CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 03.1 -Toelichting

Raad 15 december 2021, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Bestemmingsplan Klooster Sint Agnetenberg (Meekels) (105)5.345 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

  

• • • •

• • • • •

• • •

• • • • •

• • • •

• •

•

• • •

• •

• •

• •

•

•

• •

• • •

• •

• •

•

•

•

• • o o o o •

 

   

  

1. Bond Heemschut, commissie Limburg, , Postbus 203, 6040 AE Roermond, d.d. 16 december 2020 De erfgoedvereniging onderkent het belang van de herbestemming van het monumentale klooster Sint Agnetenberg en staat positief tegenover de beoogde ontwikkeling van het plangebied en de herbestemming van het rijksmonument. Desondanks heeft Bond Heemschut bezwaren tegen het voorliggend voorontwerpbestemmingsplan. Inspraakreactie 1 De Bond Heemschut wijst, naast de elementen die genoemd zijn in de redengevende beschrijving, op de aanwezigheid van enkele 18e -eeuwse cultuurhistorisch oogpunt waardevolle interieurelementen die beschermd zouden moeten worden. De Bond Heemschut noemt het tochtportaal uit 1722, twee biechtstoelen uit 1776 en een grafsteen. De met “Cultuurhistorie” aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van de cultuurhistorische waarden. Het behoud en eventueel herstel van de cultuurhistorische waarde van het interieur is hierbij niet opgenomen. De erfgoedvereniging verzoekt om op de plankaart een dubbelbestemming ‘Waarde - Cultuurhistorie interieur’ op te nemen en in het bestemmingsplan de waardevolle elementen te beschrijven. Het bijzondere interieur blijft zodoende behouden. Reactie college van B&W Allereerst een algemene inleiding als eerste reactie op de inspraakreactie.

De eigenaar heeft als plicht op grond van de Erfgoedwet het rijksmonument in stand te houden en er zorgvuldig mee om te gaan. Als de eigenaar het monument wil wijzigen of verbouwen, moet ook een omgevingsvergunning voor monumenten aangevraagd worden. Ook ingrepen als het pand in een andere kleur schilderen en de gevel schoonmaken zijn vergunningplichtig. Het terugbrengen van een object in de oorspronkelijke staat is ook vergunningplichtig. Een omgevingsvergunning is echter niet nodig bij gewoon onderhoud aan een gebouwd rijksmonument, zoals het opschuren en schilderen in dezelfde kleur, vervangen van kapotte ruiten door hetzelfde type glas, vervangen van enkele dakpannen door pannen van hetzelfde type en bij bepaalde wijzigingen van onderdelen in het interieur die geen betrekking hebben op de monumentale waarde, het casco of de constructie. De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Dit betekent dat ook op grond van de Erfgoedwet c.q.

de Monumentenwet 1988 het rijksmonument wordt beschermd. Voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een rijksmonument of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een rijksmonument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht is op grond van artikel 2.1 onder f van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een vergunning nodig. Deze vergunning kan alleen worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daar niet tegen verzet (artikel 2.15 Wabo). Voor het beoordelen of het belang van de monumentenzorg zich niet tegen de verlening van een vergunning verzet, speelt de “redengevende omschrijving” een belangrijke rol. In dat document worden immers de specifieke elementen benoemd die in het bijzonder beschermingswaardig zijn en aanleiding zijn geweest om het gebouw als

1

rijksmonument aan te wijzen. Ook de elementen die in het rijksmonument aanwezig zijn maar niet in de redengevende omschrijving zijn opgenomen zijn vanwege de aanwijzing als rijksmonument beschermd. Voordat B&W een beslissing over de aanvraag van een omgevingsvergunning nemen, moeten B&W advies vragen bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Ook de door de Bond Heemschut genoemde andere waardevolle genoemde elementen, zijnde het tochtportaal uit 1722, de twee biechtstoelen en een grafsteen worden op dezelfde wijze beschermd als de wel in de redengevenede omschrijving genoemde elementen. Deze genoemde elementen zijn immers aard- en nagelvast verbonden met de onroerende zaak en maken om die reden al deel uit van het rijksmonument. Het college van B&W stelt zich op het standpunt dat de kapel en de sacristie op grond van de aanwijzing als rijksmonument, gelezen artikel 2.1 onder f en artikel 2.15 Wabo, voldoende worden beschermd. Recent is door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed bevestigd dat de sacristie deel uitmaakt van het rijksmonument. Het toevoegen van regels in het bestemmingsplan ter bescherming van het rijksmonument zorgt voor een ongewenste stapeling van regels en wellicht in de toekomst tot tegenstrijdige regels mocht de Erfgoedwet wijzigen.

