heide. De ZW-NO waterloop (Kattenbroekerbeekje) in Grasbroek lijkt te zijn verplaatst in ZO richting. De bronzone ontspringt aan de voet van een hoger gelegen zone (terras?), aan de oostrand van een lokale vallei.
AHN3 Hillshade
Grasbroek wordt gekenmerkt door een aantal opvallende morfologische structuren. Een natuurlijke hogere rug en aan de ZO zijde en rond het kasteel vergravingen. Duidelijk zichtbaar is de gracht rond de motte.
Opmerking: • Is “onze” bronzone natuurlijk ontstaan en houdt deze verband met de Feldbiss breuk? • Of, is deze gegraven en eerder een “spreng”. Bij aanleg sprengen inde Veluwe, Montferland etc. werd wel in de richting van een natte zone gegraven, die dan mogelijk weer een relatie heeft met de Feldbiss. • Opvallend is dat er in dit deel van Limburg bijna nergens anders water, bronnen of moerassen langs de Feldbiss voorkomen. 12
AHN3 DSM (dynamische opmaak) Het AHN3 toont rond Grasbroek 2 ZO-NW lineamenten. De noordelijke komt overeen met de info van de Geologische Dienst. De zuidelijke loopt door onze bronzone en onder het kasteel. Blauw laag, Groen hoger, Geel hoogst 13
Sweco (2021) Ondergrond onderzoek (boringen uitgevoerd op 5-1-2021)
De rood omcirkelde boringen hebben een grind karakter en verschillen van de andere boringen. Mogelijk komt dit omdat ze ten zuiden van de breuk liggen.
14
•
•
•
•
•
Er is een 2-deling zichtbaar van boringen met of zonder grind. De boringen met grind liggen langs en te zuiden van de bronzone (HB-212, 213, 214, 215). Er is in de Sweco rapportage niet aangegeven of de grondwaterstand is aangeboord. Lag deze in januari 2021 misschien dieper dan 4 meter? In de rapportage wordt over een watervoerende zandlaag naar de bronbeken gesproken (zie profiel in vorige slide). Deze ligt echter boven de grondwaterstand. Er wordt gewaarschuwd voor perforatiestroming maar dit geldt niet als de grondwaterstand dieper ligt dan deze zandlaag. De boringen langs het kabel tracé net ten noorden van de bronzone HB-211 en HB 212 kennen een maaiveldhoogte van resp. 40,57 en 41,56 m NAP (AHN3).
Sweco diepe grondwater putten In opdracht van Sweco zijn in het voorjaar 2020 ook een aantal grondwatermeetpunten (machinaal) geïnstalleerd. Filterdiepte (m-mv) diep HB 73a
Filterdiepte (m –mv) ondiep
MB-10
3-4 (gwb 1,8 –mv)
MB-10
14-15 (gwb 8,5 m –mv)
MB-11
19-20 (gws 6 m-mv) (gwb 2 m –mv, schijnspiegel?)
MB-12
8-9 (gws 3,73 –mv) (gwb 3,5 m –mv)
MB-13
14-15
MB-11
3-4 (gws 3,75 –mv) (gwb 3,5 m-mv)
MB-12 MB-13
Gws=grondwaterstand op 18-8-2021, Gwb= grondwaterstand tijdens boring Ter plaatse van MB-11 ligt de freatische grondwaterstand ca. 2,5 m hoger dan de stijghoogte op 20 m diepte. Daartussen bevindt zich een dikke kleilaag) 16
Grondwatermeetreeks in/benedenstrooms bronzone (?)
