Bijlage 4 Ontwerpbegroting 2026 GR Kredietbank Limburg
Tekst van het document
Financiering In 2007 heeft Kredietbank Limburg een treasurystatuut opgesteld. Dit statuut gaat in op het besturen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen. Het renteprotocol is een regelmatig terugkerend agendapunt binnen Kredietbank Limburg. Op basis van dit protocol wordt maandelijks de financieringsbehoefte in beeld gebracht en bepaald hoe deze wordt ingevuld, te weten met kort, (middel-)lang of lang vermogen. Uitgangspunt hierbij is dat een aandeel van het uitstaand saldo (inclusief achterstanden) als een “ijzeren voorraad” wordt beschouwd welke in principe op (middel-) lange termijn moet worden gefinancierd. De ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt worden hierbij nauwlettend gevolgd. De financiering bestond vanaf begin 2019 uitsluitend uit de rekeningcourantkrediet faciliteit met een maximum van € 1.000.000, hetgeen aanmerkelijk lager is dan hetgeen met de provinciale toezichthouder is afgesproken voor wat betreft de hoogte van de kasgeldlimiet. Deze kredietfaciliteit is door Kredietbank Limburg medio 2022 opgezegd. Kredietbank Limburg heeft voor 2026 geen specifieke beleidsvoornemens geuit ten aanzien van treasury. De organisatie zal gedurende 2026 geen uitzettingen (anders dan die op grond van haar maatschappelijke taak) doen.
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet voor het jaar 2026 is op basis van de begroting berekend op 8,2% van het lastentotaal. Per 1 januari 2019 is de rekening-courantfaciliteit teruggebracht naar maximaal € 1.000.000 en medio 2022 door Kredietbank Limburg volledig opgezegd. Pagina 26 van 43
Financiële kengetallen Conform artikel 11 van het BBV wordt de financiële positie weergegeven door middel van een uniforme basisset van financiële kengetallen. Dit betreft de volgende vijf kengetallen:
Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; Solvabiliteitsratio; Structurele exploitatieruimte; Grondexploitatie; Belastingcapaciteit.
De eerste drie kengetallen worden gepresenteerd. De overige kengetallen zijn niet van toepassing voor Kredietbank Limburg. De berekening van de kengetallen is conform de ministeriële richtlijnen voor de wijze waarop kengetallen worden vastgesteld en opgenomen in de begroting en het jaarverslag van provincies en gemeenten (Stct. 2015, 20619).
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenten ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen (zie artikel 36 lid b en c, van het BBV). Pagina 27 van 43
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin Kredietbank Limburg in staat is zijn financiële verplichtingen te voldoen. De GR-gemeenten staan garant voor de financiële risico’s van Kredietbank Limburg. De structurele exploitatieruimte geeft inzicht in de capaciteit van Kredietbank Limburg om eigen lasten te dragen, of welke aanpassingen nodig zijn in baten of lasten. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt als percentage berekend door het saldo van structurele baten en lasten, evenals de onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves, te delen door de totale baten. Een negatief percentage wijst op onvoldoende ruimte in de begroting om de lasten te blijven dragen. Desalniettemin ziet dit voor Kredietbank Limburg de komende jaren positief uit. EMU-saldo Het EMU-saldo geeft aan of er in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgegeven is dan er in dat jaar is binnengekomen, of dat er netto geld overgehouden is. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden).
