Bijlage 1.2.5 - ER Milieu@Planologie - Advies bedrijven en milieuzonering herontwikkeling
Tekst van het document
Advies bedrijven en milieuzonering (incl. geur) i.h.k.v. project herontwikkeling voormalige V&D locatie te Sittard
Auteur: Rapport: Datum:
ing. Erik Roelofsen 2021011N02 16 juli 2021
Opdrachtgever Gemeente Sittard-Geleen De heer Erik Eussen
ER milieu & planologie BV Eperweg 32 8181 EW Heerde Telefoon: 06-22912117 E-mail: erik@ermilieu.nl Internet: www.ermilieu.nl Kvk: 08076225 BTW nummer: NL.8203.63.601.B01 Bankrekeningnummer: NL39 RABO 01278.51.755
Inhoud
1.
Inleiding ............................................................................................................................. 3
2.
Uitgangspunten ................................................................................................................. 3 2.1
3.
4.
5.
Locatiegegevens ........................................................................................................ 3
Wet- en regelgeving .......................................................................................................... 4 3.1
Inrichtingen Besluit omgevingsrecht ......................................................................... 4
3.2
Nota stankbeleid........................................................................................................ 4
3.3
Bedrijven en milieuzonering ...................................................................................... 4
3.4
Wet ruimtelijke ordening .......................................................................................... 5
3.5
Wet milieubeheer ...................................................................................................... 5
Beschouwing en toetsing................................................................................................... 6 4.1
Algemene beschouwing bedrijven ............................................................................ 6
4.2
Algemene beschouwing menselijk stemgeluid .......................................................... 6
4.3
Algemene beschouwing geur van activiteiten ........................................................... 6
4.4
Situatie en beoordeling van het plan......................................................................... 6
Ruimtelijke onderbouwing ................................................................................................ 7
2
1. Inleiding De gemeente Sittard-Geleen wil in verband met de herontwikkeling van het leegstaande pand van het voormalige V&D-filiaal aan de Markt in Sittard advies over de aspecten bedrijven en milieuzonering. Dit betreffen de aspecten van de in de omgeving aanwezige milieuhinderlijke bronnen vanuit de in de omgeving aanwezige bedrijvigheid en de omgekeerde werking die het toevoegen van milieugevoelige functies kunnen hebben voor de aanwezige bedrijvigheid. Om te beoordelen wat dit betekent voor zowel de bedrijven als de toekomstige woningen in het te ontwikkelen pand moet een beschouwing plaatsvinden. De uitkomsten van deze beschouwing kan dan worden gebruikt bij de onderbouwing voor deze wijzigingen en een toetst aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. 2. Uitgangspunten Bij het onderzoek is uitgegaan van de volgende gegevens: - Situatietekening van het gebied - Luchtfoto van het gebied - Streetview van het gebied - De verbeelding van het ruimtelijke plan - Artist impressie van de ontwikkeling - Concept toelichting bestemmingsplan 2.1 Locatiegegevens Het te beschouwen gebied is gelegen in het centrum van Sittard aan de Markt. Het plangebied en de directe omgeving ligt voor een deel in een voor auto’s niet toegankelijk gebied.
De toegang naar het gebied gaat via de Rosmolenstraat (eenrichtingsstraat voor alleen bestemmingsverkeer) die daarna ten zuiden overgaat in de Plakstraat (eveneens een eenrichtingsstraat voor bestemmingsverkeer). De Markt is alleen toegankelijk voor langzaam verkeer. Daarnaast zijn er in de directe omgeving horecabedrijven toegestaan. Op het onderstaande kaartje is het plangebied opgenomen in de rode kleur:
3
3. Wet- en regelgeving 3.1 Inrichtingen Besluit omgevingsrecht Sinds 1 januari 2008 is het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer van kracht, kortweg het Activiteitenbesluit genoemd. Met de invoering van dit besluit wordt de systematiek gehanteerd dat alle inrichtingen (die voldoen aan de minimale omvangeisen) onder dit besluit vallen met uitzondering van die inrichtingen die zijn opgenomen in bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Wanneer een inrichting in bijlage 1 is opgenomen is een vergunning ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning) vereist. Nabij het plangebied komen bedrijven voor die zijn opgenomen in de genoemde bijlage 1 van het Bor, maar hiervoor gelden algemene regels i.p.v. een Omgevingsvergunning (zie ook paragraaf 3.5.) 3.2 Nota stankbeleid Het algemene stankbeleid is door het Ministerie van VROM beschreven in de Herziene Nota Stankbeleid en in aanvulling daarop in de Brief rijksbeleid geur (opgenomen in de NeR). Het algemene uitgangspunt van het geurbeleid is het zoveel mogelijk beperken van geurhinder en het voorkomen van nieuwe hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van Beste Beschikbare Technieken (BBT) de kern van het geurbeleid.