Inspraakreactie 2 De huidige bestemming van de kloosterkapel is ‘Maatschappelijk’. Deze wordt in het nieuwe plan gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’ (kapel wordt omgebouwd tot woning). Dit gaat ten koste van en vormt een bedreiging voor het zeer waardevolle monumentale interieur dat van hoge kwaliteit is. De Erfgoedvereniging Bond Heemschut is van oordeel dat aan de kapel geen woonfunctie mag worden toegekend maar dat de kapel een 'brede publieke’ functie moet krijgen zodat de kapel met het bijzondere interieur voor iedereen toegankelijk blijft en dus niet alleen voor een individuele bewoner. Door een ‘Maatschappelijke’ bestemming aan de kapel te geven bestaat de garantie dat het interieur in zijn geheel in lengte der jaren behouden blijft. Het behoud van het interieur is dan niet afhankelijk van de woonwensen van een koper of een huurder. Een belangrijke ‘bijkomstigheid’ is dat de zes bij het interieur horende beelden, die bij de verkoop door de zusters overgebracht zijn naar een kloosterboerderij in Windraak, bij een ‘publieke functie’ weer kunnen worden teruggeplaatst in de kapel. Deze zes beelden van heiligen, die op de lambrisering stonden, horen bij de inrichting uit het midden van de achttiende eeuw.

De drie mannelijke heiligen Hyacinthus, Dominicus en Antonius van Padua, stonden rechts en links stonden drie vrouwelijke heiligen te weten Rosa van Lima, Catharina van Siena en Agnes van Montepulciano, patrones van de kerk. Naar haar werd het kloostercomplex Sint Agnetenberg genoemd. Bij een woonfunctie bestaat niet de mogelijkheid om de beelden op de oorspronkelijke plaats terug te plaatsen. Reactie college van B&W De raad dient bij de beoordeling of een bestemmingsplan uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig is een afweging te maken van de betrokken belangen, waaronder de cultuurhistorische waarden. De gevolgen die de herbestemming en de eventuele werkzaamheden hebben voor de monumentale waarden staan hierbij voorop. Het belang van het behoud van de monumentale waarden wordt afgewogen tegen de belangen van de eigenaar en die van derden. Daarbij speelt ook het gebruik van het monument een rol. Niemand is gebaat bij leegstand en verval. Eigentijds gebruik van een monument moet, soms met wat creativiteit, mogelijk blijven.

2

De bestemming van de kapel en de sacristie in het nu geldende bestemmingsplan is “maatschappelijk-1”. Op grond van die bestemming mag het rijksmonument worden gebruikt voor medische, sociaal-culturele, educatieve of religieuze doeleinden dan wel voor sport en recreatie of openbaar bestuur, waaronder begrepen bejaarden- en verzorgingstehuizen. Ook op grond van de huidige bestemming is, anders dan wellicht wordt verondersteld, een brede publieke functie niet gegarandeerd. Het college van B&W ziet niet in waarom een brede publieke functie zou leiden tot een betere bescherming van het interieur van de kapel. De stelling dat een rijksmonument beter wordt beschermd door het geven van een publieke functie is door inspreker niet verder onderbouwd. De kapel is en was particulier eigendom zodat er al geen sprake was van openbaarheid. Ook de huidige bestemming garandeert niet de openbaarheid van het rijksmonument. Bovendien heeft en had de kapel al geen publieke functie. Het toekennen van de woonbestemming verandert niets aan de openbaarheid, of eigenlijk de niet-openbaarheid, van de kapel. Met de bescherming als rijksmonument en de bescherming die op grond van de planregels geldt, wordt het bevoegd gezag, zijnde de Minister respectievelijk het college van B&W, voldoende mogelijkheden gegeven om de instandhouding van het monument te waarborgen.

Het college van B&W heeft kennisgenomen van uw mededeling dat er zes zijn verwijderd. beelden. Het college van B&W is van mening dat ook bij het aan de kapel toekennen van de bestemming “wonen” het terugplaatsen van de beelden mogelijk is. Inspraakreactie 3 Aan de voormalige sacristie, die in verbinding staat met de kapel, dient eveneens een ‘publieke bestemming’ te worden toebedeeld en geen woonfunctie zodat deze ook voor iedereen bezoekbaar blijft. De sacristie vormt een functioneel onderdeel van de kapel. Overigens is de sacristie thans bewoond, hetgeen in strijd is met de huidige bestemming. Ook hiervoor geldt dat de sacristie particulier eigendom is en dat deze dus niet openbaar was en is. Het behouden van de bestemming “maatschappelijk-1” is geen waarborg voor een publieke bestemming waardoor de sacristie voor iedereen te bezoeken zou zijn. Met het bestemmingsplan kan aan een gebouw een meer publieke functie worden gegeven. In het bestemmingsplan kan echter niet worden bepaald of een gebouw openbaar toegankelijk is of blijft. 2. Vereniging Heemkunde Zonder Grenzen, , voorzitter, zonder adres, d.d. 21 december 2020. Vermoedelijk adres: De vereniging is het eens met de reactie van de Bond Heemschut. Reactie B&W Zie de reactie van B&W op de inspraakreactie van de Bond Heemschut.