Balansstand 31-12-2026 EMU SALDO Financiële vaste activa Vlottende activa Vaste passiva Vlottende passiva
Mutaties Balansstand 2026 31-12-2027 390.000-
Mutaties 2027 26.000
Balansstand 31-12-2028
Mutaties 2028 75.000
Kredieten
5.000.000
-139.000
5.000.000
0
5.000.000
0
Uitzettingen Overlopende activa Liquide middelen Voorziening Vaste schulden Netto vlottende schulden Overlopende passiva
700.000 225.000 6.700.000 245.000 0 12.152.000 333.000
0 -475.000 23.000 0 0 -30.000 -171.000
700.000 200.000 6.700.000 245.000 0 12.142.000 292.000
0 -25.000 0 0 0 -10.000 -41.000
700.000 200.000 6.700.000 245.000 0 12.109.000 250.000
0 0 0 0 0 -33.000 -42.000
Pagina 28 van 43
8. Meerjaren ontwerpbegroting 2026, 2027 en 2028 Onderstaand wordt de staat van baten en lasten voor de jaren 2026 tot en met 2028 gepresenteerd, met als referentiepunt daarnaast ook de begrotingswijziging 2025:
Staat van baten en lasten begrotingswijziging 2025
Staat van baten en lasten meerjarenbegroting 2026, 2027 en 2028
Herziene begroting 2025
2026
2027
2028
Preventie, vroegsignalering en educatie
782.000
808.000
835.000
871.000
Intake
697.000
734.000
764.000
795.000
Sociale kredietverstrekking
153.000
159.000
165.000
171.000
1.610.000 558.000 1.633.000 3.801.000
1.596.000 547.000 1.633.000 3.776.000
1.494.000 574.000 1.306.000 3.374.000
1.502.000 603.000 1.330.000 3.435.000
1.958.000
1.958.000
1.991.000
2.057.000
50.000
50.000
50.000
50.000
-
-
-
-
304.000 100.000 404.000
325.000 100.000 425.000
350.000 100.000 450.000
375.000 100.000 475.000
Bijzondere baten Opbrengsten KOT & FNWL Uittreding Heerlen
311.588 284.634
244.969
115.860
115.860
Eigen vermogen t.b.v. achtergestelde leningen
493.721
Eigen vermogen t.b.v. resultaat
175.000
150.000
156.140
121.140
4.941.778
5.028.031
5.402.000
5.627.000
14.051.721
13.333.000
13.303.000
13.718.000
9.453.000 40.000 788.000 180.000 216.000 369.000 1.743.000 769.000 493.721
9.203.000 21.000 666.000 186.000 266.000 371.000 1.839.000 781.000 -
9.175.000 22.000 545.000 176.000 291.000 384.000 1.903.000 807.000 -
9.497.000 23.000 524.000 176.000 298.000 397.000 1.970.000 833.000 -
14.051.721
13.333.000
13.303.000
13.718.000
Baten
Inkomensbeheer & -ondersteuning Budgetbeheer Budgetbeheer maatwerk Beschermingsbewind Subtotaal Schuldenaanpak Overige bedrijfsopbrengsten Deelname GR-gemeenten in voorziening kredietportefeuille Rentemarge Renteopbrengsten Overige rentebaten/lasten Rentemarge
Dekking bestaanslasten
Totale baten Lasten Salarissen WW-uitkeringen Inhuur medewerkers Overige personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Bureau- en administratielasten Beheerslasten Achtergestelde leningen
Totale lasten
Onderstaand volgt een nadere toelichting op de gepresenteerde baten en lasten voor de meerjarige ontwerpbegroting voor de periode 2026-2028 waarbij relevante uitgangspunten, aannames en eventuele bijzonderheden nader worden geduid:
Pagina 29 van 43
Baten
De voorziene baten vanuit preventie, vroegsignalering en educatie zijn op basis van de huidige werkpraktijk verder geprognosticeerd vanuit 2025 met een verondersteld gelijkblijvend volume aan dienstverleningsuren vanuit KBL-zijde. Wel is er rekening gehouden met een generieke prijsindexatie.
Als KBL blijven we samen met onze samenwerkingspartners streven naar de nabijheid van een laagdrempelige toegang tot schuldhulp waarbij op basis van een objectieve methodisch bewezen screening en een persoonlijk intakegesprek en plan van aanpakgesprek de klant duurzame en passende schuldhulp krijgt aangeboden in het juiste tempo. De volumes en baten aan intakegesprekken zijn gebaseerd op de inzichten uit 2025 waarbij er rekening is gehouden met een generieke prijsindexatie.
Vanuit 2025 is er ook voor de jaren erna uitgegaan van indicatief 1.000 intakegesprekken voor sociale kredietverstrekking en is er rekening gehouden met een generieke prijsindexatie.
