Beantwoording technische vragen inzake Omgevingsvisie 2025-2040 Samen stad en dorp maken
Tekst van het document
Technische vragen Omgevingsvisie Samen stad en dorp maken 2025 - 2040 Ronde 13 maart en 20 maart 2025 Fractie Nr.
GroenLinks/ PvdA Jos Janssen Vraag
Antwoord
1
Wat is de concrete samenhang van de voorliggende Omgevingsvisie van SittardGeleen met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), en de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en hoe wordt die geborgd en gemonitord?
De omgevingsvisie van Sittard-Geleen voor 2025-2040 is afgestemd op zowel de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) als de Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI). Deze afstemming zorgt voor een coherente aanpak van ruimtelijke ontwikkeling op nationaal, provinciaal en lokaal niveau. Het rijksniveau daalt via het provinciale niveau door naar het gemeentelijk niveau. De provinciale omgevingsverordening vormt een kader voor de gemeentelijke omgevingsvisie (en later ook het omgevingsplan). Daarnaast werken we direct met het Rijk samen in onder andere regiodeals en het NOVEX gebied Zuid-Limburg. Borging en monitoring is een continue gesprek. Bij de totstandkoming van de omgevingsvisie was de provincie als zogenaamde ketenpartner betrokken. De provincie heeft aangegeven geen zienswijze in te dienen op de ontwerp omgevingsvisie.
2
De fractie ontvangt graag een overzicht van Het meest recente totaaloverzicht is dat van CBS uit 2017. De gegevens zijn in te zien via: het grondareaal Sittard-Geleen per m² Bron: StatLine - Bodemgebruik; uitgebreide gebruiksvorm, per gemeente. bestemde functie per 1 januari 2025 (of in elk geval een zo actueel mogelijke peildatum), dat wil zeggen in elk geval met betrekking tot de functies wonen, parkeren, bedrijven, wegen, water, landschap (agrarisch), recreatie en natuur
3
De Omgevingsvisie 2016 was ook een De omgevingsvisie vormt het beleidskader voor de beoordeling van ruimtelijke initiatieven. Als een beleidskader voor de inrichting en het initiatief niet past in het omgevingsplan, dan kan initiatiefnemer een omgevingsplanwijziging beheer van de fysieke leefomgeving. De aanvragen (raadsbevoegdheid) of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse fractie ontvangt graag een lijst van bestemde omgevingsplanactiviteit (BOPA). Die aanvraag wordt dan getoetst aan de omgevingsvisie (en initiatieven waarbij afgeweken is van de eventueel ander relevant beleid). Als een initiatief niet past in de omgevingsvisie, dan wordt hier in principe geen medewerking aan verleend. Als een initiatief toch wenselijk is (bijvoorbeeld omdat de
vastgestelde Omgevingsvisie. Welke leereffecten zijn daaruit behaald?
beleidskeuzes uit de omgevingsvisie ingehaald zijn door actuele maatschappelijke ontwikkelingen) dan heeft het college (in sommige gevallen na advies van de raad) de mogelijkheid om hier gemotiveerd van af te wijken. De initiatieven waarbij dit gebeurd is worden niet bijgehouden. Een overzicht is daarom niet te geven.
4
Sittard-Geleen is een global goals gemeente. Internationaal zijn de sustainable development goals (SDG’s) taal om doelen weer te geven. In de leidraad voor de voorliggende Nationaal wordt hiervoor het begrip brede welvaart gebruikt. Lokaal hanteren we de vier Omgevingsvisie, die door de raad is veerkrachten. Deze zijn uitgewerkt in onze Toekomstvisie 2030 welke in 2021 is vastgesteld door de vastgesteld, is verankerd dat de SDG’s raad. De SDG’s relateren aan een of meerdere van de veerkrachten uit de toekomstvisie. Met de dienen te worden opgenomen. De fractie omgevingsvisie vertalen we de doelen uit de Toekomstvisie 2030 naar tastbare oplossingen in de ontvangt graag een expliciete uitwerking van fysieke leefomgeving. de SDG’s voor elk van de 4 veerkrachten (sociaal, economisch, ecologisch en institutioneel).
5
Hoe valt uit te leggen dat onze gemeente tot Dit komt door de verwachte demografische ontwikkeling in de loop der jaren. Door verdergaande 2030 groeit met circa 500 huishoudens huishoudensverdunning (mensen die langer alleen wonen, scheiden, niet meer naar terwijl de bruto behoefte aan woningen tot verzorgingstehuizen gaan, et cetera) neemt het aantal huishoudens toe, ondanks dat het totale 2030 circa 2600 woningen is? aantal inwoners niet toeneemt. Door demografische ontwikkelingen zie een we een grote bruto behoefte ontstaan aan andere woningen (woningen die we nu nog niet voldoende hebben). Door vergrijzing is de vraag naar levensloopbestendige en nultredewoningen groter dan het aanbod. Door huishoudensverdunning en gestegen woonlasten is de vraag naar betaalbare (en vaak iets kleinere woningen) groter dan het aanbod. Die vraag komt voor een groot deel vanuit bestaande inwoners; senioren en jongeren die willen verhuizen naar die nieuwe woningen maar een andere woning achterlaten. Die mensen hebben nu een behoefte aan die woningen. Die bruto behoefte is de komende jaren volgens het huidige behoefteonderzoek ongeveer 2.600 woningen. Door demografische ontwikkelingen (met name krimp) is er kans dat (in de toekomst) een overschot ontstaat aan bepaalde woningen, die getransformeerd of gesloopt moeten worden.
