Bijlage 2 Voorbeeldnota dierenwelzijn gemeente Maastricht
Tekst van het document
1
Nota dierenwelzijn gemeente Maastricht
Rapport informatie Titel: Opdrachtgever: Opdrachtnemer: Opsteller document:
Interne code: Datum: Status:
Nota Dierenwelzijn gemeente Maastricht Wethouder dierenwelzijn, H. Mackus Gerard Wijnands Janneke Ackermans Edo Lemmens Gerard Wijnands Willeke van den Heuvel, adviseur Dierenwelzijn 13 Augustus 2024 Definitief
2
Nota dierenwelzijn gemeente Maastricht
Inhoudsopgave 1.
INLEIDING ............................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
DOELSTELLING VAN DE NOTA DIERENWELZIJN ..... 4 AMBITIES .................................................... 5 AFBAKENING ................................................ 5 TOTSTANDKOMING NOTA ................................ 6 LEESWIJZER .................................................. 7
4.5 4.6. 5.
INTRODUCTIE DIERENWELZIJN .......................... 8 LANDELIJKE WET- EN REGELGEVING ................... 9 PROVINCIALE BEPALINGEN............................. 10 GEMEENTELIJKE REGELGEVING (APV) ............. 11 ORGANISATIE VAN DIERENWELZIJNSTAKEN ........ 11 TOEKOMSTIGE ONTWIKKELINGEN.................... 12
6.
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 4.
ONTWIKKELINGEN VAN DE AFGELOPEN TIEN JAAR 15 DIERENWELZIJN IN DE BREEDTE ...................... 17 COMMUNICATIE EN EDUCATIE ........................ 25 INBEDDEN DIERENWELZIJNSBELEID .................. 26 EVALUATIE ................................................. 27 SAMENVATTING, VOORSTELLEN EN ACTIES ........ 27
GEHOUDEN DIEREN .......................... 28 4.1 4.2 4.3 4.4
ROL VAN DE GEMEENTE ................................ 28 HUISDIEREN IN DE GEMEENTE ........................ 29 HONDEN IN DE GEMEENTE ............................ 31 KATTEN IN DE GEMEENTE .............................. 34
7.
ROL VAN DE GEMEENTE ................................48 WILDE DIEREN IN DE GEMEENTE .....................49 WILDE DIEREN EN BESMETTELIJKE DIERZIEKTEN..54 WILDE DIEREN IN BEWEGING .........................55 DIERPLAGEN...............................................58 OVERLAST GEVENDE OVERIGE DIEREN ..............59 EXOTEN .....................................................63 SAMENVATTING, VOORSTELLEN EN ACTIES ........66
BEGROTING EN PLANNING............. 67 7.1. 7.2.
8.
ROL VAN DE GEMEENTE ................................40 HOBBYDIEREN IN DE GEMEENTE .....................41 DIEREN EN RELIGIE.......................................47 TOEKOMSTIGE ONTWIKKELINGEN....................47 SAMENVATTING, VOORSTELLEN EN ACTIES ........47
DIEREN IN HET WILD ....................... 48 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8
3. DE GEMEENTE MAASTRICHT EN DIERENWELZIJN ......................................... 14
SAMENVATTING, VOORSTELLEN EN ACTIES .........39
HOBBYDIEREN..................................... 40 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
2. DIERENWELZIJN EN WETTELIJKE TAKEN ................................................................ 8 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
HOUDEN VAN EXOTISCHE, GEVAARLIJKE EN
VERBODEN DIEREN .................................................... 37
KOSTEN EN BESCHIKBARE MIDDELEN ...............67 OVERZICHT VAN DE ACTIES EN PLANNING .........71
BIJLAGEN ............................................... 73 8.1 8.2 8.3
BEGRIPPEN EN AFKORTINGEN .........................73 WET- EN REGELGEVING ................................75 AFWEGINGSKADER OVERLAST ........................77
3
1. Inleiding In Maastricht wonen mens en dier samen, zowel huisdieren als dieren in de natuur. Wij hebben met zijn allen een zorgtaak voor deze dieren. In gebieden waar mens en dier samenleven, is het van essentieel belang om ervoor te zorgen dat het welzijn van beide partijen wordt beschermd. Een doordacht beleid zorgt ervoor dat bij besluitvorming en dagelijkse keuzes rekening wordt gehouden met het welzijn van zowel mensen als dieren. In 2014 is binnen Maastricht de dierenwelzijnsnota vastgesteld. In 2019 is dit beleid geëvalueerd en werd geconcludeerd dat op dat moment geen aanpassing nodig was. Beleid en regelgeving op gebied van dierenwelzijn is echter aan verandering onderhevig. Daarnaast zien we verschillende maatschappelijke ontwikkelingen rond dieren(welzijn). Zo constateren we dat door versnippering van hun leefgebied buiten de stad, maar ook door vergroening van de stad, steeds meer dieren de stad in komen, wat soms tot conflicten leidt. We zien ook groeiende aandacht en zorgen vanuit de stad met betrekking tot dieren en het dierenwelzijn. Daarom is het belangrijk de dierenwelzijnsnota nu te actualiseren; het voornemen tot actualisatie is opgenomen in het coalitieakkoord. In deze nota wordt beschreven hoe het stadsbestuur invulling geeft aan wettelijke taken ten aanzien van dieren.
Daarnaast beschrijft de nota hoe, aanvullend op de wettelijke taken, de zorg voor en de bescherming van dieren binnen de gemeentegrens wordt ingevuld. De vele aspecten van dierenwelzijn komen in deze nota aan bod. Van samenwerking met organisaties die zorgen voor opvang en verzorging van zwervende, zieke en gewonde dieren tot veiligheidsaspecten bij de omgang met dieren en overlast die dieren kunnen veroorzaken. Van de inzet van dieren voor vermaak of als proefdier tot ecologisch beleid zoals dat in de omgevingsvisie gekaderd is. Deze nota geeft aan waar de prioriteiten van het stadsbestuur liggen en vormt een duidelijk, praktisch en gemeente breed toepasbaar kader voor de komende vijf jaar.
1.1
Doelstelling van de Nota Dierenwelzijn
De actuele nota geeft een compleet inzicht in de diverse taken van de gemeente rondom het thema ‘dier’. Deze taken liggen verspreid over verschillende afdelingen binnen onze gemeente. Het samenvoegen van alle aspecten van dierenwelzijn in één integraal document geeft overzicht, inzicht en bevordert samenwerking met interne en externe stakeholders. Op het gebied van dierenwelzijn hanteren we de volgende doelstellingen binnen de gemeentelijke bevoegdheden: 1. 2. 3.
Het borgen van het dierenwelzijn van gehouden-, hobby- en wilde dieren (op basis van de 5 vrijheden van Brambell): zie ook paragraaf 2.1. Het hanteren van een integraal en eenduidig beleid waarbij de belangen van dieren worden meegewogen tegen andere belangen. Een integrale aanpak vanuit verschillende afdelingen van de gemeente bij de uitvoering van het dierenwelzijnsbeleid.
4
1.2 Ambities Een gemeente heeft op het gebied van dierenwelzijn een aantal wettelijke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Deze taken hebben met name betrekking op de zorg voor gewonde en zieke dieren, het bestrijden en voorkomen van dierplagen en de zorg voor de intrinsieke waarde van het dier. De uitvoering van deze taken beschouwen wij als de basis voor deze nota. Daarnaast hebben we als gemeente meer ambities op het gebied van dierenwelzijn. We willen niet alleen reactief inspelen op wijzigingen in wet- en regelgeving, bij calamiteiten of anderen veranderingen. We willen een proactief en integraal dierenwelzijnsbeleid voor onze gemeente. De ambities die wij hebben staan vermeld in deze nota. Per hoofdstuk wordt aangegeven wat de wettelijke taken zijn en wat onze ambities zijn en, zoveel mogelijk, wat deze ambities voor consequenties hebben.
