CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 APV1 SG22

Raad 13 december 2023, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Periodieke wijziging APV Sittard-Geleen (tweeëntwintigste wijziging) (Verheijen) (82)30.326 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING SITTARD-GELEEN

Versie 2023.1 (22e wijziging)

Inhoud Algemene Plaatselijke Verordening Sittard-Geleen Hoofdstuk 1

Algemene bepalingen

9

Artikel 1:1 Artikel 1:2 Artikel 1:3 Artikel 1:4 Artikel 1:5 Artikel 1:6 Artikel 1:7 Artikel 1:8 Artikel 1:9

Definities Beslistermijn (vervallen) Voorschriften en beperkingen Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing Termijnen Weigeringsgronden Toepassing paragraaf 4.1.3.3 Algemene wet bestuursrecht (Lex silencio positivo; positieve lijst) Geen toepassing paragraaf 4.1.3.3 Algemene wet bestuursrecht Geen Lex silencio positivo; negatieve lijst)

9 9 9 9 10 10 10 10 10

Hoofdstuk 2

Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu

12

Afdeling 1

Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden

12

Artikel 2:1 Artikel 2:1a Artikel 2:2 Artikel 2:3

Samenscholing en ongeregeldheden 12 (vervallen) 12 (vervallen) 12 Kennisgeving betogingen, samenkomsten en vergaderingen op openbare plaatsen 12 (vervallen) 12 (vervallen) 13 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen en promotiemateriaal 13 (vervallen) 13 (vervallen) 13 Vertoningen op openbare plaatsen 13

Artikel 1:10

Artikel 2:4 Artikel 2:5 Artikel 2:6 Artikel 2:7 Artikel 2:8 Artikel 2:9 Afdeling 2

Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen

Artikel 2:10

Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg, in strijd met de publieke functie ervan (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Maken of veranderen van een uitweg (vervallen) Winkelwagentjes Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Openen straatkolken en dergelijke Kelderingangen en dergelijke Rookverbod in bossen en natuurterreinen (vervallen) Gevaarlijke voorwerpen (vervallen) Voorzieningen voor verkeer en verlichting Objecten onder hoogspanningslijn Veiligheid op het ijs

Artikel 2:11 Artikel 2:12 Artikel 2:13 Artikel 2:14 Artikel 2:15 Artikel 2:16 Artikel 2:17 Artikel 2:18 Artikel 2:19 Artikel 2:19a Artikel 2:20 Artikel 2:21 Artikel 2:22 Artikel 2:23

2

11

13

13 15 15 16 16 16 16 16 16 17 17 17 17 17 17

Afdeling 3

Evenementen

18

Artikel 2:24 Artikel 2:25 Artikel 2:26 Artikel 2:26a Artikel 2:26b Artikel 2:26c Artikel 2:26d Artikel 2:26e Artikel 2:26f Artikel 2:26g Artikel 2:26h Artikel 2:26i Artikel 2:26j

Definities Evenementenvergunning Ordeverstoring Evenementen Betaald voetbalwedstrijden Kennisgeving Ordeverstoring Opvolgen aanwijzingen Verwijderingsplicht voetbalsupporters Gezichtsbedekkende kleding Supportersstromen Plaatsbewijzen Stadionomgevingsverbod

18 18 19 19 19 19 20 20 20 20 20 20 20

Afdeling 4

Toezicht op openbare inrichtingen

21

Artikel 2:27 Artikel 2:28 Artikel 2:28a Artikel 2:28a.1 Artikel 2:28a.2 Artikel 2:28b Artikel 2:28c Artikel 2:28d Artikel 2:29 Artikel 2:30 Artikel 2:31 Artikel 2:32 Artikel 2:33 Artikel 2:34

Definitie Exploitatie horecabedrijf Beslistermijn (vervallen) Vergunning, aanhangsel en aanwezigheid leidinggevende Melding leidinggevende Weigeringsgronden Intrekkingsgronden Vervalgronden Sluitingstijd Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf Handel binnen openbare inrichtingen Ordeverstoring Het college als bevoegd bestuursorgaan

21 22 22 22 23 23 24 24 25 25 25 25 25 25

Afdeling 4a

Toezicht op smart- en headshops (winkelbedrijven)

26

Artikel 2:34a.1 Artikel 2:34a.2 Artikel 2:34a.3 Artikel 2:34a.4 Artikel 2:34a.5 Artikel 2:34a.6 Artikel 2:34a.7 Artikel 2:34a.8 Artikel 2:34a.9 Artikel 2:34a.10 Artikel 2:34a.11 Artikel 2:34a.12 Artikel 2:34a.13 Artikel 2:34a.14 Artikel 2:34a.15 Artikel 2:34a.16 Artikel 2:34a.17

Begripsbepalingen Vergunningplicht Afnemend maximum Eisen leidinggevende Nadere regels Vergunningaanvraag Beslistermijn Weigeringsgronden Verplaatsing inrichting Vergunning Aanwezigheid leidinggevende Intrekkingsgronden Vervallen vergunning Sluitingsuur Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting Sluiting van inrichtingen Toegang opsporingsambtenaren

26 26 26 26 26 27 27 27 27 28 28 28 29 29 29 29 30

3

Afdeling 5

Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet

30

Artikel 2:34b.1 Artikel 2:34b.2 Artikel 2:34b.3 Artikel 2:34b.4

30 30 30

Artikel 2:34b.6

Definities Categorisering Schenktijden paracommerciële rechtspersonen Bijeenkomsten van persoonlijke aard bij paracommerciële rechtspersonen Bijeenkomsten gericht op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn Hardheidsclausule

