Bijlage 4 - Voorstel aan het fractievoorzittersoverleg d.d. 6 januari 2022
Tekst van het document
Aan:
Fractievoorzittersoverleg
Van:
Nicolle Bisschoff
Datum:
6 januari 2022
Betreft:
Aanbevelingen werkgroep Bestuurscultuur
Inleiding Naar aanleiding van de Merici gesprekken waarin over de bestuurscultuur is gesproken is in september 2021 gestart met een werkgroep Bestuurscultuur. Deze werkgroep bestaat uit de raadsleden Claessens, Salvino-Meijer, Henssen, Roest, Renet, Baars, Kamphuis, De Loo, Clerx en Klein. Tevens participeren de burgemeester, de plaatsvervangend griffier en de griffier. Raadslid Claessens heeft het voorzitterschap op zich genomen en de plaatsvervangend griffier heeft de voorstellen voor de werkgroep geschreven. De werkgroep is gestart met het bespreken van de conclusies uit de Merici-gesprekken. Deze bespreking is vrij systematisch gegaan. Er is telkens een onderwerp opgepakt, waarbij de basis van het Reglement van orde (RvO) is genoemd, de aanbevelingen die gedaan worden vanuit de griffie en de noodzaak tot het eventueel wijzigen van het RvO. De werkgroep heeft vervolgens het voorstel besproken waardoor een uitgebreid document met aanbevelingen is ontstaan. Dit is bijgevoegd. Onderstaand treft u een samenvatting aan van de aanbevelingen van de werkgroep. Daarbij worden eerst de aanbevelingen genoemd waarvoor geen wijziging van het RvO nodig is en dan de aanbevelingen waarbij dat wel noodzakelijk zou zijn. Tevens is daarbij al een concept tekst voor een gewijzigd artikel voor het RvO toegevoegd.
De werkgroep heeft aangegeven dat zij een gewijzigd RvO nog in de huidige raad (februari) wil laten vaststellen. Verzocht wordt om de aanbevelingen te bespreken en te accorderen.
A. Aanbevelingen die geen wijziging van het RvO vergen. Invulling van het Plein De werkgroep wil vaker een Pleinbijeenkomst houden. Het streven is dit zes keer per jaar te doen. Dit is een taak voor de griffie en ook voor de fracties die geïnteresseerden doorverwijzen naar de griffie. Fracties vervullen als het ware een ambassadeursrol. Een publicatie in de Stadskrant (deze is gepland voor de volgende Stadskrant) en een brochure zijn hierin ondersteunend. Fracties zorgen ook dat er een afvaardiging van de fractie bij het Plein is. Stadsrondes De werkgroep wil vaker in gesprek met de burgers door middel van een Stadsronde. Ook hierbij geldt dat fracties en de griffie de mogelijkheid hiertoe breed uitdragen. Ook voor de Raadsagendacommissie ligt er een opdracht om te bezien over welke onderwerpen, gemeld in de raadsplanning, een Stadsronde gehouden kan worden.
1
Digitale informatiebijeenkomsten Digitale informatiebijeenkomsten bevallen goed. Het blijven organiseren van digitale informatiebijeenkomsten is tevens een aanbeveling van de werkgroep. Het is ook goed als een informatiefilmpje wordt aangeboden voor de Rondes waarin het betreffende onderwerp aan de orde komt. Zo is de voorbereiding op de Ronde ook beter. Digitale hamerraad De hamerraad invoeren zoals deze bij aanvang van het nieuwe vergaderstelsel was ingericht heeft geen steun. Dit was te belastend in de vergaderfrequentie. Als het mogelijk is, ook in toekomstige wetgeving, dan is een digitale hamerraad een optie. Woordvoerderschap De werkgroep is van mening dat het goed werkt als er één woordvoerder per fractie is in de raad en de Ronde. Dit wil de werkgroep handhaven. Mocht er echter een afwijkend standpunt zijn van een fractiegenoot of een andere dringende reden zijn dan kan deze aanvullend de ruimte krijgen om zijn standpunt toe te lichten. Dit kan ook via een stemverklaring. De voorzitter beoordeelt of en hoe het woord gevoerd kan worden. Spreektijd burgers, daadwerkelijk meepraten In het RvO is twee minuten spreektijd voor insprekers opgenomen. De werkgroep vindt dit beperkt maar de voorzitter kan beoordelen of er wat meer tijd moet worden gegeven aan de inspreker(s).
