CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Overzicht gewijzigde en toegevoegde artikelen in APV S-G (21e wijziging)

Raad 19 mei 2022, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Periodieke wijziging APV Sittard-Geleen (eenentwintigste wijziging) (Verheijen) (39)3.240 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht van gewijzigde en toegevoegde artikelen in APV Sittard-Geleen, versie 2022.1 (21e wijziging) Wijzigingen en toevoegingen zijn in onderstaande tekst vet gedrukt en cursief weergegeven. Het overgrote deel van de wijzigingen is tekstueel of wetstechnisch van aard. Hoofdstuk 2

Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu

Afdeling 1

Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden

Artikel 2:1a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties (vervallen) 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Toelichting Naar aanleiding van de vele civiele ontbindingen en verbodenverklaringen van OMG’s is in april 2020 (conform de APV van andere gemeenten) artikel 2.1a in de APV opgenomen. De Hoge Raad heeft echter op 24 december 2021 een arrest gewezen waaruit volgt dat gemeenten dit artikel uit hun APV’s dienen te verwijderen. Het artikel beperkt immers het recht op vrijheid van meningsuiting en dit recht mag alleen worden beperkt door een wet die is aangenomen door de Eerste en Tweede Kamer. Een gemeentelijke APV mag dit recht niet beperken en mag dus niet verbieden dat in het openbaar hesjes van verboden clubs worden gedragen. Gemeenten moeten dit artikel uit de APV verwijderen. De APV Sittard-Geleen kent ook een APV-artikel dat ziet op ordeverstoringen bij evenementen (artikel 2:26a).

Dit artikel bevatte in het derde en vierde lid een gelijkluidende tekst als artikel 2:1a. Het derde en vierde lid van artikel 2:26a vervallen eveneens. Afdeling 2

Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen

Artikel 2:11 1.

2. 3. 4.

5.

(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke werkzaamheden worden verricht. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening Wegenverordening provincie Limburg 2008, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Sittard-Geleen 2022. Op de aanvraag om een vergunning, bedoeld in het eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Toelichting 1

In artikel 2:11, vierde lid, wordt na ‘de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,’ de ‘provinciale wegenverordening’ vervangen door de ‘Wegenverordening provincie Limburg 2008’ en na ‘de Waterschapskeur’ de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde ‘Telecommunicatieverordening’ vervangen door ‘Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Sittard-Geleen 2022’, conform model-APV van de VNG. Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder een vergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg zonder schriftelijke vergunning van het college van B&W. 2. In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd Het college kan weigeren vergunning te geven voor het maken of veranderen van de uitweg in het belang van: a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. de bescherming van groenvoorziening in de gemeente; e. strijdigheid met het bestemmingsplan; of f. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten. 3. De vergunning vervalt indien de rechthebbende binnen een jaar na verlening van de vergunning geen opdracht heeft gegeven tot het aanleggen van de uitweg dan wel het veranderen van een bestaande uitweg. 4.

Het eerste lid is alleen van toepassing voor wegen waarvan de gemeente rechthebbende is en geldt niet indien reeds daarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement de Wegenverordening provincie Limburg 2008. 5. De uitvoering van de aanleg of wijziging van de uitweg dient plaats te vinden door of vanwege de gemeente. Toelichting In artikel 2:12, vierde lid, wordt na ‘de Waterschapskeur of’ ‘het Provinciaal wegenreglement’ vervangen door ‘de Wegenverordening provincie Limburg 2008’ conform model-APV van de VNG. Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp (vervallen) 1. Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,5 meter boven dat gedeelte van de weg. 2 Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn aangebracht. 3. Daar waar schrikdraden van een weg af aangeraakt kunnen worden, dienen voldoende waarschuwingsborden aangebracht te worden. 4.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. 5. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Toelichting In de model-APV is het artikel waarin een vergunningsplicht was opgenomen voor het plaatsen van voorwerpen op de weg in strijd met de bestemming ervan (artikel 2:10.) vervangen door een algemene regel waarin dit wordt verboden wanneer het gevaar of hinder oplevert, of het normale gebruik van de weg hindert. Daarmee vervalt de noodzaak van het oude artikel.

2

Afdeling 3

Evenementen

Artikel 2:26a Evenementen 1. Het is verboden bij evenementen onnodig op te dringen, door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden of wanordelijkheden te veroorzaken. 2. Het is verboden bij evenementen messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of veiligheid in gevaar komt of kan komen. 3. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 4. Het verbod van lid 3 geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. 5. 3. Een ieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen. Toelichting Het derde en vierde lid van artikel 2:26a vervallen i.v.m. het vervallen van artikel 2:1a. Zie de toelichting bij artikel 2:1a. Artikel 2:26a vijfde lid wordt vernummerd tot derde lid. Afdeling 8

Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade

Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke 1. Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist. 2. Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale wegenverordening Wegenverordening provincie Limburg 2008. Toelichting In artikel 2:46, tweede lid, wordt na ‘de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of” ‘de provinciale wegenverordening’ vervangen door ‘de Wegenverordening provincie Limburg 2008’ conform modelAPV van de VNG. Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is; b. op voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte speelplekken, speelweiden, sportveldjes of sportvelden of in zandbakken of op andere door het college aangewezen plaatsen; c. op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk (tatoeage of chip) dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2.

De verboden genoemd in het eerste lid, aanhef en onder a en b zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. 3. Het college kan plaatsen (hondenspeelweiden en losloopgebieden) aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid aanhef en onder a niet geldt.

