CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 03.9 - Rapport Aanvullend ecologisch onderzoek

Raad 15 december 2021, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Bestemmingsplan Klooster Sint Agnetenberg (Meekels) (105)4.065 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AANVULLEND ECOLOGISCH ONDERZOEK PLAKSTRAAT 23 (AGNETENKLOOSTER) TE SITTARD

Rapportage aanvullend ecologisch onderzoek Plakstraat 23 (Agnetenklooster) te Sittard Opdrachtgever

MVJ Ontwikkelingen Nieuwe Markt 52 6101 CV Echt

Rapportnummer Versienummer

10918.002 D1

Status

Eindrapportage

Datum

19 november 2020

Vestiging

Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl

Opsteller

E. Schreurs, MSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole

S. Westbroek, MSc

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek. Het onderzoek betreft echter een momentopname en geeft een inschatting van de aanwezigheid van beschermde soorten op de onderzoekslocatie. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is nooit met zekerheid uit te sluiten. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 2 2.1 2.2

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................... 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie ................................................................ 2

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK ............................................................................ 3

4

ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 4 4.1 4.2 4.3

5

Huismus ............................................................................................................................ 4 Gierzwaluw ....................................................................................................................... 4 Gebouwbewonende vleermuizen ..................................................................................... 4

ONDERZOEKSRESULTATEN ................................................................................................... 7 5.1 5.2 5.3

Huismus ............................................................................................................................ 7 Gierzwaluw ....................................................................................................................... 7 Vleermuizen ...................................................................................................................... 7

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING ........................................................................... 10

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ..................................................................................... 11

10918.002

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van MVJ Ontwikkelingen opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Plakstraat 23 (Agnetenklooster) te Sittard. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen renovatiewerkzaamheden en naar aanleiding van de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming die Econsultancy in 2019 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 10918.001, d.d. 5 december 2019). Uit de resultaten van de quickscan bleek dat, voor uitvoering van de werkzaamheden, aanvullend onderzoek naar huismus, gierzwaluw en gebouwbewonende vleermuizen noodzakelijk werd geacht. Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.

Rapport 10918.002 versie D1

Pagina 1 van 11

2 2.1

GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving

De onderzoekslocatie (± 3.853 m²) ligt aan de Plakstraat 23 (Agnetenklooster), in de kern van Sittard. Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 188.699, Y = 334.280. In figuur 1 is de ligging van de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuur 1. Ligging onderzoekslocatie (wit omkaderd) en omgeving.

De onderzoekslocatie bestaat uit het Agnetenklooster met kapel en dienstwoning. Aan de zuidwestzijde is een vleugel met appartementen aangebouwd. De historische delen van dit Agnetenklooster zijn voorzien van spits toelopende daken voorzien van dakleien en dakpannen. De aanbouw is voorzien van een plat dak met een bitumen dakbedekking. Aan de zuidzijde is de onderzoekslocatie begrensd door de historische stadswal van Sittard. Deze stadswal is voorzien van een doorgang (tunnel) waardoor vanuit het Agnetenklooster toegang wordt verleend tot de achterliggende kloostertuin met begraafplaats. Aan de noordzijde grenst dit gebouw aan de Plakstraat. Hier bevindt zich het stadscentrum van Sittard. Het Agnetenklooster is reeds een tiental jaren niet meer in gebruik en wordt slechts bewoond door enkele huurders. Voor een verdere impressie van de onderzoekslocatie middels foto’s wordt verwezen naar de quickscan-rapportage (10918001, d.d. 5 december 2019). 2.2

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie

De initiatiefnemer is voornemens het Agnetenklooster te renoveren.

Rapport 10918.002 versie D1

Pagina 2 van 11

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK

Uit de quickscan blijkt dat, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Wet natuurbescherming, er op sommige punten meer informatie is benodigd: “Op basis van onderhavige quickscan dient voor uitvoering van de plannen duidelijkheid te zijn verkregen over het gebruik van de onderzoekslocatie door huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Dit kan middels een nader onderzoek waarbij de aanwezigheid van deze soorten kan worden vastgesteld dan wel uitgesloten.”