1.3 Afbakening Deze nota legt de focus op het welzijn van alle dieren binnen Maastricht, zolang dit binnen de bevoegdheid van de gemeente valt. Aspecten die onder overheidsbeleid vallen, zoals dierproeven en megastallen, en zaken die onder provinciaal beleid vallen, zoals vergunningen voor beheer en schadebestrijding, zijn geen onderdeel van deze beleidsnota. Veel wettelijke taken op het gebied van dierenwelzijn zijn belegd bij landelijke instanties zoals de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID) en de politie. Deze nota legt de focus op het individuele dier. Dit is geen ecologische nota, maar raakt ecologische onderwerpen zoals biodiversiteit en het leefklimaat. Het stimuleren van gedragsverandering bij eetpatronen van mensen tot meer diervriendelijk nemen we bewust niet mee in deze nota aangezien dit te omvangrijk is voor de scope van dit thema. Maastricht is op het gebied van veeteelt klein. Kwesties over megastallen en te weinig diervriendelijk gehouden vee komen binnen onze grenzen niet substantieel voor en ook hierbij kiezen we ervoor hier niets van op te nemen in deze nota. We streven ernaar om de nota zoveel mogelijk af te stemmen met andere beleidsterreinen. Onze aanpak is pragmatisch, praktisch en integraal. Dit houdt niet in dat we in alle gevallen vinden dat er gehandeld moet worden.
De natuur lijkt soms erg wreed, waardoor er een aandrang ontstaat om te handelen; maar we accepteren dat dit onderdeel is van dieren in de natuur.
5
1.4 Totstandkoming nota Deze nota is mede tot stand gekomen dankzij de inbreng van interne en externe stakeholders. We willen deze partijen hartelijk bedanken voor hun bijdragen, input en opmerkingen. De input is opgenomen in het document participatienota. We bedanken deze partijen voor hun geleverde bijdrage. Stakeholder Intern Stadsbeheer Taakveld Communicatie Taakveld Evenementen Taakveld Handhaving Taakveld Sociaal Taakveld Subsidies Taakveld Vastgoed Taakveld Veiligheid
Stakeholder Extern Animal's Faith Animo Animalis CNME Dierenambulance Limburg Zuid Dierenartsen Dierenbescherming Dierenpolitie Faunabeheereenheid Limburg IVN Limburg Kinder- en zorgboerderij De Heeg Stichting boerderij Daalhoeve Stichting Kinderboerderij Limmel Boerderij Aon Köbbes Activiteitenboerderij De Grubbe Natuurhistorisch Genootschap Limburg Natuurhulpcentrum Opglabbeek Plantengezondheidsdienst Limburg Provincie Limburg RAVON Stichting Dier in Nood Stichting Schildpaddenopvang Visstandverbetering Maas (visvereniging), Sportvisserij Limburg Willeke van den Heuvel, freelance adviseur dierenwelzijn
6
1.5 Leeswijzer De Nota Dierenwelzijn kent een opbouw van meer generiek (wet- en regelgeving, algemene maatregelen) naar specifiek voor bepaalde diersoorten (gehouden dieren, hobby dieren en dieren in het wild). Acties en voorstellen zijn per paragraaf opgenomen in een blauw kader. In hoofdstuk 7 worden de financiële implicaties en planning geduid. Een verklarende woordenlijst is in de bijlage opgenomen. Woorden die nader verklaard worden in deze lijst staan groen gedrukt.
Acties en voorstellen:
7
2. Dierenwelzijn en wettelijke taken Dierenwelzijn is een onderwerp dat steeds meer aandacht krijgt in onze samenleving. Het gaat om de zorg en aandacht voor de levensomstandigheden en het welzijn van dieren, of ze nu als huisdieren worden gehouden, in de landbouw worden gebruikt, of in het wild leven. In dit brede spectrum spelen zowel de landelijke, de provinciale en de gemeentelijke overheid alsmede de inwoners een cruciale rol.
2.1 Introductie dierenwelzijn Dierenwelzijn richt zich op het welzijn en de zorg voor dieren in onze samenleving. Het gaat over het begrijpen, respecteren en beschermen van de intrinsieke waarde van dieren, en het waarborgen van hun recht op een gezond en gelukkig leven. Dit concept is geworteld in het besef dat dieren gevoelens en behoeften hebben, vergelijkbaar met die van mensen, en daarom verdienen ze respect, zorg en bescherming. De intrinsieke waarde van het dier verwijst naar het idee dat dieren waarde op zichzelf hebben, los van eventuele voordelen of gebruik voor de mens. Dit betekent dat dieren niet als "hulpmiddelen" of "producten" mogen worden beschouwd, maar als individuen met hun eigen rechten en welzijn. Deze erkenning van de intrinsieke waarde van dieren vormt de basis voor
8
ethische behandeling en zorg voor alle dieren, ongeacht hun soort, ras of functie in de maatschappij.
Een belangrijk kader voor het begrijpen en beoordelen van dierenwelzijn is gebaseerd op de "vijf vrijheden van Brambell" (Bron Dierenwelzijnsorganisaties). Deze vijf vrijheden zijn: 1. Vrijheid van honger en dorst: dieren moeten op regelmatige basis toegang hebben tot vers water en voeding om te voldoen aan hun voedingsbehoeften. 2. Vrijheid van fysiek ongemak: dieren moeten gehuisvest worden in omgevingen die hen beschermen tegen extreme weersomstandigheden, ziekten en fysiek ongemak. 3. Vrijheid van pijn, verwonding en ziekte: dieren moeten worden beschermd tegen lichamelijk lijden en ziekte. Wanneer dieren ziek zijn, moeten ze passende zorg en behandeling krijgen. 4. Vrijheid om natuurlijk gedrag te vertonen: dieren moeten de mogelijkheid hebben om hun natuurlijke gedragingen, zoals beweging, socialisatie en het volgen van hun natuurlijke instincten, uit te oefenen. 5. Vrijheid van angst en stress: dieren moeten worden beschermd tegen psychologische stress en angst, en hun omgeving moet hen de mogelijkheid bieden om zich veilig en comfortabel te voelen. Naast het model van Brambell is er eveneens een benadering op basis van positief welzijn in plaats van negatief welzijn bij dieren: het ‘Five Domains’-model van David J. Mellor (2016).
Hierbij wordt vanuit de Vijf Vrijheden (Farm Animal Welfare Council, 1993) door geredeneerd over de effecten van het wel of juist niet voldoen aan één of meer van de Vijf Vrijheden op de beleving van het dier. Deze aanpak leidt ertoe dat er minder nadruk ligt op het voldoen aan basisbehoeften, en meer op een ‘life worth living’ (kwaliteit van leven) voor het dier. Het waarborgen van deze vijf vrijheden is van essentieel belang om het welzijn van dieren te garanderen. Dit betekent dat we, ook als gemeente, verantwoordelijkheden hebben om te zorgen voor de behoeften van dieren die door de mens gehouden worden, waardoor een afhankelijkheid gecreëerd wordt. Zoals aangegeven in paragraaf 1.3 gaan we daarbij niet altijd handelen bij dieren in het wild. Natuur lijkt in onze ogen soms wreed. Een aantal voorbeelden om dit te illustreren. In het wild worden kuddes wilde grazers met name gereguleerd door honger. Bij vogelnestjes komt het vaak voor dat enkelen het niet halen omdat ze te klein zijn. Bij territoria van dieren wordt er vaak hardnekkig gevochten en predatoren eten nu eenmaal andere beestjes. En in voorkomende gevallen moeten beesten zoeken of ver lopen om aan water te komen. We hechten er aan dat natuurlijke processen gewoonweg mogen verlopen.
2.2
Landelijke wet- en regelgeving
Veel wettelijke taken en bevoegdheden op het gebied van dierenwelzijn liggen bij landelijke of provinciale instanties. De rol van de gemeente is op het gebied van wet- en regelgeving beperkter. In de bijlagen (8.2) staat relevante wet- en regelgeving waarin dierenwelzijn is opgenomen. De wettelijke taken voor een gemeente beperken zich tot:
9
Eenieder is verplicht een dier in nood te helpen en het is verboden een dier de benodigde zorg te onthouden (Wet dieren, artikel 2.2. lid 8). Een gemeente is verplicht om gevonden dieren (dieren met een vermoedelijke eigenaar) minimaal twee weken te bewaren en te verzorgen. De eigenaar heeft twee weken de tijd om het dier op te halen. Gebeurt dit niet, dan wordt de gemeente eigenaar van het dier (Burgerlijk Wetboek, 5:8 lid 3). De gemeente heeft een opvangtermijn van maximaal 13 weken voor dieren die betrokken zijn bij huisontruimingen, arrestaties of gedwongen opnames (Algemene wet bestuursrecht, Artikel 5:30 lid 1). De gemeente is verantwoordelijk voor preventie en bestrijding van dierplagen en het verwijderen van dode dieren uit de openbare ruimte (Wet publieke gezondheid, Wet dieren Artikel 3.5. Kadavers gezelschapsdieren Regeling dierlijke producten Artikel 3.10. Verwijdering + Wet publieke gezondheid, hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen infectieziektebestrijding). Nieuw: De Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingegaan. Deze wet heeft tot doel om alle bestaande wetten en regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving te bundelen en vereenvoudigen. Het beoogt een integrale benadering te bieden voor ruimtelijke ordening, milieu, natuur en waterbeheer.
