Bijlage 1 Programmabegroting 2023
Tekst van het document
PROGRAMMABEGROTING 2023-2026 inclusief bijstelling 2022
Versie: 6 oktober 2022 Colofon programmabegroting 2023 Samenstelling: Gemeente Sittard-Geleen Team Financiën Postbus 18 6130 AA Sittard Inlichtingen: Tel. 14-046
1
PROGRAMMABEGROTING 2023-2026 .............................................................................................................. 1 INCLUSIEF BIJSTELLING 2022 ............................................................................................................................ 1 1. INLEIDING EN SAMENVATTING ..................................................................................................................... 4 2. FINANCIEEL PERSPECTIEF.............................................................................................................................. 6 2.1 FINANCIEEL KADER ........................................................................................................................................ 6 2.2 ACTUALISATIE FINANCIEEL PERSPECTIEF .................................................................................................... 11 3. INVESTERINGS- EN EXPLOITATIEPROGRAMMA 2022-2026 ......................................................................... 28 4. PROGRAMMAPLAN 2023-2026 ................................................................................................................... 35 4.1 INLEIDING ....................................................................................................................................................
35 4.2 PROGRAMMA - 0 - BESTUUR EN ONDERSTEUNING .................................................................................... 38 4.3 PROGRAMMA - 1 - VEILIGHEID ................................................................................................................... 50 4.4 PROGRAMMA - 2 - VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT .......................................................................... 58 4.5 PROGRAMMA - 3 - ECONOMIE.................................................................................................................... 68 4.6 PROGRAMMA - 4 - ONDERWIJS .................................................................................................................. 81 4.7 PROGRAMMA - 5 - SPORT, CULTUUR EN RECREATIE .................................................................................. 83 4.8 PROGRAMMA - 6 - SOCIAAL DOMEIN (INCLUSIEF VOLKSGEZONDHEID, ONDERWIJS EN VEILIGHEID) ....... 93 4.9 PROGRAMMA - 7 - VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU .................................................................................. 114 4.10 PROGRAMMA - 8 - VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN STEDELIJKE VERNIEUWING ....... 121 4.11 OVERZICHT ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN ........................................................................................
131 4.12 OVERZICHT OVERHEAD ........................................................................................................................... 133 4.13 BEDRAG HEFFING VENNOOTSCHAPSBELASTING .................................................................................... 134 4.14 ONVOORZIEN .......................................................................................................................................... 134 4.15 ADMINISTRATIEVE WIJZIGINGEN ............................................................................................................ 135 4.16 FINANCIËLE BIJSTELLING 2022 ................................................................................................................ 139 5. PARAGRAFEN ........................................................................................................................................... 153 5.1 PARAGRAAF LOKALE HEFFINGEN .............................................................................................................. 153 5.2 PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ............................................................... 167 5.3 PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN .....................................................................................
180 5.4 PARAGRAAF FINANCIERING ...................................................................................................................... 188 5.5 PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING ................................................................................................................ 193 5.6 PARAGRAAF VERBONDEN PARTIJEN ......................................................................................................... 203 5.7 PARAGRAAF GRONDBELEID ...................................................................................................................... 220 6. FINANCIËLE BEGROTING ........................................................................................................................... 223 6.1 INLEIDING .................................................................................................................................................. 223 6.2 MEERJARIG OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN PER PROGRAMMA ........................................................ 226
2
6.3 OVERZICHT BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD ......................................................................................... 227 6.4 OVERZICHT INCIDENTELE BATEN EN LASTEN ............................................................................................ 229 6.5 STRUCTUREEL EVENWICHT ....................................................................................................................... 234 6.6 GEPROGNOSTICEERDE BALANS ................................................................................................................. 236 BIJLAGEN ...................................................................................................................................................... 238 BIJLAGE 1: RESERVES EN VOORZIENINGEN ..................................................................................................... 239 BIJLAGE 2: EMU SALDO ................................................................................................................................... 240 BIJLAGE 3: VASTE ACTIVA EN KAPITAALLASTEN .............................................................................................. 241
3
1. INLEIDING EN SAMENVATTING Beste lezer, De begroting 2023 is een begroting die gemaakt is tegen het licht van veel onzekerheid. De coronacrisis ebt nog na, en op dit moment lopen de besmettingen weer op. Tegelijkertijd is een nieuwe crisis in volle hevigheid losgebarsten. De oorlog in Oekraïne, hoge inflatie en stijgende energieprijzen, een toenemende inflatie en stijgende bouw- en grondstofprijzen vraagt veel veerkracht van onze inwoners, ondernemers, verenigingen, maatschappelijke organisaties en de gemeente zelf. Daarnaast zien we dat binnen het sociaal domein, met name bij de Wmo en Jeugdzorg, sprake is van een toenemende zorgvraag. Het is belangrijk om oog te hebben voor deze ontwikkelingen en hun invloed op onze samenleving. Een gemeente zijn we samen. Inwoners, ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties zijn allemaal onmisbaar in een gemeente waarin het goed wonen, werken en leven is. Met de Toekomstvisie 2030 bouwen we samen verder aan onze veerkrachtige stad. We presenteren een ‘beleidsarme’ begroting. Een begroting waarin we grote beleidskeuzes bewust nog niet maken. Dit gaan we samen doen. De komende maanden werken we samen richting een breed gedragen kadernota. Die kadernota volgt de Toekomstvisie 2030. Zo creëren we samen de toekomst van Sittard-Geleen. Een toekomst waarin iedereen meedoet.
In deze begroting hebben we wel een aantal keuzes gemaakt. We hebben die onderwerpen geïdentificeerd die essentieel zijn voor de continuering van de ingezette ontwikkeling in de ontwikkelpaden en de uitvoering van taken die voornamelijk voortvloeien uit (samenwerkings)afspraken met de provincie (mobiliteit en landschap). Voor deze onderwerpen hebben we voor de incidentele overbrugging tot aan het proces van de kadernota middelen ingezet. Zo borgen we de uitgangspunten van een veerkrachtig Sittard-Geleen. We zijn ons bewust van de urgentie om steun te bieden aan die groepen voor wie de bestaanszekerheid in gevaar komt. We kijken hoe we hen kunnen steunen. Wel past voorzichtigheid ten aanzien van de inzet van incidentele middelen. Wij worden ook geconfronteerd met diverse onzekerheden waarvan de effecten op de gemeentelijke financiën nog niet duidelijk zijn. We monitoren de huidige ontwikkelingen en bereiden voorstellen voor om met alternatieve inzet van (incidentele) middelen te anticiperen op de effecten van de diverse crises op bijvoorbeeld verenigingen en instellingen. Deze inzet zal terugkomen in de 4 de rapportage 2022 (december 2022). Uitgangspunt van de gemeente is en blijft een structureel en langdurige gezonde financiële situatie. Het actuele begrotingsbeeld voor de begrotingsjaren 2023 tot en met 2025 ziet er nog steeds goed uit.
Dit is alleen maar mogelijk doordat onze financiën duurzaam op orde zijn door het zorgvuldig naleven van de afgesproken begrotingskaders. In het jaar 2026 worden we door de huidige kabinetsplannen geconfronteerd met een, vooralsnog, veel lagere rijksbijdrage. Op advies van de provinciaal toezichthouder kiezen wij ervoor om de gevolgen van de kabinetskeuzes voor onze gemeentelijke begroting transparant te laten zien in deze begroting. Zonder extra structurele financiële middelen van het rijk krijgen wij onze begroting vanaf 2026 niet meer vanzelfsprekend sluitend. Hoewel de huidige tijdsgeest gekenmerkt wordt door veel onzekerheid kunnen we wederom een sluitende begroting presenteren. In deze begroting is voldoende ruimte opengehouden om samen invulling te geven aan de ambities uit de Toekomstvisie 2030. Met dit perspectief leggen we een gezonde basis voor een gemeente waarin iedereen meedoet.