Rapport 10918.002 versie D1

Pagina 3 van 11

4 4.1

ONDERZOEKSMETHODIEK Huismus

Voor het onderzoek naar huismus zijn tussen 1 april en 15 mei twee veldbezoeken uitgevoerd, gedurende de ochtend. Tijdens de veldbezoeken is gezocht naar roepende huismussen. Mannetjes huismussen roepen met name in het voorjaar (’s ochtends) vaak vanaf de locaties waar hun nesten zich bevinden. Bij het aantreffen van roepende mannetjes mag worden aangenomen dat zich op deze locaties één of meerdere nesten bevinden. Tevens is gedurende de rondes in de ochtend gelet op huismussen die (met nestmateriaal) onder dakpannen of andere nestlocaties verdwijnen. Behalve op de onderzoekslocatie, is ook de directe omgeving onderzocht op de aanwezigheid of geschiktheid van de bebouwing voor huismus. De onderzoeksopzet is conform hetgeen voorgeschreven in het kennisdocument van de huismus (BIJ12, versie juni 2017). Weersomstandigheden Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van huismussen gunstig. Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 5 ºC. De windsnelheid lag beneden de 5 Bft en er was geen sprake van neerslag. 4.2

Gierzwaluw

Voor het onderzoek naar gierzwaluw zijn tussen 1 juni en 15 juli drie veldbezoeken uitgevoerd met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen. De onderzoeksinspanning is conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument (BIJ12, versie juni 2017). De veldbezoeken hebben plaatsgevonden gedurende de avondschemering, tussen een uur voor zonsondergang en een uur na zonsondergang. In de betreffende periode scheren groepen gierzwaluwen langs gevels van panden waarin zich nesten bevinden. De vrouwtjes die zich op het nest bevinden beantwoorden vervolgens het “gieren” van langs vliegende groepen soortgenoten. Bovendien zijn tijdens de avondschemering vaak invliegende vogels waar te nemen. Weersomstandigheden Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van gierzwaluwen gunstig. Tijdens de veldbezoeken was de temperatuur niet lager dan 10 ºC, lag de windsnelheid beneden de 5 Bft en er was geen sprake van neerslag. 4.3

Gebouwbewonende vleermuizen

Voor het onderzoek naar vleermuizen zijn in de periode half april tot oktober in totaal vijf veldbezoeken uitgevoerd. De veldbezoeken zijn in de avonduren en/of ochtenduren uitgevoerd. De inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie maart 2017), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus. De onderzoeksinspanning is gebaseerd op de functies zomerverblijfplaats, kraamverblijfplaats en paarverblijfplaats/baltsplaats voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. Doordat vleermuizen iedere (verblijfs)functie slechts een beperkte periode van het jaar gebruiken is onderzoek naar alle op de onderzoekslocatie mogelijke functies noodzakelijk. Iedere (verblijfs)functie afzonderlijk geniet een jaarronde bescherming. Tijdens de veldbezoeken is gelet op in- en uitvliegende vleermuizen. Daarnaast is ook gelet op passerende en foeragerende vleermuizen. Tijdens de veldbezoeken in het kader van paarverblijfplaatsen

Rapport 10918.002 versie D1

Pagina 4 van 11

is voornamelijk gelet op sociale geluiden. In de periode augustus – september produceren mannetjesvleermuizen sociale geluiden vanuit of vliegend rondom bebouwing, om vrouwtjes te lokken. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van professionele batdetectors met opnamemogelijkheid (Pettersson D240x/D200). Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn. Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden. De opnamemogelijkheid is belangrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het determineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onderscheiden (met name Myotis-soorten) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan geven. Hierbij werd gebruik gemaakt van analyseprogramma Batsound. Weerstomstandigheden Voor het waarnemen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger waren de weersomstandigheden gunstig. Tijdens geen van de veldbezoeken in de avond was de temperatuur lager dan 10 ºC en tijdens de ochtendronde was de temperatuur niet lager dan het minimum van 8 ºC. De windsnelheid lag tijdens alle rondes beneden de 4 Bft. en er was geen sprake van neerslag. De weersomstandigheden tijdens het vleermuisonderzoek staan weergegeven in tabel I. Tabel I.

Omstandigheden aanvullende onderzoeken vleermuizen en gierzwaluwen.