De freatische grondwaterstand schommelt hier sinds 2010 tussen 37,8 m en 36,3 m –NAP. Het maaiveld aan de noordrand van de bronzone ligt hoger dan 40 m +NAP. De freatische grondwaterstand ligt ter plaatse van het kabeltracé dieper dan 200 cm –mv. Wat is er gebeurd voor 2010? Grondwaterregiem oogt duidelijk anders. 17
Grondwaterstand in het bos ten zuiden van kasteel Grashoek
Grondwaterstand in het westelijk deel van het bos in het dal van de de ZWNO waterloop. In de natte periode bevindt de grondwaterstand zich net onder maaiveld. In de droge Jaren 20182020 daalt deze in de zomer tot ca, 70 cm –mv. Deze dalingen worden waarschijnlijk verklaard door (bos-)verdamping. 18
Er staan (officieel) geen beregeningsputten rond Grasbroek
19
Bodemdalingskaart 2.0
3 1
2
De kaart toont rond Grashoek (zie symbool) 3 tektonische zones: (1) De zuidelijke mijngebied schol waar het maaiveld sinds het vollopen van de mijnschachten met grondwater stijgt (blauw, plaatselijk al meer dan 25 cm), (2) een “tussenschol” waar Grasbroek zich op bevindt (nauwelijks verticale beweging, groen) en direct ten noorden van Grasbroek (3 ) de dalende Roerdalslenk (geel). 20
Grasbroek
De snelweg (A2) toont hier de waarschijnlijke ligging van de Feldbiss breuk (overgang van geel (dalend) naar groen (neutraal). Ulicoten ligt op de neutrale “tussen” schol (groen). Het noordoosten van Limbricht in de Roerdalslenk. Ook de weg naar kasteel Grasbroek daalt en ligt in de Roerdalslenk. Het lijkt erop dat de breuk zich bij het kasteel bevindt. Indicatief is de breukligging op basis van deze satelliet informatie geschetst
Bodemkaart
De bodemkaart karteert Grasbroek als een dalopvulling (hellingafspoeling/colluvium). “Onze” bronzone ligt aan de zuidzijde van deze dalvormige aagte. Het is onbekend wat de diepteligging van de onderkant dalopvulling is.
23
Waterkwaliteit •
Er zijn waterkwaliteitsgegevens beschikbaar tussen 2004-2018 voor de locaties GBR01, GBR02, GBR03 en GBR04.
•
De chemische samenstelling toont aan dat er bij de bronnen lokaal, sterk door landbouwactiviteit beïnvloed grondwater uittreedt. Dit is o.a. zichtbaar aan de hoge nitraat- en sulfaatgehaltes. Het water bezit van nature heel hoge calcium- en bicarbonaatgehalten (löss invloed).
•
Wij hebben aan de bron een EC gehalte gemeten van 960 µS/cm.
•
In het projectvoorstel werd ook beschreven dat het lokale oppervlaktewater systeem zou worden afgelopen om breuk gerelateerde kwelverschijnselen (“wijst”) te karteren. Dit heeft niets opgeleverd omdat er heel weinig waterlopen aanwezig zijn. De aanwezige waterlopen zijn ijzerloos (ijzer is een belangrijke wijst indicator). Opmerkelijk is dat de ondergrond wel heel veel roest bezit. Mogelijk heeft het ontbreken van ijzer in het bronwater te maken met de hoge nitraatgehalten. Bij hoge nitraatgehalten oxideert ijzer al in de ondergrond.
24
2. Resultaten bureau studie Geologische Dienst Uitgevoerd door
.
Zie ook studie: R.F. Houtgast, R.T. Van Balen, C. Kasse (2004): Late Quaternary evolution of the Feldbiss Fault (Roer Valley Rift System, the Netherlands) based on trenching, and its potential relation to glacial unloading. • Tijdens deze studie werd vlakbij Grasbroek een geul gegraven loodrecht door de Feldbissbreuk • De breukzone bleek ca. 4 m breed. Hier is de ondergrond gedeformeerd, en bevinden zich ook kleine zijbreukjes. De terrassen aan beide zijden zijn ca. 10 m ten opzichte van elkaar verzakt. • Aan maaiveld bevond aan beide kanten een laag lössafzettingen • Aan de Roerdalvallei zijde bevonden zich hieronder zanden en leem lagen • Aan de zuidzijde grof zand en grindafzettingen. De ondiepe ondergrond bevat aan deze zijde opvallend veel grind. • Helaas bevat het artikel niet een goede locatie beschrijving (coordinaten?) om de exacte ligging van de breuk in kaart te brengen.
