Bijlage 5.3 - Toelichting Bestemmingsplan 150kV Born Graetheide.pdf
Tekst van het document
Effecten van stikstofdepositie zijn berekend 9. De realisatie van de 150kV kabeltracé tussen Born en Graetheide leidt tot een toename van de stikstofdepositie van maximaal 0,02 mol N/ha. Tijdelijke effecten worden berekend in de volgende Nederlandse Natura 2000gebieden Geleenbeekdal, Roerdal, Bunder- en Elslooërbos, Meinweg, Brunssummerheide, Leudal, Swalmdal, Geuldal, Bemelerberg & Schiepersberg, Savelsbos, Weerter- en Budelerbergen & Ringselven, Sint Pietersberg & Jekerdal en Kunderberg. In de berekening is ervan uitgegaan dat alle werkzaamheden binnen een periode van 12 maanden worden uitgevoerd. In de gebruiksfase zijn er geen wijzingen van de emissies van stikstof en daardoor ook geen toename van de stikstofdepositie. Bij een tijdelijke totale toename van de stikstofdepositie van maximaal 0,10 mol N/ha gedurende de bouwfase kunnen negatieve gevolgen voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Duitsland hanteert een drempelwaarde van 7,14 mol N/ha/jaar. Voor het project wordt een maximale stikstofdepositie berekend van 0,01 mol N/ha op Duitse Natura 2000-gebieden, waardoor de Duitse drempelwaarde niet wordt overschreden. België hanteert een drempelwaarde van 5% van de kritische depositiewaarde. Dit komt overeen met 21,45 mol N/ha/jaar.
Voor het project wordt een maximale stikstofdepositie berekend van 0,05 mol N/ha op de Belgische Natura 2000-gebieden, waardoor de Belgische drempelwaarde niet wordt overschreden. 8 Verkennend natuuronderzoek 150kV verbinding Born-Graetheide, Sweco, 29 maart 2021
9 Onderzoek stikstofdepositie versterken 150kV-net Born-Graetheide, Sweco, 25 maart 2021
Bestemmingsplan 150kV Born-Graetheide Pagina 37 van 46
Tijdens de gebruiksfase van het project is er ook geen toename van de stikstofdepositie op een door stikstof overbelaste locatie in een Natura 2000-gebied. Overige negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden ook uitgesloten. Op basis van bovenstaande is een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk. Er zal hierbij tijdens de uitvoering wel moeten worden voldaan aan de randvoorwaarden met betrekking tot de draaiuren, vermogen en emissienormen van het materieel zoals hier beschreven in de uitgangspunten. In Duitsland en België worden de drempelwaarde van respectievelijk 7,14 en 21,45 mol N/ha/jaar niet overschreden en is er geen bezwaar tegen het verlenen van toestemming voor deze activiteit. Het voorgenomen plan is daarom uitvoerbaar en een vergunning Wet natuurbescherming is niet nodig. Soortenbescherming Binnen het plangebied zijn mogelijk soorten aanwezig of te verwachten die beschermd zijn op grond van de Wet natuurbescherming en die mogelijkerwijs negatief beïnvloed worden als gevolg van de voorgenomen ingreep. Het betreft hier mogelijke groeiplaatsen beschermde plantensoorten wolfskers, grote leeuwenklauw en groot spiegelklokje, Alpenwatersalamander, levendbarende hagedis en hazelworm (Andere soorten art. 3.10 Wnb).
Aanvullend soortgericht onderzoek naar deze soorten wordt uitgevoerd voor realisatie van het project. Dit staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. Er kan, indien nodig, met een ecologisch werkprotocol worden gewerkt om effecten te mitigeren. Voor zover noodzakelijk zal voor uitvoering van de werkzaamheden een ontheffing worden aangevraagd. Deze wordt verleenbaar geacht. Voor de reptielen hazelworm en levendbarende hagedis gelden vrijstellingsperiodes van respectievelijk juli t/m september en half augustus t/m half oktober. Indien in deze periode gewerkt wordt in geschikt habitat (bosranden en bosschages en structuurrijke bermen) dan is aanvullend onderzoek formeel niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht, wat inhoudt dat negatieve effecten zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. Tevens geldt voor vleermuizen dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is, mits er geen sprake is van bomenkap. Tot slot dient men tijdens de uitvoeringsfase rekening te houden met de aanwezigheid van algemeen voorkomende broedvogels tijdens het broedseizoen. Alle broedgevallen zijn beschermd tijdens het broedseizoen. Vanwege de lengte van het tracé wordt geadviseerd de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren en aantasting van bosschages geheel te vermijden.