3

3. Stichting JACOB KRITZRAEDT, Stichting Sittards Verleden en de Federatie Historie Sittard-Geleen-Born, Sittard, hierna gezamenlijk te noemen: “Historische Verenigingen”(“HV”)

Inspraakreactie 1 De HV zijn het niet eens met de bestemmingswijziging van de eveneens als Rijksmonument beschermde kloosterkapel in "wonen". De omschrijving van 19 juli 1967 van het beschermde Rijksmonument is weliswaar summier maar geeft klip en klaar aan dat niet alleen de kapel maar ook het hoofdaltaar, de twee zijaltaren, de communiebank, de preekstoel en de betimmering van de kapel als Rijksmonument beschermd zijn. Dat wordt onderschreven in de Bouwhistorische Opname uit april 2020 van Buro4 waar aan de kapel en de betreffende interieurelementen een "hoge monumentale waarde" wordt toegekend. Reactie college van B&W Volgens de redengevende omschrijving van het monument zijn de monumentale elementen: De Kapel 1699-1702; vier vleugels om de pandhof, 1662 e.v. en twee vrijstaande bijgebouwen 1728 en 1749. Hoogaltaar, 1780; twee zij-altaren 1776, communiebank, midden XVIII, Lodewijk XVpreekstoel,betimmering, XVIII. Klokkenstoel met klok van F.A. Gaulard, 1838, diam. 47,5 cm. Met verwijzing naar de reactie op de inspraakreactie van de Bond Heemschut is het college van B&W van mening dat de elementen die in de redengevende omschrijving zijn genoemd en de elementen die aard- en nagelvast zijn verbonden met het rijksmonument, beschermd worden op grond van de huidige wet- en regelgeving.

Een bescherming door het stellen van regels in het bestemmingsplan is dubbelop en dus overbodig en mogelijk leidend tot verwarring en misverstanden. Inspraakreactie 2 De bijzondere cultuurhistorische waarde van de kapel van klooster St.-Agnetenberg is te groot en te belangrijk om als woonruimte te gaan dienen. Door deze bestemming gaat, volgens de HV, immers de publieke toegankelijkheid van een monumentaal en cultuurhistorisch zeer waardevol interieur na zoveel eeuwen verloren. Bovendien zijn er tijdens de presentatie aan (een beperkt aantal leden van) het Monumentenplatform schetsen getoond waarop onder meer te zien was dat onder de ramen van de kapel grote openingen in de hoge monumentale buitenmuur aangebracht zullen worden die ter plaatse - nog onbegrijpelijker- de als Rijksmonument beschermde lambrisering zullen doen verdwijnen. Reactie college van B&W Onder verwijzing naar de reactie van het college van B&W op inspraakreactie 2 van de Bond Heemschut stelt het college van B&W dat de bestemming niet bepaalt of een gebouw openbaar toegankelijk is. Bovendien wordt ook met de huidige bestemming “maatschappelijk-1” niet voorkomen dat de kapel niet publiek toegankelijk is. Ook op grond van de huidige bestemming is de kapel gedurende lange tijd niet publiek toegankelijk geweest.

Ten aanzien van de inspraakreactie over het verwijderen van de lambrisering verwijst het college van B&W naar de reactie op inspraakreactie1 van de Bond Heemschut.

4

Inspraakreactie 3 Naast de ongewenste bestemmingswijziging verdienen ook tekortschietende bestemmingsplanregels bijzondere aandacht. Aan het wettelijk criterium dat rekening moet worden gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige monumenten is weliswaar voldaan door de Bouwhistorische Opname van Buro4 en het Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek van RAAP Archeologisch Adviesbureau. De daarop gebaseerde analyse van de cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplangebied is echter zeer summier maar vooral valt op dat de bouwregels voor de "Waarde - Cultuurhistorie" niet eens zijn uitgewerkt. Reactie college van B&W Om de cultuurhistorische waarden te bepalen is een bouwhistorisch onderzoek en een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Inspreker verwijst daar ook naar. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt naar de beide onderzoeken verwezen. Beide onderzoeken zijn in de bijlagen behorende bij het bestemmingsplan opgenomen. Op grond van artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening dient de toelichting een beschrijving te bevatten van de wijze waarop met de in het gebied aanwezig of te verwachten historische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.

