CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Jaarstukken 2021 GR KBL

Raad 19 mei 2022, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Jaarstukken 2021, 1e begrotingswijziging 2022 en Meerjarenbegroting 2023 e.v. gemeenschappelijke regeling Kredietbank Limburg (Geilen) (33)20.045 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Mocht KBL noch via een schuldbemiddeling, noch via een saneringskrediet een akkoord met de schuldeisers weten te bereiken voor de klant, dan kan een verzoek voor toelating tot de wettelijke schuldsanering (WSNP) worden ingediend. Door de inzet van het saneringskrediet is dit echter steeds minder noodzakelijk. Daarnaast hebben wij in samenwerking met gemeente Sittard-Geleen als pilot het aantal gespreksmomenten met de klant tijdens de schuldregeling geïntensiveerd. Doel van deze pilot “Verduurzaming” is door meer tijd en aandacht voor klanten te hebben, te werken aan de stressreductie van klanten en mede daarmee de uitval van klanten tijdens een traject verminderen en hen beter voor te bereiden op een mogelijke gang naar de WSNP.

27

In 2021 zijn 952 trajecten schuldregeling gestart en 1.310 beëindigd. Een aantal trajecten gestart in 2021 zijn nog in behandeling. Aanvragen schuldregeling Aantal aanvragen Aantal beëindigingen

2021

2020

2019

952

1.088

1.014

1.310

1.233

1.009

In 2021 zijn er in totaal 758 minnelijke voorstellen geaccepteerd waarvan in 505 gevallen een akkoord via een saneringskrediet is bereikt. In 253 gevallen is een akkoord via een schuldbemiddeling bereikt. Geaccepteerde schuldregelingen

2021

2020

2019

Saneringskrediet

505

494

151

Schuldbemiddeling

253

336

493

Totalen

758

830

644

Uit het overzicht blijkt dat de saneringskredieten steeds vaker worden ingezet als instrument van schuldhulpverlening. Door KBL zijn over 2021 de volgende bedragen gerealiseerd: Schuldenaanpak

Realisatie

Realisatie

Verschil

2021

2020

Brunssum

75.715

81.840

6.125-

Heerlen

687.895

486.111

201.784

Kerkrade

266.000

400.179

134.179-

Landgraaf

111.055

125.085

14.030-

Maastricht

679.440

940.881

261.441-

Sittard-Geleen

634.030

581.715

52.315

Niet GR

465.840

540.289

74.449-

Klanten

271.244

306.776

35.531-

Totaal

3.191.219

3.462.876

271.656-

WSNP-VERKLARINGEN Zoals bij het onderdeel Schuldenaanpak al is opgemerkt spant KBL zich in om zoveel als mogelijk minnelijk tot een akkoord met de schuldeisers van een klant te komen, mits dit de duurzame oplossing voor de schuldenproblematiek van de klant dient. Het stemt tot tevredenheid dat dit in steeds meer gevallen slaagt. Mocht echter geen akkoord met de schuldeisers worden bereikt, dan mag een verzoek voor toelating tot de wettelijke schuldsanering (WSNP) bij de Rechtbank worden ingediend. Bij toelating tot de WSNP wordt voor de klant een bewindvoerder WSNP aangewezen. Deze WSNP-trajecten vinden buiten KBL plaats waarbij in sommige gevallen wel het inkomensbeheer bij KBL plaatsvindt. Een WSNP-zitting bij de Rechtbank is spannend en brengt de nodige stress mee voor klanten. Het is daarom dat KBL klanten zoveel als mogelijk tijdens de WSNP-zitting wil bijstaan. Ook zijn we met speciale voorlichtingen klanten aan het voorbereiden op deze zittingen. Ter zitting kunnen vragen worden beantwoord over het minnelijk voorstel en de ervaringen met de klant gedurende de periode om tot een minnelijk akkoord te komen. Nadrukkelijk dient te worden opgemerkt dat een aanvraag voor toelating tot de WSNP geen “mislukt” minnelijk traject is. Zonder een gedegen poging om minnelijk tot een akkoord met schuldeisers te komen kan er in beginsel geen toelating tot de WSNP worden aangevraagd.

Ook zijn er situaties waarbij er geen overzicht te krijgen is in alle schuldeisers en is het risico dat een nieuwe schuldeisers zich met het recht om 100% te innen in een minnelijk traject meldt te groot.

28

Jaarrekening | 2021

Het voordeel van een WSNP is dat in die gevallen alle schulden die ontstaan zijn voor de zitting van het WSNP-verzoek in het traject vallen, ook als deze schuldeisers op de dag van de zitting nog niet bekend waren bij de schuldhulpverlening. In dit kader verwijzen we naar de pilot “Verduurzaming” die in 2021 in samenwerking met gemeente Sittard-Geleen heeft plaatsgevonden. Naast de extra tijd en aandacht gedurende de schuldregeling wordt ook de gang naar de WSNP intensiever begeleid. Zo vindt vóór de WSNP-zitting al een gesprek plaats met een bewindvoerder WSNP en wordt de WSNP-zitting bij de Rechtbank intensief voorbesproken en middels videofragmenten toegelicht. Tijdens de zitting is een medewerker van KBL aanwezig om de klant te begeleiden. Na toelating tot de WSNP blijft een medewerker van KBL-aanspreekpunt voor de klant zodat ook daar ondersteuning plaatsvindt. Hiermee beogen we zorgen en stress bij de klant te reduceren en uitval tijdens een WSNP-traject te reduceren. Onderstaand een overzicht van de afgifte WSNP-verklaringen in 2021: Afgifte Wsnp-verklaringen Met minnelijk traject Zonder minnelijk traject Totaal

GR

Niet GR

Totaal

Totaal

2021

2021

2021

2020

161

30

191

116

1

0

1

7

162

30

192

123

In 2021 zijn 192 WSNP-verzoekschriften door de KBL afgegeven. In 1 geval is dat gebeurd zonder een minnelijk traject via KBL.

29

KERNGEGEVENS Inwoners

per 1 jan

per 1 jan

aantal

2021

2020

Brunssum

27.670

27.821

Heerlen

86.936

87.086

Kerkrade

45.442

45.749

Landgraaf

37.262

37.445

Maastricht

120.227

121.575

Sittard-Geleen

92.429

92.429

409.966

412.105

Totaal

30

Jaarrekening | 2021

Jaarrekening 2021 BALANS PER 31 DECEMBER 2021 (NA RESULTAATBESTEMMING) 2021

2020

ACTIVA Vaste Activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut 0

0

Machines, apparaten en installaties

Gebouwen

215.983

236.733

Totaal materiële vaste activa met economisch nut

215.983

236.732

Totaal vaste activa

215.983

236.732

4.214.087

3.374.249

Financiële vaste activa Kredieten Vlottende activa Uitzettingen

1.499.817

1.401.937

Liquide Middelen

7.004.801

9.376.763

Overlopende activa

90.336

87.081

Totaal vlottende activa

8.594.954

10.865.780

Totaal

13.025.023

14.476.761

PASSIVA Vaste Passiva 0

0

Resultaat vóór verliesverrekening

Eigen vermogen

-78.141

-130.495

Bijdrage GR-gem. in exploitatieres.

78.141

130.495

Eigen vermogen ult. verslagperiode

0

0

Voorzieningen

43.000

54.000

Vaste schulden

615.611

615.611

Totaal vaste passiva

658.611

669.611

Vlottende passiva Netto vlottende schulden Overlopende passiva

13.671.759

12.036.939 329.473

135.391

Totaal vlottende passiva

12.366.412

13.807.150

Totaal

13.025.023

14.476.761

31

OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN 2021 Realisatie 2021

Begroting 2021 na wijziging

Begroting primair 2021

Realisatie 2020

416.076 55.676 471.752

326.000 100.000 426.000

329.000 50.000 379.000

337.608 68.598 406.206

1.438.313

1.487.000

1.339.000

1.243.305

212.500

217.000

220.000

216.396

1.317.219 445.002 1.840.595 3.602.817

1.336.000 376.000 2.123.000 3.835.000

1.443.000 456.000 2.347.000 4.246.000

1.409.181 230.167 1.961.044 3.600.392

4.007.723

4.064.000

4.099.000

3.918.336

-

-

-

-

175.833

30.000

30.000

20.154

270.904 21.152249.751

252.000 1.000251.000

259.000 1.000258.000

249.358 297249.061

Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieres.