Afdeling 6

Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf

31

Artikel 2:35 Artikel 2:36 Artikel 2:37 Artikel 2:38

Begripsbepaling Kennisgeving exploitatie Nachtregister (gereserveerd) Verschaffing gegevens nachtregister

31 31 31 31

Afdeling 7

Toezicht op speelgelegenheden

32

Artikel 2:39 Artikel 2:40

Speelgelegenheden Speelautomaten (gereserveerd)

32 32

Afdeling 8

Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade

33

Artikel 2:41 Artikel 2:41a Artikel 2:42 Artikel 2:43 Artikel 2:44 Artikel 2:44a Artikel 2:45 Artikel 2:46 Artikel 2:47 Artikel 2:47a Artikel 2:47b Artikel 2:48 Artikel 2:48a Artikel 2:49 Artikel 2:50 Artikel 2:51 Artikel 2:52 Artikel 2:53 Artikel 2:54 Artikel 2:55 Artikel 2:56 Artikel 2:57 Artikel 2:58 Artikel 2:59 Artikel 2:59a Artikel 2:60 Artikel 2:60a Artikel 2:61 Artikel 2:62

Betreden gesloten woning of lokaal Openbare orde verstorend gedrag Plakken en kladden Vervoer plakgereedschap e.d. Vervoer inbrekerswerktuigen Vervoer geprepareerde voorwerpen Betreden van plantsoenen en dergelijke Rijden over bermen en dergelijke Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen Verplichte route (vervallen) Verboden drankgebruik Glazen drinkgerei Verboden gedrag bij of in gebouwen Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Neerzetten van fietsen e.d. Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d. Bespieden van personen (vervallen) (vervallen) (vervallen) Loslopende honden Verontreiniging door honden Gevaarlijke honden Gevaarlijke honden op eigen terrein Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren Hinder door dieren (vervallen) Loslopend vee/gevogelte

33 33 33 33 33 34 34 34 34 34 34 34 35 35 35 35 35 35 36 36 36 36 36 36 37 37 37 37 37

Artikel 2:34b.5

4

31 31 31

Artikel 2:63 Artikel 2:64 Artikel 2:65

Duiven Bijen Bedelarij

37 38 38

Afdeling 9

Bestrijding van heling van goederen

39

Artikel 2:66 Artikel 2:67 Artikel 2:68

39 39

Artikel 2:69 Artikel 2:70

Definitie Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van Strafrecht (vervallen) (vervallen)

Afdeling 10

Consumentenvuurwerk

40

Artikel 2:71 Artikel 2:72

40

Artikel 2:73 Artikel 2:73a

Definitie Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling Carbidschieten

Afdeling 11

Drugsoverlast

41

Artikel 2:74 Artikel 2:74a

Drugshandel op straat Openlijk drugsgebruik

41 41

Afdeling 12

Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester

42

Artikel 2:75 Artikel 2:76 Artikel 2:77 Artikel 2:78 Artikel 2:79 Artikel 2:79a

Bestuurlijke ophouding Veiligheidsrisicogebieden Cameratoezicht op openbare plaatsen Gebiedsontzeggingen Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet Sluiting voor publiek toegankelijk gebouw, inrichting of ruimte

42 42 42 42 42 43

Afdeling 13

Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 44

Artikel 2:80 Artikel 2:81 Artikel 2:82 Artikel 2:83 Artikel 2:84 Artikel 2:85

Begripsomschrijvingen Exploitatie bedrijf Weigeringsgronden Beheerder Intrekking vergunning Bevelen tijdelijke sluiting

44 44 44 45 45 45

Hoofdstuk 3

Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.

46

Afdeling 1

Begripsbepalingen

46

Artikel 3:1 Artikel 3:2 Artikel 3:3

Begripsbepalingen Bevoegd bestuursorgaan Nadere regels

46 46 46

Afdeling 2

Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke

46

Artikel 3:4

Vergunningplicht

46 5

39 39 39

40 40 40

Artikel 3:5 Artikel 3:6 Artikel 3:7 Artikel 3:7a Artikel 3:8 Artikel 3:8a

Gedragseisen exploitant en beheerder Sluitingstijden Tijdelijke afwijking sluitingsuur; sluiting Intrekking van de vergunning Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder Leeftijd en verblijfstitel prostitué(e)s; verbod werken voor onvergunde seksinrichting Straatprostitutie Sekswinkels Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke

47 48 48 48 48

Afdeling 3

Beslissingstermijn; weigeringsgronden; nadere regels

49

Artikel 3:12 Artikel 3:13

Beslissingstermijn Weigeringsgronden

49 49

Afdeling 4

Beëindiging exploitatie; wijziging beheer; vervallen vergunning

50

Artikel 3:14 Artikel 3:15 Artikel 3:15a

Beëindiging exploitatie Wijziging beheer Vervallen vergunning

50 50 51

Afdeling 5

Verbodsbepalingen

50

Artikel 3:16

Verbodsbepalingen klanten

50

Hoofdstuk 4

Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente

51

Afdeling 1

Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting

51

Artikel 4:1 Artikel 4:2 Artikel 4:3 Artikel 4:4 Artikel 4:5 Artikel 4:6

Definities Aanwijzing collectieve festiviteiten Melding incidentele festiviteiten Geluidlimitering tijdens collectieve en incidentele festiviteiten Onversterkte muziek Overige geluidhinder

