Bijlage 3. Kragten - Advies RU van Afval naar Grondstoffen 2022-2025
Tekst van het document
Opdrachtgever: Projectnr: Datum:
Gemeente Beek, Gemeente Sittard-Geleen en Gemeente Stein SIT138-0001 21 februari 2022
Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr:
Gemeente Beek, Gemeente Sittard-Geleen en Gemeente Stein SIT138-0001 20220211-SIT138-RAP-Regionaal Uitvoeringsplan Westelijke Mijnstreek-concept 3.0
Status: Datum:
Concept 21 februari 2022
Opsteller: T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl
Metpieter, Kragten
-+C0Metpieter, Kragten +-
Verificatie: Gemeenten Beek, SittardGeleen, Stein © 2022 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.
-+R0Gemeenten Beek, SittardGeleen, Stein+-
Validatie: P. Kaasenbrood
-+V0P. Kaasenbrood+-
2
INHOUDSOPGAVE 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding ................................................................................................................................................................ 7 Beoogd resultaat van dit uitvoeringsplan ......................................................................................................................... 7 Wettelijke randvoorwaarden ......................................................................................................................................... 8 Proces...................................................................................................................................................................... 8 Leeswijzer ................................................................................................................................................................ 9
2.1 2.1.1 2.1.2 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
Algemeen ............................................................................................................................................................... 10 Restafval WM-gemeenten .......................................................................................................................................... 10 Autonome ontwikkeling kosten ................................................................................................................................... 11 Inzamelservice aan huis bij laagbouw........................................................................................................................... 12 Inzamelservice bij hoogbouw...................................................................................................................................... 13 Brengvoorzieningen in de wijk .................................................................................................................................... 13 Kringloopbedrijven en milieuparken.............................................................................................................................. 14 Bijplaatsingen, dump en zwerfafval .............................................................................................................................
14 Organisatie RWM en gemeenten ................................................................................................................................. 15 Behoud huidig serviceniveau voor overige afvalstromen ................................................................................................... 15
3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.9.1 3.9.2 3.10 3.10.1 3.10.2 3.10.3 3.10.4
Algemeen ............................................................................................................................................................... 16 Inzamelservice aan huis bij laagbouw........................................................................................................................... 18 Fijn restafval ........................................................................................................................................................... 18 Grof restafval .......................................................................................................................................................... 19 Maatregel............................................................................................................................................................... 20 Inzamelservice bij hoogbouw...................................................................................................................................... 23 Brengvoorzieningen in de wijk .................................................................................................................................... 24 Kringloopbedrijven en milieuparken..............................................................................................................................
25 Afvalstoffenheffing (kosten en opbrengsten).................................................................................................................. 25 Afvalscheiding stimuleren op scholen............................................................................................................................ 28 Bijplaatsingen, dump en zwerfafval ............................................................................................................................. 29 Ambities, Voornemens............................................................................................................................................... 29 Verbetering afvalscheiding bij lokale ondernemers........................................................................................................... 29 Elektrificeren transport............................................................................................................................................... 31 Huishoudboekje op orde voor invoering maatregelen 2025 .............................................................................................. 31 Beleid, regie en uitvoering .........................................................................................................................................
31 Monitoring en evaluatie doelen ................................................................................................................................... 33 Structurele Communicatie .......................................................................................................................................... 34 Regelgeving en handhaving........................................................................................................................................ 38
4.1 4.2
Algemeen ............................................................................................................................................................... 40 Inzamelservice aan huis ............................................................................................................................................ 41
3
4.3 4.4
Inzamelservice bij hoogbouw...................................................................................................................................... 41 Kringloop en milieuparken.......................................................................................................................................... 43
BIJLAGEN
4
SAMENVATTING De gemeente Beek, Sittard Geleen en Stein willen het gezamenlijk beleid voor de inzameling van huishoudelijk afval aanscherpen. In het Regionaal Beleidskader Van Afval naar Grondstof (VANG) 2025 stelden de gemeenteraden van Beek, Sittard-Geleen en Stein hiervoor doelen voor 2025 en 2030. Dit uitvoeringsplan geeft aan hoe we deze doelen gaan bereiken. Maatregelen 2025 De doelstellingen uit het beleidsplan komen neer op het verminderen van restafval en betere scheiding en inzameling van grondstoffen. De doelstelling voor 2025 is maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar. In 2030 mag dit niet meer zijn dan 30 kilogram per inwoner per jaar. Tegelijkertijd moet de gescheiden ingezamelde grondstoffen van goede kwaliteit zijn en een maatschappelijke meerwaarde hebben. Om aan deze doelstellingen te voldoen zal de inzameling van afval wijzigen. PMD wordt vaker opgehaald en restafval minder vaak. Hierdoor zal meer PMD en minder restafval worden aangeboden. Voor inzameling van luiers, stoma- en incontinentiemateriaal komen aparte regelingen. Verder gaan we proeven bij hoogbouw uitvoeren om GFE gescheiden op te halen. Ook de milieuparken worden aangepast voor betere afvalscheiding. Dumpingen, bijplaatsingen en zwerfafval is een probleem in de Westelijke Mijnstreek Gemeenten (WMgemeenten). Met name bij de brengparkjes en het buitengebied is de overlast groot.
Hoe hier grip op te krijgen is nu niet duidelijk. We onderzoeken daarom eerst naar de beste methoden en maatregelen voor een schonere openbare ruimte. Daarnaast spreken we de ambitie uit om de afvalscheiding bij lokale ondernemers te verbeteren, de circulariteit van grondstoffen te bevorderen en ons wagenpark waar mogelijk te elektrificeren. Om de omslag van afval naar grondstof goed te organiseren dient de capaciteit voor beleid en regie bij de gemeenten op peil te zijn. Dat betekent personele uitbreiding bij gemeenten en RWM. In bijlage B5 van dit uitvoeringsplan is het overzicht met maatregelen opgenomen. Maatregelen 2030 In de periode tussen 2026-2030 gaan we de milieuparken ombouwen zodat we beter afval (grondstoffen) kunnen scheiden en hergebruiken. Daarnaast gaan we in deze periode proeven uitvoeren om te kijken wat de beste methode is voor het behalen van maximaal 30 kilogram restafval per inwoner per jaar. Communicatie Communicatie speelt een belangrijke rol in het bereiken van de gestelde doelen. Bovendien hebben de gemeenten en RWM hierbij een voorbeeldrol. Goede educatie op scholen is ook noodzakelijk (jong geleerd, oud gedaan). Om afvalscheiding voor leerlingen begrijpelijk te houden is een vergelijkbare afvalinzameling als voor huishoudens ook op school van belang. De gemeenten en RWM gaan ondersteuning aan de educatie geven.
Ook worden lokale ondernemers gestimuleerd om hun afvalscheiding te verbeteren. Verder dienen de regels geactualiseerd te worden en is handhaving nodig. Gedurende de planperiode worden de resultaten gemonitord. In 2023, 2024 en 2025 vindt evaluatie plaats van de maatregelen van dit uitvoeringsplan.
5
Kosten De kosten van afval inzamelen en -verwerking gaan sterk stijgen. Het inzamelen en verwerken van GFT en restafval wordt fors duurder, de belasting op restafval wordt verhoogd en vanaf 2025 komt er een extra CO2heffing op het verbranden van restafval. De doelstelling om de kosten beheersbaar te houden wordt in voorliggend uitvoeringsplan voorop gesteld. Door het nemen van de genoemde maatregelen wordt de kostenstijging verkleind. De tarifering van afval is daarbij een belangrijke maatregel. GFT willen we goedkoper of zelfs kosteloos maken. Het aanbieden van restafval moet duurder worden gemaakt vanwege de stijgende kosten. Restafval aanbieden op het milieupark of in de (ondergrondse) restafvalcontainers moet daarbij overal even duur zijn.