Op pagina’s 33 en 46 van de toelichting staat, weliswaar summier, beschreven hoe er rekening is gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Het college van B&W kan de inspraakreactie niet goed volgen. De planregels die in het voorontwerp van dit bestemmingsplan zijn opgenomen voor de dubbelbestemming “WaardeCultuurhistorie” zijn immers vrijwel gelijk aan de planregels die gelden op grond van het vigerende bestemmingsplan “Centrum-Sittard” en bieden dezelfde bescherming van de cultuurhistorische waarden als dat nu het geval is. De planregels die behoren bij de dubbelbestemming “Waarde-Cultuurhistorie” hebben niet het oogmerk om het rijksmonument te beschermen maar dienen ter bescherming van het beschermd stadsgezicht. Voor het rijksmonument geldt dat dit wordt beschermd via de Erfgoedwet en de in de Wabo opgenomen wettelijke bepalingen.

Inspraakreactie 4 Ook hebben de HV nergens kunnen zien dat in dit bestemmingsplan de Cultuurhistorische Waardenkaart van het bestemmingsplan Centrum Sittard als toetsingsinstrument fungeert. De HV gaan ervan uit dat dit alsnog gebeurt, zeker omdat het hier cultuurhistorisch zeer waardevolle gebouwen en met name het interieur van de kloosterkapel betreft. Hoewel het waardenstellend cultuurhistorisch gebiedsonderzoek niet met name is genoemd is de kaart vanzelfsprekend bij de Bouwhistorische opname gebruikt. Zowel het waardenstellend cultuurhistorisch gebiedsonderzoek als de bouwhistorische opname zijn door Buro4 opgesteld. De cultuurhistorische waardenkaart behorend bij het bestemmingsplan Centrum Sittard zegt overigens niets over het interieur van de kapel. In het bestemmingsplan Centrum Sittard geldt de cultuurhistorische waardenkaart evenmin als toetsingsinstrument voor het interieur. De rijksmonumenten worden op grond van de wettelijke bepalingen in de Wabo en de Erfgoedwet voldoende beschermd. Inspraakreactie 5 Opvallend is dat in artikel 7, dat handelt over de "Waarde - Cultuurhistorie", geen enkele aandacht bestaat voor het behoud en versterken van de aanwezige cultuurhistorische (belevings)- waarden van het unieke interieur van de kloosterkapel. Ook de monumentale vloer die zich onder de huidige vloerafwerking bevindt, de oude

5

grafsteen en de grafkelder verdienen bescherming in de regels van het bestemmingsplan. Dat geldt ook voor de stucafwerking van de gewelven, die dateert uit de vroege 18e eeuw. Zij zijn eveneens van "hoge monumentale waarde" en verdienen daarom bijzondere bescherming. De ervaring leert helaas dat, wanneer de bescherming niet omstandig is vastgelegd in de bestemmingsplanregels, de gemeente bij vergunningverlening uitsluitend toetst aan de standaardbouwregels die op geen enkele wijze rekening houden met cultuurhistorische waarden. Dit uiterst zeldzame en gave interieur verdient een andere behandeling dan de gemiddelde nieuwbouwwoning. Op dit moment is het interieur echter vogelvrij en kan met dit ontwerpbestemmingsplan straffeloos vernield worden. Het college van B&W heeft geconstateerd dat de monumentale vloer die zich onder de huidige vloerafwerking bevindt, de oude grafsteen, de grafkelder en de stucafwerking van de gewelven, die dateert uit de vroege 18e eeuw, niet in de redengevende omschrijving van het rijksmonument voorkomen. De genoemde elementen maken echter deel uit van het rijksmonument. De elementen zijn immers met de onroerende zaak aard- en nagelvast verbonden. Om die reden al maken zij deel uit van het rijksmonument.