78.141

-

-

130.495

Deelname GR-gem. in voorz. kredport.

8.315

75.000

75.000

24.438-

10.245.145

10.385.000

10.646.000

9.759.907

8.203.421 24.960 221.491 47.772 82.908 247.290 1.079.921 329.067 8.315 -

8.021.000 51.000 250.000 63.000 83.000 252.000 1.129.000 385.000 75.000 76.000

8.423.000 51.000 56.000 63.000 94.000 262.000 1.049.000 419.000 75.000 154.000

7.647.566 79.491 347.990 62.835 52.343 247.297 1.031.985 314.839 24.438-

10.245.145

10.385.000

10.646.000

9.759.907

0

0

0

0

Preventie, vroegsignalering en educatie Preventieprojecten subtotaal Instroom en diagnose Sociale kredietverstrekking (intake) Inkomensbeheer en ondersteuning: Budgetbeheer BBR-Maatwerk Bewindvoering subtotaal Schuldenaanpak Nazorg Overige bedrijfsopbrengsten Rentemarge Renteopbrengsten Rentekosten Rentemarge

Totale baten Lasten: Salarissen WW-uitkeringen Inhuur medewerkers Overige personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Bureau/administratielasten Beheerslasten Mutatie voorziening kredietport. Onvoorzien Totale lasten Gerealiseerd resultaat

32

Jaarrekening | 2021

TOELICHTINGEN: GRONDSLAGEN VOOR DE WAARDERING VAN ACTIVA EN PASSIVA EN DE RESULTAATBEPALING INLEIDING De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten daarvoor geeft. De terminologie die in deze jaarrekening voor de posten in de balans en in de staat van baten en lasten wordt gehanteerd, wijkt op enkele onderdelen af van het voorgeschreven jaarrekeningmodel volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Wij zijn echter van mening dat deze afwijkende terminologie het inzicht voor de gebruikers in de jaarrekening van KBL ten goede komt omdat hiermee meer recht wordt gedaan aan de verantwoording over de specifieke activiteiten van KBL op het gebied van schuldhulpverlening, budgetbeheer, beschermingsbewind en sociale kredietverlening. ALGEMENE GRONDSLAGEN VOOR HET OPSTELLEN VAN DE JAARREKENING De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.

Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Met ingang van 1 januari 2016 is KBL belastingplichtig in het kader van de wet Vennootschapsbelasting. Ultimo 2016 is met de Belastingdienst overleg geweest over de fiscale status van de activiteiten van KBL.

Dit zal naar verwachting ertoe leiden dat geen van de activiteiten van KBL belast zullen worden in het kader van de vennootschapsbelasting. ALGEMEEN Deze jaarrekening heeft betrekking op de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021. Alle bedragen luiden in euro’s, tenzij anders vermeld. MATERIËLE VASTE ACTIVA MET ECONOMISCH NUT Overige investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het boekjaar volgend op ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut wordt niet afgeschreven (niet van toepassing). Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren: Verbouwing Automatisering: Hardware en software Mobiele telefoons Inventaris en inrichting

15 jaar 3-4 jaar 2 jaar 4-10 jaar

Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd, indien zij de gebruiksduur van het object verlengen.

33

KREDIETEN Kredieten worden gewaardeerd op de nominale waarde, waarbij v.w.b. de integrale kredietportefeuille een voorziening is gevormd voor verwachte oninbaarheid van de kredieten. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van een evaluatie van de volwaardigheid van de per ultimo van een jaar openstaande kredieten. Hieronder zijn begrepen de vorderingen op klanten. UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN 1 JAAR Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van een evaluatie van de volwaardigheid van de per ultimo van een jaar openstaande vorderingen. De spaartegoeden van klanten die onder bewindvoering staan, worden in de jaarrekening onder de vlottende activa opgenomen. Onder de netto vlottende schulden is de terugbetalingsverplichting van deze tegoeden aan de klanten opgenomen. Terugbetaling vindt plaats op het moment dat bewindvoering is komen te vervallen. LIQUIDE MIDDELEN De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. OVERLOPENDE ACTIVA De overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. VOORZIENINGEN In 2021 is een voorziening WW-verplichting gevormd. KBL is eigenrisicodrager voor WW-uitkeringen van voormalige medewerkers.

Deze voorziening wordt gewaardeerd op het voorzienbare verlies. VASTE SCHULDEN Onder de vaste schulden zijn begrepen de achtergestelde leningen die, in overeenstemming met de bepalingen bij de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling (GR), door zowel de aan de GR deelnemende gemeenten als de uittredende GO-gemeenten gestort zijn. Deze achtergestelde leningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. NETTO VLOTTENDE SCHULDEN De netto vlottende schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Onder de netto vlottende schulden is de post ‘crediteuren klanten’ opgenomen. Deze schulden worden tegen de nominale waarde opgenomen en hebben betrekking op verschuldigde bedragen aan crediteuren van klanten van KBL. Verantwoording van deze schulden vindt deels plaats bij ontvangst van de factuur en deels op basis van onderliggende budgetplannen. Onder de liquide middelen zijn bankrekeningen opgenomen waarop de gelden van de klanten ontvangen worden. Deze bankrekening wordt gebruikt voor de betaling van de verschuldigde bedragen aan crediteuren van klanten van KBL. Ook zijn opgenomen de schulden aan leveranciers en handelskredieten en het banksaldo van de eigen middelen van KBL. OVERLOPENDE PASSIVA De overlopende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. KASSTROOMOVERZICHT Het kasstroomoverzicht is opgesteld conform de indirecte methode.

Het kasstroomoverzicht bevat tevens de mutaties van middelen die door KBL beheerd worden ten behoeve van de klanten. GEBRUIK VAN SCHATTINGEN Bij het opstellen van de jaarrekening dient de directie, in overeenstemming met algemeen geldende grondslagen, bepaalde schattingen en veronderstellingen te doen die medebepalend zijn voor de opgenomen bedragen. De feitelijke resultaten kunnen van deze schattingen afwijken. COVID-19 Het COVID-19 (Corona) virus heeft geen financiële gevolgen voor de jaarrekening 2021, maar naar verwachting wel voor veel beleidsterreinen van onze begroting 2022 en mogelijk voor de jaren daarna. Hoe groot de financiële impact zal zijn is nu onmogelijk te bepalen. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren.

34

Jaarrekening | 2021

TOELICHTING OP DE BALANS Materiële vaste activa met economisch nut

2021

2020

€ 215.983

€ 236.732

Het verloop van de materiële vaste activa is als volgt weer te geven: Verbouwingen

Automatisering

Inventaris

Totaal

(incl. telefonie) Stand per 1 januari 2021 Aanschafwaarde

2.043.677

3.150.282

1.020.207

6.214.166

Cumulatieve afschrijvingen

2.043.677

2.930.347

1.003.409

5.977.433

-

219.935

16.798

236.733

Investeringen

-

62.158

-

62.158

Desinvesteringen

-

-

-

-

Afschrijvingen

-

75.720

7.188

82.908

-

13.562 -

7.188 -

20.750 -

Boekwaarde Mutaties in 2021

Stand per 31 december 2021 Aanschafwaarde

2.043.677

3.212.440

1.020.207

6.276.325

Cumulatieve afschrijvingen

2.043.677 -

3.006.067 -

1.010.597 -

6.060.341 -

206.373

9.610

215.983

Boekwaarde

-

In 2021 hebben investeringen plaatsgevonden v.w.b. automatisering. Dit betreft hardware en telefonie. Investeringen worden lineair afgeschreven vanaf het boekjaar volgend op het boekjaar van investering. Verbouwingen worden afgeschreven in 15 jaar. Inventaris en inrichting wordt afgeschreven in 4 of 10 jaar. Automatisering (Hardware en implementaties) wordt afgeschreven in 3 of 4 jaar. Mobiele telefoons in 2 jaar. Kredieten

2021

2020

€ 4.214.087

€ 3.374.249

Persoonlijke leningen

4.242.500

3.406.740

Doorlopende kredieten

22.332

75.278

4.264.832

3.482.018

-50.746

-107.769

4.214.087

3.374.249

De samenstelling van de kredieten is als volgt:

