CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Handboek Sneltoetscriteria Kleine bouwinitiatieven

Raad 15 december 2022, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Omgevingswet-gevolgen welstandsbeleid (Houtakkers) (86)3.905 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 Handboek Sneltoetscriteria Kleine bouwinitiatieven (versie: 10-10-2022) SNELSERVICE: 10 topactiviteiten LEAN en SNEL Snelservice = direct afhandelen door Snelregisseur; zonder tussenkomst adviseurs (simpel + snel) • •

Aanvraag zo snel mogelijk afhandelen, inclusief warm contact (2 weken (10 werkdagen)) Meedenken met initiatiefnemer: begrijpelijk, eenvoudig, snel (= Happy Flow)

Initiatief voldoet aan: • • • • • •

Aanvraag volledig of snel volledig te maken Ingediend via OLO/DSO Voldoet aan BP/OP Voldoet aan beleid/Handboek NRK Géén monument/beschermd stads- en dorpsgezicht/cultuur historische waarden (BP/OP) Initiatiefnemer stelt omwonenden zelf in kennis

Topactiviteit: kleine veelvoorkomende bouwactiviteit (10)

WAS

1.Aanbouw 2 laags (uitbouw hoofdgebouw)

Een twee-laagse aanbouw (niet behorend bij een monument of bij een woning gelegen binnen een beschermd gezicht) voldoet aan redelijke eisen van welstand als: 1. daar waar de oude bouwfase van de oorspronkelijke woning en de nieuwe bouwfase elkaar raken, aan de ‘vrij liggende zijgevel-zijde’ van de woning een overgang wordt gemaakt in de vorm van een verticaal kozijn of een terug-liggende strook metselwerk; 2. daar waar de aanbouw en de opbouw elkaar raken, aan de vrij liggende zijgevel-zijde een rollaag of een terug-liggende strook metselwerk wordt aangebracht; 3. bij de plat- en schuin afgedekte variant de overgang wordt beëindigd in een naar buiten uitgebouwd boeiboord ter breedte van de overgangsstrook, die tevens zorgt voor de afvoer van water van het schuine dak; 4. bij de schuin afgedekte variant moet de dakbedekking qua kleur en materiaal identiek zijn aan die van de bestaande woning. Het dak moet ter plaatse van de achtergevel worden beëindigd met een kantgevelpan; 5. bij de schuin afgedekte variant moet de gootconstructie van de aanbouw worden uitgevoerd als een zogenaamde ‘goot op de bouwmuur’ om te voorkomen dat de goot aan de zijde van het belendend pand over hangt; 6. de nieuwe gevelindeling op de verdieping refereert aan de bestaande achtergevelindeling van de woning (oorspronkelijke hoofdbouw); 7.

de nieuwe kozijnen op de verdieping qua vorm en afmeting gelijk zijn aan de kozijnen van de achtergevel van de oorspronkelijke woning (hoofdbouw); 8. de aanbouw op de begane grond wordt uitgevoerd met een pui/kozijnen die links en rechts wordt uitgelijnd met de bovenliggende kozijnen; 9. de nieuwe aanbouw wordt uitgevoerd in een materiaal dat qua kleurstelling, structuur, maatvoering en kwaliteit is afgestemd op de bestaande gevel van de woning (oorspronkelijke hoofdbouw) OF 10. de nieuwe aanbouw wordt uitgevoerd in een materiaal dat qua kleurstelling en/of structuur en/of maatvoering contrasteert met de bestaande gevel van de woning (hoofdbouw);

WORDT => SNELTOETS COMPACTER, VEREENVOUDIGD, CONSISTENTER SNELTOETS AANBOUW 2-LAAGS 1. 2. 3. 4.

Waar hoofdgebouw en aanbouw elkaar raken wordt aan de ‘vrij liggende zijgevel-zijde’ van de aanbouw een overgang gemaakt d.m.v. een verticaal element (kozijn, paneel of een terugliggende strook metselwerk (verkenning); Plat afgedekt; Geen gebruik van dakoverstekken en/of boeiboorden; Materiaal- en kleurgebruik zijn afgestemd op het hoofdgebouw of contrasterend t.o.v. het hoofdgebouw.