De controlerende taak van de gemeente wordt groter: nadelige gevolgen van projecten moeten duidelijk in kaart gebracht zijn om te voorkomen dat er vergunningen worden verleend die schade aan planten en dieren veroorzaken. De Flora- en Faunacheck (quickscan) is hier een belangrijk middel in. Vervallen: Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is vervallen op 1 januari 2024. De regels van deze wet zijn opgenomen in de Omgevingswet via het aanvullingsspoor natuur. Het aanvullingsspoor natuur voegt regels over natuurbescherming toe aan de Omgevingswet. De Wet natuurbescherming is inhoudelijk als zodanig opgenomen in de omgevingswet.
2.3
Provinciale bepalingen
Veel taken met betrekking tot de instandhouding van natuur zijn gedelegeerd door het rijk aan de provincie. Elke provincie heeft de bevoegdheid om specifieke aspecten van regelgeving aan te passen aan de eigen provinciale omstandigheden. In Limburg komen bijvoorbeeld de das en steenmarter veel vaker voor dan in andere regio’s, waardoor specifieke beheermaatregelen noodzakelijk zijn. Gewonde en hulpbehoevende inheemse diersoorten mogen alleen vervoerd en opgevangen worden door dierenambulances en in opvangcentra die een vergunning hebben van de provincie. Het beheer van fauna is een provinciale bevoegdheid. De Faunabeheereenheid (FBE) Limburg coördineert de uitvoering van het faunabeheer in Limburg. De Faunabeheereenheid Limburg is een organisatie waarin verschillende maatschappelijke groeperingen die betrokken zijn bij het faunabeheer in Limburg samen afspraken maken over de benodigde of gewenste vormen van faunabeheer. .
Een wildbeheereenheid is een plaatselijk samenwerkingsverband van jacht(akte)houders die tot doel heeft jacht, wildbeheer en schadebestrijding in het eigen werkgebied te bevorderen.
10
De faunabeheereenheid stelt een faunabeheerplan op dat door de provincie wordt goedgekeurd en coördineert namens de provincie Limburg de inzet van vergunningen en de uitvoering van de verschillende beheervormen. Het Faunabeheerplan 2020-2026 vormt daarmee de basis voor vergunningverlening voor schadebestrijding en populatiebeheer van wilde diersoorten in de provincie Limburg. Faunabeheer wordt toegepast voor de jachtsoorten als konijn en fazant, voor soorten waarbij het gaat om schadebestrijding zoals vos, zwarte kraai, kauw en ganzen, maar ook voor populatiebeheer als reeën en wilde zwijnen. De provincie is eveneens verantwoordelijk voor het monitoren en beheersen van invasieve exoten binnen haar gebied. Dit omvat onder andere het opstellen en implementeren van regelgeving en beleid om de introductie en verspreiding van invasieve exoten te beperken, het coördineren van inspanningen met betrekking tot monitoring en bestrijding, en het informeren en betrekken van lokale belanghebbenden.
2.4 Gemeentelijke regelgeving (APV) Binnen de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van onze gemeente zijn bepalingen opgenomen op het gebied van dierenwelzijn.
Voor honden zijn bepalingen opgenomen dat zij binnen de bebouwde kom aangelijnd moeten zijn, zijn er losloopgebieden vastgesteld en plekken waar honden verboden zijn. Ook dienen honden voorzien te zijn van een chip en moet hondenpoep opgeruimd worden. De burgemeester kan een aanlijn- en/of muilkorf gebod opleggen als er sprake is van een hond die door zijn gedrag als gevaarlijk of hinderlijk wordt beoordeeld. Hinderlijke of schadelijke dieren mogen niet in openbare ruimtes of op, door het door het college aangewezen plekken, aanwezig zijn. De eigenaar van vee dient ervoor te zorgen dat loslopend vee niet op een weg kan komen. Er kan handhaving plaatsvinden bij overlast als gevolg van dieren. De burgemeester kan een last onder dwangsom of onder bestuursdwang opleggen naar aanleiding van een schending als gevolg van hinder door dieren.
2.5 Organisatie van dierenwelzijnstaken Veel wettelijke taken en bevoegdheden zijn toebedeeld aan landelijke instanties of aan de provincie.
Het toezicht en de handhaving van de Wet dieren worden uitgevoerd door de politie, de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Wanneer inwoners een vermoeden hebben van dierenmishandeling of verwaarlozing, dan kunnen ze contact opnemen met meldpunt 144: Red een dier. Meldingen die bij dit nationale meldnummer binnenkomen, worden in eerste instantie doorgestuurd naar de politie. Als de politie een overtreding vaststelt, zal er een strafrechtelijke vervolging volgen. In situaties waarin het welzijn van de dieren kan worden verbeterd, wordt de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID) betrokken. Zij hebben de bevoegdheid om eigenaren administratief te verplichten de levensomstandigheden van de dieren te verbeteren. In sommige gevallen kan er in samenwerking met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit besloten worden om dieren bij hun eigenaar weg te halen.
11
De NVWA voert inspecties uit bij mensen die professioneel zorgen voor landbouwhuisdieren, honden en katten. Deze inspecties kunnen onaangekondigd zijn, gebaseerd zijn op risicoselectie, of worden uitgevoerd als reactie op ontvangen meldingen. De politie, de LID en de NVWA werken samen en dragen gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor het opsporen en voorkomen van misstanden in de handel van gezelschapsdieren. Gemeente Maastricht heeft een signalerende taak in bovenstaande. Meldingen over dierenwelzijn die bij gemeente Maastricht binnenkomen, worden doorgezet naar Handhaving, de Dierenpolitie of de verantwoordelijke instantie. Gemeente Maastricht neemt deel aan de overleggen van de ‘samenwerkende dierorganisaties Maastricht’. De medewerker van politie Maastricht die zich bezighoudt met dieraangelegenheden is ook aanwezig bij deze overleggen. Er is rechtstreeks contact tussen de medewerkers van de gemeente en de Dierenpolitie.
2.6 Toekomstige ontwikkelingen Ontwikkelingen op dierenwelzijnsgebied staan nooit stil. Er komen dieren het land binnen door klimaatveranderingen die we voorheen niet hadden en die een mogelijk gevaar vormen voor onze inheemse dieren. Wet- en regelgeving is aan verandering onderhevig en ook de manier waarop wij met dieren omgaan verandert. We kunnen niet alles voorzien wat de komende 5-10 jaar op ons afkomt, maar een aantal wetswijzigingen is al aangekondigd:
Vanaf juli 2024 is de Huis- en Hobbydierenlijst (ook wel de Positieflijst genoemd) ingevoerd, waarop geschikte zoogdiersoorten als huisdier staan vermeld. Het fokken, verhandelen en weggeven van dieren die niet op deze lijst staan, wordt verboden. De LID, dierenpolitie en NVWA zullen hierop controleren. Er komt een overgangsregeling voor eigenaren van dieren die niet op de lijst staan en die bewijs hebben dat zij het dier vóór 1 juli 2024 hadden. Er bestaat een groot risico dat zoogdieren die niet op deze lijst staan, worden gedumpt in de natuur als de eigenaar ervan af wil. Dit kan resulteren in verschillende soorten zwerfdieren in Maastricht. Het transport en de opvang van zwerfdieren is contractueel geregeld. Er is mogelijk (op termijn) maatwerk nodig voor de opvang van deze (vaak exotische en/of gevaarlijke) dieren. Chip- en registratieplicht voor katten: om zwerfkatten en overlast te reduceren wordt het verplicht om katten te chippen en registreren (per 2024/2025). Door deze chipplicht kunnen kwijtgeraakte katten sneller en vaker herenigd worden met hun eigenaar. Ook kunnen eigenaren aangesproken worden als deze katten voor overlast zorgen. Eind 2023 kondigde de Rijksoverheid maatregelen aan om het risico op agressief gedrag bij honden te verminderen: o Een verplichte cursus voor eigenaren bij de aanschaf van een hond wordt ingesteld.
o Er wordt een risicobeoordelingstest ontwikkeld om gevaarlijk gedrag bij honden vast te stellen. o Een landelijk registratiesysteem van bijtincidenten wordt ingevoerd, waardoor overheden inzicht krijgen in betrouwbare gegevens om tijdig te kunnen ingrijpen. Dit helpt bij het voorkomen van bijtincidenten. Er wordt onderzoek gedaan naar de juiste manier van socialiseren van pups door fokkers, om het risico op gevaarlijk gedrag bij honden op latere leeftijd te verminderen.