Qua inkomensbeheer en ondersteuning zijn er drie vormen van dienstverlening te onderscheiden: Budgetbeheer Ultimo 2024 is het aantal budgetbeheerrekeningen afgerond 1.750 stuks. Bij de herziene begroting 2025 en meerjarenbegroting voor de periode 2026-2028 is er uit gegaan van een dalend aantal budgetbeheerrekeningen vanwege de uittreding van gemeente Heerlen. Er wordt gewerkt met 3 type pakketten: basis, totaal en statushouders. Er is rekening gehouden met een generieke prijsindexatie. BBR-Maatwerk & budgetcoaching In 2024 is het aantal klanten van BBR-Maatwerk gedaald. De aantallen voor 2025 en verder worden langzaam afgebouwd in verband met het afbouwen van de bestaande portefeuille van de gemeente Heerlen. De ontwikkeling van het aantal klanten qua BBR-maatwerk en budgetcoaching blijkt uit onderstaand overzicht: Boekjaar
2023 2024 2025 2026 2027 2028
Aantal klanten
261 240
227
220 223 227
Mutatie
Boekjaar
-21 -13 -7 3 4
2023 2024 2025 2026 2027 2028
Aantal klanten
88
85
72 74 77 77
Mutatie
-3 -13 2 3 0
Beschermingsbewind In 2024 is het aantal aanvragen beschermingsbewind gedaald. De aantallen voor 2025 en verder worden langzaam afgebouwd in verband met het afbouwen van de bestaande portefeuille van de gemeente Heerlen. Hierbij luidt nu de aanname dat ultimo 2026 het volledige Heerlense klantenbestand is afgebouwd en/of overgedragen. De ontwikkeling van het aantal klanten blijkt uit onderstaand overzicht:
Pagina 30 van 43
Boekjaar
2023 2024 2025 2026 2027 2028
Aantal klanten
813 780
780
769 768 766
Mutatie
-33 0 -11 -1 -2
Schuldenaanpak betreft het bieden van passende hulp bij het oplossen van (problematische) schulden. De drie hoofdpijlers van de dienstverlening betreft Informatie en advies, Duurzame financiële dienstverlening en Schulden oplossen. Hierbij vormt 2025 het uitgangspunt voor de prognose van de daaropvolgende jaren en is er rekening gehouden met een generieke prijsindexatie. De effecten van het tweetal landelijke fundamentele wijzigingen qua schuldregelen (halvering van de aflostermijn van 36 naar 18 maanden en introductie van het zogenaamde ‘nulaanbod’) worden komende periode nauwlettend gemonitord, lokaal en landelijk via branchevereniging NVVK.
De overige bedrijfsopbrengsten deurwaarders en overige correcties.
Qua voorziene rentemarge: met name door het inzetten van saneringskredieten als instrument van schuldhulpverlening zal de kredietportefeuille blijven stijgen. Hierdoor stijgen ook de renteopbrengsten, ondanks de verlaging van de rentecompensatie van gemeenten vanaf 2021. De overige rentebaten/-lasten hebben voornamelijk betrekking op de rente rekening-courant (rentecompensatiestelsel).
De bijzondere baten betreft de schadebedragen die de gemeente Heerlen conform de vastgestelde uittredingsregeling en schadesomcalculatie afdraagt komende jaren. Dit boetebedrag dat de gemeente Heerlen dient te betalen na uittreding uit de gemeenschappelijke regeling loopt door tot en met 2028.
In de periode 2026 tot en met 2028 is aangenomen dat er een gedeeltelijke aanwending van het eigen vermogen zal plaatsvinden, met name gerelateerd aan ontwikkelingen in en rondom het ICT-landschap (en de hiermee samenhangende regelgeving rondom cyberbeveiliging) alsmede aan de organisatorische doorontwikkelingen van Kredietbank Limburg naar aanleiding van verdere implementatie vanuit het in 2024/2025 doorlopen strategie- en bekostigingstraject. Gedurende de periode 2026 tot en met 2028 wordt hiermee samenhangend een daling vanuit de KBL-risicoanalyse voorzien hetgeen ook zichtbaar is in de ontwikkeling van het KBL-weerstandvermogen (zie ook de nadere toelichting hieromtrent bij de balansposities verder op in dit document).