Daarnaast is het mogelijk dat de voorzitter de ruimte geeft voor een kort slotwoord aan de insprekers, nadat het voorstel is besproken in de Ronde. (dit staat al in artikel 25 lid 7 RvO) Bestuurscultuur (informele bijeenkomsten, werkbezoeken en scholing) Het elkaar als raadsleden frequenter, ook informeel, ontmoeten is van belang voor de sfeer. Zodra dit mogelijk is wordt de borrel na de raadsvergadering weer georganiseerd. Daarnaast zijn werkbezoeken belangrijk; twee grotere werkbezoeken jaarlijks en eventueel ook kleinere werkbezoeken of bezoeken waarbij in gesprek wordt gegaan met de bewoners. Overwogen kan worden om een eigen bijdrage van de raadsleden (voor bijvoorbeeld een etentje) te vragen bij een werkbezoek. Ook scholing betekent “ontmoeting”. Het volgen van scholing moet een verplichting zijn voor zittende raadsleden, niet alleen voor de nieuwe raadsleden. In de raadskalender 2022 zijn verschillende data opgenomen voor scholing en scholingsweekenden.
B. Aanbevelingen die een wijziging van het RvO vergen. Themagerichte avonden De vele aanvragen voor werkgroepen en informatiebijeenkomsten geven aanleiding om te bezien of een raadsavond ook op een andere wijze kan worden ingericht. Het indelen van werkgroepen, informatiebijeenkomsten en een Ronde rondom een thema, (Bijvoorbeeld: Bestuur, Financiën en Economische zaken, Ruimtelijke zaken, Maatschappelijke en Sociale zaken) is iets wat de Raadsagendacommissie zou moeten uitwerken. De werkgroep staat hier positief in. Daarmee wordt de deskundigheid en de samenhang van onderwerpen binnen een Ronde bevorderd. Ook hier wordt de link gelegd naar een eventuele Stadsronde. Het op locatie vergaderen in de stad is een optie als dit past bij het thema. De Raadsagendacommissie heeft de mogelijkheid om op donderdag vanaf 17.00 uur een raadsavond in te plannen als dat noodzakelijk is. In incidentele gevallen kan dit ook om 16.00 uur. De werkgroep geeft hierin mee dat raadsleden zich ervan bewust moeten zijn dat het raadslidmaatschap veel tijd kost. Dat betekent dat raadsleden in ieder geval beschikbaar 2
moeten zijn op de donderdag vanaf 17.00 uur. De werkgroep is van mening dat het plannen van drie parallelle sessies op een donderdag geen probleem is aangezien iedere fractie twee burgerleden kan benoemen. Vastgelegd moet worden dat er vanuit de Raadsagendacommissie een voorstel wordt gedaan voor spreektijden in de Ronde en in de raad. Op pagina 6 wordt het onderwerp spreektijden nog eens nader toegelicht. Artikel 4 Raadsagendacommissie 1. De Raadsagendacommissie is een commissie zoals bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet. 2. De Raadsagendacommissie heeft tot taak: a. de zaken te behartigen die het functioneren van de raad betreffen; b. een agendavoorstel voor de Ronde te doen, een agendavoorstel aan de raad voor de raadsvergadering te doen en besluiten te nemen over het invullen van het Plein en andere activiteiten en bijeenkomsten van de raad. Daarbij kan een agendavoorstel worden gedaan waarbij de Ronde, werkgroepen en informatiebijeenkomsten worden geclusterd rond een thema of onderwerp. c. een voorstel te doen voor de spreektijden in de Rondes en de raad. 3. De raad benoemt de leden op voorstel van het Fractievoorzittersoverleg. 4. De Raadsagendacommissie bestaat uit maximaal vijf leden. 5. De Raadsagendacommissie kiest uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. 6.