Datum

Tijd

Temperatuur

Weersomstandigheden

01-06-2020

20:43 – 23:43

21 oC

Droog, halfbewolkt, 2 Bft

23-06-2020

20:56 – 22:56

14 oC

Droog, halfbewolkt, 1 Bft

09-07-2020

20:51 - 23:51

18 oC

Droog, helder, 2 Bft

29-07-2020

04:00 – 06:00

15 oC

Droog, bewolkt, 2 Bft

01-09-2020

21:21 – 23:21

17 oC

Droog, halfbewolkt, 1 Bft

21-09-2020

21:15 – 23:15

15 oC

Droog, halfbewolkt, 1 Bft

Overzicht veldbezoeken Het onderzoek bestond uit diverse veldbezoeken. Het totaal aantal veldbezoeken voor vleermuizen is vastgesteld op basis van de grootte van de onderzoekslocatie, uitgaande van twee waarnemers per veldronde tijdens de kraam-/zomerrondes en één waarnemer per veldronde tijdens de paarrondes voor vleermuizen. Verwacht werd dat met vijf veldrondes omtrent deze soortgroep voldoende zekerheid is verkregen over de functie van de onderzoekslocatie. De gierzwaluwrondes zijn gecombineerd met de vleermuisrondes uitgevoerd. De twee huismusrondes zijn door één waarnemer uitgevoerd. Tabel II bevat een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken in 2020.

Rapport 10918.002 versie D1

Pagina 5 van 11

Tabel II. Onderzoeksinspanning per soortgroep april

huismus

gierzwaluw

mei

tijdstip

2 x overdag *

datum

3 en 17 april

functie

nestlocaties

juni

augustus

september

-

tijdstip

3 x avond **

datum

-

1 juni, 23 juni en 9 juli

functie

vleermuizen

juli

-

nestlocaties

tijdstip

2 x avond **

1 x ochtend **

2 x avond *

datum

1 juni en 9 juli

29 juli

1 en 21 september

functie

kraamverblijf

zomerverblijf

paar/baltsverblijf

-

* Het veldwerk is door één persoon uitgevoerd. ** Het veldwerk is door twee personen uitgevoerd.

Rapport 10918.002 versie D1

Pagina 6 van 11

5 5.1

ONDERZOEKSRESULTATEN Huismus

Tijdens geen van de veldbezoeken zijn huismussen aangetroffen binnen de onderzoekslocatie. Tijdens het eerste veldbezoek is er een huismus waargenomen in de dakgoot van de woning aan Plakstraat 14, gelegen buiten de onderzoekslocatie. Tijdens het tweede veldbezoek is op dezelfde locatie een huismus aangetroffen en er is een huismus waargenomen op de woning aan de Agnetenwal 1B in de omgeving van de onderzoekslocatie. Uit de resultaten kan geconcludeerd worden dat er geen vaste rust- en/of verblijfplaatsen aanwezig zijn van huismus op de onderzoekslocatie. Rondom de onderzoekslocatie zijn wel twee vaste rust- en/of verblijfplaatsen van huismus aanwezig, maar gezien de afstand tot de onderzoekslocatie en de aard van de werkzaamheden zullen deze niet verstoord worden tijdens de werkzaamheden. 5.2

Gierzwaluw

Tijdens de avondrondes zijn slechts enkele gierzwaluwen boven de onderzoekslocatie waargenomen. Op de onderzoekslocatie zijn gedurende de veldbezoeken geen aantikkende, in- of uitvliegende gierzwaluwen waargenomen. Op basis van de huidige onderzoeksinspanning kan worden uitgesloten dat het te renoveren gebouw op de onderzoekslocatie een vaste rust- en / of verblijfplaats betreft voor gierzwaluw. 5.3

Vleermuizen

Zomerverblijfplaatsen De onderzoekslocatie is onderzocht op aanwezigheid van gebouwbewonende vleermuissoorten. Tijdens de veldbezoeken van 1 juni en 23 juni zijn drie uitvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen binnen de onderzoekslocatie (figuur 2). Twee van deze drie gewone dwergvleermuizen zijn op dezelfde locatie (de meest noordelijke hoek van het gebouw) uitgevlogen uit een van de stootvoegen. De andere gewone dwergvleermuis is tevens uitgevlogen uit een stootvoeg van het gebouw in het midden van de onderzoekslocatie. De twee aangetroffen uitvlieglocaties duiden vanwege het kleine aantal in- en uitvliegers op twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Paarverblijfplaatsen Tijdens de paarrondes (op 1 en 21 september) werden duidelijk baltsroepen waargenomen van gewone dwergvleermuizen rondom de bebouwing op de onderzoekslocatie. Er werd één gewone dwergvleermuis waargenomen die binding vertoonde met de aanwezige bebouwing. Deze vleermuis cirkelde rondom het deel van het gebouw op het midden van de onderzoekslocatie (figuur 2). Om deze reden wordt ervan uitgegaan dat de aangetroffen zomerverblijfplaats in het betreffende pand tevens een functie heeft als paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. Kraam- en winterverblijfplaatsen Een kraamverblijfplaats is niet aangetoond binnen de onderzoekslocatie.