12
Invoeren van een houd- en vertoningsverbod voor dieren die lijden onder hun uiterlijk (bijvoorbeeld honden met een korte snuit of katten met vouwoortjes).
13
3. De gemeente Maastricht en dierenwelzijn De aandacht voor dierenwelzijn is binnen onze gemeente, ondanks de beperkte taken en bevoegdheden op dit gebied, de afgelopen jaren sterk toegenomen. De dieren in Maastricht maken deel uit van het stadsleven. Of het nu gaat om huisdieren zoals de kat en hond of dieren in het wild zoals de egel of de bever. De interactie met dieren in stedelijke en buitengebieden brengt uitdagingen met zich mee. Dieren spelen namelijk diverse rollen in de stad. Ze vormen gezelschap, worden ingezet voor educatie, maar ook dierziekten en overlast van dierplagen vragen om aandacht. Het gemeentelijk beleid streeft ernaar om op een verantwoorde manier met dieren om te gaan, waarbij rekening wordt gehouden met zowel huisdieren als wilde dieren. Het vinden van een balans tussen het welzijn van dieren en de leefbaarheid voor inwoners is een voortdurende
14
uitdaging, vooral in een tijd van veranderende inzichten, groeiende stedelijke natuur en uiteenlopende opvattingen over dierenwelzijn. De nieuwe nota dierenwelzijn voor de komende vijf jaar beoogt deze uitdaging aan te gaan door een breed perspectief op dierenwelzijn te hanteren en samen te werken met betrokken partijen in Maastricht.
3.1 Ontwikkelingen van de afgelopen tien jaar De nota Dierenwelzijn is de actualisatie van de in 2014 vastgestelde nota Dierenwelzijn. Vanwege ontwikkelingen in internationale- en nationale wetgeving en de toename in maatschappelijke betrokkenheid bij dierenwelzijn, is deze nota toe aan vernieuwing. Op 27 juli 2017 is de nota tussentijds geëvalueerd (2017-24532). Daarbij zijn destijds de volgende punten aan de orde gekomen:
Communicatie (gemeentelijke website en Facebookpagina). Overleg met de partners (Dierenbescherming, Dierenambulance Limburg-Zuid, Dierenpolitie en dierenartsen). Noodfonds. Diverse acties als: chippen, zwerfkatten, wildlife, nieuw dierenasiel en de dierenweide in het stadspark.
Op 4 juli 2019 is de nota voor de tweede maal tussentijds geëvalueerd (2019.19631). In deze evaluatie waren de volgende onderwerpen nog toegevoegd:
Het overleg met de samenwerkende partners. De instelling van het noodfonds, chippen van hond en kat en het beleid ten aanzien van in het wild levende dieren.
15
In de nota uit 2014 was een aantal actiepunten opgenomen die sindsdien zijn opgepakt. De actiepunten uit de vorige nota en de huidige status: Nr 1
Actiepunt Protocol opstellen hoe te handelen bij in nood verkerende gevonden (huis)dieren met een vermoedelijke eigenaar.
Voortgang Dit is uitgewerkt en wordt actueel gehouden. Zie § 3.2.2.
2
24 uurs dierennoodhulpketen opstellen.
3
Eind 2016 evalueren van de samenwerking op gebied van sterilisatie/castratie van zwerfkatten. Op de gemeentelijke internetsite een webpagina over dierenwelzijn inrichten en daarover halfjaarlijks via diverse media communiceren. De raad middels een raadsinformatiebrief informeren zodra de huidige regelgeving met betrekking tot dierenwelzijn structureel wijzigt. Aanwijzen van een gemeentelijk contactpersoon als aanspreekpunt voor vragen met betrekking tot dierenwelzijn. 24/7 bereikbaarheid coördinatiepunt meldingen vanuit 144 (telefonisch/mail) Vergroten / afstemming bereikbaarheid van de dierenambulances. Uniformiteit in contracten met omliggende gemeenten.
Het is opgesteld. Er vindt regelmatig overleg plaats met lokale dierenwelzijns-organisaties. Deze zullen in de komende jaren geïntensiveerd worden waar nodig en mogelijk. Zie § 3.2.2. Sterilisatie/castratieacties worden voortdurend uitgevoerd door de Dierenbescherming. Zie § 4.4.3. Webpagina natuur en dieren gemaakt, geplaatst en wordt bijgehouden (via de contentkalender).
4
5
6 7 8 9
10
Opvang wilde dieren en aandacht voor de wilde dieren versterken.
11
Het overleg met samenwerkende partners.
12
De instelling van het noodfonds, chippen van hond en kat en het beleid ten aanzien van in het wild levende dieren.
In verband met nieuwe regelgeving is het opstellen van deze Nota Dierenwelzijn opgepakt, met goedkeuring van de raad. Deze capaciteit is tijdelijk beschikbaar geweest. De nut en noodzaak is duidelijk geworden tijdens het opstellen van deze nota. Via Dierenpolitie geregeld. Is niet de verantwoordelijkheid van de gemeente. Dit is een continu proces. Is onderzocht. Samenwerking is met betrekking tot contracten niet te realiseren daar iedere gemeente diensten in een eigen vorm afneemt van de markt en daarin autonome keuzes maakt. Provincie Limburg verstrekt een subsidie voor wildopvang. Maastricht heeft geen eigen subsidieregeling voor wildopvangcentra. Met Dierenbescherming, Dierenambulance Limburg Zuid, Dierenpolitie, kinderboerderijen en andere stakeholders zijn we in gesprek. Het noodfonds is ingesteld, er zijn chipacties uitgevoerd en er is meer aandacht voor in het wild levende dieren.
Tien jaar na het uitbrengen van de eerste Nota Dierenwelzijn, kunnen we constateren dat een groot deel van deze actiepunten zijn opgepakt en uitgewerkt. Andere punten zijn weer ingehaald door de actualiteit van de dag. Dit heeft ongetwijfeld te maken met de dynamiek van dit thema en de grotere maatschappelijke en politieke belangstelling op het gebied van dierenwelzijn. Naast deze actiepunten zijn er tal van vragen en uitdagingen bij verschillende ambtenaren terecht gekomen. Door het ontbreken van een actueel en integraal beleid en door onvoldoende capaciteit, zijn zaken minder proactief opgepakt.
16
Als gemeente staan we voor veel uitdagingen: we moeten meer bouwen maar ook meer natuur behouden, biodiversiteit verbeteren en CO2 verminderen. Dit leidt ertoe dat het vraagstuk ‘dieren’ binnen gemeente Maastricht een steeds grotere rol krijgt. Over het algemeen kunnen we constateren dat er goede stappen zijn gezet in de professionalisering van het dierenwelzijnsbeleid, maar dat we er nog niet zijn. Daarom staan in deze Nota de actiepunten vermeld voor de komende vijf jaar. Actiepunten om - in sommige opzichten - een inhaalslag te maken, om aan te sluiten op nieuwe wet- en regelgeving, maar ook om in te spelen op veranderende omstandigheden.
3.2 Dierenwelzijn in de breedte In de volgende hoofdstukken gaan we in op wat we als gemeente doen voor respectievelijk gehouden dieren, hobbydieren en dieren in het wild. Er zijn echter ook tal van activiteiten die uitgevoerd worden om dierenwelzijn generiek te ondersteunen.