Het college van B&W stelt zich op het standpunt dat de kapel en de sacristie op grond van de aanwijzing als rijksmonument, gelezen artikel 2.1 onder f en artikel 2.15 Wabo, voldoende worden beschermd. Indien een vergunningaanvraag moet worden getoetst aan het bestemmingsplan dan wordt aan alle planregels, die van toepassing zijn, getoetst. Nu alle bestemmingsplannen digitaal raadpleegbaar zijn, is direct zichtbaar aan welke planregels moet worden getoetst. Ook is direct zichtbaar of er sprake is van een rijksmonument. Inspraakreactie 6 Wanneer de HV kijken naar de bouwhistorie van het kloostercomplex ligt het naar hun mening veel meer voor de hand om binnen de "Waarde - Cultuurhistorie" de kenmerkend 17e-eeuwse en nog volledig gave zuidoostelijke gevel van de kapel te bestemmen tot "specifieke vorm van waarde -historisch waardevolle gevel(wand)" in plaats van de gevelwand langs de Plakstraat. Deze is in de plaats gekomen van de jammer genoeg afgebroken oorspronkelijke neogotische gevel en krijgt slechts de kwalificatie "positieve monumentale waarde". Reactie college van B&W In bijlage D “cultuurhistorische waardenkaarten”, behorend bij het “Waardestellend cultuurhistorisch gebiedsonderzoek” behorende bij het bestemmingsplan Centrum-Sittard, is niet de zuidoostelijke gevel van de kapel maar de gevelwand aan de Plakstraat aangemerkt als historisch waardevolle gevelwand.

Ook in het bestemmingsplan “Centrum Sittard” is om die reden niet de zuidoostelijke gevelwand maar de gevelwand als "specifieke vorm van waarde -historisch waardevolle gevel(wand)" opgenomen. In het bestemmingsplan Klooster Agnetenberg heeft het college van B&W dit overgenomen uit het vigerende en door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan. Inspraakreactie 7 Voorts verdienen de vensters met glas-inlood-ramen van de kapel en de oorspronkelijke (circa 1700) roeden bijzondere bescherming. Zij spelen een belangrijke rol in het in- en uitwendige gevelbeeld. In het bijzonder moeten onderstaande, door Buro4 vermelde, interieurelementen uitdrukkelijk beschermd worden in het bestemmingsplan: - het tochtportaal (1722); - de twee zijaltaren 1776); - de preekstoel (1776); - de twee biechtstoelen (1776); - de lambrisering (1776);

6

- het hoofdaltaar (1780); en - de communiebank (XVIIId). Reactie college van B&W Deze elementen zijn alle genoemd in de redengevende omschrijving van het rijksmonument en zijn om die reden in de huidige wet- en regelgeving voldoende beschermd. Zie daarvoor ook de reactie van het college van B&W op inspraakreactie 1 van de Bond Heemschut. Inspraakreactie 8 Niet alleen de afzonderlijke interieurelementen, maar ook de totale belevingswaarde van de kloosterkapel die grotendeels haar 18e-eeuwse inrichting en aankleding heeft bewaard, verdient bijzondere bescherming in de bestemmingsplanregels. Zo is het houtsnijwerk van de verschillende interieurelementen sterk aan elkaar verwant en dient dit in samenhang bezien en behouden te worden, hetgeen in de regels tot uitdrukking moet komen. Het rijk uitgevoerde 18e-eeuwse interieur is van een hoge kwaliteit. Volgens het rapport van Buro4 is het interieur van "hoge monumentale waarde", zowel individueel als ensemble. Het is dan ook onbegrijpelijk dat dit kostbare - en in onze gemeente uiterst zeldzame - interieur in de regels volledig wordt genegeerd. Reactie college van B&W De genoemde elementen maken deel uit van het rijksmonument. De elementen zijn immers met de onroerende zaak aard- en nagelvast verbonden.

Het college van B&W stelt zich op het standpunt dat de kapel en de sacristie op grond van de aanwijzing als rijksmonument, gelezen artikel 2.1 onder f en artikel 2.15 Wabo, voldoende worden beschermd. Terzijde merkt het college van B&W op dat in het in 2013 vastgestelde bestemmingsplan Centrum Sittard ook niet voorziet in bescherming van de elementen die niet in de redengevende omschrijving voorkomen. Inspraakreactie 9 De HV gaan ervan uit dat bij de verdere uitwerking ook een schriftelijk advies gevraagd zal worden aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed omdat het een nieuwe bestemming van een Rijksmonument betreft. Hetzelfde geldt voor een schriftelijk advies van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is schriftelijk om advies gevraagd. De RCE heeft telefonisch laten weten dat hij geen adviestaak meer heeft ingeval van wijziging van een bestemmingsplan. De RCE heeft wel een wettelijke adviestaak bij een vergunningaanvraag voor verbouwen, slopen e.d. in geval van een rijksmonument. Als en wanneer dat aan de orde is, zullen de RCE en de ARK om advies worden gevraagd.

