Bijlage 6.3 - Bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
Rapport Projectnummer: 369538 Referentienummer: SWNL0274738.docm Datum: 26-03-2021
Verkennend bodem- en waterbodemonderzoek 150 kV-tracé Born-Graetheide
Definitief 3
Opdrachtgever: TenneT TSO B.V.
Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt Nederland
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Karin Sant Environmental Consultancy, Bodem en Ondergrond M +31 6 53 31 30 51
Revisiebeheer Revisie Concept Definitief
Datum 13-7-2020 11-12-2020
Status C01 D01
Definitief
D02
Definitief
D03
Belangrijkste wijzigingen Onderzoeksresultaten toegevoegd van ontbrekende percelen (resultaten van veldwerk na 9 juli 2020) en de conclusie geüpdatet Nadere uitleg gegeven over betekenis NTU, gebruik oppervlaktes voor Nen-normen en begrenzing van ‘bermen grote wegen en spoorwegen’ op bodemkwaliteitskaart. Advies over vervolgonderzoek, verontreiniging bij fruitteeltgebieden en voorlopige CROW-toetsing geüpdatet. Resultaten en conclusies van aanvullend onderzoek ter plaatse van omgelegd tracé op parking VDL NedCar toegevoegd.
2 (23)
Verantwoording Titel
Verkennend bodem- en waterbodemonderzoek
Subtitel
150 kV-tracé Born-Graetheide
Projectnummer
369538
Referentienummer
SWNL0274738.docm
Revisie
D02
Datum
26-03-2021
Auteur
Karin Sant
E-mailadres
karin.sant@sweco.nl
Gecontroleerd door
Fred Neef
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Marc Laeven
Paraaf goedgekeurd
3 (23)
Inhoudsopgave 1
Inleiding .................................................................................................................. 5
1.1
Algemeen ................................................................................................................. 5
1.2
Scope en doelstelling .............................................................................................. 5
1.3
Opbouw van het rapport .......................................................................................... 6
2
Vooronderzoek....................................................................................................... 7
2.1
Algemene informatie plangebied ............................................................................. 7
2.2
Samenvatting resultaten vooronderzoek ................................................................. 7
2.3
Onderzoekshypothese en -strategie ..................................................................... 10
3
Veld- en laboratoriumwerkzaamheden .............................................................. 12
3.1
Veldonderzoek ....................................................................................................... 12
3.2
Laboratoriumonderzoek ......................................................................................... 13
3.3
Afwijkingen van de onderzoeksstrategie ............................................................... 14
4
Resultaten veldonderzoek .................................................................................. 15
4.1
Bodemopbouw en zintuiglijk waarnemingen ......................................................... 15
4.2
Grondwatergegevens ............................................................................................ 16
4.3
Monsterselectie grondmonsters ............................................................................ 16
5
Resultaten laboratoriumonderzoek ................................................................... 17
5.1
Toetsingskader ...................................................................................................... 17
5.2
Resultaten en toetsing milieuhygiënisch bodemonderzoek grond ........................ 18
5.3
Resultaten milieuhygiënisch bodemonderzoek grondwater .................................. 20
5.4
Resultaten bodem CROW ..................................................................................... 21
5.5
Beoordeling............................................................................................................ 21
6
Conclusie en advies ............................................................................................ 22
6.1
Conclusies ............................................................................................................. 22
6.2
Advies .................................................................................................................... 23
Bijlage 1
Resultaten vooronderzoek op kaart
Bijlage 2
Functie- en toepassingskaarten bodem
Bijlage 3
Situatie met boringen en peilbuizen
Bijlage 4
Boorprofielen
Bijlage 5
Tabel met veld- en onderzoeksresultaten
Bijlage 6
Analysecertificaten
Bijlage 7
Toetsingstabellen
Bijlage 8
Toetsingskader bodemkwaliteit
Bijlage 9
Kwaliteitsborging
4 (23)
1
Inleiding
1.1 Algemeen Als onderdeel van het project 'Versterken 150 kV-net Born-Graetheide' dient een nieuwe ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding gerealiseerd te worden tussen de 150 kVhoogspanningsstations Born en Graetheide in Zuid-Limburg. De versterking van het 150 kV-net tussen de stations Born en Graetheide maakt onderdeel uit van een grotere versterking van het hoogspanningsnet in de regio. Op basis van een tracéstudie is een voorkeursalternatief (VKA) tussen beide stations gekozen. Binnen het VKA is vervolgens een definitief tracé bepaald (hierna te noemen: plangebied). Het plangebied is weergegeven in figuur 1. Binnen het plangebied hebben diverse veldwerkzaamheden plaatsgevonden welke input hebben gevormd voor de conditionerende onderzoeken. 1.2 Scope en doelstelling Het tracé is weergegeven in figuur 1 en dient voor dit bodemonderzoek als het onderzoeksgebied. Tevens wordt het station van Graetheide in oostelijke richting uitgebreid en worden er aanpassingen aan het station van Born doorgevoerd. De invloed van deze uitbreiding is ook opgenomen in het onderzoek. Bij het tracé gelden voor het uitvoeren van het onderzoek de volgende uitgangspunten: · Op locaties van open ontgravingen zal een sleuf gegraven worden voor de aanleg van de kabel. · De maximale ontgravingsdiepte in agrarisch gebied betreft 2,0 meter.
· In niet agrarisch gebied wordt een ontgravingsdiepte van maximaal 1,4 meter gehanteerd. · Kruisingen van het tracé worden voornamelijk aangelegd middels persingen en één gestuurde boring. Deze rapportage beschrijft de resultaten van het milieuhygiënisch bodem-, waterbodem- en grondwateronderzoek dat conform het geldend onderzoeksprotocol van TenneT (versie 1.1, 1 oktober 2015) en de hierin vernoemde NEN- en/of andere normen uitgevoerd zijn. Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van het VKA en de eventueel daaruit vrijkomende grond in verband met mogelijke saneringen (BUS-TUP), grondverzet en arbo-veiligheid. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
5 (23)
Figuur 1
Ligging VKA en 150kV stations Born en Graetheide. Blauw: gestuurde boring/persing, geel: open ontgraving.
1.3 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: · de conclusies van het vooronderzoek en onderzoekshypothese (hoofdstuk 2); · de uitgevoerde veld-, en laboratoriumwerkzaamheden (hoofdstuk 3); · de resultaten van het veldonderzoek (hoofdstuk 4); · de resultaten van het laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 5); · conclusies en advies (hoofdstuk 6). De bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze rapportage.
6 (23)
2
Vooronderzoek
2.1 Algemene informatie plangebied De ligging van de onderzoekslocatie (het tracé van de voorziene kabel) is weergegeven in figuur 1. Het plangebied ligt in de nabijheid van Sittard en passeert de dorpen Buchten, Born, Guttecoven, Limbricht, Einighausen en Graetheide. Het plangebied is grotendeels agrarisch van aard en loopt voor een groot gedeelte parallel aan de Rijksweg A2. De totale lengte van het plangebied bedraagt circa 8 km. De ondiepe bodem is over het algemeen opgebouwd met een dunne deklaag van 0,5 à 1,0 m -mv, gevolgd door een laag zand tot een diepte van circa 2,5 m -mv (plaatselijk is op die diepte een klei- of leemlaag aanwezig). De einddiepte van de zandlaag is zeer variabel. Daaronder bevindt zich een laag met grind en/of stenen. De grondwaterstroming is grotendeels noordoostelijk, behalve op het noordoostelijke deel van het plangebied (nabij VDL Nedcar). Hier is de stroming noordwestelijk. De onderzoekslocatie is op basis van de hoogteverschillen onder te verdelen in twee deelgebieden. Het maaiveld varieert in het noordelijke deelgebied tussen circa NAP +32,0 m en NAP +43,5 m. Het maaiveld voor het zuidelijke gedeelte varieert tussen NAP +43,8 m en NAP +55,8 m. Als gevolg van seizoensfluctuaties verandert de freatische grondwaterstand gedurende het jaar. Dit kan tot grondwaterverschillen van meer dan 1 m leiden.
De gemiddelde grondwaterstand in het noordelijke deel ligt tussen de circa 40 en 200 cm beneden maaiveld. In het zuidelijke deel is de grondwaterstand dieper dan 500 cm beneden maaiveld. Voor een gedetailleerd beeld van de variabele grondwaterstand, hoogteligging, bodemopbouw en geohydrologie wordt verwezen naar het onderzoeksrapport ‘Bemalingsadvies versterken 150 kV-net Born-Graetheide, Sweco, december 2020, versie D1’. 2.2 Samenvatting resultaten vooronderzoek Het doel van het milieuhygiënisch vooronderzoek is om na te gaan in welke vorm er vervolg(veld)onderzoek noodzakelijk is met betrekking tot de toekomstige aanlegwerkzaamheden van de 150 kV-verbinding en de uitbreiding van het station Graetheide. Het vooronderzoek (conform de NEN 5725) is in een eerder stadium van het project uitgevoerd en staat beschreven in een afzonderlijke rapportage (Sweco, milieuhygiënisch bureauonderzoek, versterken 150 kV-net Born-Graetheide, 11 mei 2020, SWNL0245565 versie D1). De resultaten van het vooronderzoek zijn weergegeven in bijlage 1. Het daarin beschreven onderzoek bestaat uit twee stappen: een quickscan bodemkwaliteit voor drie mogelijke voorkeursalternatieven VKA’s (groter dan het huidige plangebied) en daaropvolgend een vooronderzoek met nadruk op de verdachte bodemlocaties in de regio van het plangebied.