We bouwen dus meer dan de kwantitatieve behoefte om aan de kwalitatieve vraag te voldoen. Daarnaast is slopen en transformeren nodig naast het bijbouwen van nieuwe woningen. 6
‘In de openbare ruimte creëren we meer Op blz 91-92 is de beleidsdoelstelling ‘We zorgen dat de openbare ruimte groener wordt in de groen en water’. Waar dan en hoe dan? (Dit is wijken en dorpen.’ opgenomen. Hierbij is aangegeven waar en hoe dit te doen. Dit maken we geen vraag voor de uitwerking in welk vervolgens concreet het programma ‘Agenda Groen’. programma dan ook na vaststelling van de Omgevingsvisie, omdat nog voor ‘Daarbij hebben we extra aandacht voor de veerkrachtige wijken. Dat doen we bijvoorbeeld door het beleidsdoorwerking helder moet zijn waar de herinrichten van straten en de aanleg van meer parkjes. Gebiedsgericht werken we uit waar de functies groen en water ingekaderd gaat noodzaak tot vergroening het grootst is en welke gewenste hoofd- en nevenfunctie(s) het openbaar worden) groen heeft. Daarbij onderscheiden we verschillende categorieën: beleving, gezondheid, ontmoeting, recreatie en sport, voedsel, biodiversiteit, klimaatadaptatie (water en hitte) en monumenten. Daarbij kiezen we niet altijd voor meer groen, maar wel voor beter groen dat aansluit bij de behoefte van mens en dier. Bij de inrichting en het beheer van onze openbare ruimte maken we duurzame keuzes die passend zijn in de omgeving en rekening houden met het veranderende klimaat. Het versterken van het groen in de wijk realiseren we in beginsel volgens het 3-30-300principe.
Dat gaat vaak − maar niet altijd − ten koste van andere functies in de wijk. Omdat we zuinig met de ruimte om willen gaan, kiezen we daarom voor de volgende maatregelen, die afhankelijk van de lokale situatie ingezet kunnen worden: • Overbodige verharding wordt zoveel mogelijk verwijderd of verminderd. • Parkeerplaatsen en parkeerstroken krijgen zoveel mogelijk een dubbelfunctie. Naast hun primaire functie (parkeren) zijn het ook plekken waar we ruimte geven aan maatregelen voor klimaatadaptatie, zoals het infiltreren van water en het voorkómen van hittestress door bomen te planten. • Omdat we inzetten op actieve (lopen en fietsen) en duurzame (openbaar vervoer en deelmobiliteit) mobiliteit, ontstaat er een alternatief voor het eigen autogebruik en -bezit. Daardoor komen er parkeerplaatsen vrij, die in de wijken kunnen worden ingezet voor het bestrijden van hittestress en wateroverlast door vergroening. • Waar herontwikkeling aan de orde is, stellen we eisen aan de minimale hoeveelheid groen in de (nieuwe) openbare ruimte. Ook hier passen we het 3-30-300-principe toe.
• Herontwikkelingen in het stedelijk gebied grijpen we aan om de groene doelstellingen te bereiken en waar nodig om mogelijkheden te creëren om buurtparkjes en de vergroeningsopgave te realiseren. • De bouw van nieuwe trafohuisjes en -installaties gebeurt met een zo groen mogelijk karakter.’ 7
Wat wordt er expliciet verstaan onder natuur In onze gemeente is voornamelijk nog sprake van traditionele landbouw. Onze doelstelling is om inclusieve landbouw en circulair landbouw meer samen te laten gaan met het realiseren van natuurdoelstellingen en de versterking grondgebruik en telen en welke impact heeft van het landschap. Er zijn regelingen (van Rijk en provincie) waarbij een agrarisch ondernemer dat naar verwachting voor de fysieke subsidie ontvangt voor het realiseren van natuur. Hierbij kan gedacht worden aan het aanplanten leefomgeving? Voorbeelden? van hagen of bosschages en het inzaaien van kruidenrijke randen op agrarische gronden. Ook zijn er mogelijkheden voor minder belastende teelten. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de teelt van Olifantsgras voor de productie van stalstrooisel, brandstof of bouwmateriaal (isolatie). Of het telen van Anna Paulownabomen voor toepassing in de bouw. Deze soort groeit erg snel, het hout is licht, sterk en brandwerend. Uiteraard van belang om hierbij rekening te houden met ongewenste verspreiding van deze gebiedsvreemde soorten. Bij dergelijke teelten kunnen ook kruidenrijke randen worden toegepast waar insecten baat bij hebben. Voordeel van dergelijke alternatieve teelten is dat er nauwelijks bemesting en gewasbescherming nodig is en de bodem permanent is bedekt waardoor erosie kan worden tegengegaan.
8
Hoe wordt het vigerende grondbeleid De Omgevingswet geeft ons een ander instrumentarium. En met het vaststellen van de geactualiseerd om meer aan te sluiten bij de omgevingsvisie veranderen onze doelstellingen. Hier passen we onze werkwijze met betrekken tot Omgevingswet en bij de thema’s uit de grond aan. Dit werken we uit in een actualisatie van de Nota Grondbeleid. Voorzien is om deze in de Omgevingsvisie? tweede helft van 2025 voor te leggen aan de raad.
9
Kan het college nog voor het vaststellen van Actief verwerven en toepassen van het voorkeursrecht zijn twee instrumenten om onze de Omgevingsvisie aangeven waar actief beleidsdoelstellingen te verwezenlijken. De raad stelt deze beleidsdoelstellingen vast in de verwervingsbeleid plaats gaat vinden en omgevingsvisie. Actieve verwerving wordt uitgewerkt in verwervingsbeleid dat door het college welke plangebieden in aanmerking komen wordt vastgesteld. Hierbij hoort ook een verwervingslijst. De raad gaat uiteraard over de benodigde voor het voorkeursrecht? Zo nee, waarom middelen via de begrotingscyclus. niet? Een voorbeeld is het toepassen van voorkeursrecht voor woningbouw en stedelijke vernieuwing.