Indien dit niet mogelijk is, dient het werkterrein vóór de start van het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden. Dit geldt voornamelijk ten aanzien van grondbroedende soorten op de locaties van de open ontgravingen in de akkers. Houtopstanden Binnen het plangebied zijn meerdere houtopstanden, bomenrijen en bomen aanwezig die beschermd zijn op grond van de Wet natuurbescherming en/of gemeentelijk beleid. Echter zijn er geen voornemens voor de kap van bomen, en wordt daar waar het tracé houtopstanden kruist gewerkt door middel van een gestuurde boring waardoor er geen sprake is van aantasting. Er zijn geen belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming en het gemeentelijke beleid ten aanzien van houtopstanden.
Bestemmingsplan 150kV Born-Graetheide Pagina 38 van 46
Provinciaal beleid Het plangebied doorkruist op drie punten het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze punten bevinden zich allen op grondgebied van de gemeente Sittard-Geleen en niet in de gemeente Echt-Susteren. Op twee van de drie punten wordt het tracé aangelegd door middel van gestuurde boring. Op de overige locatie vindt een open ontgraving plaats. Omdat er sprake is van een bestemmingsplanprocedure wordt een ’nee-tenzij’-toets uitgevoerd. Deze toets wordt toegevoegd bij vaststelling van dit plan. Aantasting van NNN kan voorkomen worden door de kabels hier tevens aan te leggen met een gestuurde boring. Omdat in de provincie Limburg verder geen sprake is van externe werking op het NNN zal op deze wijze het NNN in zijn geheel worden ontweken en zijn er geen belemmeringen vanuit provinciaal beleid. Binnen het NNN gebied bevindt zich ook het beschermd natuurmonument Grasbroek (Natuurbeschermingswet). De nieuwe verbinding wordt ten oosten van het natuurgebied aangelegd. In het natuurgebied ontspringen enkele bronnen die naar verwachting worden gevoed door neerslag uit de omgeving die door aanwezige zandbanen in de ondergrond naar het bronnengebied worden geleid. De invloed van de aanleg van de nieuwe verbinding op het in stand houden van deze bronnen is onderzocht, inclusief eventueel noodzakelijke en/of mogelijke maatregelen.
De situatie rond de bronzone is geomorfologisch complex door de aanwezigheid van een breuk. Met boringen en analyse van verschillende databronnen is beter inzicht ontstaan in de bodemopbouw. Daaruit blijkt dat de breukzone circa 4 meter breed is en zich ongeveer tussen kasteel Grashoek en door, en net ten noorden, van de hoofdbronzone bevindt. De grondwaterstand ter plaatse van het leidingtracé ten noorden van de breuk lag tijdens het onderzoek op de meeste plaatsen dieper dan 3,5 m-mv. Het lijkt onaannemelijk dat de grondwaterstand in natte perioden stijgt tot boven 2 m-mv. Een vergraving voor de aanleg van de hoogspanningsverbinding tot maximaal 2 m-mv kan ten noorden van de breuk dan ook geen negatieve invloed op de bronzone hebben. Waar de hoogspanningsverbinding de breuk schampt of passeert is extra zorgvuldigheid geboden om effecten op de bronzone uit te sluiten. Effecten kunnen optreden door temperatuurverhoging of vergraving van bodemlagen. Rond de hoogspanningsverbinding kan de bodem en/of de grondwatertemperatuur worden verhoogd. Gelet op de relatief geringe temperatuurontwikkeling van de kabel (de kabel wordt niet op maximale capaciteit belast), de bodemopbouw ter plaatse en de afstand tot het bronnengebied (de kabel ligt 1525 meter ten oosten van de bronzone) wordt geen of geringe invloed verwacht.
Voor uitvoering van de werkzaamheden wordt een nadere beoordeling van de temperatuurseffecten opgesteld. In dit gedeelte van het hoogspanningstracé zal bovendien met nader onderzoek de gemiddeld hoogste grondwaterstand worden ingeschat. Ook wordt de ligging van de breuk nauwkeuriger in beeld gebracht. Daarmee ontstaat meer inzicht in mogelijke effecten van vergraving. Als effecten niet zijn uit te sluiten, kan een technische maatregel worden toegepast. Zo kan een kwelscherm van circa 6 meter lang geïnstalleerd worden waarmee effecten worden voorkomen. De graafwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg worden begeleid door een deskundige geohydroloog. Deze kan tijdens de werkzaamheden de exacte ligging van de breuk bepalen en eventueel benodigde maatregelen treffen. In het bestemmingsplan is een waarborg opgenomen dat het onderzoek, de begeleiding van de graafwerkzaamheden en het treffen van eventueel benodigde maatregelen ook daadwerkelijk plaatsvindt. Met toepassing van een van deze maatregelen worden geen effecten op het bronnengebied verwacht.