4
Sittard-Geleen, 6 oktober 2022
Burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen,
mr. J.Th.C.M. Verheijen burgemeester
J.A.M. Heesen secretaris
5
2. FINANCIEEL PERSPECTIEF 2.1 FINANCIEEL KADER Vertreksituatie In relatie tot de P&C-cyclus in het algemeen en onze financiën in het bijzonder streven wij naar een duurzaam en solide financieel beleid met voldoende veerkracht. Deze financiële veerkracht heeft betrekking op wendbaarheid en weerbaarheid. Met andere woorden: hebben wij voldoende middelen om uitvoering te geven aan ambities en beschikken wij over middelen om tegenvallers op te kunnen vangen? Mede door de uitvoering van ombuigingsprogramma, vastgesteld in de programmabegroting 2019, zijn wij in staat geweest om vanaf de begroting 2020 het structureel evenwicht te borgen. Voor het provinciaal toezicht was dit aanleiding om na 2 jaar preventief toezicht, vanaf de begroting 2020 weer repressief toezicht toe te passen. Uit het eind 2020 uitgevoerde financieel verdiepingsonderzoek bleek dat onze financiële positie voldoende basis biedt om meerjarig repressief toezicht toe te passen. Na jaren van ombuigen, hadden wij in de begroting 2021 financiële ruimte om vooruit te kijken. We hebben een meerjarig investerings- en exploitatieprogramma 2021-2024 vastgesteld waar we uitvoering aan geven. Vervolgens is in de begroting 2022 de beschikbare financiële ruimte van ruim € 3,6 mln.
ingezet om de beoogde beleidsmatige verhoging 2022 van de OZB voor woningen in 2022 en 2023 niet door te voeren, de hondenbelasting in 2022 en 2023 te halveren, een stimuleringsfonds voor het mkb in stellen, inwoners een voucher voor het milieupark te verstrekken en daarnaast incidentele middelen beschikbaar te stellen voor de uitvoering van de Toekomstvisie 2030/ ontwikkelpaden. Daarnaast hebben wij in de afgelopen jaren getracht de gevolgen van de coronacrisis voor onze inwoners, ondernemers en instellingen zoveel mogelijk te beperken. Dit door de rijksmiddelen uit de steunpakketten zo gericht mogelijk in te zetten. Uitgangspunten Wij hebben de begroting 2023 opgesteld rekening houdend met onderstaande kaderstellende en technische uitgangspunten. Kaderstellend - Het raadsbesluit van 28 maart 2019 ‘Vervanging begrotingskaders’; - De richtlijnen van de provincie, zoals opgenomen in de brief van 12 april jl. ‘Aandachtspunten begroting 2023’; - De verordening ex artikel 212 Gemeentewet; - De kadernota’s reserves en voorzieningen, waardering en afschrijving vaste activa, weerstandsvermogen en risicobeheersing. Technisch Naast de kaderstellende uitgangspunten hebben wij bij de uitwerking van de begroting de volgende technische uitgangspunten gehanteerd: De begroting is reëel en structureel in evenwicht, met uitzondering van de jaarschijf 2026.
Zie hiervoor tevens de toelichting onder ‘provinciaal toezicht’. De meicirculaire 2022 is meegenomen in de actualisatie van het financieel perspectief. Overeenkomstig de besluitvorming over de P&C-cyclus 2022 verwerken wij de financiële gevolgen van de septembercirculaire in de 4de programmarapportage 2022. Voor de aan te trekken financieringsmiddelen worden de volgende rentepercentages gehanteerd:
6
o
-
Voor langlopende financieringsmiddelen wordt voor 2023 een rentepercentage van 3% gehanteerd. Ook voor de jaren 2023 t/m 2025 is dit 3%. o Voor het financieringstekort dat onder de kasgeldlimiet valt, gaan wij, indien aan de orde, voor 2023 uit van 0,5%. Voor nieuwe investeringen wordt de omslagrente van 2023 gehanteerd, zijnde 3%. De volledige kapitaallasten worden geraamd in het jaar na het gereedkomen van het project. In het eerste jaar wordt rekening gehouden met de helft van de rentelasten. Dit conform de Provinciale richtlijnen. Voor de begroting / meerjarenbegroting worden de kapitaallasten als stelpost geraamd conform de besluitvorming bij de kadernota waardering en afschrijving vaste activa 2017 en rekening houdend met de fasering van de uitgaven.
Aanvullend op bovenstaande uitgangspunten lichten we onderstaand de gehanteerde uitgangspunten met betrekking tot indexering, de algemene reserve en de rijksbaten voor jeugd toe. Indexering Net als in voorgaande jaren maken wij de meerjarenbegroting op in constante prijzen met als prijsniveau begrotingsjaar 2023. De materiële budgetten zijn reëel geraamd. We hanteren hierbij het uitgangspunt dat loon- en prijspeilaanpassingen in de begroting een budgettair neutraal verloop hebben. Om dit te kunnen realiseren c.q. om de indexeringskosten te kunnen dekken, is binnen de begroting het volgende budgettaire kader gevormd: Gebaseerd op de indexpercentages 2023 uit de meicirculaire 2022 hebben wij uit het accres 2023 middelen gereserveerd voor de dekking van indexeringseffecten. We hebben de indexpercentages gerelateerd aan ons begrotingstotaal; Gebaseerd op de indexpercentages 2024 tot en met 2026 uit de meicirculaire hebben wij uit het accres 2024 tot en met 2026 middelen gereserveerd om in deze jaarschijven ook oplopende indexeringseffecten op te kunnen vangen. Gebaseerd op de indexpercentages 2023 uit de meicirculaire hebben we ten laste van het begrotingssaldo middelen gereserveerd om prijsstijgingen in de uitvoering van onze projecten te kunnen dekken. We hebben de indexpercentages gerelateerd aan lopende en nog te voteren kredieten.
Zoals in de inleiding is aangegeven, zien wij ontwikkelingen in de wereld die veel invloed hebben op onze begroting. Schaarste van producten zorgt voor forse prijsstijgingen (inflatie). Deze inflatie heeft als gevolg dat ook de rentes stijgen. We kunnen niet voorspellen of deze trend doorzet of niet. Zodoende kunnen we nu niet beoordelen hoe realistisch de huidige indexatie percentages zijn en of het budget toereikend zal zijn om de indexeringskosten te dekken. Daarom hanteren we de volgende prioritering van de indexering Personele lasten Tarieven zorgverleners WMO en Jeugdzorg Energiekosten Verbonden Partijen Subsidie Professionele Instellingen Overige subsidies Overige materiële kosten. In de 4de programmarapportage 2022 doen we voorstellen over de inzet van het indexeringsbudget 2022 en 2023 waarbij de actuele informatie over de indexeringscijfers hanteren. Dit voor zover de impact van de prijsstijgingen op onze begrotingsposten dan financieel te kwantificeren is. In het vervolg van de P&C-cyclus monitoren we de ontwikkeling van de indexeringseffecten op genoemde categorieën en doen we voorstellen om deze effecten in de budgetten aan te passen en te dekken uit de gereserveerde middelen.
7
Algemene reserve Onze begrotingskaders strikt toepassend, hebben wij in het verleden overschotten bij een P&C-product1 in de algemene reserve gestort. Niet alleen voor het lopende jaar, maar ook voor de jaarschijven uit de meerjarenraming. Niet wetende of in toekomstige jaarschijven ook daadwerkelijk sprake is van een overschot. Met ingang van de begroting 2022 voegen we alleen bedragen aan de algemene reserve toe, voor zover er bij de jaarrekening van de lopende jaarschijf daadwerkelijk sprake is van een voordelig saldo. Dit voorkomt dat we toekomstig middelen in de algemene reserve storten, waarvan we niet weten of dit geld in deze jaarschijven overblijft. Rijksbaten Jeugdzorg Passend binnen de verdere uitwerking van de Hervormingsagenda jeugdzorg hebben Rijk en VNG aanvullende afspraken gemaakt ten aanzien van de te verwachten ruimte in de gemeentelijke begroting 2024-206 aanvullend op de meicirculaire. Overeenkomstig deze afspraken hebben wij in onze begroting: Voor de jaarschijven 2024 tot en met 2026 extra rijksmiddelen opgenomen die overeenkomen met ons aandeel in de macrobudgetten van respectievelijk € 1.265 mln., € 758 mln. en € 367 mln. In deze bedragen is rekening gehouden met de taakstelling uit het coalitieakkoord. We hebben op een stelpost rekening gehouden met ons aandeel in de besparing van € 100 mln. in 2024, € 500 mln.
