CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen nav ronde.pdf

Thema-bijeenkomsten 10 februari 2022, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Beantwoording technische vragen over het Bindend adviesrecht van de gemeenteraad onder de omgevingswet (Houtakkers)1.101 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Rondevergadering d.d. 3 februari 2022 1. (PUUR) Wat wordt bedoeld met kortdurende evenementen (Categorie G) Het begrip kortdurende evenementen is niet gedefinieerd. Zodoende wordt onder een kortdurend evenement een evenement van maximaal vijf dagen verstaan inclusief op- en afbouwen van het evenement. Hierbij is aangesloten bij de definitie uit o.a. het bestemmingsplan Noordelijke Schootsvelden, waar een evenementenregeling planologisch in is opgenomen. 2. (D66) De opvang van asielzoekers en arbeidsmigranten is draagvlakgevoelig. Er is momenteel een ‘veranderd sentiment’ rond het herbestemmen van gebouwen voor de huisvesting van deze groepen. Verzocht wordt om de opvang van asielzoekers en arbeidsmigranten van de lijst af te halen, zodat de gemeenteraad hierover kan adviseren. En zodat gemeenteraad, college en betrokkenen tot een gezamenlijk besluit kunnen komen. (Categorie Q) Categorie q gaat over het gebruiken van bouwwerken in strijd met wat in het bestemmingsplan (straks: omgevingsplan) is toegestaan. Deze categorie is afkomstig uit de kruimelgevallenlijst (artikel 4 lid 9 bijlage II Besluit omgevingsrecht). De kruimelgevallenlijst is een landelijke regeling. Voor bouwwerken die zijn gelegen binnen de bebouwde kom gaat het bijvoorbeeld over het gebruiken van een leegstaand kantorenpand voor een woonfunctie.

Specifiek voor bouwwerken die zijn gelegen buiten de bebouwde kom mag de functiewijziging van bouwwerken alleen betrekking hebben op de huisvesting van werknemers en asielzoekers. 3. (SPA) Op dit moment zijn aanvragen voor het bouwen van een dakterras, balkon ect. Opgenomen in de lijst (categorie m). Hoe is dit hier bedoeld? Deze activiteiten zijn momenteel vergunningsplichting. In de meeste gevallen zullen deze activiteiten niet in strijdig zijn met het bestemmingsplan. Indien er in het uitzonderlijke geval blijkt dat deze activiteit toch in strijd is met het bestemmingsplan, dan hoeft deze niet ter advisering voorgelegd te worden aan de gemeenteraad. 4. Waarom is ervoor gekozen om de 5 zienswijzen te verhogen naar 10 inspraakreacties? Op dit moment geldt voor omgevingsvergunningen die voorgelegd worden aan de raad voor een verklaring van geen bedenkingen dat deze als ontwerp voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd worden. In deze periode heeft eenieder de mogelijkheid om zijn zienswijze naar voren te brengen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de proceduretermijn voor buitenplanse afwijkingen verkort van 26 weken naar 8 weken. Er bestaat dan ook niet meer de mogelijkheid om zienswijzen naar voren te brengen. In plaats daarvan zal aan de voorkant participatie plaatsvinden.

Wij gaan ervan uit dat dit participatietraject (waar burgers actief bij betrokken/benaderd worden) gaat leiden tot meer reacties, dan wat nu het geval is bij het zienswijzetraject. Zodoende hebben wij de afweging gemaakt om het aantal van 5 zienswijzen te verhogen naar 10 inspraakreacties. 5. (CDA) Hoe kan de Raad vroegtijdig betrokken worden bij aanvragen die naar de Raad moeten gaan voor bindend advies? De beslistermijn voor omgevingsvergunningen voor buitenplanse afwijkingen van het omgevingsplan zal vanaf het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet 8 weken bedragen, daar waar op dit moment de termijn voor buitenplanse afwijkingen van het