Voorziening oninbare kredieten

35

Het verloop van de kredietportefeuille in 2021 blijkt uit onderstaande opstelling: Boekwaarde per 31-12-2020

3.482.018

Verstrekkingen

3.677.511

-/- aflossingen

-2.832.214

-/- afboekingen

-65.339

Correctie rente

2.856

Boekwaarde per 31-12-2021

4.264.832

Onderstaand is het verloop van de doorlopende kredieten en persoonlijke leningen van 2019 tot en met 2021 weergegeven: Persoonlijke

Doorlopende

Totale

leningen (PL)

kredieten (DK)

kredietportefeuille

2019

2.772.557

104.905

2.877.461

2020

3.406.740

75.278

3.482.018

2021

4.242.500

22.332

4.264.832

Er is bewust ingezet op de daling van de Doorlopende Kredieten, o.a. door oversluiting. De informatie uit de tabel is vertaald naar de volgende grafiek:

Ontwikkeling kredietportefeuille 5.000.000 4.500.000 4.000.000 3.500.000 3.000.000 2.500.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000 500.000 0

2020

2019 DK

PL

2021 Totaal

36

Jaarrekening | 2021

De verdeling van de leningportefeuille is als volgt: PL

DK

TOTAAL

aantal

bedrag

aantal

bedrag

Maastricht

644

1.163.965

-

-

1.163.965

Sittard Geleen

361

687.721

2

1.588

689.308

Heerlen

458

784.016

1

1.070

785.086

Kerkrade

247

470.019

1

4.769

474.787

Landgraaf

135

213.094

-

-

213.094

Brunssum

87

134.833

1

13.418

148.251

Totaal GR

1.932

3.453.648

5

20.845

3.474.492

Niet-GR

530

788.852

1

1.488

790.340

TOTAAL

2.462

4.242.500

6

22.332

4.264.832

De verdeling van de lening portefeuille over de GR-deelnemers is in de volgende grafiek inzichtelijk gemaakt.

Saldi PL & DK per 31-12-2021

Niet-GR, 19%

Maastricht, 27% Brunssum, 3%

Landgraaf, 5%

Kerkrade, 11% Sittard-Geleen, 16%

Heerlen, 18% Voorziening oninbare kredieten: Kredieten worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Op basis van een integrale beoordeling van de kredietportefeuille is gebleken dat een voorziening ter grootte van € 107.769 nodig is. Dit bedrag bestaat uit een gedeelte betreffende verstrekte kredieten vóór 2005 (€ 76.515) en een gedeelte betreffende kredieten vanaf 2005 (€ 31.254).

37

Onderstaand wordt het verloop van de voorzieningen over de periode vóór 2005 toegelicht. Voorziening kredieten van vóór 2005 ultimo 2020

76.515

Dotaties

7.445

Aanwendingen

-46.910

Vrijval

-1.676

Voorziening kredieten van vóór 2005 ultimo 2021

35.375

Bovengenoemde aanwendingen betreffen het afboeken van leningen. Deze afboekingen zijn te verdelen in grofweg vier categorieën: 1. De WSNP is na drie jaar afgelopen waardoor klant schuldenvrij is; 2. Klant komt te overlijden en de eventuele erfgenamen verwerpen de erfenis of de boedel is leeg; 3. Afgewikkelde schuldregelingen (ASR); 4. Klanten zijn vertrokken en onbekend is waarheen, de zogenaamde VOW-klanten; 5. Dossiers van klanten die terugkomen van de deurwaarder als gevolg van geen verhaal. In het volgend overzicht staat per gemeente aangegeven wat het bedrag van de afboekingen is geweest van haar inwoners, inclusief de vermelding van de categorie waarin de afboeking te plaatsen is. Dit betreft de afboekingen van leningen welke zijn verstrekt vóór 2005:

Gemeente

WSNP

Overlijden

ASR

Brunssum

VOW/Geen verhaal

Deurwaarder kost/rente/ geen verhaal

€ 5.119

Heerlen

€ 33.559

Landgraaf Sittard-Geleen

Totaal € 5.119

€ 1.003

€ 34.562

€ 4.384

€ 4.384

€ 756

€ 756

Overige

€ 2.089

€ 2.089

Totaal 2021

€0

€0

€ 34.316

€ 5.119

€ 7.475

€ 46.910

In procenten

0%

0,0%

73%

11%

16%

100%

Totaal 2020

€ 7.194

€ 3.977

€ 2.679

€ 20.126

€ 19.047

€ 53.022

In procenten

14%

7,5%

5%

38%

36%

100%

Onderstaand wordt het verloop van de voorzieningen over de periode vanaf 2005 toegelicht. Voorziening kredieten van vanaf 2005 ultimo 2020 Dotaties

31.254 4.222

Aanwendingen

-18.429

Vrijval

-1.676

Voorziening kredieten van vanaf 2005 ultimo 2021

15.370

De kredietportefeuille m.b.t. leningen welke zijn verstrekt vanaf 2005 kent in het algemeen een veel positiever verloop.

38

Jaarrekening | 2021

De verdeling van de categorieën afboekingen 2021 over de gemeenten is als volgt:

Gemeente

WSNP

Overlijden

Brunssum

€ 388

Heerlen

€ 3.506

ASR

VOW/Geen verhaal

Deurwaarder kost/rente/ geen verhaal

Totaal € 388

€ 1.038

€ 4.544

Kerkrade

€ 1.396

€ 1.396

Landgraaf

€ 2.163

€ 2.163

Maastricht

€ 980

Roermond Sittard-Geleen

€ 2.586

€ 3.566

€ 2.137

€ 2.137

€ 3.782

€ 452

€ 4.234

Totaal 2021

€-

€ 7.675,83

€ 7.129,20

€ 2.585,52

€ 1.038,12

€ 18.428,67

In procenten

0%

42%

39%

14%

6%

100%

Totaal 2020

€ 3.464

€ 6.398

€ 4.646

€ 31.044

€0

€ 45.553

In procenten

8%

14,0%

10%

68%

0%

100%

Uitzettingen

2021

2020

€ 1.499.817

€ 1.401.937

2021

2020

Vorderingen op openbare lichamen

892.697

657.609

Overige vorderingen

607.120

744.328

1.499.817

1.401.937

De uitzettingen bestaan uit:

Totaal Vorderingen op openbare lichamen

2021

2020

€ 892.697

€ 657.609

2021

2020

Deelname GR gemeenten in voorziening kredietport.

116.085

206.344

Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieresultaat

78.141

130.495

Diensten GR-gemeenten

360.352

241.940

Diensten Niet-GR gemeenten

338.120

78.830

Totaal

892.697

657.609

Het vorderingensaldo per 31 december 2021 bestaat uit: Omschrijving

De totale deelname van GR gemeenten in de voorziening kredietportefeuille bedraagt per 31 december 2021 € 116.085 en kan worden verdeeld over verstrekte kredieten van vóór 2005 € 82.285 en vanaf 2005 € 33.800.