Vanaf 2025 is er conform bestuursbesluit een gewijzigd bekostigingsmechanisme waarbij de zogenaamde bestaanslasten van de KBL-organisatie los van de variabele verbruikskosten in rekening worden gebracht bij de GR-gemeenten (conform een vastgestelde verdeelsleutel per GR gemeente, waarbij een ingroeipad in 2025/2026 is voorzien).
betreffen
Pagina 31 van 43
hoofdzakelijk
afrekeningen
van
Lasten Salarissen: De formatieve ontwikkeling van de KBL-organisatie kenmerkt zich door een afbouw als gevolg van de gefaseerde uittreding van gemeente Heerlen. Daarnaast spelen uiteraard ook overige autonome (volume)effecten een rol. De formatieve ontwikkeling ziet er als volgt uit:
fte
2026 109
2027 105
2028 105
Er is rekening gehouden met CAO-indexering en de reguliere periodieke verhogingen (anciënniteit). Verder is rekening gehouden met uitgaven in het kader van het generatiepact alsmede met evt. transitievergoedingen.
WW-uitkeringen: Aangezien Kredietbank Limburg op het gebied van werkloosheid eigenrisicodrager is, zullen de uitkeringslasten ten laste van het exploitatieresultaat worden gebracht. Op basis van onder meer leeftijd, aantal dienstjaren, vast contract of jaarcontract en het in stand houden van de flexibele schil medewerkers is een schatting gemaakt van de te verwachten WW-uitkeringen. Hierbij is de kans geschat dat diverse medewerkers weer op redelijke termijn op de arbeidsmarkt actief zullen zijn en daardoor niet meer aangewezen zijn op een WW-uitkering. Inhuur medewerkers: inhuur van medewerkers betreft in 2026-2028 onder andere een medewerker welke al jarenlang bij Kredietbank Limburg is gedetacheerd vanuit WSP Parkstad. Daarnaast wordt inhuur ingezet op onder andere ICT-projecten en tijdelijke inzet ten behoeve van de uitvoeringsorganisatie. Overige personeelslasten: de overige personeelslasten betreffen onder meer de kosten van bedrijfsarts, personeelsvereniging, jubilea van medewerkers en Kredietbank Limburg brede activiteiten. De lasten zijn gebaseerd op extrapolatie vanuit de realisatie in 2024 en begrotingswijziging 2025. Afschrijvingen: de afschrijvingen vertonen in 2026 en verder een stijgende tendens als gevolg van voorziene investeringen op het gebied van o.a. ICT/automatisering en huisvesting.
Pagina 32 van 43
Huisvestingslasten: sinds april 2014 is Kredietbank Limburg qua hoofdkantoor gehuisvest aan de Markt 1a in Geleen. De huisvesting van de medewerkers op de diverse overige ‘frontoffice’ locaties is om niet. Indien dat niet mogelijk is worden de kosten doorberekend aan de betreffende gemeente. De huur-, energie- en servicekosten vormen het grootste aandeel in de huisvestingslasten. Het huidige huurcontract van ons hoofdkantoor te Geleen zal medio 2025 worden verlengd, gesprekken hierover met de verhuurder en betrokken stakeholders zijn lopende. De nu bekende inzichten en ontwikkelingen qua huursom vanuit het huurcontract en bijbehorende allonges vormen de basis voor de calculatie van deze lasten.