in 2025 en 2026 als gevolg van maatregelen die het Rijk zal uitwerken. Provinciaal toezicht Jaarlijks beoordeelt de provincie in het kader van haar toezichthoudende rol onze begroting. Daarnaast heeft zij eind 2020 het financieel verdiepingsonderzoek uitgevoerd. In dit 4-jaarlijkse onderzoek wordt onze financiële functie en financiële positie onderzocht. Op basis van dit onderzoek heeft onze provinciale toezichthouder besloten om ons meerjarig repressief toezicht te verlenen. Wij voldoen aan de voorwaarden voor repressief toezicht, met name het borgen van een structureel en reëel sluitende begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025. Én blijkt uit het onderzoek dat onze financiële positie en functie momenteel voldoende basis biedt voor meerjarig repressief toezicht. Meerjarig repressief toezicht betekent dat wij tot en met 2023 onze begroting en begrotingswijzigingen niet vooraf ter goedkeuring hoeven voor te leggen. Het Provinciebestuur maakt hierbij een voorbehoud dat op de meerjarige uitspraak kan worden teruggekomen indien onze financiële situatie door in- of externe ontwikkelingen ontspoord raakt. Op basis van de beoordeling van de begroting 2022 heeft het provinciebestuur een aantal aanbevelingen gedaan. Naast algemene aandachtspunten betreft het een aantal aandachtspunten die specifiek op onze gemeente van toepassing zijn.
De belangrijkste aandachtspunten hebben wij onderstaand op een rij gezet, inclusief de opvolging op de specifieke aandachtspunten. SPECIFIEKE AANDACHTSPUNTEN Onderwerp
Opvolging
Monitoren voortgang ombuigingen (raming onderuitputting op begrotingsbasis is niet meer toegestaan)
Via de P&C-cyclus rapporteren wij over de realisatie van de ombuigingen. In de begroting/ jaarrekening via een afzonderlijke paragraaf; in de 1ste/ 3de rapportage als onderdeel van de ‘grote dossiers’.
In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen rapporteren over de inzet van de (extra) exploitatie en investeringsmiddelen Ibor.
Onderwerp wordt meegenomen in de paragraaf kapitaalgoederen van de begroting/ jaarrekening.
onderhoud
1 Begroting, tussentijdse rapportages, jaarrekening.
8
SPECIFIEKE AANDACHTSPUNTEN Onderwerp
Opvolging
Toepassen van de begrotingskaders (ambitieniveau, omvang investeringsprogramma)
Het naleven van de begrotingskaders (raadsbesluit 28 maart 2019) is onderdeel van de uitgangspunten voor het opstellen en uitwerken van onze P&C-producten.
Aandacht voor de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen (impact renteontwikkelingen; flexibiliteit begroting)
In de paragraaf weerstandsvermogen (begroting – jaarrekening) sturen wij op de ontwikkeling van de financiële kengetallen, waaronder de ontwikkeling van de solvabiliteit. Wij hanteren hierbij de driedeling in streefwaarden conform besluitvorming over de begroting 2022.
Aandachtspunten uit financieel verdiepingsonderzoek (2020) Actualisatie en vaststelling Gemeentelijk Rioleringsplan Vaststelling onderhoudsplannen Toon Hermans Theater, parkeergarages en schoolgebouwen Toepassing handreiking structurele en incidentele baten en lasten
In de raadsvergadering van 27 januari 2022 ist het Water en klimaatadaptatieplan door de raad vastgesteld. Wij onderzoeken of genoemde onderhoudsplannen nog afzonderlijk ter vaststellen aan de raad moeten worden voorgelegd.
Continue monitoring en administratie van extra lasten en gederfde baten door COVID-19
In de uitwerking van onze P&C-producten worden de financiële effecten al gevolg van Covid-19 afzonderlijk inzichtelijk gemaakt en verrekend met de beschikbare coronamiddelen. Wij hebben hiervoor de (resterende) middelen uit de ontvangen steunpakketten gereserveerd.
Vroegtijdig in de voorbereiding van de begroting 2023 toetsen wij onze begroting op structurele en incidentele posten. Wij maken hierbij gebruik van genoemde handreiking. Tevens stellen wij conform advies van de accountant naar aanleiding van de interimcontrole een position paper op over structurele en incidentele baten en lasten. De resultaten stemmen wij in een vroegtijdig stadium ambtelijk af met de toezichthouder.
In de brief ‘Aandachtspunten begroting 2023’ van 12 april jl. benadrukt het provinciebestuur onze verantwoordelijkheid om de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024 tot en met 2026 structureel en reëel in evenwicht te houden of te brengen. Gezien de ontwikkelingen rondom de gemeentefinanciën met de tekorten die gemeenten in het ‘ravijnjaar 2026’ hebben, zal een tekort in 2026 echter niet van invloed zijn op de toezichtsvorm. Ontwikkelingen Landelijk De onzekerheid over de ontwikkeling van de gemeentefinanciën is onverminderd groot. De begrotingsvoorbereiding vindt voor gemeenten plaats binnen een context van diverse onzekerheden en crises. Zonder uitputtend te willen zijn noemen we enkele voorbeelden: - Onzekerheid over de verdere ontwikkeling en invloed van corona op onze begroting en op inwoners, bedrijven en instellingen; - Onzekerheid van het verdere verloop van de Oekraïnecrisis en de invloed hiervan op de ontwikkeling van de energietarieven; - Naast de stijgende energietarieven worden gemeente geconfronteerd met rentestijgingen, hoge inflatie, stijgende bouw- en grondstofkosten maar ook met krapte op de arbeidsmarkt. - Onzekerheid van Rijksbeleid met betrekking tot de gemeentefinanciën. In de huidige financiële doorkijk is er vanaf het ravijnjaar 2026 sprake van een trendbreuk in de toekenning van rijksmiddelen aan gemeenten.
De nog te publiceren contourennota moet duidelijkheid geven over de ontwikkeling van de gemeentefinanciën vanaf 2026. - Daarnaast hebben gemeenten te maken met onzekerheden op basis van onder andere de stikstofcrisis, de wooncrisis en de opvang van asielzoekers.
9
Begroting Sittard-Geleen Binnen de geschetste landelijke context gekenmerkt door onzekerheden hebben wij de begroting 2023 voorbereid. De coronacrisis, de oorlog in de Oekraïne, de fors stijgende energietarieven, rentestijgingen, toenemende inflatie en stijgende bouw- en grondstofprijzen zetten de begroting onder druk. Daarnaast zien we dat binnen het sociaal domein, met name bij de Wmo en Jeugdzorg er sprake is van een toenemende zorgvraag dan wel verzwaring van de zorgvraag In de meicirculaire 2022 is tot en met 2025 sprake van een oplopend accres. Primair bedoeld om de effecten van loon- en prijsontwikkeling op onze begroting op te kunnen vangen. Wij hebben om deze effecten op te kunnen vangen middelen gereserveerd. Vanaf 2026, het ravijnjaar, keldert het financieel perspectief. Dit maakt dat we nu geen nieuwe structurele financiële verplichtingen kunnen aangaan. Dit heeft gevolgen voor het coalitieakkoord ‘Samen zorgvuldig, verbindend doorpakken’ en de uitvoeringsafpraken van de coalitie. Binnen de meerjarenbegroting ontbreekt nu structurele financiële ruimte om ambities en doelen uit deze documenten op te pakken die niet binnen de bestaande begroting opgepakt kunnen worden. Dit komt terug in het proces van de kadernota 2023, waarbij we onderzoek doen naar het creëren van structurele financiële ruimte binnen onze begroting.
Passend binnen deze ruimte kan er een integrale afweging plaatsvinden over de keuze en prioritering van ambities gerelateerd aan genoemd coalitieakkoord en uitvoeringsafspraken. Bovenstaande ontwikkelingen hebben wij meegenomen in de verdere uitwerking van de begroting. In de paragraaf 2.2. Actualisatie financieel perspectief gaan we hier nader op in.