6
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding In het voorjaar van 2021 is het Regionaal Beleidskader Van Afval Naar Grondstof 2021-2025 unaniem vastgesteld door de gemeenteraden van Beek, Sittard-Geleen en Stein. Het Regionaal Beleidskader behandelt wat we willen bereiken op vlak van de inzameling van huishoudelijk afval. Hoe we dit willen bereiken is beschreven in voorliggend uitvoeringsplan. In dit plan is tot stand gekomen in samen werking met en in een coproductie van de gemeente Beek, gemeente Sittard-Geleen, gemeente Stein, RWM, Kragten bv en Metpieter. In het plan is nader uitgewerkt op welke wijze de doelen uit het beleidskader worden gehaald en met welke maatregelen dit gaat gebeuren.
1.2
Beoogd resultaat van dit uitvoeringsplan In het Regionaal Beleidskader Van Afval Naar Grondstof 2021-2025 stelden de gemeenten zich de volgende doelen: maximaal 100 kg per inwoner per jaar (fijn en grof) restafval in 2025; maximaal 30 kg per inwoner per jaar (fijn en grof) restafval in 2030; het verkrijgen van grondstoffen van goede kwaliteit (Van Afval Naar Grondstof); het creëren van maatschappelijke meerwaarde; het streven naar kostenbeheersing. Het vastgestelde Regionaal Beleidskader Van Afval Naar Grondstof 2021-2025 bevat vertrekpunten om deze doelstellingen te behalen. In onderstaand kader zijn deze vertrekpunten kort weergegeven.
Strategie: - het omslagproces ‘Van Afval Naar Grondstof’ leggen wij in samenhang af met thema’s als mobiliteit, werk en inkomen, duurzaamheid, et cetera voor een zo groot mogelijke bijdrage aan de lokale gemeenschap, bijvoorbeeld transport elektrificeren; - afvalbeheer vergt continuïteit voor de volksgezondheid en een schone leefomgeving (betere methoden zullen stapsgewijs worden ingevoerd voor een continue dienstverlening en een zo schoon mogelijke publieke ruimte); Milieu: - we nemen bronscheiding als basis voor meer hergebruik en de beste kwaliteit grondstoffen; - nascheiding en alternatieve afzetmogelijkheden zien wij als aanvulling op bronscheiding; Service: - de inwoner 'als gebruiker' wordt als vertrekpunt genomen in het uitvoeringsplan.
Het inzamelsysteem moet zoveel mogelijk aansluiten op de behoefte van de gebruikers in plaats van andersom, bijvoorbeeld door meer stromen vaker aan huis op te halen; - we stimuleren ook lokale ondernemers hun afvalscheiding te verbeteren, bijvoorbeeld door een inzamelservice voor afvalscheiding te bieden aan winkeliers, kantoren en andere kleine bedrijven en natuurlijk semi-overheidsorganisaties en gemeentelijke instellingen; - dit geldt ook voor scholen; wij overwegen goed grondstoffenmanagement op scholen te stimuleren; - te nemen specifieke maatregelen dienen afgestemd te zijn op het volledige servicepakket dat wordt geboden aan onze inwoners; - de voor grondstoffeninzameling gewenste inzamelservice dient negatieve neveneffecten als bijzet (bijplaatsingen) en dump van huishoudelijk afval te verminderen;
7
Communicatie en participatie: - inspraak door en samenwerking mét alle betrokkenen (participatie) voor een optimale omslag (in het geval wij besluiten tot het uitvoeren van inzamelproeven, dan testen wij samen met de inwoners nieuwe inzamelmethoden in hun proefgebied); - we streven naar een groter bewustzijn over de noodzaak tot afvalscheiding, bijvoorbeeld door het stimuleren van educatie over de gevolgen van bijplaatsingen, zwerfafval en de noodzaak van afvalscheiding op onze scholen; - we nemen als gemeente onze eigen verantwoordelijkheid door ook binnen onze organisatie het afval allereerst te voorkomen door duurzame inkoop en vervolgens het afval zo goed mogelijk te scheiden tot grondstoffen. Goede behandeling van grondstoffen binnen de gemeentelijke organisaties en binnen RWM heeft een communicatieve meerwaarde die wij zullen benutten; Kosten: - effectief en efficiënt: wij zoeken naar een duurzame balans tussen milieu, service en kosten, waarbij wij kosten en opbrengsten breed beschouwen.
Het uitvoeringsplan geeft aan hoe de doelen voor 2025 kunnen worden gehaald. Daarnaast geeft dit plan een aanzet voor het kunnen behalen van de doelen voor 2030. Om beleidsmatig nog verder vooruit te kijken is niet zinvol door de vele ontwikkelingen die spelen op dit thema en de door de Europese Raad en het Rijk vastgestelde ontwikkeling voor een circulaire economie.
1.3
Wettelijke randvoorwaarden De Wet milieubeheer stelt gemeenten verantwoordelijk voor de inzameling van afval van huishoudens en stelt daar randvoorwaarden aan. Deze zijn kort samengevat: De gemeente moet huishoudelijk afval aan huis ophalen. De gemeente moet een plek aanbieden waar afval kan worden achtergelaten; dat mag worden georganiseerd in samenwerking met bedrijven en/of andere gemeenten. Gemeenten moeten dit financieren vanuit een specifiek daarvoor bedoelde heffing: de Afvalstoffenheffing. Sinds 9 november 2007 zijn regels opgesteld voor milieustraten in de Activiteitenregeling milieubeheer. Op 1 juli 2020 is het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen in werking getreden. Op grond van deze regelgeving moeten gemeenten in principe 22 stromen gescheiden inzamelen. In bijlage 2 is de lijst met afvalstromen opgenomen die momenteel binnen de drie Westelijke Mijnstreek gemeenten worden ingezameld. Momenteel vindt inzameling van metalen en kunststof tezamen plaats. De inzameling van metaal en kunststof samen is in het Besluit onder voorwaarden toegestaan. De gemeenten moeten bij Afvalstoffenverordening nadere regels stellen aan het aanbieden en inzamelen van afvalstoffen. De samenwerkende gemeenten blijven hun verantwoordelijkheid nemen. Met dit uitvoeringsplan zullen de gemeenten voldoen aan de wettelijke eisen en randvoorwaarden.
1.4
Proces Na de vaststelling van het Regionaal Beleidskader Van Afval Naar Grondstof 2021-2025 zijn de gemeenteraden van Beek, Sittard-Geleen en Stein uitgenodigd voor interactieve werksessies waarbij alternatieve opties voor de uitvoering van de inzameling van huishoudelijk afval/grondstoffen werden voorgelegd. In het voorliggende uitvoeringsplan is rekening gehouden met de signalen die de aanwezige raadsleden gaven.
8
1.5
Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft een beeld van het huidige inzamelsysteem met een doorkijk van de autonome ontwikkeling. De voorgestelde maatregelen voor de doelstellingen voor 2025 zijn onderbouwd in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 zijn de maatregelen voor de doelstellingen voor 2030 nader beschreven. Hoofdstuk 5 omvat procesmatige aspecten voor de invoer van de voorgestelde maatregelen zoals monitoring en evaluatie, beleid, regie en uitvoering en kosten en planning. In bijlage 1 is een verklarende woordenlijst en verklaring van gebruikte afkortingen opgenomen. In bijlage 2 is een beschrijving van de huidige afvalinzameling/afvalstromen (situatieschets) opgenomen. Bijlage 3 geeft de onderbouwing van afvalstromen en kosten weer terwijl in bijlage 4 de onderbouwing van de verwachte kosten voor pilots is gegeven.
9
2
SITUATIESCHETS
2.1
Algemeen In onze samenleving worden volgens TNO1 circa 5.000 verschillende productengroepen gebruikt. Veel van deze groepen kunnen, nadat ze voor de gebruiker hun waarde hebben verloren, worden gegroepeerd tot bijvoorbeeld GFE (voedselresten), PMD (verpakkingen) of kringloop. Namens de gemeenten verzorgt RWM het grootste deel van de afvalinzameling. RWM biedt hiervoor een inzamelstructuur waarin momenteel 21 afvalstromen kunnen worden aangeboden.