10
Onze fractie wil graag meer verduidelijking Als er ontwikkelingen in het buitengebied plaatsvinden die niet binnen een vigerende bestemming over de opzet, inrichting en monitoring van passen maar de ontwikkeling toch nodig of gewenst is, dan kan er naast een goede ruimtelijke en een landschapsfonds en parkeerfonds bij de landschappelijke inpassing ook een bijdrage worden gevraagd voor compenserende natuur en vaststelling van de Omgevingsvisie (overzicht landschapsversterkingen elders in de gemeente als gevolg van de betreffende ontwikkeling. van verwachte kosten en Daarvoor werken we op basis van de omgevingsvisie een systematiek uit in het programma opbrengstenposten) kostenverhaal (instrumenteel) en (vanuit) de agenda groen (inhoudelijk). Voor wat betreft het Parkeerfonds: het huidige parkeerbeleidsplan kent al een parkeerplaatsverplichting. Dit betekent dat bouwplannen worden getoetst aan de gemeentelijke parkeernormen. Een initiatiefnemer dient zelf voor voldoende parkeergelegenheid te zorgen op eigen terrein. Lukt dat niet, dan kan een initiatiefnemer dit afkopen. Dan compenseert hij de aanleg of toegankelijkheid van parkeerplaatsen. De gemeente is verplicht deze compensatie alleen voor deze doelen in te zetten. De budgettaire kaders zijn vastgelegd in de parkeerfondsverordening. Eind 2024 is de hoogte van het parkeerfonds 150.000 euro.
De huidige regeling dateert van 2012. Op basis van de nieuwe omgevingsvisie worden het parkeerbeleid en de parkeernormen dit jaar geactualiseerd. De raad wordt in de raadsronde van 3 april geïnformeerd over de deeluitwerking Parkeren van het programma Gezond Bewegen als doorwerking van de omgevingsvisie
11
Wat zijn naar verwachting de kosten voor een In de omgevingsvisie is een ongelijkvloerse kruising van de Urmonderbaan met de Oude Postbaan voorziene ongelijkvloerse kruising onder randvoorwaardelijk opgenomen als onderdeel van de uitbreiding van de Brightlands Chemelot vierbaans Urmonderbaan door naar de Oude Campus. Hiermee zorgen we dat de campusdelen aan beide zijden van de Urmonderbaan één Postbaan (Graetheide)? En hoe gaat de geheel vormen en er dus sprake is van een uitbreiding van de campus in plaats van een nieuwe financiering daarvan plaatsvinden? campus. De kosten hiervoor zijn onderdeel van de campusontwikkeling. Over de kosten en over de financiering zijn tussen de campuspartijen nog geen afspraken gemaakt.
12
Graag ontvangt onze fractie met betrekking tot erfgoed naast figuur 8 (themakaart erfgoed monumenten) een aanvullende kaart waarop staat aangegeven welke afgebakende gebieden (monumentenbiotopen) worden bedoeld.
De gevraagde kaart 'monumentenbiotopen' is er op dit moment niet. Eerst wordt dit jaar het
Erfgoedprogramma opgesteld op basis van de beleidskeuzes in de omgevingsvisie. Vanuit dat erfgoedprogramma dient vervolgens een uitvoeringsprogramma te worden opgesteld waarbinnen het begrip monumenten biotoop verder uitgewerkt kan worden. Er is dus op dit moment geen sluitende definitie voor een monumentenbiotoop, er zal dus per object bekeken moeten worden of en hoe de biotoop beschermd moet/kan worden en hoe groot deze is. Het is dus heel lastig om een sluitend voorbeeld te geven van een biotoop waardoor de vraag is of er in beginsel een kaart gaat worden geproduceerd of dat we deze pas vaststellen als er een ontwikkeling is. In de Omgevingswet
staat bovendien dat het omgevingsplan regels moet bevatten voor het voorkomen van aantasting van de omgeving van monumenten, voor zover die aantasting een negatieve invloed heeft op het aanzicht of de waardering van die monumenten. 13
Is inmiddels bekend waar de ruim 500 De locaties van de trafohuisjes zijn nog niet bekend. Eerst zullen er proces- en werkafspraken transformatorhuisjes in Sittard-Geleen gemaakt moeten worden tussen de gemeente en Enexis (intentieovereenkomst en worden gesitueerd? Indien nee, wanneer valt samenwerkingsovereenkomst). Dit wordt op basis van de omgevingsvisie en de doorwerking in de dat overzicht te verwachten. Indien ja, Routekaart Energietransitie opgepakt. kunnen die op een aanvullende kaart worden aangegeven
14
De winkellocaties worden steeds kleiner in Met het vaststellen van het subregionaal detailhandelsbeleid Westelijke Mijnstreek 2023-2030 in Sittard-Geleen. Wanneer vindt herijking december 2023 zijn de afbakeningen van de winkelgebieden (opnieuw) vastgesteld. plaats van aangewezen kernwinkelgebieden Herijking vindt indien aan de orde plaats met de evaluatie van dit programma en zal vervolgens in in Sittard en Geleen als onverhoopt blijkt dat de herijking van de omgevingsvisie worden meegenomen. de leegstand in de kernwinkelgebieden niet terugloopt?