Inspraakreactie 10 Tot slot spreken de HV de bevreemding uit over de periode en de duur van de tervisielegging. In het voorontwerp bestemmingsplan Klooster Sint Agnetenberg van 29 oktober 2020 van Kragten staat onder punt 7.2 op blz. 49 "Het voorontwerp bestemmingsplan wordt overeenkomstig de "Inspraakverordening Sittard-Geleen" gedurende zes weken voor inspraak ter inzage gelegd" terwijl de daadwerkelijke inzageduur beperkt is van 3 t/m 31 december 2020, zijnde slechts vier weken. Bovendien in een periode met veel feestdagen en minder openingstijden om de plannen in te zien. Reactie college van B&W

7

Het bestuursorgaan verleent inspraak als de wet daartoe verplicht (artikel 2 lid 2 van de inspraakverordening Sittard-Geleen). De Wet ruimtelijke ordening verplicht daartoe niet. Het college van B&W heeft besloten om het voorontwerp van het bestemmingsplan gedurende 4 weken ter inzage te leggen. Het college heeft daartoe besloten omdat, anders dan bij “normale” beleidsvoornemens, nadat er een voorontwerp van het bestemmingsplan ter inzage is gelegd naar aanleiding waarvan inspraak kan plaatsvinden, vervolgens ook nog een ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd waartegen zienswijzen kunnen worden ingebracht. Het voorontwerp van het bestemmingsplan is, naast de fysieke ter inzagelegging in het gemeentehuis in Geleen, 24/7 digitaal in te zien via de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Terzijde wijst het college van B&W erop dat enkel het bestemmingsplan, dat is in te zien op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl, het rechtsgeldige bestemmingsplan betreft en niet het analoge fysieke bestemmingsplan dat in het gemeentehuis ter inzage is gelegd. Het verdient daarom de voorkeur en de aanbeveling om het “digitale” bestemmingsplan te raadplegen en niet het “analoge”.

VvE Dobbelsteynporte, Sittard (hierna VvE) Inspraakreactie 1 Een belangrijk deel van de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van de ontwikkeling wordt tenietgedaan door de aanleg van een parkeerterrein ten behoeve van de bewoners van deze nieuwe woningen op het huidige voorplein van de Dobbelsteynporte alsmede de invulling van een deel van dit voorplein door de bouw van een appartementengebouw. Reactie college van B&W Het parkeerterrein gelegen tussen de Dobbelsteynporte en de Rosmolenstraat maakt geen deel uit van het bestemmingsplan “Klooster Sint Agnetenberg”. In het vigerende bestemmingsplan “Centrum Sittard” is dat perceel bestemd als 'Verkeer - Verblijfsgebied'. De gronden zijn bestemd voor: a. wegen, voet- en fietspaden; b. pleinen; c. parkeerterreinen en andere openbare ruimten; Anders dan kennelijk wordt verondersteld is op grond van het huidige bestemmingsplan al de aanleg van en het gebruik als een parkeerterrein toegestaan. Reeds nu wordt een deel van het terrein voor het parkeren van auto’s gebruikt en gebruikt om met de auto het Klooster Sint Agnetenberg te bereiken. Desalniettemin zal in overleg met de VvE in het kader van de nadere uitwerking bekeken worden op welke wijze het één en ander zo zorgvuldig mogelijk kan worden ingepast.

Hierbij dient te worden opgemerkt dat zeker in een centrumgebied, een parkeerfunctie nabij woningen inpasbaar wordt geacht.

Inspraakreactie 2 Bezwaar tegen het wijzigen van het huidige voorplein van DP van openbare grond naar semi-openbaar door de verkoop van het voorplein door de gemeente aan Mulleners projectontwikkeling of één van haar vennootschappen. Er moet na verkoop een recht van overpad worden gevestigd voor de bewoners van de Dobbelsteynporte (DP). De VVE kan geen beroep meer doen op de handhaving van de openbare orde. Reactie college van B&W

8

Het college van B&W wijst er nogmaals op dat het terrein tussen de Dobbelsteynporte en de Rosmolenstraat geen deel uitmaakt van het bestemmingsplan Klooster Sint Agnetenberg. Het vigerende bestemmingsplan laat het gebruik als parkeerterrein reeds toe. De openbaarheid van een weg of terrein wordt niet door middel van het bestemmingsplan geregeld. De openbaarheid van een weg of parkeerterrein wordt geregeld op grond van de Wegenwet. Als het terrein aan de openbaarheid wordt onttrokken dan is daarvoor een besluit van de gemeenteraad nodig op grond van de Wegenwet. Slechts een deel van het terrein zal door de gemeente worden verkocht. De parkeergarage onder de Dobbelsteynporte blijft daardoor bereikbaar. Ook op particulier terrein kan de openbare orde worden gehandhaafd. Inspraakreactie 2 Bezwaar tegen de inrichting van het voorplein van DP als parkeerterrein met tenminste 26 plekken voor de bewoners van de nieuw te bouwen appartementen. Er zal sprake zijn van een toename van geluidsoverlast als gevolg van toename van verkeer (meer woningen) en bestel- en bezorgdiensten. Bovendien zal er geluidsoverlast ontstaan vanwege het parkeerterrein mede vanwege de verharding van het terrein. De VVE vreest voor een aantasting van de privacy. In de verkoopbrochure van de ontwikkelaar van de Dobbelsteynporte is vermeld dat er sprake is van een rustig intern plein met een prachtige inrichting.

