Bijlage 2 - Kostendekkingsplan gemeente Sittard-Geleen.pdf
Tekst van het document
Kostendekkingsplan gemeente Sittard-Geleen Projectnummer: 371242 Referentienummer: NL21-648800269-3940 Datum: 22-10-2021
Kostendekkingplan Gemeente Sittard-Geleen
Verantwoording Titel
Kostendekkingplan
Subtitel
Gemeente Sittard-Geleen
Projectnummer
51001694
Referentienummer
NL21-648800269-3940
Revisie
definitief
Datum
22-10-2021
Auteur
Renske ter Horst
E-mailadres
renske.terhorst@sweco.nl
Gecontroleerd door
Elwin Leusink
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Elwin Leusink
Paraaf goedgekeurd
2 (9)
Inhoudsopgave 1
Het kostendekkingsplan ....................................................................................... 4
1.1
Positie van het kostendekkingsplan ........................................................................ 4
1.2
Inhoud van het kostendekkingplan .......................................................................... 4
2
Financiën watertaken ............................................................................................ 5
2.1
Kostendekkend tarief ............................................................................................... 5
2.2
Vervangingswaarde ................................................................................................. 5
2.3
Totale uitgaven ........................................................................................................ 5
2.4
Kostendekkend tarief ............................................................................................... 6
2.5
Heffingsgrondslag en -maatstaf............................................................................... 6
2.6
Heffingseenheden ................................................................................................... 6
2.7
Inkomsten ander dan rioolheffing ............................................................................ 6
2.8
Kostendekkend tarief ............................................................................................... 6
2.9
Kostendekkingscenario’s ......................................................................................... 7
2.9.1
Uitkomsten scenario A ..........................................................................................................8
2.9.2
Uitkomsten scenario B ..........................................................................................................8
2.9.3
Vergelijking tarieven korte termijn .........................................................................................9
2.10
Invloed op de rioolheffing ........................................................................................ 9
2.10.1
Wijziging in tarief ...................................................................................................................9
2.10.2
Invloeden op de rioolheffing ................................................................................................10
3
Omgaan met onzekerheden ................................................................................ 11
3.1
Mogelijke invloeden op uitvoering van plannen ..................................................... 11
3.2
Mogelijke invloeden op uitgangspunten ................................................................ 11
Bijlage 1
Terugblik ontwikkeling rioolheffing
Bijlage 2
Tabellen kostendekkingberekening
Bijlage 3
Uitgangspunten kostendekkingsberekening
3 (9)
1
Het kostendekkingsplan
1.1 Positie van het kostendekkingsplan Dit projectenplan is onderdeel van een grotere planstructuur die we als samenwerkingsregio Westelijke Mijnstreek (gemeenten Beek, Sittard-Geleen, Stein, waterschap Limburg, waterleidingmaatschappij Limburg) hebben opgezet. Samen hebben we gewerkt aan de volgende plannen: - Het beleidsplan, waarin voor de Westelijke Mijnstreek staat beschreven wat we willen bereiken als het gaat om water en klimaatadaptatie. - Het beheerplan, waarin voor de Westelijke Mijnstreek staat beschreven hoe alle objecten worden beheerd. - De projectenplannen, waarin voor de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein staat beschreven welke projecten zij de komende jaren uitvoeren op het gebied van water en klimaatadaptatie. Ook beschrijven we hoeveel fte er nodig is om de werkzaamheden uit te voeren. - De kostendekkingplannen, waarin voor de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein staat beschreven hoe de kosten voor water en klimaatadaptatie de komende jaren worden gedekt.
*De voormalige gemeente Schinnen (nu Beekdaelen) maakte ook onderdeel uit van de Westelijke Mijnstreek. Het is nog onduidelijk of gemeente Beekdaelen aansluit bij de samenwerkingsregio Westelijke Mijnstreek.
De plannen zijn opgesteld in de ’we-vorm’. Hiermee geven we aan dat dit is waar we als gemeente voor staan in het vakgebied water en klimaatadaptatie. 1.2 Inhoud van het kostendekkingplan In hoofdstuk 2 gaan we in op de financiering van alle beschreven werkzaamheden, in hoofdstuk 3 op de onzekerheden die gemoeid zijn met de kostendekkingberekening.