3

Afdeling 12

Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester

Artikel 2:79a Sluiting voor publiek toegankelijk gebouw, inrichting of ruimte 1. De burgemeester kan de sluiting bevelen van een voor publiek toegankelijk gebouw, inrichting of ruimte als daar: a. is gehandeld in strijd met artikel 1 van de Wet op de kansspelen; b. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen; c. discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook; d. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend of e. zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van het gebouw, de inrichting of de ruimte ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde. 2. De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen. 3. De burgemeester draagt zorg voor het aanbrengen van het bevel tot sluiting bij de toegang van het gebouw, de inrichting of de ruimte, of in de directe nabijheid daarvan. 4. De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht. 5. Het is verboden een gebouw, inrichting of ruimte te betreden waarvan de sluiting is bevolen. 6.

Het is de rechthebbende verboden zonder toestemming van de burgemeester bezoekers toe te laten of zelf het gebouw, de inrichting of de ruimte te betreden. 7. Het derde, vierde, vijfde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing als de burgemeester krachtens artikel 174a van de Gemeentewet of artikel 13b van de Opiumwet heeft besloten tot sluiting van een woning, een lokaal of een bij de woning of dat lokaal behorend erf. Toelichting Het artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid om in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid een gehele of gedeeltelijke sluiting te bevelen van een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde en horeca-inrichting of seksinrichting (bijvoorbeeld een garage of winkel). De redenen om te sluiten zijn onder meer discriminatie, heling, aanwezigheid van wapens en het faciliteren van strafbare feiten (bijvoorbeeld drugshandel of witwassen). Het artikel dient als extra instrument in de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Hoofdstuk 3

Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.

Afdeling 2

Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke

Artikel 3:8a 1. 2.

3.

Leeftijd en verblijfstitel prostitué(e)s; verbod werken voor onvergunde seksinrichting Prostitutie vindt uitsluitend plaats door een prostitué(e) die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. Het is een exploitant verboden een prostitué(e) voor of bij zich te laten werken die: a. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt; b. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000. Het is een prostitué(e) verboden: a. te handelen in strijd met het eerste lid; b. werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een seksinrichting is verleend.

Toelichting Naar aanleiding van controles op mensenhandel, in het bijzonder in de prostitutiebranche, kan worden geconcludeerd dat het zeer wenselijk is om als gemeente te beschikken over 4

instrumentarium gericht op bescherming van – jeugdige – prostitué(e)s om meer te kunnen doen tegen misbruik. Omdat de behandeling van het wetsvoorstel regulering sekswerk, dat op dit thema ziet, stilligt, worden in afwachting van de inwerkingtreding van de Wet regulering sekswerk, toch alvast lokaal enkele zaken geregeld. Dit gebeurt door de artikel 3:8a en 3:16 in de APV op te nemen. Afdeling 5

Verbodsbepalingen

Artikel 3:16 Verbodsbepalingen klanten 1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een prostitué(e) van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij/zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een seksinrichting is verleend. 2. Het is verboden op of aan de weg of op of aan een andere openbare plaats gebruik te maken van de diensten van een prostitué(e). Hoofdstuk 5

Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente

Afdeling 6

Openbaar water en waterstaatswerken

Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college. 3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. 4. Van de melding wordt kennis gegeven in het elektronisch gemeenteblad op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, de Provinciale provinciale vaarwegenverordening of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

Toelichting In artikel 5:24, vierde lid, is ‘in het elektronisch gemeenteblad’ vervangen door ‘op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking’. In artikel 5:24, vijfde lid, is de citeertitel van ‘de provinciale vaarwegenverordening’ gecorrigeerd. Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen 1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of de provinciale landschapsverordening. 5

4. 5.

Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

Toelichting In artikel 5:25, derde lid, is de citeertitel van ‘de provinciale vaarwegenverordening’ gecorrigeerd. Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale provinciale vaarwegenverordening. Toelichting In artikel 5:28, tweede lid, is de citeertitel van ‘de provinciale vaarwegenverordening’ gecorrigeerd. Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale provinciale vaarwegenverordening. Toelichting In artikel 5:30, tweede lid, is de citeertitel van ‘de provinciale vaarwegenverordening’ gecorrigeerd. Afdeling 8

Vuurverbod

Artikel 5:34 1. 2.

3. 4. 5.

Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. Het verbod geldt niet voorzover het betreft: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand en voorzover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert; c. vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.

Artikel 5:40 Plaatsen van naam- en nummerborden (vervallen) 1. Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of buurtaanduiding, borden met straatnamen, huisnummerborden, huisnummerverzamelborden en verwijsaanduidingen aan een bouwwerk, een gebouw, een muur, paal, schutting of andere soort terreinafscheiding worden 6

2. 3.

aangebracht, is de rechthebbende verplicht toe te laten dat de hier bedoelde borden vanwege of op verzoek en overeenkomstig de aanwijzingen van het college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. de rechthebbende dient er voor zorg te dragen dat naamborden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar zijn. Het college geeft tevoren schriftelijk kennis aan de rechthebbende als bedoeld in het eerste lid van hun voornemen over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van straatnaamborden, daarbij behorende onderschriften daaronder begrepen, huisnummers en wijkaanduidingen.

Artikel 5:41 Verwijdering e.d. aanduidingen (vervallen) 1. Het is verboden enige aanduiding als bedoeld in artikel 5:40, eerste lid, te verwijderen, wijzigen, beschadigen, verplaatsen of onleesbaar te maken. 2. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. 3. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor de rechthebbende op een bouwwerk die met inachtneming van het door het college vastgestelde huisnummer de aanduiding hiervan in afwijkende vorm wenst aan te brengen. Het college kan ter zake nadere regels stellen. 4. De rechthebbende dient er voor zorg te dragen dat naam- en nummerborden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar zijn.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=b3d6f6ce-3bcc-4afc-9d93-9fe6863374df