3.2.1 Vervoer en opvang van zieke, gewonde en verdwaalde dieren We zijn wettelijk verplicht (gehouden) dieren die ziek, gewond of verdwaald zijn, op te (laten) halen, vervoeren en opvangen (inclusief verzorging). Deze taak heeft de gemeente ondergebracht bij een externe partij die door middel van een Europese aanbesteding is geselecteerd. De opdracht is gegund en ingegaan op 1 januari 2023 en heeft een looptijd van twee jaar met een optionele verlenging van twee maal één jaar. Naast deze zorgplicht is de gemeente verplicht om een gevonden gehouden dier minimaal twee weken op te vangen en te verzorgen. Als de eigenaar van het gevonden dier zich niet binnen twee weken meldt, is de gemeente bevoegd om het dier in eigendom over te dragen aan een ander. Mocht dit uitgesloten zijn, dan is de burgemeester bevoegd om het dier te laten inslapen. Van de opvangtermijn van twee weken mag worden afgeweken als het dier slechts met onevenredig hoge kosten kan worden bewaard, of het laten inslapen om geneeskundige redenen vereist is. De opvangplicht geldt voor alle dieren die binnen de gemeentegrenzen gevonden worden en vermoedelijk een eigenaar hebben (gehad). Voor honden en katten is deze verplichting uitbesteed middels een overeenkomst voor een periode van 25 jaar en loopt tot en met 31 december 2037; voor de overige diersoorten wordt telkens voor korte duur een overeenkomst aangegaan.
3.2.2 Dierennoodhulpketen Het opstellen van een 24 uurs dierennoodhulpketen was een van de actiepunten uit de Nota Dierenwelzijn van 2014. Met het uitbesteden van de noodhulp aan een partij die 24/7 bereikbaar is, is deze hulp geborgd. Is er sprake van een in nood verkerend gevonden (huis)dier, dan kan 24/7 gebeld worden met de partij waaraan de noodhulp is uitbesteed. Heeft het betreffende dier dringend medische hulp nodig of zijn de verwondingen dusdanig dat men het dier moet laten inslapen, dan wordt
17
het naar de dichtstbijzijnde dienstdoend dierenarts gebracht. Is er geen sprake van medische nood, dan wordt het dier tijdelijk ondergebracht in de opvang van de partij waaraan de noodhulp is uitbesteed. De kwaliteit van deze dienstverlening is belangrijk, waarbij bereikbaarheid, beschikbaarheid, snelheid en flexibiliteit een rol spelen. Objectieve kwaliteitscriteria die goed meetbaar zijn, zijn essentieel bij de uitvoering en rapportage. Huidig protocol in geval van dier in nood (gewond, zwak, verdwaald, kadaver): Bel de centrale van de Dierenbescherming op 088-811 35 10. In geval van medische noodzaak wordt het dier naar de dichtstbijzijnde dierenarts van dienst gebracht. Is er geen sprake van medische noodzaak, dan worden gehouden dieren naar het Dierenbeschermingscentrum in Born gebracht en wilde dieren naar het Natuurhulpcentrum in Opglabbeek.) Omdat er meerdere partijen betrokken zijn bij het in stand houden van deze 24 uurs dierennoodhulpketen, is onderling overleg en afstemming belangrijk. Meedenken en -praten over het optimaliseren van deze hulpketen is een van de taken van een Adviseur Dierenwelzijn.
3.2.3 Dieren en (medische) zorg Dierenartsen zijn onmisbaar om het welzijn van dieren te borgen. Ze bieden hulp aan dieren waar nodig. Ze hebben een belangrijke signaalfunctie als het bijvoorbeeld gaat om dierenmishandeling of verwaarlozing. Dierenartsen spelen ook een rol in de procedures met betrekking tot dieren. Denk bijvoorbeeld aan een 24/7 noodhulplijn of directe contacten met dierenambulances, waardoor dieren snel medische zorg kunnen krijgen. Door een (landelijk) gebrek aan dierenartsen, is op dit moment geen 24/7 dierenartsenpost beschikbaar. Dit houdt in dat het 's nachts en in het weekend moeilijk kan zijn om een dierenarts te vinden die hulp kan bieden. In Maastricht werken enkele dierenartsen samen onder de naam ‘Masterklinieken’. Overleg tussen deze dierenartsen, de gemeente en de andere organisaties die dierenhulp verlenen is aan te raden om de hulpketen te optimaliseren, maar ook om andere processen op gebied van dierenwelzijn te verbeteren.
Acties en voorstellen:
We zetten samenwerking met dierenartsen en andere organisaties die hulp aan dieren verlenen constructief door.
18
3.2.4 Bescherming van soorten bij diverse buiten activiteiten Bij sloop- en bouwactiviteiten, maar ook bij openbare evenementen, wordt vooraf beoordeeld of er een risico bestaat op overtreding van verbodsartikelen uit de Omgevingswet onderdeel soortenbescherming (verbodsartikelen opgenomen in het onderdeel BAL). Als er risico is op bijvoorbeeld verstoring van dieren, wordt een Ecologische QuickScan uitgevoerd door een gespecialiseerd extern bureau. De scan identificeert beschermde planten- en diersoorten in het gebied en beoordeelt of de activiteiten invloed hebben op deze soorten. De Ecologische QuickScan gebeurt in twee stappen: een bureaustudie om mogelijke aanwezige soorten vast te stellen en een veldbezoek om de geschiktheid van het plangebied voor deze soorten te beoordelen. Het uiteindelijke doel is om de aanwezigheid van beschermde soorten uit te sluiten opdat overtreding van de verbodsbepalingen uitgesloten is. Als dit niet mogelijk is, wordt aanvullend onderzoek uitgevoerd, bijvoorbeeld bij sloop van gebouwen met vleermuisverblijven, wat een jaarrond onderzoek vereist. We voorkomen wetsovertredingen door natuurvriendelijke planning, zoals werken buiten het broedseizoen van vogels of het behouden van bomen en gebouwen die mogelijk functies hebben voor vogels of vleermuizen.
Als overtreding van verbodsartikelen onvermijdelijk is, wordt een omgevingsvergunning bij de provincie Limburg aangevraagd. Bij het beheer van de openbare ruimte wordt er eveneens gewerkt op basis van de wet. Zo staan in bestekken bepalingen dat de uitvoerder vooraf een schouw doet om de aanwezigheid van soorten uit te sluiten. Er worden vervolgens voorzorgsmaatregelen getroffen om dieren te ontzien. Denk hierbij aan speciale maaikoppen op maaimachines om te voorkomen dat bijvoorbeeld hagedissen verwond of gedood worden tijdens het maaien. Bij het schonen van wateren en het baggeren wordt zoveel mogelijk voorkomen dat vissen op de kant terecht komen. Bij het reguliere onderhoud van plantsoenen worden nesten en andere verblijfsplaatsen gespaard en wordt vanuit de zorgplicht rekening gehouden met aanwezige dieren als egels.
3.2.5 Dieren binnen het sociale domein We hebben weinig zicht op wat er achter de voordeur van onze inwoners gebeurt op gebied van dieren en dierenleed. We vinden echter dat we een rol hebben als het gaat om het (signaleren) van zaken waar dieren bij betrokken zijn.
Dierenmishandeling en dierenverwaarlozing Dit kan door meerdere partijen gesignaleerd worden: inwoners, politie, medewerkers van hulpverleningsinstanties, medewerkers van de gemeente (o.a. team WMO en team Jeugd), dierenartsen, etc. Op de website van gemeente Maastricht staat vermeld dat in geval van dierenmishandeling of -verwaarlozing de Dierenpolitie ingeschakeld kan worden door te bellen met 144 (Red een dier). Het is van belang dat medewerkers weten hoe dierenmishandeling en – verwaarlozing gesignaleerd kunnen worden en op de hoogte zijn van de te nemen stappen. Korte lijnen tussen de mensen die een signalerende functie hebben en de dieren-hulpverlenende instanties zijn noodzakelijk.
19
Acties en voorstellen:
Constructief overleg initiëren tussen medewerkers van het sociaal domein en diereninstanties zoals de dierenpolitie en de Dierenbescherming.