Toelichting:

Ruimer ambtelijk mandaat waardoor meer initiatieven/aanvragen in de Snelservice. Bij 2- laagse uitbreiding is het niet standaard om gebruik te maken van een dakoverstek en/of boeiboord. Strak en simpel detailleren met een zinken kraal of aluminium daktrim past beter in het tijdsbeeld van nu en past ook beter bij de essentie van de sneltoets (snel, duidelijk en kwaliteit).

Past een ontwerp voor een twee-laagse aanbouw niet in de standaard dan zal dit ontwerp voor mandaatadvies worden voorgelegd aan de ARK (ARKgemandateerde)

2.Airco units/Warmte/ koude opwekker

Airco-units zijn voorzieningen om gebouwen te koelen. Zijn deze zichtbaar geplaatst dan geven zij wanneer zij niet zorgvuldig in het woningbeeld zijn ingepast een rommelig aanzien. Uitgangspunt is dat een airco-unit wordt geplaatst aan een gevel of op een dak van een bijgebouw dat niet zichtbaar is vanaf de openbare weg of open- baar groenplantsoen. Dan wel dat de aircounit wordt geplaatst op de grond en wordt omzoomd door beplanting. Airco-units op of aan een dakkapel zijn niet toegestaan. 7.1. AIRCO-UNITS (BLAD 11 EN 12) Ter plaatse van de achtergevel of zijgevel zonder op kleur gemaakte omkasting • niet zichtbaar vanaf de weg of het openbaar groen. • maximaal 1 unit per gevel • afstand unit tot de perceelgrens minstens 1 m Op het dak (plat dak niet zijnde het dak van een dakkapel) • unit is niet zichtbaar vanaf de openbare weg of -groen • maximaal 1 unit • afstand unit tot de perceelsgrens ten minste 1 m, • afstand unit tot de dakrand ten minste 1 m, Ter plaatse van de zijgevel met een op kleur gemaakte omkasting

SNELTOETS BUITENUNITS AIRCO/WARMTE/KOUDE OPWEKKERS (WPAC) 1. Plaatsing (locatie) is afhankelijk van vereiste ingevulde rekentool geluid rijksoverheid. Rekentool geluid van buiten opgestelde installaties voor warmte- en koudeopwekking | Rapport | Rijksoverheid.nl) 2. Straatbeeld: zoveel mogelijk niet/nauwelijks zichtbaar vanaf openbare weg of -groen (bv. plaatsing zo laag mogelijk, in/tussen groene beplanting, of achter een bescheiden/neutraal rooster/omkasting* of bescheiden neutrale kleur). 3. Op of aan dakkapellen niet toegestaan. *LET OP: indien omkasting, maken berekeningen omkasting deel uit van de rekentool (geluidvermogenniveau en tonaaltoeslag)

Toelichting:

Ruimer ambtelijk mandaat waardoor meer initiatieven/aanvragen in de Snelservice. Sinds 2021 (Bouwbesluit) gelden geluidsnormen voor warmte/koude opwekkers. De meest voorkomende opwekkers kunnen relatief eenvoudig met een rekentool van het Rijk worden afgedaan. Met deze rekentool kan initiatiefnemer aantonen dat voldaan wordt aan geluidsnormen; de plaatsing is daarvan mede afhankelijk (op maaiveld, tegen woning etc.). Duurzaamheidsmaatregelen worden steeds meer gestimuleerd (landelijk en lokaal); niet limiteren (aantallen) via welstand, wel met oog voor welstand/kwaliteit.