25
Resultaten Houtgast e.a., 2004 studie
26
Roerdal Slenk
27
Feldbiss breuk vlakbij Grashoek Aan de zuidkant komen ondiep geen grindlagen voor. Onze boringen moest aan zuidkant van de breuk worden gestopt bij het bereiken van deze grindlaag
Detail tekening rond feldbiss breuk in omgeving Grasbroek (zie legenda vorige slide).
Ligging breuk (ongeveer) in “Houtgast” tracé (nr.1), en (nr.2) nauwkeurig zoals ontsloten tijdens de aanleg van de nieuwe Nafta pijpleiding in 2020. Deze informatie is aangeleverd door prof. Ronald van Balen (Vrije Universiteit, Amsterdam). 28
Feldbissbreuk KAART AHN
Ligging Feldbiss op basis regionale kartering GDN.
Ligging door GDN geconstrueerde profielen. Deze worden getoond in de volgende slides.
Feldbissbreuk volgens Geologische Dienst Nederland KAART TOPOGRAFIE
Deze regionale GDN kartering toont de breuk in het graanperceel ten noorden van de bronzone, langs de bosrand van het reservaat. De bodemdalingskaart 2.0 en AHN analyse suggereren dan deze zich meer zuidoostelijk bevindt. Ongeveer door de bronzone.
Feldbissbreuk PROFIEL1
Feldbissbreuk PROFIEL2
Boring B60C0043 (zuiden breuk profiel) Deze boorbeschrijving is in overeenstemming met de breukligging die m.b.v. de Bodemdalingskaart2.0 in slide 22 is getekend.
33
Geotechnische sonderingen langs A2 Sonderingen langs A2 op ca. 50 m afstand van elkaar. Boven de zuidelijke, onder de noordelijke. De zuidelijke toont de ondiepe grindlaag, de onderste niet. Deze metingen corresponderen met de analyse op basis Bodemdalingskaart2.0
34
3. Resultaten velddag (woensdag 18 augustus 2021) Op basis van het vooronderzoek en veldbezoek op 3 augustus is een meetplan opgesteld. Dit plan vormde de aanzet voor de velddag op 18 augustus. Dit plan is in de volgende slide schematisch aangegeven. Hierbij is vooral rekening gehouden met de 2 veronderstelde breuk locaties.
35
bronzone
TNO AHN3
Hier zou kabel breuk doorsnijden
Fault zone (TNO) (breukligging) EM raai
EM zig-zag using nature roads
? Hier komt kabel heel dicht bij bronzone
ERT raai (to be determined) Geplande ligging kabel Aanvullende ondiepe boringen
3a Resultaten 8 boringen 1. Zie boorbeschrijvingen in bijlage. 2. Deze boringen gaven ook inzicht over de grondwaterstand op 18 augustus. 3. 2 hadden een duidelijk “horst” profiel (boringen moesten snel door ondoordringbaar grind worden afgebroken , 6 met een “slenk” profiel (eenvoudig tot 6-7 meter boorbaar).
37
Ligging boringen: Rood Horst profiel. Geel Slenk profiel
G
F
C E
D
A B
De boringen E en F worden hier als “Slenk” profiel gekarteerd door afwezigheid grind. Dit kan echter ook zo zijn omdat hier een dalopvulling (zie bodemkaart) is aangeboord.
38
EM metingen. Rond de bronzones zijn zig-zag EM metingen (voorzien van GPS) uitgevoerd,
39
3b: EM Theory: Elk primair magnetisch veld (dipool) wordt opgewekt door een sinusvormige stroom door een zenderspoel met een discrete frequentie. Het wervelstroomsysteem dat door het primaire magnetische veld in de ondergrond wordt geïnduceerd, wekt een secundair magnetisch veld op dat afhankelijk is van de geleidbaarheidsverdeling in de ondergrond. Het secundaire magnetische veld wordt opgevangen door een ontvangerspoel en gerelateerd aan het primaire magnetische veld dat verwacht wordt bij de ontvangerspoel.
40
3b Resultaten EM metingen De EM metingen tonen bovenin en in het bos een duidelijk verschil in EC. Vooral het Noordzuid “bosprofiel” toont een duidelijk contrast bij boring G.