15
Is er met betrekking tot het VDL- Nedcar VDL Nedcar heeft aangegeven dat zij in 2025 zal starten met het onderzoeken van (de terrein een plan in voorbereiding als een mogelijkheden) voor de herontwikkeling van het terrein. De omgevingsvisie geeft hiervoor het kader. mogelijke herontwikkeling in 2030 niet door Als een andere richting aan de orde is dan wordt dit meegenomen in de herijking hiervan. de markt is opgepakt? Zo nee, waarom niet?
16
Hoe worden klimaattesten periodiek uitgevoerd en gemonitord?
17
Doelstelling van de gemeente is om in 2040 De verkenning van gebieden waar nu nog niet wordt voldaan aan die doelstelling, dient nog plaats in totaal 10 procent groenblauwe te vinden. De beleidsdoorwerking vindt plaats in de Agenda Groen (of als uitwerking hiervan) die op dooradering van het gebied te bereiken. basis van de omgevingsvisie wordt opgesteld. Hoeveel procent is het nu? Graag op een
De klimaatstresstesten startten in 2018. De tweede ronde vindt plaats in 2025. De eerste ronde werd gefinancierd vanuit het DeltaProgramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). Hoewel ronde 2 in 2025 wordt voorzien wordt de specifieke invulling ervan nog besproken en onderhandeld met de werkregio's van de DPRA. Dit onder andere omdat er geen geld beschikbaar is vanuit het rijk. Monitoring of opvolging wordt uitgevoerd door het rijk vanuit de DPRA.
kaart aangeven waar de groenblauwe dooradering tot 2040 gaat komen 17
Het college geeft aan dat er onderzoek Wij onderzoeken als onderdeel van de Agenda Groen welk systeem ons gaat helpen bij het bepalen gedaan moet worden over de streefnorm om van dergelijke informatie en kengetallen. We verwachten hierover in 2025 meer concreet te kunnen het percentage kroonbedekking en biomassa worden. jaarlijks met 1% toe te laten nemen. Hoeveel Met deze norm benadrukken we het belang van bomen in de openbare ruimte voor verkoeling kroonbedekking en biomassa is binnen het (schaduw en luchtvochtigheid), leefbaarheid en ecologie. grondareaal van Sittard-Geleen nu aanwezig? Wanneer wordt het onderzoek naar verwachting uitgevoerd?
18
Hoe wordt concreet met de visie Zitterd Climateproof bewerkstelligd dat voldaan gaat worden aan de doelen en randvoorwaarden van de Kader Richtlijn Water (KRW) in 2027
De relatie tussen de KRW richtlijnen en de visie Zitterd Climateproof bestaat uit het voorkomen van een overbelasting van het gemengd riool door maatregelen langs de Geleenbeek. Wanneer het riool overbelast raakt stort het via een overstort rioolwater de natuur in. In andere woorden, Zitterd Climateproof beoogt meer ruimte te geven aan het water en verminderd daarmee de overstortfrequentie. Bij de herinrichting van de Geleenbeek in het stadspark van Sittard, traject A-deel B, is langs de Berkenlaan een ondergronds bassin aangelegd. Dit bassin zorgt ervoor dat minder vervuild rioolwater (verdund met regenwater) naar de Geleenbeek overstort. Ook is de verharding van de Vijverweg, Molenweg, Avondsterstraat en Poolsterstraat afgekoppeld van het riool. Bij het nog her in te richten gedeelte van de Geleenbeek Parklaan, traject deel B- C, wordt het riool vergroot en ter plaatse van de overstorten op de Geleenbeek zeefconstructies aangelegd. Het grotere riool zorgt ervoor dat minder vervuild rioolwater (verdund met regenwater) naar de Geleenbeek overstort en de zeef zorgt ervoor dat het rioolwater dat overstort schoner is. Ook de verharding van de Parklaan, Engelenkampstraat en Beukenlaan worden afgekoppeld van het riool. Langs de Clootsweg is in 2008 al een ondergronds bassin aangelegd.
Dit bassin zorgt ervoor dat minder vervuild rioolwater (verdund met regenwater) naar de Geleenbeek overstort.
Verder heeft het Waterschap Limburg de Geleenbeek via de herinrichting in het stadspark en de nog her in te richten overige delen maatregelen getroffen om de ecologie te verbeteren door onder andere het aanleggen van twee visstrappen. In Geleen-Zuid zijn we bezig met het ontkluizen van de beek in waardoor ook in Geleen het hoofdriool wordt ontlast wat tot minder overstort leidt. 19
Hoe wordt in de stedelijke gebieden rekening Het gaat bij Basiskwaliteit Natuur om een meetbare kwaliteit van de natuur, met name buiten de gehouden met de Basiskwaliteit Natuur natuurgebieden. Het geeft aan wanneer een bepaalde locatie voldoet aan een minimale standaard (BKN)? Welke doelen zijn er daarbij voor wat van de aanwezigheid van algemene, wijdverspreide wilde planten en dieren. In de Agenda Groen betreft geveltuintjes, groen op gevels en die op basis van de omgevingsvisie wordt opgesteld, werken we concrete doelen uit voor diverse daken en vergroening van schoolpleinen en locaties. parkeerplaatsen?
20
Waar worden tot 2040 in Sittard-Geleen In de omgevingsvisie zijn de ecologische verbindingszones vastgelegd. Daar waar deze faunaverbindingen verwacht (faunapassages onderbroken worden door infrastructuur wordt gezocht naar structurele verbindingen voor fauna. In en beekkruisingen boven of onderlangs de de afgelopen jaren zijn er al diverse voorzieningen gerealiseerd door Rijkswaterstaat weg)? (ontsnipperingsmaatregelen). Daar waar een beek een weg kruist zijn in de duikers loopplanken aangebracht. Met de aanpassing van het Julianakanaal worden fauna-uittrede-plekken gemaakt aan weerzijden van het kanaal bij Graetheide en Obbicht, ook wordt er een faunavoorziening aan de brug van het Julianakanaal bij Graetheide bevestigd en wordt het tunneltje tussen Graetheide en Guttecoven aangepast bij de verbreding van de autosnelweg.