39

Overige vorderingen

2021

2020

€ 607.120

€ 744.328

Dit betreffen de van klanten overgedragen liquiditeiten die KBL beheert in het kader van bewindvoering. Onder de kortlopende schulden is de terugbetalingsverplichting van deze tegoeden aan de klanten opgenomen (overige schulden). Liquide middelen

2021

2020

€ 7.004.801

€ 9.376.763

De liquide middelen per 31 december bestaan uit:

Kasmiddelen

2021

2020

1.296

1.856

Bankrekeningen

7.003.505

9.374.907

Totaal

7.004.801

9.376.763

De liquide middelen zijn direct opeisbaar. Onder de liquide middelen zijn 2 bankrekeningen (inzake schuldhulpverlening en beschermingsbewind) bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) opgenomen waarop de gelden van klanten worden ontvangen. Deze bankrekeningen worden gebruikt ten behoeve van de betaling van de verschuldigde bedragen aan de crediteuren van klanten en aan klanten. Met BNG is een kredietovereenkomst gesloten die voorziet in rentecompensatie van alle betaalrekeningen van KBL. De kredietfaciliteit bij BNG bedraagt maximaal € 1 miljoen. Er zijn geen zekerheden afgegeven. Schatkistbankieren De verplichting tot schatkistbankieren geldt alleen voor de overtollige eigen middelen van de KBL. De gelden van klanten zijn hiervan uitgezonderd. Het drempelbedrag voor het afstorten van overtollige middelen bedraagt tot 1 juli 2022 € 250.000. Vanaf 1 juli 2022 is het drempelbedrag verhoogd naar € 1.000.000. De eigen middelen van KBL zijn het gehele jaar onder genoemd drempelbedrag gebleven zodat er geen verplichting tot afstorten was in 2021. Zie onderstaande berekening per kwartaal: Verslagjaar 2021 (bedragen x € 1.000) Drempelbedrag

250

250

1.000

1.000

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

-3.100

-2.623

-2.792

-2.943

Ruimte onder het drempelbedrag

3.350

2.873

3.792

3.943

0

0

0

0

Overschrijding van het drempelbedrag

Overlopende activa

2021

2020

€ 90.336

€ 87.081

40

Jaarrekening | 2021

De overlopende activa kunnen als volgt worden weergegeven: 2021

2020

€-

€-

Overige nog te ontv. en vooruitbetaalde bedragen

€ 90.336

€ 87.081

Totaal

€ 90.336

€ 87.081

Nog te ontvangen voorschotbedragen ontstaan door voorfinanc. op uitkeringen met spec. bestedingsdoel

De specificaties zijn opgenomen in onderstaande tabel: Omschrijving

2021

2020

Nog te ontvangen bedragen

14.912

19.447

Vooruitbetaalde bedragen

75.424

67.634

Totaal

90.336

87.081

2021

2020

Nog te ontvangen bedragen De nog te ontvangen bedragen per 31 december bestaan uit: Omschrijving Nog te ontvangen rente

0

0

Overige nog te ontvangen bedragen

14.912

19.447

Totaal

14.912

19.447

De overige nog te ontvangen bedragen betreft hoofdzakelijk de nog te vorderen BTW over het boekjaar 2021 ad € 8.000. Vooruitbetaalde bedragen De vooruitbetaalde bedragen per 31 december bestaan uit: Omschrijving Vooruitbetaalde huur

2021

2020

0

0

Vooruitbetaald onderhoud

51.189

49.987

Vooruitbetaalde verzekeringen

13.281

9.574

Overige vooruitbetaalde bedragen

10.955

8.073

Totaal

75.424

67.634

2021

2020

€0

€0

-

-

Eigen vermogen en resultaat

Het eigen vermogen per 1 januari Resultaat boekjaar vóór verliesverrekening

78.141 -

130.495 -

Bijdrage gemeenten in exploitatieresultaat

78.141

130.495

Het eigen vermogen per 31 december

-

-

Af te dragen aan GR-gemeenten

-

-

Eigen vermogen per saldo

-

-

41

Conform artikel 30 lid 4 wordt een eventueel tekort volgens de verlies- en winstrekening van de bank, voor zover het niet van het eigen vermogen kan worden afgeschreven, door de gemeenten vergoed. Door de bijdrage van de gemeenten in het exploitatieresultaat ad € 78.141 is het eigen vermogen per 31 december 2021 nihil. Tijdens de bestuursvergadering van 19 januari 2012 is besloten dat het weerstands-vermogen is bepaald op 6% van de exploitatielasten (exclusief mutatie voorziening). De berekening van het weerstandsvermogen ultimo 2021 blijkt uit onderstaande opstelling: Weerstandsvermogen Lasten excl. mutatie voorziening

10.245.145

9.784.346

614.709

587.061

Eigen vermogen na winstbestemming

-

-

Af te dragen aan GR-gemeenten

0

0

Weerstandsvermogen 6%

Aangezien het eigen vermogen na winstbestemming per ultimo boekjaar nihil is, is er geen terugbetalingsverplichting op grond van artikel 30 lid 3 van de GR verschuldigd. Over het boekjaar 2020 is het negatieve exploitatieresultaat (€ 130.495) bij de GR-gemeenten in rekening gebracht. Voorzieningen

2021

2020

€ 43.000

€ 54.000

De voorziening betreft: Voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico's

2021

2020

€ 43.000

€ 54.000

Met ingang van het boekjaar 2020 wordt, conform de richtlijnen van het BBV, een voorziening voor de WW-verplichting opgenomen in de jaarrekening. Het saldo ultimo 2021 betreft de dotatie aan de voorziening op basis van geschatte WW-uitkeringen inzake voormalige medewerkers wiens dienstverband vóór 31 december 2021 is beëindigd. Het verloopoverzicht van de voorziening WW-verplichting is als volgt: 2021

2020

Boekwaarde begin boekjaar

54.000

0

Toevoeging

24.960

54.000

0

0

Vrijval Aanwending

-35.960

0

Boekwaarde einde boekjaar

43.000

54.000

2021

2020

€ 615.611

€ 615.611

Vaste schulden

De vaste schulden betreffen: Onderhandse leningen openbare lichamen

2021

2020

€ 615.611

€ 615.611

42

Jaarrekening | 2021

Het verloopoverzicht is als volgt: Saldo 31-12-2020

615.611

Vermeerderingen

0

Aflossingen

0

Saldo 31-12-2021

615.611

De onderhandse leningen per 31 december betreffen “Achtergestelde leningen”. Diverse gemeenten hebben de achtergestelde leningen gestort, in overeenstemming met de bepaling bij de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling. Onderstaand volgt een overzicht met hierin gespecificeerd de saldi per gemeente: Achtergestelde leningen deelnemers GR

2021

2020

Brunssum

59.674

59.674

Heerlen

121.890

121.890

Kerkrade

91.104

91.104

Landgraaf

60.430

60.430

Maastricht

154.720

154.720

Sittard-Geleen

127.793

127.793

Totaal

615.611

615.611

Voor wat betreft de terugbetaling van deze achtergestelde leningen dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de door de uittredende GO-leden gestorte achtergestelde leningen en de door de deelnemers aan GR gestorte leningen. Terugbetaling en rentevergoeding achtergestelde leningen deelnemers GR Wanneer de geaccumuleerde batige saldi, vermeerderd met de achtergestelde leningen van de deelnemers op enig moment de nagestreefde solvabiliteit (10%) overschrijden, dan wordt het meerdere deel pro rata in mindering gebracht op de achtergestelde leningen. Gelet op het exploitatieresultaat en de balansposities vindt over 2021 geen gedeeltelijke terugbetaling plaats van de achtergestelde leningen aan de deelnemers van de GR. De leningen zijn renteloos. Terugbetaling en rentevergoeding achtergestelde leningen uittredende GO-leden De achtergestelde leningen uittredende GO-leden zijn ultimo 2020 geheel afgelopen. Netto vlottende schulden

2021

2020

€ 12.036.939

€ 13.671.759

De netto vlottende schulden bestaan uit:

Overige schulden

2021

2020

9.131.561

11.531.307

Bank

2.905.378

2.140.452

Totaal

12.036.939

13.671.759

43

De overige schulden kunnen als volgt worden weergegeven: 2021

2020

7.003.711

9.369.426

607.120

744.328

Schulden aan leveranciers en handelskredieten

1.520.730

1.417.553

Totaal

9.131.561

11.531.307

Crediteuren klanten Verplichtingen liquide middelen klanten

Crediteuren klanten Dit betreffen de verschuldigde bedragen aan (crediteuren van) onze klanten die vanaf januari 2021 tot uitbetaling leiden. Tegenover deze verschuldigde bedragen staan voor hetzelfde bedrag de van klanten ontvangen gelden. Deze maken deel uit van de onder de liquide middelen vermelde bankrekeningen. Verplichtingen liquide middelen klanten Dit zijn de gelden van klanten beschermingsbewind waarvan KBL de bankrekening beheert. Onder overige vorderingen staan de van klanten overgedragen liquiditeiten die KBL beheert voor hetzelfde bedrag. Schulden aan leveranciers en handelskredieten Het crediteurensaldo per 31 december 2021 laat een saldo zien van € 1.520.730. Het saldo wordt grotendeels bepaald door de nog te betalen salariskosten over december 2021 aan de gemeente Maastricht ad € 1.306.881. De gemeente Maastricht voert de salarisadministratie uit ten behoeve van KBL. De openstaande schulden zijn per medio februari 2022 afgelopen. Bank

2021

2020

€ 2.905.378

€ 2.140.452

Deze post betreft de bankrekening (negatieve) eigen middelen van KBL. Met de 2 bankrekeningen van de BNG t.b.v. klanten (zie liquide middelen) maken ze deel uit van hetzelfde rentecompensatiestelsel. Overlopende passiva

2021

2020

€ 329.473

€ 135.391

2021

2020

274.660

56.406

54.813

78.985

329.473

135.391

De overlopende passiva kunnen als volgt worden weergegeven: Verplichtingen welke in het lopend begrotingsjaar zijn opgebouwd en volgend begrotingsjaar worden betaald Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal Verplichtingen De verplichtingen ultimo 2021 bestaan uit: • De CAO-indexatie € 12.000 en de eenmalige CAO-uitkering € 180.000 • Inhuur personeel € 24.000 • Huur Maastricht (wordt doorberekend) € 11.000 • Overige nog te betalen kosten en nog te ontvangen facturen € 48.000 Vooruitontvangen bedragen Het bedrag ultimo 2021 betreft de projecten Schulden afkoop jongeren Maastricht en de Kinderopvangtoeslagaffaire (KOT).