X
Het profiel bij X is waarschijnlijk verstoord door de hoogspanningsmast aldaar. G
De breukligging op basis van deze metingen is met rode lijn geschetst 41
3b ERT
Een typisch acquisitiesysteem voor DC (gelijkstroom) weerstandsmetingen bestaat uit een weerstandsmeter, een elektrische bron (batterij), kabels met elektroden, een schakelkast en een besturings- en opslageenheid (computer). Voor elke meting worden twee stroomelektroden gebruikt: de ene om de stroom in de ondergrond te injecteren en de andere om er dezelfde hoeveelheid stroom uit te halen. Volgens afspraak worden deze elektroden respectievelijk A en B genoemd. Het elektrische veld wordt (tenminste) gemeten met twee andere elektroden (M en N), de potentiële elektroden.
3c Resultaten ERT Wij hebben 1 gedetailleerd noordzuid traject, ongeveer langs onze boringen uitgevoerd. Deze metingen lijken duidelijk de breukligging te tonen (zie gearceerde rode lijn). Enkele meters ten Noord van de bronzone vallei.
43
Enkele opmerkingen van onze geofysicus 1) Below the road, there is something buried (metal pipe, cable…?). I cannot use that data, thus there is a gap there. 2) Also, the data from the EM below the powerline are not good. The ERT is (this is the cross section that goes deeper). It shows the fault quite nicely. 3) There are few other locations that we detect something buried. 4) Overall, I think Roelof is right. The fault seems to be north of the road. I see there much higher resistivity, possibly the gravel. You can see this in various slides as the orange-brownish colors.
5) I added the boreholes also in the plot. 6) In slide 7, I can see the change in resistivity on the East side, that flows also the topography. 7) Unfortunately, the data on the road to the caste are pretty bad. I am leaving them there as an indication of what is happeing, but we have to b e cautious how to use them.
44
Synthese •
De situatie rond de bronzone is geomorfologisch complex. Deze wordt bepaald door een combinatie van: 1. 2. 3. 4.
Verschuiving van het landoppervlak langs de lokaal aanwezige Feldbiss breukzone door tektonische activiteit. De aanwezigheid van rivierafzettingen in Maasterrassen. De aanwezigheid van beekdal met dal opvulling ten noorden van de bronzone. Vergravingen in Grasbroek rond kasteel Grasbroek en rond de aan de oostzijde gelegen Motte ruïne. Enkele bronnen liggen in de gracht rondom deze motte.
•
“Onze” bronzone ligt in een smal dal. Dit dal kan van natuurlijk oorsprong zijn of ook deels zijn gegraven.
•
Op basis van (1) de Bodemdalingskaart2.0, (2) AHN3, (3) EM en ERT metingen, (4) onze boringen en de Sweco boringen kan worden onderbouwd dat de breuk langs het dal met de bronzone ligt, in de richting van het kasteel. In grasbroek ligt deze deels begraven onder dalopvullingen.
•
Met behulp van 4 maaiveldhoogteprofielen loodrecht op de bronzone wordt de verzamelde informatie bij elkaar gebracht. Deze profielen worden in de volgende slides beschreven.
45
boring
HB-205 HB-206 HB-207 HB-208 HB-209 HB-210 HB-211 HB_212 HB-213 HB-214 HB-215
MB-12
Mv:NAP
Gst:mv
Gst:NAP
A
41,48
>2
> 39,48
B
41,27
>2,4
> 38,9
C
38,48
3,28
35,2
D
39,31
3,75
35,56
E
39,10
3,4
35,7
F
37,42
2,95
34,47
G
38,49
2,7
35,79
B60C2298
37,9
MB-12
42,23
37-37,8 3,75
38,48
Z (m NAP) Hoogte maaiveld 37,18 37,28 37,76 38,11 38,71 39,52 40,53 41,57 42,13 42,44 41,31
Grondwaterstand 18-82021. B60C2298 is langere DINO tijdreeks.