2.1.1
Restafval WM-gemeenten Jaarlijks wordt in totaal in Beek 508 kilogram per persoon per jaar (verder kg/p/j), in Sittard-Geleen 552 kg/p/j en in Stein 559 kg/p/j huishoudelijk afval ingezameld. Een deel van dit afval bestaat uit (ongesorteerd) restafval. In onderstaande afbeelding is de hoeveelheid restafval per gemeente vergeleken met een groot deel van de overige Nederlandse gemeenten. Afbeelding 1 Hoeveelheid restafval in vergelijking met overige Nederlandse gemeenten
In het beleidskader is een analyse van de huidige situatie/nulsituatie opgenomen van het aanbodgedrag van afval/grondstoffen van de inwoners van Beek, Sittard-Geleen en Stein. Uit sorteeranalyses van fijn restafval dat aan huis wordt ingezameld blijkt dat veel GFT met het restafval wordt aangeboden (zie afbeelding 2).
1 TNO-rapport | TNO 2015 R11613 2 / 122 Materialen in de Nederlandse Economie
- Een kwetsbaarheidsanalyse -
10
Afbeelding 2 Sorteeranalyses fijn restafval dat aan huis wordt ingezameld (kg/p/j) (2021) Beek
Stein
Sittard-Geleen 12
16
13
12
36
GFT
11
44
64
17
hygiëne verpakkingen
28
materialen
23
23
14
rest en overig
15
15
Vanuit de gemeente Beek wordt jaarlijks per inwoner 36 kg GFT, 14 kg luiers (en overige hygiënische verzorgingsproducten), 23 kg verpakkingen (glas en PMD) en 17 kg materialen (hout, elektrische producten, textiel, e.d.) als restafval verbrand. In de Sittard-Geleen en Stein is de verspilling van grondstoffen weinig anders.
2.1.2
Autonome ontwikkeling kosten In de Verordening Afvalstoffenheffing wordt jaarlijks een verdeelsleutel vastgelegd voor het dekken van de kosten van huishoudelijk afvalbeheer. De totale verwerkingskosten van restafval stijgen sterk in de komende jaren als gevolg van een vergroening van het belastingstelsel, extra CO2-heffing op het verbranden van restafval en de autonome kostenontwikkeling binnen de sector. Afbeelding 3 maakt duidelijk dat de verwerkingskosten voor restafval door vergroening van het belastingstelsel (CO2-heffing) bijna verdubbelen per huishouden bij een ongewijzigd volume. Zonder maatregelen zal de gemiddelde stijging van de afvalstoffenheffing neerkomen op € 40 per huishouden, exclusief autonome ontwikkelingen. De kostentoename bij autonome ontwikkeling wordt weergegeven in afbeelding 4. Afbeelding 3 Verwachte kostenontwikkeling restafval voor de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein door autonome prijsontwikkeling en een vergroening van het belastingstelsel (bron: ASL, Belastingdienst, Nederlandse Emissieautoriteit).
€ 250 € 200 € 150 € 100 € 50 €0 CO2-hoog CO2-laag belasting verwerken
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
€0 €0 € 33 € 103
€0 €0 € 34 € 106
€0 €0 € 34 € 109
€0 €0 € 35 € 120
€ 40 € 20 € 35 € 123
€ 40 € 21 € 36 € 126
€ 41 € 21 € 36 € 129
€ 41 € 22 € 37 € 132
€ 42 € 22 € 38 € 136
€ 42 € 23 € 38 € 139
11
Afbeelding 4 Beek, Sittard-Geleen en Stein: raming afzetkosten voor fijn restafval, GFT en PMD (exclusief kosten voor inzameling en eenmalige kosten voor wijzigingen). € 2K K€ 0 9 5 4 3. € 3.0 8K 2 2.6
1
7 .55
K€
5 1 .5
2022
11 1.6
K€
niets doen maatregelen
€ 7K 3 52
2023
K€
€ 9K 53
2024
1
4K .19
2025
€
9 1 .6
8K
€
2030
De inzameling van hoogwaardige grondstoffen (zoals plastic, metaal, papier) is de enige weg naar een vermindering van afval en een zo klein mogelijke stijging van de lasten. De toename in kosten (autonoom) is reden genoeg om maatregelen te nemen om deze te beheersen. Lagere kosten worden verkregen door minder afval te produceren. Daarnaast is vanuit de wet en regelgeving ook de noodzaak om minder afval te produceren aanwezig. Als inwoners restafval toevoegen aan grondstoffen kan dit afkeur van grondstoffen veroorzaken met het risico op dubbele kosten door enerzijds het mislopen van opbrengsten en anderzijds het alsnog duur verwerken als restafval. Ten aanzien van kosten is in het Beleidskader benoemd:
-
2.2
effectief en efficiënt: wij zoeken naar een duurzame balans tussen milieu, service en kosten, waarbij wij kosten en opbrengsten breed beschouwen.
Inzamelservice aan huis bij laagbouw De drie gemeenten hebben samen met de gemeente Beekdaelen de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen opgedragen aan RWM. RWM zamelt aan huis in, leegt de boven- en ondergrondse containers en beheert de milieuparken. De inwoners van de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein treffen dan ook nagenoeg gelijke inzamelvoorzieningen en kunnen hier onder nagenoeg gelijke voorwaarden gebruik van maken. Inzameling aan huis In het Regionaal Afvalplan Westelijke Mijnstreek 2016-2019 is ingezet op een betere service voor GFT en PMD met onveranderde service voor restafval. In de afgelopen jaren heeft dit geleid tot een volgende inzamelservice voor de respectievelijke gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein.
12
Afbeelding 5 Inzameling aan huis voor laag- en hoogbouw (frequentie per jaar)
Beek
Sittard-Geleen
Stein
laagbouw hoogbouw
laagbouw hoogbouw
laagbouw hoogbouw
26x
26x
26x
€
€
€
12x
12x
12x
12x
60L
60L
60L
60L
26x
26x
26x
€
2.3
€ onbeperkt
€
€ onbeperkt
€
€ onbeperkt
Inzamelservice bij hoogbouw Bewoners van hoogbouw in de drie gemeenten hebben geen mogelijkheid om GFT separaat aan te bieden. Afvalvoorzieningen zijn de BOGI’s en OGI’s (boven- en ondergrondse installatie voor opslag van afval) bij de hoogbouw die onbeperkt gebruikt kunnen worden door de bewoners (zie afbeelding 5).
2.4
Brengvoorzieningen in de wijk In de gemeenten zijn diverse brengvoorzieningen ingericht voor glas en textiel. In Beek en Sittard-Geleen zijn er ook brengvoorzieningen voor PMD en in Sittard-Geleen ook voor papier. Een deel van deze brengvoorzieningen heeft OGI’s en ander deel heeft BOGI’s. In afbeelding 6 is de situatie van deze overige stromen weergegeven. In bijlage 2 is een overzicht gegeven van de verschillende stromen die op het milieupark worden ingenomen. Afbeelding 6 Inzameling glas, textiel en papier (frequentie per jaar)
13
2.5
Kringloopbedrijven en milieuparken In de gemeenten zijn in totaal vijf milieuparken. Drie daarvan zijn gelegen in de gemeenten Sittard-Geleen (Sittard, Geleen en Born elk één). Verder heeft de gemeente Stein een milieupark en de gemeente Beek een beperkte brengvoorziening. Uit onderzoek blijken de milieuparken af te wijken van de uitgangspunten uit het Activiteitenbesluit. Belangrijkste bevindingen zijn dat de parken niet voldoen aan de mogelijkheid voor het scheiden van voldoende fracties en nascheiding in een aantal gevallen noodzakelijk is. De belangrijkste oorzaak daarvan is onvoldoende ruimte binnen de parken. In het Regionaal Afvalplan Westelijke Mijnstreek 2016-2019 is dit aspect vertaald in de ambitie tot aanleg van een volwaardig milieupark met een dekkend netwerk van satellietparken. Het daarvoor noodzakelijke traject is vervolgens opgestart maar tot uitvoering is dit niet gekomen. Onderwijl is het wettelijk verplicht te scheiden aantal afvalstromen verder uitgebreid; het gescheiden kunnen aanbieden van gasflessen, gipshoudende producten en grond. In 2020 heeft de gemeente Beek de samenwerking voor gebruik van het milieupark in Schinnen opgezegd. Momenteel onderzoekt de gemeente de (on)mogelijkheden voor een milieupark op een locatie binnen de eigen gemeentegrenzen en het uitbreiden van het minimilieupark De Haamen.