44

Jaarrekening | 2021

NIET UIT DE BALANS BLIJKENDE VERPLICHTINGEN De jaarlijkse verplichting betreffende met derden aangegane huurverplichtingen onroerend goed bedraagt in totaal € 150.000. De looptijd van het huurcontract is 10 jaar, met een looptijd tot 30 juni 2025. Hierdoor is de totale contractwaarde voor de resterende periode € 525.000. Het huurcontract kan opgezegd worden met een opzegtermijn van 6 maanden, maar KBL is niet voornemens hiervan gebruik te maken. De overige verplichtingen betreffen voornamelijk onderhoudscontracten betreffende gebouwen ad € 66.000 (contractwaarde resterende periode € 231.000), automatisering ad € 338.000 (contractwaarde € 394.000), telefonie ad € 25.000 (contractwaarde € 25.000) en printers € 14.000 (contractwaarde € 27.000). Daarnaast is er nog een verplichting betreffende de postbezorging ad € 134.000 (contractwaarde € 134.000). De resterende looptijd van de contracten varieert van 0 tot 3,5 jaar.

45

TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN BATEN: ALGEMEEN Door het Bestuur is besloten dat de in rekening gebrachte voorschotten niet behoeven te worden verrekend met de daadwerkelijke aantallen. Overuitputting van de voorschotten wordt in rekening gebracht. De hier getoonde baten 2021 inzake de GR-gemeenten v.w.b. schuldhulpverlening, sociale kredietverstrekking en budgetbeheer betreffen de voorschotten inclusief de facturatie van de overuitputting. In het hoofdstuk COVID-19 virus worden de verschillen tussen voorschotten en realisatie toegelicht per GR-gemeente. 2021

2020

Preventie, vroegsignalering en educatie

€ 416.076

€ 337.608

Preventieprojecten

€ 55.676

€ 68.598

€ 471.752

€ 406.206

In de afgelopen jaren heeft KBL extra gelden ontvangen voor de uitvoering van Preventieprojecten. De baten 2021 kunnen als volgt worden gespecificeerd: Opbrengst SHV zelfstandigen

€ 20.000

Project verduurzaming SHV Sittard-Geleen

€ 35.676 € 55.676

Kosten

Saldo 2021

Overloop 2021

€ 20.000

-

-

€ 35.676

-

€-

€ 55.676

€-

Kosten zijn de direct toewijsbare kosten, niet zijnde de kosten van eigen personeel. De totale opbrengsten over 2021 zijn € 66.000 hoger dan de realisatie 2020 en € 46.000 hoger dan de begroting over 2021. Instroom en diagnose

GR-gemeenten

2021

2020

€ 1.438.313

€ 1.243.305

2021

2020

1.280.098

1.122.990

Niet-GR-gemeenten

158.215

120.315

Instroom en diagnose

1.438.313

1.409.181

De totale opbrengsten over 2021 zijn € 195.000 hoger dan de realisatie 2020 en € 49.000 lager dan de begroting over 2021. Sociale kredietverstrekking (intake)

2021

2020

€ 212.500

€ 216.396

De intake voor een sociaal krediet heeft tot doel te beoordelen of het mogelijk is om op een sociaal maatschappelijk verantwoorde wijze krediet te verstrekken aan inwoners van de GR- en overige gemeenten in het werkgebied van KBL. De totale opbrengsten over 2021 zijn € 4.000 lager dan de realisatie 2020 en € 5.000 lager dan de begroting over 2021. Budgetbeheerrekening

2021

2020

€ 1.317.219

€ 1.409.181

46

Jaarrekening | 2021

2021

2020

945.342

1.004.028

Niet-GR-gemeenten

85.350

116.972

Betaald door klanten

286.527

288.181

1.317.219

1.409.181

GR-gemeenten

Budgetbeheerrekening

Het aantal bugetbeheerrekeningen is in 2021 afgenomen tot 1.715 (2020: 1.743). De totale opbrengsten over 2021 zijn € 92.000 lager dan de realisatie 2020 en € 19.000 lager dan de begroting over 2021. Budgetbeheer maatwerk

2021

2020

€ 445.002

€ 230.167

Het aantal dossiers Budgetbeheer Maatwerk is van 99 dossiers in 2020 gestegen naar 161 dossiers in 2021. De totale opbrengsten over 2021 zijn € 215.000 hoger dan de realisatie 2020 en € 69.000 hoger dan de begroting over 2021. Bewindvoering

2021

2020

€ 1.840.595

€ 1.961.044

Het aantal zaken bewindvoering is in 2021 gedaald van 956 dossiers naar 879 dossiers. Daarnaast is dit geen statisch aantal. Er vindt instroom, doorstroom en uitstroom in plaats. Met name nieuwe bewindvoeringszaken zijn arbeidsintensief bij het opstarten ervan. Voor het bedrijfsonderdeel beschermingsbewind worden de tarieven jaarlijks wettelijk vastgesteld en is de extra bijdrage beperkt tot de compensatie voor het hogere uurtarief. Deze compensatie boven de normbedragen wordt bij de gemeenten in rekening gebracht. De totale opbrengsten over 2021 zijn € 120.000 lager dan de realisatie 2020 en € 282.000 lager dan de begroting over 2021. Schuldenaanpak

2021

2020

€ 4.007.723

€ 3.918.336

2021

2020

3.270.639

3.069.981

Niet-GR-gemeenten

465.840

541.579

Betaald door klanten

271.244

306.776

4.007.723

3.918.336

GR-gemeenten

Schuldenaanpak

De totale opbrengsten over 2021 zijn € 89.000 hoger dan de realisatie 2020 en € 56.000 lager dan de begroting over 2021. Nazorg

2021

2020

€-

€-

Er zijn in 2021 geen reguliere nazorg activiteiten uitgevoerd. Overige bedrijfsopbrengsten

2021

2020

€ 175.833

€ 20.154

De overige bedrijfsopbrengsten bestaan voornamelijk uit de facturatie van het effectueren van de 90% clausule bij de niet-GR gemeenten conform DVO. Daarnaast zijn hier de nagekomen baten van deurwaarder inzake afgewikkelde dossiers opgenomen en is hier de BTW teruggaaf over 2021 verantwoord ter grootte van € 8.000.