51 51 51 52 52 52

Afdeling 2

Bodem-, weg- en milieuverontreiniging

53

Artikel 4:7 Artikel 4:8 Artikel 4:9

Straatvegen Natuurlijke behoefte doen Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten gebouwen

53 53

Afdeling 3

Het bewaren van houtopstanden

54

Artikel 4:10 Artikel 4:11 Artikel 4:12 Artikel 4:12a Artikel 4:12b Artikel 4:12c Artikel 4:12d

Definities Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden Aanvraag vergunning Weigeringsgronden Bijzondere vergunningvoorschriften Afstand tot de erfgrenslijn Herplant-/instandhoudingsplicht

54 54 55 55 56 56 56

Artikel 3:9 Artikel 3:10 Artikel 3:11

6

48 49 49 49

53

Artikel 4:12e Artikel 4:12f Artikel 4:12g Artikel 4:12h

Schadevergoeding Monumentale bomen Bescherming bomen Gevaarzetting

57 57 57 57

Afdeling 4

Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast

58

Artikel 4:13 Artikel 4:14 Artikel 4:15 Artikel 4:16

Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke Stankoverlast door gebruik van meststoffen Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame op/aan/in onroerende zaken (vervallen)

58 58 58 59

Afdeling 5

Kamperen buiten kampeerterreinen

60

Artikel 4:17 Artikel 4:18 Artikel 4:19

Begripsbepaling Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen Aanwijzing kampeerplaatsen

60 60 60

Hoofdstuk 5

Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente 61

Afdeling 1

Parkeerexcessen en stopverbod

61

Artikel 5:1 Artikel 5:2 Artikel 5:3 Artikel 5:4 Artikel 5:5 Artikel 5:6 Artikel 5:7 Artikel 5:8 Artikel 5:9 Artikel 5:10 Artikel 5:11 Artikel 5:12

Begripsbepalingen Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. Te koop aanbieden van voertuigen Defecte voertuigen Voertuigwrakken Kampeermiddelen e.a. Parkeren van reclamevoertuigen Grote voertuigen Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen (vervallen) Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen Overlast van fietsen of bromfietsen

61 61 61 61 61 62 62 62 62 62 63 63

Afdeling 2

Collecteren

64

Artikel 5:13

Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving

64

Afdeling 3

Venten

64

Artikel 5:14 Artikel 5:15 Artikel 5:16

Begripsbepaling Ventverbod (vervallen)

64 64 64

Afdeling 4

Standplaatsen

64

Artikel 5:17 Artikel 5:18 Artikel 5:19 Artikel 5:20 Artikel 5:21

Begripsbepaling Standplaatsvergunning en weigeringsgronden Toestemming rechthebbende Afbakeningsbepalingen (vervallen)

64 65 65 65 65

7

Afdeling 5

Snuffelmarkten

65

Artikel 5:22 Artikel 5:23

Begripsbepaling Organiseren van een snuffelmarkt

65 65

Afdeling 6

Openbaar water en waterstaatswerken

66

Artikel 5:24 Artikel 5:25 Artikel 5:26 Artikel 5:27 Artikel 5:28 Artikel 5:29 Artikel 5:30 Artikel 5:31

Voorwerpen op, in of boven openbaar water Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen (vervallen) (vervallen) Beschadigen van waterstaatswerken Reddingsmiddelen Veiligheid op het water Overlast aan vaartuigen

66 66 66 66 66 67 67 67

Afdeling 7

Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden

68

Artikel 5:32 Artikel 5:33

Crossterreinen Beperking verkeer in natuurgebieden

68 68

Afdeling 8

Vuurverbod

69

Artikel 5:34

Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

69

Afdeling 9

Asverstrooiing

69

Artikel 5:35 Artikel 5:36 Artikel 5:37

Begripsbepaling Verboden plaatsen Hinder of overlast

69 69 69

Afdeling 10

Straatnaamgeving en huisnummers

69

Artikel 5:38 Artikel 5:39 Artikel 5:40 Artikel 5:41

Begripsbepalingen Gedoogplicht aanduidingen (vervallen) (vervallen)

69 70 70 70

Hoofdstuk 6

Straf-, overgangs- en slotbepalingen

71

Artikel 6:1 Artikel 6:2 Artikel 6:3 Artikel 6:4 Artikel 6:5 Artikel 6:6 Artikel 6:7

Strafbepaling Toezichthouders Binnentreden woningen Intrekking oude verordening Overgangsbepaling Inwerkingtreding Citeertitel

71 71 71 71 71 71 71

8

Algemene Plaatselijke Verordening Sittard-Geleen Hoofdstuk 1

Algemene bepalingen

Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan de gemeenteraad de grenzen heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 20a, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994; b. beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; c. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; d. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; e. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; f. college: het college van burgemeester en wethouders; g. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; h. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; i. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; j. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; k. openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; l.

parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; m. promotiemateriaal: materiaal, blikjes en overige producten ter ondersteuning van promotionele campagnes; n. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; o. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; p. uitweg: de ontsluiting van (particuliere) percelen naar de openbare weg ten behoeve van voertuigen; q. weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeersweet 1994. Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning. Artikel 1:3 (vervallen) Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2.

Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. 9

Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. de houder dit verzoekt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Artikel 1:7 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2.

De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. Artikel 1:9 Toepassing paragraaf 4.1.3.3.