Profiel 1 Grondwaterstand fluctueert tussen 37,8 en 37 m NAP)
E: Grondwaterstand op 18 augustus 35,7 m NAP (3,4 m –mv) C: Grondwaterstand op 18 augustus 35,2 m NAP (3,3 m –mv)
cunet
De verhogingen aan beide zijden van de bronzone lijken op mogelijke vergraving te wijzen (spreng idee). De breuk (rode gearceerde lijn) ligt aan noordzijde. De informatie over de grondwaterstanden suggereert een grondwaterstandssprong bij de breuk. Dit kan worden veroorzaakt doordat aan de zuidzijde van de breuk de ondergrond grindrijk is en de noordzijde leem-kleirijk. Een laterale sprong in doorlatendheid. Een verticale breukweerstand door “versmering” is niet uit te sluiten. De geplande kabel ligt hier op grote afstand van de breuk. Vergraving (2m) vormt hier geen risico. 47
Profiel 2 Boring A; Grondwaterstand > 2 m -mv
Droog
Hier grondwaterstand dieper dan 3 m -mv
Bij boring A ligt de grondwaterstand dieper dan 2 m onder maaiveld. Op 18 augustus trad hier geen bronwater in de bronvallei uit. Het kabeltracé ligt hier (nog) in de Roerdal slenk en de vergraving van 2 m diep vormt hier geen risico.
48
Profiel 3 Hoogte
Boring D; Grondwaterstand 35,6 m NAP (3,75 m –mv)
Boring A; Grondwaterstand > 2 m -mv Droog
55,00 53,00 51,00
Boring C; Grondwaterstand 35,2 m NAP (3,3 m –mv)
49,00 47,00 45,00 43,00 41,00 39,00 37,00 35,00 0
20
40
60
80
100
120
140
160
Bij boring A ligt de grondwaterstand dieper dan 2 m onder maaiveld. Op 18 augustus trad hier geen bronwater in de bronvallei uit. Het kabeltracé ligt in dit profiel (relatief ver) in de Roerdal slenk en de vergraving van 2 m diep vormt hier geen risico. De grondwaterstand ligt hier meer dan 3 m onder maaiveld. 49
Profiel 4 Boring B; Grondwaterstand Geen water > 2,4 m -mv op 18-82021
Hier “schampt” het kabeltracé de breukzone (zie boring HB-212)
Bij boring B ligt de grondwaterstand dieper dan 2 m onder maaiveld. Op 18 augustus trad hier geen bronwater in de bronvallei uit. Het kabeltracé ligt in dit profiel in de breuk, of net ten zuiden van de breuk. Vergraving van 2 m diep zou in principe dus geen risico vormen omdat de grondwaterstand dieper ligt.
50
Conclusies 1. Uit de analyse van verschillende databronnen en boringen blijkt dat de Feldbiss breuk zich ongeveer tussen kasteel Grashoek en door, en net ten noorden, van de hoofdbronzone bevindt. Dit is ca. 100 meter zuidelijker dan bekend is op basis van een regionale kartering van TNO GDN. De bronzone ligt ongeveer op de breuk (deels net ten zuiden) en ligt in een vallei die ca. 3,5 m dieper ligt dan de omgeving. Het bronwater borrelt zichtbaar omhoog. 1. De breukzone is ca. 4 m breed. 2. Aan de zuidzijde van de breuk komt ondiep veel grind voor. Aan de noordzijde veel klei en leem.
2. De grondwaterstand bevond zich, ter plaatse van het leidingtracé ten noorden van de breuk, in augustus 2021 op de meeste plaatsen dieper dan 3,5 m –mv. Het lijkt onaannemelijk dat de grondwaterstand in natte perioden stijgt tot boven 2 m –mv. 3. Een vergraving voor de aanleg van de kabel tot max. 2 m –mv kan ten noorden van de breuk derhalve geen negatieve invloed op de bronzone hebben. Echter, tussen HB-210 en HB-213 schampt of passeert het tracé de breuk. Hier weten we dat de grondwaterstand in augustus ook dieper lag dan 240 cm (boring B). Om eventuele perforatierisico’s te voorkomen bevelen wij aan om het tracé tussen HB-210 en HB-213 enkele tientallen meters naar het noorden te verplaatsen. 4. Het vervuilde (nitraat, sulfaat) bronwater is (hoofdzakelijk) uit de lokale omgeving afkomstig. Dit water wordt door de grondrijke afzettingen ten zuiden van de breuk getransporteerd. 51
Aanvullende aanvelingen voor Natuurmonumenten 1. Worden de bronnen beïnvloed door grondwateronttrekking voor beregening? 2. Worden de bronnen beïnvloed door grondwateronttrekking voor drinkwatervoorziening? 3. Wat is de herkomst van het water i.v.m. mogelijke vervuiling? Kunnen bufferzones er voor zorgen dat deze kwaliteit wordt verbeterd. 4. Heeft de huidige kwaliteit van het lokale oppervlaktewater een negatieve invloed op de lokale ecologie. Kan dit met lokale ingrepen worden verbeterd? Zoals zuiveringsmoerassen? 5. Hoe kwetsbaar zijn deze bronnen voor klimaatverandering? 6. Hoe ziet de ondiepe geologie in Grasbroek eruit? Dit inzicht kan worden verkregen m.b.v. enkele oost-west boorraaien door het Grasbroekdal.