Gemeente Sittard-Geleen heeft drie milieuparken die beperkt zijn aangepast sinds 2013. Gemeente Stein is een onderzoek gestart naar de (on)mogelijkheden van de huidige locatie van het milieupark en heeft sinds de coronacrisis (2020-heden) een tijdelijk tweede brengpunt ingericht voor tuinafval, papier en PMD. Op het milieupark in Stein worden in 2022 enkele verbeteringen doorgevoerd. Grof restafval heeft een directe samenhang met fijn restafval en met de kringloopsector (zie verder paragraaf 3.5). Kringloopbedrijven accepteren alleen spullen die zij daadwerkelijk kunnen verkopen. Maar de selectie van spullen verschilt per kringloopbedrijf. Deze situatie maakt dat veel inwoners geen moeite nemen hun spullen allereerst aan te bieden bij een kringloopbedrijf. Door deze situatie verdwijnen veel waardevolle spullen alsnog in het grofvuil op de milieuparken. Het terugwinnen van deze producten én het bevorderen van hergebruik van grondstoffen, materialen en producten die ‘eindigen’ op de milieustraat is een complexe uitdaging. Deze uitdaging is verder beschreven in paragraaf 3.5
2.6
Bijplaatsingen, dump en zwerfafval Bijplaatsingen en dump van huishoudelijk afval worden als probleem ervaren. Enkel Sittard-Geleen heeft hiernaar onderzoek gedaan, voor Beek en Stein zijn geen gegevens voorhanden. Dump van deze omvang spelen hoogstwaarschijnlijk ook in het buitengebied van Beek en Stein. Uit onderzoek van Sittard-Geleen blijkt 7,5 kg/p/j aan bijplaatsing en dump te ontstaan. Daarvan ontstaat 1,7 kg door bijplaatsing of het verkeerd aanbieden van afval en 5,8 kg door dump. Opvallend is dat deze dump in versterkte mate plaatsvindt in stadsdeel 5 (Born en buitengebied), zie verder afbeelding 7 en afbeelding 8. Door een bewerking van CBS-data is getracht in beeld te brengen wat het effect is van diftar op bijplaatsing en dump. Afgaand op de prestaties van andere gemeenten kan vooralsnog geen eenduidig beeld worden verkregen van onderscheidende prestaties. Gereguleerde toegang tot brenglocaties (OGI’s) lijkt in enkele voorbeelden een positief effect te hebben op bijplaatsingen en dump.
14
Afbeelding 7 Sittard-Geleen: Bijplaatsing en dump geordend op stroomniveau 2015-2020 (in kg/p/j)
Uit CBS-gegevens blijkt de overlast van dump vooral voor te komen in Zuid-Nederland, zie afbeelding 8. Afbeelding 8 Bijplaatsing en dump in Sittard-Geleen en Nederlandse regio’s 2000-2019 (in kg/p/j). 7 6 5 4 3 2 1 0
2.7
NL
Nrd-NL
2000
2005
O-NL 2010
W-NL 2015
Zd-NL
2016
2017
Limburg
S-G
2018
2019
Organisatie RWM en gemeenten Volgens ambtelijke opgave is in Beek, Sittard-Geleen en Stein voor afvalbeleid en uitvoering respectievelijk 0,2, 0,6 en 0,4 fte beschikbaar. Deze capaciteit was mogelijk toereikend voor de wettelijke taken ten tijde van het sluiten van de overeenkomst met RWM in 2011. Deze capaciteit is echter momenteel ontoereikend voor het beheren van de bestaande situatie en de wettelijke verplichtingen die zijn opgelegd. Voor de uitvoering van de inzameling van afval en grondstoffen hebben de gemeenten een overeenkomst met RWM N.V. sinds 1 januari 2011. Het beeld bij de gemeenten was hierbij om de afvalinzameling en aanverwante reinigingstaken door “een bedrijf op afstand onder regie van de gemeenten” te laten uitvoeren (uitvoerende taken). De gemeente verzorgen de beleidstaken. De gemeenten zelf bepalen het door hun verlangde serviceniveau van de dienstverlening hetgeen in de opdrachtgever-/nemer relatie is geregeld. Daarnaast is RWM door de gemeenten gemandateerd de ingezamelde afvalstoffen af te zetten. Momenteel verzorgd RWM een deel van de communicatie voor uitvoerende taken. Denk daarbij aan de afvalkalender, de website en de RWM-app. In de huidige praktijk heeft RWM een grotere rol in de communicatie met inwoners dan destijds vastgelegd is.
Gezien RWM de meeste directe contactmomenten met inwoners heeft, is op communicatief vlak voor RWM een grotere taak weggelegd. RWM verzorgt de communicatie in goed overleg met de gemeenten.
2.8
Behoud huidig serviceniveau voor overige afvalstromen In het volgende hoofdstuk wordt beschreven welke wijzigingen in het inzamelsysteem worden voorgesteld. De grondstofstromen welke in dit uitvoeringsplan hun huidige serviceniveau behouden zijn opgenomen in bijlage B2.
15
3
MAATREGELEN VOOR DOELSTELLING 2025
3.1
Algemeen Om invulling te geven aan de beleidsdoelstellingen zal de hoeveelheid restafval verminderd moeten worden. Daarnaast moeten maatregelen genomen worden om de kwaliteit van de afvalstromen te verhogen zodat deze ook als grondstof kunnen worden hergebruikt. Om deze doelstelling te halen worden wijzigingen aan het huidige inzamelsysteem in twee trajecten doorgevoerd: een traject voor 2022-2025 gericht op het doel van maximaal 100 kg/p/j aan restafval. Hierbij wordt gewerkt met een optimalisatie van bestaande middelen. een traject voor 2026-2030 gericht op het doel van maximaal 30 kg/p/j aan restafval. In afbeelding 9 is een overzicht gegeven van de verwachte verandering in hoeveelheden na invoering van de voorgestelde maatregelen . Deze verwachting is gebaseerd op een veelvoorkomende situatie waarin na wijziging van de inzameling een vertraagde reactie optreedt van betere afvalscheiding van GFT en PMD in de navolgende drie jaren. Afbeelding 9 Raming hoeveelheid fijn restafval, GFT (met en zonder diftar) en PMD in Beek, Sittard-Geleen en Stein voor 2022-2025 als gevolg van wijzigingen in de inzamelservice vanaf 1 januari 2023. 3.631 ton 6.891 ton
3.631 ton
3.921 ton
4.117 ton
4.179 ton
8.221 ton
8.508 ton
8.508 ton
11.673 ton
11.673 ton
11.673 ton
2023
2024
17.959 ton
2022
3.921 ton
4.117 ton
4.179 ton
13.782 ton
14.471 ton
15.954 ton
10.775 ton
10.344 ton
9.930 ton
2024
2025
6.891 ton
17.959 ton
restafval
GFT met diftar
2025 PMD
2022
2023 restafval
GFT gratis
PMD
In afbeelding 9 is een raming afgebeeld voor een wijziging enerzijds met behoud en anderzijds zonder behoud van diftar voor GFT (zie verder paragraaf 3.2.3 voor nadere informatie over gratis GFT). Door een verschuiving van restafval naar grondstoffen (met behoud van diftar voor GFT) in combinatie met de verwachte hogere afzetkosten voor GFT en vooral restafval, zullen de uiteindelijke afzetkosten van GFT, PMD en restafval stijgen van 1.557 K€ in 2022 naar 3.049 K€ (+96%) in 2025 en 3.502 K€ (+125%) in 2030 als geen maatregelen worden genomen (zie ook afbeelding 4, afzetkosten 2022-2030) én als de huidige regering vasthoudt aan een financiële compensatie voor de afvalverbranders vanwege hun CO2-uitstoot. De kostenramingen zijn verder gebaseerd op de verwachting dat afvalverbrandingsinstallaties de fiscale vergroening volledig in rekening brengen bij de gemeenten. De te nemen maatregelen zijn erop gericht de hoeveelheid restafval en de daarmee gemoeid gaande hoge kosten te beperken. Hiervoor wordt de inzamelservice beter ingericht. Gestreefd wordt naar een inzamelsysteem dat zoveel mogelijk aansluit bij de behoefte van de gebruikers. De verandering vergt echter ook een gedragsverandering bij deze gebruikers.