10
2.2 ACTUALISATIE FINANCIEEL PERSPECTIEF Inleiding In deze paragraaf geven wij een overzicht van de actuele ontwikkelingen in ons financieel perspectief. Dit met het doel inzicht te geven in onze financiële positie en beschikbare financiële ruimte in onze begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026. Wij gaan in dit hoofdstuk achtereenvolgens in op de actualisatie van de begrotingssaldi, de ontwikkeling van het structureel begrotingsevenwicht, de bestemming van de begrotingssaldi, de ontwikkeling van de algemene reserve (weerstandsvermogen), de ontwikkeling van het investeringsvolume en stand van zaken met de betrekking tot ombuigingen. Omvang begroting 2023 In onderstaand overzicht hebben wij de omvang van onze begroting gepresenteerd. In een oogopslag is inzichtelijk waar ons geld vandaan komt en waaraan wij het geld besteden. In hoofdstuk 4 Programmaplan maken wij per programma inzichtelijk waar ons geld vandaan komt en hoe wij deze middelen inzetten om onze doelen en resultaten te realiseren.
Begroting 2023 in één oogopslag bedragen x 1 mln.
Inkomsten
Uitgaven
Waar komt het geld vandaan?
€ 400,3
Van het Rijk
€
267,3
€
96,1
€ 400,4
Waar gaat het geld naar toe? Bestuur en ondersteuning
Lokale heffingen Onroerendzaak belasting (OZB) Rioolrechten Afvalstoffenheffing Parkeerbelasting Hondenbelasting Overige belastingen Leges Lijkbezorgingsrechten
€ € € € € € € €
58,3 10,7 16,3 5,4 0,8 0,7 3,4 0,5
Overige inkomsten
- Al gemene dekki ngs mi ddel en - Overhea d (bedri jfs voeri ng) - Dota ti e res erves - Bes tuur, burgerza ken en overi ge pos ten
Veiligheid
€ € € € €
80,7
24,4 43,8 5,4 7,1 14,2
Ui tga ven i n verba nd met cri mi na l i tei t, preventi e, bra ndweer en het tegenga a n va n ra di ca l i s a ti e en ondermi jni ng.
Verkeer, vervoer en waterstaat
28,8
Al l e ui tga ven rondom mobi l i tei t va n voer- en va a rtui gen.
€
37,0
Economie
11,7
Ui tga ven di e de l oka l e economi e s ti mul eren.
Andere inkomstenbronnen zoals Dividenden en rente uit deelnemingen Staangeld markten en kermissen Werkzaamheden voor derden Verhuur vastgoed
Onderwijs
12,9
Ui tga ven i n verhoudi ng tot onderwi js hui s ves ti gi ng voor openba a r en bi jzonder onderwi js , l eerpl i cht en regi ona l e mel d- en coördi na ti efuncti e (RMC), peuteronderwi js en vol wa s s eneneduca ti e.
Hoeveel gaan de inwoners gemiddeld betalen in 2023? Bedragen x 1 2022
2023*
Sport, cultuur en recreatie
OZB gemiddeld OZB-tarief woningen
€ 405,44
Sociaal Domein
Rioolheffing
€ 207,48
Afvalstoffenheffing Vastrecht Gemiddeld variabel recht (Diftar)
€ 194,76 € 110,17
Ui tga ven met betrekki ng tot de i nza mel i ng va n a fva l , ri ol en, begra a fpl a a ts en en de vol ks gezondhei d (zoa l s GGD).
Hondenbelasting Eerste hond Tweede hond Derde hond ev Kennel
€ 45,60 € 61,20 € 76,80 € 160,80
Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
179,8
Ui tga ven voor Burgerpa rti ci pa ti e, WMO & Jeugdzorg, i nkomens onders teuni ng en de (re-)i ntegra ti e na a r werk.
Volksgezondheid en milieu
* tarieven worden in Raad december 2022 vastgesteld
36,7
Ui tga ven di e te ma ken hebben met een breed s ca l a a a n voorzi eni ngen, zoa l s s portza l en, mus ea , openba a r groen en l oka l e medi a .
27,5
8,1
Ui tga ven i n rel a ti e tot de omgevi ngs wet en s tructuurvi s i e, zoa l s bes temmi ngs pl a nnen wa a ri n bepa a l d wordt wel ke grond voor wel k gebrui k ges chi kt i s en de grondexpl oi ta ti es .
11
In het vervolg van deze paragraaf gaan wij in op de bijstelling van het begrotingsbeeld. Hierbij lichten we het verschillen in 2023 tussen de begrote lasten en uitgaven van € 0,1 mln toe en geven wij aan op welke wijze we deze jaarschijf sluitend maken. Actualisatie begrotingssaldi De begrotingssaldi tot en met de 2de rapportage 2022 zijn het vertrekpunt voor de actualisatie van het financieel perspectief in de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026. In overeenstemming met het raadsbesluit P&C-cyclus 2022 nemen wij in deze actualisatie ook de lopende jaarschijf 2022 mee. Op basis van de voorgestelde financiële bijstellingen op de programmabladen uit hoofdstuk 4 ‘Programmaplan’ hebben wij de begrotingssaldi geactualiseerd. In de vorige paragraaf zijn wij ingegaan op de context waarin deze begroting is voorbereid. Onzekerheid op de diverse gebieden voor de gemeentefinanciën leidt er toe dat de begroting nu voornamelijk wordt bijgesteld voor autonome ontwikkelingen. Zoals eerder beschreven maakt de integrale afweging van de inzet van nieuw beleid, inclusief de (financiële) vertaling van het coalitieakkoord en de uitvoeringsafspraken onderdeel uit van het proces van de kadernota 2023. Voor nu is de bijstelling van het begrotingsbeeld gericht op het realiseren van een structureel en reëel sluitende begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026.
Tabel - actualisatie begrotingssaldi bedragen x €1.000
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
BIJSTELLING BEGROTINGSBEELD Resultaat 2de rapportage 2022
-4.557
-1.267
-1.307
-337
-337
- Autonome ontwikkelingen
3.802
1.049
6.738
8.960
-8.004
- (Beleids)keuzes
-150
100
SALDI BIJGESTELD BEGROTINGSBEELD
-905
-118
Verkenning ontwikkeling begrotingsbeeld:
-
-
-
5.431
8.623
-8.341
Toelichting tabel actualisatie begrotingssaldi Uit bovenstaande tabel blijkt dat na verwerking van de 2de rapportage 2022 in onze meerjarenraming sprake is van nadelige begrotingssaldi van € 4,6 mln, in 2022 dalend naar afgerond ruim € 0,3 mln. met ingang van 2025. In de besluitvorming over de 2de rapportage 2022 is aangegeven dat wij de oplossing van deze nadelige saldi betrekken in de uitwerking van de begroting 2023. Vervolgens hebben wij de financiële bijstellingen op basis van autonome ontwikkelingen en een beperkt aantal beleidskeuzes geïnventariseerd. Het betreffen bijstellingen die van invloed zijn op onze begrotingssaldi. In hoofdstuk 4 ‘Programmaplan’ zijn ook diverse bijstellingen opgenomen die geen invloed hebben op de begrotingssaldi (budgettair neutraal). Voor een volledig beeld van alle voorgestelde financiële bijstellingen verwijzen wij u naar hoofdstuk 4 in deze begroting. Wij maken in dit hoofdstuk onderscheid in de bijstellingen voor de lopende jaarschijf 2022 respectievelijk de bijstellingen voor de begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026. Na verwerking van de autonome ontwikkelingen en (beleids)keuzes is in 2022 en 2023 sprake van nadelige begrotingssaldi van € 0,91 mln. respectievelijk € 0,12 mln. In 2024 en 2025 zijn de begrotingssaldi € 5,43 mln. respectievelijk € 8,62 mln. voordelig. Gevolgd door een nadelig saldo van € 8,34 mln.
in het ‘ravijnjaar’ 2026. Onderstaand lichten wij de autonome ontwikkelingen en beleidskeuzes inhoudelijk toe. In het onderdeel ‘bestemming begrotingssaldi’ geven wij aan hoe wij met de nadelige en voordelige begrotingssaldi om willen gaan.