Wel zal worden uitgegaan van de aanwezigheid van winterverblijfplaatsen van één of enkele individuen. Een winterverblijfplaats is moeilijk aan te tonen, maar men kan een winterverblijfplaatsfunctie niet uitsluiten zodra een andere verblijfsplaatsfunctie wordt aangetoond, hetgeen in deze situatie voor drie individuen het geval is. Derhalve kan ervan uit worden gegaan dat de aangetroffen zomerverblijfplaatsen tevens mogelijk een functie hebben als winterverblijfplaats voor één of enkele individuen. Gezien het lage aantal dieren dat is waargenomen zal het niet om een massawinterverblijf gaan, maar om een verblijfplaats van één of enkele dieren. Bovendien zijn geen zwermlocaties aangetroffen binnen de onderzoekslocatie. Zwermlocaties zijn een indicatie dat op die locatie mogelijk een massawinterverblijfplaats aanwezig is.

Rapport 10918.002 versie D1

Pagina 7 van 11

Op basis van de huidige onderzoeksinspanning kan met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de te renoveren bebouwing een functie heeft als vaste rust- en verblijfplaats voor drie individuen van de gewone dwergvleermuis. Het betreft twee zomer- en mogelijk winterverblijfplaatsen, waarvan één tevens de functie vervult van paarverblijfplaats.

x

Figuur 2. Aangetroffen verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen (witte kruisjes) en baltsende gewone dwergvleermuis (oranje cirkel).

Verblijfsfunctie buiten de onderzoekslocatie Tijdens de veldbezoeken is in de omgeving van de onderzoekslocatie een invliegende gewone dwergvleermuis waargenomen aan de nokdakpan van de zuidoostelijke aanbouw (figuur 2). Verder zijn geen invliegende, uitvliegende, zwermende of gevel grijpende vleermuizen waargenomen. Mits de betreffende aanbouw niet wordt gerenoveerd, kunnen negatieve effecten van de voorgenomen ontwikkeling op potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen in de omgeving, gezien de afstand tot bebouwing en bomen met vleermuisgeschikte holtes in de omgeving, worden uitgesloten. Foeragerende / passerende vleermuizen Op en rondom de onderzoekslocatie werden enkele foeragerende en passerende gewone dwergvleermuizen waargenomen, vooral aan de zuidzijde van de onderzoekslocatie. Ook werd tijdens het veldbezoek van 9 juli een overvliegende laatvlieger waargenomen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen vanwege de tijdelijke aard van de werkzaamheden, en daar in de omgeving meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen voorhanden is. Het betreft onder andere openbaar groen, tuinen en bosschages in de omgeving.

Rapport 10918.002 versie D1

Pagina 8 van 11

Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Dergelijke potentiële vliegroutes zijn op de onderzoekslocatie niet aanwezig. Wel fungeert de ten zuiden van de onderzoekslocatie gelegen bomenrij ter hoogte van de Agnetenwal potentieel als vliegroute voor vleermuizen. Mits geen wezenlijke toename van nachtelijke verlichting optreedt op deze bomenrij in de renovatiefase en nieuwe situatie, treedt geen overtreding van de Wet natuurbescherming op voor wat betreft vliegroutes.

