Bijlage 1.2.6 - ER Milieu@Planologie - Advies luchtkwaliteit herontwikkeling
Tekst van het document
Advies luchtkwaliteit i.h.k.v. project herontwikkeling voormalige V&D locatie te Sittard
Auteur: Rapport: Datum:
ing. Erik Roelofsen 2021019.N03 16 juli 2021
Opdrachtgever Gemeente Sittard-Geleen De heer Erik Eussen
ER milieu & planologie BV Eperweg 32 8181 EW Heerde Telefoon: 06-22912117 E-mail: erik@ermilieu.nl Internet: www.ermilieu.nl Kvk: 08076225 BTW nummer: NL.8203.63.601.B01 Bankrekeningnummer: NL39 RABO 01278.51.755
Inhoud
1.
Inleiding ............................................................................................................................. 3
2.
Uitgangspunten ................................................................................................................. 3 2.1
3.
Wet- en regelgeving .......................................................................................................... 4 3.1
4.
5.
Locatiegegevens ........................................................................................................ 3 Wet milieubeheer ...................................................................................................... 4
Beschouwing en toetsing................................................................................................... 6 4.1
Bestaande situatie ..................................................................................................... 6
4.2
Situatie en beoordeling van het plan......................................................................... 6
Ruimtelijke onderbouwing ................................................................................................ 7
2
1. Inleiding De gemeente Sittard-Geleen wil in verband met de herontwikkeling van het leegstaande pand van het voormalige V&D-filiaal aan de Markt in Sittard advies over de luchtkwaliteit aspecten. Dit betreffen de luchtkwaliteit aspecten van de in de omgeving aanwezige bronnen zoals wegverkeer. Om te beoordelen wat de beoogde ontwikkeling betekent voor de luchtkwaliteit op de omgeving moet er beschouwing plaatsvinden. De uitkomsten van deze beschouwing kan dan worden gebruikt bij de onderbouwing voor deze wijzigingen en een toetst aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. 2. Uitgangspunten Bij het onderzoek is uitgegaan van de volgende gegevens: - Situatietekening van het gebied - Luchtfoto van het gebied - Streetview van het gebied - De verbeelding van het ruimtelijke plan - Artist impressie van de ontwikkeling - Concept toelichting bestemmingsplan 2.1 Locatiegegevens Het te beschouwen gebied is gelegen in het centrum van Sittard aan de Markt. Het plangebied en de directe omgeving ligt voor een deel in een voor auto’s niet toegankelijk gebied. De toegang naar het gebied gaat via de Rosmolenstraat (eenrichtingsstraat voor alleen bestemmingsverkeer) die daarna ten zuiden overgaat in de Plakstraat (eveneens een eenrichtingsstraat voor bestemmingsverkeer). De Markt is alleen toegankelijk voor langzaam verkeer.
Op het onderstaande kaartje is het plangebied opgenomen in de rode kleur:
3
3. Wet- en regelgeving 3.1 Wet milieubeheer De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 (titel 5.2) (opent in nieuw venster) (verwijst naar een andere website) van de Wet milieubeheer (Wm). Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in besluiten (AMvB's) en ministeriële regelingen. De kern van titel 5.2 Wm bestaat uit luchtkwaliteitsnormen, gebaseerd op de Europese richtlijnen. Verder bevat titel 5.2 van de Wm basisverplichtingen door Europese richtlijnen, namelijk: het beoordelen van luchtkwaliteit, rapportage en maatregelen. De maatregelen worden in Nederland vooral in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) vastgelegd. De systematiek van de luchtkwaliteitsregelgeving kunnen kort beschreven worden via de volgende bouwstenen: - Regels en grenswaarden voor luchtkwaliteit - Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) - Niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) - Beoordelen van de luchtkwaliteit 3.1.1. Regels en grenswaarden voor luchtkwaliteit Fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) zijn de belangrijkste stoffen in de luchtkwaliteitsregelgeving. De regels en grenswaarden voor luchtkwaliteit staan in de Wet milieubeheer (Wm), titel 5.2 luchtkwaliteitseisen. Artikel 5.16 lid 1 van de Wm geeft aan wanneer een (luchtvervuilend) project toelaatbaar is.
Het bevoegde bestuursorgaan moet dan aannemelijk maken, dat het project aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden voldoet: - er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde - een project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit - een project draagt alleen ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging - een project is opgenomen in, of past binnen, het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Voor ruimtelijke projecten geldt uiteraard ook het principe van een goede ruimtelijke ordening. Voor luchtkwaliteit kan dit betekenen: de meest kwetsbare groep op de minst vervuilde plek. En langs snelwegen en provinciale wegen kan het Besluit gevoelige bestemmingen relevant zijn. Want er gelden speciale regels binnen 300 respectievelijk 50 meter langs deze wegen. 4
Met als doel om gevoelige groepen te beschermen tegen luchtvervuiling boven de grenswaarden. Niet alle projecten en besluiten hoeft het bestuursorgaan te toetsen aan de luchtkwaliteitsregels uit de Wet milieubeheer. Dit is alleen verplicht bij de bevoegdheden, die staan opgesomd in artikel 5.16 lid 2 van de Wm. 3.1.2. Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) bevat landelijke, regionale en lokale maatregelen om te voldoen aan de normen. Daarbij is rekening gehouden met gewenste en geplande ruimtelijke ontwikkelingen. Het rijk, provincies en gemeenten werken samen binnen het NSL. Om het NSL actueel te houden, vindt jaarlijks een actualisatie plaats: de NSL-monitoring. De actualisatie omvat: - een terugblik naar het afgelopen jaar (met meet- en rekenresultaten) - een bijstelling van de prognoses voor komende jaren 3.1.3. Niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) Draagt een project ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging? Dan is geen toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit nodig. Wel moet altijd sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. De uitvoeringsregels voor NIBM staan in de Algemene Maatregel van Bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM).