Algemene wet bestuursrecht (Lex silencio positivo; positieve lijst) Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (Lex silencio positivo)) is van toepassing op de volgende artikelen van deze verordening: artikel 2:6 verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen; artikel 2:9 ontheffing van het verbod tot optreden als straatartiest; artikel 2:11 (omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg; artikel 2:63, tweede lid, ontheffing van het uitvliegverbod van duiven; artikel 2:64, eerste lid, ontheffing van het verbod om bijen te houden; artikel 5:6, derde lid, ontheffing van het verbod om kampeermiddelen langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben of op een plaats te parkeren waar dit naar het oordeel van het college schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente; artikel 5:7, derde lid, ontheffing van het verbod tot parkeren van reclamevoertuigen; artikel 5:8, zesde lid, ontheffing van het verbod tot parkeren van grote voertuigen; artikel 5:13, eerste lid, vergunning voor inzameling van geld of goederen.

10

Artikel 1:10 Geen toepassing paragraaf 4.1.3.3. Algemene wet bestuursrecht (geen Lex silencio positivo; negatieve lijst) Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (Lex silencio positivo)) is niet van toepassing op de volgende artikelen van deze verordening: artikel 2:10 vergunning voor het gebruik van plantsoenen en het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg, in strijd met de publieke functie ervan; artikel 2:22, tweede lid, ontheffing van het verbod objecten onder hoogspanningslijnen te plaatsen of te hebben; artikel 2:25, eerste lid, vergunning evenementen; artikel 2:28, vijfde lid, terrasvergunning; artikel 2:28 exploitatievergunning horecabedrijf; artikel 2:34a.2 vergunning smart- en headshop; artikel 2:39 exploitatievergunning speelgelegenheid; artikel 2:45 ontheffing van het verbod voor het zich buiten de wegen en paden in parken en plantsoenen te begeven; artikel 2:60, derde lid, houden van hinderlijke of schadelijke dieren; artikel 2:81, zesde lid, exploitatievergunning bedrijf; artikel 3:4 exploitatievergunning seksinrichting; artikel 4:6, verbod veroorzaken overige geluidhinder; artikel 4:18 ontheffing van het verbod tot recreatief nachtverblijf buiten kampeerterrein; artikel 5:11, eerste lid, ontheffing van het verbod om met een voertuig door gemeentelijke groenvoorziening te rijden of het daarin te

laten staan; artikel 5:15 ventverbod; artikel 5:23 vergunning rommelmarkt; artikel 5:33, vijfde lid, verbod ter beperking van verkeer in natuurgebieden; artikel 5:34, ontheffing van het verbod in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken.

11

Hoofdstuk 2

Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu

Afdeling 1

Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden

Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval waardoor er ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. 5. Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. Artikel 2:1a (vervallen) Artikel 2:2 (vervallen) Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen, samenkomsten en vergaderingen op openbare plaatsen 1.

Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging, samenkomst tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of vergadering te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging ervan en ten minste een week voordat de betoging, samenkomst tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of vergadering wordt gehouden, schriftelijk kennis geven aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging, samenkomst tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of een vergadering houdt; b. het doel van de betoging, samenkomst tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of een vergadering; c. de datum waarop de betoging, samenkomst tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of vergadering wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging; e. voorzover van toepassing, de wijze van samenstelling; f. maatregelen die degene die de betoging, samenkomst tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of vergadering houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4.

Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen. Artikel 2:4 (vervallen) 12

Artikel 2:5 (vervallen) Artikel 2:6 1. 2. 3. 4.

5.

Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen en promotiemateriaal Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen of promotiemateriaal onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen of promotiemateriaal. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien degene die voornemens is geschreven stukken dan wel afbeeldingen en promotiemateriaal onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden, hiervan tenminste 15 werkdagen voorafgaand melding heeft gedaan aan het college. Het college kan hieromtrent nadere regels stellen.

Artikel 2:7 (vervallen) Artikel 2:8 (vervallen) Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, draaiorganist, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen. 2. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. Afdeling 2

Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen

Artikel 2:10 1.

2.

Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg, in strijd met de publieke functie ervan Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde gezag de weg, een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. a. Onder uitstalling wordt in dit artikel verstaan: een los element dat voor of in de directe omgeving van een pand in de openbare ruimte wordt geplaatst dan wel aanwezig is om al dan niet de aandacht te vestigen op een winkel of onderneming die in het pand gevestigd is, verdeeld in 2 categorieën: 1. uitstallingen t.b.v. het tonen van producten zoals kleding- en schoenenrekken, vis- en broodkarren, rekken voor het uitstallen van fruit, kaarten, bloemen, uitzoekbakken etc. 2. reclame- en overige uitstallingen zoals (elektrische speeltoestellen), reclameborden, hobbelbeesten (bijv. bij een speelgoedwinkel), sandwichborden, lopers etc. Het verbod geldt niet voor: a. vlaggen, wimpels of vlaggenstokken, indien deze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt; b. zonneschermen, mits deze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits: – geen onderdeel zich minder dan (2,5) meter boven dat gedeelte bevindt; en – geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan 13