2 • •

3.Bijgebouwen en erkers

maximaal 1 unit per gevel plaats unit niet hoger dan ter hoogte van de eerste verdiepingsvloer

Een bijgebouw is een grondgebonden toevoeging van één bouwlaag aan een woning. Het bestemmingsplan bepaalt in ieder geval de ligging en de afmeting. Bijgebouwen kunnen zowel vrijstaand als tegen het woonhuis zijn aangebouwd. Een aanbouw voldoet aan welstandeisen als de vormgeving aansluit bij het woningbeeld en sprake is van een ondergeschiktheid van de aanbouw. Een erker is een beperkte serreachtige uitbouw in de voorgevel. BIJGEBOUW VOORERF (blad 8) • contour en silhouet van het oorspronkelijke gebouw (woning) blijft zichtbaar; • het gevelbeeld van het bijgebouw is verwant aan het gevelbeeld van de woning; • een bijgebouw met een woonfunctie (bijvoorbeeld keuken) oriënteert zich met gevelopeningen naar de straat, gevels zijn niet volledig gesloten.

Een deel (30%) van de op de straat gerichte gevels bestaat uit gevelopeningen; • bij een bijgebouw met een woongerelateerde functie (bijvoorbeeld berging of garage) is de naar de straatzijde gerichte gevel voorzien van een beperkte gevelopening waarvan de oppervlakte minstens 10 % van het desbetreffende gevelvlak bedraagt; • materiaalgebruik, kleuren en details zijn dezelfde als die van de woning, er is sprake van verwantschap; • heeft een plat dak of indien toegestaan een kap die qua dakhelling correspondeert met het dak van de woning • bij een plat dak is geen boeiboord toegepast; • bij een hellend dak zijn de gevelaansluiting, gootconstructie en de dak materialen dezelfde als die van de woning, de daknok heeft dezelfde richting en er is géén sprake van het doortrekken van het dak van de woning;

SNELTOETS BIJGEBOUWEN EN ERKERS BIJGEBOUW (VOORERF) 1. Rechthoekige of andere eenduidige vormgeving. 2. Plat afgedekt of schuin afgedekt met een dakhelling kleiner of gelijk aan het hoofdgebouw. 3. Materiaal- en kleurgebruik conform hoofdgebouw of in hout.

ERKER (VOORERF) 1. Rechthoekige of andere eenduidige vormgeving. 2. Afgedekt met een plat dak. 3. Diepte maximaal 1,5 meter; breedte maximaal 60% van de breedte van de gevel; hoogte maximaal de hoogte van de eerste bouwlaag van het betreffende gebouw + 0,25 m; 4. Combinatie borstwering en kozijnen of volledig samengesteld uit kozijnen. 5. Materiaal- en kleurgebruik zijn afgestemd op het hoofdgebouw

Toelichting:

Ruimer ambtelijk mandaat waardoor meer initiatieven/aanvragen in de Snelservice. Maken en wijzigen van gevelopeningen is ingevolge het Bor vergunningvrij (geen toets). Afmetingen erkers zijn gelijkgetrokken aan de rechtstreeks toegestane bouwregels (zonder afwijking) in het bestemmingsplan/ Omgevingsplan. Door opname hiervan in de Sneltoetscriteria biedt dit in samenhang meer duidelijkheid voor initiatiefnemers/aanvragers. NB. Bijgebouw = grondgebonden toevoeging van één bouwlaag aan een woning. Kan zowel vrijstaand als tegen woonhuis zijn aangebouwd.

4.2. ERKERS (BLAD 8) • voorzien van een gemetselde borstwering van minimaal 60 cm; • behoudens de borstwering volledig uit kozijnen samengesteld; • qua kozijnindeling afgestemd op de woning; • bevat géén beglazing of kozijnelementen die zijn voorzien van glasroeden; • zonder of met een beperkt dak overstek uitgevoerd en het boeiboord (inclusief daktrim of afdekkap) is ca 25 cm hoog; • geen sprake van een secundaire aan- of uitbouw (bijvoorbeeld aan een bestaande aan- of uitbouw)

4.Dakkapel

Algemeen:

SNELTOETS DAKKAPEL

(géén dakopbouw, geen doorgetrokken gevels)

• •

1. 2. 3. 4. 5. 6.