Wensen inwoners Via een enquête over afvalinzameling uit 2019 in de gemeenten Beek, Beekdaelen, Sittard-Geleen en Stein (in 2019 het servicegebied van RWM) maakten de inwoners de volgende wensen kenbaar: Vaker PMD ophalen. Herbruikbare spullen aan huis laten ophalen of gratis mogen afgeven op milieuparken. Grof huishoudelijk afval op afroep laten ophalen.
16
Gedragsbeïnvloeding als middel en de invloed van kantelstromen Om de gestelde doelen te behalen is het belangrijk rekening te houden met de wensen van inwoners, maar ook om hen te motiveren om het inzamelsysteem zo goed mogelijk te gebruiken. Dit vergt een aanpassing van het gedrag van mensen en dus een aanpak die het gewenste gedrag oplevert. ‘Gedragsbeïnvloeding’ is hiervoor noodzakelijk. Naar gedragsbeïnvloeding is veel onderzoek verricht in de afgelopen decennia. De factoren welke vereist zijn om gedrag te beïnvloeden zijn bekend. Deze factoren zijn groen omkaderd in afbeelding 10. De uitwerking van theorie naar praktijk heeft echter nog nergens op gemeentelijke schaal plaatsgevonden. Afbeelding 10 Gedragsbeïnvloeding is de uitdaging.
interactie tussen: kenmerken gebruikers kenmerken systeem taak “ in samenhang”
vereisten: interesse opwekken simpele regels gebruiksvriendelijk voordeel geven goed gedrag waarderen
algehele waardering gebruikerservaringen: instrumentele kwaliteit non-instrumentele kwaliteit emotionele kwaliteit
Om het ontstaan van afval te voorkomen en vervolgens om een verbeterde inzamelservice te laten aansluiten op een daadwerkelijk gebruik daarvan zijn twee te beïnvloeden momenten belangrijk; het aanschafmoment en de plaats en afdankmoment. Bij de wijzigingen in afvalinzameling kan de gemeente in enige mate invloed op deze momenten uitoefenen. Allereerst is gedragsbeïnvloeding noodzakelijk om afval te voorkomen en vervolgens om een verbeterde inzamelservice te laten aansluiten op een daadwerkelijk gebruik daarvan. Afbeelding 11 Interventiemomenten voor gedragsbeïnvloeding Aanschafmoment
Plek en afdankmoment
Het aanschafmoment Gemiddeld wordt 34 kg/p/j voedsel verspild in Nederland. Hier ligt een aantal oorzaken aan ten grondslag; van ondoordacht inkopen tot en met teveel voedsel bereiden. In de praktijk zijn verschillende maatregelen beschikbaar om hieraan invulling te geven. Het voedingscentrum heeft bijvoorbeeld een eetmaatje gratis ter beschikking waarmee porties gemakkelijker kunnen worden afgemeten. In alle supermarkten worden inmiddels herbruikbare groente- en fruitzakjes verkocht ter vervanging van eenmalige plastic zakjes.
De gemeente kan in communicatief oogpunt hier aandacht aan schenken door voorlichting en communicatie over deze reeds beschikbare middelen en de noodzaak tot reductie en circulariteit.
17
Het afdankmoment en de ‘kantelstromen’ Het afdankmoment is het moment dat je iets kwijt wilt. Dat moment is van grote invloed op het resultaat of datgene grondstof wordt of alsnog eindigt als afval. Dat vergt een goede afstemming op de behoeften, wensen en omstandigheden van inwoners. Dit wordt verduidelijkt in afbeelding 12. Afbeelding 12 Kenmerken van het afdankproces voor huishoudelijke stromen.
Afbeelding 12 verduidelijkt dat de stromen verschillende kenmerken hebben. De gekleurde balken markeren stromen met ‘een luchtje’ en/of groter volume. De GF-fractie (voedselresten), PMD (Plastics, Metalen en Drankkarton), alsook het restafval kunnen daarbij worden beschouwd als de ‘kantelstromen’. Hiermee wordt bedoeld dat het effect van maatregelen voor deze stromen een grote invloed zal hebben op alle grondstofstromen die verdwijnen in een restafvalcontainer. Een inzamelservice die is afgestemd op het afdankmoment van de drie kantelstromen gaf veelbelovende resultaten in drie proeven uitgevoerd tussen 2010 en 20172. Voor het goed laten aanbieden door inwoners die momenteel nog alle/veel grondstoffen in het restafval werpen is een betere service noodzakelijk voor de plek en het afdankmoment van een (voedsel)product.
3.2
Inzamelservice aan huis bij laagbouw Om de doelstelling van maximaal 100 kg/p/j aan restafval in 2025 te behalen worden maatregelen voorgesteld. Service op restafval bepaalt vooral het volume aan restafval. Voor het behalen van deze doelstelling dient zowel het ‘fijn’ restafval dat wordt ingezameld aan huis en ‘grof’ restafval dat wordt ingezameld op milieuparken te worden verminderd. De beide deelstromen zijn onderstaand nader beschreven.
3.2.1
Fijn restafval Zoals hiervoor in hoofdstuk 2 beschreven is het ‘werkelijk’ aandeel restafval fors minder dan het ingezamelde volume (zie de taartgrafieken van afbeelding 2). Decennia nationaal onderzoek heeft uitgewezen dat er gemiddeld 10 kg/p/j aan onvermijdbaar restafval bestaat in de vorm van gebruikte stoma’s, katheters en vergelijkbare medische hulpmiddelen maar ook andere producten zoals stofzuigerzakken. Al het overige materiaal, zoals onder meer GFT, PMD, glas, papier en textiel, betreft grondstoffen die als restafval worden aangeboden. De gemiddeld 10 kg/p/j aan onvermijdbaar restafval komt neer op circa 70 liter per persoon ofwel circa 150 liter per huishouden, kortom minder dan één grijze restafvalcontainer per jaar. 2 Van deze drie proeven zijn beeldverslagen beschikbaar ter inspiratie voor dit uitvoeringsplan:
Gemak zonder grijze bak (2010): https://www.youtube.com/watch?v=G2IcIshlQpM&t=7s Afvalfiets in Waalre (2018): https://www.youtube.com/watch?v=tEz7JNTwvew&t=16s Ecokar in Eersel (2018): https://www.youtube.com/watch?v=UY_vH4yQ5Do&t=8s Deze voorbeelden zijn ter inspiratie bedoeld in dit uitvoeringsplan.
18
In de praktijk wordt doorgaans een veelvoud hiervan ingezameld. De oorzaak hiervan kan worden beschouwd als een onbalans in de service voor restafval. Een inzamelservice met een 240L-bak die 26 maal per jaar wordt ingezameld, geeft een service van 240 maal 26 is 6.240 liter per huishouden per jaar, ofwel gemiddeld een ruim 40 maal grotere service dan noodzakelijk. Een grotere service nodigt uit om meer restafval te produceren en minder te scheiden. Het effect van inzamelmiddelen en inzamelfrequenties op de hoeveelheid restafval is weergegeven in afbeelding 13. Afbeelding 13 Top 20 Nederlandse gemeenten met minste fijn restafval (met weergave van grof restafval en inzamelmiddelen voor fijn restafval, GFT en PMD in vergelijking met Beek, Sittard-Geleen en Stein (CBS: 2018).