De resultaten van het vooronderzoek zijn akkoord bevonden door de opdrachtgever en zullen als dusdanig worden meegenomen in dit onderzoek. Bij het opstellen van de concept-rapportage van het vooronderzoek (juli 2019, publicatie vond plaats in 2020) was het definitieve kabeltracé nog niet vastgesteld. Op basis van het concept-vooronderzoek is het definitieve traject van het kabeltracé en de bijbehorende bodemonderzoeksinspanning vastgesteld. Voor het overzicht zijn het definitieve kabeltracé (definitieve plangebied) en de locatie van de waterbodem ook ingetekend in bijlage 1.
7 (23)
De conclusies van het vooronderzoek zijn in het onderzoek van mei 2020 geüpdatet met de meest recente informatie over het plangebied, informatie over vooronderzoek waterbodem. Deze zijn samengevat in paragraaf 2.2 en 2.3 en in 2.4 wordt dit vertaald naar een strategie voor het definitieve plangebied. Conclusies op basis van historisch kaartmateriaal Op basis van historisch kaartmateriaal is het volgende geconcludeerd: · Het plangebied is grotendeels agrarisch van aard. Op de meeste locaties worden op basis van historisch gebruik geen bodemrisico’s verwacht. · In het noordelijke deel van het tracé wordt een industrieel complex van VDL Nedcar gekruist. In dit gebied worden bodemrisico’s als gevolg van diverse bedrijfsactiviteiten waarschijnlijk geacht. · Het plangebied doorkruist een aantal voormalige fruitteeltgebieden. Deze gebieden dienen als verdacht te worden beschouwd met betrekking tot het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB’s). · Het definitieve plangebied ligt nabij één voormalige en twee huidige boerenerven. Deze gebieden dienen als verdacht te worden beschouwd met betrekking tot het ongecontroleerd storten van mogelijke bodemvreemd materiaal, inclusief asbest en olietanks.
· Alhoewel er geen mogelijke PFAS-bronnen aanwezig zijn in de nabijheid van het kabeltracé, is een verontreiniging met PFAS (onder andere PFOS en PFOA) van de bovengrond niet uit te sluiten. In afstemming met de opdrachtgever wordt PFAS meegenomen in de onderzoeksinspanning. Op locaties waar het plangebied een voormalig boerenerf of fruitteeltgebied kruist, wordt geadviseerd bodemonderzoek uit te voeren. Op voormalige boerenerven moet een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd worden. Tijdens bodemonderzoek ter plaatse van de voormalige fruitteeltgebieden dient de bovengrond te worden onderzocht op de aanwezigheid van OCB’s (bestrijdingsmiddelen). Conclusies op basis van de bodemkwaliteitskaarten · Op basis van de bodemkwaliteitskaart van Sittard-Geleen (Bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassenkaart gemeente Sittard-Geleen 2021-2025, d.d. 23 oktober 2020, nr. 2019.006.R1) ligt het plangebied van het tracé voornamelijk binnen de zone ‘Overig (landbouw/natuur)’ (bijlage 2). Hier wordt verwacht dat de algemene kwaliteit van de bovengrond (bodemtraject 0,0 tot 0,5 m –mv) en de ondergrond (0,5-3,5 m-mv) van de zone ‘buitengebied/wonen na 1987’ voldoet aan de Achtergrondwaarde (AW2000) en dus aan de bodemkwaliteitsklasse Altijd Toepasbaar. · Daarnaast doorkruist het plangebied ter hoogte van de parking van het bedrijventerrein van VDL Nedcar de zone ’Industrie’.
De ontgravingsklasse op basis van de bodemkwaliteitskaart is hier vastgesteld AW2000. Naar verwachting zal de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) hier plaatselijk van kunnen afwijken. · Ook kruist het plangebied een industrieel spoorlijntje (langs de Bornerweg) en verschillende hoofdwegen. Alle wegbermen van autosnelwegen, regionale wegen en spoorwegen zijn voorlopig ingedeeld in de functieklasse industrie. De bodemkwaliteitskaart doet voor deze wegen en bermen een onvoldoende betrouwbare uitspraak over de bodemkwaliteit van deze grond en mag dan ook niet gebruikt worden als bewijsmiddel. Op deze locaties moet rekening worden gehouden met lichte tot matige verontreinigingen met onder andere zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie. Ook moet in bermen rekening worden gehouden met bodemrisico’s als gevolg van strooien (pekelzout bevat cyaniden).
8 (23)
· ·
De begrenzing van de bermen van grote wegen en spoorwegen is opgenomen in figuren in het Bodembeheerplan 2016-2020 Sittard-Geleen en in een brief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (kenmerk RWS/DVS-2009/2932, d.d. 19 november 2009). De noordelijkste punt van het plangebied valt binnen de bodemkwaliteitskaart van gemeente Echt-Susteren (Bodemkwaliteitskaart gemeente Echt-Susteren, d.d. 26 april 2012, nr. 11K073). Dit deel van het plangebied valt in de kwaliteitszone ‘landbouw/natuur’ (bijlage 2), dus de algemene kwaliteit van de bovengrond en de ondergrond binnen deze zone voldoet naar verwachting aan de Achtergrondwaarde (AW2000) en dus aan de bodemkwaliteitsklasse Altijd Toepasbaar.
Conclusies op basis van het dossieronderzoek Na uitvoering van het dossieronderzoek (zie bijlage 1) blijkt dat op en nabij het tracé enkele verdachte bodemlocaties voorkomen. Het overzicht en de conclusies voor het definitieve plangebied zijn weergegeven in tabel 2-1. Tabel 2-1
Bodemlocaties plangebied
Locatiecode en adres
Activiteiten
Onderzoeksfase/ status
Conclusie vervolgonderzoek o.b.v. oude plangebied
Conclusie voor definitieve plangebied
LI188300498
Diverse activiteiten van een autobouwbedrijf
Diverse onderzoeken, saneringsgegevens en grondwatermonitoringen.
Restverontreinigingen mogelijk in watergang en in ondiep grondwater (olie en BTEXN) nabij kabeltracé.
Grondwater- en bodemonderzoek uitvoeren op delen waar een open ontgraving gepland is.
Dr. Hub van Doorneweg 1 (VDL Nedcar)
LI188301569 Langereweg 2
LI188302624
Autoreparatiebedrijf en benzineservicestation
Historisch onderzoek en saneringsevaluatie bekend.
Geen
Bodemonderzoek en sanering (BUS) geregistreerd.
Geen
Bodemonderzoek en sanering (BUS) geregistreerd.
Erfverharding met puin en/of bouw en sloopafval, goederenopslagplaats, veevoeder- en meststoffengroothandel
Vier bodemonderzoeken geregistreerd, waarvan twee beschikbaar.
Bornerweg (weg) LI188302673 Beukenboomseweg (weg) LI188300408 Enighauser-weg 4
Instroom VOCl diepe grondwater van buiten de locatie. Olie en BTEX voldoende gesaneerd. Verkennend onderzoek nodig op andere verdachte deellocaties (UBI-code 5 en 8) Nabij spoorlijn koolresten in de grond. Max. matige verontreinigingen in de bovengrond. Max. lichte verontreinigingen in de bovengrond. Plaatselijk max. matige verontreinigingen met koper in de bovengrond.
Geen vervolgonderzoek nodig (plangebied kruist bodemlocatie niet)
Geen vervolgonderzoek nodig (plangebied kruist bodemlocatie niet) Geen vervolgonderzoek nodig (plangebied kruist bodemlocatie niet) Geen vervolgonderzoek nodig (plangebied kruist bodemlocatie niet)
9 (23)
Het definitieve plangebied overlapt met het westelijke deel van de locatie ‘Dr. Hub van Doorneweg 1 (VDL Nedcar) (LI188300498)’. Voor een deel betreft dit de parkeerplaats van het VDL Nedcar-terrein. Op basis van het dossieronderzoek worden op het deel waar het plangebied loopt ,geen ernstige verontreinigingen in de bodem verwacht. Het ondiepe en diepe grondwater op bovengenoemde bodemlocatie bij VDL Nedcar zijn wel verdacht op het voorkomen van sterke verontreinigingen met vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl). Dit betreft niet alleen het westelijke deel van het VDL Nedcar-terrein, maar ook het plangebied ten zuiden van het VDL Nedcar-terrein tot aan de mogelijke bronlocatie van de VOCl (zie bijlage 1). De VOCl-pluim in het grondwater ten zuiden van het NedCar-terrein is niet afgeperkt (bron: Rapportage evaluatie bodemkwaliteit VDL Nedcar te Born, Cauberg-Huygen, 24 juli 2009, 20073065-13). Het is overigens niet compleet uit te sluiten dat een deel van de grondwaterverontreiniging afkomstig is van Industriepark Noord in Sittard (rode pluim in bijlage 1). 2.3 Onderzoekshypothese en -strategie Het vooronderzoek wordt voldoende compleet geacht om een gefundeerde onderzoeksstrategie op te stellen voor het veldonderzoek. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn de deellocaties met hypotheses gedefinieerd (tabel 2-2).
De ligging van onderstaande verdachte en onverdachte deellocaties zijn opgenomen in bijlage 1. De strategie volgt de geplande werkzaamheden, waarbij de maximale graafdiepte van 2,0 m-mv aangehouden is. Op het merendeel van het plangebied ligt de grondwaterstand dieper dan deze graafdiepte. De grondwaterkwaliteit in het noordelijke gebied, waar de grondwaterstand < 3,0 m-mv is, is wel onderzocht in verband met het inzicht krijgen in de bodemrisico’s tijdens geplande bemalingen. De grondwaterstand in het zuidelijke deel van het plangebied ligt dieper dan 3,0 m-mv en is niet onderzocht. N.B.: Vanaf 13 maart 2020 zijn, nadat het veldwerk al gestart was, op verzoek van TenneT circa 30 boringen standaard tot 2,0 m-mv doorgezet in plaats van de initieel geplande 1,2 m-mv. Hiermee sluit de onderzoeksinspanning beter aan op de geplande activiteiten binnen het plangebied.