Bestemmingsplan 150kV Born-Graetheide Pagina 39 van 46
4.9 Landschap De ondergrondse hoogspanningsverbinding is na realisatie niet zichtbaar. Tijdens de aanleg wordt, met aandacht voor de aanwezige functies en waarden in het gebied, gekozen voor de passende aanlegmethode. Na de aanleg worden de bestaande kwaliteiten zo veel mogelijk weer hersteld: de ontgraven gronden worden zover als dit mogelijk is weer in de oude staat hersteld. Bestaande bomen worden zo veel mogelijk gespaard. Hierdoor is geen sprake van een onevenredige aantasting van het landschap of de noodzaak tot landschappelijke inpassing. 4.10 Bodem In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met de bodemkwaliteit in het plangebied. Voor de functie van het tracé is geen specifieke bodemkwaliteit vereist: het is geen gevoelige functie voor dit aspect. Indien bij het uitvoeren van de werkzaamheden in de bodem een verontreiniging wordt aangetroffen, treedt het regime van de Wet bodembescherming in werking. Daarmee is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem voldoende gewaarborgd. Door middel van het uitgevoerde bodemonderzoek10 is voor uitvoering van de werkzaamheden reeds inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied. Hieruit volgt dat geen vervolgonderzoek nodig is in het onderzochte tracé. Wel zijn enkele aandachtspunten en adviezen gegeven voor de uitvoering.
4.11 Niet gesprongen explosieven Voor de gronden die onderdeel uitmaken van het tracé van de ondergrondse hoogspanningsverbinding is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van conventionele explosieven11. In de geraadpleegde bronnen zijn indicaties gevonden die erop wijzen dat in of nabij het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het gaat om de volgende indicaties: • geallieerde en Duitse artilleriebeschietingen tijdens de bevrijding van het gebied; • geallieerde en Duitse militaire aanwezigheid in de vorm van geschutstellingen; • geallieerde en Duitse militaire aanwezigheid in de vorm van loopgraven en mangaten; • geallieerde en Duitse mijnenvelden. Aan de hand van deze indicaties zijn de hoofd- en subsoorten conventionele explosieven, de hoeveelheden, de verschijningsvormen en de horizontale en verticale afbakening van de verdachte gebieden vastgesteld. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek en de conclusie zijn enkele locaties binnen het onderzoeksgebied (de locaties van de geschutstellingen, loopgraven, mangaten, een mogelijk mijnenveld en een gebied dat getroffen is door een artilleriebeschieting) verdacht verklaard op de aanwezigheid van diverse (gedumpte) conventionele explosieven.
In de onverdachte gebieden kunnen de voorgenomen werkzaamheden plaatsvinden zonder dat er vervolgstappen in de explosievenopsporing noodzakelijk zijn. Voor de verdachte gebieden geldt dat, afhankelijk van de naoorlogse ontwikkelingen, vervolgstappen voor explosievenopsporing moeten plaatsvinden voor uitvoering van werkzaamheden onder Verkennend bodem- en waterbodemonderzoek 150kV-tracé Born-Graetheide, Sweco, 26 maart 2021 11 Vooronderzoek Conventionele Explosieven Born-Graetheide Gemeente Sittard-Geleen, Bombs Away B.V., 9 december 2019 10
Bestemmingsplan 150kV Born-Graetheide Pagina 40 van 46
maaiveld. De voorgenomen werkzaamheden in de onverdachte gebieden kunnen plaatsvinden zonder nader onderzoek of OCE-begeleiding. 4.12 Luchtkwaliteit en geur Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). In titel 5.2 van de wet zijn de bepalingen ten behoeve van luchtkwaliteit opgenomen. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en op welke wijze overschrijdingen van de luchtkwaliteit dienen te worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit, hoeven niet meer te worden getoetst aan de hiervoor geldende grenswaarden. De beoordelingscriteria of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in het “Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”. In dit Besluit is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma, een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m 3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd.