4 (9)
2
Financiën watertaken
2.1 Kostendekkend tarief In het beheerplan en projectenplan is beschreven welke onderzoeken, maatregelen en overige werkzaamheden de komende jaren worden uitgevoerd. Er is geld nodig om dit te kunnen doen. Bij het berekenen van de benodigde financiële middelen is gekeken naar de lange termijn (75 jaar), zodat de vervangingskosten van alle onderdelen van de riolering minstens één keer zijn meegenomen in de berekening en er een compleet beeld is van alle kosten. De uitgangspunten van de kostendekkingberekening zijn opgenomen in bijlage 2. Alle genoemde bedragen zijn op prijspeil 2021. Het berekende kostendekkende tarief moet daarom jaarlijks worden geïndexeerd met de optredende inflatie. 2.2 Vervangingswaarde De totale vervangingswaarde (éénmaal vervangen) van de riolering in de gemeente SittardGeleen bedraagt bijna 500 miljoen euro, ervan uitgaande dat het gehele rioolstelsel wordt vervangen. Wij relinen echter een deel van het rioolstelsel, daarmee rekening houdend is de totale vervangingswaarde - zoals opgenomen in dit kostendekkingsplan - als volgt opgebouwd: € 353.556.000,-
Vrijvervalriolering (uitgaand van de combinatie van vervangen en relinen) Gemalen Persleidingen (leidingen drukriolering) Totaal
€ 7.926.000,€ 1.564.000,€ 363.046.000,-
De vervangingswaarde van de objecten is gestegen doordat onderzoek heeft geleid tot hogere kostenkengetallen voor vervanging en door uitbereiding van het areaal. 2.3 Totale uitgaven De totale uitgaven voor de komende 75 jaar zijn weergegeven in onderstaande tabel. Er is te zien welke uitgaven in de planperiode plaatsvinden en welke in de periode daarna vallen. Onderzoek en exploitatie zijn jaarlijkse uitgaven. De vervanging en verbetering zijn investeringen die gekapitaliseerd worden. De oude kapitaallasten zijn investeringen uit het verleden, die over de lange termijn gekapitaliseerd zijn. Tabel 1 Overzicht totale uitgaven Totaaloverzicht uitgaven, exclusief BTW euro*1000 prijspeil 2021 Planperiode Jaarlijkse uitgaven Investeringen Onderzoek Exploitatie Vervanging / Overige milieu- Grondwaterverbetering maatregelen maatregelen jaar
2022 2023 2024 2025 2026 totaal planperiode Totaal 20222096
investeringen annuïtair afgeschreven Kapitaallasten KapitaalTOTAAL nieuwe lasten investeringen investeringen verleden
1
2
3
4
5
6
7
2+6+7
72 80 37 27 20
4.993 4.993 4.993 4.993 4.993
6.882 5.086 5.940 6.417 5.973
-
-
265 465 696 944
4.559 4.558 4.526 4.526 4.472
9.624 9.896 10.021 10.242 10.429
237
24.964
30.300
0
0
2.371
22.642
50.212
283
374.456
375.759
109.200
0
598.426
124.463
1.097.629
5 (9)
2.4 Kostendekkend tarief Om het kostendekkend tarief te bepalen is de contante-waardemethode gebruikt. Met deze methode worden de uitgaven en inkomsten ‘contant’ gemaakt, door ze om te rekenen naar prijspeil 2021. Hierdoor zijn ze in de tijd onderling vergelijkbaar. Vervolgens wordt berekend hoeveel heffingseenheden er zijn en wordt zo bepaald hoe hoog het kostendekkend tarief zou moeten zijn. Op basis van deze berekening worden varianten berekend, waarbij wordt gekeken wat er gebeurt als een stijging of daling anders verloopt ten opzichte van de eerder gemaakte berekening. Alle uitgaven die toe te schrijven zijn aan de riolering zijn meegenomen in deze berekening. De aanleg van riolering in nieuwe bestemmingsplannen valt hier buiten en wordt bekostigd uit de exploitatieopzet van deze plannen. In de rioolheffing worden de kosten van het beheer van deze riolering meegenomen. Investeringen worden annuïtair afgeschreven over een periode van 15 tot 40 jaar (afhankelijk van het soort object). De afschrijvingen beginnen één jaar na de realisatie van de investering. De kapitaallasten die doorlopen buiten de beschouwde periode zijn niet meegenomen in de berekening. In het jaar van uitvoering wordt een half jaar rente meegerekend. Bij de berekening is uitgegaan van 2% over de kapitaallasten, een voorlooprente en geen inflatie en rentetoevoeging op de rioleringsvoorziening.