Plaatsing mag niet leiden tot stapelen van dakkapellen; Bij horizontale plaatsing van meerdere dakkapellen moet de tussenruimte minimaal 100 cm. meten (horizontaal gemeten) en de voet en bovenkant van de dakkapel dienen in een lijn te liggen met de naastgelegen dakkapel

Algemene maatvoering: • Een maximale hoogte van 150 cm, gemeten vanaf de kapelvoet (= laagste punt van de kapel); • Tussen dakvoet (= laagste punt van het dakvlak) en de kapelvoet bevindt zich minimaal 50 cm. dakvlak (verticaal gemeten); • De zijkant is: -bij vrijstaande woningen minimaal 100 cm. van de zijkant van het dak gelegen; -bij tussenwoningen minimaal 50 cm. van de woningscheiding gelegen; -bij een eindwoning in een rij van aaneenliggende woningen minimaal 100 cm. van de zijkant van het dak gelegen; • tussen bovenkant dakkapel en nok van het dak is minimaal 50 cm. gelegen (verticaal gemeten); • de breedte van de dakkapel is afhankelijk van de beschikbare dakvlakbreedte en de minimaal aan te houden afstand tot de zijkant van het dak of de woningscheiding* • horizontaal gemeten vanuit het midden van de zijwang (zie tekening 1.2) is de afstand tussen dakkapel en de hoek- of de kilkepers (het punt waar twee schuine daken samenkomen) minimaal 100cm; • bij meerdere dakkapellen de gezamenlijke breedte van deze dakkapellen met tussen de dakkapellen een ruimte van minimaal 100 cm. Vormgeving en detailleringsmaten (zie blad 1.4 B): • • • • •

voorzien van een plat dak; het in de romp van de dakkapel te plaatsen kozijn moet 8 cm. Terug liggen ten opzichte van deze romp; de hierdoor ontstane overstekende dakrand mag maximaal 25 cm. Hoog zijn; romp, zijwangen en kozijn worden in de kleur antraciet uitgevoerd (RAL 7016) en bij een rood of bruin dak in een daarop afgestemde kleur; het kozijn wordt volledig uitgevoerd met beglazing (dus geen panelen) zodat zo groot mogelijke transparantie gegarandeerd is;

1.4. A DAKKAPELLEN ’ACHTERERFGEBIED’ (BLAD 2, 1.4) bij woningen met zolder met geringe binnen-hoogte

Voorzien van een plat dak; Gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m; Onderzijde meer dan 0,5 m boven de dakvoet; Bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; Zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; De breedte minder of gelijk aan 50% breedte dakvlak (>50% advies ARK gemandateerde nodig*); 7. Geen overmaat aan detailleringen (bescheiden overstek, boeiboord, ornamenten); 8. Materiaalgebruik, kleur en detaillering zijn afgestemd op het hoofdgebouw; 9. Het voorvlak van dakkapel is transparant (gevuld met doorzichtig glas); 10. Bij meer dan 1 dakkapel op hetzelfde dakvlak of in hetzelfde bouwblok een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn (niet boven of onder elkaar).

LET OP: indien de breedte van de dakkapel > 50% van de beschikbare dakvlakbreedte aan de voorzijde omvat, wordt de ARK-gemandateerde versneld om advies gevraagd. Toelichting:

Ruimer ambtelijk mandaat waardoor meer initiatieven/aanvragen in de Snelservice. Indien breedte dakkapel > 50 % dakvlak voorzijde, kan dit impact hebben op goothoogte en eventueel afwijken van bestemmingsplan/omgevingsplan. Daardoor minder geschikt voor Snelservice. Wel “versneld” door afhandeling via ARK-mandaat.