21
‘In 2040 hebben we de bodemgesteldheid aangepakt en meer ruimte gegeven aan water. Gebieden rond de beken worden uitgebreid’. Graag ontvangt onze fractie een overzicht van de locaties die daarvoor in aanmerking komen.
Op de omgevingsvisiekaart op pagina 26 staan de beken aangegeven, en zijn de zones hieromheen indicatief geduid. Aan de Geleenbeek wordt de aanpak rondom de beek concreet vormgegeven via Corio Glana. Daarnaast worden er bepaalde stroomgebieden bij water op het ‘maaiveld’ ook aangewezen als belangrijke gebieden van interesse voor klimaatadaptatie, deze zijn te vinden op pagina 91, figuur 15: Interessegebieden voor water en klimaatadaptatie.
22
‘Er wordt ruimte gemaakt voor duurzame opwek van energie’. Graag ontvangt onze fractie een overzicht van de locaties die daardoor in aanmerking komen.
Om de potentie van grootschalige duurzame opwek van energie te vergroten wordt het huidige afwegingskader voor grootschalige opwek van duurzame energie herijkt. Dit gebeurt op basis van de kaders in de omgevingsvisie en de doorwerking hiervan in de Routekaart Energietransitie. Hierin wordt het begrip integrale gebiedsontwikkeling nader ingevuld en wordt duurzame opwek verbonden met de ruimtelijke en landschappelijke inrichting, (financiële) participatie, maatschappelijk draagvlak en uitvoerbaarheid (netcongestie). Dit biedt ruimte voor maatwerk.
Fractie Nr.
Lokaal SGB, Peter Vola Vraag
Antwoord
1
Klimaatadaptatie: Hoe wordt klimaat adaptief bouwen gestimuleerd?
We werken als gemeente richting de toepassing van de “Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving” van het Rijk. Voor bepaalde aspecten hiervan is er al beleid dat wordt uitgebreid om met het veranderende klimaat mee te groeien. Een voorbeeld hiervan zijn de infiltratie eisen voor nieuwbouw. Voor groene daken en groene gevels hebben wij momenteel al subsidies beschikbaar. Deze set aan verplichtingen en middelen worden uitgebreid om samen richting een klimaatadaptieve leefomgeving te werken. De precieze invulling zal in het programma Water en Klimaatadaptatie komen te staan dat in 2027 wordt gemaakt en mogelijk in een hitteplan. Beide als beleidsdoorwerking van de omgevingsvisie.
2
Klimaatadaptatie: Hoe worden overstromingsgebieden aangepakt?
Op basis van de keuzes in de omgevingsvisie hierover onder de ambitie ‘Water en bodem sturend’, werken we een lokaal programma Water en Klimaatadaptatie uit. Daarnaast heeft dit onderwerp ook aandacht in de samenwerking met Rijk, Provincie en de buurgemeenten. Vanuit de samenwerking Waterveiligheid en Ruimte Limburg worden oplossingen ingezet die het hele stroomgebied van de Geleenbeek beslaan en daarmee ook buiten de grenzen van de Gemeente en de werkregio, Westelijke Mijnstreek vallen.
3
Klimaatadaptatie: Welke maatregelen worden genomen tegen wateroverlast en droogte?
Op basis van de keuzes in de omgevingsvisie hierover onder de ambitie ‘Water en bodem sturend’, werken we een lokaal programma Water en Klimaatadaptatie uit.
4
Klimaatadaptatie: Hoe wordt serieus stedelijk groen ingezet voor hittestress?
Op basis van de keuzes in de omgevingsvisie hierover onder de ambitie ‘Water en bodem sturend’, werken we een lokaal programma Water en Klimaatadaptatie uit.
5
Natuurbehoud en biodiversiteit: Hoe worden In de omgevingsvisie hebben we de ecologische verbindingszones weergegeven. Hiermee worden natuurgebieden verbonden en uitgebreid? de natuurgebieden met elkaar verbonden. We werken programmatisch nader uit welke verdere inrichting de verbindingszones nodig hebben om goed te kunnen functioneren.
6
Natuurbehoud en biodiversiteit: Hoe wordt de biodiversiteit in het stedelijk gebied versterkt?
We zetten via diverse sporen in op het versterken van de biodiversiteit in het stedelijk gebied. Met het beheer en onderhoud van de openbare ruimte houden we hier rekening mee. Daarnaast bieden tuinen een goede mogelijkheid om de biodiversiteit te versterken. Om onze inwoners hierin mee te nemen hebben we acties zoals het tegelwippen waarbij we naast het effect op de afwatering een impuls geven aan beplanting. Ook met acties zoals het weggeven van bomen die in de regio soorteigen zijn dragen we hier aan bij.
7
Natuurbehoud en biodiversiteit: Welke Erosie in de buitengebieden treedt vooral op bij landbouwgebieden op hellingen. Kleine maatregelen worden genomen tegen erosie landschapselementen zoals graften zorgen voor een betere wateropname en daarmee minder in sommige buitengebieden? erosie. Ook landschapsgebruik zoals gras en met de contouren mee ploegen helpen hierbij. De maatregelen worden genomen samen met de agrariërs en het waterschap.