De compensabele btw over de exploitatiebegroting en onderzoeksuitgaven wordt niet meegenomen in de kostendekkingberekening. De compensabele BTW over investeringen wordt berekend over de afschrijvingen en wel toegerekend aan de rioolheffing. 2.5 Heffingsgrondslag en -maatstaf De rioolheffing van 2021 is vastgelegd in het document ‘Verordening op de heffing en invordering van een rioolheffing Sittard-Geleen 2021’. De rioolheffing wordt geheven van de eigenaar van een perceel en er is een vast tarief van € 181,44,- per perceel. 2.6 Heffingseenheden In de kostendekkingberekening is uitgegaan van 49.085 heffingseenheden. Vanwege onzekere prognoses over krimp en groei van het woningbestand in de Westelijke Mijnstreek hebben we afgesproken dat we het aantal heffingseenheden in de kostendekkingberekening constant houden over de gehele periode van 75 jaar. 2.7 Inkomsten ander dan rioolheffing De stand van de rioleringsvoorziening is conform begroting per 1-1-2022 € 338.000,-. Dit bedrag komt ten goede van de riolering. We ontvangen ook subsidies voor de uitvoering van de rioleringszorg. Deze zijn verrekend met de inschatting van de uitgaven van de projecten. 2.8 Kostendekkend tarief Om de werkzaamheden die beschreven zijn in het beleidsplan, beheerplan en projectenplan te kunnen uitvoeren innen we rioolheffing.
Wanneer we op de lange termijn het tarief stabiel willen houden is een rioolheffingstarief van € 305,- per heffingseenheid nodig. De rioolheffing is dan op de lange termijn kostendekkend. Het berekende kostendekkend tarief moet jaar op jaar worden geïndexeerd met de optredende inflatie.
6 (9)
Van de totale inkomsten over 75 jaar wordt 43% uitgegeven aan de vervanging en verbetering van het huidige rioolstelsel. In onderstaande figuur staat aangegeven hoe de kosten zijn opgebouwd.
Figuur 2-1 Kostenopbouw rioolheffing
2.9 Kostendekkingscenario’s Met ‘draaiknoppen’ hebben we kostendekkingscenario’s opgesteld. Hierbij hebben we als uitgangspunt dat alles wat verplicht is wordt uitgevoerd. Dit gaat bijvoorbeeld om de vrijvervalriolen die op tijd moeten worden vervangen, ook willen we dat Sittard-Geleen in 2050 klimaatbestendig is. De draaiknoppen zijn de mogelijkheden die we zien om hetzelfde doel op een andere manier te bereiken. Met de verplichtingen die we hebben en de door onszelf gestelde doelen zien we een beperkte ruimte in draaiknoppen voor kostendekkingscenario’s. Over het algemeen is het goed om een vaste, stabiele lijn te volgen en daarom geen veranderingen in te zetten als er geen goede reden voor is. Alleen op het gebied van klimaatadaptatie zien we mogelijkheden voor een andere aanpak, daarom hebben we hier twee opties voor uitgewerkt: Optie A In het beleidsplan, beheerplan en projectenplan is een lijn uitgezet waarbij er wordt geïnvesteerd in het oplossen van knelpunten, aanpakken van resterende risicopanden en inzetten op het grootschalig afkoppelen van hemelwater en/of anders omgaan met hemelwater. Hiervoor is naast het MIP een benodigd budget berekend van ongeveer 4,5 miljoen euro per jaar.