Rapport 10918.002 versie D1

Pagina 9 van 11

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING

6.1 Huismus De huismus valt onder het beschermingsregime van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de nesten mogen niet worden weggenomen. Voor de betreffende onderzoekslocatie geldt dat deze geen functie heeft als voortplantings- en / of rustplaats voor de huismus. Bij de voorgenomen ingreep vindt dan ook geen verstoring plaats van de huismus waardoor overtreding van de Wet natuurbescherming niet aan de orde is. 6.2 Gierzwaluw De gierzwaluw is een beschermde diersoort als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. De nesten van gierzwaluwen zijn jaarrond beschermd. De verboden handelingen die van toepassing zijn, betreffen het opzettelijk doden of vangen van vogels, het opzettelijk verstoren van de vogels en beschadigen of vernielen van nest, eieren en rustplaatsen. Voor de betreffende onderzoekslocatie geldt dat deze geen functie heeft als voortplantings- en / of rustplaats voor de gierzwaluw. Bij de voorgenomen ingreep vindt dan ook geen verstoring plaats van de gierzwaluw waardoor overtreding van de Wet natuurbescherming niet aan de orde is. 6.3 Gewone dwergvleermuis Alle vleermuissoorten vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn en de conventie van Bonn, in de Wet natuurbescherming ondergebracht in artikel 3.5.

De verboden handelingen die van toepassing zijn op de vleermuizen betreffen het opzettelijk verstoren, doden of vangen van de dieren en het beschadigen of vernielen van de rust- en voortplantingsplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: “het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort”. Dit houdt in dat niet alleen de zomer- en winterverblijfplaatsen, maar ook de verbindingen hiertussen (vliegroutes) en de foerageergebieden bescherming genieten. De voorgenomen plannen leiden tot verstoring en het mogelijk verloren gaan van twee zomer- en mogelijk winterverblijfplaatsen, waarvan één verblijfplaats tevens dienst doet als paarverblijfplaats. Dit leidt tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Door het treffen van maatregelen zal de functionaliteit van de verblijfplaatsen in het pand behouden moeten blijven en schade aan individuen moeten worden voorkomen. Deze maatregelen dienen, middels een ontheffingsaanvraag, te worden voorgelegd bij de provincie Limburg.

Rapport 10918.002 versie D1

Pagina 10 van 11

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Econsultancy heeft in opdracht van MVJ Ontwikkelingen een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de Plakstraat 23 (Agnetenklooster) te Sittard. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen renovatiewerkzaamheden en naar aanleiding van de resultaten van de quickscan flora en fauna die Econsultancy in 2019 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd. Voorgenomen ingreep De initiatiefnemer is voornemens het gebouw te renoveren. Conclusies De voorgenomen werkzaamheden leiden tot verstoring en het (mogelijk) verloren gaan van 2 verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Ten behoeve van de voorgenomen plannen zullen in dat geval maatregelen genomen moeten worden om negatieve effecten te voorkomen en de functionaliteit van deze verblijfplaatsen te garanderen. Deze maatregelen bestaan uit het realiseren van tijdelijke alternatieve verblijfplaatsen, verstorende werkzaamheden uitvoeren buiten de gevoelige periodes voor desbetreffende soort en het realiseren van nieuwe permanente voorzieningen voor de aangetroffen soort en functies. Maatregelen dienen te worden vastgelegd in een activiteitenplan en ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de provincie Limburg, middels een ontheffingsaanvraag.

Tevens dient vanwege de potentiële aanwezigheid van een vliegroute aan de bomenrij ten zuiden van de onderzoekslocatie te worden voorkomen dat een wezenlijke toename van verlichting op deze bomenrij optreedt gedurende de werkzaamheden en in de toekomstige situatie. Op basis van de huidige onderzoeksinspanning kan worden uitgesloten dat de onderzoekslocatie een functie heeft als nestlocatie van huismus en gierzwaluw. Overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van huismus en gierzwaluw is niet aan de orde bij de voorgenomen renovatie. Algemene zorgplicht en broedseizoen Gedurende de werkzaamheden dient te allen tijde de algemene zorgplicht in acht te worden genomen. Eventueel ten tijde van de werkzaamheden op de onderzoekslocatie aanwezige dieren dienen de mogelijkheid te krijgen om weg te komen. Het verwijderen van materialen als stenenstapels, takkenhopen en bladeren dient buiten de gevoelige periode van voortplanting of winterrust plaats te vinden. Daarnaast moet er voor algemene broedvogels rekening gehouden te worden met het broedseizoen.

Econsultancy Swalmen, 19 november 2020

Rapport 10918.002 versie D1

Pagina 11 van 11

Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/EHS hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/ EHS, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden.

Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.

Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.

Ontheffing De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status.

Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Vaste rust- of voortplantingsplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk.

Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=7fba9750-31e5-4075-b4ea-5d6d3726957e