8
Natuurbehoud en biodiversiteit: Hoe wordt Het Natuurnetwerk Limburg heeft een beschermde status die door de Provincie Limburg het Natuurnetwerk Limburg is Sittard-Geleen gehandhaafd wordt. In Sittard-Geleen maken deze gebieden onderdeel uit van het natuurnetwerk beschermd? en de ecologische verbindingszones.
9
Energie en Duurzaamheid: Hoe wordt de overstap naar duurzame energiebronnen gerealiseerd?
Op 27 maart 2025 wordt de Routekaart Energietransitie Sittard-Geleen (Energievisie en strategie 2030) aan de raad ter vaststelling voorgelegd. Hierna wordt het Uitvoeringsprogramma Routekaart Energietransitie 2025-2027 aan het college ter vaststelling voorgelegd. Hierin is opgenomen dat de focus voor de komende periode ligt op twee strategische thema’s op het vlak van duurzame energiebronnen, namelijk warmte en elektriciteit (naast energiebesparing). Realisatie hierbij vindt plaats door de volgende activiteiten: Activiteiten Warmte: - Warmtenet Zuid-Limburg - Opstellen wijkuitvoeringsplannen - Opstellen Warmteprogramma - Proeftuin aardgasarme wijk Limbrichterveld Noord Activiteiten Elektriciteit: - Aanpak stimuleren zon op dak (kleinschalig) - Herijking afwegingskader grootschalige opwek wind- en zonne-energie en toetsingsprocedure (RES) - Verkenning en planvorming realisatie zonne- en/of windenergie (RES) - Aanpak verduurzaming bedrijventerreinen en MKB
-
Aanpak verzwaring elektriciteitsnet Maatwerkoplossingen netcongestie Realiseren publieke laadinfrastructuur (regionale concessie)
10
Energie en Duurzaamheid: Welke rol speelt De verwachting is dat waterstof slechts een beperkte invloed heeft op de gemeentelijke energiemix. waterstof in de energietransitie? Groene waterstof zal met name toegepast worden in de industrie als vervanger van aardgas voor processen die een hoge temperatuur nodig hebben. In de gebouwde omgeving is de verwachting dat waterstof als alternatief voor aardgas niet economisch rendabel is. Groen gas heeft ook een te beperkte potentie om binnen de gebouwde omgeving een rol van betekenis te gaan spelen. Dit betekent niet dat groen gas en waterstof geen alternatief kunnen zijn voor het aardgasverbruik van een individueel bedrijf, maar de bijdrage aan de totale energiemix zal zeer beperkt blijven. Vandaar dat waterstof niet is meegenomen in de omgevingsvisie en in de beleidsdoorwerking hiervan in de Routekaart Energietransitie.
11
Mobiliteit en Infrastructuur: Hoe wordt duurzame mobiliteit bevorderd?
Onder ambitie Gezond bewegen zijn de beleidskeuzes beschreven die actieve en duurzame mobiliteit bevorderen. Bijvoorbeeld door het aanleggen van directe, veilige en comfortabele wandel- en fietsroutes, het stimuleren van deelmobiliteit door op centrale plekken in wijken mobiliteitshubs te realiseren en door te zorgen voor voldoende oplaadvoorzieningen voor elektrische auto's in de openbare ruimte. Ook komt dit terug onder de ambitie Duurzame logistiek. In de Routekaart Energietransitie SittardGeleen zijn structurerende keuzes opgenomen waaronder het ‘Faciliteren van de autonome verandering naar elektrisch vervoer en duurzame mobiliteit’. In het Uitvoeringsprogramma Routekaart Energietransitie 2025-2027 zijn hiertoe als activiteiten het ‘Realiseren publieke laadinfrastructuur (regionale concessie)’ en ‘Strategie en plaatsingsbeleid elektrisch laden’ opgenomen. Voor beide geldt dat wanneer dit een presterende rol van ons als gemeente vraagt de benodigde additionele middelen via de begrotingen door de raad hiervoor beschikbaar moeten worden gesteld.
12
Mobiliteit en Infrastructuur: Welke maatregelen worden genomen voor verkeersveiligheid?
Bij alle projecten die we uitvoeren is een verkeersveilige weginrichting het uitgangspunt, met name voor de kwetsbare verkeersdeelnemers (voetgangers en fietsers). Daarnaast richten we ons op het veilig inrichten van veilige schoolomgevingen en de wandel- en fietsroutes hiernaartoe.
13
Circulaire Economie en Afvalbeheer: Hoe wordt de afvalproductie verminderd?
Huishoudelijk afval wordt zoveel mogelijk gescheiden ingezameld zodat de grondstoffen hergebruikt of gerecycled kunnen worden. Hiervoor geldt het Regionaal Uitvoeringsplan Van Afval Naar Grondstof 2022-2025.
14
Circulaire Economie en Afvalbeheer: Hoe In het in ontwikkeling zijnde transitiebeleid Circulaire Economie en specifieker Programma wordt circulaire bedrijvigheid gestimuleerd? Bedrijventerreinen wordt dit meegenomen. Ambitieus MKB046 is een innovatief programma ontworpen om het midden- en kleinbedrijf (MKB) in de regio Westelijke Mijnstreek middels een vijftal kernthema's te versterken en te versnellen richting een toekomstbestendige onderneming. Een van deze thema’s is circulariteit. Verder vervult de gemeente een rol in het Circular Economy Action Plan van Chemelot Circular Hub. Het in 2025 te openen Duurzaamheidshuis (werktitel) zal met haar programmering o.a. inzetten op het stimuleren van circulaire bedrijvigheid.