De zittingsperiode van de leden eindigt door ontslagname in te dienen bij de raad, aan het einde van de zittingsperiode van de raad of door intrekking van de benoeming door de raad. 7. Elk lid, inclusief de voorzitter, heeft één stem. 8. De Raadsagendacommissie beslist bij meerderheid van stemmen. 9. De voorzitter van de raad en de (plaatsvervangend) griffier zijn als adviseur bij de vergadering aanwezig. De griffier voorziet in het secretariaat. 10. De vergadering is niet openbaar. De vergadering is toegankelijk voor raadsleden, burgerleden en collegeleden.
Artikel 14 Bijeenkomsten 1. De bijeenkomsten van de raad vinden in de regel op een donderdag plaats volgens een door de Raadsagendacommissie, gehoord het Fractievoorzittersoverleg, opgesteld vergaderrooster. 2. De bijeenkomsten vinden op de volgende tijdstippen plaats: a. De Ronde vindt in de regel plaats van 19.00 uur tot uiterlijk 23.00 uur. b. Het vragenhalfuurtje vindt in de regel plaats voor een Ronde van 18.30 tot 19.00 uur. c. Het Plein vindt in de regel plaats voor een Ronde van 18.30 tot 19.00 uur. d. Informatiebijeenkomsten, werkgroepen, werkbezoeken, raadsconferenties en overleg met burgers vinden plaats tussen 16.00 uur tot uiterlijk 23.00 uur. e. De raadsvergadering vindt plaats van 18.30 uur tot uiterlijk 23.00 uur. 3. Indien de Raadsagendacommissie afwijkt van deze tijdstippen wordt daarvan melding gemaakt in het Dagbericht.
3
Ronde en advisering In de Ronde dienen aan de orde te komen: de inbreng van belanghebbenden en inwoners, de aanvullende vragen van raads- en burgerleden (technische vragen worden zoveel mogelijk vooraf gesteld) en de uitvoeringskwesties. Daarnaast het geven van een standpunt over het voorstel. Bij ‘kleinere’ dossiers kan volstaan worden met een politieke discussie in de ronde, waarna de conclusie moet worden getrokken of het stuk behandelrijp is voor de raad of nog eens in de Ronde moet worden gebracht. Bij grotere dossiers is de raad de aangewezen plek om de einddiscussie te voeren. (denk bijvoorbeeld aan de P&C stukken en de grote dossiers zoals Midden gebied Grevenbicht-Obbicht, windpark Holtum Noord enz.) Als er geen verschillende politieke meningen zijn, dan wordt een voorstel een hamerstuk. Zijn die er wel, dan is de raad de plaats om die te bespreken. De werkgroep vindt dat voorkomen moet worden dat na de Ronde geen duidelijkheid is over de behandeling van een voorstel in de raad. Er bestaat echter ook begrip voor dat indien vragen nog niet beantwoord zijn, er informatie mist, of juist informatie is gegeven in de Ronde die een nieuwe kijk op het voorstel geeft, niet direct een advies gegeven kan worden door het deelnemende fractielid in de Ronde.
In de Ronde moet naast de mogelijkheid om aan te geven of een voorstel voor een fractie een hamerstuk of bespreekstuk is, ook de mogelijkheid zijn om nog kort met de fractie te overleggen over het advies. Deze mogelijkheid is een optie, het dient geen regel te worden. Het beargumenteerd aangeven waarom er niet direct een advies wordt gegeven door de fractie is van groot belang voor de vergaderorde en ook voor de andere fracties. In de Ronde dient aangegeven te worden waarom een fractie niet in de Ronde kan adviseren en welke informatie nog ontbreekt. Het advies van de fractie dient echter uiterlijk de dinsdag na de Ronde aan de griffie te worden doorgegeven. De werkgroep is van mening dat als de Ronde heeft geadviseerd een voorstel als hamerstuk te behandelen in de raad hiervan niet meer afgeweken moet worden tenzij er nieuwe informatie is die bespreking rechtvaardigt. De Raadsagendacommissie adviseert de raad hierover. In de raad dienen fundamentele discussies en politieke inzichten aan de orde te komen. Daarnaast komen dan het politieke debat op hoofdlijnen, als er sprake is van verschillen in opvattingen, de moties en de amendementen. De raad is geen plaats om nog technische vragen aan de wethouder te stellen. De werkgroep is van mening dat indien maar één partij een bijdrage in de raad wil geven dit kan via een stemverklaring van één minuut.