(0,5) meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt; geen onderdeel verder dan (1,5) meter buiten de opgaande gevel reikt mits de inrichting van de weg dat toelaat; de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is; voertuigen; voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; evenementen als bedoeld in artikel 2:24; terrassen als bedoeld in artikel 2:28, vijfde lid; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; het uitstallen van bloemen, planten(bakken), groente, fruit, conform het uitstallingenbeleid gemeente Sittard-Geleen, onder de voorwaarden dat deze (gemeentebreed): - geplaatst worden direct tegen de gevel, - geplaatst worden voor het eigen (winkel)pand (hoekpanden langs twee gevels toestaan), - maximaal 1.50 meter diep uitgestald worden gemeten vanaf de gevel, met dien verstande dat het college aan winkels die direct grenzen aan de locatie van de weekmarkt ontheffing kan verlenen om op de dag van de reguliere weekmarkt een uitstalling van een nader te bepalen diepte te plaatsen, die ruimer is dan deze dieptemaat, -

maximaal 1.50 meter hoog uitgestald worden, - behoudens in het voetgangersgebied in het kernwinkelgebied voor voetgangers en minder validen te allen tijde een vrije doorgang van minimaal 1.20 meter gewaarborgd wordt op het trottoir, - in het straatprofiel te allen tijde een vrije doorgang is gewaarborgd van minimaal 3,5 meter, - geen verkoopactiviteiten buiten plaatsvinden, - geen (nood)uitgangen belemmeren, - uitstallingen in portieken zijn toegestaan, mits een veilige doorgang van in/uitgangen en nooduitgangen geborgd is. het uitstallen van voorwerpen, conform het uitstallingenbeleid gemeente SittardGeleen, die zich bevinden in het kernwinkelgebied onder de voorwaarden dat deze: - maximaal 1 uitstalling per pand bedragen, - geplaatst worden direct tegen de gevel, - geplaatst worden voor het eigen (winkel)pand, - maximaal 1.00 meter diep, gemeten vanaf de voorgevel, uitgestald wordt, - maximaal 2.00 meter breed, waarvan maximaal 1 meter gebruikt mag worden voor uitstallingen als bedoeld in categorie 2 ingevolge lid 1 onder a, - maximaal 1.50 meter hoog, uitgestald wordt, - behoudens in het voetgangersgebied, voor voetgangers en minder validen te allen tijde een vrije doorgang van minimaal 1.20 meter gewaarborgd wordt op het trottoir - in het straatprofiel te allen tijde een vrije doorgang is gewaarborgd van minimaal 3,5 meter - geen verkoopactiviteiten buiten plaatsvinden, -

geen (nood)uitgangen belemmeren, - uitstallingen in portieken zijn toegestaan, mits een veilige doorgang van in/uitgangen en nooduitgangen geborgd is, - tijdens de St. Joepmarkt mogen op de St. Joepmarktroute (ambulante standhouders van buiten de gemeente) geen uitstallingen op gemeentegrond worden geplaatst; deze zijn uitsluitend toegestaan op eigen terrein; –

c.

d. e. f. g. h. i.

j.

14

k.

3.

4.

5.

het uitstallen van voorwerpen, conform het uitstallingenbeleid gemeente SittardGeleen, die zich bevinden buiten het kernwinkelgebied onder de voorwaarden dat deze: - geplaatst worden tegen de gevel, - geplaatst worden voor het eigen pand (hoekpanden langs twee gevels toestaan), - voor voetgangers en minder validen te allen tijde een vrije doorgang van minimaal 1.20 meter gewaarborgd wordt op het trottoir, - in het straatprofiel te allen tijde een vrije doorgang is gewaarborgd van minimaal 3,5 meter, - geen verkoopactiviteiten buiten plaatsvinden, - geen (nood)uitgangen belemmeren, - uitstallingen in portieken zijn toegestaan, mits een veilige doorgang van in/uitgangen en nooduitgangen geborgd is; l. Het verbod in het eerste lid geldt eveneens niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement; Het is verboden op, aan, over of boven de weg een voorwerp of stof waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien: a. deze door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengt aan de weg; b. gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik van de weg, of; c. een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.

Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. indien het beoogde gebruik hetzij op zich zelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. a. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder a, geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet; b. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder b, geldt niet voor bouwwerken; c. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder c, geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Artikel 2:11 1.

2. 3.

(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Sittard-Geleen 2022.

Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 15

2.

3. 4. 5.

In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: a. in het belang van de bruikbaarheid van de weg; b. in het belang van het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. in het belang van de bescherming van groenvoorziening in de gemeente; e. bij strijdigheid met een ander onderdeel het omgevingsplan; of f. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening. De vergunning vervalt indien de rechthebbende binnen een jaar na verlening van de vergunning geen opdracht heeft gegeven tot het aanleggen van de uitweg dan wel het veranderen van een bestaande uitweg. De uitvoering van de aanleg of wijziging van de uitweg dient plaats te vinden door of vanwege de gemeente.

Artikel 2:13 (vervallen) Artikel 2:14 Winkelwagentjes 1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht deze: a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf. 2. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. 3. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet. Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat. Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken. Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke 1. Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 1. Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: a. te roken gedurende een door het college aangewezen periode; b. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. 2 Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht. 3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.

16

Artikel 2:19 (vervallen) Artikel 2:19a Gevaarlijke voorwerpen 1. Het is verboden op door het college aangewezen wegen en daaraan gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en terreinen, messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, openlijk bij zich te dragen. 2 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor wapens behorende tot de categorieën I, II, III en IV zoals benoemd in de Wet wapens en munitie en voorzover door het bij zich dragen van deze voorwerpen de openbare orde en veiligheid niet in gevaar komt of kan komen. Artikel 2:20 (vervallen) Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet. Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn 1. Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben. 2.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als de elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat. 3. Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn. Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten, te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

17

Afdeling 3

Evenementen

Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39 van deze verordening; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een klein evenement; f. een wielertoertocht vanaf 101 deelnemers; g. peletonstochten vanaf 30 deelnemers; h. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s. 3. Onder klein evenement wordt verstaan een straatfeest, buurt(wijk)feest of buurtbarbecue op één dag. 4.