Optie B In het aflopende beleidsplan, beheerplan en projectenplan is een lijn uitgezet waarbij er wordt geïnvesteerd in het oplossen van knelpunten, vaak door het afkoppelen van hemelwater. Hiervoor was in het MIP budget opgenomen en waren er extra budgetten voor afkoppelen en aanpak van enkele knelpunten. Bij optie B behouden we de MIP-investeringen en een beperkte extra investeringsruimte om Sittard-Geleen klimaatbestendig te maken (ongeveer de helft van optie A). Dit betekent dat het lastiger wordt om Sittard-Geleen voor 2050 klimaatbestendig te maken. We verwachten dat we door het anders inzetten van middelen veel kunnen verbeteren, vooral door de budgetten voor het relatief dure afkoppelen anders in te zetten. Volgens de boekhoudregels in het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording Provincies) moet de rioleringsvoorziening positief blijven. Hier is rekening mee gehouden bij het uitwerken van de kostendekkingscenario’s.
7 (9)
2.9.1 Uitkomsten scenario A Bij kostendekkingscenario A stijgt het tarief tot een maximum van € 376,- per heffingseenheid, waarna het weer gaat dalen.
Scenario A € 400
€ 10.000
Rioolheffing per eenheid
€ 8.000
€ 300
€ 7.000
€ 250
€ 6.000
€ 200
€ 5.000 € 4.000
€ 150
€ 3.000
€ 100
€ 2.000
€ 50
stand vasn de voorziening
€ 9.000
€ 350
€ 1.000 €-
2022 2025 2028 2031 2034 2037 2040 2043 2046 2049 2052 2055 2058 2061 2064 2067 2070 2073 2076 2079 2082 2085 2088 2091 2094
€-
Optie A, jaarlijks kostendekkende rioolheffing
Optie A, voorziening
Figuur 2-2 Uitkomsten kostendekkingberekening scenario A
Om een beeld te geven hebben we ook uitgerekend wat het tarief is bij directe invoering van een langjarig stabiel kostendekkend tarief en wat het tarief is als klimaatadaptatie niet wordt meegenomen. Hieruit komt: - een tarief van € 305,- per heffingseenheid als langjarig stabiel kostendekkend tarief; - een tarief van € 262,- per heffingseenheid als langjarig stabiel kostendekkend tarief, zonder klimaatadaptatie. 2.9.2 Uitkomsten scenario B Bij kostendekkingscenario B stijgt het tarief tot het maximale tarief van € 336,- per heffingseenheid, waarna het weer gaat dalen.
8 (9)
Scenario B € 400
€ 10.000
Rioolheffing per eenheid
€ 8.000
€ 300
€ 7.000
€ 250
€ 6.000
€ 200
€ 5.000 € 4.000
€ 150
€ 3.000
€ 100
€ 2.000
€ 50
stand vasn de voorziening
€ 9.000
€ 350
€ 1.000 €-
2022 2025 2028 2031 2034 2037 2040 2043 2046 2049 2052 2055 2058 2061 2064 2067 2070 2073 2076 2079 2082 2085 2088 2091 2094
€-
optie B, jaarlijks kostendekkende rioolheffing
optie B, voorziening
Figuur 2-3 Uitkomsten kostendekkingberekening scenario B
Om een beeld te geven hebben we ook uitgerekend wat het tarief is bij directe invoering van een langjarig stabiel kostendekkend tarief en wat het tarief is als klimaatadaptatie niet wordt meegenomen. Hieruit komt: - een tarief van € 283,- per heffingseenheid als langjarig stabiel kostendekkend tarief; - een tarief van € 262,- per heffingseenheid als langjarig stabiel kostendekkend tarief, zonder klimaatadaptatie. 2.9.3 Vergelijking tarieven korte termijn In onderstaande tabel zijn de uitkomsten van de scenario’s voor de planperiode aangegeven. Het verloop van het tarief is op korte termijn gelijk, omdat alle investeringen in de planperiode in het MIP zijn opgenomen en het verschil in het kostendekkingsscenario pas na het MIP (in 2027) ingaat. Tabel 2 Berekende kostendekkingstarieven Jaar A1 2022 € 207 2023 € 221 2024 € 224 2025 € 228 2026 € 232
2.10
Rioolheffing per eenheid B1
€ 207 € 221 € 224 € 228 € 232
Invloed op de rioolheffing
2.10.1 Wijziging in tarief In grafiek 2-4 zijn het werkelijke rioolheffingstarief, de kostendekkingberekening van het vorige GRP en deze kostendekkingberekening (scenario A1) te zien. Er is te zien dat de
9 (9)
werkelijke rioolheffing de laatste jaren lager lag dan de berekende rioolheffing. Ook is te zien dat de huidige kostendekkingberekening hoger uitkomt dan de vorige kostendekkingberekening, dit komt onder andere door het nu meenemen van klimaatadaptatie.