10 (23)
Tabel 2-2
Uitwerking onderzoekstrategie op basis van historische informatie
Deellocatie
Perceelnummers
Verdacht/ Onverdacht
Aard verwachte stoffen
Plaats van voorkomen
Onderzoeksstrategie1,2,3
Gehele plangebied (inclusief uitbreiding kabelstation) (8,1 km)
Alle percelen (zie bijlage 3)
Onverdacht
-
-
NEN 5740: ONV-L
Fruitteeltgebied noord (0,06 ha)
BOR00I 1291
Verdacht
OCB’s
Bovengrond
NEN 5740: VED-HE-NL
Fruitteeltgebied zuid (0,08 ha)
LBT00D 653, LBT00D 652, BOR00I 896, BOR00I 195
Verdacht
OCB’s
Bovengrond
NEN 5740: VED-HE-NL
VOCl-grondwater VDL Nedcar
BOR00I 1626, BOR00I 1245, BOR00I 1397, BOR001 1009
Verdacht
VOCl
Freatisch grondwater
maatwerk
Sloot (150 m)
GLN00I 575
Onverdacht
-
-
NEN 5720: LN PFAS (maatwerk)
PFAS (maatwerk)
1 NEN 5740:
VED-HE-L ONV-(N)L 2 NEN 5720 LN 3 PFAS
Verdachte lijnvormige locatie, heterogeen verdeelde verontreiniging Onverdachte (niet) lijnvormige locatie Lintvormig water, normale onderzoeksinspanning Het aantal monsters voor PFAS-analyse is gelijk aan het aantal bovengrondmonsters voor het verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740
11 (23)
3
Veld- en laboratoriumwerkzaamheden
3.1 Veldonderzoek Het veldwerk is in opdracht van Sweco Nederland B.V. uitgevoerd door Geonius Milieu B.V. onder hun eigen certificaatnummer EC-SIK-20305 in de periode 9 december 2019 tot en met 4 maart 2021. De mechanische boringen zijn uitgevoerd door Geonius Milieu B.V. onder de BRL SIKB 2100 met certificaatnummer EC-SIK-21031. Het gehele veldwerk (vanaf acceptatie van de opdracht voor het veldwerk tot en met de overdracht van de veldgegevens, veldwerkrapportage en monsters aan Sweco Nederland B.V.) is verricht onder de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek) en de bijbehorende protocollen 2001 en 2002 (zie bijlage 9). Het veldwerk is uitgevoerd door persoonlijk gecertificeerde veldwerkers waarvan de naam vermeld is bij de profielen in bijlage 4. De bemonstering van de peilbuizen heeft plaatsgevonden door Jos van den Hurk van Sweco Nederland B.V. onder het eigen certificaatnummer VB 082/2 van Sweco op 24 april 2020. Op 4 maart 2021 zijn 3 aanvullende peilbuizen bemonsterd door Patrick Engbers onder het certificaatnummer EC-SIK-20305 van Geonius Milieu B.V. De uitgevoerde veldwerkzaamheden staan beschreven in tabel 3-1. Tabel 3-1
Overzicht veld- en laboratoriumonderzoek
Deellocatie
Strategie
Bodemlaag Boringen
Analyses
(m -mv) NEN 5740 Gehele plangebied
ONV-L
0-1,5 m-mv (graafdiepte)
69 44 9 10 2 12 6
boring tot 1,2 m-mv boring tot 2,0 (2,1/2,2) m-mv boring tot 4,0 m-mv boring tot 4,0 m-mv + freatische peilbuis boring tot 5,0 m-mv + freatische peilbuis boring tot 6,2 m-mv boring tot 6,2 m-mv + freatische peilbuis
31 NEN-gr 7 NEN-gw 9 PFAS
gestaakte boringen 5 boring tot 0,5/0,6/0,7/0,8/1,0/1,1 m-mv 15 boring tot 1,4/1,5/1,6/1,7/1,8 m-mv 20 boring tot 2,3/2,5/2,6/2,8/3,0/3,1/3,2/3,6 m-mv Fruitteeltgebied noord
VED-HE
0-0,5 m-mv
Fruitteeltgebied zuid
VED-HE
0-0,5 m-mv
NEN 5720 Sloot
LN
0,5 m in waterbodem
6 1 6 1 5
boring tot 0,5 m-mv boring tot 2,0 m-mv boring tot 0,5 m-mv boring tot 2,0 m-mv boring tot 4,0 m-mv + freatische peilbuis
5 OCBpakket-gr 4 OCBpakket-gr
10 boringen tot 1,0 m-mv in de waterbodem
1 NEN-wb 1 PFAS
2 boring tot 4,0 m-mv + freatische peilbuis
12 (23)
Maatwerk grondwater VOCl gw VDL: Nedcar
Analyses Nen-gr/Nen-wb OCB-pakket gr
PFAS Nen-gw VOCl-gw
maatwerk
n.v.t.
Watermonsters uit peilbuizen van deelgebied ‘Gehele plangebied’ + filters van machinale boringen mb-07, mb-08, MB31, MB33 en MB35
2 VOCl-gw 3 NEN-gw
zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbinfenylen (PCB) en minerale olie + lutum + organische stof in grond (gr)/waterbodem (wb). alfa-HCH, beta-HCH, gamma-HCH, delta-HCH, hexachloorbenzeen, heptachloor, heptachloorepoxide, hexachloorbutadieen, aldrin, dieldrin, endrin, isodrin, telodrin, alfaendosulfan, alfa-endosilfansulfaat, alfa-chloordaan, gamma-chloordaan, o p-DDT, p p-DDT, o p-DDE, p p-DDE, o p-DDD, p p-DDD, som HCH, som drins, SOM DDT/DDE/DDD. PFAS-adviespakket conform het ‘’Tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie’’ (Ministerie I&W, geactualiseerde versie 2 juli 2020). Zware metalen, vluchtige aromaten, vluchtige chloorkoolwaterstoffen en minerale olie in grondwater. VOCl-gw = vluchtige chloorkoolwaterstoffen in grondwater.
De locaties van de boringen en peilbuizen zijn weergegeven in bijlage 3. De boorlocaties zijn bepaald aan de hand van de bevindingen van het vooronderzoek en het terreingebruik. De opgeboorde en opgegraven grond is bemonsterd per 0,5 m of per te onderscheiden bodemlaag. Bij het verrichten van boringen is de grond visueel geïnspecteerd op grondsoorten, bodemvreemde bijmengingen en afwijkende kenmerken. De boringen zijn beschreven in boorprofielen, weergegeven in bijlage 4. Uit de geplaatste peilbuizen zijn grondwatermonsters genomen. Bij de bemonstering zijn de volgende werkzaamheden verricht: · het opnemen van de grondwaterstand in de peilbuizen; · het bepalen van de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (Ec) en de troebelheid (NTU) van het grondwater; · het nemen van grondwatermonsters uit de peilbuizen. 3.2 Laboratoriumonderzoek De geselecteerde grond(meng)-, en grondwatermonsters zijn in het laboratorium van Synlab Analytics & Services B.V geanalyseerd. Menging van de grondmonsters heeft plaatsgevonden in het laboratorium. De analyses zijn uitgevoerd conform de bijbehorende protocollen, vallend onder het accreditatieschema van de AS SIKB 3000. De analysecertificaten met de resultaten van het laboratoriumonderzoek en een toelichting op de toegepaste analysemethoden zijn weergegeven in bijlage 6.
In bijlage 6 is een afwijking op enkele analyseprotocollen bij de metingen van de OCB’s vermeld, te weten “de rapportagegrens is verhoogd i.v.m. noodzakelijke verdunning”. Dit betekent dat de oplossing verdund moest worden om enkele parameters die in zeer hoge concentraties aanwezig waren, goed te meten. Hiermee is de detectielimiet van andere parameters verhoogd, waardoor het niet exact vast te stellen is of deze onder of boven de achtergrondwaarde aanwezig zijn. Een overzicht van de verrichte laboratoriumanalyses is weergegeven in tabel 3.1.
13 (23)
3.3 Afwijkingen van de onderzoeksstrategie Bij de uitvoering van het veldwerk hebben meerdere handboringen niet de gewenste einddiepte kunnen bereiken in verband met de aanwezigheid van een grindlaag die op diverse locaties tussen de 0,7 en 4,0 m-mv aanwezig was. De meeste diepere boringen (> 2,0 m-mv) zijn vervolgens met een mechanische boorinstallatie geplaatst. Echter, ook een deel van deze boringen heeft niet de gewenste einddiepte bereikt in verband met ondoordringbare grindlagen. De boringen die uitgevoerd konden worden, hebben voldoende inzicht gegeven in de bodemopbouw en milieuhygiënische kwaliteit van het plangebied. Bij enkele boringen tot 4,0 m-mv en 6,0 m-mv is geen peilbuis geplaatst, omdat de grondwaterstand veel dieper dan de maximale graafdiepte (>3,0 m-mv) bleek te liggen.