52
VERVOLG NA VERGADERING 6 SEPTEMBER 2021 1. Een theoretisch eenvoudige oplossing om het risico voor de bronzone te minimaliseren zou een verplaatsing van het kabeltracé zijn. Uit de discussies bleek dat dit vanuit procedure oogpunt lastig, 2. Daarom wordt voorgesteld om bij vasthouden aan het huidige kabeltracé een kwelscherm te plaatsen op de plaats waar de breuk wordt gepasseerd. ❑ Hiervoor breukligging nader detailleren, ❑ Grondwaterstanden aan beide kanten meten en daarna Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) schatten, ❑ Kwelscherm ontwerpen en installeren, ❑ Organiseren dat Deltares tijdens de graafwerkzaamheden (bij de breuk) aanwezig kan zijn en kan adviseren bij de concrete plaatsing van het kwalscherm. Uit het eerdere onderzoek van Houtgast (2004) lijkt het erop dat de breuk moeilijk zichtbaar wordt in de gegraven tracégeul. Waarschijnlijk wordt deze zichtbaar in de onderste decimeters of bodem. Daarom zijn om de breukligging vooraf te bepalen de aanvullende boringen echt nodig. ❑ 3 (natuur) grondwatermeetpunten installeren tussen de breukpassage en het brongebied. Deze punten voor een langere periode monitoren (hoogfrequent). Hiermee monitoren dat er (zoals verwacht) geen effecten optreden. ❑ Quick scan naar risico opwarmen bronwater t.g.v. kabelwarmte. Hier heeft o.a. Deltares ervaring mee. 53
Hierbij: 1. Verdere onderbouwing ligging breuk en grondwaterstanden aan beide kanten van de breuk. 2. Hiervoor in het traject dat start net voor HB-211 tot HB-214, 5 ca. 4 m diepe boringen uitvoeren en tijdelijk te voorzien van een grondwater meetpunt. ❑ Kan de grondwaterstand in natte periode stijgen tot boven 2 m – mv? Hierbij gaan we vanuit een worst-case benadering uit. ❑ Zo ja, dan willen we een kwelscherm plaatsen op de plaats waar kabel de breuk passeert. 3. Wij gaan ervan uit dat het kabeltracé niet dieper reikt dan 2 m –mv.
Aanleg kwelscherm
Direct ten zuiden van de breuk bevindt zich vanaf maaiveld eerst een pakket met zand- en leemlagen (en grindjes). Tussen 1,5 en 2 meter neemt grind sterk toe (handboringen moeten stoppen). • Deltares boringen troffen ten zuiden van de breuk tot 2, 4 m –mv geen grondwater aan. • Het is dus onbekend hoe het grondwater ter plaatse fluctueert. • Aan noordzijde van de breuk troffen we tijdens de boringen grondwater tussen 3,3 en 3,8 m onder maaiveld aan. • Belangrijk: we weten dus niet wat de gemiddeld Hoogste Grondwaterstand kan zijn. En, of deze dan boven 2 m –mv kan stijgen (diepte kabel tracé ) Daarom adviseren we om een kwelscherm te plaatsen op de plaats waar het kabeltracé de breuk passeert. 55
noord
Kwelscherm (verticaal 1.5 m) 6 m breed, Onderkant 2,5 m –mv Bovenkant 1 m –mv Breed 50 cm (bentoniet)
Hier tracé dichten met vrijgekomen grond
5 meter Opvullen met leem dat in hele traject is vrijgekomen
Groen= trace. Rood =kwelscherm
Breukzone ca. 4 meter breed
Ontwerp kwelscherm
Hier tracé dichten met vrijgekomen grond
zuid Leiding traject: 2 meter breed, 2 meter diep
Het kwelscherm kan uit een bentoniet “matras” bestaan. Als dit bentoniet matras 1x nat is geweest behoudt het zijn klei afdichtende eigenschappen. Eventueel kan een ander type “damwand” worden gebruikt. Maar ook hierbij zal een kleiafdichting waarschijnlijk nodig zijn.