Ontwikkeling rioolheffing Tarief (euro, per eenheid)
400 350 300 250 200 150 100 50
2015 2018 2021 2024 2027 2030 2033 2036 2039 2042 2045 2048 2051 2054 2057 2060 2063 2066 2069 2072 2075 2078 2081 2084 2087 2090 2093 2096
0
Werkelijk tarief rioolheffing
KDP 2021
KDP 2015 (prijspeil 2021)
Figuur 2-4 Vergelijking tarief rioolheffing
2.10.2 Invloeden op de rioolheffing Een groot aantal keuzes en uitgangspunten leidt tot de uiteindelijke rioolheffingsberekening. Al deze keuzes en uitgangspunten bepalen de uitkomst. We hebben het effect voor twee invloeden beschreven. Klimaatmaatregelen Er zijn diverse maatregelen gepland in de komende planperiode (t/m 2026) om de leefomgeving aan te passen op hevigere neerslag veroorzaakt door het veranderende klimaat. Voor de komende planperiode is 8,6 miljoen euro aan investering gepland voor een klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte. Ook voor de periode erna zijn flinke investeringen in klimaatadaptatie voorzien. Deze investeringen leiden tot een stijging van € 49,- van het langjarig stabiel rioolheffingstarief per eenheid (scenario A). Uitstellen van investering Wanneer de geplande projecten door onvoorziene omstandigheden worden uitgesteld, heeft dit invloed op de uitgaven. Investeringen worden later aangevraagd en de kapitaallasten starten later. Dit zorgt ervoor dat de werkelijke uitgaven en berekende hoogte van de voorziening anders zal zijn dan berekend. Het deel van de inkomsten dat de kapitaallasten van de uitgestelde investering dekt, zal later worden uitgegeven. Deze inkomsten komen terecht in de voorziening, om op het moment dat de investering plaatsvind en de kapitaallasten gaan lopen geactiveerd te worden.
10 (9)
3
Omgaan met onzekerheden
3.1 Mogelijke invloeden op uitvoering van plannen De kostendekkingberekening gaat uit van uitvoering van het beleidsplan, beheerplan en het projectenplan. Er zijn veel mogelijke invloeden op de uitvoering van deze plannen. Hieronder beschrijven we hoe we hiermee omgaan: ▪ Extreem weer. In de jaren dat er extreem weer optreedt vraagt dit veel tijd van alle medewerkers. Geplande werkzaamheden blijven liggen, nieuwe werkzaamheden komen op. We zullen onze planningen hierop aanpassen. ▪ Interne samenwerking. Het gezamenlijk – integraal – uitvoeren van werkzaamheden heeft de voorkeur boven sectorale ingrepen. Vanuit de watertaken is er beperkt te sturen in de planning van deze werkzaamheden. Als dit een te grote vertraging geeft van onze werkzaamheden zullen we onze planningen hierop aanpassen. ▪ Beschikbaarheid van technisch personeel voor uitvoering van werkzaamheden. Er is al vele jaren een tekort aan technisch personeel, soms lopen projecten hierdoor vertraging op. We zullen onze planningen hierop aanpassen. ▪ Plotselinge verslechtering van onderdelen van de waterketen. Met inspecties houden we bij wat de toestand is van alle onderdelen. Soms zien we een plotselinge verslechtering in een gebied, dat kan leiden tot onvoorziene werkzaamheden. Deze verslechtering kan verschillende oorzaken hebben.