De Regeling NIBM geeft voor specifieke projecten kwantitatieve grenzen. Zo is een nieuwbouwproject met maximaal 1.500 woningen (bij 1 ontsluitingsweg) per definitie NIBM. Dit is ook het geval als er maximaal 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte aan andere functies wordt gerealiseerd. Maar ook op andere manieren kunnen overheden en initiatiefnemers aannemelijk maken dat een project NIBM bijdraagt. De Handreiking NIBM kan hierbij helpen. 3.1.4. Beoordelen van de luchtkwaliteit Waar en hoe moeten concentraties van luchtverontreinigende stoffen berekend en gemeten worden? Dat staat in de uitvoeringsregels van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (opent in nieuw venster) (verwijst naar een andere website) (Rbl).
5
De Regeling beschrijft standaardrekenmethoden voor de beoordeling van de luchtkwaliteit langs wegen en bij puntbronnen (bedrijven). Toetsing aan de grenswaarden is niet op alle plekken nodig. De twee criteria zijn: - Kunnen op die plek mensen komen? (toepasbaarheidsbeginsel) - Hoe lang worden hoeveel mensen op die plek blootgesteld? (blootstellingscriterium) 4. Beschouwing en toetsing 4.1 Bestaande situatie Via de Monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is vastgesteld dat de huidige situatie in en om de Markt in Sittard de concentraties luchtverontreinigende stoffen NO2 (stikstofdioxide) en PM10 (fijn stof) lager zijn dan de grenswaarden (voor beiden 40 µg/m3) voor deze beide stoffen. Uit recente gegevens1 blijkt dat de NO2-concentratie afgerond 24 µg/m3 bedraagt en dat de PM10-concentratie afgerond 21 µg/m3 bedraagt. 4.2 Situatie en beoordeling van het plan De beoogde planontwikkeling behelst 28 woningen/appartementen en 30.000 m2 functies voor retail/maatschappelijk. Gezien deze beperkte omvang van het plan t.o.v. de maximale aantallen woningen en vloeroppervlakte (minder dan 1.500 woningen en minder dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlak) is de beoogde ontwikkeling te beschouwen als NIBM.
1
Atlas Leefomgeving
6
5. Ruimtelijke onderbouwing Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met de luchtkwaliteit aspecten in de omgeving en met de bijdrage van het plan en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect luchtkwaliteit vindt zijn grondslag in de Wet milieubeheer maar daarnaast ook in de Wet ruimtelijke ordening wanneer het gaat om de beoordeling of er sprake is van een goed en aanvaardbaar woonen leefklimaat. In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) is titel 2 luchtkwaliteitseisen ingevoegd (ook ‘Wet luchtkwaliteit’ genoemd). Gelijktijdig zijn de volgende besluiten en regelingen van kracht geworden: - Besluit ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) - Regeling ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) - Regeling ‘Beoordeling luchtkwaliteit 2007 - Regeling ‘Projectsaldering luchtkwaliteit 2007’ Deze wet- en regelgeving omvat maatregelen om zowel de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. Besluit gevoelige bestemmingen Conform artikel 5.16a van de ‘Wet luchtkwaliteit’ kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur nog nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van n of meerdere grenswaarde(n) projecten doorgang vinden die ertoe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt.
Dit Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) van 15 januari 2009 (in werking met ingang van 16 januari 2009) beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde ‘gevoelige bestemmingen’. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg of verzorgingshuizen gerekend. In het Besluit is aangegeven dat moet worden onderzocht of op een locatie sprake is van een daadwerkelijke of een dreigende overschrijding van de grenswaarden indien de locatie: - is gelegen binnen 300 meter vanaf Rijkswegen (wegen in beheer van het Rijk); - is gelegen binnen 50 meter vanaf de rand van een provinciale weg (wegen in beheer bij de provincie) Plangebied Het plangebied is niet gelegen binnen 300 meter van een rijksweg of binnen 50 meter van een provinciale weg. Het Besluit gevoelige bestemmingen is derhalve niet van toepassing.
7
Bestaande situatie luchtkwaliteit plangebied Uit de monitoringstool van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit en de gegevens van de Atlas leefomgeving) volgt dat de concentraties luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de directe omgeving van het plangebied lager liggen dan de grenswaarden die voor deze stoffen zijn vastgesteld. Niet in betekenende mate (NIBM) In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriele regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ (art. 3.1 Wro) dient het bevoegd gezag bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een goed en aanvaardbaar woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. Dit heeft met name te maken met de uitstraling van eventuele omliggende bedrijfsactiviteiten op de toekomstige woningen dan wel de omgekeerde werking, waarbij de toekomstige woningen een belemmering kunnen vormen bij de uitoefening van bestaande bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied. Conclusie In het kader van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit is de beoogde planontwikkeling beschouwd.
Dit is beschreven in de Notitie 2021019.N03, d.d. 16 juli 2021. Op basis van deze beschouwing (ER milieu & planologie, Notitie 2021019.N03) kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling geen belemmeringen geeft voor de omgeving en andersom ook voldoet aan de uitgangspunten van een goed woon- en leefklimaat.
ER milieu & planologie BV 16 juli 2021
Ing. E. Roelofsen B.Sc. Directeur
8