Huiselijk geweld en uithuiszettingen Bij huiselijk geweld is ook regelmatig sprake van mishandeling van de aanwezige huisdieren. Huisdieren kunnen daarnaast ingezet worden om een partner (met/zonder kinderen) langer in de onveilige situatie te houden; het huisdier wordt dan ingezet (gegijzeld) als chantagemiddel om te voorkomen dat de partner weggaat. Degene die in de onveilige situatie woont mag bij de meeste opvangcentra geen huisdieren meenemen. In veel gevallen worden huisdieren van gedupeerden opgevangen door familie of kennissen. Wanneer dit niet mogelijk is, worden er maatwerk oplossingen geboden. Tijdelijke ondersteuning bij de zorg voor huisdieren De Dierenbescherming is op diverse plaatsen in Nederland gestart met het project ‘Dierenbuddy’. Dit houdt in dat vrijwilligers tijdelijke ondersteuning bieden aan ouderen en mensen met chronische ziekten die moeite hebben met de zorg voor hun huisdieren. Het doel is om de levenskwaliteit te behouden en hen in staat te stellen zo lang mogelijk thuis te blijven wonen. Vrijwilligers helpen bij taken zoals het verschonen van kattenbakken of vogelkooien, het maken van grote wandelingen met honden, het begeleiden naar de dierenarts indien nodig en bieden hulp bij het vinden van een nieuw thuis voor het dier als de eigenaar niet langer ervoor kan zorgen.
Navraag bij sociale domein levert op dat er behoefte is aan een dergelijke dienst in Maastricht; bij de uitvoering zullen we dit afstemmen. Acties en voorstellen:
We starten een Dierenbuddy pilot en stemmen dit af met het sociale domein. Inschatting kosten op basis van benchmark andere gemeenten: € 15.000 per jaar.
Minima en dieren Inwoners van Maastricht met een kleine beurs die een huisdier hebben, kunnen terecht bij Stichting Dierenvoedselbank Hart voor Huisdieren Limburg. Deze stichting deelt dierenvoedselpakketten en dierenbenodigdheden uit. Ook werken zij met een aantal dierenartsen samen die korting geven op consulten, behandelingen en/of medicijnen bij levensreddende handelingen. Vanuit de gemeente is geen fonds beschikbaar voor ondersteuning van minima, enkel een fonds dat bedoeld was om kosten te dragen van ingrepen door dierenartsen waar achteraf geen eigenaar te achterhalen was. Dit is wel eerder ter sprake gekomen in de evaluatie van de vorige Nota Dierenwelzijn. De samenwerkende dierenartsen in Maastricht hebben aangegeven dat ze ondersteuning van de minima een belangrijk punt vinden om dierenwelzijn te verbeteren. Naar aanleiding van een op 2 juli 2024 aangenomen motie wordt vanuit sociale domein: - op de website van de gemeente Maastricht en op zowel de fysieke als digitale versie van de Sociale Kaart, verwezen naar de Dierenvoedselbank Hart voor Huisdieren Limburg en de
20
Nationale Online Dierenvoedselbank; en - in gesprek gegaan met de Dierenvoedselbank Hart voor Huisdieren Limburg om te bekijken hoe en of de gemeente de stichting kan ondersteunen (zoals bij het overbruggen van de zomermaanden).
Acties en voorstellen:
Uitbreiding van het reeds beschikbare noodfonds tot € 10.000 voor o.a dierenartskosten (van minima) en (preventieve) communicatie.
3.2.6 Dieren bij rampen en calamiteiten De gemeente moet, volgens de Wet veiligheidsregio's, elke vier jaar een rampenbestrijdingsplan opstellen, waarbij de brandweer zowel mens als dier veilig moet stellen. Het is cruciaal dat het plan maatregelen voor dierenbeheer omvat. Specifieke ervaring is vereist voor het redden van grote dieren, zoals paarden en koeien, wat de brandweer tijdens oefeningen moet benadrukken. Calamiteiten, zoals hoogwater, kunnen het welzijn van dieren in gevaar brengen. Maastricht valt onder Veiligheidsregio Zuid-Limburg, die een regionaal crisisplan heeft voor 2020-2023. Hierin staan taken en verantwoordelijkheden van verschillende veiligheidspartners, waarbij de brandweer verantwoordelijk is voor het redden of beveiligen van dieren. De gemeente, in de hoedanigheid van de officier van dienst bevolkingszorg, is verantwoordelijk voor evacuatie, opvang, en verzorging van dieren tijdens een ramp, waarbij coördinatie en capaciteitsvrijmaking afhankelijk zijn van de omvang van de situatie. De officier van dienst schakelt de dierenhulpverlenende instanties in. Recent is er de stichting Dieren in Rampen (geleid door het Nederlands Instituut voor Publieke Veiligheid) opgericht die de coördinatie op zich neemt van de verschillende overkoepelende dierenhulporganisaties in Nederland voor hulp aan dieren bij crises en rampen.
Met een ‘Huisdieren aanwezig’ sticker kunnen hulpdiensten in geval van brand, een overstroming, gaslek of CO-vergiftiging direct zien of er huisdieren in de woning aanwezig (en zo ja, welke soorten en hoeveel) die ook gered moeten worden. Zeker wanneer mensen niet zelf thuis zijn, kan dit dierenlevens redden.
Acties en voorstellen:
Stickers gratis voor de inwoners van de gemeente Maastricht beschikbaar stellen. Ze kunnen dan bij verschillende afhaalpunten worden opgehaald (gemeentehuis, dierenartsen, dierenwinkel, etc.). Inschatting kosten: € 1.000 per jaar; dit wordt opgenomen in het werkbudget.
21
3.2.7 Handhaving en dieren Gehouden dieren kunnen overlast veroorzaken. Gemeente Maastricht krijgt meldingen over overlast van hondenpoep, agressieve honden, (zwerf)katten, geluidsoverlast door dieren, etc. Team Handhaven kan en mag ingrijpen indien de regels zoals opgenomen in de APV niet nageleefd worden. Waar nodig wordt kortgesloten tussen de Dierenpolitie, collega’s van Handhaving en faunabeheer om probleemsituaties op te lossen. Onze gemeente heeft een handhaver die ingezet kan worden voor milieuzaken (waaronder dieren).
3.2.8 Faunabeheer binnen gemeentelijk grondgebied De provincie is bevoegd gezag en daardoor ook verantwoordelijk voor faunabeheer. Dit gebeurt samen met de Faunabeheereenheid (FBE) die het Faunabeheerplan voorlegt aan de provincie. De plaatselijke Wildbeheereenheden (WBE, jagers) zijn vertegenwoordigd in de FBE. De provincie kan vergunningen verlenen voor populatiebeheer en schadebestrijding. Faunabeheereenheid Limburg verzorgt dit voor de provincie Limburg en coördineert de uitvoering, vraagt de vergunningen aan en verzorgt de monitoring. De gemeente Maastricht is dus niet bepalend voor de vorm van jacht en faunabeheer. De eigenaar van een perceel is wel gerechtigd tot verhuur van de jacht en het geven van toestemming tot het bestrijden van wildschade op zijn gronden. Dat betekent dat de gemeente Maastricht als grondeigenaar percelen kan uitgeven waar een wildbeheereenheid schadebestrijding, populatiebeheer en jacht mag uitoefenen. De voornaamste reden voor het verhuren van percelen grond voor beheer is tot op heden schadebeperking en verkeersveiligheid. Door de enorme toename bijvoorbeeld van het aantal wilde zwijnen wordt populatiebeheer in verband met openbare veiligheid echter steeds belangrijker. In contact met wandelende hondenbezitters kunnen wilde zwijnen problematische situaties opleveren.
Een heel recent voorbeeld geeft aan dat wilde zwijnen op nachtelijke tochten tot in parken kunnen komen. Wellicht ten overvloede: wilde zwijnen kunnen enorm veel letsel toebrengen, een wild zwijn in een stadspark noopt tot direct herstel van de openbare veiligheid en veiligheid. Als laatste is een lage stand van de wilde zwijnen populatie eveneens enorm belangrijk om een uitbraak te voorkómen van de Afrikaanse Varkenspest, die zich kan verspreiden via wilde zwijnen. Een uitbraak van de Afrikaanse Varkenspest kan grote economische schade veroorzaken in Nederland onder de gehouden varkens. We maken uniforme afspraken met de wildbeheereenheden op onze relevante gronden op basis van het provinciale beleid zoals opgenomen in het Faunabeheerplan. Deze afspraken dienen aan te sluiten op actuele ontwikkelingen, zoals het noodzakelijke populatiebeheer bij wilde zwijnen. We willen de WBE’s zo veel mogelijk tegemoetkomen om uitvoering te geven aan deze taken. Dit kan onder andere door de jaarlijkse huurprijs op percelen te verlagen of op nul te stellen.