12
Autonome ontwikkelingen In onderstaande tabel zijn de autonome ontwikkelingen op een rij gezet. Aansluitend lichten wij de posten toe. Tabel – autonome ontwikkelingen Begroting 2022
bedragen x €1.000
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
AUTONOME ONTWIKKELINGEN Meicirculaire
2.600
3.739
10.176
14.486
0
Specifieke indexeringen
-1.192
-3.453
-3.453
-3.453
-3.453
-22
-144
-272
-428
-788
-3.319
-2.649
-1.655
-1.782
-4.188
-
-400
-1.010
-1.540
-1.800
Sanering ombuigingsopgave
-183
-50
-608
-1.222
-1.222
Correctie algemene reserve
2.383
2.363
1.075
1.688
1.688
Actualisatie kapitaallasten
1.244
577
910
-176
-460
335
-731
-328
-492
398
-118
-118
-118
-118
Indicatie prijsstijgingen investeringen Sociaal Domein Ibor beheerplannen
Gemeenschappelijke regelingen ICT Bijdrage MAA
100
Digitale dienstverlening
-65
Verkiezingen
-70
Taakmutaties gemeentefonds (< € 50.000)
128
Dividend aandelen RWM
137
BsGW (WOZ-ontwikkeling)
1.800
Lokale lasten (indexering 2023: 3,12%) Afval en riool
-65
-65
-65
111
111
112
113
1.780
1.780
1.780
1.780
267
267
267
267
Bijdrage GGU VNG
-53
-71
-71
-71
-71
Posten < € 50.000
-56
-37
-1
-26
-185
3.802
1.049
6.738
8.960
-8.004
TOTAAL AUTONOME ONTWIKKELINGEN
Meicirculaire De belangrijkste onderwerpen uit de meicirculaire 2022 die van invloed zijn op het resultaat zijn het accres, verdeelmodel en de opschalingskorting. In onderstaande tabel is het resultaat uit deze meicirculaire in beeld gebracht. Begroting 2022
bedragen x €1.000
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
688
2.064
3.395
3.395
2.290
3.036
3800
Meicirculaire (accres 100%) a)
herverdelingseffect gemeentefonds
b)
opschalingskorting
c)
overige mutaties
-299
-1.254
-1.773
-1.836
-647
d)
accresontwikkeling
5.703
17.715
29.247
37.895
28.671
e)
saldo meicirculaire
5.404
19.439
32.574
43.254
31.419
f)
indicatie prijsstijgingen exploitatie (prijspeil 2023)
-2.804
-15.700
-15.700
-15.700
-15.700
g)
reservering loon-/ prijsontwikkeling 2024 t/m 2026
-6.699
-13.069
-15.719
2.600
3.739
10.176
14.486
0
Saldo meicirculaire na verwerking loon- prijsontwikkeling
13
Het saldo uit de meicirculaire is opgebouwd uit de resultaten van de herverdeling van het gemeentefonds (a), de bevriezen van de opschalingskorting (b), overige mutaties (c) en de ontwikkeling van het accres (d). Onderstaand lichten we deze posten toe: Ad a) De effecten van de herverdeling van het gemeentefonds zijn geactualiseerd naar de stand per 1 januari 2023. Voor Sittard-Geleen betekent dit een structureel voordeel van € 3,4 miljoen. Dit voordeel is niet direct beschikbaar. Met name om nadeelgemeenten de ruimte te geven hun nadeel structureel op te vangen, zijn de herverdeeleffecten uitgesmeerd over een periode van maximaal 3 jaren. Vanaf 2025 is het voordeel van € 3,4 miljoen volledig beschikbaar voor de begroting 2023. Ad b)
De oploop van de opschalingskorting voor 2023 tot en met 2025 wordt incidenteel geschrapt. Het voordeel bedraagt in 2023 € 2,3 miljoen, in 2024 € 3 miljoen en in 2025 € 3,8 miljoen. Vanaf 2026 is de opschalingskorting weer van toepassing.
Ad c)
De belangrijkste post betreft de impuls woningbouw. Over de jaren 2023 t/m 2025 is de algemene uitkering jaarlijks gekort met € 1,4 miljoen voor de voeding van de specifieke uitkeringen Volkshuisvestingsfonds en Woningbouwimpuls. Deze mutatie was al gemeld in de maartbrief.
Ad d)
Omdat het kabinet Rutte IV in de jaren tot en met 2025 meer gaat uitgeven, stijgt ook het gemeentefonds evenredig mee. Gemeenten krijgen daardoor een hogere uitkering uit het gemeentefonds. Het accres stijgt tot en met 2025, waarna in 2026 sprake is van een forse daling (‘het ravijnjaar’). Vanaf 2026 is er geen koppeling meer met de uitgaven. Er wordt alleen nog maar een accres voor de loon- en prijsontwikkeling verstrekt.
Ad f/g) Uit het accres dienen wij de gevolgen van loon- en prijsstijgingen op te vangen. Zoals in paragraaf 2.1 is beschreven geldt dit onder andere voor de invloed van loon- en prijsstijgingen op onze materiële budgetten en salarissen. Daarnaast zullen ook verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen de gevolgen van loon- en prijsstijgingen aan ons willen doorberekenen. Gebaseerd op de indexcijfers 2023 die het Ministerie van BZK bij de uitwerking van de meicirculaire in aanmerking heeft genomen, hebben wij de verwachte invloed van loon- en prijsstijgingen op onze begroting berekend en gereserveerd (prijspeil 2023). Vervolgens hebben we op basis van de indexcijfers 2024 tot en met 2026 uit de meicirculaire ook voor deze jaren een middelen gereserveerd om het effect van verwachte loon- en prijsstijgingen op te kunnen vangen. Wij benadrukken dat het indicaties betreft. In paragraaf 2.1 is beschreven voor welke onderdelen uit de begroting en op welke wijze deze middelen ingezet kunnen worden. Specifieke indexeringen Naast de reservering van middelen uit het accres voor het opvangen van de invloed van loon- en prijsstijgingen op onze begroting, wordt deze invloed op een aantal begrotingsposten nu al verwerkt ten laste van het begrotingssaldo. Voor de posten die in onderstaande tabel zijn opgenomen, is de invloed van loon- en prijsstijgingen nu gekwantificeerd.
Begroting Begroting 2022 2023 Specifieke indexeringen Microsoft contracten - 58 Ibor-beheerbudgetten (exploitatie en investeringen) 2022 -1.192 -212 bedragen x €1.000
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
-58 -212
-58 -212
-58 -212
Ibor-beheerbudgetten (exploitatie en investeringen) 2023
-2.108
-2.108
-2.108
-2.108
Contracten jeugdzorg
-1.075
-1.075
-1.075
-1.075
-3.453
-3.453
-3.453
-3.453
Saldo specifieke indexeringen
-1.192
14
Indicatie prijsstijgingen investeringen De loon- en prijsstijgingen zijn niet alleen van invloed op de exploitatie, maar leiden er toe dat de uitvoering van onze projectenportefeuille naar verwachting ook duurder wordt. Met andere woorden, nog in uitvoering te nemen projecten en lopende projecten zijn binnen de vastgestelde scope niet te realiseren binnen de beschikbaar gestelde kredieten. Om het risico van stijgende ‘bouwkosten’ op te kunnen vangen, wordt voorgesteld hiervoor middelen te reserveren. Deze reservering is gebaseerd op de volgende aannames: Basis is het investeringsvolume aan lopende en nog te voteren investeringskredieten 2022-2025 ad € 135 mln.; De indexpercentages 2022 en 2023 zijn gebaseerd op de percentages die in de berekeningen van de meicirculaire zijn meegenomen; Dit resulteert over de periode 2022-2025 tot extra benodigd krediet van € 10 mln. De kapitaallasten (rente en afschrijving) van dit extra krediet worden ten laste van het begrotingssaldo gereserveerd. 2022
Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
totaal
Indicatie prijsstijgingen op investeringsvolume INVESTERINGEN Totaal investeringen prijspeil IP 2021-2024
28.472
21.800
14.300
70.800
135.372
Totaal benodigde extra kredieten
1.481
1.707
1.120
5.544
9.851
(indexcijfers: 2022: 5,2%; 2023: 2,5%) KAPITAALLASTEN
2022
Rente; 3% ; afschrijving: gemiddeld 20 jaar
2023 22
2024 144
2025 272
2026 428
788
Sociaal Domein In onderstaande tabel zijn de voorstellen tot begrotingsaanpassing voor de onderdelen uit het Sociaal Domein: Wmo, Participatie en Jeugd samengevat. Begroting 2022
bedragen x €1.000
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
-662
-662
-662
-662
-662
-2.300
-2.400
-2.600
-2.900
-2.800
-357
657
2.033
2.306
2.225
2.882
2.100
-500
-1.200
Sociaal domein Wmo Participatie - Prognose middelencomplex BUIG - Prognose BUIG-regelingen Jeugd - Extra middelen Rijk (25%, inclusief taakstelling coalitieakkoord) - Correctie stelpost 75% (kopie 2025 naar 2026)
-1.725
- Uitgaven Jeugdzorg
-3.126
-3.126 600
3.100
3.100
-2.649
-1.655
-1.782
-4.188
- Stelpost coalitieakkoord Rijk (€ 511 mln.) Saldo Sociaal Domein
-3.319
-3.126
-3.126
Wmo De bijstelling heeft betrekking op een toenemend gebruik van WRV-voorzieningen. De WRV-voorzieningen bestaan uit de woonvoorziening, de rolstoel/ scootmobiel en de vervoersvoorziening. De extramuralisering, de beperkingen van de huizenmarkt en de lijn om ouderen meer thuis te laten wonen leidt tot een verhoogd gebruik van de WRV-voorzieningen. We ramen voor deze voorzieningen, in lijn met de realisatie in de jaarrekening 2021 bij om de toenemende kosten te kunnen dekken.