Bureau- en administratielasten: bij het opstellen van de meerjaren ontwerpbegroting is rekening gehouden met de ontwikkelingen op automatiseringsgebied in het bijzonder. Uitgaande van de realisatie in 2024 enerzijds en op basis van de huidige inzichten in systeem- en prijsontwikkelingen anderzijds zijn de begrote bedragen bepaald. De kosten van automatisering en telefoon/porti vormen de grootste kostenposten binnen deze categorie. Door de toenemende vraag naar digitaal communiceren met de klant, het participeren in de keten en het aanleveren van essentiële managementinformatie zullen uitgaven op het gebied van automatisering nodig blijven. Naast de nodige efficiency voordelen zal het ook een kwaliteitsslag betekenen in het snel en transparant werken in de keten en met de klant. Beheerslasten: bij het bepalen van de te begroten beheerslasten is rekening gehouden met de realisatie in 2024 en de toekomstverwachtingen. Daarnaast zijn de reguliere prijsindexeringen meegeteld. De advieskosten en kosten van administratieve dienstverlening vormen het grootste aandeel in de beheerslasten. Mutatie voorziening kredietportefeuille: de mutatie voorziening heeft betrekking op de gehele kredietportefeuille en is het resultaat van de beoordeling op oninbaarheid ultimo boekjaar en de afboekingen.
Pagina 33 van 43
9. Verdeling van de lasten in directe kosten en overhead Conform de richtlijnen van het BBV is in onderstaand overzicht de verdeling van de totale lasten in directe kosten en overhead weergegeven:
De verdeling heeft plaatsgevonden op basis van de verdeling conform de vernieuwde bekostigingsstructuur.
Pagina 34 van 43
10. Overzicht structurele en incidentele baten en lasten Conform de richtlijnen van het BBV is in onderstaand overzicht voor jaren 2026, 2027 en 2028 de verdeling van de totale baten en lasten in structurele en incidentele baten en lasten weergegeven:
Pagina 35 van 43
Pagina 36 van 43
Pagina 37 van 43
11. Balans per 31 december 2026, 2027 en 2028 Onderstaand wordt de balans voor de jaren 2026 tot en met 2028 gepresenteerd, met als referentiepunt daarnaast ook de balanspositie vanuit de begrotingswijziging 2025:
Begrotingswijziging 2025
2026
2027
2028
ACTIVA Vaste Activa Materiële vaste activa Investeringen met economisch nut - Verbouwingen - Machines, apparaten en installaties Totaal materiële vaste activa met economisch nut
0
0
0
0
802.000 802.000
742.000 742.000
559.000 559.000
363.000 363.000
5.139.000
5.000.000
5.000.000
5.000.000
Financiële vaste activa Kredieten
Vlottende Activa Uitzettingen Liquide Middelen Overlopende activa
700.000
700.000
700.000
700.000
6.677.000
6.550.000
6.550.000
6.550.000
250.000
225.000
200.000
200.000
7.627.000
7.475.000
7.450.000
7.450.000
13.568.000
13.217.000
13.009.000
12.813.000
Eigen vermogen
625.000
475.000
319.000
198.000
Voorzieningen
245.000
245.000
245.000
245.000
0
0
0
0
870.000
720.000
564.000
443.000
12.194.000
12.164.000
12.153.000
12.120.000
504.000
333.000
292.000
250.000
12.698.000
12.497.000
12.445.000
12.370.000
13.568.000
13.217.000
13.009.000
12.813.000
Totaal vlottende activa
Totaal Activa
PASSIVA Vaste Passiva
Vaste Schulden Totaal Vaste Passiva
Vlottende Passiva Netto vlottende sc hulden Overlopende Passiva Totaal vlottende passiva
Totaal Passiva
Onderstaand volgt een nadere toelichting op de gepresenteerde balans voor de meerjarige ontwerpbegroting voor de periode 2026-2028 waarbij relevante uitgangspunten, aannames en eventuele bijzonderheden nader worden geduid:
Activa Totaal materiële vaste activa met economisch nut 2026
2027
2028
Boekwaarde begin boekjaar
€
802.000
€
742.000
€
559.000
bij: investeringen
€
206.000
€
108.000
€
102.000
af: afschrijvingen
€
266.000
€
291.000
€
298.000
Boekwaarde einde boekjaar
€
742.000
€
559.000
€
363.000
De materiële vaste activa vertonen een aflopend verloop. De investeringen betreffen met name ICT, incl. telefonie.