3 (in een doorsnede van de zolder moet worden aangetoond dat de binnenhoogte van de zolder niet meer dan 210 cm bedraagt (gemeten van vloer tot onderkant nokbalk) Voor een dakkapel gelden de volgende criteria: Algemeen: • Plaatsing mag niet leiden tot stapelen van dakkapellen; • Bij horizontale plaatsing van meerdere dakkapellen moet de tussenruimte minimaal 100 cm. meten (horizontaal gemeten) en de voet en bovenkant van de dakkapel dienen in een lijn te liggen met de naastgelegen dak- kapel Algemene maatvoering: • Een maximale hoogte van 130 cm, gemeten vanaf de kapelvoet (= laagste punt van de kapel); • Tussen zoldervloer en onderkant kapelkozijn bevindt zich minimaal 80 cm; • De zijkant is: -bij vrijstaande woningen minimaal 100 cm. van de zijkant van het dak gelegen; -bij tussenwoningen minimaal 50 cm. van de woningscheiding gelegen; -bij een eindwoning in een rij van aaneengelegen woningen minimaal 100 cm. van de zijkant van het dak gelegen; • • • •

de bovenkant van de dakkapel is tenminste onder de nokpan gelegen; de breedte van de dakkapel is afhankelijk van de beschikbare dakvlakbreedte en de minimaal aan te hou- den afstand tot de zijkant van het dak of de woningscheiding* horizontaal gemeten vanuit het midden van de zijwang (zie tekening 1.2) is de afstand tussen dakkapel en de hoek- of de kilkepers (het punt waar twee schuine daken samenkomen) minimaal 100cm; bij meerdere dakkapellen de gezamenlijke breedte van deze dakkapellen met tussen de dakkapellen een ruimte van minimaal 100 cm.

Vormgeving en detailleringsmaten (blad 3): • voorzien van een plat dak; • het in de romp van de dakkapel te plaatsen kozijn moet 8 cm. Terug liggen ten opzichte van deze romp; • de hierdoor ontstane overstekende dakrand mag maximaal 25 cm. Hoog zijn; • romp, zijwangen en kozijn worden in de kleur antraciet uitgevoerd (RAL 7016) en bij een rood of bruin dak in een daarop afgestemde kleur.; • het kozijn wordt volledig uitgevoerd met beglazing (dus geen panelen) zodat zo groot mogelijke transparantie gegarandeerd is;

5.Erfafscheiding

ERFAFSCHEIDINGEN ‘VOORERFGEBIED’ (BLAD 5 EN 6) Erfafscheidingen dragen, mits goed vormgegeven, bij aan een zorgvuldig omgevingsbeeld. Voor erfafscheidingen gelden kwaliteitsdoelstellingen verwoord in materiaaltoepassingen en vormgeving. Hagen en beplante erf afscheidingen hebben vanwege hun groene karakter de voorkeur. Ook gebouwde erfafscheidingen kunnen bijdragen aan het omgevingsbeeld, als aandacht is voor vormgeving, uitvoering en materiaalgebruik en voor afwisseling in het beeld. Erfafscheidingen bestaande uit schermachtige constructies die volledig in houten panelen zijn uitgevoerd of in prefab betonnen schermen maken de indruk van een achterkantsituatie en zijn op hoek- (voorerf) situaties niet toegestaan. Belangrijk voor de beoordeling is waar de erf afscheiding wordt geplaatst. Grenst deze tussen de percelen van twee buren dan is deze, mits niet hoger dan 200 cm, vergunningsvrij. Komt deze in het voorerfgebied te staan, grenzend aan het openbaar toegankelijk gebied (de weg, openbaar groen of water), zoals de voorkant en zijkant bij hoekwoningen, en is deze hoger dan 100 cm dan wordt eerst beoordeeld of een erfafscheiding ruimtelijk gewenst is en dient bij een positief oordeel vervolgens een omgevingsvergunning te worden aangevraagd.