14 (23)
4
Resultaten veldonderzoek
4.1 Bodemopbouw en zintuiglijk waarnemingen De resultaten van de bodemkundige beoordeling van de boringen zijn in bijlage 4 in de vorm van boorprofielen weergegeven. De bijmengingen met bodemvreemd materiaal zijn in tabel 4-1 vermeld; bij de boringen en bodemintervallen die niet in deze tabel zijn vermeld, zijn zintuiglijk geen verontreinigingskenmerken waargenomen. Er zijn heel beperkt bodemvreemde bijmengingen aangetroffen in de opgeboorde bodemlagen. Het betreft voornamelijk sporen kolen en in een enkel geval sporen baksteen in de bovengrond. Het betreft percelen BOR00I 80, 1428, 76, 1418 en 1624 (noord) en STD00T 1235, STD00T 1118 en GLN00K 69 (zuid). De sloot waar het waterbodemonderzoek is uitgevoerd, was drooggevallen. Er is geen sliblaag aangetroffen. Ter plaatse van het parkeerterrein van VDL NedCar (boring HB219 t/m HB224) is van 0,1 – 0,5 m-mv een fundering bestaande uit puingranulaat aanwezig. Er zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de bodem aangetroffen. Tabel 4-1
Resultaten zintuiglijke waarnemingen veldwerk
Boornummer
Bodemlaag
Grondsoort
Zintuiglijke waarneming
HB042
0,00 - 0,80
Leem
sporen kolen
0,80 - 1,00
Zand
sporen kolen
1,00 - 1,20
Zand
sporen kolen
HB041
0,00 - 0,80
Leem
sporen kolen
0,80 - 1,20
Zand
sporen kolen
0,00 - 0,80
Leem
sporen kolen
0,80 - 1,20
Zand
sporen kolen
HB039
0,00 - 0,35
Leem
zwak baksteenhoudend
HB038
0,00 - 0,50
Leem
sporen kolen
0,50 - 0,90
Leem
sporen kolen
HB037B
0,00 - 0,35
Leem
sporen kolen
HB037A
0,00 - 0,35
Leem
sporen kolen
HB037
0,00 - 0,35
Leem
sporen kolen
HB036
0,00 - 0,40
Leem
sporen kolen
HB035
0,00 - 0,35
Leem
sporen kolen
HB034
0,00 - 0,35
Leem
sporen kolen
HB033
0,00 - 0,35
Leem
sporen kolen
0,35 - 0,80
Leem
sporen kolen
HB129a
0,00 - 0,50
Leem
sporen baksteen, sporen kolen
HB120
0,00 - 0,50
Leem
sporen baksteen
HB150
0,00 - 0,50
Leem
sporen kolen
HB149
0,00 - 0,50
Leem
sporen kolen
HB115
0,00 - 0,50
Leem
resten planten
HB101
4,20 - 4,40
Grind
sporen kolen
HB09
0,00 - 0,50
Zand
sporen kolen
HB040
15 (23)
HB06
1,50 - 2,00
Zand
resten planten
HB87
1,40 - 1,80
Leem
resten planten
MB28
0,00 – 0,50
Leem
sporen kolen
MB35
0,00 – 0,50
Zand
sporen kolen
4.2 Grondwatergegevens De resultaten van de veldmetingen grondwater zijn weergegeven in tabel 4-2. Tabel 4-2
Resultaten veldmetingen grondwater
Peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
pH (-)
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
HB44 hb15 hb64 hb73A mb-07 mb-08 pb028 pb032 MB31-1-1 MB33-1-1 MB35-1-1
5,10 - 6,10 5,14 - 6,14 3,13 - 4,13 3,15 - 4,15 2,18 - 3,18 2,06 - 3,06 3,06 - 4,06 4,00 - 5,00 3,50 - 4,50 3,50 - 4,50 3,30 - 4,30
3,78 2,45 3,41 2,93 1,93 2,47 2,02 2,07 2,68 2,77 2,16
7,7 6,5 7,5 8,2 7,6 onbekend* 7,2 8,0 7,4 6,8 6,5
665 419 1068 589 819 onbekend* 1038 573 200 500 400
467 969 380 295 999 992 999 282 238 124 156
*de pH en EC zijn per abuis niet opgemeten tijdens de monstername.
Een eventueel afwijkende zuurgraad (pH), geleidingsvermogen (EC) of troebelheid (NTU, Nephelometric Turbidity Units) in het grondwater kan een indicator zijn voor de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. De in tabel 4-2 weergegeven waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen worden niet als afwijkend beschouwd. Bij een NTU > 10 moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de concentraties aan relatief zware organische verbindingen beïnvloed zijn door de troebelheid van het water. Dit geldt voor alle gemeten monsters (tabel 4-2). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt (≤ 0,1 l/min), zodat de grondwaterstand slechts gering is gedaald tijdens afpompen en bemonstering (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarden voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater. Bij de beoordeling van de resultaten wordt hier rekening mee gehouden.
4.3 Monsterselectie grondmonsters De grondmonsters zijn zodanig geselecteerd dat, na uitvoering van de analyses, een zo representatief mogelijk beeld verkregen wordt van de milieuhygiënische kwaliteit van bovenen ondergrond. De samenstelling van de geselecteerde (meng)monsters is weergegeven in de overzichtstabel in bijlage 5.
16 (23)
5
Resultaten laboratoriumonderzoek
5.1 Toetsingskader In dit hoofdstuk worden de analyseresultaten getoetst aan het vigerend beleid. De analyserapporten zijn opgenomen in bijlage 6. De toetsingen aan de toetsingswaarden uit de Circulaire Bodemsanering 2013 (Wbb) en het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) zijn opgenomen in bijlage 7. Een toelichting op de toetsingskaders en beschrijving van de veiligheidskaders is opgenomen in bijlage 8. In bijlage 4 zijn de resultaten en toetsingen samengevat. Wbb Voor de bepaling of en in welke mate bodemverontreiniging in grond en/of grondwater aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2013. De analyseresultaten voor bodem en grondwater zijn getoetst aan de toetsingswaarden uit deze circulaire. Aanvullend op de Circulaire bodemsanering toetst Sweco ook aan de tussenwaarde, het gemiddelde van de achtergrond- en de interventiewaarde. Deze toetsing geeft, in combinatie met de bodemkwaliteitskaart en locatiespecifieke kenmerken, een indicatie voor de noodzaak tot nader onderzoek.
grondwater grondwater
Onder
Boven
PFAS 3 µg/kg ds
PFOA 7 µg/kg ds
PFOS 3 µg/kg ds
PFAS 1,4 µg/kg ds
PFOA 1,9 µg/kg ds
PFAS 0,1 µg/kg ds
PFOS 1,4 µg/kg ds
Bbk Voor de toepassing van grond gelden de toetsingswaarden in de Regeling bodemkwaliteit, behorend bij het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk). Middels deze toetsing wordt de grond ingedeeld in een hergebruiksklasse. Deze indeling betreft een indicatieve waarde en toepassing binnen dezelfde bodemkwaliteit. Hergebruik van deze gronden op andere bodemkwaliteiten of buiten het gebied moeten voldoen aan de Bbk-eisen van de gemeente. De analyseresultaten PFAS (PFOS en PFOA) zijn getoetst aan de normen, zoals opgenomen in het Tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Ministerie I&W, geactualiseerde versie 2 juli 2020). De toepassingsmogelijkheden zijn als volgt:
Vrij toepasbaar in
Op
Op
Op
Op
Op
Niet
grondwater-
toepassings-
toepassings-
toepassings-
toepassings-
toepassings-
toepasbaar
beschermingsgebieden
klasse
klasse
klasse
klasse
klasse
landbouw/
Wonen
Industrie
Wonen
Industrie
natuur
In GBT Niet toepasbaar
In GBT
CROW 400 De veiligheidsaspecten voor werken in of met verontreinigde grond zijn indicatief beoordeeld op basis van de CROW 400. De definitieve veiligheidsklasse wordt vastgesteld door een hogere of middelbare veiligheidskundige.
17 (23)
5.2 Resultaten en toetsing milieuhygiënisch bodemonderzoek grond Een overzicht van de geselecteerde monsters en de onderzoeksresultaten is opgenomen in een overzichtstabel in bijlage 5. In een aantal van de onderzochte grondmonsters zijn gehalten boven de toetsingswaarden aangetoond. De overschrijdingen zijn weergegeven in de tabellen 5-1 tot en met 5-3. Tabel 5-4 geeft een overzicht van de resultaten van de PFAS-analyses. De resultaten zijn getoetst aan de algemene toepassingskaart uit de gemeentelijke Nota’s bodembeheer. Hierbij geldt de algemene kwaliteit AW2000 is. Bij de beoordeling is ook rekening gehouden met de huidige functieklasse. Algemene kwaliteit gehele terrein De algemene kwaliteit van het gehele terrein is weergegeven in tabel 5-1. Tabel 5-1
Overschrijdingen van de toetsingswaarden grondmonsters (Wbb en Bbk) voor het gehele plangebied
Monster
Traject
Boring nummers
> AW@
(m -mv) MM-01 (s
0,0-0,5
MM-14 MM-18
Mate van verontreiniging >T
Bodemkwaliteitsklasse* >I
HB09 t/m 11
Cadmium (0,01)
Altijd Toepasbaar
0,0-0,5
HB112 t/m 117
Cadmium (0,001)
Altijd Toepasbaar
0,0-0,5
HB18, 19, 20, 21, 24, 25, 27
Industrie
MM-20
0,0-0,5
MM-23 MM-24 MM-28
0,0-0,5 0,0-0,5 1,0-1,5
HB169, 170, 176, 177, 179 HB198 t/m 200 HB201, 204 HB187 t/m 190, 192
Kobalt (0,02); Zink (0,26); Cadmium (0,01) Cadmium (0,01) Cadmium (0,001) Cadmium (0,001) Kobalt (0,01)
Altijd Toepasbaar Altijd Toepasbaar Altijd Toepasbaar
> AW >T >I * @
: overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de tussenwaarde : overschrijding van de interventiewaarde : geen overschrijding : het betreft hier de indicatieve bodemkwaliteitsklasse conform het Bbk. : getal achter de parameter betreft de overschrijdingsfactor, waarbij 1 staat voor de interventiewaarde (>0,5 en <1,0 betreft overschrijding T, >1,0 betreft overschrijding I).