Onder wielertoertocht wordt verstaan een wieleractiviteit waarbij deelnemers met een fiets een bepaald parcours afleggen dat openbaar is, waarbij geen winnaar uitgeroepen wordt, waarbij deelnemers zich aan de verkeersregels dienen te houden en waarbij geen enkele vorm van tijdmeting (ook niet incidenteel) plaatsvindt. Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 350 personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 10.00 en 01.00 uur; c. geen housemuziek ten gehore wordt gebracht (dbC) en geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 10.00 uur of na 23.00 uur; d. de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats op of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 50 m² per object; f. er een organisator is; g. de organisator ten minste 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester, met uitzondering van de wielertoertochten als bedoeld in lid 4. 3.

De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 4. Het verbod van het eerste lid geldt niet indien het een wielertoertocht betreft van 101 tot en met 250 deelnemers. Voor deze wielertoertochten geldt een meldingsplicht. De melding dient uiterlijk 6 weken voor het plaatsvinden van de wielertoertocht te zijn ingediend bij de burgemeester. 18

5. 6. 7. 8. 9.

De burgemeester kan besluiten het organiseren van een wielertoertochtevenement als bedoeld in het vierde lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder g, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s; Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder g, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is; Het bestuursorgaan kan nadere regels stellen.

Artikel 2:26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. Artikel 2:26a Evenementen 1. Het is verboden bij evenementen onnodig op te dringen, door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden of wanordelijkheden te veroorzaken. 2. Het is verboden bij evenementen messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of veiligheid in gevaar komt of kan komen. 3. Een ieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen. Artikel 2:26b Betaald voetbalwedstrijden In deze afdeling wordt verstaan onder: 1. Organisator: a. de betaald voetbalorganisatie Fortuna Sittard; of b. indien het gaat om een wedstrijd tussen betaald voetbalorganisaties uit andere gemeenten of tussen vertegenwoordigende elftallen, de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond; dan wel c. degene die buiten de gevallen genoemd onder a en b een voetbalwedstrijd organiseert, waarbij tenminste één betaald voetbalorganisatie is betrokken. 2. Voetbalwedstrijd: een voetbalwedstrijd georganiseerd door een organisator als bedoeld onder lid 1. 3. Stadion: het voetbalstadion gelegen aan de Milaanstraat 120, 6135 LH Sittard.

Onder de omgeving wordt verstaan: het gebied dat begrensd wordt door de volgende wegen, met inbegrip van die wegen zelf: de Bergerweg, de Middenweg en de spoorlijn alsmede het gebied begrensd door: de Poststraat, de Geerweg, de Bergerweg en de spoorlijn. Artikel 2:26c Kennisgeving 1. De organisator van een voetbalwedstrijd is verplicht ten minste dertig dagen voor de vastgestelde speeldag daarvan schriftelijk kennisgeving te doen aan de burgemeester. In door de burgemeester te bepalen bijzondere gevallen geldt een termijn van zeven dagen. 2. Kennisgeving als bedoeld in het eerste lid bevat een opgave van het verwachte aantal toeschouwers en bevat een omschrijving van de wanordelijkheden die redelijkerwijs kunnen worden voorzien. 3. De kennisgeving kan meerdere wedstrijden betreffen. 4. De burgemeester kan het spelen of het doen spelen van een voetbalwedstrijd, bedoeld in artikel 2:26b, tweede lid, verbieden: a. uit vrees voor het ontstaan van ernstige verstoring van de openbare orde; b. indien geen of niet tijdig een schriftelijke kennisgeving is gedaan. 5. Het is verboden een voetbalwedstrijd te spelen of te doen spelen wanneer een verbod als bedoeld in het vierde lid is uitgevaardigd. 6. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en/of veiligheid met betrekking tot een voetbalwedstrijd voorschriften geven. 19

7.

Het in artikel 2:1, tweede lid, bepaalde is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2:26d Ordeverstoring Het is verboden bij een voetbalwedstrijd de orde te verstoren. Artikel 2:26e Opvolgen aanwijzingen Een ieder is verplicht bij een voetbalwedstrijd alle aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer in het belang van de openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen. Artikel 2:26f Verwijderingsplicht voetbalsupporters 1. Personen, die zich door kleding, uitrusting, gedragingen of anderszins kennelijk manifesteren als voetbalsupporters, en niet in het bezit zijn van een geldig toegangsbewijs voor de voetbalwedstrijd dan wel tegen wie het vermoeden bestaat dat zij de orde verstoren of dreigen te verstoren, zijn verplicht zich op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie met inachtneming van diens aanwijzingen, naar een in het bevel aangegeven plaats, dan wel buiten de gemeentegrenzen te begeven. 2. Het in lid 1 bedoelde bevel van een ambtenaar van politie dient opgevolgd te worden tot en met vier uur na beëindiging van de voetbalwedstrijd.

Artikel 2:26g Gezichtsbedekkende kleding Het is personen die zich door kleding, uitrusting, gedragingen of anderszins kennelijk manifesteren als voetbalsupporters en op één of andere wijze de openbare orde verstoren of dreigen te verstoren, verboden om kleding of ander materiaal te dragen of met zich mee te voeren die het gezicht geheel bedekt of zodanig bedekt dat alleen de ogen onbedekt zijn, dan wel onherkenbaar maakt. Artikel 2:26h Supportersstromen 1. Al degenen die behoren tot de supportersaanhang van een bezoekende betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding, uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar maken en in het bezit zijn van een geldig toegangsbewijs voor de te bezoeken wedstrijd zijn verplicht, in omstandigheden als bedoeld in artikel 175 van de Gemeentewet, om, hun weg naar het stadion te vervolgen zodra ze de gemeente bereiken. 2. Al degenen die behoren tot de supportersaanhang van een bezoekende betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding, uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar maken zijn verplicht, in omstandigheden als bedoeld in artikel 175 van de Gemeentewet, om direct na afloop van de wedstrijd te verstrekken uit de gemeente. 3.