22
3.2.9 Gevaren voor dieren
Ballonnen en lampionnen Afval van ballonnen en lampionnen, zoals plastic, papier en metalen delen, maakt onderdeel uit van het zwerfvuil, dat wordt aangetroffen in de openbare ruimte en rivieren als de Maas. Omdat dit afval door dieren als voedsel wordt aangezien of ze erin verstrikt raken, leidt het tot dierenleed. Het college van burgemeester en wethouders is van mening dat Maastricht een voorbeeldfunctie heeft om de bewustwording te vergroten dat het oplaten van ballonnen en lampionnen nadelig is voor dier en milieu. De gemeenteraad heeft op 22 oktober 2019 een verbod opgenomen in de APV voor “onbemande ballonnen en lampionnen, die opstijgen door gebruik te maken van een gas dat lichter is dan lucht of door hete lucht als gevolg van een vlam”.
Vuurwerk Het afschieten van vuurwerk verschrikt dieren en dit kan leiden tot onwenselijke uitbraken of schrikreacties. De gevolgen van het afsteken van vuurwerk in de nabijheid van broedende vogels kunnen afhankelijk van de aanwezige soorten, de afstand tot die soorten en de locatie specifieke omstandigheden sterk verschillend zijn. Eenmalige verstoringsbronnen veroorzaken vaak geen significant negatief effect. Grote vuurwerk evenementen worden aangevraagd bij de provincie Limburg. Het traditionele vuurwerk tijdens jaarwisseling kan worden gereguleerd door gebieden aan te wijzen of uit te sluiten waar vuurwerk mag worden afgestoken. Echter we kiezen er voor om een beleidsbesluit over dit thema buiten de verantwoordelijkheid van deze nota te laten vallen.
3.2.10 Voerontmoediging Het voeren van dieren gebeurt om verschillende redenen: van gezellig met oma de eendjes voeren tot het wegwerken van etensresten vanuit geloofsovertuiging. Het voeren in de openbare ruimte heeft negatieve gevolgen voor dierenwelzijn en het milieu. Ongeschikt voedsel leidt tot voedingsgebreken en gedragsverandering bij dieren, terwijl regelmatig voeren agressief gedrag en schade aan de omgeving veroorzaakt. Het achterlaten van grote hoeveelheden etensresten op de grond is strafbaar volgens de Wet Milieubeheer. Bovendien kan dit leiden tot lokale dierplagen zoals een rattenplaag. Hoewel een voederverbod in de APV is in te voeren, is handhaving hierop erg lastig. Daarom stellen we voor in te zetten op actieve communicatie met betrekking tot het voeren van dieren. Bijvoorbeeld het plaatsen van informatieborden op bekende voerplekken en educatieve acties via kinderboerderijen om bewustwording te vergroten.
23
Acties en voorstellen:
Het voeren van dieren tegengaan door actieve communicatie (op locatie). Inschatting kosten: € 1.000 per jaar; dit wordt opgenomen in het werkbudget.
3.2.11 Destructie van dode dieren Gemeenten dienen op grond van de Wet Dieren een (afvalstoffen)verordening te hebben waarin de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren geregeld is en waar inwoners een overleden huisdier kunnen afgeven. Op grond van de Wet Publieke gezondheid is de gemeente verantwoordelijk voor het verwijderen van dode dieren uit de openbare ruimte. We hebben een overeenkomst voor het vervoer, de opslag en het zorgdragen voor destructie van in de openbare ruimte gevonden kadavers en van dode huisdieren die door inwoners worden aangeboden. Dode gedomesticeerde dieren waarvan de eigenaar niet bekend is, worden 14 dagen bewaard, zodat de eigenaar zich kan melden.
3.2.12 Dierproeven In een aantal gevallen worden er proefdieren ingezet binnen wetenschappelijke onderzoeken. Het gebruik van dieren voor wetenschappelijk onderzoek mag in de Europese Unie alleen als er geen andere mogelijkheid is. Bovendien is er een Europese richtlijn met regels om proefdieren in Europa te beschermen, die alle lidstaten van de Europese Unie moeten verwerken in hun nationale wet- en regelgeving. In Nederland zijn dat de Wet op de dierproeven, het Dierproevenbesluit en de Dierproevenregeling. Elke aanvraag voor proefdierkundig onderzoek in Nederland wordt ethisch en wetenschappelijk getoetst door de Dier Experimenten Commissie (DEC) en vervolgens wordt een vergunning aangevraagd bij de Centrale Commissie Dierproeven (CCD). Zowel DEC als CCD zijn onafhankelijke instanties die niet aan universiteiten zijn verbonden. De vergunning wordt alleen verleend wanneer de wetenschappelijke of maatschappelijke noodzaak opweegt tegen het dierenleed. De wet- en regelgeving omtrent dierproeven zijn dus internationaal en nationaal geregeld. Gemeente Maastricht heeft geen bevoegdheden om beperkingen op te leggen bij het werken met proefdieren.
24
3.2.13 Biodiversiteit Een van onze taken is het verbeteren van de biodiversiteit in de stad en de directe omgeving. Het is een ambitie die vaak hand in hand gaat met de vergroeningsopgave van de stad. De grote kwaliteit van de stad Maastricht is dat er relatief veel groen in de omgeving aanwezig is, maar dat er binnen de stad ook een aantal groen- en natuurgebieden ligt waarvan enkele zelfs in eigendom. Teneinde de biodiversiteit te vergroten zetten we in op de aanleg en inrichting van nieuwe natuurgebieden, maar ook op de verbetering van stukken openbaar groen met potentie. Zo worden poelen aangelegd in openbaar gebied en natuurgebieden, worden bomen geplant en worden stukken gazon omgevormd tot meer soortenrijke bloemrijke graslanden. Het uitgangspunt van deze nota is dat dierenwelzijn over het individuele dier gaat dat binnen de gemeentegrens leeft. Dierenwelzijn onderscheidt zich hierin van biodiversiteit. Biodiversiteit gaat onder andere over hoeveel verschillende soorten dieren er in Maastricht zijn of over de factoren die ervoor zorgen dat er dier(soort)en bijkomen, blijven of vertrekken. Biodiversiteit is geen onderdeel van deze Nota Dierenwelzijn, maar is opgenomen in de omgevingsvisie. Het vergroten van de biodiversiteit gaat vaak hand in hand met een verbeterd dierenwelzijn. In die zin lift dierenwelzijn mee op dit besluit in de omgevingsvisie.
3.3 Communicatie en educatie Dierenwelzijn is een gedeelde verantwoordelijkheid van de gemeente, de inwoners en dierenorganisaties. Veel van de zaken als verwaarlozing, overlast, en dergelijke kunnen voorkomen worden door goede voorlichting, educatie en communicatie.
Voorlichting Op de gemeentelijke website kunnen inwoners praktische informatie over dieren vinden. Er is een communicatiekalender voor onderwerpen over dieren(welzijn) waarin jaarlijks terugkerende thema’s aan bod komen. De onderwerpen van deze kalender worden gedeeld via sociale media en de gemeentelijke nieuwsbrief. Actuele onderwerpen die betrekking hebben op dieren(welzijn) kunnen ad hoc via deze kanalen gedeeld worden.
Communicatie Er zijn onderwerpen denkbaar die intensiever onder de aandacht gebracht moeten worden, bijvoorbeeld door het plaatsen van borden of andere communicatie uitingen. Voorbeelden kunnen zijn het voeren van dieren, chipacties en de start van het broedseizoen. Op het moment dat we willen/moeten communiceren gaat dit in expliciete samenspraak met communicatie en wordt samen bepaald wat de communicatie aanpak is.
Educatie Het CNME heeft de rol van voorzitter in de overleggen van de samenwerkende dierorganisaties en werkt educatieve ideeën uit voor bijvoorbeeld de kinderboerderijen en scholen (uit regulier NDE budget). Daarnaast is het van belang dat houders van (gezelschaps)dieren goed op de hoogte zijn van de noodzakelijke verzorging en voorkeuren van dieren. Kinderboerderijen spelen daarbij een belangrijke rol.