Altijd Toepasbaar
Deellocaties Fruitteeltgebied noord en zuid Zoals reeds vermeld in paragraaf 3.2, is voor meerdere parameters uit het OCB-pakket de detectielimiet verhoogd in verband met voor analyse noodzakelijk verdunning. Hierdoor is een overschrijding van de achtergrondwaarde niet uit te sluiten, ondanks dat de gerapporteerde waarde onder de detectielimiet ligt. In tabel 5-2 en in bijlage 5 is de complete lijst met verhoogde detectiegrenzen voor OCB-parameters weergegeven. Omdat sprake is van een verhoogde waarde maar geen overschrijding van de detectiegrens, wordt aangehouden dat in deze monsters geen gehalten boven de achtergrondwaarden aanwezig zijn. De toetsing ‘niet toepasbaar’, zoals opgenomen in tabel 5.2, moet om deze reden als indicatief worden gelezen.
18 (23)
Tabel 5-2
Overschrijdingen van de toetsingswaarden grondmonsters (Wbb en Bbk) voor fruitteeltgebied noord
Monster
Traject
Boringnummers
(m -mv)
Mate van verontreiniging > AW
Bodemkwaliteitsklasse*
>T
>I
MF-3
0,00 – 0,50
HB04 t/m 07
DDE (som) (0,43), DDT (som) (0,18)
Industrie
MF-4 (uitgesplitst)
0,00 – 0,50
HB08 t/m 11
Koper (0,05); Zink (0,001); Cadmium (0,02)
DDE (som) (1,33); DDT (som) (1,02)
Niet toepasbaar
MF-5 (uitgesplitst)
0,00 – 0,50
HB12 t/m 14
Zie bijlage 5
DDE (som) (1,71); DDT (som) (1,16)
Niet toepasbaar
HB08-1
0,00 – 0,50
HB08
Zie bijlage 5
DDE (som) (0,95); DDT (som) (0,74)
MB30-1
0,00 – 0,50
MB30
DDE (som) (0,43)
-
-
Industrie
Niet toepasbaar
Uitsplitsingen van mengmonsters MF-4 en MF-5 HB09-1
0,00 – 0,50
HB09
Zie bijlage 5
-
DDE (som) (1,41); DDT (som) (1,3)
Niet toepasbaar
HB10-1
0,00 – 0,50
HB10
Zie bijlage 5
-
DDE (som) (1,28); DDT (som) (1,22)
Niet toepasbaar
HB11-1
0,00 – 0,50
HB11
Zie bijlage 5
DDT (som) (0,75)
DDE (som) (1,19)
Niet toepasbaar
HB12-1
0,00 – 0,50
HB12
Zie bijlage 5
-
DDE (som) (1,4); DDT (som) (1,02)
Niet toepasbaar
HB13-1 HB14-1
0,00 – 0,50 0,00 – 0,50
HB13 HB14
Zie bijlage 5 Zie bijlage 5
DDT (som) (0,99) DDT (som) (0,85)
DDE (som) (1,17) DDE (som) (1,3)
Niet toepasbaar Niet toepasbaar
Tabel 5-3
Overschrijdingen van de toetsingswaarden grondmonsters (Wbb en Bbk) voor fruitteeltgebied zuid
Monster
Traject
Boring-nummers
(m -mv)
Mate van verontreiniging > AW
MF-1 MF-2
0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
HB04 t/m 07 HB08 t/m 11
MM-27/ MF-6
0,0-0,5
HB188 t/m 192
Bodemkwaliteitsklasse *
>T
>I
Zie bijlage 5 DDE (som) (0,16), zie bijlage 5 DDE (som) (0,09) Cadmium (0,01) zie bijlage 5
Industrie Industrie Industrie
Deellocatie sloot (waterbodemonderzoek) De resultaten van het waterbodemonderzoek zijn weergegevens in tabel 5-4. Tabel 5-4
Overschrijdingen van de toetsingswaarden grondmonsters (Wbb en Bbk) voor het gehele plangebied
Monster
Traject
Boringnummers
(m -mv) WB-01
0,00 - 0,50
Mate van verontreiniging > AW
WB01, 03, 05, 07, 09
Cadmium (0,01)
>T
Bodemkwaliteitsklasse* >I Altijd toepasbaar
19 (23)
PFAS-resultaten De resultaten van het onderzoek de aanwezigheid van PFAS (PFOA en PFOS) zijn weergegeven in tabel 5-5. De grond is beoordeeld als kwaliteit ‘Altijd toepasbaar met uitzondering van grondwaterbeschermingsgebieden’. Tabel 5-5 Monster
Hergebruiksklasse grondmonsters op basis van PFAS Organisch stof (% van droge stof)
PFOA totaal (µg/kg)
PFOS totaal (µg/kg)
Hergebruiksklasse (PFOA)
Deellocatie: gehele plangebied PFAS-1 0,00 - 0,35
0,41
0,31
Altijd toepasbaar
PFAS-2
0,00 - 0,50
0,36
0,24
Altijd toepasbaar
PFAS-3
0,00 - 0,50
0,23
0,13
Altijd toepasbaar
PFAS-4
0,00 - 0,50
0,21
0,12
Altijd toepasbaar
PFAS-5
0,00 - 0,50
0,33
0,79
Altijd toepasbaar
PFAS-6
0,00 - 0,50
0,31
0,35
Altijd toepasbaar
PFAS-7
0,00 - 0,50
0,39
0,33
Altijd toepasbaar
PFAS-8
0,00 - 0,50
0,50
0,12
Altijd toepasbaar
PFAS-9
0,00 - 0,50
0,26
0,30
Altijd toepasbaar
Deellocatie: sloot WB-PFAS-1 0,00 - 0,20
0,20
0,39
Altijd toepasbaar
5.3 Resultaten milieuhygiënisch bodemonderzoek grondwater De resultaten van het grondwateronderzoek zijn weergegeven in tabel 5-6. Tabel 5-6
Toetsingsresultaten grondwatermonsters (Wbb)
Monstercode
Filterstelling; (m -mv)
> S (+index)
>T
>I
HB44-1-1 hb15-1-2 hb73A-1-1 mb-07-1-1
5,10 - 6,10 5,14 - 6,14 3,15 - 4,15 2,18 - 3,18
Nikkel (0,58) -
-
mb-08-1-1
2,06 - 3,06
-
-
pb028-1-1
3,06 - 4,06
Cadmium (0,04) Nikkel (0,02) cis + trans-1,2-Dichlooretheen (0,5); Tetrachlooretheen (Per) (0,05) cis + trans-1,2-Dichlooretheen (0,19); Tetrachlooretheen (Per) (0,04) Tetrachlooretheen (Per) (0,1)
-
MB31-1-1
3,50 - 4,50
-
MB33-1-1 MB35-1-1
3,50 - 4,50 3,30 - 4,30
Barium (0,06) Xylenen (som) (-) cis + trans-1,2-Dichlooretheen (0,23) cis + trans-1,2-Dichlooretheen (0,07) Molybdeen (0,01)
cis + trans-1,2-Dichlooretheen (4,6) -
-
-
>S >T >I Index
: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - S) / (I - S)
20 (23)
Alle grondwatermonsters hebben een NTU > 10 (tabel 4-2). Dit kan wijzen op de aanwezigheid van een storende invloed van zwevende delen op de analyseresultaten. Voor monster pb028-1-1 (NTU = 999) kan de aanwezigheid van zwevende delen deels de verhoging van een VOCL-component > interventiewaarde verklaren. Echter, voor alle monsters geldt dat de NTU sterk verhoogd is (regelmatig > 900). Deze verhoogde waarden zijn niet te relateren aan verontreinigen in het grondwater of in de grond. Hieruit concluderen we dat de gemeten waarden voor troebelheid geen of nauwelijks invloed hebben op de gemeten waarden. 5.4 Resultaten bodem CROW Op basis van de CROW-toetsing is geen veiligheidsklasse van toepassing voor zowel de boven- als ondergrond van het gehele plangebied. Echter, de OCB’s en PFAS zijn uitgesloten van deze toetsing. Aangezien OCB’s sterk verhoogd voorkomen in de bovengrond van het deelgebied ‘fruitteeltgebied noord’ (perceel BOR00I 1291) is het aannemelijk dat er voor dit deelgebied veiligheidsmaatregelen van toepassing zijn. De definitieve veiligheidsklasse wordt vastgesteld door een hogere of middelbare veiligheidskundige. Bij de toetsing wordt opgemerkt dat de fundering van puingranulaat niet is onderzocht op voorkomen van asbest. De parkeerplaats en de fundering met granulaat zijn slechts enkele jaren geleden aangelegd.
Daarom is het zeer onwaarschijnlijk dat er asbesthoudende puingranulaat is toegepast. De eigenaar van het terrein is gevraagd om het kwaliteitsbewijs van het toegepaste materiaal te overhandigen. Dit proces loopt momenteel. Totdat het bewijs het tegendeel heeft bewezen, bestaat er een kans dat bij uitvoering van graafwerkzaamheden in dit traject asbestdelen worden aangetroffen. Bij eventuele waarnemingen van asbest moet daarom direct een arbo-deskundige worden ingeschakeld. 5.5 Beoordeling In tabel 5-7 zijn de verschillende hypothesen gesteld. In onderstaande tabel wordt aangegeven of de hypothese aangenomen wordt en of voor de gewenste ontwikkeling een nader onderzoek gewenst is. Tabel 5-7
Beoordeling hypothesen en vervolgonderzoek
Deellocatie
Hypothese
Beoordeling
Correct?
Vervolgonderzoek nodig?