47

De totale opbrengsten over 2021 zijn € 156.000 hoger dan de realisatie 2020 en € 146.000 hoger dan de begroting over 2021. Rentemarge

2021

2020

€ 249.751

€ 249.062

2021

2020

Rentebaten kredieten

270.904

Overige rentelasten minus -baten

21.152

Rentemarge

249.358 -

249.751

297

-

249.062

KBL voorziet in haar financieringsbehoefte door eventueel gebruik te maken van debet faciliteiten in rekening-courant. Dit is in 2021 en eerder niet aan de orde geweest. De rentemarge is vrijwel gelijk gebleven bij stijgende rentebaten van kredieten en rentelasten. De stijging van de rente baten wordt veroorzaakt door de gestegen kredietportefeuille ondanks de gemiddeld lagere rente van verstrekte kredieten. Verschillen in de rentebaten zijn bovendien ontstaan door correcties op de achterstandsrente bij afboekingen van leningen. De rentebaten betreffen de daadwerkelijk ontvangen rente van klanten en gefactureerde rente bij gemeenten. De kredietportefeuille is over 2021 per saldo ca. € 800.000 gestegen als gevolg van de inzet van meer saneringskredieten als instrument van schuldhulpverlening. De rentelasten zijn gestegen omdat de BNG met ingang van 1 juli 2021 negatieve rente in rekening brengt over het (per saldo) positieve banksaldo. De totale rentemarge over 2021 is vrijwel gelijk aan de realisatie 2020 en aan de begroting over 2021. Bijdragen gemeenten in exploitatieresultaat

2021

2020

€ 78.141

€ 130.495

De bijdrage van de GR-gemeenten in het exploitatieresultaat in 2021 is ca. € 52.000 lager dan in 2020 en € 78.000 hoger dan de begroting over 2021. Deelname GR-gemeenten in voorziening kredietportefeuille

2021

2020

€ 8.315

€ 24.438 -

Het bestuur heeft in 2008 besloten om een voorziening te treffen voor de oninbaarheid van de uitstaande kredieten, die voor 2005 verstrekt zijn. Jaarlijks zal worden bepaald hoe hoog de stand van deze voorziening dient te zijn. Daar staat tegenover dat toekomstige afboekingen dan aan deze voorziening kunnen worden onttrokken, waardoor de druk op toekomstige resultaten zal afnemen. De kredietportefeuille met betrekking tot de leningen welke zijn verstrekt vanaf 2005 kent een veel positiever verloop. De afboekingen op verstrekte leningen vanaf 1 januari 2005 zijn tot nu toe minimaal en ook de achterstanden zijn acceptabel. Desondanks is besloten om ook ten aanzien van deze kredietportefeuille een voorziening voor oninbaarheid op te nemen. De deelname over 2021 is € 33.000 hoger dan de realisatie 2020 en € 67.000 lager dan de begroting over 2021. KBL kent in haar begroting en jaarrekening geen post onvoorzien, daardoor wordt hiervoor geen verloopoverzicht conform het BBV opgesteld.

48

Jaarrekening | 2021

LASTEN: Salarissen

2021

2020

€ 8.203.421

€ 7.647.566

De post salarissen bestaat uit: 2021

2020

Brutolonen

6.367.168

5.916.169

Af: Ziekengeld

-116.255

-25.967

Sociale lasten

950.529

862.200

Pensioenpremies

1.001.980

895.165

Totaal salarissen

8.203.421

7.647.566

De salariskosten zijn in 2021, naast de hogere formatie, hoger als gevolg van de indexering conform CAO, de jaarlijkse anciënniteit en promoties naar de eindschaal, hogere premies sociale lasten en pensioenen. De begroting 2021 is gebaseerd op een personeelsbestand van gemiddeld 118 fte. Het daadwerkelijk gemiddeld aantal fte is 121. Per saldo zijn de salariskosten in 2021 ca. € 182.000 hoger dan de begroting. In de begroting was nog geen rekening gehouden met de indexatie conform CAO (€ 12.000) en een eenmalige uitkering ad € 180.000. De kosten van de medewerkers in het kader van de KOT zijn niet verdisconteerd in de kosten salarissen. De baten en lasten van de KOT medewerkers worden niet verwerkt in de exploitatie maar op de balans. WW-uitkeringen

2021

2020

€ 24.960

€ 79.491

De kosten WW-uitkeringen 2021 bestaan uit:

Uitbetaalde WW-uitkeringen

2021

2020

-

25.491

Dotatie voorziening WW-verplichting

24.960

54.000

WW-uitkeringen

24.960

79.491

Als gevolg van het beëindigen van diverse tijdelijke contracten zijn WW-uitkeringen door het UWV doorbelast aan KBL. Op het gebied van werkloosheid is KBL eigenrisicodrager. De uitbetaalde uitkeringen zijn in 2021 ca. € 10.000 hoger dan in 2020. Een aantal voormalige medewerkers heeft meer of langer aanspraak gemaakt op een uitkering. KBL werkt samen met een re-integratiebureau dat voormalige medewerkers begeleidt van werk naar werk. Conform de richtlijnen van het BBV wordt er met ingang van 2020 een voorziening WW-verplichting opgenomen in de jaarrekening. Ultimo 2021 bedroeg de (mutatie) voorziening € 43.000. In de begroting 2021 zijn de kosten WW-uitkeringen geraamd op € 51.000 en de realisatie is derhalve € 26.000 lager dan begroot. Inhuur medewerkers

2021

2020

€ 221.491

€ 347.990

De kosten van inhuur zijn in 2021 € 126.000 lager dan in 2020. De hogere kosten in 2020 waren het gevolg van het tijdelijk inhuren van een manager, ICT- en facilitaire ondersteuning en medewerkers ten behoeve van projecten. De kosten volgens de begroting waren € 250.000.

49

Overige personeelslasten

2021

2020

€ 47.772

€ 62.835

De lasten in 2021 zijn € 15.000 lager dan in 2020. Als gevolg van corona zijn er minder personeelsactiviteiten mogelijk gebleken. In de begroting 2021 zijn de overige personeelslasten geraamd op € 63.000. Afschrijvingen

2021

2020

€ 82.908

€ 52.343

Per saldo zijn de afschrijvingen t.o.v. 2020 gestegen met ca. € 31.000. De stijging is het gevolg van het feit dat in 2020 in totaliteit ca. € 106.000 aan uitgaven is geactiveerd i.v.m. automatisering en telefonie. Voor een detailweergave van de afschrijvingslasten verwijzen wij naar de toelichting bij de materiële vaste activa. In de begroting 2021 zijn de afschrijvingen geraamd op € 83.000. Huisvestingslasten

2021

2020

€ 247.290

€ 247.297

2021

2020

Huur

151.210

151.824

Service

51.783

52.108

Energie

14.008

14.008

De huisvestingslasten 2021 bestaan uit:

Overige huisvestingslasten

30.288

29.357

Totaal huisvestingslasten

247.290

247.297

De huisvestingslasten zijn vrijwel gelijk aan 2020. In de begroting 2021 zijn de huisvestingslasten geraamd op € 252.000. De realisatie is derhalve € 5.000 lager dan de begroting. Bureau/administratielasten

2021

2020

€ 1.079.921

€ 1.031.985

De bureau- en administratielasten 2021 bestaan uit:

Inventaris en automatisering

2021

2020

650.230

601.026

Kantoorbenodigdheden en drukwerk

36.479

36.306

Telefoon en porti

227.806

240.036

Lidmaatschappen en abonnementen

27.248

25.548

Overige bureau/administratielasten

138.159

129.069

Totaal bureau/administratielasten

1.079.921

1.031.985

De bureau- en administratielasten zijn in 2021 ca. € 48.000 hoger ten opzichte van 2020. De kosten van automatisering en telefoon/ porti vormen de grootste kostenposten binnen deze categorie.

50

Jaarrekening | 2021

In de begroting 2021 zijn de bureau- en administratielasten geraamd op € 1.129.000. De realisatie is derhalve € 49.000 lager dan begroot. Met name de lagere kosten van automatisering en telefonie veroorzaken de verschillen tussen de realisatie en de begroting. Beheerslasten

2021

2020

€ 329.067

€ 314.839

2021

2020

Reis en verblijf

13.465

20.394

Studie

36.421

52.528

Accountantskosten

50.979

47.870

Administratieve dienstverlening

130.991

108.460

Advisering

75.413

40.298

De beheerslasten 2021 bestaan uit:

Incasso

903

3.013

Overige beheerslasten

20.894

42.277

Totaal beheerslasten

329.067

314.839

De beheerslasten zijn in 2021 € 14.000 hoger dan in 2020. Dit is met name het gevolg van hogere kosten van administratieve dienstverlening en advieskosten. Daartegenover staan lagere kosten reis-, verblijf- en studiekosten. De beheerslasten in 2021 zijn € 56.000 lager dan de begroting. Mutatie voorziening kredietport.

2021

2020

€ 8.315

€ 24.438-

De mutatie voorziening heeft betrekking op de gehele kredietportefeuille en is het resultaat van de beoordeling op oninbaarheid ultimo boekjaar en de afboekingen in 2021.