Een mogelijke oorzaak is het verkeerd gebruik van de riolering, bijvoorbeeld lozing van chemische stoffen die niet in het riool thuishoren tasten de rioolbuis aan. 3.2 Mogelijke invloeden op uitgangspunten In de kostendekkingberekening hebben we uitgangspunten gehanteerd die een grote invloed kunnen hebben op de hoogte van de rioolheffing. Deze uitgangspunten kunnen in de loop van de tijd veranderen. Hieronder beschrijven we hoe we hiermee omgaan: ▪ Hoogte van de inflatie. Regelgeving schrijft voor welk inflatiepercentage we moeten gebruiken in de kostendekkingberekening. Op dit moment is dit percentage relatief laag. Als de inflatie stijgt worden producten en diensten duurder. Door de rioolheffing jaarlijks met de dan optredende inflatie te laten stijgen zorgen we ervoor dat de inkomsten gelijklopen met de kosten. ▪ Hoogte van het rentepercentage. Regelgeving schrijft voor welk rentepercentage we moeten gebruiken in de kostendekkingberekening. Op dit moment is dit percentage relatief laag. Als het rentepercentage hoger wordt, dan hebben we hogere kapitaallasten. Door de kostendekkingberekening elke 5 jaar te actualiseren nemen we dit mee in de berekening.
11 (9)
Bijlage 1
Terugblik ontwikkeling rioolheffing
Rioolheffing (euro)
Verloop rioolheffing 2015-2021 (bedrag per perceel) 188,00 186,00 184,00 182,00 180,00 178,00 176,00 174,00 172,00 170,00 168,00 166,00 2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Werkelijke heffing
Ten opzichte van de vorige kostendekkingsberekeningen zijn er een aantal duidelijke verschillen: - Lagere rente over de kapitaallasten, dit was 3,9% en is 2%. - Lagere inflatie, dit was 2% en er wordt nu gerekend met 0%. - Hogere investeringen voor de planperiode, door emissiemaatregelen en klimaatadaptieve maatregelen. - Hogere onderzoekskosten en exploitatielasten.
Bijlage 2
Tabellen kostendekkingberekening
Bijlage 3
Uitgangspunten kostendekkingsberekening
In deze bijlage zijn de uitgangspunten voor de kostendekkingsberekening weergegeven. 1. Berekeningsmethode Voor toekomstige investeringen wordt in de contante-waardebenadering geen specifieke wijze van afschrijving of financiering verondersteld. De diverse afschrijvingsmethoden (lineair, afschrijving op annuïteitsbasis) verschillen onderling wel door een andere (boekhoudkundige) verdeling van lasten in de tijd, maar de contante waarde van de jaarlijkse lasten is in deze methoden steeds gelijk aan de contante waarde van de investeringen. Het inflatie- en rentepercentage worden gebruikt voor het contant maken van de toekomstige uitgaven en inkomsten. Dit gebeurt op de volgende wijze:
waarbij: x Uj i r cwf CWx(Uj)
= startjaar berekening = uitgave in jaar (j) op prijspeil startjaar = inflatie (in decimalen, bijvoorbeeld 0,02) = rente (in decimalen, bijvoorbeeld 0,04) = contante-waardefactor { = (1+i) / (1+r) } = contante waarde in jaar x van investering U in het jaar j
2. Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) Bij het opstellen van het kostendekkingsplan wordt rekening gehouden met de richtlijnen uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). In de notitie riolering (juli 2007) van de commissie Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een aantal richtlijnen geformuleerd op het terrein van de gemeentelijke rioleringstaak. Samengevat zijn de richtlijnen als volgt beschreven in de notitie: • Investeringen in het riool moeten worden geactiveerd, het gaat om investeringen met economisch nut (artikel 59 BBV). • Ter dekking van de kosten kan de gemeente een riooltarief in rekening brengen. Het tarief mag maximaal kostendekkend zijn (op begrotingsbasis; artikel 229b Gemeentewet). • In het tarief kan een egalisatiebedrag meegenomen worden voor toekomstig groot onderhoud. Egaliseren is mogelijk op grond van 44,1c BBV. De voorziening krijgt bij vorming uit het tarief het karakter van een 44,2-voorziening. • In het tarief mogen spaarbedragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen worden meegenomen; • Bij realisatie van de vervangingsinvestering wordt deze voor het volle bedrag geactiveerd.