NEN 5740 Gehele plangebied
onverdacht
Licht verhoogd
Nee
Fruitteeltgebied noord verdacht
Sterk verhoogd
ja
Fruitteeltgebied zuid
verdacht
Licht verhoogd
ja
Nee, want betreft heterogene verontreiniging. Nee, want betreft homogene verontreiniging bovengrond. Nee, want betreft homogene verontreiniging bovengrond.
NEN 5720 Sloot
onverdacht
Licht verhoogd
Nee
VOCl grondwater VDL Nedcar
verdacht (indicatief)
Sterk verhoogd
ja
Nee, want betreft lichte verontreiniging. Indien er geen bemaling nodig blijkt, dan is er geen vervolgonderzoek nodig.
21 (23)
6
Conclusie en advies
6.1 Conclusies Door middel van het uitgevoerde bodemonderzoek is inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied. Het bodemonderzoek heeft geleid tot de volgende bevindingen: Zintuiglijke bevindingen grond en waterbodem · In het algemeen zijn in de boven- en ondergrond van alle deellocaties geen tot bijna geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. · Op de percelen BOR00I 80, 1428, 76, 1418 en 1624 (noord) en STD00T 1235, STD00T 1118 en GLN00K 69 (zuid) zijn diffuus sporen kolen aangetroffen tot maximaal 1,2 m-mv. De bovengrond ter plaatse van boringen HB039 en HB129a bevat sporen baksteen. De bijmengingen zijn niet geassocieerd met bodemverontreinigingen. Analytische bevindingen grond en waterbodem · In het algemeen zijn de boven- en ondergrond van het gehele terrein niet verontreinigd met zware metalen, PAK, PCB en minerale olie. Op een handvol locaties diffuus verspreid over het plangebied, komen maximaal licht verhoogde waarden cadmium, kobalt, koper of zink voor in de bovengrond. · Ter plaatse van de deellocatie ’fruitteeltgebied noord’ (perceel BOR00I 1291) zijn verschillende parameters van het OCB-pakket (bestrijdingsmiddelen) licht tot sterk verhoogd aanwezig in de bovengrond. Op het perceel ten noorden van de locatie zijn geen OCB’s verhoogd aangetoond.
Op het perceel ten zuiden van de locatie is in één monster de DDE (som) licht verhoogd aanwezig. Hiermee is de verontreiniging langs het traject voldoende afgeperkt. · Ter plaatse van de deellocatie ’fruitteeltgebied zuid’ (perceel LBT00D 653 en 652, BOR00I 896 en BOR00I 195) zijn verschillende parameters van het OCB-pakket (bestrijdingsmiddelen) licht verhoogd aanwezig in de bovengrond. · De bovenste halve meter van de waterbodem (drooggevallen sloot) is licht verontreinigd met cadmium. · De gemeten waarden van PFOS en PFOA in de bovengrond en waterbodem zijn zeer laag, namelijk <1,0 µg/kg. Bevindingen grondwater · Ter plaatse van HB44 is cadmium licht verhoogd en nikkel matig verhoogd. Ter plaatse van hb15 is nikkel licht verhoogd. · In de zone die verdacht is op VOCl in het ondiepe grondwater ten zuidwesten van het VDL Nedcar terrein is Cis + trans-1,2-Dichlooretheen sterk verhoogd aangetroffen in het freatische grondwater (peilbuis pb028). De verontreiniging op het plangebied wordt naar het zuiden toe afgeperkt door peilbuizen mb-07 en mb-08 waar Cis + trans-1,2-Dichlooretheen en Tetrachlooretheen in licht verhoogde concentraties aanwezig zijn in het freatische grondwater. Naar het noorden is ter plaatse van MB31 en MB33 Cis + trans-1,2-Dichlooretheen licht verhoogd aanwezig. In peilbuis hb-15 (nog noordelijker) is geen verhoogd gehalte VOCl aangetroffen.
22 (23)
6.2 Advies Bij de geplande activiteiten adviseren we om rekening te houden met de volgende zaken: · Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek is geen vervolgonderzoek nodig. · Bij een eventuele bemaling ter plaatse van het tracé bij VDL Nedcar mag geen verspreiding optreden van de verontreiniging met VOCl en ook moet rekening gehouden worden met het zuiveren van opgepompt grondwater voor lozing. · Ter plaatse van de deellocatie ‘fruitteeltgebied noord’ dient u rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van een ernstige bodemverontreiniging met OCB’s in de bovengrond. De herkomst van deze verhoogde waarde is te herleiden tot het gebruik van bestrijdingsmiddelen op het perceel. Om deze reden is de aangetoonde verontreiniging hoogstwaarschijnlijk diffuus homogeen aanwezig in de bovengrond. Met nader onderzek kan deze hypothese worden getoetst. · Wij adviseren u om voor de deellocatie ‘fruitteeltgebied noord’ een BUS-TUP (Besluit Uniforme Saneringen – Tijdelijke Uitplaatsing) aan te vragen voor aanvang van de tijdelijke uitname van de grond. Aandachtspunt is dan dat de ontgraving van de bovengrond onder begeleiding van een milieukundig begeleider plaats moet vinden.
Indien er grond vrij zal komen op deze locatie, dan adviseren wij om de naar verwachting schone ondergrond af te voeren (keuring conform AP-04 is in veel gevallen nodig) en de bovengrond terug te plaatsen in het bestaande profiel (BUS-TUP). · Ter plaatse van de deellocatie ‘fruitteeltgebied zuid’ is sprake van licht verhoogde waarden aan OCB’s. Wij adviseren u om bij hergebruik de grond op dezelfde locatie te hergebruiken. Bij afvoer van de grond dient u rekening te houden met een mogelijke keuring conform de AP-04 (BRL-1001). · Voor de overige agrarische delen van het plangebied geldt dat ze in de gebruiksklasse ‘Altijd toepasbaar’ (AW2000) vallen. Er zijn hier geen beperkingen voor het gebruik van de bodem voor de geplande werkzaamheden. · Ter plaatse van het parkeerterrein van VDL Nedcar bestaat de bovengrond bijna volledig uit puingranulaat. In de ondergrond zijn geen verhoogde waarden aangetroffen. · In bermen van de spoorlijn en wegen moet rekening gehouden worden met de voorlopige hergebruiksklasse industrie. Wij adviseren u om bij hergebruik de grond op dezelfde locatie te hergebruiken, dit mag in overleg met het bevoegd gezag namelijk vaak zonder aanvullend bodemonderzoek. Bij afvoer van de grond dient u rekening te houden met een keuring conform de AP-04 (BRL-1001).
· De waterbodem ter plaatse van de deellocatie ‘sloot’ mag toegepast worden op landbodem, oevers of in oppervlaktewateren. · Aangezien bodemonderzoek een steekproef is, is het mogelijk dat bij graafwerkzaamheden plaatselijk puin of visuele verontreinigingen kan worden aangetroffen. Wij adviseren u om in dat geval advies in te winnen over de te nemen maatregelen. Op basis van de indicatieve CROW 400-toetsing voor zware metalen, PAK en minerale olie is voor het overgrote deel van het plangebied geen veiligheidsklasse van toepassing. De voorlopige veiligheidsklasse voor de gebieden met verhoogde waarden OCB’s kan niet bepaald worden, omdat deze geen onderdeel uitmaken van het toetsingspakket van de CROW-tool. Voor deze gebieden is nader advies van een hogere veiligheidskundige (HVK’er) voorgeschreven in de uitvoeringsfase.
23 (23)
Bijlage 1
Resultaten vooronderzoek op kaart
Legenda @ !
150 kV stations Born - Graetheide
@ !
Relevante bodemlocaties
Born
Deellocaties fruitteeltgebieden Fruitteeltgebied noord
Fruitteelt Deellocatie sloot LI-code: LI188300498 Type: Waterbodem
Verdacht op VOCI in grondwater Mogelijke bron VOCI
! (
Voormalige stortplaatsen Zorgmaatregelen (grond, grondwater & waterbodem) Verontreinigingscontouren (grond, grondwater & waterbodem) Saneringscontouren (grond, grondwater & waterbodem)
LI-code: LI188301569
Gemeentegrenzen
Tracé
LI-code: LI188300498 Type: Bodem- en grondwater Stoffen: minerale olie en BTEXN
Gestuurde boring of persing Open ontgraving
Boerenerven type Boerenerf, momenteel in gebruik (Deels) Voormalig boerenerf, mogelijk nog in gebruik
Mogelijke bron VOCI in grondwater
Mogelijk voormalig boerenerf Overig (Kasteel Grasbroek)
LI-code: LI188302624
Fruitteeltgebied zuid
LI-code: LI188300408
Overzicht resultaten vooronderzoek Kabeltracé Born-Graetheide Opdrachtgever: Tennet Projectnummer: 365047
Graetheide
@ !
Status: Definitief Datum: 10-7-2020 Schaal: 1:10.054 Formaat: A1 Getekend: JW - Gecontroleerd: KS 0
100
200
300
400
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
500
600 meter
´ Esri Nederland, beeldmateriaal.nl
\\nlamsfs004\Project\240\365047_002.914.20_Born-Graetheide\2. Do Work\02.bureauonderzoeken\04.Milieuhygiene\GIS\Vooronderzoek_20200709.mxd 10-7-2020 10:43:19
LI-code: LI188302673
Bijlage 2
Functie- en toepassingskaarten bodem
Functie- en toepassingskaarten uit nota bodembeheer gemeente Sittard-Geleen (deel 1) en gemeente EchtSusteren (deel 2)
Bijlage 3
Situatie met boringen en peilbuizen
WATERSCHAP LIMBURG STR01G 2225
Legenda HDD
GEMEENTE ECHT-SUSTEREN STR01G 2010
Persing Open ontgraving
HOUBEN, dhr. J.L. STR01G 2000
HOUBEN, dhr. J.L. STR01G 2079
Boorplan
! (
Handboring tot 2,0 m-mv
#
Handsondering tot 3,0 m-mv
C
machinale boring tot 10,0 m-mv met 2 peilbuizen
C
Machinale boring tot 15,0 m-mv met 2 peilbuizen
C
Machinale boring tot 20,0 m-mv met 2 peilbuizen
DE ERVEN mevr. A.W.H.M.VAN SLOUN STR01G 2002 hb-02
hb-03hs-02
! (
mb-01 C
! (
ENEXIS NETBEHEER B.V. STR01G 2001
ms-01MEUFFELS, mevr. M.J.C.H.