24
365xT
37
25
€
€
€
€
60L
60L
60L
26x 104x 26x 26x 26x 52x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 13x 13x 13x 110 132 110
grof restafval fijn restafval
€
€
€
€
€
€
€
€
€
€
€
€
€
€
€
€
S it ta Be rd - G ek e le en St ein
Ho
Re
De bovenstaande afbeelding 13 geeft de volgende inzichten ten aanzien van aanbod restafval: Tariefzakken van 60 en vooral 30 liter zijn het effectiefst voor vermindering van restafval; Tweewekelijks GFT en PMD inzamelen en vierwekelijks inzamelen van restafval is effectief (uitzondering hierop zijn Horst aan de Maas en Peel en Maas). Alle restafvalbakken voor de laagbouw in deze top 20 zijn 140 liter groot (WM-gemeenten: 240 liter). Na tariefzakken zijn de inworptrommels van OGI’s het effectiefst (in combinatie met diftar). Praktisch gezien is een OGI een verlengstuk van een zak, want inwoners gebruiken allereerst een zak om hun afval in te verzamelen en brengen dat vervolgens naar een OGI. Het grote verschil in service is het periodiek kwijt kunnen van tariefzakken of altijd kwijt kunnen van zakken in een OGI. Een verdere toelichting op afbeelding 13 is te vinden op pagina 33 van het Regionaal Beleidskader. De top 20 gemeenten uit afbeelding 13 zijn allemaal kleiner of gelijk aan 45.000 inwoners met beperkte hoogbouw (uitgezonderd Druten met 20% hoogbouw). Beek heeft 24% en Sittard-Geleen heeft 32% hoogbouw en dat geeft een grotere uitdaging. Stein heeft met 17% een gemiddeld aandeel hoogbouw en daarmee een groter verbeterpotentieel ten opzichte van Beek en Sittard-Geleen.
Een tweede aandachtspunt is dat de WM-gemeenten andere inzamelmiddelen voor restafval gebruiken dan de top 20 gemeenten. Uit data-analyse (bron: CBS en Rijkswaterstaat) blijkt de doelstelling voor restafval van 2025 mogelijk met de huidige 240 liter restafvalcontainers. Voor het behalen van de doelstelling voor restafval van 2030 zijn andere inzamelmiddelen noodzakelijk.
3.2.2
€
26x breng brengbrengbreng 13x 13x breng 13x breng brengbreng 13x breng breng26x 26x 26x
us el -D e rs M t aa ie rd n en de Si M nt a An as th on is Bo ek el Bo xm Pe ee el r en M a Oo as st Bu Ge Zw n s l re ch ar ot te en w at er la nd Dr Ge ut m en er tB ak el Ee rs el Li ss e Bl ad el Aa l t Be en un in ge n He us de n Be rg ei jk He um en Ha tte m
13x 26x 13x 13x 13x
Grof restafval Sorteeranalyses van grof restafval worden zelden gemaakt. De schaarse analyses tonen een vergelijkbaar beeld als die van fijn restafval: ruim 90% van de grondstoffen eindigt als restafval in de verbrandingsoven. Deze grondstoffen bevinden zich voornamelijk in samengestelde producten als meubels, bouwproducten en overige
19
goederen. Het terugwinnen van én het bevorderen van hergebruik van grondstoffen, materialen en producten die ‘eindigen’ op de milieustraat is een grote uitdaging. Deze uitdaging is verder beschreven in paragraaf 3.5
3.2.3
Maatregel Het traject 2022-2025 is gericht op het behalen van de doelstellingen door een beproefde optimalisatie van bestaande middelen die succesvol is in vele gemeenten, met een indertijd gelijksoortige inzamelservice als die van de WM-gemeenten. PMD De ophaalfrequentie voor PMD-zakken wordt verhoogd van vierwekelijks naar tweewekelijks. Hierdoor vermindert hinder van PMD (ruimtebeslag, stank) voor de inwoners. De brengvoorzieningen voor PMD in Sittard-Geleen blijven vooralsnog behouden (zie ook paragraaf 3.4). De verwachting is dat door de veranderde inzamelfrequentie 20% meer PMD wordt ingezameld (en dus minder restafval). Restafval De vermindering van service op restafval betreft de verlaging van de inzamelfrequentie voor restafval van 26 naar 13 keer per jaar. Een verminderde service is een prikkel om minder restafval te produceren en meer restafval te recyclen. De verwachting is dat ongeveer 20% meer GFT en 20% PMD wordt ingezameld waardoor 40% minder restafval wordt geproduceerd. De huidige inzamelmethoden (container of tariefzak) worden behouden. Voorgesteld wordt om op termijn het tarief voor restafval te verhogen om het gebruik hiervan extra te ontmoedigen (meer informatie over voorgestelde tariefwijzigingen in paragraaf 3.6). GFT GFT wordt momenteel tweewekelijks ingezameld.
De wens van enkele raadsleden om dit in de zomermaanden te verhogen blijkt in de praktijk te worden gebruikt door 7% van de huishoudens in gemeenten met wekelijkse inzameling. De meerkosten van 13 extra inzamelrondes tijdens de warmere periode zijn door RWM begroot op € 6,50 per huishouden. Vanwege het gebruik van deze extra service door een kleine groep huishoudens en de daarmee gepaard gaande kosten wordt geadviseerd hieraan geen invulling te geven en een inzamelfrequentie van 26 keer per jaar te hanteren. Het ‘gratis’ (kosteloos) laten aanbieden van GFT bevordert de afvalscheiding (minder interessant om gratis GFT bij ‘duur’ restafval te voegen). Dit is reeds in tientallen gemeenten met succes ingevoerd. Door het gratis laten aanbieden van GFT vallen enerzijds de diftarinkomsten weg en stijgen anderzijds de verwerkingskosten voor extra GFT, wat tezamen een mogelijk tekort op de begroting geeft van € 12 per huishouden. Daarom wordt geadviseerd een stapsgewijze verlaging van het GFT-tarief in te voeren en de verlaging te laten afhangen van de eventuele besparing op PMD en restafval door de bovenvermelde wijzigingen (meer informatie over voorgestelde tariefwijzigingen is opgenomen in paragraaf 3.6). De onderbouwing voor bovenstaande adviezen berust in de volgende punten: 1. In gemeenten met soortgelijke inzameling levert dit ± 85 kg/p/j restafval op.
Dit is een significante vermindering ten opzichte van de hoeveelheid zoals nu in de Wm-gemeenten wordt ingezameld; 2. De doelstelling van maximaal 100 kg /p/j restafval in 2025 wordt hiermee dan ook voor een belangrijk deel behaald (er moet ook minder grof restafval worden gemaakt); 3. De wijziging ligt binnen de bekende scheidingsregels en routines van de inwoners; 4. Er zijn geen investeringen nodig voor de laagbouw; 5. De methode is goed inpasbaar voor het inzamelbedrijf RWM; 6. Raming van de inzamelkosten zijn gebaseerd op informatie verstrekt door RWM; 7. De kwaliteit van de grondstoffen blijft op een vergelijkbaar niveau; 8. Op grond van ervaringen in andere gemeenten die deze inzamelfrequenties hebben ingevoerd ontstaan geen structurele extra bijplaatsingen en dump; 9. De adviezen sluiten aan op de huidige verwerkingsmogelijkheden voor GFT, PMD en restafval.
20
Vanwege de benodigde voorbereidingstijd en het juiste moment voor communicatie naar de inwoners wordt geadviseerd de wijzigingen door te voeren per 1 januari 2023. Resumerend wordt in afbeelding 14 voor het traject tot 2025 de volgende inzamelfrequentie voor laagbouw geadviseerd. Afbeelding 14 Voorgestelde maatregel doelen 2025
Meerwaarde, kosten en opbrengsten De meerwaarde, kosten en opbrengsten (met diftarverlaging GFT) voor de WM-gemeenten zijn als volgt voor 2023 en 2025 geraamd (basisjaar 2019).