Kunnen er negatieve effecten bestaan voor pachthouder na installatie kwelscherm? De installatie van een kwelscherm heeft geen negatieve effect: 1. De bovenkant ligt op 100 cm onder maaiveld. Ik neem aan dat dit geen gebruiksbeperkingen oplevert voor de pachthouder oplevert.
2. Het scherm is slechts 6m lang. Er wordt niet verwacht dat door opstuwing van grondwater aan de zuidkant van het kwelscherm wateroverlast zal ontstaan. Ook omdat de grondwaterstand nu al diep ligt. Onze nieuwe grondwatermetingen kunnen dit inzicht onderbouwen (vinden we een grondwatersprong tussen noord en zuid van de breuk?).
57
Voorstel voor de locaties 6 boringen die ook gebruikt worden voor grondwatermeetpunten (zie volgende slide). Projectmeetnet. A t/m D hebben als doel de breukligging beter te identificeren, de grondwaterfluctuatie te bepalen, en te bepalen of er een sprong bestaat in grondwaterstanden aan beide zijden van de breuk. Natuurmeetnet E en F zijn 2 langjarig te gebruiken monitoringsputten Natuur. Deze kunnen later aangevuld worden met 1 put uit A t/m D. Doel van deze putten is om aan te tonen dat de graafactiviteiten geen nadelige invloed hebben opgeleverd.
E F
A B
C D
BRO
Wij bevel aan om de boorgegevens en grondwatermeetpunt informatie aan de BRO aan te leveren.
58
Grondwatermeetpunten maaiveld 50 cm
beschermkoker
Buiten het agrarisch perceel worden meetpunten voorzien van bovenstaande beschermkoker aan maaiveld. Binnen het agrarische perceel worden deze meetpunten ingegraven waarbij de bovenkant 50 cm onder maaiveld komt (voorzien van stalen deksel zodat deze m.b.v. een metaaldetector kan worden teruggevonden). De meetpunten worden voorzien van sensoren (divers) die de grondwaterstand met een frequentie van 1 meting per uur registreren. De projectmeetpunten bestaan ca. een jaar, de natuurmeetpunten langdurig. Deze sensoren kunnen meer dan 5 jaar registreren.
Metalen putdeksel
peilbuis
59
Temperatuur risico? •
Kabel temperatuur
• Rond de kabel kan de bodem en/of grondwatertemperatuur worden verhoogd,
• Hoe ver van de kabel kan bodem en grondwater eventueel worden beïnvloed? Dit i.v.m. ongewenste beïnvloeding bronwater temperatuur. • Wat is de actuele bronwatertemperatuur? De bronnen worden gevoed door ondiep (nitraatrijk) grondwater waarvan je mag aannemen dat deze (dit ondiepe grondwater) sterk wordt beïnvloed door seizoenale (en jaarlijkse) temperatuursinvloeden. • De kabel bevindt zich (plaatselijk) op ca. 15-25 meter van de oostzijde van de bronzone. • Wij verwachten geen of geringe invloed, maar adviseren een quickscan onderbouwing.
60
Ten slotte:
Op het laatste moment nog informatie ontvangen van prof. Van Balen, die uit eerdere profielkuilen (2004, 2020) de breuklocatie ten westen van Grasbroek kon vastleggen.
De locaties sluiten naadloos aan op onze bevindingen. Ook boring B60C0043 is in overeenstemming met onze analyse.
61