CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Nota zienswijzen - weigeren VVGB en OV - Rijksweg Noord 330 - Heijersteeg Sittard

Raad 24 februari 2022, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Definitief weigeren ‘verklaring van geen bedenkingen’ ontwikkeling Rijksweg Noord 330 te Sittard (Meekels)1.923 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van Zienswijzen Weigering omgevingsvergunning en Verklaring van geen bedenkingen, ontwikkeling locatie Heijersteeg / Rijksweg Noord 330 Sittard. Inleiding Op 8 november 2017 is een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor de bouw van een appartementencomplex met bijbehorende voorzieningen, parkeerplaats en zonneweide voor de locatie Heijersteeg / Rijksweg Noord 330 in Sittard. De aanvraag omgevingsvergunning is voorbereid volgens de uitgebreide voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb. In dit kader heeft de ontwerp weigering van de verklaring van geen bedenkingen en de ontwerp weigering van de omgevingsvergunning vanaf 4 februari 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode was het voor een ieder mogelijk een zienswijze in te dienen. Gedurende de periode van inzage zijn twee reacties ontvangen. Beide reacties zijn daarmee ontvankelijk. Zienswijze 1 De eerste reactie is ingediend door omwonende(n) en behelsde een instemming met het voorgenomen besluit tot weigering. Dit wordt ter kennis aangenomen en behoeft verder geen inhoudelijke beoordeling. Zienswijze 2 De tweede reactie is ingediend door de aanvraagster van de omgevingsvergunning en betreft samengevat de stelling dat ze zich niet kan vinden in de (voorgenomen) weigering van haar aanvraag.

Hieronder is een samenvatting opgenomen van de diverse gronden van aanvraagster (hierna: reclamant) met daarbij per punt een beantwoording. 1.

Reclamant brengt als eerste naar voren hoe volgens haar het proces heeft gelopen. Zij geeft daarbij aan dat haar plannen als passend zijn beoordeeld binnen de gemeentelijke beleidskaders. Verder heeft een beoordeling plaatsgevonden door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) en heeft deze commissie een positief advies afgegeven. Daarnaast is voor het plan door de Provincie Limburg een vergunning afgegeven in het kader van de Wet natuurbescherming. Reclamant ziet nu niet in dat de enige reden waarom haar aanvraag omgevingsvergunning wordt geweigerd, de weigering van de gemeenteraad is om een VVGB af te geven.

Reactie In antwoord op dit punt wordt gewezen op de constructie zoals deze is opgenomen in de wet en zoals deze ook is weergegeven in de voorgenomen weigering van de omgevingsvergunning. Wanneer de gemeenteraad de noodzakelijke verklaring van geen bedenkingen weigert, is het college gehouden de omgevingsvergunning eveneens te weigeren. Dit vloeit voort uit artikel 2.20a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). Concreet betekent dit dat het college niet zelfstandig bevoegd is om het raadsbesluit tot weigering van de verklaring van geen bedenkingen naast zich neer te leggen.

2.

Reclamant brengt verder naar voren dat haar plan niet passend is omdat een noodzakelijk parkeerterrein in de agrarisch bestemming valt, de goothoogte 22 meter bedraagt en een zonneweide wordt gerealiseerd.

Reactie De naar voren gebrachte strijdigheden worden dezerzijds bevestigd. 3.

Volgens reclamant bestaat er een afspraak die inhoudt dat eigenaren worden geïnformeerd over het weghalen van langdurig ongebruikte bebouwingsmogelijkheden. Reclamant brengt daarbij naar voren dat ambtelijk is aangegeven dat dit een omissie betreft. En, dat de snelste weg naar een mogelijke correctie, een omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing is.

Reactie Bij het weghalen van ongebruikte bouwmogelijkheden wordt als uitgangspunt genomen dat eigenaren hierover worden geïnformeerd. Wel moet ook steeds rekenschap worden genomen van wettelijke procedures en bevoegdheden. Daar wordt niet van afgeweken. Onder de wettelijke procedures moet begrepen worden de wijze waarop de wet voorschrijft hoe een bestemmingsplan bekend gemaakt dient te worden. En hoe een ieder hier kennis van kan en moet nemen. Voorts wordt in aanmerking genomen dat in het voorliggende geval een plan is ingediend dat (veel) verder strekt dan alleen een planologische correctie. De strijdigheden met het bestemmingsplan zijn – afgezien van de correctie – niet binnenplans en niet met een zogenaamde eenvoudige buitenplanse afwijkingsmogelijkheid (artikel 4 bijlage II van het Besluit omgevingsrecht) te vergunnen. Dit betekent dat een uitgebreide procedure als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo aan de orde is. Onderdeel van de wettelijke procedure is een zogenaamde verklaring van geen bedenkingen (hierna: VVGB) van de gemeenteraad. Dit proces en deze procedure wordt ook doorlopen. 4.