15
Participatie De daling van de gebundelde uitkering, bedoeld om de inkomensvoorziening vanuit de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw), Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz) en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz 2004) te bekostigen, komt door de verlaging van het macrobudget door het Rijk. Deze verlaging is vooral het gevolg van de gunstigere ontwikkeling van de werkloosheid. Ten gevolge hiervan heeft het Rijk het macrobudget structureel verlaagd. Vidar wil iedereen, ook inwoners die een steuntje in de rug nodig hebben, maximaal laten participeren, bij voorkeur door regulier werk, al dan niet met ondersteuning van een loonkostensubsidie. De komende jaren gaan naar verwachting meer mensen uit de doelgroep aan het werk met ondersteuning van een loonkostensubsidie. Mede daardoor daalt het aantal inwoners dat aangewezen is op een inkomensvoorziening vanuit de Participatiewet of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw). Vanaf 2023 vertaalt deze ontwikkeling zich in een positieve bijstelling van de BUIGregelingen.
Jeugd Rijksmiddelen Jeugd Voor de verwerking van jeugdmiddelen in de meerjarenraming 2024-2026 hebben het Rijk en de VNG het volgende afgesproken: - Gemeenten mogen in de jaarschijven 2024 tot en met 2026 de middelen die op de aanvullende post zijn gereserveerd meenemen in hun meerjarenraming. Concreet gaat het om respectievelijk € 1.265 mln., €758 mln. en €367 mln.. De taakstelling uit het coalitieakkoord van het rijk om vanaf 2024 in aanvulling op de hervormingsagenda extra beleidsmaatregelen in de jeugdzorg te nemen, is hierop in mindering gebracht. - Daarnaast mogen gemeenten in hun begroting rekening houden met een besparing van € 100 mln. in 2024, € 500 mln. in 2025, € 500 mln. in 2026 en vanaf 2027 € 511 mln. structureel als gevolg van maatregelen die het Rijk zal uitwerken. Deze vertaling van deze twee afspraken voor onze begroting zijn in bovenstaande tabel verwerkt op de regels ‘extra middelen rijk’, respectievelijk ‘stelpost coalitieakkoord rijk’. De extra jeugdmiddelen voor 2023 zijn overigens via de meicirculaire 2022 ‘hard’ toegekend. Bij de toevoeging van de jaarschijf 2026 wordt de begroting van 2025 in eerste instantie gekopieerd, zo ook de stelpost jeugdmiddelen2 ad € 5,63 mln. In 2026 daalt het macrobudget fors ten opzichte van 2025, waardoor ons aandeel in 2026 € 3,9 mln. bedraagt. Het verschil van € 1,73 mln. wordt nu gecorrigeerd.
Uitgaven jeugdzorg De bijstelling van de uitgaven heeft de volgende oorzaken: - De inkoop van Jeugd is regionaal georganiseerd. In 2023 wordt extra ingezet op: • de doorontwikkeling van de monitoring, • de controle op de financiële stromen en • het vergroten van de kwaliteit van contractmanagement. - De extra capaciteit leidt tot een aanpassing van de begroting van onze gemeente die gebaseerd is op een verdeelsleutel die regionaal is vastgesteld. - Het toenemende gebruik van de jeugdhulp en een verzwaring in de zorgvraag heeft in 2021 tot een overschrijding van het geraamde budget geleid. De ontwikkeling is overeenkomstig de landelijke ontwikkelingen. 2
Afspraak tussen VNG- Rijk en IPO dat gemeenten in de begroting 2022 voor de jaarschijven 2023 t/m 2025 een stelpost van maximaal 75% van de bedragen uit de hervormingsagenda mogen opnemen.
16
Ibor beheerplannen In februari 2022 hebben wij voor de diverse beheergroepen openbare ruimte beheerplannen vastgesteld. Deze beheerplannen beschrijven wat er nodig is om het areaal op het door de Raad vastgestelde niveau te onderhouden; zowel wat werkzaamheden betreft als financieel gezien. Het benodigde budget, zoals opgenomen in deze beheerplannen, is in aanloop naar de begroting 2022, geconfronteerd met de budgetten zoals opgenomen in de begroting 2021, met als conclusie een tekort op zowel de exploitatie als de investeringen. Daarnaast zijn er herstelmaatregelen nodig om het areaal op niveau te brengen. Een bijstelling van de budgetten bleek dus noodzakelijk. Er is reëel begroot omdat: - we nog in ontwikkeling zijn naar een professionele beheerorganisatie (deskundigheid bestaande formatie) - vacatures lastig in te vullen zijn door een krappe arbeidsmarkt - we afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van adviesbureaus en aannemers en doorlooptijden van aanbestedingen - én rekening moeten houden met de belastbaarheid van de gemeente en onze inwoners qua gelijktijdige uitvoering van werkzaamheden. Dat wil zeggen, kritisch gekeken naar hoeveel van het tekort we daadwerkelijk in 2022 konden wegzetten. Dit heeft geleid tot een bijstelling van de budgetten in de begroting 2022, waarbij echter het volledige tekort nog niet gedekt is.
In 2022 zijn we verder aan de slag gegaan met de beheerplannen en is er nog een financiële verdiepingsslag gemaakt. Dit heeft er toe geleid dat er nog € 0,2 mln. financiële ruimte in de begroting is gevonden. De resterende tekorten als vertrekpunt voor de begroting 2023, zijn weergegeven in onderstaande tabel.
Ook voor de begroting 2023 hebben we zo reëel mogelijk begroot. Hierbij enerzijds kijkend naar de uitvoerbaarheid van de beheerplannen door eigen capaciteit en beschikbaarheid van adviesbureaus en aannemers. Met anderzijds aandacht voor het voorkomend van achterstallig onderhoud. Dit heeft geresulteerd in onderstaand begrotingsbeeld:
Sanering ombuigingsopgave De taakstellingen woningbouwprogramma’s, verlaging rentepercentage investeringen nieuw beleid, temporisering nieuw beleid zijn niet realiseerbaar en worden zodoende structureel afgeboekt. Verderop in dit hoofdstuk worden de openstaande ombuigingen verder toegelicht.