Het opgespaarde bedrag aan spaarbedragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen in de rioolvoorziening kan op het te activeren bedrag in mindering worden gebracht (afboeking in de balanssfeer). • Ook wanneer ‘idealiter’ de jaarlijkse spaarbedragen precies gelijk zijn aan de jaarlijkse vervangingsinvesteringen moeten vanwege de wettelijke regels de ‘spaarbedragen’ als last worden geboekt en wordt vervolgens de daarmee gevormde voorziening afgeboekt op de geactiveerde vervangingsinvesteringen.
•
•
•
Als een boekwaarde overblijft hoeft hierop niet te worden afgeschreven maar kunnen de spaarbedragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen die in latere begrotingsjaren ontvangen worden gebruikt worden om de boekwaarde af te boeken. De gemeente kan er ook voor kiezen om de kapitaallasten in het tarief op te nemen. Na inwerkingtreding van de Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken is de mogelijkheid vervallen om op basis van artikel 229b een kostendekkende retributie in rekening te brengen. Dan kan op basis van artikel 228a Gemeentewet een maximaal kostendekkende rioolbelasting worden geheven. De mogelijkheid van de specifieke spaarconstructie blijft bestaan. de geraamde BTW mag worden meegenomen in de berekening van de tarieven.
3. Planningshorizon Bij de berekening van het rioolrecht is uitgegaan van een planningshorizon van 75 jaar: 2022 t/m 2096. Deze termijn is gekoppeld aan de technische levensduur van de rioleringsobjecten in Sittard-Geleen. Binnen een periode van 75 jaar zijn alle objecten minimaal één maal vervangen. Het startjaar is 2022. Het prijspeil is vastgesteld op 1 januari 2021. 4. Inflatie Deze prijsindex is gebaseerd op de prijsontwikkeling van de lonen, materiaal en materieel die nodig zijn voor het aanleggen van een riolering binnen de bebouwde kom. Voor het kostendekkingsplan wordt niet uitgegaan van inflatie. 5. Rentevoet Er is een rentevoet van 2% gehanteerd. Dit betreft de rente voor kapitaalleningen. Er is geen rentetoevoeging op de rioleringsvoorziening. Sterke wijziging van de rente in de komende jaren, kan aanleiding zijn de berekeningen te herzien. Er is een voorlooprente van 1% gebruikt voor het eerste jaar van de investeringen. 6. Prijspeil Alle in het kostendekkingplan genoemde bedragen zijn op prijspeil 1 januari 2021, inclusief van toepassing zijnde bijkomende kosten uitvoering, winst en risico, voorbereiding, honorarium en toezicht en exclusief BTW. 7.
Eenheidsprijzen Voor de berekening van de investeringskosten van de overige rioleringsobjecten is gebruik gemaakt van de module ‘Kostenkengetallen rioleringszorg’ van de Kennisbank Stedelijk Water en lokale ervaring van de gemeente. Bij vervanging van de riolering komen alle kosten voor het opbreken en het opnieuw aanbrengen van de wegverharding ten laste van de rioleringszorg. 8. Staartkosten Voor de staartkosten zijn de volgende waarden gehanteerd (Kennisbank Stedelijk Water): uitvoeringskosten 10% (inrichting werkterrein, uitzetwerkzaamheden), algemene kosten, winst en risico 12%, voorbereiding, honorarium en toezicht 15%. 9. Kostendekkendheid Het berekende rioolrecht moet 100% kostendekkend zijn. Volgens artikel 228a van de Gemeentewet kan de gemeente kiezen voor één heffing voor de totale kosten van de zorgplichten of twee aparte heffingen: één voor de kosten van de afvalwaterzorgplicht en één heffing voor de zorgplichten voor hemel- en grondwater. In het kostendekkingsplan wordt één tarief berekend voor de totale kosten voor de rioleringszorg.