15
Aanpak en Preventie van Onbehoorlijk Beleidskeuzes over dit onderwerp liggen niet voor met de omgevingsvisie. De omgevingsvisie zet in Bestuur: Welke maatregelen zijn er voor het op samen met de rest van de samenleving stad en dorp maken. voorkomen van onbehoorlijk bestuur?
16
Aanpak en Preventie van Onbehoorlijk Beleidskeuzes over dit onderwerp liggen niet voor met de omgevingsvisie. De omgevingsvisie zet in Bestuur: Vindt er en op welke wijze, evaluatie op samen met de rest van de samenleving stad en dorp maken. en monitoring plaats bij onbehoorlijk bestuur?
17
Maatregelen tegen corruptie en integriteitsbeleid: Wordt er gestuurd op gelijke behandeling van initiatiefnemers?
18
Maatregelen tegen corruptie en Beleidskeuzes over dit onderwerp liggen niet voor met de omgevingsvisie. De omgevingsvisie zet in integriteitsbeleid: Welke prestatiecriteria zijn op samen met de rest van de samenleving stad en dorp maken. afgesproken bij externe samenwerkingen?
Beleidskeuzes over dit onderwerp liggen niet voor met de omgevingsvisie. De omgevingsvisie zet in op samen met de rest van de samenleving stad en dorp maken.
19
Overtredingen van Integriteitsregels: Welke bestuurlijke of juridische stappen worden genomen bij een overtreding?
Beleidskeuzes over dit onderwerp liggen niet voor met de omgevingsvisie. De omgevingsvisie zet in op samen met de rest van de samenleving stad en dorp maken.
20
Overtredingen van Integriteitsregels: Wordt er gebruikt gemaakt van terugvorderingen?
Beleidskeuzes over dit onderwerp liggen niet voor met de omgevingsvisie. De omgevingsvisie zet in op samen met de rest van de samenleving stad en dorp maken.
21
Overtredingen van Integriteitsregels: Wordt er gehandhaafd in tijdelijke of permanente uitsluitingen van projecten?
Beleidskeuzes over dit onderwerp liggen niet voor met de omgevingsvisie. De omgevingsvisie zet in op samen met de rest van de samenleving stad en dorp maken.
Fractie Nr.
Fractie PIT Vraag
1
2
3
4
Antwoord
Aangegeven wordt dat er 22 zienswijzen zijn De zienswijzen zijn bijgevoegd. ingediend. In de nota van zienswijzen zijn deze samengevat. Verzoek is om de originele zienswijzen toe te voegen aan de stukken. Aangegeven wordt dat regionale De veronderstelling dat regionaal beleid zo geduid staat in de beleidslijst is correct. Eventuele beleidsstukken niet eenzijdig kunnen worden intrekking hiervan is afhankelijk van de regionale afspraken die over het betreffende stuk gemaakt ingetrokken. Wij gaan ervan uit dat dit de worden. Intrekking is uiteraard aan de raad. onderdelen zijn waarbij in de beleidslijst bij de toelichting staat “regionaal beleid”. Is die Met betrekking tot het onverhoopt niet intrekken van overige (lokale) stukken: het wel of niet veronderstelling correct? intrekken van raadsstukken is aan de raad. Indien de raad bij het vaststellen van de omgevinsgsvisie besluit om een of meerdere lokale stukken niet in trekken, blijven ze in stand als vigerend beleid. Kunt u aangeven wat er gebeurt als bepaalde Hierbij kan het zijn dat er beleidsconflicten ontstaan met de omgevingsvisie. Of we (lees college beleidsstukken onverhoopt niet worden ingetrokken? Komt voor deze beleidsstukken en/of raad) later alsnog een stuk intrekken is afhankelijk van de argumentatie van de raad om het t.z.t. nog een voorstel tot intrekking ervan? betreffende stuk op dit moment niet in te trekken.
In de beleidslijst staat aangegeven welke Over het algemeen betreft het beleidsdoorwerking die we hiermee op het niveau van programma’s beleidsstukken worden ingetrokken. In brengen. In sommige gevallen was het beleid achterhaald of paste het niet doordat in de hoeverre is aan te geven op welke wijze de omgevingsvisie beleidsvelden integraal samenkomen. Dit betreft met name de oudere inhoud van deze beleidsstukken is vertaald beleidsstukken. Een voorbeeld hiervan zijn de beperkte woningbouw mogelijkheden (woonvisie). in de omgevingsvisie? Is dit beleid één op De beleidskeuzes uit de recent vastgestelde beleidstukken zijn integraal overgenomen. Een één overgenomen of zijn er bijvoorbeeld voorbeeld hiervan is de keuze om het centrum van Geleen te benoemen tot stadsdeelcentrum beleidswijzigingen doorgevoerd? (Detailhandelsbeleid) of keuzes rondom Chemelot (Strategische gebiedsvisie omgeving Chemelot). In de omgevingsvisie wordt gesproken over We nemen aan dat het participatieverslag van de participatie over de concept omgevingsvisie het participatieplan. In dat participatieplan bedoeld wordt. Hierbij is gesproken met: wordt op pagina 6 gesproken over het bereik. Scholen / organisaties voor jongeren: Kan daarbij van de jongerenparticipatie (7 Greutsj, JONGK!, Zuyd Hogeschool (ca. 80 leerlingen), Graaf Huyn (ca. 50 leerlingen), Trevianum organisaties), de ketenpartners (15 (ca.