17
Correctie algemene reserve In het verleden hebben wij telkens bij een P&C-product3 de overschotten gestort in de algemene reserve. Niet alleen voor de lopende jaarschijf, ook in de meerjarenraming. Wij stellen voor om voordelige (begrotings)saldi alleen op basis van de jaarrekening in de algemene reserve te storten. Hierbij hanteren wij een aantal overwegingen: - uitgangspunt is een structureel en reëel sluitende begroting, met een geactualiseerd risicoprofiel dat 100% is afgedekt in de algemene reserve risicobeheersing; - bij de jaarrekening is het feitelijk gerealiseerd resultaat bekend; - alleen in de algemene reserve storten als er daadwerkelijk een overschot is; - voorkomen dat er toekomstig wordt gespaard, niet wetende of er toekomstig ook daadwerkelijk geld over Actualisatie kapitaallasten Wij hebben de kapitaallasten (rente en afschrijving) geactualiseerd. De afschrijvingen zijn bijgesteld op basis van actuele prognoses over de voortgang van onze projecten, de actuele rente en de vrijval van afgeschreven activa. Tot en met 2024 leidt dit per saldo tot voordelige bijstellingen. In 2025 leidt dit per saldo tot een nadeel van € 0,18 mln. doordat we het financieringstekort tegen hogere percentages, dan in de begroting 2022 aangenomen, moeten berekenen.
In 2026 zijn de volledige kapitaallasten van de investeringen 2025 in nieuw beleid (€ 10 mln.) en Ibor vervangingsinvesteringen (€ 9,3 mln.) geraamd. Volgens onze richtlijnen ramen wij in 2025 voor de investeringen uit deze jaarschijf op basis van een half jaar rente. Gemeenschappelijke regelingen/ Verbonden partijen In de raadsvergadering van 19 mei zijn de concept begrotingen van de verbonden partijen aan de orde geweest. Alle financiële consequenties uit deze concept begrotingen 2023 zijn verwerkt in de begroting 2023. De bedragen die in de tabel zijn opgenomen hebben betrekking op autonome ontwikkelingen zoals die in de concept begrotingen zijn opgenomen. De kosten van indexering worden gedekt uit de hiervoor beschikbare middelen uit het gemeentefonds. bedragen x €1.000
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Actualisatie gemeenschappelijke regelingen - Veiligheidsregio Zuid-Limburg
100
- Omnibuzz
-51
-82
70
51
33
- KBL
-160
-130
-230
-310
-310
- Vidar Wsw
446
180
220
172
1.132
- GGD
-407
-268
-285
-337
- RUD
-63
-63
-63
-63
- BsGW
-229
-57
-57
-57
-731
-328
-492
398
Saldo actualisatie gemeenschappelijke regelingen
335
ICT Op het gebied van Informatiemanagement- ICT wordt voorgesteld de begroting met ingang van 2023 structureel bij te stellen als gevolg van: - Meerkosten als gevolg van de huidige licentiekosten Microsoft ad € 70.000 - Meerkosten back-up als gevolg van meer gebruik M365, Teams, Onedrive en Email ad € 48.000
3 Begroting, tussentijdse rapportages, jaarrekening
18
Bijdrage MAA De bijdrage voor Maastricht Aachen Airport (MAA) van jaarlijks € 0,1 mln. eindigt in 2025. In de meerjarenraming wordt dit bedrag in 2026 gecorrigeerd ten gunste van het begrotingssaldo. Digitale dienstverlening Als gevolg van de wetgeving, die tot doel heeft de (digitale) dienstverlening aan inwoners en ondernemers te verbeteren/moderniseren, zien wij de kosten structureel stijgen. Daarom stellen wij voor de budgetten structureel te verhogen om te kunnen voldoen aan de wettelijke dienstverleningseisen (bijvoorbeeld t.a.v. toegankelijkheid, DigiDaudits en koppelingen tussen systemen). Verkiezingen Op 15 maart 2023 zijn er 2 verkiezingen: Provinciale Staten- en de Waterschapsverkiezingen. Wij stellen voor om voor deze dubbele verkiezingen in 2023 incidenteel een bedrag beschikbaar te stellen voor onder andere 2 stempassen/2kandidaatlijsten, 2 stembiljetten en extra postbezorging van de stembescheiden. De kosten voor bezorging van de verkiezingspost ad € 18.000 werken structureel door als gevolg van de tariefstijgingen bij PostNL. Overigens zijn de kosten van de verspreiding van reguliere verkiezingen over drie dagen nog niet structureel in de begroting verwerkt. Dit in afwachting van een aanpassing van de kieswet door het Ministerie van BZK, gevolgd door een wetswijziging.
Taakmutaties gemeentefonds (< € 50.000) In de meicirculaire 2022 zijn compensaties voor nieuwe taken en taakreducties opgenomen. In laatste geval gaat het dan om een korting op het gemeentefonds die betrekking heeft op maatregelen die leiden tot lagere kosten of extra opbrengsten in de gemeentelijke begroting. Voor posten onder € 50.000 is het uitgangspunt dat deze taakreducties opgevangen kunnen worden binnen de begroting. Deze middelen vallen vrij ten gunste van het begrotingssaldo. Dividend aandelen RWM Conform de berichtgeving vanuit RWM afval en reiniging wordt in 2022 incidenteel dividend uitgekeerd. Dit leidt tot een voordelige bijstelling van het budget in 2022 met € 0,14 mln. BsGW (WOZ-ontwikkeling) De BsGW heeft voor de OZB niet-woningen 2021 en 2022 een prognosewijziging afgegeven. Het betreft € 0,5 mln. voor 2021 en € 1,4 mln. voor 2022. Na correctie voor het Gemeentefonds leidt dit per saldo tot een extra opbrengst van € 1,8 mln. Na afgifte van de prognose WOZ-waarde in oktober voorafgaand aan een jaar stopt het waarderingsproces niet, dit loopt door tot eind januari van het betreffende jaar. Deze meeropbrengst wordt grotendeels veroorzaakt door waardebijstellingen gebaseerd op ontwikkelingen bij diverse specifieke objecten met een groot financieel belang.
Deze objecten hebben allemaal hun eigen specifieke taxatiemethode en waardeontwikkeling, waarbij gedurende het waarderingsproces BsGW, hierbij ook afhankelijk is van de benodigde informatie uit externe bronnen. Lokale lasten indexering Dit betreft de indexering van de OZB inkomsten uit woningen en niet-woningen op basis van het loon- en prijspeil (3,12%) voor 2023. Afval en riool De uitwerking van de belastingmaatregelen 2023 resulteert (vooralsnog) in een structureel voordeel van € 0,27 mln. De kosten van RWM zijn gestegen, hetgeen tot uiting komt in de ontwikkeling van het tarief. Deze hogere kosten leidt tot een hoger bedrag aan verhaalbare BTW, hetgeen ten gunste van de algemene middelen komt.
19
De vaststelling van de belastingmaatregelen 2023, inclusief de ontwikkeling van de tarieven voor afval en riool is geagendeerd voor de raadsvergadering van 15 december 2022. Bijdrage GGU VNG In 2018 zijn gemeenten gestart met de Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU) waarbij er grote maatschappelijke en organisatorische opgaven gezamenlijk worden aangepakt. Dit wordt gefinancierd middels een bijdrage (per inwoner) vanuit de gemeenten richting de VNG. De bijdrage was in 2021 € 2,55 per inwoner en is gestegen in 2022 naar € 3,14 en in 2023 naar € 3,33. De stijging is enerzijds het gevolg van jaarlijkse indexatie, meer structurele diensten en extra proposities op het gebied van WMO en Jeugdwet, Infectieziektebestrijding, Crisisbeheersing en het Klimaatakkoord. Posten < € 50.000 Dit betreft een aantal kleinere bijstellingen (bedragen < € 50.000). Deze bijstellingen kunt u in de programmabegroting op de programmabladen teruglezen. (Beleids)keuzes In onderstaande tabel zijn de (beleids)keuzes op een rij gezet. Aansluitend lichten wij de posten toe. Tabel – (beleids)keuzes bedragen x €1.000
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
(beleids)keuzes Incidentele middelen voor duurzaamheid
-300
Inzet POK-middelen 2022
400
Bijdrage OLS
-150
Wet open overheid (Woo)
-172
-192
-211
-230
-230
Meicirculaire (middelen Woo)
172
192
211
230
230
Saldo (Beleids)keuzes
-150
100
-
-
-
Incidentele middelen voor duurzaamheid Als aanvulling op het structureel (werk)budget van € 79.000 en de incidentele middelen in de reserve Dubbel Duurzaam ad € 0,45 mln. stellen we voor in 2023 eenmalig € 0,30 mln. op te nemen als impuls voor duurzaamheidsmaatregelen. Dit stelt ons in staat pro-actiever beleid te formuleren en uit te voeren. Tevens zijn we in staat te voldoen aan deelnameverplichtingen in RES Zuid-Limburg en het ontwikkelpad Circulaire Samenleving. Daarnaast zetten we in op het verbeteren van de continuïteit, het uitbreiden van acties gericht op gedragsverandering/ ”van buiten naar binnen werken”. Het structureel opnemen van extra middelen voor duurzaamheid nemen we mee in de integrale afweging bij de kadernota 2023. Inzet POK-middelen 2022 In de decembercirculaire 2021 zijn extra rijksmiddelen toegekend voor het versterken van de uitvoering met als specifiek doel om het vertrouwen van de burgers in het handelen van de overheid te verbeteren. De middelen zijn toegekend voor de periode 2021-2027. Een uitvoeringsvoorstel is in voorbereiding voor de inzet van deze toegekende middelen. Wij stellen voor de reeds ontvangen gelden over 2021 in te zetten ten gunste van algemene middelen Bijdrage Oud Limburgs Schuttersfeest (OLS) Dit voorstel heeft betrekking op het reserveren van middelen voor de organisatie van het OLS 2023 in Born.