De reden hiervoor is dat indien er maar één fractie iets wil bespreken er geen sprake is van een discussie binnen de raad. Art. 26 Afronding (Ronde) 1. Voor het verstrijken van de geraamde tijd voor het onderwerp raadpleegt de voorzitter de leden en concludeert hij of het onderwerp voldoende is behandeld of dat het nogmaals geagendeerd moet worden. 2. Als de conclusie is dat een onderwerp nog een keer behandeld moet worden in de Ronde geven de leden aan wat nog besproken moet worden. 3. Als de conclusie is dat een onderwerp als hamerstuk kan worden geagendeerd voor de raad, kan daarvan na de Ronde behandeling alleen nog afgeweken worden als er sprake is van nieuwe informatie die bespreking rechtvaardigt. De Raadsagendacommissie adviseert de raad hierover. 4. Als een fractie tijdens de Ronde nog niet kan adviseren dient dit gemotiveerd te worden. Indien de Ronde daarmee instemt kan het advies van deze fractie uiterlijk de dinsdag na de vergadering aan de Raadsagendacommissie doorgegeven worden. 5. Indien maar één fractie het onderwerp wil bespreken in de raad gebeurt dit met een stemverklaring van één minuut. 6. De voorzitter meldt de conclusie van de vergadering aan de Raadsagendacommissie.
4
Motie bij een hamerstuk en motie over een niet-geagendeerd onderwerp of voorstel (motie vreemd aan de orde van de dag) Het aankondigen van een motie over een voorstel waarover de Ronde heeft geadviseerd dat het voorstel een hamerstuk is in de raad vindt de werkgroep ongewenst als daar geen goede argumentatie aan ten grondslag ligt. Dit heeft te maken met vergaderorde en het zich goed kunnen voorbereiden op een raadsvergadering. Indien een raadslid een motie wil indienen over een onderwerp dat als hamerstuk is geagendeerd moet er sprake zijn van nieuwe informatie of ontwikkelingen die bespreking rechtvaardigen. Om de fracties enige voorbereidingstijd te geven voor deze motie over een hamerstuk is het gewenst dat deze 48 uur voor de raad wordt ingediend bij de Raadsagendacommissie. Deze adviseert de raad dan over de behandeling van de motie. De werkgroep adviseert daarnaast om de criteria voor het indienen van een motie over een niet-geagendeerd onderwerp of voorstel (motie vreemd aan de orde van de dag) weer aan te scherpen. Het feit dat een motie vreemd kan worden toegevoegd aan de raadsagenda betekent dat deze ook zorgvuldig moet worden ingezet. De ervaring leert dat bij de huidige bepaling in het RvO de deur wordt open gezet voor moties vreemd waarop ook via schriftelijke vragen of een Ronde agendering, antwoord kan worden gegeven.
Eerder stond in het RvO dat moties vreemd kunnen ingediend kunnen worden over een spoedeisende, actuele kwestie waarbij bespreking niet kan worden uitgesteld tot behandeling in de Ronde en waarbij geen ander middel is om het onderwerp van de motie aan de orde te stellen. De werkgroep stelt voor deze bepaling weer op te nemen in het RvO. Moties vreemd aan de orde van de dag worden ingediend bij de Raadsagendacommissie, deze adviseert de raad over de toelaatbaarheid van de motie. t Artikel 42 Moties 1. Een raadslid kan ter vergadering een motie over een onderwerp of voorstel indienen. 2. Deze motie moet om in behandeling genomen te worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 3. De behandeling van deze motie vindt tegelijk plaats met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel. 4. Een motie over een voorstel waarvan de Ronde heeft geadviseerd dat dit als hamerstuk kan worden behandeld in de raad wordt minimaal 48 uur voor de raadsvergadering bij de Raadagendacommissie ingediend. 5. Een motie over een niet-geagendeerd onderwerp of voorstel (motie vreemd aan de orde van de dag): a. wordt minimaal 48 uur voor de vergadering bij de Raadsagendacommissie ingediend; b.