bestemmingsplan middels een uitgebreide procedure 26 weken bedraagt. Een mogelijke optie die onderzocht kan worden is om de gemeenteraad vroegtijdig te betrekken. Mogelijk kan dit door de raad via de wekelijkse collegebrief te informeren over de binnengekomen aanvragen die voor advies voorgelegd zullen gaan worden aan de gemeenteraad. 6. De raad kan advies geven. Dat is breder dan wat voorheen mogelijk was onder de VVGB (weigeren/verlenen). Is het mogelijk dat het college van B&W bij het verzoek tot bindend adviesrecht aan de Raad al voorwaarden laat meegeven? Uit artikel 160 lid 1 sub b Gemeentewet vloeit voort dat het College bevoegd is om “beslissingen van de raad voor te bereiden en uit te voeren”. Het College zal de Raad op basis hiervan ruimtelijke argumenten aandragen die in overweging gekomen kunnen worden voor de besluitvorming in de raad over een bindend adviesvraag. 7. (GOB) Hoe kan de raad bij “geclusterde aanvragen” in positie blijven? Verondersteld wordt dat hiermee bedoeld wordt dat het gaat om gebiedsontwikkelingen, grote projecten of de realisatie van ontwikkelpaden uit de Toekomstvisie. Deze ontwikkelingen worden in de meeste gevallen gerealiseerd met een bestemmingsplanwijziging (straks: omgevingsplanwijziging).

Bestemmingsplanwijzingen moeten voorgelegd worden aan de Raad ter vaststelling, dat is niet anders onder de Omgevingswet met de kanttekening dat er dan wel de mogelijkheid bestaat tot delegatie aan het College. Hierover zal de raad een afzonderlijk besluit moeten nemen bij de vaststelling van het omgevingsplan. Daarnaast betreffen voorgenoemde ontwikkeling vaak majeure projecten. Over deze projecten wordt de Raad op de hoogte gesteld. 8. (Groenlinks) Waarom kan de wijziging van een woonbestemming van een bedrijfswoning in een plattelandswoning niet aan de lijst van kruimelgevallen worden toegevoegd? Artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat de gemeenteraad een bestemmingsplan dient vast te stellen. Dit is de reden dat dit voorstel is voorgelegd aan de gemeenteraad. Er is in de Wro geen mogelijkheid opgenomen om de vaststelling van het bestemmingsplan te kunnen delegeren aan het College van B&W. Onder de Omgevingswet wordt het mogelijk gemaakt om voor bepaalde omgevingsplanwijzigingen te kunnen delegeren aan het College van B&W. Hierover zal de raad een afzonderlijk besluit moeten nemen bij de vaststelling van het omgevingsplan. 9. (PVDA) Heeft dit stuk gevolgen voor de weigering van de VVGB voor de locatie aan de Rijksweg Noord. Deze aanvraag is ingediend onder het huidige stelsel (Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht).

Dat betekent dat voor deze aanvraag het oude stelsel zal blijven gelden, los van de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet. Deze lijst is alleen van toepassing op aanvragen die onder het nieuwe stelsel ingediend gaan worden. 10. (Groenlinks) Wat wordt er bedoeld met artikel 16:65 lid 4 Omgevingswet? Op alle buitenplanse omgevingsvergunningen is straks onder de Omgevingswet de reguliere voorbereidingsprocedure van acht weken van toepassing. Artikel 16.65 lid 4 Omgevingswet biedt straks de mogelijkheid om voor activiteiten die aanzienlijke gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing te verklaren. Dit is een procedure van 26 weken

waarbij het besluit ook als ontwerp ter inzage gelegd moet worden waarbij eenieder in de gelegenheid wordt gesteld om zienswijzen in te dienen. 11. (Groenlinks) Kunnen of zullen er leges in rekening worden gebracht voor de weigering van een omgevingsvergunning. In het voorstel staat het nu vrijblijvend (kunnen). Dit zal aangepast worden in het voorstel. Conform onze legesverordening worden ook voor de weigering van een omgevingsvergunningen leges in rekening gebracht. 12. (Groenlinks) Fout in beslispunt 3. Er had moeten staan “uiterlijk twee jaar” in plaats van “uiterlijk na twee jaar” Dit zal aangepast worden in het voorstel. De bedoeling is om uiterlijk twee jaar nadat de Omgevingswet in werking is getreden het huidige consoliderende voorstel te evalueren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=10cd0c21-1486-4956-a0bb-889427aec8db