STR01G 2003 RADEMAKERS, mevr. M.M.C. STR01G 2005 GEMEENTE ECHT-SUSTEREN RADEMAKERS, mevr. M.M.C. STR01G 1996 STR01G 2004
# * # * # *
! H Machinale boring tot 4,0 m-mv met peilbuis
VDL VASTGOED B.V. BOR00I 998
ms-02
# # * # *
( !
! (
Machinale boring tot 6,0 m-mv
C hb-04hs-03 hb-05 mb-02
! H Machinale boring tot 6,0 m-mv met peilbuis
VDL VASTGOED B.V. BOR00I 1296
! ( ( !
hb-06
Machinale sondering tot 10,0 m-mv
! (hb-07
Machinale sondering tot 15,0 m-mv
VDL VASTGOED B.V. BOR00I 1290
(hb-08 ! ( ! hb-09 hs-04
Machinale sondering tot 25,0 m-mv Zware slagsondering tot 4,0 m-mv Zware slagsondering tot 10,0 m-mv
#
Zware slagsondering tot 15,0 m-mv
(hb-11 !
! (hb-10
! (hb-12 ! (hb-13
Zware slagsondering tot 25,0 m-mv
# 0 # 0 # 0 # 0 # * # * # *
W Slibmonsters X
VDL VASTGOED B.V. BOR00I 1291
( !
hb-14
( !
WATERSCHAP LIMBURG BOR00I 1588
hb-16 ms-03
# * * # ( ! H
GEMEENTE SITTARD-GELEEN hb-15 BOR00I 1006 hs-05 GEMEENTE SITTARD-GELEEN ms-04 BOR00I 1003 hb-17
( !
VDL VASTGOED B.V. BOR00I 1292
hb-18
! (
VDL VASTGOED B.V. BOR00I 1004
mb-03
ms-05
# * # * C
VDL NEDCAR B.V. BOR00I 1002
hs-06 mb-30 ( hb-19 ! mb-31 VDL NEDCAR B.V.
# ! (
! Hhb-219 BOR00I 1005 ! ( hb-20 mb-32 ! ( ( !
GEMEENTE SITTARD-GELEEN BOR00I 1001
mb-33
! Hhb-220 ! ( hb-21hs-07 ( ms-06!
#
# * # * 0
mb-04 hb-221C zs-106
! (
hb-22
! ( ! (
hb-222 hb-23hs-08
# ! (
! (
hb-223 hb-24
! (
hb-224ms-07mb-05
# * # *
! (
C
hb-25hs-09
# ! (
! (
hb-224
! ( ! (
hb-225
mb-35
mb-34
! Hhs-10 ! ( hb-27
#
( !
hb-26
hb-28
! H mb-06
ms-08 zs-108
# 0 * # * C
Bodemonderzoeken kaartblad 1 150kV Born-Graetheide
VDL NEDCAR B.V. BOR00I 1228
Opdrachtgever: TenneT TSO BV Projectnummer: 369538
mb-07
ms-09 zs-109
# * 0 # * C
GEMEENTE SITTARD-GELEEN BOR00I 1397
Status: Concept Datum: 18-3-2021 Schaal: 1:3.000 Formaat: A3 Getekend: JW 0
30
60
- Gecontroleerd: TW 90
120
PROVINCIE LIMBURG BOR00I 1399 © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
150
180 meter
´
Esri Nederland, Community Map Contributors
\\nlamsfs004\Project\240\369538_Born-Graetheide_veldonderzoek\2. Do Work\1. ALGEMENE INFO EN GIS\GIS\210318 werkbestand born-graetheide veldonderzoeken.mxd 18-3-2021 19:43:42
Handboring tot 1,2 m-mv
# * # *
>
#
Handboring tot 0,5 m-mv
WATERSCHAP LIMBURG STR01G 1995 GIELEN, dhr. J.M.A. MUNNICH, mevr. H.J.A.M. STR01G 1994 GIELEN, dhr. C.A.H. STR01G 1999 WILLEMS, mevr. I.M. STR01G 1998 hb-01hs-01 STR01G 1997
#
Kadastrale percelen
( !
WATERSCHAP LIMBURG STR01G 2221 WATERSCHAP LIMBURG STR01G 2145 WATERSCHAP LIMBURG STR01G 2222
! H
# * 0 # * C
VDL NEDCAR B.V. BOR00I 1228
Legenda HDD Persing
mb-07
Open ontgraving
ms-09 zs-109
# 0 * # * C
Kadastrale percelen
Boorplan
( !
Handboring tot 0,5 m-mv
>
Handboring tot 1,2 m-mv
GEMEENTE SITTARD-GELEEN BOR00I 1397
! ( Handboring tot 2,0 m-mv
#
Handsondering tot 3,0 m-mv
C
machinale boring tot 10,0 m-mv met 2 peilbuizen
C
Machinale boring tot 15,0 m-mv met 2 peilbuizen
C
Machinale boring tot 20,0 m-mv met 2 peilbuizen
PROVINCIE LIMBURG BOR00I 1399
DE STAAT (INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT) BOR00I 1429 ENEXIS NETBEHEER B.V. BOR00I 1430
# * # * # *
! H Machinale boring tot 4,0 m-mv met peilbuis ( !
Machinale boring tot 6,0 m-mv
! H Machinale boring tot 6,0 m-mv met peilbuis
GEMEENTE SITTARD-GELEEN BOR00I 1398
mb-08
ms-10 C ! (hb-29
# 0 * # *
Machinale sondering tot 10,0 m-mv
zs-110
Machinale sondering tot 15,0 m-mv Machinale sondering tot 25,0 m-mv
hb-30 hs-11
# ! (
Zware slagsondering tot 4,0 m-mv
FIJTEN, dhr. J.G.G. BOR00I 1245
Zware slagsondering tot 10,0 m-mv Zware slagsondering tot 15,0 m-mv
! (
Zware slagsondering tot 25,0 m-mv
hb-31
# 0 # 0 # 0 # 0 # * # * # *
W Slibmonsters X hs-12hb-32
# ! H
FIJTEN, dhr. J.G.G. BOR00I 1626
GOBUS B.V. BOR00I 1625
>
FIJTEN, dhr. J.G.G. BOR00I 1620
hb-33 FIJTEN, dhr. J.G.G. BOR00I 1627
GOBUS B.V. hs-13 hb-34 BOR00I 1624
# >
GOBUS B.V. BOR00I 1622
hb-35
GOBUS B.V. BOR00I 1418
>
hs-14hb-36
# >
hb-37
! H
CLEEF, dhr. C.N.M. VAN BOR00I 76
GEMEENTE SITTARD-GELEEN BOR00I 1609
CLEEF, dhr. C.N.M. VAN BOR00I 1432
hs-15hb-38
#
hb-39
>
GEMEENTE SITTARD-GELEEN BOR00I 1428
hs-16 hb-40
# >
VOGTEN, dhr. J.H.M. BOR00I 80
SIKKES, dhr. F.N. BOR00I 1187
hb-41
>
SIKKES, dhr. F.N. BOR00I 1188
hb-42 ms-11 hb-43 GEMEENTE SITTARD-GELEENhs-17 ( !
#* >
#
BOR00I 1389
ms-12hb-44
# *
! H
SIKKES, dhr. F.N. SIKKES, dhr. F.N. BOR00I 1493 hb-45hs-18 BOR00I 1492 SIKKES, dhr. F.N. BOR00I 1494 SIKKES, dhr. F.N.