wordt alleen op de agenda van de raad geplaatst indien deze voldoet aan de volgende criteria: - het moet gaan om een spoedeisende, actuele kwestie, die niet kan worden uitgesteld tot behandeling in Ronde en; - er is geen ander middel om het onderwerp van de motie aan de orde te stellen. c. De Raadsagendacommissie adviseert de raad of aan deze vereisten is voldaan. d. De raad beslist op voorstel van de voorzitter bij aanvang van de vergadering, of en op welk moment in de vergadering, de motie wordt behandeld.
4. Een motie over een niet-geagendeerd onderwerp of voorstel wordt minimaal één werkdag 5.
voor aanvang van de vergadering van de raadsagendacommissie schriftelijk ingediend bij deze commissie. Deze motie wordt gepubliceerd bij de vergaderstukken van de raad na de overige agendapunten. Als na deze termijn een motie over een niet-geagendeerd onderwerp of voorstel wordt ingediend, dan wordt deze slechts behandeld indien hij, naar het oordeel van de raad, op advies van de raadsagendacommissie, zowel actueel als urgent is.
5
Interrupties De werkgroep is van mening dat interrupties in de raad niet altijd beperkt blijven tot een korte verduidelijkende vraag of een korte inhoudelijke reactie. Dit is wel de essentie van een interruptie. Het ongelimiteerd toestaan van interrupties leidt tevens tot het oprekken van spreektijden en termijnen. Om die reden kiest de werkgroep er voor in het RvO duidelijk aan te geven wat een interruptie is en tevens het aantal interrupties per fractie per voorstel te limiteren. Artikel 1 Begrippen 9. Interruptie: een korte verduidelijkende vraag of korte inhoudelijke reactie. Artikel 47 a Interruptie 1. Er mogen maximaal drie interrupties van dezelfde fractie plaatsvinden over hetzelfde voorstel. 2. De interrupties gaan niet van de spreektijd af. 3. De beantwoording van de interruptie gaat niet van de spreektijd af.
Spreektijden De werkgroep heeft in een aantal bijeenkomsten gesproken over spreektijden in de raad. De mening van de werkgroep is dat een RvO geen dictatuur van de meerderheid mag zijn, maar ook niet van de minderheid. We hebben een stelsel van waarden en normen. Eén van deze waarden is dat bij democratische besluitvorming de meerderheid beslist. Een andere waarde is dat de minderheid ook aan bod moet komen. Beide waarden sluiten niet uit dat een kleine fractie minder spreektijd krijgt dan een grotere. Het sluit wel uit dat je de spreektijd van de minderheid terugbrengt tot zodanige proporties dat de minderheid daardoor monddood wordt gemaakt. Een aantal leden zijn voorstander van gewogen spreektijd; een basisspreektijd per fractie aangevuld met een extra spreektijd per fractielid. De reden daarvoor is dat het als ondemocratisch wordt ervaren dat kleine fracties evenveel spreektijd krijgen als veel grotere fracties. Anderen zien geen noodzaak om gewogen spreektijden toe te passen en wijzen erop dat deze toekenning van spreektijd administratief belastend is en dat het ook gebruikelijk is dat oppositiepartijen meer tijd vragen. Er kan derhalve geen eensluidend advies gegeven worden over het toepassen van spreektijden. De werkgroep legt dit derhalve nog eens ter bespreking voor in het Fractievoorzittersoverleg.