Pagina 38 van 43
Kredieten 2026 Kredieten
€
2027
5.000.000
€
2028
5.000.000
€
5.000.000
Bovenstaande opstelling geeft de verwachte kredietportefeuille weer onder aftrek van de voorziening voor oninbaarheid. Uitzettingen 2026
2027
2028
Vorderingen op openbare lichamen
€
600.000
€
600.000
€
600.000
Overige vorderingen
€
100.000
€
100.000
€
100.000
€
700.000
€
700.000
€
700.000
De vorderingen op openbare lichamen bestaan uit de deelname van GR-gemeenten in de voorziening kredietportefeuille enerzijds en de gefactureerde diensten aan gemeenten per ultimo boekjaar anderzijds. De overige vorderingen betreffen de van klanten overgedragen liquiditeiten die Kredietbank Limburg beheert voor deze klanten in het kader van beschermingsbewind. Onder de netto vlottende schulden is de terugbetalingsverplichting van deze tegoeden aan de klanten opgenomen (overige schulden).
Passiva Eigen vermogen 2026
2027
2028
Eigen vermogen per 1 januari
€
625.302
€
475.302
€
319.162
Exploitatieresultaat boekjaar
€
150.000-
€
156.140-
€
121.140-
€
475.302
€
319.162
€
198.022
6% van de lasten excl. mutatie voorz.
€
800.000
€
798.000
€
823.000
Af te dragen aan GR-gemeenten
€
-
€
-
€
-
Eigen vermogen per 31 dec ember
€
475.302
€
319.162
€
198.022
Weerstandsvermogen
De omvang van de post eigen vermogen daalt omdat deze deels wordt aangewend in verband met ontwikkelingen in en rondom het ICT-landschap (en de hiermee samenhangende regelgeving rondom cyberbeveiliging) alsmede in verband met de organisatorische doorontwikkelingen van KBL naar aanleiding van verdere implementatie vanuit het in 2024/2025 doorlopen strategie- en bekostigingstraject. Voorzieningen 2026 Voorzieningen
€
245.000
2027 €
245.000
2028 €
245.000
Met ingang van het boekjaar 2020 is een voorziening voor de WW-uitkering opgenomen in de jaarrekening. Kredietbank Limburg is eigenrisicodrager voor de WW-uitkeringen die het UWV uitkeert aan voormalige medewerkers.
Pagina 39 van 43
Met ingang van het boekjaar 2022 is een voorziening opgenomen voor de bovenwettelijke verlofuren. Vaste schulden 2026 Achterstelde leningen GR
€
2027 -
€
2028 -
€
-
De vaste schulden hebben betrekking op de door de diverse gemeenten gestorte achtergestelde leningen. De achtergestelde leningen worden in 2024/2025 afgelost door Kredietbank Limburg aan de GR-deelnemers. Netto vlottende schulden 2026
2027
2028
Crediteuren klanten
€
6.750.000
€
6.750.000
€
Verplic htingen liquide middelen klanten
€
100.000
€
100.000
€
100.000
Sc hulden aan leveranc iers
€
1.914.000
€
1.903.000
€
1.870.000
Bank
€
3.400.000
€
3.400.000
€
3.400.000
€
12.164.000
€
12.153.000
€
12.120.000
€
164.000-
€
153.000-
€
120.000-
€
12.000.000
€
12.000.000
€
12.000.000
Variabele/ schommelend deel sc hulden aan leveranc iers
6.750.000
De overige schulden betreffen crediteuren klanten, verplichtingen liquide middelen klanten en schulden aan leveranciers. Crediteuren klanten Dit betreffen de verschuldigde bedragen aan (crediteuren van) onze klanten. Tegenover deze verschuldigde bedragen staan voor hetzelfde bedrag de van klanten ontvangen gelden. Deze maken deel uit van de onder de liquide middelen vermelde bankrekeningen. Verplichtingen liquide middelen klanten Dit zijn de gelden van klanten beschermingsbewind waarvan Kredietbank Limburg de bankrekening beheert. Onder overige vorderingen staan de van klanten overgedragen liquiditeiten die Kredietbank Limburg beheert voor hetzelfde bedrag. Bank Deze post betreft de bankrekening (negatieve) eigen middelen van Kredietbank Limburg. Met de twee bankrekeningen van de BNG ten behoeve van klanten (zie liquide middelen) maken ze deel uit van hetzelfde rentecompensatiestelsel.