Onderdeel van het geurbeleid is dat de lokale overheden de uiteindelijke lokale afweging moeten maken zodat zij rekening kunnen houden met alle relevante belangen om tot een duurzame kwaliteit van de leefomgeving te komen. Het geurbeleid bestaat uit de volgende beleidslijnen: - als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; - als er wel hinder is, worden maatregelen op basis van BBT afgeleid; - voor bepaalde branches is het hinderniveau bepaald en in een bijzondere regeling vastgelegd; - de mate van hinder die nog acceptabel is, wordt vastgesteld door het bevoegd gezag. 3.3 Bedrijven en milieuzonering Veel potentiële conflictsituaties waarbij milieuonderwerpen in het geding zijn, kunnen worden voorkomen door toepassing van zonering. Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de leefkwaliteit. Bij integrale milieuzonering wordt bovendien rekening gehouden met cumulatieve effecten. Bij ruimtelijke scheiding kan een uitwaartse of inwaartse zonering worden gehanteerd. Door te zoneren kunnen milieuonderwerpen indirect doorwerken in het bestemmingsplan en vormt een ruimtelijk middel voor het invullen en beheren van de ruimte. Hierbij wordt een scheiding tussen verschillende, vaak zich niet met elkaar verdragende, functies aangehouden. 4
Vanwege dit ruimtelijk structurerend karakter kan een zonering in het bestemmingsplan juridisch worden vastgelegd. Zonering is met name preventief van aard. Uitwaartse zonering gaat uit van de milieubelastende functie, met als doel milieugevoelige functies in de omgeving te weren. In de zone rondom de belastende functie gelden beperkingen voor milieugevoelige functies en voor milieubelastende activiteiten. Bij inwaartse zonering wordt vanuit de gevoelige functie een beschermende bufferzone gecreëerd. Dit kan tot gevolg hebben dat bij de invulling van een bedrijventerrein minder belastende activiteiten op kleine afstand en meer belastende activiteiten op grotere afstand worden toegelaten. Milieuzonering kan dus extra ruimte vragen, bijvoorbeeld voor externe veiligheid of luchtkwaliteit, maar kan ook leiden tot een betere indeling van de ruimte en daarmee juist tot een zuiniger ruimtegebruik (bijvoorbeeld inwaartse zonering van een bedrijventerrein). Voor milieuzonering is de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering een belangrijk standaardwerk. De publicatie geeft voor vele bedrijfstakken en installaties aan welke milieuonderwerpen een rol kunnen spelen en welke gemiddelde afstanden tot de woonbebouwing 'passend' zijn. De VNG-publicatie is daarmee een onmisbaar hulpmiddel in de bestemmingsplanpraktijk.