SNELTOETS ERF- EN PERCEELAFSCHEIDINGEN VOORERF (Vergunningplicht: voorerf > 1 m; achtererf > 2 m) (Beplanting = altijd vergunningvrij (is geen bouwwerk))

1. Materiaalgebruik, kleur en detaillering zijn ingetogen en afgestemd op het hoofdgebouw en de omgeving (geen golfplaten, geen felle kleuren). 2. Voorkeur hebben erfafscheidingen: • volledig groene (bijv. haag), • begroeide (bij voorkeur minimaal 30 % beplanting), • gaas- en hekwerken (al dan niet begroeid), • volledig houten (al dan niet begroeid) of gemetselde plint waarboven schotten van houten planken/ spijlen/rasters in wisselende richtingen tussen gemetselde penanten zijn aangebracht (al dan niet begroeid), • steen, zink, staal (al dan niet begroeid). Hoekpercelen/rechte percelen: uitvoeringsregel nov 2021 (2) Hiervoor geldt de Toepassingsregel Snelservice op hoeken van wegen (zie Erfafscheiding 2021)

• bij een open karakter * (blad 5) is de erf afscheiding deels of volledig transparant uitgevoerd in de vorm van open gaas - en hekwerken. Open gaas- of hekwerken over de volledige hoogte zijn ook mogelijk als haag dragende constructie met beplanting in de vorm van bijvoorbeeld liguster, buxus, haagbeuk, taxus of voor een begroeiing met bijvoorbeeld klimop (hedera). Het tijdelijk bespannen van het gaas met een donkergrijs winddoek is toegestaan als dit gelijktijdig of na het plaatsen van de beplanting gebeurt. Windoeken zonder beplanting zijn niet toegestaan. Een erfafscheiding met deels een open karakter bestaat uit een voetmuur bestaande uit baksteen metselwerk (niet hoger dan 100cm) gecombineerd met een gaas - of spijlen hekwerk. • bij een gesloten karakter * (blad 6) is de erf afscheiding ' ontworpen' en toont deze een 'afwisselend en zorgvuldig' samengesteld beeld van bij het tuinkarakter en het woningbeeld passende materialen. Passende materialen zijn bij het woningbeeld passend baksteen metselwerk, transparant of in ingetogen kleuren afgewerkt hout en verzinkt of in kleur afgewerkt staal, bij voorkeur grijs. Een combinatie van (één van) voornoemde materialen met een groene beplanting heeft de voorkeur. Met een afwisselend beeld wordt bedoeld dat in de opzet van de erf afscheiding materialen (baksteen, hout of

Toelichting:

Ruimer ambtelijk mandaat waardoor meer initiatieven/aanvragen in de Snelservice. Een groene erfafscheiding zorgt voor verkoeling in warme periodes, daarnaast leveren ze een kleine bijdrage aan het opvangen en afvoeren van regenwater. Hagen en struiken zorgen, net als elke andere vorm van beplanting, voor een betere doorworteling van de ondergrond.

4 metaal) onderling in een 50 pro- cents verhouding worden gecombineerd. Dit geldt ook voor de combinatie van de materialen met een groene beplanting.

Nvt

6.Gebruikswijziging: aan huis gebonden beroepen

Doorgaans is de puiwisseling in het achtererf gebied en daarmee vergunningsvrij. NB. Indien voorerf, zie onder punt 7.

7.Kozijn- of gevelpaneelwijziging of vervanging

Van een ‘kozijnwijziging’ is sprake bij het veranderen van de indeling van het kozijn en/of het uitwisselen van een kozijn door een kozijn met dezelfde indeling door een kozijn met kunststof profielen. De bestaande gevelopening (lengte/breedte) blijft behouden.

SNELTOETS KOZIJN- OF GEVELPANEELWIJZIGING/VERVANGING

Bij een ‘kozijnvervanging’ is sprake van het vervangen van een garagepoort in een hoofdgebouw, door een kozijn (geen poort in een boerderijgebouw|). Omdat de indeling van de gevel bepalend is voor het architectuurbeeld moeten vorm, samenhang en ritmiek van de gevelopeningen, en dus de kozijnen, een eenheid vormen.

2.