# ! (
SIKKES, dhr. F.N. BOR00I 82 SIKKES, dhr. F.N. BOR00I 83 VLIEX, dhr. E.M.J.N. BOR00I 84 VLIEX, dhr. E.M.J.N. BOR00I 893
Bodemonderzoeken kaartblad 2 150kV Born-Graetheide
BOR00I 1495
! (
hb-46
hb-47 hs-19
# ! (
JANSSEN, dhr. J.N.P. BOR00I 1580
hb-48
! H
hb-49 hs-20
# ! (
VLIEX, dhr. E.M.J.N. SIKKES, dhr. F.N. BOR00I TSO 892 BV Opdrachtgever: TenneT BOR00I 1496 GEMEENTE SITTARD-GELEEN VLIEX, dhr. E.M.J.N. BOR00I 245 Projectnummer: 369538 BOR00I 86 SIKKES, dhr. F.N. Status: Concept BOR00I 1497 Datum: 18-3-2021
Schaal: 1:3.000 Formaat: A3 PEIJ, dhr. A.A.M. VAN BOR00I 153 DE ERVEN mevr. M.T.L. FRENKEN BOR00I 154
JANSSEN, dhr. J.N.P. BOR00I 156
Getekend: SIKKES, dhr. F.N.JW BOR00I 1498 0
30
60
- Gecontroleerd: TW 90
120
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
150
180 meter
´
Esri Nederland, Community Map Contributors
\\nlamsfs004\Project\240\369538_Born-Graetheide_veldonderzoek\2. Do Work\1. ALGEMENE INFO EN GIS\GIS\210318 werkbestand born-graetheide veldonderzoeken.mxd 18-3-2021 19:43:42
>
! (SIKKES, dhr. F.N. BOR00I 1495 SIKKES, dhr. F.N. BOR00I 1496 hb-47hs-19
Legenda
#
HDD
! (
Persing
SIKKES, dhr. F.N. BOR00I 1497
Open ontgraving
PEIJ, dhr. A.A.M. VAN BOR00I 153
hb-48
! H
Kadastrale percelen
Boorplan
! (
BOR00I 162 NMM BOR00I 161
NMM NMM BOR00I 167 hb-52 BOR00I 159 DE ERVEN dhr. N.H. DERHAAGDE ERVEN dhr. N.H. DERHAAG BOR00I 168 BOR00I 160
Machinale boring tot 6,0 m-mv
! H Machinale boring tot 6,0 m-mv met peilbuis
! (
Machinale sondering tot 10,0 m-mv Machinale sondering tot 15,0 m-mv
GEMEENTE SITTARD-GELEEN BOR00I 952
hb-183 hs-22 hb-53
! (
NMM NMM BOR00I 176 BOR00I 171 hb-184hs-73 DE ERVEN dhr. W.L. VROOMEN KAMP, dhr. N.M. OP DEN BOR00I 1046 CRIJNS, dhr. H.P.M. BOR00I 951 BOR00I 177
Machinale sondering tot 25,0 m-mv Zware slagsondering tot 4,0 m-mv
! H
# ! (
Zware slagsondering tot 10,0 m-mv Zware slagsondering tot 15,0 m-mv
! (
Zware slagsondering tot 25,0 m-mv
hb-185
! (
CRIJNS, dhr. H.P.M. BOR00I 178
CRIJNS, dhr. H.P.M. BOR00I 180 CRIJNS, dhr. H.P.M. BOR00I 182 CRIJNS, dhr. H.P.M. CRIJNS, dhr. H.P.M. BOR00I 183 BOR00I 181
hb-186hs-74
# ! (
STASSEN, dhr. A.L.C.H. BOR00I 1439
hb-187
! (
STASSEN, dhr. A.L.C.H. BOR00I 188 SLOUN, dhr. J.P.H. VAN BOR00I 189
mb-24 ms-38 hb-188hs-75
# 0# ! (! H
CRIJNS, dhr. H.P.M. BOR00I 184 STASSEN, dhr. A.L.C.H. BOR00I 185 STASSEN, dhr. A.L.C.H. BOR00I 1647 DE ERVEN dhr. L.M. KLEINEN BOR00I 1646 STASSEN, dhr. A.L.C.H. BOR00I 1650
mb-25ms-39
# 0
H ! (!
STASSEN, dhr. A.L.C.H. hb-189 BOR00I 195
KLEINEN, dhr. W.L.A. STASSEN, dhr. A.L.C.H. BOR00I 1648 BOR00I 1649 GEMEENTE SITTARD-GELEEN BOR00I 245 DE ERVEN dhr. L.M. KLEINEN BOR00I 1652 STASSEN, dhr. A.L.C.H.DE ERVEN dhr. L.M. KLEINEN BOR00I 1654 BOR00I 1380 BUCKX, dhr. P.T.J.M. BOR00I 1379 DE ERVEN mevr. C.J. FUCHS BOR00I 1297
hb-190hs-76
# ! (
hb-191 STASSEN, dhr. A.L.C.H. BOR00I 896
hb-192hs-77
# ! (
! (
PEIJ, dhr. A.A.M. VAN BOR00I 1381
hb-193 hb-194hs-78
# ! (
mb-26ms-40
hb-63 H mb-27ms-41 (ms-14 ! ! (! PEIJ, dhr. A.A.M. VAN hb-195 ! Hhs-79 GEMEENTE SITTARD-GELEEN BOR00I 1358 ! ( LBT00D 591 hs-27 hb-64 hb-196hb-197mb-28 ! HPEIJ, dhr. A.A.M. VAN ( mb-29 ms-43 ! H! BOR00I 1359 ms-42 ! H hb-65 ENEXIS NETBEHEER B.V. hb-198hs-80 BOR00I 197 ! ( CONSERO BELEGGINGEN B.V. ! ( LBT00D 587 HOLKER LAND B.V. hb-66 hs-28 BOR00I 1360 ! (! (hs-29-a hb-67-a RAILINFRATRUST B.V. hb-199 LBT00D 651 ms-15 ! ( mb-09 KURVERS, dhr. P.A.M.
# *
# # 0
# 0# 0
#
##
# * # * C
LBT00D 588
hb-69 hb-68-a
! (
! (
hb-200hs-81
# ! (
HOLKER LAND B.V. BOR00L 176
ms-44
SALDEN, dhr. R.F.H.S. LBT00D 656
# 0
! (
# 0
# 0 # 0 # 0 # 0 # * # * # *
W Slibmonsters X
HOEDEMAKERS, dhr. L.A.M. BOR00I 179
hb-54
#
# * # * # *
! H Machinale boring tot 4,0 m-mv met peilbuis ( !
JANSSEN, dhr. J.N.P. BOR00I 156
hb-51 hs-21 WAELEN, dhr. J.A.A.G. DE ERVEN mevr. M.W.H. DONNERS BOR00I 158
hb-70 hs-30
ms-45
hs-31-a
! (
# 0
hb-201
! (
GEMEENTE SITTARD-GELEEN LBT00D 437 NMM LBT00D 450
! (
NMM BOR00L 24 GEMEENTE SITTARD-GELEEN BOR00L 177
! (hb-71-a
hb-204
! H
NMM BOR00L 25
hb-73-a
GEMEENTE SITTARD-GELEEN LBT00D 439
hs-32hb-74
#
> ms-16
NMM BOR00L 26
hb-75-a hs-33-a
hb-76 mb-10 > Bodemonderzoeken kaartblad 3 zs-116 ( ! C
NMM LBT00D 652
NMM 150kV Born-Graetheide hb-77 LBT00D 653 >
>
hb-79 Opdrachtgever: TenneT TSO BV ( ! Projectnummer: 369538 hs-34hb-81
>
Status: Concept Datum: 18-3-2021 Schaal: 1:3.000 Formaat: A3 NMM LBT00D 379
Getekend: JW NMM LBT00D 379
( !
NMM NMM LBT00D 548 BOR00L 37
hb-78-a
hb-80-a GEMEENTE SITTARD-GELEEN NMM LBT00D 654 LBT00D 565 hb-82-a GOBUS B.V. LBT00D 550 ( !
>
hb-83-ahs-35-a
! (
hb-84
hb-205
hb-85
! H
hb-206 >hb-86-a - Gecontroleerd: ! HTW
! (
CRIJNS, dhr. W.H.J. LBT00D 566
hb-207
0
30
60
90
! H hb-208 ! Hmb-11
120
C © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
! H
! (
150
´
GEMEENTE SITTARD-GELEEN LBT00D 440
180 ALBERTI, mevr. M.W. meter LBT00D 661
CRIJNS, dhr. H.P.M. LBT00D 662
Esri Nederland, Community Map Contributors
\\nlamsfs004\Project\240\369538_Born-Graetheide_veldonderzoek\2. Do Work\1. ALGEMENE INFO EN GIS\GIS\210318 werkbestand born-graetheide veldonderzoeken.mxd 18-3-2021 19:43:42
Machinale boring tot 20,0 m-mv met 2 peilbuizen
BOR00I 165
BOR00I 164
# * # *
C
JANSSEN, dhr. J.M.G.J.L.
BOR00I 166 ! ( DE ERVEN dhr. W.L. VROOMENJANSSEN, dhr. J.M.G.J.L.
#
Machinale boring tot 15,0 m-mv met 2 peilbuizen
NMM BOR00I 157
#
machinale boring tot 10,0 m-mv met 2 peilbuizen
C
hb-50
# * # * 0
C
JANSSEN, dhr. J.N.P. BOR00I 1580
#
#
Handsondering tot 3,0 m-mv
! (
#
! (
Handboring tot 2,0 m-mv
hb-49hs-20
#
Handboring tot 1,2 m-mv
#
>
DE ERVEN mevr. M.T.L. FRENKEN BOR00I 154
#
Handboring tot 0,5 m-mv
#
( !
hb-194hs-78
Persing
Machinale boring tot 15,0 m-mv met 2 peilbuizen
C
Machinale boring tot 20,0 m-mv met 2 peilbuizen
! (
! (
LAND B.V. ! ( HOLKER BOR00L 176
SALDEN, dhr. R.F.H.S. RAILINFRATRUST B.V. ms-44 LBT00D 656 LBT00D 651
# 0
Machinale boring tot 6,0 m-mv
hb-70hs-30
ms-45
# 0
! H Machinale boring tot 6,0 m-mv met peilbuis
! (
Machinale sondering tot 10,0 m-mv
GEMEENTE SITTARD-GELEEN LBT00D 437 NMM LBT00D 450
Machinale sondering tot 15,0 m-mv Machinale sondering tot 25,0 m-mv
hs-31-a
! (
hb-201
! (
! (hb-71-a
hb-204
! H
Zware slagsondering tot 4,0 m-mv
GEMEENTE SITTARD-GELEEN LBT00D 439
Zware slagsondering tot 10,0 m-mv
hs-32 hb-74
#
> ms-16
Zware slagsondering tot 25,0 m-mv
( !
NMM LBT00D 652
NMM LBT00D 653
hb-76
NMM BOR00L 26 WATERSCHAP LIMBURG BOR00L 27 NMM BOR00L 35 NMM NMM BOR00L 37 LBT00D 548
hb-75-a
mb-10 C zs-116
> hs-33-a
hb-77