51

ANALYSE AFWIJKINGEN T.O.V. DE BEGROTING In het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) is bepaald dat organisaties per programma verantwoording dienen af te leggen over hun uitgaven in relatie tot de begroting. Aangezien KBL één programma uitvoert, beperkt deze verantwoording zich tot de totale exploitatielasten. De werkelijke lasten in het boekjaar 2021 bedragen € 10.245.000. De lasten conform de begroting 2021 bedragen € 10.385.000. De begroting is hiermee onderschreden met een bedrag van € 140.000. De grootste verschillen worden onderstaand toegelicht: • De personele lasten zijn € 113.000 hoger dan de begroting. De overschrijding van de salariskosten (€ 182.000) wordt veroorzaakt door de licht hogere formatie en de hogere cao-indexatie. Verder zijn de WW-uitkeringen € 26.000 lager als gevolg van de gedeeltelijke vrijval van de voorziening WW. De kosten van externe inhuur zijn € 28.000 lager dan de begroting. Dit betreft inhuur van een projectmanager, facilitaire ondersteuning en medewerkers t.b.v. projecten. De overige personeelslasten zijn € 15.000 lager dan begroot. • De afschrijvingslasten zijn gelijk aan de begroting. • De huisvestingslasten zijn € 5.000 lager dan de begroting als gevolg van minder incidentele posten. • De bureau- en administratielasten zijn € 49.000 lager dan de begroting.

Dit wordt met name veroorzaakt door lagere kosten van automatisering en telefonie. • De beheerslasten zijn € 56.000 lager dan de begroting. Dit wordt met name veroorzaakt door o.a. lagere studiekosten, kosten van advisering en reis- en verblijfkosten. De kosten van administratieve dienstverlening zijn daarentegen hoger dan begroot. • De mutatie voorziening m.b.t. de kredietportefeuille is € 76.000 lager dan begroot. Hier staat de Deelname GR-gemeenten in voorziening kredietportefeuille tegenover voor hetzelfde bedrag.

52

Jaarrekening | 2021

BEGROTINGSRECHTMATIGHEID KBL kent maar 1 programma (schuldhulpverlening). Onderstaand wordt het verschil tussen de vastgestelde begroting 2021 (2 juli 2020 vastgesteld) en de realisatie over 2021 weergegeven:

Begrotingsafwijking

Conclusie onrechtmatig maar telt niet mee voor oordeel

Conclusie

-140.000

-140.000

akkoord

Motivering van de conclusie: De lasten volgens de realisatie over 2021 zijn per saldo € 140.000 lager dan de begroting over 2021. De verschillen, ontstaan in navolging van het door het Bestuur goedgekeurd, bestaand beleid en waren niet te voorzien in de maand van vaststelling. Het Bestuur is tijdens de bestuursvergaderingen en op de afgesproken informatiemomenten via de voor- en najaarsmarap tijdig en correct op de hoogte gesteld van de verwachte kostenoverschrijding. Het Algemeen Bestuur heeft in dit kader aangegeven dat de kostenonderschrijding derhalve niet behoeft te worden meegewogen bij de beoordeling van de jaarrekening 2021.

53

VERDELING VAN DE LASTEN IN DIRECTE KOSTEN EN OVERHEAD Conform de richtlijnen van het BBV (Notitie Overhead) is in onderstaand overzicht de verdeling van de totale lasten in directe kosten en overhead weergegeven:

Salarissen

Overige personeelslasten

WW-uitkeringen

Afschrijvingen

Huisvestingslasten

Bureau- en administratielasten

Beheerslasten

Mutatie voorziening oninbare kredieten

2021

2020

Directe kosten

€ 6.234.600

€ 5.965.101

Overhead

€ 1.968.821

€ 1.682.464

Totaal

€ 8.203.421

€ 7.647.566

€ 204.640

€ 320.444

Directe kosten Overhead

€ 64.623

€ 90.382

Totaal

€ 269.263

€ 410.825

Directe kosten

€-

€-

Overhead

€ 24.960

€ 79.491

Totaal

€ 24.960

€ 79.491

€-

€-

Overhead

€ 82.908

€ 52.343

Totaal

€ 82.908

€ 52.343

Directe kosten

Directe kosten

€-

€-

Overhead

€ 247.290

€ 247.297

Totaal

€ 247.290

€ 247.297

Directe kosten

€ 201.492

€ 215.123

Overhead (deels)

€ 53.561

€ 50.461

Totaal

€ 255.053

€ 265.584

Overhead (geheel)

€ 824.868

€ 766.400

€ 1.079.921

€ 1.031.985

€-

€-

Overhead

€ 329.067

€ 314.839

Totaal

€ 329.067

€ 314.839

Directe kosten

€-

€-

Overhead

€ 8.315

€ 24.438-

Totaal

€ 8.315

€ 24.438-

€ 6.640.732

€ 6.500.668

Totale overhead

€ 3.604.412

€ 3.259.240

Totale lasten

€ 10.245.145

€ 9.759.908

Totale directe kosten

Directe kosten

De verdeling heeft plaatsgevonden op basis van fte per functie, beloningen per functie en schattingen.

54

Jaarrekening | 2021

OVERZICHT VAN STRUCTURELE EN INCIDENTELE BATEN EN LASTEN

Preventie, vroegsignalering en educatie Preventieprojecten subtotaal Instroom en diagnose Sociale kredietverstrekking (intake) Inkomensbeheer en ondersteuning: Budgetbeheer BBR-Maatwerk Bewindvoering subtotaal Schuldenaanpak Nazorg Overige bedrijfsopbrengsten Rentemarge Renteopbrengsten Rentekosten Rentemarge

Realisatie 2021

waarvan structureel

waarvan incidenteel

416.076 55.676 471.752

416.076 55.676 471.752

-

1.438.313

1.438.313

-

212.500

212.500

-

1.317.219 445.002 1.840.595 3.602.817

1.317.219 445.002 1.840.595 3.602.817

-

4.007.723

4.007.723

-

-

-

-

175.833

175.833

-

270.904 21.152 249.751

270.904 21.152 249.751

-

Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieres.

78.141

-

78.141

Deelname GR-gem. in voorz. kredport.

8.315

8.315

-

10.245.145

10.167.004

78.141

8.203.421 24.960 221.491 47.772 82.908 247.290 1.079.921 329.067 8.315 -

8.203.421 24.960 175.126 47.772 82.908 247.290 1.037.687 289.733 8.315 -

46.366 42.234 39.333 -

10.245.145

10.117.212

127.933

0

49.792

-49.792

Totale baten Lasten: Salarissen WW-uitkeringen Inhuur medewerkers Overige personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Bureau/administratielasten Beheerslasten Mutatie voorziening kredietport. Onvoorzien Totale lasten Gerealiseerd resultaat

55

Onderstaand volgt een beknopte toelichting op de incidentele lasten per kostensoort: De kosten van externe inhuur betreffen eenmalige kosten van procesontwikkeling en -begeleiding door een externe projectmanager. De bureau- en administratielasten betreffen lasten inzake ICT-ondersteuning. Het gaat hierbij om eenmalige implementatiekosten van o.a. beveiligd mailen, digitale handtekening en vernieuwing website. Daarnaast betreft dit het onderzoek naar de ICT-organisatie in het kader van de aanbesteding van ICT-werkplekken. De beheerslasten betreffen eenmalige advieskosten inzake procesbeschrijvingen en voorbereiding op de rechtmatigheidsverantwoording in het kader van de jaarrekening. En verder de advieskosten in het kader van de mogelijke vrijstelling van Btw-heffing op beschermingsbewind.