Indien geen knoop kan worden doorgehakt over de spreektijden is de werkgroep van mening dat er geoefend moet worden met een spreektijd per vergadering die de fracties zelf kunnen verdelen over de agenda. Dat betekent dat de Raadsagendacommissie voor een vergadering de totale spreektijd voor de fracties bepaalt die de fracties zelf kunnen verdelen over de voorstellen. Iedere fractie krijgt dan dezelfde spreektijd, er is geen sprake van gewogen spreektijd. De werkgroep is van mening dat daarmee bereikt wordt dat een fractie kiest waarvoor de spreektijd ingezet wordt. Een fractie hoeft immers niet over elk onderwerp het woord te voeren. Deze methode zou na zes maanden geëvalueerd moeten worden. Voor de Rondes wil de werkgroep de huidige werkwijze te handhaven waarbij de Raadsagendacommissie een behandeltijd per onderwerp aangeeft. De voorzitter heeft in de Ronde ook de mogelijkheid om bij een onderwerp dat meer tijd voor bespreking vraagt, de Ronde voor te stellen dit nog eens te agenderen. In het RvO is het voldoende om op te nemen dat de Raadsagendacommissie een voorstel doet voor de spreektijden in de Rondes en de raad.
6
Tevens geeft de werkgroep in overweging om de spreektijd zichtbaar te maken in de raad. Er zijn daarvoor verschillende technische systemen. Artikel 4 Raadsagendacommissie 2. De Raadsagendacommissie heeft tot taak: a. de zaken te behartigen die het functioneren van de raad betreffen; b. een agendavoorstel voor de Ronde te doen, een agendavoorstel aan de raad voor de raadsvergadering te doen en besluiten te nemen over het invullen van het Plein en andere activiteiten en bijeenkomsten van de raad. Daarbij kan een agendavoorstel worden gedaan waarbij de Ronde, werkgroepen en informatiebijeenkomsten worden geclusterd rond een thema of onderwerp. c. een voorstel te doen voor de spreektijden in de Rondes en de raad.
Afsplitsingen van fracties In de afgelopen raadsperiode is er sprake geweest van afsplitsingen van raadsleden die verder gaan als een zelfstandige fractie. Dit heeft op dit moment geen consequenties. De werkgroep wil in overweging geven om in het RvO te bepalen dat een afgesplitste fractie minder spreektijd krijgt dan de andere fracties. Aan de spreektijd van de oorspronkelijke fractie verandert niets. Een uitgewerkte regeling is er nog niet omdat dit samenhangt met de opvatting van het Fractievoorzittersoverleg over spreektijd in het algemeen. Er zijn twee kanten aan afsplitsingen. In de eerste plaats worden volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel gekozen: de Kieswet kent geen partijen. Ook bij vertrek blijft de persoon het uitgangspunt. Afsplitsen is een rechtmatige optie. In democratisch opzicht is het echter een bijzonder beeld dat in de gemeenteraad nu verschillende fracties zijn die bij de verkiezingen in 2018 niet eens op de kandidatenlijsten stonden. Overigens is dat een veel gezien landelijk beeld. Toch wordt er soms gesproken over kiezersbedrog; de kiezer stemt op een persoon, maar die persoon hoort bij een bepaalde partij en dat kleurt de stem. Dat beeld wordt versterkt wanneer de “afsplitser” weinig tot geen voorkeursstemmen heeft behaald, dus een zwak persoonlijk mandaat heeft.
Afsplitsingen kunnen gevolgen hebben voor de kwaliteit van politieke besluitvorming. Bij een raadslid dat alleen verder gaat is er minder mogelijkheid voor een goede taakverdeling en het opbouwen van specialisme en samenwerking, voordelen die grotere fracties wel hebben. Ook kunnen veel losse fracties de besluitvorming complexer maken. Bovendien kunnen afsplitsingen leiden tot minder vertrouwen en samenwerking binnen de raad. Aspecten die juist onmisbaar zijn voor het goed functioneren van de lokale volksvertegenwoordiging. In sommige gemeenten is in het RvO bepaald dat bij afsplitsingen de afsplitser geen recht heeft op een eigen fractiekamer, minder fractievergoeding krijgt en de fractievoorzitter minder fractievoorzitterstoelage krijgt. Ook de aanduiding van de afsplitser wordt soms anders; de oorspronkelijke fractieleden blijven ‘fractie’, terwijl de afsplitser als “groep” wordt aangeduid. Ook korten op spreektijd is mogelijk. In de Tweede Kamer is ter ontmoediging van fractiesplitsing een halvering van de spreektijd voor “groepen” ingevoerd. Voor de begrotingsbehandeling stelt de Kamer een maximumspreektijd per fractie en groep vast. In Delft krijgen de afsplitsers een kwart van de tijd van een reguliere fractie met een minimum van 3 minuten.