Een ondergrondse 150kV-hoogspanningsverbinding veroorzaakt geen geur en is geen voor geur gevoelige functie. Dit aspect is voor deze ontwikkeling niet aan de orde. Ook voor luchtkwaliteit geldt dat een ondergrondse 150kV-hoogspanningsverbinding geen luchtemissies veroorzaakt. In de uitvoeringsfase is er wel sprake van luchtemissies ten gevolge van de voertuigbewegingen en de inzet van materieel om de werkzaamheden uit te voeren. Deze bijdrage is van tijdelijke aard en zodanig beperkt van karakter dat een nadere toetsing van dit aspect niet aan de orde is. 4.13 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s die mensen oplopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico’s vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Het aanleggen of transporteren van elektriciteit is geen activiteit met gevaarlijke stoffen die risico’s voor de omgeving met zich brengt.
Het onderhavige bestemmingsplan ziet ook niet op de toevoeging van een kwetsbaar object dat van invloed is op activiteiten met gevaarlijke stoffen in het plangebied of de omgeving. Voor het voorkeursalternatief is een bureauonderzoek uitgevoerd naar ruimtelijke beïnvloeding12. De ondergrondse 150kV-hoogspanningsverbinding zorgt niet voor een toename van de kans op een incident met gevaarlijke stoffen in het plangebied of in de omgeving. In het plangebied zijn ondergrondse buisleidingen aanwezig, die door het voorgenomen tracé worden gekruisd. TenneT heeft met de betreffende leidingbeheeerders overleg gevoerd. Bij deze kruisingen doet zich geen verhoogd risico voor. Wel kan bij graafwerkzaamheden schade ontstaan aan de hoge druk aardgasleidingen. Daarnaast 12 Bureauonderzoek ruimtelijke beïnvloeding, Sweco, 16 juli 2019
Bestemmingsplan 150kV Born-Graetheide Pagina 41 van 46
speelt het aspect van wisselstoomcorrosie en isolatiebelasting een rol. Bij verdere uitwerking worden berekeningen uitgevoerd om de mate van wisselstroomcorrosie en isolatiebelasting te bepalen. Eventueel kunnen uit deze berekeningen maatregelen volgen om de beïnvloeding te beperken. Wanneer het project in de uitvoeringsfase komt, dient men extra aandacht te hebben wanneer gewerkt wordt in de nabijheid van hoge druk aardgastransportleidingen (ook als er een klic-melding is gedaan). 4.14 Verkeer en parkeren Met het bestemmingsplan worden geen ontwikkelingen toegelaten die leiden tot een substantiële toename van verkeer. Enkel tijdens de aanleg van de hoogspanningsverbinding treden tijdelijk extra verkeersbewegingen op. Vanuit het oogpunt van verkeer zijn er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van dit project. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
Bestemmingsplan 150kV Born-Graetheide Pagina 42 van 46
4.15 Conclusie In de voorgaande paragrafen is op basis van de beschikbare onderzoeken aangetoond dat het bestemmingsplan uitgevoerd kan worden, zonder dat er onaanvaardbare negatieve effecten op de leefomgeving verwacht worden. De aspecten geluid, magneetvelden, archeologie, water, ecologie, landschap, bodem, luchtkwaliteit, niet gesprongen explosieven, externe veiligheid en verkeer vormen geen belemmeringen voor het voorziene project. Het bestemmingsplan voldoet daarmee aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Er is hiermee sprake van een uitvoerbaar bestemmingsplan.
Bestemmingsplan 150kV Born-Graetheide Pagina 43 van 46
5
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.1 Raadpleging burgers en maatschappelijke organisaties Burgers, maatschappelijke organisaties en andere overheden zijn op diverse wijzen betrokken bij de voorbereiding het bestemmingsplan ten behoeve van de 150kV hoogspanningsverbinding Born-Graetheide. In paragraaf 2.2 Tracékeuze is dit nader toegelicht. 5.2 Overleg met besturen en instanties Vooroverleg In het kader van het artikel 3.1.1 Bro-overleg is het concept-ontwerpbestemmingsplan ‘150kV Born-Graetheide’ voor advies voorgelegd aan de daartoe betrokken instanties. Er zijn drie adviezen ontvangen: • Provincie Limburg; • Petrochemical Pipelines Services B.V.; • Gasunie. Een samenvatting van de reacties en een reactie hierop van het bevoegd gezag is opgenomen in de Nota vooroverleg, welke is bijgevoegd als bijlage. 5.3 Zienswijzen In het kader van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening is het ontwerpbestemmingsplan ‘150kV Born-Graetheide‘ voor het indienen van zienswijzen ter visie gelegd. Het plan heeft vanaf 21 april 2021 gedurende zes weken (derhalve tot 2 juni 2021) voor eenieder in de Stadswinkel Geleen ter visie gelegen. Er zijn in totaal vier zienswijzen ingediend. De reacties en antwoorden van het bevoegd gezag op de zienswijzen is opgenomen in de nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen, welke is bijgevoegd als bijlage 7.