Hoofduitgangspunt bij een kozijnwijziging of een kozijnvervanging is dat de indeling van het kozijn en derhalve de gevelopening blijft aansluiten bij het architectuurbeeld van de woning of het woningblok waar de woning onderdeel van is. 5.1. KOZIJNWIJZIGING (BLAD 9)

1.

Gevelwijziging moet in overeenstemming zijn met de architectonische verschijningsvorm en tijdsbeeld van de bestaande gevel. Materiaal- en kleurgebruik zijn afgestemd op het hoofdgebouw.

Let op: Regulier onderhoud is vergunningvrij (bv. vervangen van gevelplaten, goten of kozijnen, of het schilderen van kozijnen en deuren). Bij verandering geldt een vergunningplicht (Het uiterlijk verandert bv. als er voor een andere raamindeling, andere afmetingen van profielen of een andere maat wordt gekozen).

Toelichting:

Ruimer ambtelijk mandaat waardoor meer initiatieven/aanvragen qua indeling, maat en schaal in de Snelservice.

•bij kozijnwijziging blijft de bestaande gevelopening behouden en sluit de eventueel toe te passen nieuwe indeling aan bij het bestaande architectuurbeeld. •bij verandering van hout naar kunststof moet een kozijnprofiel worden toegepast dat qua detaillering, profielafmeting en kleur past bij dat van de bestaande kozijnen. Dit betekent dat bij kunststof kozijnen een renovatieprofiel ook wel blokprofiel moet worden toegepast dat vergelijkbaar is met de volgens Nederlandse normen gebruikelijke kozijndetails. Indien kozijnen gedeeltelijke worden vervangen door kunststof kozijnen, dient dit te gebeuren in een met de bestaande kozijnen vergelijkbare kleur. •glas wordt niet vervangen door een dicht paneel. 5.2. KOZIJNVERVANGING (BLAD 9) •het kozijn wordt zodanig geplaatst dat deze minstens 8 cm wordt teruggehouden (sprake van negge) ten opzichte van de voorgevel. Bij kozijnwijziging blijft de bestaande gevelopening behouden en sluit de eventueel toe te passen nieuwe indeling aan bij het bestaande architectuurbeeld. •een dichte borstwering is alleen mogelijk in baksteen metselwerk in een steen die qua kleur contrasteert met het bestaande metselwerk. Metselwerk wordt ca 1,5 cm terug gehouden ten opzichte van de voorgevel.

8.Overkapping, carport

Een overkapping of carport is een constructie met meerdere open en/of halfopen wanden en een dak. Een overkapping of carport wordt gedragen door een steunconstructie. Bij een deels- of halfopen situatie is sprake van een plaatsing tegen de gevel van het hoofdgebouw en/of een bijgebouw. Er mag geen sprake zijn van het dichtzetten van wanden met panelen, rolluiken of dergelijke.

SNELTOETS OVERKAPPING, CARPORT 1. 2. 3.

Rechthoekig of andere eenduidige vormgeving met plat, licht hellend (max 25 graden) of gebogen dak; Materiaal en kleurgebruik zijn afgestemd op het hoofdgebouw. Geen overmaat aan detailleringen (bescheiden kolommen, boeiboord);

6.1. OVERKAPPING OF CARPORT VOORERFGEBIED (BLAD 9) Aangebouwd (blad 9) • grondvorm rechthoekig met plat of licht hellend (kleiner of gelijk aan 10 graden) dak • boeiboord maximaal 30 cm hoog (inclusief daktrim of afdekkap) • boeiboord afgewerkt met een vlak materiaal • maximaal twee zijden tegen een gevel • twee tot drie slanke kolommen per zijde • plaatsing tegen een vlakke achtergrond, dus geen doorsnijding van daktrimmen, geveldelen of ornamenten • volledig in een donkere kleur, bij voorkeur antraciet (RAL 7016) afgewerkt Vrijstaand (blad 9) • grondvorm rechthoekig • plat, licht hellend (kleiner of gelijk aan 10 graden) of licht gebogen dak • boeiboord maximaal 30 cm hoog (inclusief daktrim of afdekkap • boeiboord afgewerkt met een vlak materiaal • twee slanke kolommen per zijde

Toelichting:

Ruimer ambtelijk mandaat waardoor meer initiatieven/aanvragen in de Snelservice.