25
3.4 Inbedden dierenwelzijnsbeleid Het dierenwelzijnsbeleid van Maastricht moet nog verder ingevoerd worden in onze stad. Uit gesprekken met interne beleidscollega’s, dierenartsen en organisaties die betrokken zijn bij dierenwelzijn binnen de gemeente, blijkt dat een duidelijke (aansturende en coördinerende) rol vanuit de gemeente gewenst en noodzakelijk is. Huidige taken uitbreiden Het thema dierenwelzijn is zeer breed en komt in verschillende beleidsterreinen naar voren: natuur en ecologie, biodiversiteit, dierplaagbeheersing, beheer openbare ruimte, groen- en waterbeheer, onderwijs, zorg en welzijn, veiligheid, handhaving, vergunningen, stadsontwikkeling en de omgevingsvisie. Goede afstemming en de relaties met (externe) stakeholders is nodig. Dit vraagt om een gemeentelijk regiefunctie die herkenbaar en zichtbaar is. Zowel intern als extern. Een functie die communicatie rondom dierenwelzijn aanjaagt en de verbinding tussen partijen stimuleert. Een duidelijk aanspreekpunt (in de functie van een Adviseur Dierenwelzijn) voor het brede thema dierenwelzijn is noodzakelijk.
Taken: -
-
Regietaak. De rol, taken en verantwoordelijkheden van betrokken partijen ten aanzien van dierenwelzijn verduidelijken, afspraken met alle interne en externe partijen vastleggen en faciliteren, coördinatie van overleggen met alle stakeholders. Voorlichting en communicatie. Voor interne collega’s, voor het college en de raad en andere beleidsmakers. Maar ook richting inwoners over o.a. het melden van zieke en gewonde dieren, overlast door dieren, het dumpen van dieren, de positieflijst, het veilig houden van huisdieren, chippen, impulsaankopen, etc. Vraagbaak voor diverse vraagstukken die leven waarbij dierenwelzijn een onderdeel is. Opstellen, aanpassen en evalueren van beleid ten aanzien van dierenwelzijn, input leveren voor andere beleidsstukken, relevante wet- en regelgeving in de gaten houden en beleidsvoorstellen aanleveren.
Gezien de diversiteit van bovenstaande taken en het toenemende maatschappelijke belang van dit dossier is het belangrijk versnippering te voorkomen en wordt aangeraden dit takenpakket bij één functionaris onder te brengen. Op dit moment worden de taken vanuit drie functionarissen fragmentarisch opgepakt; dit gaat deels ten koste van deze functies. Verbreding van de taken, zonder inzet van extra capaciteit is dus niet haalbaar. Vergelijking met andere gemeenten laat zien dat er per 10.00o inwoners 0,1 FTE beschikbaar is voor het uitvoeren van dierenwelzijnstaken binnen een gemeente. Voor de gemeente Maastricht zou dit 1,2 FTE betekenen. Op dit moment is er slechts 0,1 FTE beschikbaar. Acties en voorstellen:
Het aanstellen van een adviseur dierenwelzijn (1 FTE) voor het uitvoeren van dierenwelzijnstaken. De benodigde kosten bedragen structureel € 110.000, zie hoofdstuk 7.
26
3.5 Evaluatie Deze nota beschrijft hoe we in de gemeente omgaan met dierenwelzijn. Er worden reeds bestaande maatregelen in genoemd, maar er vloeien ook nieuwe actiepunten uit voort. Het is van belang de richtlijnen en de uitvoering te monitoren op effectiviteit en efficiëntie. Deze evaluatie stellen we voor om in 2028 uit te voeren.
3.6 Samenvatting, voorstellen en acties We doen als gemeente veel op het gebied van dierenwelzijn. De acties worden echter niet integraal aangepakt of worden al jaren op een manier uitgevoerd die nu wellicht niet meer wenselijk is in relatie tot het welzijn van dieren. Veel zaken kunnen verbeterd worden door betere en intensievere samenwerking en communicatie en voorlichting. Als partijen (collega’s, dierenwelzijnsorganisaties en inwoners) elkaar beter kunnen vinden, dan voorkomen we leed bij dier én mens. Om dit te realiseren stellen we de volgende activiteiten voor: Onderwerp We zetten samenwerking met dierenartsen en andere organisaties die hulp aan dieren verlenen constructief door. Constructief overleg initiëren tussen medewerkers van het sociaal domein en diereninstanties zoals de dierenpolitie en de Dierenbescherming. We starten een Dierenbuddy pilot en stemmen dit af met het sociale domein. Uitbreiding van het reeds beschikbare noodfonds voor o.a dierenartskosten (van minima) en (preventieve) communicatie. Stickers gratis voor de inwoners van de gemeente Maastricht beschikbaar stellen om hulpdiensten te waarschuwen dat er dieren in huis zijn. Het voeren van dieren tegengaan door actieve communicatie (op locatie). Het aanstellen van een adviseur dierenwelzijn (1 FTE) voor het uitvoeren van dierenwelzijnstaken.
Inschatting kosten/jaar -
€ 15.000 € 10.000 € 1.000 € 1.000 € 110.000
Bij de planning is rekening gehouden met de inzet van 1, 0 FTE Adviseur Dierenwelzijn.
27
4. Gehouden dieren 4.1 Rol van de gemeente In onze gemeente hebben we duizenden gehouden dieren: van goudvissen tot een Mastiff, van huiskat tot koningspython. De rol van de gemeente bij gehouden dieren is beperkt: het huisdier is de verantwoordelijkheid van de eigenaar. Alleen wanneer er sprake is van overlast of een dier gewond of verdwaald raakt, dan heeft de gemeente een taak. Vervoer en opvang van zieke, gewonde en verdwaalde dieren heeft de gemeente uitbesteed. Ook werkt de gemeente samen met de dierenpolitie en de LID als er (mogelijk) sprake is van overlast, verwaarlozing of mishandeling van dieren. Wij willen daarnaast als gemeente meer aandacht voor de aanschaf en verzorging van de gehouden dieren. Dieren kunnen makkelijk aangeschaft worden, soms zelfs in een opwelling.
28
De verantwoordelijkheid die de eigenaar van het dier heeft is groot: een levenslange zorg voor het welzijn van het dier. Daar zitten ongemakken aan vast tijdens bijvoorbeeld vakanties maar ook hoge kosten als het dier ziek wordt. Zaken waar niet altijd even goed over nagedacht wordt bij de aanschaf van een nieuw dier. Reden ook waarom asielen vol zitten met dieren die afgestaan zijn. We vragen dus meer aandacht voor het welzijn van de huisdieren in onze gemeente. In dit hoofdstuk beschrijven we een aantal diersoorten die we vooral in de openbare ruimte tegenkomen en waar we als gemeente voorzieningen voor hebben getroffen of regelmatig meldingen over ontvangen.
4.2 Huisdieren in de gemeente 4.2.1 Aanschaffen en verzorgen van een huisdier Huisdieren bieden een grote sociale meerwaarde. Het is echter wel van essentieel belang dat mensen zich bewust zijn van de verantwoordelijkheden die gepaard gaan met het hebben van een huisdier. Zowel voor het welzijn van het dier, met betrekking tot goede verzorging en eventuele stress bij overdracht naar een nieuw baasje, als voor het verminderen van de druk op asielen en opvangcentra is het wenselijk dat mensen niet impulsief een huisdier aanschaffen. Om bewustwording te bevorderen, kan voorlichting over de aanschaf en zorg voor huisdieren worden gegeven. De kinderboerderijen van Maastricht hebben hier ook een grote rol in. Deze informatie wordt besproken tijdens overleggen met de samenwerkende dierorganisaties van Maastricht, waar ook de kinderboerderijen bij betrokken zijn. Als gemeente hebben we geen bevoegdheid tot het controleren bij onze inwoners achter de voordeur of de dieren de juiste verzorging krijgen. Wel kan Handhaving optreden bij klachten over overlast, meldingen over verwaarlozing en mishandeling van dieren, in voorkomende gevallen wordt er geschakeld met de Dierenpolitie.