Ten aanzien van de spreektijd kan echter ook bepaald worden dat de afsplitsing geen consequenties heeft voor de raadsleden die op eigen kracht een zetel hebben gekregen, ondanks dat de kiezer zich niet heeft kunnen uitspreken over de wenselijkheid van een nieuwe fractie in de raad. 7
Onderstaande bepaling is een voorbeeld en moet worden aangepast n.a.v. de afspraken over toekenning van spreektijd in de raad. Indien er gekozen wordt voor een totale spreektijd per vergadering per fractie vermeerderd met een spreektijd per raadslid moet deze bepaling anders geformuleerd worden. Artikel 10 Fractie 7.Indien er spreektijd voor de raadsvergadering is bepaald krijgt een afgesplitste fractie de helft van de toegekende spreektijd van andere fracties. Indien het lid, of de leden die zich afsplitsen zelf de kiesdeler van de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen hebben gehaald behouden zij dezelfde spreektijd als de andere fracties. Aan de spreektijd van de oorspronkelijke fractie verandert niets.
Spreektijd college Het vooraf bepalen van de spreektijd van het college is moeilijk. Als de raad veel ter sprake brengt of er veel interrupties zijn moet het college daarop reageren. Het is wel van belang dat ook het college terughoudend is in het gebruik van spreektijd en alleen reageert op hetgeen door de raad naar voren is gebracht. Het starten met een uitgebreide inleiding is niet gewenst. In de Ronde en de raad is het goed gebruik geworden dat in de tweede termijn het college in principe niet meer aan het woord komt maar dat de Ronde en raad onderling debatteert. De werkgroep wil dit ook handhaven. Conclusie De voorstellen vanuit de werkgroep zien op aanpassingen van de vergaderorde. Daarmee wil de werkgroep niet uitdragen dat bestuurscultuur gevangen kan worden in bepalingen van het RvO. Bestuurscultuur is veel meer dan dat. Wel is aangegeven dat een RvO geen dictatuur van de meerderheid mag zijn, maar ook niet van de minderheid. Met de aanpassingen van het RvO die de werkgroep nu voorstelt wordt getracht om de structuur duidelijker te maken en daarmee een aanzet te geven voor de aanpassing van de bestuurscultuur. De werkgroep vindt het van belang om met elkaar in gesprek te blijven. De aanpassing van de integriteitscode is ook een onderwerp dat in het komende jaar aan de orde moet komen. Ook deze heeft te maken met bestuurscultuur.
Daarnaast staan een aantal scholingsactiviteiten op het programma. In het kader van elkaar meer ontmoeten, vindt de werkgroep dat deelname daaraan niet vrijblijvend is voor de nieuwe raadsleden maar ook niet voor de al zittende raadsleden. Het elkaar ontmoeten, ook bij werkbezoeken of na de raadsvergadering, vindt de werkgroep belangrijk omdat daarmee ook buiten het formele kader van een vergadering met elkaar gesproken kan worden. De bepalingen van het RvO die hierboven zijn aangepast zijn waarschijnlijk niet alle bepalingen die aangepast moeten worden. De griffie zal voor de raad van februari een geactualiseerd RvO voorleggen. Daarbij gaat het dan alleen nog maar om technische wijzigingen. Voorstel 1. Het bespreken van de aanbevelingen. 2. Het richting geven in de discussie rondom gewogen spreektijd en spreektijden bij afsplitsingen zodat daar een voorstel voor kan worden uitgewerkt. 3. De raad voorstellen het Reglement van orde op de aangegeven punten aan te passen; te weten de bepalingen in de artikelen: 1, 4, 14, 26, 42 en 47a RvO.
8