Reclamant geeft aan dat eerst tijdens de procedure de noodzaak van de VVGB is gebleken. Achtergrond daartoe is volgens reclamant het niet meer van kracht zijn van de gemeentelijk visie. Reclamant bestrijdt deze noodzaak van een VVGB van de gemeenteraad. De noodzaak kan volgens reclamant niet alleen afhankelijk zijn van de rechtskracht van een visie.

Reactie Het proces en de procedure volgt uit de Wabo. Dat is hiervoor reeds aangehaald. In dat kader verwijst reclamant naar de ‘Lijst van gevallen waarvoor een verklaring van geen bedenkingen niet aan de orde is’. Deze lijst is door de gemeenteraad vastgesteld op 7 oktober 2010 en bevat onder onderdeel b de volgende bepaling: ‘het bouwen van een of meerdere woningen, met daaraan inherente voorzieningen, passend binnen de Regionale Woonmilieuvisie Westelijke Mijnstreek’. Door het vaststellen van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg op 10 november 2016, is dit onderdeel van de lijst een ‘dode letter’ geworden. Van gemeentewege is derhalve geconcludeerd is dat in plaats daarvan een VVGB aan de raad gevraagd moet worden aangezien de genoemde visie geen rechtskracht meer heeft. Voorts wordt naar aanleiding van deze opmerking van reclamant aangehaald dat de lijst waarvoor een expliciete verklaring niet vereist is een bevoegdheid betreft en geen verplichting. Geen gebruik maken van de lijst van gevallen kan altijd. Bovendien kan de aanleg van de zonneweide niet als inherente voorziening worden aangemerkt. De zonneweide is daarbij strijdig met het gemeentelijke beleid. Het gebruik van de lijst van gevallen is dan ook niet aan de orde.

2

5.

Reclamant stelt verder dat in de raadsvergadering naar voren is gekomen dat de gehanteerde woontypologieën onvoldoende aangetoond en gewaarborgd zijn, dat onder andere door de bouwhoogte de leefomgeving wordt aangetast en dat voor het vervallen van de gewezen bouwmogelijkheden een planschadeclaim dreigt dan wel aanhangig is.

Reactie De naar voren gebrachte punten worden bevestigd. 6.

Vervolgens brengt reclamant de volgende genummerde punten naar voren:

1.

Reclamant vindt dat de aanvaardbaarheid van het plan beoordeeld had moeten worden. De sanering van de bouwmogelijkheden is geen bewuste keuze geweest.

Reactie Wat van de sanering ook te zeggen is, het plan zelf dat nu voorligt (de integrale aanvraag) is beoordeeld en door de raad als niet aanvaardbaar gekwalificeerd. Het plan is op zijn eigen merites beoordeeld en getoetst. Het bevoegd gezag voor het afgeven van een VVGB heeft zich daarop uitgesproken. Het plan dat voorligt ziet daarbij bovendien op meer dan alleen het herstellen van hetgeen eerder gesaneerd is. De sanering 1 op 1 vergelijken met de aanvraag zoals reclamant doet is dan ook niet aan de orde. Min of meer heeft aanvrager met zijn plan zelf aangegeven dat enkel het herstel van de sanering onvoldoende is en geen haalbare invulling kent (de aanvraag betreft immers een groter plan over een groter plangebied). De integrale aanvraag is door de gemeenteraad vervolgens beoordeeld op alle relevante ruimtelijke aspecten, hetgeen een discretionaire (eigenstandige) bevoegdheid is van de gemeenteraad. De conclusie van de gemeenteraad luidt dat de VVGB niet wordt afgegeven. 2.

Reclamant zegt dat in strijd met eigen regels van de sanering geen kennis is gegeven.

Reactie Het abusievelijk niet informeren van reclamant wordt betreurd. Het niet informeren vóór de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan maakt geen onderdeel uit van de procedure in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening. Het niet bieden van inspraak in die eerdere fase heeft daarom volgens vaste jurisprudentie geen gevolgen voor de rechtmatigheid van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. In onderhavige reactie is dit al aangehaald en wordt verder verwezen naar de wettelijke procedure in deze. Het genoemde gebrek aan kennisgeving kan derhalve niet tot gevolg hebben dat een nieuwe aanvraag omgevingsvergunning per definitie vergund moet worden. Zoals hiervoor al aangegeven strekt de aanvraag veel verder dan hetgeen bij het thans geldende bestemmingsplan is komen te vervallen. 3.