Bestemmingsplan 150kV Born-Graetheide Pagina 44 van 46
Bestemmingsplan 150kV Born-Graetheide Pagina 45 van 46
6
Financiële en procedurele uitvoerbaarheid
6.1 Financiële uitvoerbaarheid De kosten van de aanleg en instandhouding van de voorgenomen ontwikkeling en het risico komen voor rekening van de initiatiefnemer TenneT. Op grond van de Elektriciteitswet 1998 is het bieden van leveringszekerheid een wettelijke taak voor de netbeheerder. Indien nut en noodzaak van een project zijn aangetoond kunnen de initiatiefnemers de investeringskosten doorberekenen in de tarieven voor het transport van elektriciteit (zie ook artikel 20d lid 1 en lid 2, Elektriciteitswet 1998). Voor dit project is dat het geval. De gemeente heeft een overeenkomst tegemoetkoming in schade gesloten met TenneT. In deze overeenkomst is bepaald dat schade als gevolg van onderhavig bestemmingsplan, welke op de voet van afdeling 6.1 Wro voor vergoeding in aanmerking komt, zal worden vergoed door de initiatiefnemer. Voor de schade (en de daaruit voortvloeiende kosten) aan de openbare voorzieningen, die ontstaan door de werken voor de aanleg en instandhouding, zal een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente en TenneT worden getekend. Er is geen aanleiding tot het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4° onderscheidenlijk 5° of het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk sub b, c of d Wro.
Hierdoor kan worden afgezien van een exploitatieplan zoals bedoeld in artikel 6.12 Wet ruimtelijk ordening. 6.2 Beschikbaarheid gronden Voor de aanleg en instandhouding van de 150 kV hoogspanningsverbinding moet TenneT gebruik kunnen (blijven) maken van een strook grond ter plaatse van de ondergrondse hoogspanningsverbinding. Deze strook (de zakelijk rechtstrook) is vastgesteld op basis van het benodigde ruimtebeslag voor aanleg en instandhouding. Daarbij is rekening gehouden met veiligheidseisen. Om gebruik te kunnen (blijven) maken van de grond in deze strook sluit TenneT een zakelijk rechtovereenkomst (inclusief gebruiksovereenkomst) af met de eigenaar, de eventuele overige zakelijk gerechtigden (erfpachters, opstalhouders, et cetera) en de eventuele persoonlijk gerechtigden (huurder, pachters, et cetera). In deze overeenkomsten worden de afspraken vastgelegd over het gebruik van de grond en welke vergoeding en welke rechten op toekomstige vergoedingen de rechthebbende van TenneT zal ontvangen. Het zakelijk recht betreft een opstalrecht en is een zelfstandig recht dat een inbreuk vormt op het exclusieve gebruiksrecht van de eigenaar en de overige zakelijk gerechtigden. TenneT hanteert bij de vestiging van een zakelijk recht het principe van schadeloosstelling (volledige schadevergoeding) zoals de Belemmeringenwet Privaatrecht die kent.
Schadeloosstelling betekent dat de rechthebbenden vóór en ná de vestiging van het zakelijk recht in een gelijkwaardige vermogens- en inkomenspositie dienen te verkeren. Schadeloosstelling geschiedt in beginsel ongeacht het moment waarop schade zich voordoet. De schade dient wel een rechtstreeks en noodzakelijk gevolg te zijn van de vestiging van het zakelijk recht. De schade wordt onderscheiden in vier hoofdcomponenten: vermogensschade op het moment van afsluiten van de zakelijk rechtovereenkomst; inkomensschade; bijkomende schade op het moment van afsluiten van de zakelijk rechtovereenkomst en schade die op het moment van afsluiten van de zakelijk rechtovereenkomst onvoorzienbaar en/of onbepaalbaar is (toekomstschade).