Reactie college van B&W Het college van B&W wijst er nogmaals op dat het terrein tussen de Dobbelsteynporte en de Rosmolenstraat geen deel uitmaakt van het bestemmingsplan Klooster Agnetenberg. Het vigerende bestemmingsplan laat het gebruik als parkeerterrein reeds toe. Het bestemmingsplan verandert de bestemming van het binnenterrein niet. Al in de huidige situatie kan het terrein worden ingericht als parkeerterrein. Gezien de huidige bestemming van het klooster “maatschappelijk-1” zal de mogelijke overlast, die kan worden ervaren met het toekennen van de bestemming “wonen”, eerder afdan toenemen. De verkeersaantrekkende werking van woningen is immers aanzienlijk minder dan die van “instellingen en voorzieningen op medisch, sociaal-cultureel, educatief of religieus gebied dan wel op het gebied van sport en recreatie of openbaar bestuur, waaronder begrepen bejaarden- en verzorgingstehuizen”; Gezien de openbaarheid van het terrein in de huidige situatie zal de inbreuk op de privacy ten opzichte van de huidige situatie als gevolg van het te wijzigen bestemmingsplan Sint Agnetenklooster niet toenemen. In vergelijking met de op grond van het nu geldende bestemmingsplan is het niet aannemelijk dat de aantasting van de privacy ten gevolge van de herbestemming van “maatschappelijk” naar “wonen” zal toenemen.

De gemeente is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de verkoopbrochure van de ontwikkelaar van de Dobbelsteynporte. Indien de VVE meent rechten aan de brochure te kunnen ontlenen dan moet zij zich tot de ontwikkelaar wenden. Inspraakreactie 3 Er is sprake van een aantasting van de ruimtelijke kwaliteit. Naar de mening van de VvE komt de realisatie van een parkeerterrein op het voorplein van DP de ruimtelijke kwaliteit van het gehele plan niet ten goede. Bovendien zijn er tal van andere mogelijkheden om het parkeerprobleem op te lossen. Enerzijds verwijzen de VvE naar de mogelijkheid van halfverdekt parkeren, zoals ook is gerealiseerd bij ons complex en recent ook bij het complex "De Wieer", en anderzijds naar het beter benutten van de overcapaciteit binnen de in onze stad aanwezige parkeergarages (Odaparking en Hub Dassenplein) eventueel in combinatie met een deel van de 11 reeds aanwezige parkeerplaatsen op het huidige voorplein. Een halfverdekte/verdiepte parkeergarage onder de te bouwen woningen resulteert enerzijds in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het plan en

9

anderzijds in een verdere verbetering van het woongenot van de bewoners van de nieuwe appartementen. Auto's staan veiliger en beschermd tegen weersinvloeden. Parkeergelegenheid kan daarmee op eigen terrein worden gerealiseerd en daarmee kan het voorplein van DP openbaar blijven. De VvE stelt dat er sprake is van een onjuiste berekening van het aantal parkeerplaatsen in de huidige situatie en stelt dat de zusters nauwelijks parkeerplaatsen nodig hadden. Reactie college van B&W Het college van B&W wijst er nogmaals op dat het terrein tussen de Dobbelsteynporte en de Rosmolenstraat geen deel uitmaakt van het bestemmingsplan Klooster Sint Agnetenberg. Het vigerende bestemmingsplan laat het gebruik als parkeerterrein reeds toe. Het college heeft de alternatieven beoordeeld. Het college is van mening dat door de VvE genoemde parkeergarages te ver van de woningen vandaan liggen voor bewonersparkeren. Bij de inrichting van het parkeerterrein zal zo veel als mogelijk rekening worden gehouden met de belangen van de bewoners van de Dobbelsteynporte. Anders dan de VvE kennelijk veronderstelt, wordt de huidige parkeerbehoefte niet bepaald door het gebruik als klooster maar door de huidige bestemming “maatschappelijk-1”. Op grond van die bestemming mag het gebouw worden gebruikt voor onder andere openbaar bestuur, voor zorgwoningen of een welzijnsinstelling.

