Beantwoording technische vragen PIT inzake aanpassen samenwerkingsovereenkomst Het Groene Net
Tekst van het document
Oplegmemo beantwoording technische vragen Aan: Van: Datum: Betreft:
De gemeenteraad van Sittard-Geleen Wethouder Bühler en wethouder Tillie 23-04-2024 Technische vragen aanpassen samenwerkingsovereenkomst HGN
Vraag 1 fractie PIT Beek en Stein zijn tot op heden niet toegetreden als aandeelhouders van HGN. Gaat dit wel gebeuren? En zo ja wanneer? Antwoord: Relevant is dat MSW de aandeelhouder is van HGN en Sittard-Geleen aandeelhouder is in MSW . De bedoeling was dat Beek en Stein op termijn ook aandeelhouder zouden worden van MSW. Doordat er geen ontwikkeling komt op het grondgebied van Beek en Stein is aandeelhouder van MSW voor hun niet meer van toepassing. Met het aanpassen van de samenwerkingsovereenkomst Het Groene Net treden Beek en Stein dan ook uit deze SOK. Beek en Stein participeren wel in de ontwikkeling Warmtenet Zuid Limburg en willen in de toekomst aansluiten op dit warmtenet. Vraag 2 fractie PIT De volgende stap in de ontwikkeling van Het Groene Net zou de warmtelevering op basis van de restwarmte afkomstig van Chemelot site zijn. Waarom is dit tot op heden nog niet geborgd en wordt er gesproken over “zou …… zijn?” Antwoord: De ontwikkeling HGN is gesplitst in HGN Noord (met de restwarmte van de Biomassacentrale) en HGN Zuid (met de restwarmte van Chemelot). Om de ontwikkeling HGN Zuid verder te brengen is de Provincie Limburg gevraagd de regie te nemen. Hierbij is relevant dat de scope van het warmtenet inmiddels groter is dan HGN Zuid en 10 gemeenten in Zuid-Limburg omvat. Dit is verder uitgewerkt in het traject Warmtenet Zuid Limburg.
Vraag 3 fractie PIT Bent u bekend met het feit dat het altijd vooruitstrevende Utrecht op het gebied van het hebben van een warmtenet onlangs bekend maakte dat hun warmtenet niet verder ontwikkeld wordt ivm het niet betaalbaar blijken. Hoe staat het met de betaalbaarheid van het warmtenet in Sittard-Geleen? Wat maakt dat het bij ons anders zal gaan dan de situatie in Utrecht? Antwoord: Recent zijn enkele berichten gepubliceerd over het stagneren van warmtenetten (waaronder Utrecht). Bepalend hierbij is dat dit allemaal ontwikkelingen zijn waarbij commerciële marktpartijen zoals Vattenfall en Eneco zijn betrokken. Gelijk aan de ontwikkeling HGN zuid worden hierbij ook relatief hoge commerciële rendementseisen gesteld (circa 9 %). Ook het
afdekken van de risico’s leidt bij deze marktpartijen tot aanzienlijke kostenverhoging. Dit leidt tot (te) hoge aansluitkosten en dus tot stagnatie van deze ontwikkelingen. Door onder meer het landelijk stagneren van de commerciële warmtenetten is momenteel de Wet collectieve warmtevoorziening in voorbereiding. Deze wet gaat uit van een publieke taak bij de warmtevoorziening met warmtenetten. Niet rendementseisen staan centraal maar het maatschappelijk belang van een aardgasvrij Nederland in 2050 en de hierbij behorende CO2 reductie. Op basis van deze wet zijn landelijk gunstige regelingen in voorbereiding, zoals een landelijk waarborgfonds. Deze ontwikkeling leidt tot gunstigere randvoorwaarden voor de ontwikkeling van warmtenetten. Het Warmtenet Zuid Limburg sluit als volledig publieke samenwerking volledig aan bij deze ontwikkeling. Door het landelijke afdekken van risico’s en aanzienlijk lagere rendementseisen (van circa 3 %) ontstaan gunstigere financiële omstandigheden en dus een betere betaalbaarheid van het warmtenet. Vraag 4 fractie PIT Waar komt de 60.000 euro dekking vandaan als blijkt dat het realiseren van een aansluiting HGN Noord op het WZL niet haalbaar is? Antwoord: Dit kan worden opgevangen binnen de risico-achtervang HGN. Noot: relevant is dat besluitvorming in de raad op 30 mei gaat over het aanpassen van de samenwerkingsovereenkomst HGN.
Deelname aan fase 3 Warmtenet Zuid Limburg wordt apart geagendeerd voor de raad op 27 juni.