Pagina 40 van 43
12. Indicatieve facturatie GR gemeenten 2026 – 2028 In februari 2025 is er zoals reeds toegelicht een bestuursbesluit genomen rondom de gewijzigde KBL-bekostigingsmethodiek. In de nieuwe KBL-bekostigingsstructuur wordt er een onderscheid gemaakt tussen KBL-bestaanslasten en variabele verbruikslasten. De KBL-bestaanslasten worden conform besluit verdeeld over de vijf GR gemeenten door middel van een vastgestelde verdeelsleutel systematiek, waarbij wordt gekeken naar de problematische schuldenindex (CBS) en de gerealiseerde omzetten van de voorgaande drie kalenderjaren. De variabele verbruikslasten worden op basis van een P x Q methodiek afgerekend middels een vooraf bepaald variabel uurtarief.
Op basis van de voorgaande gegevens kan er voor de vijf GR gemeenten een overzicht worden gepresenteerd qua de te verwachten (deels indicatieve) te facturen bedragen vanuit KBL-zijde aangaande de periode 2026-2028. Als referentiepunt de resultaten qua indicatieve facturatie 2025 aan de GR-gemeenten vanuit de begrotingswijziging 2025:
2025 GR gemeente
Bestaanslasten 2025
% aandeel (verdeelsleutel '25)
Verbruikslasten 2025
Totaal 2025
% aandeel
indicatief
Brunssum Kerkrade Landgraaf Maastricht Sittard-Geleen Totaal GR gemeenten
€ € € € € €
244.803 1.018.623 319.157 1.620.885 1.738.309 4.941.778
€ 20,6% € 6,5% € 32,8% € 35,2% € 100% € 5,0%
213.959 € 868.618 € 290.871 € 1.480.715 € 1.752.137 € 4.606.300 €
458.762 1.887.241 610.028 3.101.600 3.490.447 9.548.079
4,8% 19,8% 6,4% 32,5% 36,6% 100%
In de periode 2025/2026 wordt er conform bestuursbesluit gebruik gemaakt van een ingroeimodel met betrekking tot de verdeling van de bestaanslasten. Vanaf 2027 wordt de CBS-index problematische schulden en de omzet van de afgelopen 3 jaren beiden voor 50% genomen als grondslag ter verdeling van de KBL-bestaanslasten. Pagina 41 van 43
Dit resulteert in onderstaande tabellen qua indicatieve facturatie aan de GR gemeenten voor de jaren 2026, 2027 en 2028:
2026
2027
2028
Pagina 42 van 43
Lijst van gehanteerde afkortingen AB AVG BBR BBR MW BBV BSBW BGS CAO CBS DB DFD DNB DK DVO EMU EV FIDO FNWL GR I(C)T KBL KOT MSNP NVVK PL P&C SAAS SBN SHV SB SK SR UVW VPB VV WGS WSNP WW
Algemeen Bestuur Algemene Verordening Gegevensbescherming Budgetbeheer Budgetbeheer Maatwerk Besluit Begroting en Verantwoording Beschermingsbewind Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening Collectieve Arbeids Overeenkomst Centraal Bureau Statistiek Dagelijks Bestuur Duurzame Financiële Dienstverlening De Nederlandse Bank Doorlopend Krediet Dienstverleningsovereenkomst Economisch Monetaire Unie Eigen Vermogen Wet Financiering Decentrale Overheden Project Financiële Nood Waterschade Limburg Gemeenschappelijke Regeling Information (Communication) Technology Kredietbank Limburg Project Kinderopvangtoeslagaffaire Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet Persoonlijke lening Planning & Control Software as a Service Sociale Banken Nederland Schuldhulpverlening Schuldbemiddeling Saneringskrediet Schuldregelen Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen Vennootschapsbelasting Vreemd Vermogen Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen Werkloosheidswet
Pagina 43 van 43