10. Indexering rioolrecht Het in het kostendekkingsplan berekende tarief moet jaarlijks met de optredende inflatie worden geïndexeerd. Dit wordt jaarlijks bij de vaststelling van de begroting afgehandeld. 11. Afschrijvingsmethode Voor afschrijving wordt de annuïtaire methode toegepast. 12. Afschrijvingstermijnen Onderscheid wordt gemaakt in de technische en de economische afschrijvingstermijn. De technische afschrijvingstermijn (levensduur) heeft grote invloed op de hoogte van de rioolheffing. De economische afschrijvingstermijn is van invloed op het verloop van de lasten in de tijd, maar niet op de hoogte van het kostendekkend tarief. De technische en economische afschrijvingstermijnen mogen afwijken. Volgens de richtlijnen uit de BBV, moeten de afschrijving en de afschrijvingstermijn zo goed mogelijk aansluiten op de feitelijke waardedaling van de vrijvervalriolering. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat, indien de economische levensduur korter is dan de technische levensduur, afgeschreven moet worden op basis van de economische levensduur. De in de berekening gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn weergegeven in onderstaande tabel B1. De hierin vermelde technische levensduur is de gemiddelde levensduur van de rioleringsobjecten in Sittard-Geleen.
Tabel B1 Overzicht gehanteerde afschrijvingstermijnen (jaar) Object Afschrijvingstermijn Technisch Economisch Vrijvevalriolen 75 40 Gemalen – bouwkundig 60 40 Gemalen – mechanisch / elektrisch 20 15 Persleidingen 60 40 Drukriolering – bouwkundig 60 40 Drukriolering – mechanisch / elektrisch 20 15 13. Tariefegalisatievoorziening In overeenstemming met de BBV wordt gebruik gemaakt van een tariefsegalisatievoorziening, om ongewenste schommelingen in het rioolrecht te voorkomen (art. 44, lid 2). De voorziening wordt gevormd voor kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt. Dit leidt tot een gelijkmatige verdeling van de lasten voor de burger, over een aantal begrotingsjaren. Artikel 45 van het BBV bepaalt dat rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn toegestaan, mits deze zijn gewaardeerd tegen contante waarde. In Sittard-Geleen is er echter voor gekozen om geen rente toe te rekenen aan de tariefsegalisatievoorziening. 14. Doorlopende kapitaallasten ná 2096 In de berekening van de rioolheffing is geen rekening gehouden met het doorlopen van de kapitaallasten na 2096. 15. Rioolheffing en BTW De geraamde BTW op zowel goederen als diensten en investeringen mogen in het riooltarief worden meegenomen. Het product riolering is BTW-compensabel, BTW kan volledig worden gecompenseerd. In dit GRP zijn alle bedragen exclusief BTW weergegeven. Het
uiteindelijke tarief is exclusief de compensabele BTW over exploitatie, onderzoek en investeringen, maar inclusief de compensabele btw over kapitaallasten. 16. Nieuwe investeringen voor nieuwbouw Nieuwe investeringen voor nieuwbouw worden niet verrekend via de rioolheffing maar via de grondexploitatie. Herinvesteringen komen wel ten laste van de rioolheffing. 17. Toerekenen overige uitgaven De helft van de kosten van het straatvegen worden toegerekend aan de rioleringsbegroting. Door het vegen van straten wordt voorkomen dat vuil via de kolken terechtkomt in de riolering. Straatreiniging voorkomt zo dat de kolken en riolen grondiger of vaker moeten worden gereinigd. Straatreiniging heeft echter ook als doel dat straten leefbaar blijven. Daarom wordt de helft van de kosten toegerekend aan riolering.