5 •

volledig in een donkere kleur, bij voorkeur antraciet (RAL 7016) afgewerkt

Standaard overkappingen zijn mogelijk als deze voldoen aan vorenstaande criteria

9.Rolluiken, rolheken, zonwering

Rolluiken of -hekken worden gebruikt voor het beveiligen van winkels. Met name in de centra kunnen rolluiken, wanneer zij gesloten zijn en niet zijn ingepast in het architectuurbeeld, het verblijfsklimaat sterk (negatief) beïnvloeden. Na sluitingstijd dragen gesloten rolluiken niet bij aan een levendige sfeer. In de Sittardse binnenstad en andere beschermde gezichten met hun historische gevels vraagt de plaatsing van rolluiken bijzondere aandacht omdat daardoor (waarneming van) monumentale waarden verloren kan gaan. Voor rolluiken bij monumenten en in beschermde gezichten gelden geen standaardoplossingen maar is het regel dat altijd dat een oplossing ‘achter’ het glas moet worden gezocht die beoordeeld wordt door de ARK. Rolluiken worden vaker ingezet als afsluitend gevelelement, in de plaats van deuren. Een dergelijke mogelijkheid is niet zondermeer mogelijk en is altijd afhankelijk van het ontwerp. Bij winkelmutaties waarbij oude ontsierende rolluiken en rolhekken worden vervangen door of gewijzigd in een nieuwe variant gelden de nieuwe criteria.

SNELTOETS ROLLUIK, ROLHEK, ZONWERING (WINKELS/ZAAK) Aan de binnenkant (winkel/zaak) 1. Alleen op begane grond; 2. Kleur en detaillering sluit aan bij naastgelegen constructie van kozijn/betimmering; 3. Voor 70% open en/of doorzichtig uitgevoerd. Aan de buitenkant (winkel/zaak) 1. Indien plaatsing/beveiliging in zaak (aantoonbaar) onmogelijk is; 2. Materiaal en kleurgebruik sluit aan bij hoofdgebouw/winkelpui; 3. Voor 70% open en/of doorzichtig uitgevoerd; 4. Plaatsing geïntegreerd/binnen neggen van gevelopening/winkelpui (steekt niet uit); 5. Uniforme vormgeving meerdere rolluiken/hekken bij één pand / complex van panden; 6. Bij toogramen is passende aansluiting aan de vensterboog ontworpen. NB. Aanvragen komen zelden voor. Bij woningen vergunningvrij.

3.1. ROLLUIKEN OF –HEKKEN (BLAD 7) (bij niet monumenten en buiten het beschermd stadgezicht van Sittard) Aan de binnenkant • aan de binnenzijde (in de winkel of zaak) • kleur en detaillering sluit aan bij de naastgelegen constructie van het kozijn en/of betimmering • alleen op de begane grond • voor 70% open en/of doorzichtig uitgevoerd Aan de buitenkant • als beveiliging in de zaak aantoonbaar onmogelijk is zijn rolluiken aan de buitenzijde toegestaan • voor 70% open en/of doorzichtig • rolluik blijft binnen de neggen van de gevelopening • de rolluikbak is op een niet zichtbare wijze, zonder delen die uitsteken, in de winkelpui opgenomen (geïntegreerde oplossing) • kleur van geleidingen en zichtbare onderdelen sluit aan bij die van de winkelpui, betimmering en/of gevel • bij één pand of complex van panden zijn meerdere rolhekken op een uniforme wijze vormgegeven • bij toogramen is een passende aansluiting aan de vensterboog ontworpen

10.Zonnepanelen

Geen criteria in Handboek opgenomen

Nvt Doorgaans vergunningvrij.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=661d0776-3d90-46c0-842b-9b4761485989