Tabel 1 Meerwaarde, kosten en opbrengsten 2023-2025 Beek Sittard-Geleen GFT 14 kg/p/j 20% 31 kg/p/j PMD 5 kg/p/j 21% 4 kg/p/j Rest -48 kg/p/jr -40% -46 kg/p/j Kosten 2023 - € 35.400 -10% - € 45.700 Kosten 2025 - € 53.349 -12% - € 105.346
48% 20% -40% -2% -5%
Stein 14 kg/p/j 6 kg/p/j -46 kg/p/j - € 45.200 - € 26.710
20% 25% -40% -8% -4%
De jaren 2023 en 2025 zijn in tabel 1 gekozen vanwege het geplande jaar van invoering 2023 en de sterkere kostenstijging die is voorzien voor 2025. Afzonderlijk per afvalstroom worden hogere en lagere kosten voorzien. Tezamen wordt een lichte besparing voorzien. De effecten verschillen per gemeente als gevolg van de huidige verschillen op het vlak van prestaties (kg/p/j grondstoffen en restafval) en logistieke situatie (bijvoorbeeld halve of volle vrachten na inzameldag). Zie bijlage 3 voor een gedetailleerder overzicht per gemeente van 2023 en 2025.
21
Bij gewijzigde inzamelfrequenties dient aandacht besteed te worden aan een aparte doelgroep en afvalstroom. Het betreft de huishoudens met incontinentiemateriaal, luiers en/of stomamateriaal. Maatwerk voor huishoudens met incontinentiematerieel en luiers Volgens Milieucentraal draagt een kindje gemiddeld 150 luiers per maand wat neerkomt op 25 kilo afval in het geval dat wegwerpluiers worden gebruikt. Na grofweg 5.400 luiers / 900 kilo afval is een gemiddeld kind zindelijk. Wasbare luiers geven minder afval en minder CO2-uitstoot dan wegwerpluiers en zijn bovendien gemiddeld € 500 goedkoper per kind. De initiële aanschafkosten van wasbare luiers zijn echter stukken hoger; een startpakket kost € 400 per kind. Stomamateriaal Ongeveer 250 huishoudens in de WM-gemeenten maken thuis gebruik van stomamateriaal. Deze kleine groep huishoudens heeft daardoor een bovengemiddeld volume aan restafval (80-120 kg/p/j) met veel geuroverlast. In alle gemeenten is een financiële tegemoetkoming geregeld in de Verordening Afvalstoffenheffing vanwege de extra hoeveelheid restafval. Deze regeling is gebaseerd op de situatie van tweewekelijkse afvoer. De voorgestelde wijziging naar vierwekelijkse afvoer kan leiden tot extra geuroverlast. Dat kan worden verholpen door gebruikte stoma’s in luchtdicht afgesloten zakken of desnoods in vershoudzakken of vacuümzakken te bewaren.
Bij goed sorteren van het restaval blijft voldoende ruimte aanwezig in de restafvalcontainer: stomamateriaal geeft maximaal 480 l/p/j, wat neerkomt 15% containervolume. Een goede uitleg hierover naar deze huishoudens is noodzakelijk. De bovenstaande werkwijze is goedkoop en sluit goed aan op de huidige situatie. De financiële tegemoetkoming voor extra restafval zal daarom ongewijzigd worden voortgezet.
Stomamateriaal kan geur- en vochtdicht worden bewaard in een goed afgesloten zak of desgewenst een vacuümzak. Dat voorkomt geurproblemen in de restafvalcontainer.
Voor huishoudens met incontinentiemateriaal en luiers ontstaat ongerief door de verlaagde inzamelservice voor restafval. Voor de WM-gemeenten gaat het afgerond om 10.000 huishoudens3. Voor deze stroom is op Limburgse schaal een contract afgesloten voor recycling. Dat maakt inzameling interessant voor een betere afvalscheiding en minder restafval voor de betreffende huishoudens (inclusief oppasgezinnen). De capaciteit van Nederlands enige recyclinginstallatie is echter afgevuld. Nieuwe recyclingcapaciteit wordt verwacht in 2025. Tot 2025 zal voor deze huishoudens als volgt maatwerk worden geleverd. Naar waarschijnlijkheid gebruikt circa 15% van alle huishoudens luiers en/of incontinentiemateriaal. Tot heden gaan de luiers mee met het restafval. Huishoudens betalen voor het aanbieden van hun gebruikte luiers en/of incontinentiemateriaal. Voor het afzonderlijk inzamelen van luiers kan een breng-, haalservice of beide methoden worden ingesteld. Een brengservice zal naar verwachting de afvalstoffenheffing met 4 €/huishouden verhogen voor alle huishoudens. Een alternatief is het ‘tijdelijk’ verstrekken van een toegangspas voor een OGI voor restafval. Dit als aanvulling op hun restafvalcontainer aan huis. De kosten voor de betreffende huishoudens (diftar op restafval) blijven daarmee onveranderd ten opzichte van de huidige situatie.
Wij stellen een toegangspas voor een OGI voor restafval beschikbaar voor huishoudens met incontinentiemateriaal en/of luiers. Deze moet worden aangevraagd door geïnteresseerden en wordt aangeboden bij de inschrijving van een pasgeborene. Het opzetten van een aparte inzamelstructuur voor dit materiaal is relevant voor 15% van de huishoudens hetgeen voor alle huishoudens een tariefsverhoging van € 4,00 betekent. Door niet te kiezen voor een aparte inzamelstructuur maar voor een pasjessysteem met oplopend diftartarief wordt 225 k€ bespaard. Meerwaarde, kosten en opbrengsten 25 K€ eenmalig voor het voorzien van de huidige huishoudens en 10 K€ voor structurele kosten.
3 Bron: CBS (https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/ met selectie op bevolking, leeftijd, regio, Beek,
Sittard-Geleen en Stein) Bron: Stichting Continentie Nederland (https://continentie-stichting.nl/cijfers-incontinentie-0)
22
3.3
Inzamelservice bij hoogbouw Bewoners van hoogbouw en delen van het centrum hebben in de huidige situatie niet de mogelijkheid om GFE apart in te zamelen. In paragraaf 2.2 is reeds aangegeven dat fijn restafval dat aan huis ingezameld wordt een aanzienlijk aandeel GFT/GFE bevat (afbeelding 2). Tussen 1992 en 2010 is GFE afzonderlijk ingezameld bij 50 hoogbouwlocaties in Geleen. Deze service werd beëindigd door stankoverlast en sterk vervuild GFT. Overlast ontstond doordat gebruikers hun GFE ‘los’ in de inworptrommel wierpen. Vervuiling kwam doordat gebruikers ook jus, frituurvet en plastic zakjes bij het GFE deden. Tot enkele jaren terug was de inzameling van GFE in de hoogbouw weinig succesvol in Nederlandse gemeenten. In tegenstelling tot inwoners in het buitenland (zoals de Noord-Italiaanse steden als Milaan waar ± 80 kg/p/j GFE wordt ingezameld en vele Scandinavische steden met goede resultaten) lijken weinig hoogbouwbewoners in Nederland hun GFE-afval te willen scheiden. In de afgelopen jaren heeft Rijkswaterstaat samen met de G4-gemeenten onderzoek gedaan naar scheiding van GFE in de hoogbouw. Praktijkproeven geven een wisselend beeld in de G4 gemeenten. Een extra uitdaging in deze gemeenten is het ontbreken van prikkels voor afvalscheiding. De potentie voor verdere scheiding is wel aanwezig, er blijkt nog ± 50-60 kg/p/j GFE in het restafval te herwinnen als grondstof.