Als gevolg van jurisprudentie heeft de publicatie bijna de status van 'pseudo-wetgeving' gekregen waarvan slechts gemotiveerd kan worden afgeweken. Uit jurisprudentie blijkt ook dat de bouwstenen (richtafstandenlijst, omgevingstypen en functiemenging) correct moeten worden toegepast. 3.4 Wet ruimtelijke ordening In het kader van artikel 3.1. van de Wet ruimtelijke ordening moet het bevoegd gezag zorgen voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit gebeurt in het kader van een zogeheten "goede ruimtelijke ordening". Het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is van toepassing voor alle ruimtelijke ontwikkelingen. Voor het milieuaspect hinder houdt dit in dat moet worden beoordeeld of in gebieden waar de Wet geluidhinder of andere milieuwet- en regelgeving niet van toepassing is er toch sprake is van het eerdergenoemde ‘aanvaardbare woon- en leefklimaat’. Hiervoor moet o.a. beoordeeld worden of er wordt voldaan de beleidsuitgangspunten van de gemeente op het gebied van geluid voor o.a. wegverkeer, menselijk stemgeluid en andere activiteiten. 3.5 Wet milieubeheer Vanuit de Wet milieubeheer gelden regels voor bedrijven. Dit is geregeld via het Activiteitenbesluit milieubeheer. In dit Activiteitenbesluit zijn o.a. regels opgenomen hoeveel geluid activiteiten van bedrijfsactiviteiten mogen maken. 5
Dit houdt in dat moet worden beoordeeld of door de beoogde ontwikkeling geen belemmeringen worden opgeworpen voor de in de omgeving aanwezige bedrijven. 4. Beschouwing en toetsing 4.1 Algemene beschouwing bedrijven In de directe omgeving van de beoogde ontwikkeling zitten diverse (horeca) bedrijven. De beoordeling hiervan is dat deze volgens de systematiek van Bedrijven en milieuzonering op 10 tot 30 meter afstand moeten zitten. Echter kan dit plangebied worden gezien als een zogeheten gemengd gebied. Binnen dit gebied mogen de richtafstanden die gelden vanuit de VNG-brochure 'Handreiking bedrijven en milieuzonering' met 1 stap worden verlaagd. Dat wil zeggen dat de richtafstand voor bedrijven uit categorie 1, in plaats 10 meter, 0 meter is. Aan de richtafstand van 0 meter wordt ruimschoots voldaan. Ook de normale richtafstand van 10 meter wordt voor het grootste gedeelte van de zonering tussen wonen en bedrijf (horeca) voldaan. 4.2 Algemene beschouwing menselijk stemgeluid In de directe omgeving van de beoogde ontwikkeling zitten diverse horecabedrijven met terrassen. Uit de beoordeling hiervan blijkt dat de afstand tussen het meest nabij gelegen terras en de toekomstige woningen tussen de 0 meter en 10 meter bedraagt. Dit is volgens de te hanteren richtafstanden ook hetgeen aangehouden moet worden. Echter het is wel zo dat het stemgeluid hoorbaar kan zijn.
4.3 Algemene beschouwing geur van activiteiten In de directe omgeving van de beoogde ontwikkeling zitten diverse bedrijven waarbij geur kan vrijkomen van de kook en bak activiteiten. Uit de beoordeling hiervan blijkt dat dit geen belemmeringen kan geven daar er voldaan moet worden aan de regels van het Activiteitenbesluit milieubeheer. 4.4 Situatie en beoordeling van het plan In de onderhavige situatie zijn rondom het plangebied bedrijven gelegen en vinden activiteiten plaats die hinder zouden kunnen geven. Maar omdat het gebied te beschouwen is als een gemengd gebied wordt aan alle richtafstanden vanuit de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering voldaan. Voor wat betreft het menselijk stemgeluid en activiteiten blijkt uit de beoordeling, zoals 6
hiervoor beschreven dat het geluid hiervan beoordeeld kan worden als hoorbaar, maar wel als aanvaardbaar kan worden beoordeeld. 5. Ruimtelijke onderbouwing Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluiden geurbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van deze aspecten vindt zijn grondslag vooral in de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering. Maar daarnaast ook in de Wet ruimtelijke ordening wanneer het gaat om de beoordeling of er sprake is van een goed en aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ (art. 3.1 Wro) dient het bevoegd gezag bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een goed en aanvaardbaar woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. Dit heeft met name te maken met de uitstraling van eventuele omliggende bedrijfsactiviteiten op de toekomstige woningen dan wel de omgekeerde werking, waarbij de toekomstige woningen een belemmering kunnen vormen bij de uitoefening van bestaande bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied. Conclusie In het kader van de diverse aspecten vanuit de milieuwet- en regelgeving en in het kader van een goede ruimtelijke ordening is de situatie wel beschouwd in de Notitie 2021011.N02, d.d. 16 juli 2021. Er worden tenslotte woningen gerealiseerd. Dit zijn milieugevoelige functies.
Daarnaast worden functies mogelijk gemaakt die eventueel hinder naar de omgeving kunnen veroorzaken. Op basis van deze beschouwing (ER milieu & planologie, Notitie 2021011.N02) kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling geen belemmeringen geeft voor de omgeving en andersom ook voldoet aan de uitgangspunten van een goed woon- en leefklimaat.
ER milieu & planologie BV 16 juli 2021
Ing. E. Roelofsen B.Sc. Directeur 7