In de berekening is uitgegaan van het laatste gebruik als verzorgingshuis. De parkeernorm voor een verzorgingshuis is 0,5 per wooneenheid. In het deel dat wordt gesloopt bevinden zich nu 28 woonunits. 43 woonunits bevinden zich in het niet te slopen deel. Op eigen terrein zijn momenteel 9 parkeerplaatsen aanwezig. 43/71 deel van die 9 kunnen worden toegerekend aan het te handhaven deel (rijksmonument). Dat zijn ca. 5 parkeerplaatsen. Op grond van de huidige parkeernorm zouden 43 x 0,5 = 21,5, afgerond 22 parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn. Dat betekent dat er in de huidige situatie er een tekort bestaat van 22- 5 = 17 parkeerplaatsen. Dat tekort mag volgens de door de gemeenteraad vastgestelde parkeernormsystematiek in mindering worden gebracht met het noodzakelijk aantal parkeerplaatsen in de nieuwe situatie. Het nieuwe bestemmingsplan voorziet in totaal in maximaal 40 woningen. Volgens de norm zijn er minimaal 1,3 parkeerplaatsen nodig per woning. Dat zijn er dus 52. Vanwege de verrekening met het bestaande tekort aan parkeerplaatsen (17) moeten er dus 52-17= 35 parkeerplaatsen komen. Op het bestaande terrein waarop het klooster is gelegen en in de directe omgeving is voldoende ruimte aanwezig om in het aantal parkeerplaatsen te voorzien. Hiermee is aangetoond dat kan worden voldaan aan de door de raad vastgestelde parkeernorm.

Daarmee voldoet het plan op dit punt aan een goede ruimtelijke ordening. Op het moment dat de omgevingsvergunning wordt aangevraagd, vindt de definitieve toets aan de dan geldende parkeernorm plaats. Inspraakreactie 4 Afbreuk cultuurhistorische waarde m.b.t. historische stadsmuur en spaarbogen. Vanuit het plein is zicht op de historische stadsmuur en biedt het plein toegang tot de voormalige kloostertuin. Reactie college van B&W Het zicht op de historische stadsmuur verandert met het bestemmingsplan niet. Ook de inrichting van het terrein als parkeerterrein verandert dat niet. Ook de toegang tot de voormalige Kloostertuin wordt met de wijziging van het bestemmingsplan niet gewijzigd.

10

Inspraakreactie 5 Aantasting van de externe veiligheid (verwezen wordt naar paragraaf 4.4 van het voorontwerp) van zowel de bewoners van DP alsook de bewoners van de 24 studio's in het historische deel van het klooster in geval van calamiteiten. Reactie college van B&W Externe veiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Het college van B&W neemt aan dat de VVE doelt op de bereikbaarheid voor hulpdiensten. Bij de inrichting van het terrein moet rekening gehouden worden met de bereikbaarheid van hulpdiensten. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt ook de bereikbaarheid van de gebouwen voor hulpdiensten getoetst. Het bestemmingsplan wijzigt de bereikbaarheid voor hulpdiensten niet. Inspraakreactie 6 Bezwaar tegen de situering van een woongebouw gedeeltelijk op het huidige voorplein van DP. Het situeren van een woongebouw gedeeltelijk op het huidige voorplein heeft tot gevolg dat de al geringe afstand van de geplande nieuwbouw tot de bebouwing van DP nog kleiner wordt. Een deel van de bestemming van het huidige voorplein dient daartoe bovendien gewijzigd te worden. De schaarse openbare ruimte wordt door een deel van het voorplein te bestemmen voor woningbouw verder verkleind.

Dit, in combinatie met het invullen van dit voorplein tot parkeerterrein, is een aanslag op de ruimtelijke kwaliteit die het plan in feite beoogt. Reactie college van B&W De afstand tussen het nieuwe woongebouw en de Dobbelsteynporte is ca. 18 meter. De bestemming van het openbare terrein met de bestemming “verkeer-verblijfsgebied” wordt ten behoeve van de nieuwbouw slechts voor een zeer beperkt deel gewijzigd namelijk over een strook van maximaal 3 meter. Het college van B&W is om die reden van mening dat de belangen van de bewoners van de Dobbelsteynporte niet onevenredig worden geschaad. Om de ruimtelijke kwaliteit van het plan te beoordelen heeft het college van B&W het nieuwbouwplan voorgelegd aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK). Met de realisatie van dat deel van het complex heeft de Adviescommissie kunnen instemmen. Het college is niet gebleken dat het advies van de ARK onzorgvuldig tot stand is gekomen of is gebaseerd op onjuiste gegevens zodat er voor het college geen aanleiding bestaat om een ander standpunt in te nemen en zodoende dus het advies volgt.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=ffeef39d-ec8f-41fc-b56f-72506f0418c8