56

Jaarrekening | 2021

KASSTROOMOVERZICHT Kasstroomoverzicht volgens de indirecte methode

2021

2020 €

Bedrijfsresultaat vóór verliesverrekening

€ -78.141

-130.495

Afschrijvingen (en overige waarde veranderingen)

82.908

52.343

Mutatie voorziening WW-verplichting

-11.000

54.000

Vorderingen op openbare lichamen

-235.088

830.269

Overige Vorderingen

137.208

36.262

Veranderingen in werkkapitaal:

Overlopende activa Overige Schulden

-3.256

-46.518

-2.399.746

152.071

Overlopende passiva

194.082

55.954

Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieresultaat

78.141

130.495

Kasstroom uit bedrijfsoperaties

-2.156.752

1.264.876

-2.234.892

1.134.381

Financiële baten

-

-

Financiële lasten

-

-

Kasstroom uit operationele activiteiten

Investeringen in immateriële en materiële vaste activa Desinvesteringen materiële vaste activa Mutaties financiële vaste activa

-

-

-2.234.892

1.134.381

-62.158

-106.307

-

-

-839.838

-727.569

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

-901.996

-833.877

Aflossing van langlopende schulden

-

-

Mutatie achtergestelde leningen

-

-1.679

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

Mutatie liquide middelen

-

-1.679

-3.136.889

298.825

Stand liquide middelen 1/1

7.236.311

6.937.486

Stand liquide middelen 31/12

4.099.422

7.236.311

Mutatie liquide middelen

-3.136.889

Het kasstroomoverzicht bevat tevens de mutaties van middelen die door KBL beheerd worden ten behoeve van de klanten.

298.825

57

WET NORMERING BEZOLDIGING TOPFUNCTIONARISSEN De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT) beschrijft de publicatieplicht en toetsing aan de maximale bezoldigingsnorm van salarissen van topfunctionarissen. Hierna zijn van de topfunctionarissen (directeur, voormalig directeur en waarnemend directeur) van KBL weergegeven hoe de bezoldiging over 2021 zich verhoudt tot de maximum bezoldigingsnorm van de WNT ad € 209.000 op jaarbasis. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. Bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2021

DHR. R.C.H. VAN DEN TILLAAR Algemeen directeur 1/1 - 31/12

Omvang dienstverband (in fte) als deeltijdfactor in fte

1,0

Dienstbetrekking?

ja

Bezoldiging Beloningen plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn

108.737 20.375

Subtotaal

129.111

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

209.000

-/- Onverschuldigde betaald en nog niet terug ontvangen bedrag Totale bezoldiging

129.111

Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

Gegevens 2020 Bedragen x € 1

dhr. R.C.H. van den Tillaar

Functiegegevens

Algemeen directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2020

1/1 - 31/12

Omvang dienstverband (in fte) als deeltijdfactor in fte

1,0

Dienstbetrekking?

ja

Bezoldiging Beloningen plus belastbare onkostenvergoedingen

107.698

Beloningen betaalbaar op termijn

19.230

Subtotaal

126.928

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

201.000

-/- Onverschuldigde betaald en nog niet terug ontvangen bedrag Totale bezoldiging

126.928

Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

De inschaling is conform het functiehuis van KBL.

58

Jaarrekening | 2021

De bestuursleden van KBL worden op basis van de wet aangemerkt als topfunctionarissen. Zij ontvangen echter geen bezoldiging, ook niet in 2021. Onderstaand volgt een overzicht van de bestuursleden in 2021: Naam topfunctionaris

Functie

Dhr. P. van Zutphen

Voorzitter bestuur

Dhr. F. Bastiaens

Bestuurslid

Mevr. A. Bastiaans

Bestuurslid

Mevr. K. Schmitz

Bestuurslid

Dhr. L. Geilen

Bestuurslid

Dhr. J. Janssen

Bestuurslid

Dhr. C. Wilbach

Bestuurslid

Dhr. H. Wiermans

Bestuurslid

Dhr. S. L'Espoir

Bestuurslid

59

BIJLAGE TAAKVELDEN Taakvelden

Primaire Begroting Baten

0.1 Bestuur

Begroting(swijziging)

Lasten

Saldo

Baten

Realisatie

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Verschil tussen startprognose en realisatie Saldo

Baten

Lasten

Saldo

-

47

(47)

-

50

(50)

-

51

(51)

-

1

(1)

4.028

3.981

47

3.654

3.604

50

3.604

3.425

180

(49)

(179)

130

0.8 Incidentele baten/lasten

-

-

-

-

-

-

-

128

(128)

-

128

(128)

0.11 Resultaat exploitatie

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

6.618

6.618

-

6.731

6.641

91

6.641

6.641

-

(91)

-

(91)

0.4 Overhead

6.71 Maatwerk dinstverlening

KBL kent 1 programma. Alle taakvelden worden binnen dit programma verantwoord.

60

Jaarrekening | 2021

ONDERTEKENING JAARREKENING

De jaarrekening is door de directeur en het Dagelijks Bestuur opgemaakt te Geleen op 30 maart 2022.

Dhr. R. van den Tillaar

Dhr. P. van Zutphen

Directeur Voorzitter DB

VASTSTELLING VAN DE JAARREKENING Geleen, 30 maart 2022 De jaarrekening is door het Algemeen Bestuur vastgesteld te Geleen op 30 maart 2022.

Dhr. P. van Zutphen Voorzitter AB

61

Overige gegevens 1. STATUTAIRE BEPALINGEN BETREFFENDE RESULTAATBESTEMMING Als gevolg van artikel 30 van de statuten van de gemeenschappelijke regeling is het volgende bepaald ten aanzien van het exploitatieresultaat: Artikel 1:

Het batig saldo van de verlies- en winstrekening van de bank wordt ten gunste van het risicofonds geboekt

Artikel 2: Bedraagt het saldo van de rekening ‘risicofonds’ voor de in lid 1 bedoelde bijboeking meer dan een door het algemeen bestuur vast te stellen percentage van het uitstaand kapitaal, dan wordt het batig saldo in lid 1 bedoeld geboekt op een afzonderlijke reserverekening Artikel 3: Indien en voor zover de in het vorig lid bedoelde reserverekening een door het algemeen bestuur te bepalen bedrag overschrijdt, wordt het batig saldo in lid 1 bedoeld uitgekeerd aan de gemeenten op de basis, vermeld in lid 5 Artikel 4: Een eventueel tekort volgens de verlies- en winstrekening van de bank wordt, voor zover het niet van de in lid 2 bedoelde reserverekening kan worden afgeschreven door de gemeenten vergoed. Artikel 5: Door de gemeenten wordt in de vergoeding in het vorige lid bedoeld, bijgedragen als volgt: a. In de helft van het totaal te vergoeden bedrag naar verhouding van het bevolkingscijfer van elke gemeente tot het totale bevolkingscijfer van alle deelnemende gemeenten

b. In de overige helft naar verhouding van het totaalbedrag van de aan de inwoners van elke gemeenten in het jaar, waarop de vergoeding betrekking heeft, uitstaande kredieten, tot het totaalbedrag van de aan de inwoners van alle gemeenten gedurende hetzelfde jaar uitstaand kredieten beide per 1 januari van dat jaar.

2. CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Hiervoor wordt verwezen naar de hierna opgenomen verklaring.

62

Jaarrekening | 2021

CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan de Gemeenschappelijke Regeling Kredietbank Limburg VERKLARING OVER DE IN DE JAARSTUKKEN OPGENOMEN JAARREKENING 2021 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2021 van de Gemeenschappelijke Regeling Kredietbank Limburg te Geleen gecontroleerd. Naar ons oordeel: • Geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2021 als van de activa en passiva van de Gemeenschappelijke Regeling Kredietbank Limburg op 31 december 2021 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). • Zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2021 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, zoals opgenomen in het normenkader. De jaarrekening bestaat uit: • Het overzicht van baten en lasten over 2021. • De balans per 31 december 2021. • De toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. • De bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld.

De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur en het Controleprotocol WNT 2021. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van de Gemeenschappelijke Regeling Kredietbank Limburg zoals vereist in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2021 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd.

Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 102.000, waarbij de bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves bedraagt, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 BADO en het controleprotocol vastgesteld met het besluit d.d. 7 oktober 2021. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2021. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve of WNT-redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado. Wij zijn met algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 102.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen relevant zijn.

63

VERKLARING OVER DE IN DE JAARSTUKKEN OPGENOMEN ANDERE INFORMATIE Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvatten de jaarstukken andere informatie, die bestaat uit: • Jaarverslag • Overige gegevens Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV. BESCHRIJVING VAN VERANTWOORDELIJKHEDEN MET BETREKKING TOT DE JAARREKENING Verantwoordelijkheden van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=cc020102-6382-4854-b335-ec5141335731