Naast de G4gemeenten is de afzonderlijke inzameling van GFE ook beproefd in andere steden. De Rd4-gemeenten en Delft behalen daarmee goede resultaten. Met meer service en vrijwillige deelname wordt een goed resultaat behaalt zonder overlast en vervuiling Voor hoogbouw en centrumdelen in de WM-gemeenten valt hier dus zeker winst te behalen. Deze winst is noodzakelijk voor het behalen van de doelstelling van maximaal 100 kg/p/j restafval in 2025. Daarom worden proeven geadviseerd voor het scheiden van GFE(tensresten) bij deze huishoudens. Om inzameling bij hoogbouw en delen van het centrum succesvol te maken dienen enkele knelpunten te worden aangepakt. De belangrijkste knelpunten zijn: Gebrek aan ruimte binnen én buiten. Anonieme collectieve voorzieningen die ‘van niemand zijn’. Gebrek aan sociale cohesie en controle. Mate van verhuizingen. Om de knelpunten aan te pakken is het belangrijk een ontwerp van inzameling te hebben waarbij bewoners de capaciteit hebben (kunnen), de motivatie hebben (willen) en in de juiste gelegenheid zijn (infrastructuur). Deze drie factoren worden in drie proeven nader uitgewerkt in samenwerking met de bewoners van de hoogbouwlocaties. Om hier nader invulling aan te geven worden voor de hoogbouw de volgende maatregelen geadviseerd: Gescheiden inzameling van GFE en vermindering op de service op restafval.
De kwaliteit van PMD bij deze huishoudens verbeteren door deze inzameling te wijzigen. De gemeenten organiseren en evalueren op drie locaties GFE-pilots (GFEtensresten) bij hoogbouwcomplexen met specifieke inzamelmiddelen buiten, in het complex en bij de inwoners thuis. Mogelijk aangevuld met extra service door een conciërge en/of grondstoffencoach. Aanvullend optimaliseren wij voor de hoogbouw PMD en restafval. Om te komen tot een hogere kwaliteit PMD wordt overgeschakeld op inzameling met zakken. Hierbij wordt opgemerkt dat in Stein reeds inzameling van PMD in zakken plaatsvindt bij hoogbouw. De vrijkomende verzamelcontainers worden ingezet voor inzameling van papier. De toegang tot OGI’s voor restafval blijft onbeperkt, maar vanaf 52 inworpen (60 liter) en 104 inworpen (30 liter) zal het diftartarief stapsgewijs oplopen. Door het inzamelen van GFE en afzonderlijk inzamelen van PMD in zakken zal de kwaliteit van deze afvalstromen verbeteren. Door een oplopend diftartarief zal de hoeveelheid restafval iets verminderen. In afbeelding 15 zijn de maatregelen samengevat.
23
Afbeelding 15 Samenvatting maatregelen
Meerwaarde, kosten en opbrengsten
Voor het beproeven van de drie methoden in de hoogbouw dient rekening te worden gehouden met een eenmalig budget van 300 K€ (pilot inclusief evaluatie). De verwachte meerwaarde en opbrengsten voor de WM-gemeenten zijn als volgt geraamd (zie tabel 2) voor een situatie waarin de pilot succesvol is opgeschaald in 2024 (verschil ten opzichte van het basisjaar 2019). Tabel 2 Meerwaarde en raming verschil Raming verschil GFT PMD Rest Kosten 2023 Kosten 2025
30 kg/p/j 11 kg/p/j -41 kg/p/j € 60.310 € 47.000
36% -39% 6% 4%
Naar verwachting zal gescheiden inzameling van GFE leiden tot meerkosten als gevolg van een extra daarvoor benodigde logistiek. De geraamde kosten zijn exclusief kosten voor ombouw tot en beheer van papiercontainers. Zie bijlage 4 voor de onderbouwing van de kosten voor de pilot en een structurele situatie.
3.4
Brengvoorzieningen in de wijk Uit Nederlandse onderzoeken blijkt de kwaliteit van grondstoffen lager bij brengvoorzieningen in de wijk. De kwaliteit loopt terug voor alle afvalstromen. Recentelijk is dit beeld voor de WM-gemeenten bevestigd voor de recycleparkjes: tot soms 52% vervuiling is vastgesteld in OGI’s voor PMD. Als gevolg van deze vervuiling maken de gemeente dubbele kosten voor PMD: een verlies van inkomsten gekoppeld aan te maken kosten voor verbranding. Ondanks de mindere kwaliteit van de afvalstromen bij de brengvoorzieningen is het wel een service naar de inwoners van de gemeenten. Geadviseerd wordt een herbeoordeling te maken van de wenselijkheid van deze service nadat de effecten zichtbaar zijn van invoering van de maatregelen voor GFT, PMD en restafval.
24
3.5
Kringloopbedrijven en milieuparken De vijf milieuparken binnen de WM-gemeenten zijn verouderd. De afgelopen jaren zijn geen veranderingen of moderniseringen doorgevoerd. De wettelijk voorgeschreven in te zamelen afvalstromen kunnen daardoor niet allemaal apart ingezameld worden. Daarnaast vragen het huidig beleid en regelgeving om meer hergebruik en recycling. Dat vraagt ook aanpassingen van de bestaande milieuparken. Verder is het momenteel mogelijk om op de milieuparken restafvalzakken in te leveren. Als gevolg van deze service wordt gemiddeld 9 kg/p/j fijn restafval ingeleverd op de milieuparken in Sittard-Geleen. Het gegeven dat afval brengen goedkoper is dan afval ophalen wordt volledig overschaduwd door enerzijds een slechtere kwaliteit en scheiding van het afval en anderzijds met het oog op de plaats op de milieuparken. Bovendien neemt de hoeveelheid restafval hierdoor niet af. Het bij de milieuparken aanbieden van restafval is dan ook een ongewenste situatie. Momenteel is er een verschil in tarief voor restafval tussen de restafvalcontainer (€ 0,26/kg) en milieupark (€ 0,20/kg). Dit verschil bevordert de ongewenste situatie. Uit Brits wetenschappelijk onderzoek blijkt dat 50% van de mensen prijsgevoelig zijn/handelen. Goedkoper aanbieden op het milieupark kan daardoor leiden tot toename van zakken restafval.
Kenmerkend daarbij is dat het afval in deze zakken minder gescheiden wordt. Door deze situatie in stand te houden neemt de totale hoeveelheid restafval niet af. De doelstelling om minder afval te produceren wordt hierdoor niet ondersteund. De huidige productie van restafval wordt door het verschil in tarief eerder in stand gehouden dan dat het bijdraagt aan de doelstelling. Indien het inzamelsysteem voor fijn restafval gewijzigd wordt van tweewekelijks naar vierwekelijks, zal het aanbod restafval op milieuparken hoogstwaarschijnlijk toenemen. Dit aspect is verder uitgewerkt in paragraaf 3.6 Afvalstoffenheffing Het ontmoedigen of zelfs verbieden van restafvalzakken op milieuparken is een mogelijkheid. Inwoners die ‘opruimen’ kunnen hun opgeruimde spullen allereerst in dozen of bakken naar de kringloop brengen en vervolgens naar het milieupark. Met dozen en bakken kan beter worden gesorteerd op de milieuparken. Het risico bij een verbod is dumping in de openbare ruimte. Geadviseerd wordt om het beleid ten aanzien van aanbieden van restafval op milieuparken aan te passen. In ieder geval dient het tarief daarbij gelijk te worden getrokken met het tarief van de restafvalcontainers en bij voorkeur een hoger tarief voor restafvalzakken die worden aangeboden op de milieuparken. Om de milieuparken aan te passen aan de huidige vereisten zal een stappenplan worden opgesteld.
Na aanpassing zal inzameling van afval in het milieupark resulteren in meer hergebruik en recycling. Meerwaarde, kosten en opbrengsten Gelijke tarieven voor restafval aan huis en op het milieupark stimuleren afvalscheiding. Het stappenplan kan fysieke ingrepen aandragen voor verdere verbetering van de afvalscheiding en het laten voldoen van alle milieuparken aan de regelgeving. De hiermee gemoeid gaande eenmalige kosten zijn 50 K€. Mogelijke besparingen zijn hierbij buiten beschouwing gelaten.
3.6
Afvalstoffenheffing (kosten en opbrengsten) In afbeelding 3 (hoofdstuk 2 grafiek kostenontwikkeling) is de verwachte kostenontwikkeling weergegeven van restafval tot het jaar 2030. De Rijksoverheid maakt het restafval duurder door een CO2-heffing die sprongsgewijs duurder wordt tussen 2025 en 2030. De grondstoffenmarkt zal door de CO2-heffing een impuls krijgen, waardoor ook herbruikbare afvalstoffen (grondstoffen) in waarde zullen stijgen.