Momenteel werken de werkgroepen van het OLS (deel)begrotingen uit. In afwachting van deze uitwerking
20
stellen wij voor een bedrag van € 0,15 mln. te reserveren voor te maken gemeentelijke kosten rondom de facilitering van dit evenement. Wet open overheid (Woo) Per 1 mei 2022 heeft de Wet open overheid (Woo) de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen. De wet is per 1 mei gedeeltelijk in werking getreden. De rest van de wet staat gepland om vanaf 1 januari 2023 in werking te treden. Per 1 mei 2022 passief openbaar maken en vanaf 1 januari 2023 actief openbaar maken. Met passieve publicatie wordt bedoeld dat documenten op verzoek beschikbaar worden gesteld. Dit komt in grote mate overeen met de vereisten uit de voormalige Wet openbaarheid van bestuur. Met actief openbaar maken wordt bedoeld dat documenten op voorhand al door de gemeente worden gepubliceerd via het Platform Open Overheidsinformatie (hierna: PLOOI). Hierop wordt onze informatiehuishouding de komende jaren ingericht. De geest van deze nieuwe wet is dan ook een meer transparante overheid met een goede communicatie richting de burger. Het goed implementeren van deze nieuwe wet in onze organisatie is geheel in lijn met de uitvoeringsafspraken uit het coalitieakkoord en onze Toekomstvisie. We werken steeds meer van buiten naar binnen en werken aan het vertrouwen van onze burgers. We willen hen graag zo goed mogelijk van informatie kunnen voorzien.
Voor de implementatie en borging van deze nieuwe wetgeving is budget ter beschikking gesteld via de meicirculaire waarmee we onze processen en dienstverlening gaan verbeteren. Structureel begrotingsevenwicht Uit de actualisatie van het begrotingsbeeld blijkt dat we in de jaarschijf 2023 een tekort hebben van € 0,12 mln., gevolgd door overschotten in 2024 en 2025 van € 5,43 mln. respectievelijk € 8,62 mln. Het tekort in het ‘ravijnjaar’ 2026 bedraagt € 8,34 mln. Bij het onderdeel ‘Bestemming begrotingssaldi’ gaan we verder in op de bestemming van de voor- en nadelige saldi. Aanvullend moeten we op basis van onze eigen uitgangspunten en de eisen vanuit het provinciaal toezicht onze begroting en meerjarenraming ook structureel in evenwicht hebben. Dit betekent dat de structurele baten voldoende moeten zijn om onze structurele lasten te dekken. Onderstaand brengen we op basis van de actuele begrotingssaldi de ontwikkeling van de structurele begrotingssaldi in beeld. Om het structureel saldo te berekenen worden de incidentele posten uit het begrotingssaldo geëlimineerd. Dit betekent dat we de incidentele baten negatief respectievelijk de incidentele lasten positief op het begrotingssaldo corrigeren. Tabel: structureel begrotingsevenwicht
2023
bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
STRUCTUREEL EVENWICHT Saldo baten en lasten, exclusief mutaties in reserves
-246
7.052
10.425
-6.593
Toevoeging en onttrekkingen aan reserves
129
-1.620
-1.801
-1.749
Begrotingssaldo voor bestemming Correctie incidentele posten
-118
5.431
8.623
-8.341
- incidentele baten
-9.964
-4.903
-3.358
-2.025
- incidentele lasten
10.170
5.449
3.487
1.955
208
5.978
8.753
-8.412
Structurele begrotingssaldi
Uit bovenstaande tabel blijkt dat het structureel evenwicht in onze begroting tot en met 2025 is geborgd. Het structureel begrotingssaldo is in 2023 € 0,21 mln. voordelig en loopt op tot een voordelig structureel saldo van € 8,75 mln. in 2025. In het ravijnjaar 2026 is het structureel saldo € 8,41 nadelig. In dit verband merken wij nog op dat in de Miljoenennota voor 2023 en 2026 extra middelen in het gemeentefonds zijn aangekondigd. Op basis van de septembercirculaire kunnen wij het effect voor onze begroting in beeld brengen. Duidelijk is dat dit een positief effect zal hebben op het structureel evenwicht in jaarschijf 2023 en meerjarenraming..
21
Voor een gedetailleerde specificatie van de incidentele baten en lasten verwijzen wij naar paragraaf 6.4 Overzicht incidentele baten en lasten. In paragraaf 6.5 Structureel evenwicht is de opbouw van de begrotingssaldi per programma weergegeven. Zoals in paragraaf 2.1 aangegeven heeft het nadelig structureel saldo geen invloed op de uitspraak voor het begrotingstoezicht. Bestemming begrotingssaldi In onderstaande tabel zijn de saldi naar aanleiding van de actualisatie van het begrotingsbeeld opgenomen. Tabel: resultaatbestemming 2022 Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
-4.557
-1.267
-1.307
-337
-337
- Autonome ontwikkelingen
3.802
1.049
6.738
8.960
-8.004
- (Beleids)keuzes
-150
100
-
-
-
SALDI BIJGESTELD BEGROTINGSBEELD
-905
-118
5.431
8.623
-8.341
Inzet jaarrekeningresultaat 2021
905
118
0
0
5.431
8.623
-8.341
bedragen x €1.000
Begroting 2022 RESULTAATBESTEMMING
Resultaat 2de rapportage 2022
Verkenning ontwikkeling begrotingsbeeld:
ACTUELE BEGROTINGSSALDI
Dekking incidentele tekorten jaarschijven 2022 en 2023 Wij stellen voor de jaarschijven 2022 en 2023 sluitend te maken met de inzet van middelen uit de algemene reserve (voordelig jaarrekeningresultaat 2021) van € 0,91 mln. in 2022 respectievelijk € 0,12 mln. in 2023. Wij sluiten hiermee aan op de besluitvorming over de 2de rapportage 2022, waarbij voor dekking van het tekort in 2022 een relatie is gelegd met het jaarrekeningresultaat 2021. Het tekort in het ‘ravijnjaar’ 2026 kan nu niet met structurele maatregelen worden gedekt. Voor structurele financiële ruimte zijn we in afwachting van de uitkomsten uit de septembercirculaire. De financiële gevolgen hiervan verwerken we conform het raadsbesluit over de P&C-cyclus 2022 in de 4de rapportage 2022. Daarnaast zijn we in afwachting van de eerder door de Minister van BZK aangekondigde contourennota. Eerder heeft de minister aangekondigd dat in deze nota onder andere in wordt gegaan op de verruiming van het lokaal belastinggebied en onderzoek naar een stabielere financieringssystematiek. Ravijnjaar 2026 We stellen voor af te zien van het inzetten van het overschot uit 2025 om de jaarschijf 2026 incidenteel sluitend te maken.