Al degenen die behoren tot de supportersaanhang van een bezoekende betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding, uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar maken en niet in het bezit zijn van een geldig toegangsbewijs voor de wedstrijd alsmede op een of andere wijze de openbare orde verstoren of dreigen te verstoren dan wel racistisch gedrag vertonen of racistische uitlatingen doen, zijn verplicht in omstandigheden als bedoeld in artikel 175 van de Gemeentewet op eerste aanzegging van de politie zich buiten de gemeentegrenzen te begeven in de door de politie aan te geven route en richting, behalve indien zij woonachtig zijn in de gemeente Sittard-Geleen. Artikel 2:26i Plaatsbewijzen 1. Het is verboden op of aan de weg een plaatsbewijs voor een in het Fortuna Sittard Stadion in het kader van het betaald voetbal te spelen wedstrijd dan wel een aldaar anderszins te houden activiteit te koop aan te bieden of ten verkoop voorhanden te hebben anders dan in of vanuit de daartoe bestemde ruimte. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. Artikel 2:26j Stadionomgevingsverbod 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan een persoon schriftelijk het verbod opleggen zich op te houden in de omgeving van het stadion vanaf 4 uur voor het vastgestelde aanvangstijdstip tot 4 uur na afloop van voetbalwedstrijden. Het verbod geldt 20

2. 3.

4.

voor een bepaalde periode welke niet langer is dan 2 jaar. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor zover de persoon tot wie het verbod gericht is in het gebied woonachtig is, blijkens opgave in het persoonsregister. De burgemeester kan overgaan tot het opleggen van het in het eerste lid bedoelde verbod, nadat vast is komen te staan dat de persoon de openbare orde in het stadion of in de omgeving van het stadion heeft verstoord op een dag dat een wedstrijd van de organisator wordt gespeeld. Tevens kan dit verbod worden opgelegd aan personen aan wie een stadionverbod is opgelegd. De burgemeester kan nadere regels stellen met betrekking tot het stadionomgevingsverbod.

Afdeling 4

Toezicht op openbare inrichtingen

Artikel 2:27 Definitie 1. A. Onder horecabedrijf wordt in deze afdeling verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, theehuis, clubhuis, shishabars/lounges/waterpijpcafé, automatieken, afhaalrestaurants, seksinrichtingen of daaraan verwante inrichtingen waar tegen vergoeding logies wordt verstrekt, dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. B. Onder horecabedrijf wordt niet verstaan: - een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet, voorzover de horeca een ondergeschikte nevenactiviteit is van de winkelactiviteit, - horecafaciliteiten in een zorginstelling, uitsluitend voor cliënten en bewoners, - een bedrijfskantine of –restaurant, uitsluitend voor personeel/bedrijfsgerelateerde bezoekers/zakelijke relaties, - crematoria en rouwcentra, - musea. 2. Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden. 3. a. Inrichting: de lokaliteit waar het horecabedrijf wordt uitgeoefend, met de daarbij behorende terrassen voor zover die terrassen in ieder geval bestemd zijn voor het verstrekken van dranken, of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, welke al dan niet onderdeel uitmaakt van een andere besloten ruimte. b.

Lokaliteit: een besloten ruimte, onderdeel uitmakend van de inrichting. c. Horecalokaliteit: een van een afsluitbare toegang voorziene lokaliteit, onderdeel uitmakend van een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, in ieder geval bestemd voor het verstrekken van dranken en spijzen voor directe consumptie. 4. Een terras in de zin van deze paragraaf is een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid en/of verstrekt. Naast tafels en stoelen, worden vlonders, parasols, windschermen, terrasafscheidingen en andere gelijksoortige objecten geacht ook deel uit te maken van een terras. 5. Onder leidinggevende wordt in deze paragraaf verstaan: a. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden voor wiens rekening en risico het horecabedrijf wordt uitgeoefend (de ondernemer), b. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de uitoefening van het horecabedrijf (de bedrijfsleider), c. de natuurlijke persoon die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van het horecabedrijf (de beheerder). 6. Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers: a.

de gezinsleden van de leidinggevende(n), alsmede diens elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad; b. de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht; 21

c. de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is. Artikel 2:28 Exploitatie horecabedrijf 1. Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. Hieromtrent kunnen nadere regels worden gesteld. 2. Voor het verkrijgen van een vergunning moet een schriftelijke aanvraag worden ingediend aan de hand van een door de burgemeester vastgesteld aanvraagformulier. 3. Bij de aanvraag, bedoeld in het vorige lid, wordt ten minste: a. opgaaf gedaan van de personalia en adres van de leidinggevende(n) incl. kopie identiteitsbewijs; b. opgaaf gedaan van het adres en aard van het horecabedrijf; c. overgelegd een nauwkeurige beschrijving van het horecabedrijf, waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan en een plattegrond van de inrichting; d. overlegd een recente verklaring omtrent het gedrag, door iedere leidinggevende(n) (afgiftedatum uiterlijk drie maanden voor de datum indiening vergunningaanvraag), indien niet tevens een aanvraag is ingediend voor een vergunning krachtens artikel 3 Alcoholwet. 4. Per horecabedrijf kan niet meer dan één aanvraag gelijktijdig in behandeling worden genomen. 5.