Reclamant geeft aan dat de ruimtelijke onderbouwing die bij de aanvraag was gevoegd ter motivering wordt miskend.

Reactie De ruimtelijke onderbouwing van de aanvraag maakte onderdeel uit van de stukken en is daarmee onderdeel geweest van de beoordeling door de raad. Op onderdelen is de motivering onvoldoende gebleken voor de raad (zie hiertoe ook het behandelde voorstel en besluit zelf). Zowel op het gebied van wenselijkheid als op het gebied van haalbaarheid. Dit is een discretionaire bevoegdheid van de raad en is ook als zodanig gebruikt.

3

4.

Reclamant vindt dat Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) is miskend.

Reactie Het advies van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit maakte onderdeel uit van de stukken die de raad beoordeeld heeft. Opgemerkt wordt dat ARK een oordeel heeft gegeven in het kader van de welstandstoets (over de materialisering en detaillering). Deze toets is anders en gaat in beginsel minder ver dan een totale ruimtelijke en stedenbouwkundige afweging. De discretionaire bevoegdheid van de gemeenteraad in het kader van een ruimtelijke afweging blijft onverkort van toepassing. 5.

Reclamant geeft aan dat met initiatief wordt voorzien in een ruime parkeergelegenheid. Ook voor bewoners van bestaande appartementen.

Reactie Het realiseren van parkeergelegenheid voor een dergelijk initiatief als dit, is een essentieel onderdeel van een plan. Daarbij komt dat het onderdeel van de parkeergelegenheid juist een aanvullend onderdeel is waarmee inbreuk wordt gemaakt op een gedeelte grond met een agrarische bestemming. Deze inbreuk wordt op deze manier op deze plek niet als wenselijk ervaren. Bovendien strekt dit onderdeel zich buiten het eerder geldende bestemmingsplan waarmee van (uitsluitend) herstel van eerdere rechten geen sprake meer is. 6.

Reclamant geeft aan dat het project een mooi duurzaam initiatief is.

Reactie De inhoud van het initiatief is beoordeeld. De enkele omstandigheid dat een onderdeel van het plan een zonneweide is, maakt een initiatief niet per definitie tot een duurzaam plan of plan dat per definitie vergund moet worden. De integrale aanvraag is in dit geval beoordeeld. In de aanvraag is daarbij bijvoorbeeld onvoldoende meegenomen wat dit betekent in het kader van het schaarse ruimte gebruik (binnenstedelijke zonneweide). Beleidsmatig wordt de aanleg van een zonneweide namelijk niet ondersteund. 7.

Reclamant geeft aan dat de zienswijzen van omwonenden in eerste instantie in een concept nota al beantwoord waren. Deze beantwoording had moeten worden overgenomen.

Reactie De gemeenteraad heeft een eigen zelfstandige bevoegdheid om beslissingen te nemen. Dit vloeit voort uit het feit dat het wettelijk verplicht is om de gemeenteraad te vragen of zij bereid zijn een VVGB af te geven. Dat is in voorliggende situatie ook gebeurd. Op basis daarvan kan de gemeenteraad haar eigen beslissing nemen over de wijze waarop zij reageert op ingekomen zienswijzen. 8.

Ruimtelijke aanvaardbaarheid moet centraal staan.

Reactie De ruimtelijke aanvaardbaarheid heeft bij de beoordeling centraal gestaan. Het integrale plan is afgewogen in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Dat daaruit niet de conclusie is gevolgd die aanvrager graag ziet doet daar niet aan af.

4

9.

Reclamant stelt dat de aanvraag vergund moet worden omdat het plan voorziet in invulling van woningtekort.

Reactie Dit punt is niet onderbouwd en is slechts één onderdeel van het integrale plan. Zoals al meermaals is aangegeven is het integrale plan beoordeeld conform het principe van een ‘goede ruimtelijke ordening’. 10.

Reclamant geeft aan nadeel te ondervinden van de gesaneerde bouwmogelijkheden.

Reactie Voor zover Reclamant zich op het standpunt stelt nadeel te ondervinden wordt gewezen naar het eerdere – inmiddels onherroepelijke – besluit van het college van burgemeester en wethouders waarmee geleden planschade (het nadeel van reclamant) is vergoed. Conclusie Conclusie ten aanzien van de ingekomen gronden luidt dat hetgeen door reclamant naar voren wordt gebracht als ongegrond wordt gekwalificeerd. De voorgenomen weigering om een verklaring van geen bedenkingen af te geven - en dientengevolge de weigering om een omgevingsvergunning af te geven - wordt met aanvulling van de beantwoording van de gronden van reclamant en al het vorenstaande bevestigd.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=246ca772-f301-4d14-a972-fb4d7d5fc209