Bestemmingsplan 150kV Born-Graetheide Pagina 46 van 46
Belemmeringenwet Privaatrecht Voor zover de uitvoerbaarheid van het project nog afhankelijk is van het (tijdelijk) beschikbaar hebben van gronden waarop de ondergrondse hoogspanningsverbinding kan worden opgemerkt dat deze beschikbaarheid verzekerd is middels de mogelijkheid toepassing te geven aan de Belemmeringenwet. TenneT tracht op minnelijke wijze overeenstemming te bereiken over het gebruik van een strook grond (de zakelijk rechtstrook). In het geval op minnelijke wijze geen overeenstemming kan worden bereikt, kan afhankelijk van het feit of belangen van betrokkene onteigening vorderen een beroep worden gedaan op de Belemmeringenwet Privaatrecht. Middels de Belemmeringenwet Privaatrecht kan een zogenaamde gedoogplicht worden opgelegd.
Bestemmingsplan 150kV Born-Graetheide Pagina 47 van 46
7
Juridische planbeschrijving
7.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de juridische regeling van het bestemmingsplan toegelicht. Allereerst volgt een toelichting op de opzet van de regels en daarna een artikelsgewijze toelichting. 7.2 Opzet regels De regels van dit bestemmingsplan zijn opgezet conform de Wro en het Bro, zoals die gelden sinds 1 juli 2008. Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (hierna: SVBP 2012). De SVBP 2012 maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan of bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn conform deze standaarden opgesteld: • Hoofdstuk 1 bevat de begrippen (artikel 1) en een bepaling over de wijze van meten (artikel 2); deze worden in alfabetische volgorde gegeven en dienen als referentiekader voor de overige regels. • Hoofdstuk 2 bevat de bestemming(en). Deze artikelen hebben een min of meer vaste opbouw. • Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, die van algemeen belang zijn voor het plan. • Hoofdstuk 4 bevat tenslotte de overgangsregels en slotregel. 7.3
Regels bestemmingsplan
Inleidende regels In het eerste hoofdstuk van de regels zijn de inleidende regels opgenomen. In artikel 1 is een aantal begrippen nader gedefinieerd teneinde onduidelijkheid te voorkomen. Voor een aantal begrippen bevat de SVBP 2012 de begripsbepalingen, in enkele gevallen zijn de in de gemeente gebruikelijke definities opgenomen. In artikel 2 is de wijze van meten opgenomen bij het beoordelen of de maatvoering in overeenstemming is met de regels. Ook bij de meetregels is de SVBP 2012 grotendeels leidend, aangezien ook de wijze van meten dwingend is voorgeschreven in deze standaard. Bestemmingsregels In hoofdstuk twee van de regels zijn per bestemming de bestemmingsregels opgenomen. Het bestemmingsplan kent één bestemming. Artikel 3 Leiding – Hoogspanning De gronden in het voorliggende bestemmingsplan hebben de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanning’. Deze dubbelbestemming is enerzijds nodig om de ondergrondse hoogspanningsverbinding aan te kunnen leggen en anderzijds om deze, na aanleg, te beschermen. Om dit laatste doel te bewerkstelligen zijn bouw- en aanlegregels opgenomen in de bestemming.
Bestemmingsplan 150kV Born-Graetheide Pagina 48 van 46
Algemene regels In hoofdstuk drie van de regels zijn de algemene regels opgenomen. In artikel 4 is de Anti-dubbeltelregel opgenomen. Het Bro stelt de verplichting de antidubbeltelregel over te nemen in het bestemmingsplan. Deze standaardbepaling heeft als doel te voorkomen dat van ruimte, die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruikgemaakt. In artikel 5 zijn de algemene afwijkingsregels opgenomen. Met de algemene afwijkingsregels is het mogelijk om onder voorwaarden af te wijken van bestemmingsgrenzen. In artikel 6 zijn de overige regels opgenomen. In de overige regels is opgenomen wat de verhouding van dit bestemmingsplan is met de onderliggende bestemmingsplannen, waarbij is bepaald dat -onder voorwaarden- voor de aanleg van de hoogspanningsverbinding geen omgevingsvergunningplicht geldt. Ook is bepaald hoe verwijzingen naar andere wettelijke regelingen moeten worden gelezen. Overgangs- en slotregels Het laatste hoofdstuk van de regels bestaat uit de overgangs- en slotregels. In artikel 7 zijn de overgangsregels opgenomen. De overgangsregels zijn voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Hiermee worden de bestaande rechten op de gronden beschermd.
In artikel 8 zijn slotregels opgenomen. In de slotregels wordt de titel van het bestemmingsplan gegeven.
Bestemmingsplan 150kV Born-Graetheide Pagina 49 van 46