In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10 beslist de burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die betrekking heeft op een of meer bij het horecabedrijf behorende terrassen voorzover zich deze op of aan de weg bevinden over de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras. Hieromtrent kunnen nadere regels gesteld worden. 6. Onverminderd het gestelde in artikel 2:28b kan de burgemeester de in het vijfde lid bedoelde ingebruikneming van die weg ten behoeve van een of meer bij een horecabedrijf horende terrassen weigeren, dan wel intrekken: a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; b. indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; c. indien het gebruik in strijd is met een geldend omgevingsplan; d. indien de vrees gewettigd is dat ingebruikname van het terras het woon- en leefklimaat van de naaste omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig beïnvloedt; e. indien sprake is van herinrichting en/of reconstructie van de openbare ruimte, waarbinnen een (horeca)terras wordt uitgebaat; f. indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 7.

Het bepaalde in het vijfde en zesde lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal wegenreglement van toepassing is. Artikel 2:28a Beslistermijn (vervallen) Artikel 2:28a.1Vergunning, aanhangsel en aanwezigheid leidinggevende 1. De burgemeester vermeldt in een vergunning: a. vergunninghouder; b. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt; c. de plaats waar de inrichting zich bevindt; d. de situering van de oppervlakten van de horecalokaliteiten en terrassen; e. de voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden. 2. De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de leidinggevenden; waarbij indien een paracommerciële rechtspersoon het horecabedrijf uitoefent, tenminste twee leidinggevenden op het aanhangsel worden vermeld. 3. Het is verboden een horecalokaliteit voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting niet aanwezig is: a. een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in lid 2, met betrekking tot die inrichting of een andere vergunning van dezelfde 22

vergunninghouder of een persoon wiens bijschrijving op het aanhangsel als bedoeld in lid 2, is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist. In afwijking van het gestelde onder lid 3 is het een paracommerciële rechtspersoon verboden een horecalokaliteit geopend te houden, indien in de inrichting niet aanwezig is: a. een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in lid 2, met betrekking tot die inrichting of een andere vergunning van dezelfde vergunninghouder of b. een persoon wiens bijschrijving op het aanhangsel als bedoeld in lid 2, is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist of c. een barvrijwilliger, die is vermeld op een door het bestuur van de paracommerciële rechtspersoon samengestelde lijst, welke lijst in de inrichting aanwezig is. De vergunning en het daarbij horende aanhangsel, of afschriften daarvan, en in voorkomende gevallen een afschrift van de aanvraag, bedoeld in lid 3 onder b en in lid 4 onder b, en de ontvangstbevestiging, of een afschrift daarvan, in de inrichting aanwezig zijn. De vergunning en het aanhangsel worden gesteld op een formulier dat door de burgemeester wordt vastgesteld. b.

4.

5. 6.

Artikel 2:28a.2Melding leidinggevende 1. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens: a. een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven; b. de aantekening door te halen dat een leidinggevende geen bemoeienis heeft met de bedrijfsvoering of de exploitatie van het horecabedrijf. 2. Deze melding geldt als een aanvraag tot wijziging van het aanhangsel. Een melding die wordt gedaan op een datum tot uiterlijk zes maanden nadat is beslist op de aanvraag als bedoeld in artikel 2:28, lid 2, wordt geacht onderdeel uit te maken van deze aanvraag. 3. De aanvraag wordt gesteld op een formulier of elektronische informatiedrager, die door de burgemeester wordt vastgesteld. 4. De burgemeester bevestigd onverwijld schriftelijk of elektronisch de ontvangst van de aanvraag. 5. De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel: a. Indien ten aanzien van de persoon als bedoeld onder lid 1, sprake is van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 2:28b onder lid 1 sub c, g en/of h; b. In het geval en onder voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Artikel 2:28b Weigeringsgronden 1. De burgemeester weigert de vergunning indien: a. naar zijn oordeel door de aanwezigheid van het horecabedrijf het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b.

de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het geldende omgevingsplan; c. de leidinggevende(n) binnen 3 jaar voor de aanvraag een horecabedrijf heeft geëxploiteerd dat evenwel op grond van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde gesloten is geweest; d. sprake is van een concentratie van horecabedrijven in een bepaald gebied, waardoor het gevaar voor aantasting van de openbare orde of het woon- en leefklimaat toeneemt; e. het horecabedrijf gevestigd is in de onmiddellijke nabijheid van andersoortige horecabedrijven of winkels met een dusdanige andere bezoekersgroep, dat de ontmoeting tussen de verschillende bezoekersgroepen openbare orde-problemen tot gevolg heeft of tot gevolg dreigt te hebben; f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

23

2.

g. de exploitant of de leidinggevende(n) onder curatele staan of in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn; h. de leidinggevende(n) van een inrichting waarvoor geen drank- en horecavergunning is vereist, de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt; Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgronden houdt de burgemeester rekening met: a. het karakter van de straat en de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen of zal komen te liggen; b. de aard van het horecabedrijf; c. de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door exploitatie van het horecabedrijf; d. de wijze van bedrijfsvoering van de leidinggevende(n) van het horecabedrijf in deze of andere inrichtingen; e. de wijze van exploitatie van de lokaliteiten in het verleden, voor zover de leidinggevende(n) onveranderd is/zijn gebleven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=613298cd-9f68-47d8-9102-ea7373c1c659