50 leerlingen), IKC Loedoes (ca. 15 leerlingen), Vista organisaties) en de maatschappelijke
organisaties (20 organisaties) de exacte lijst Ketenpartners: worden gegeven van de betreffende Brandweerzorg - Veiligheidsregio Zuid-Limburg, Gemeente Beek, Gemeente Beekdaelen, Gemeente organisaties die hebben deelgenomen? Maastricht, GGD Zuid-Limburg, LLTB, Natuurbeheer Zuid-Limburg, Provincie Limburg, RUD Zuid-Limburg, Waterschap Limburg, WML, Natuur en Milieu Federatie Limburg, Enexis, Prorail, Gasunie, Parkstad Limburg, Gemeente Maaseik Partners uit de samenleving: ZOwonen, Woonpunt, Wonen Limburg, Adviescommissie Omgevingskwaliteit, Stichting Jacob Kritzraedt, Vereniging Sittards Verleden, Stichting Kasteel Limbricht, Natuurrijk Limburg, Graetheide comité, Stichting de Rollen, IVN Munster Geleen Sittard, LLTB, CNME, WBE’s Swentibold, Hondskerk, Limbrichterbos, Wij Schwienswei, St. Behoud Kollenberg, St. De Rollen, St. Plὂk, Houd Daniken Levend, IVN Born, IVN Werkgroep Kingbeek, Jagersvereniging, Chemelot, BCC, DSM firmenich, 5
6
7
Op bladzijde 15 van de omgevingsvisie wordt De samenwerking in de Euregio is minder institutioneel dan die met Rijk, Provincie en regio Zuidbij 2.3 gesproken over de regionale Limburg. Vandaar dat hiervan geen opsomming van gezamenlijke doelen voorhanden is. positionering. Daarbij worden Westelijke Voorbeelden van gelegenheidssamenwerkingen in Euregionaal verband zijn: Rivierpark Maasvallei Mijnstreek, regio Zuid-Limburg, Nederland en de doorfietsroute Parkstad – Sittard (via Hillensberg). en de Euregio genoemd in de inleiding. Van de regio Zuid-Limburg, de provincie en het Rijk wordt vervolgens genoemd waar we met hen aan werken. De Euregio wordt hierbij niet genoemd. Kunt u aangeven waarom dat is? Kunt u alsnog aangeven waar we met de Euregio aan werken? Op bladzijde 37 wordt aangegeven dat we Zie antwoord technische vraag nr. 8 van GroenlinksPvdA ons grondbeleid gaan actualiseren om meer aan te sluiten bij de Omgevingswet en de thema’s uit de toekomstvisie. Kunt u hierbij een planning aangeven? Op bladzijde 37 en verder wordt gesproken over het kostenverhaal en financiële Zie antwoord technische vraag nr. 10 van GroenlinksPvdA bijdragen. Daarbij wordt o.a. gesproken over
8
9
10
een landbouwfonds en een parkeerfonds. Kunt u hierbij een planning aangeven? Op bladzijde 58 wordt bij mobiliteit Om een mobiliteitssysteem te creëren dat meer is ingericht op actieve en duurzame mobiliteit gesproken over het STOMP-principe. In zodat een alternatief ontstaat voor het autogebruik, is het nodig dat het aanbod van duurzame hoeverre is het effect van deelmobiliteit vervoerwijzen (zoals de deelauto) wordt vergroot. (zeker op langere termijn) voldoende inzichtelijk? Is duidelijk of dit echt werkt of Op dit moment zijn de effecten van deelmobiliteit beperkt te meten omdat het aanbod in Sittarddat het slechts een instrument is om de voor Geleen nog klein is, maar we zien het gebruik toenemen: het gebruik van de Arriva deelfiets is ten een plan vereiste parkeervoorzieningen dicht opzichte van het eerste jaar boven verwachting gegroeid. En deelauto aanbieder Greenwheels heeft te rekenen? hun aanbod uitgebreid met drie nieuwe locaties en dit jaar volgen er nog twee nieuwe. Op bladzijde 59 staat dat de Nee, we zijn hiervoor afhankelijk van de planning van de provincie Limburg als wegbeheerder. Op ontwikkelopgave N276 nog onderzocht moet dit moment hebben we daar nog geen informatie over. worden.
Is hiervan bekend hoe de planning eruit ziet qua onderzoeken / resultaten? Er is een omgevingseffectrapportage De omgevingseffectrapportage is gedurende het opstellen van de ontwerpversie (die ter inzage is opgesteld m.b.t. de omgevingsvisie. Op basis gegaan) opgesteld. Op basis van de nu doorgevoerde wijzigingen (na de zienswijzeperiode) waren van welke versie is deze opgesteld? Is dit de geen aanpassingen van de OER nodig. omgevingsvisie zoals die ter inzage heeft gelegen of betreft dat de gewijzigde versie zoals die nu ter vaststelling voorligt?
Fractie Nr.
Gob Vraag
1
2
Antwoord
Is bij de totstandkoming van de Een van de uitgangspunten in de omgevingsvisie is water en bodem sturend. Hierbij gaat het niet omgevingsvisie rekening gehouden met de alleen om de ondiepe bodem, maar ook de diepere opbouw van de grond. Zoals de breuksystemen specifieke geologische opbouw van de in de gemeente en mijnzakkingen ter plekke van oude mijngangen. Bij alle bovengrondse ondergrond? Zo ja, kunt u aangeven waar dit ontwikkelingen moet hierom ook naar de ondergrond gekeken worden. Het door u genoemde uit blijkt? Indien dit niet het geval is, rapport is als basis gebruikt bij het maken van de omgevingsvisie en biedt hier een goede verzoeken wij om het rapport ‘Ondergrond onderlegger voor. voor ontwikkeling, Pilot ondergrond en Omgevingswet Sittard-Geleen’ integraal op te nemen als onderdeel van de omgevingsvisie. Daarnaast verzoeken wij om in de omgevingsvisie expliciet vast te leggen dat bij alle toekomstige plannen en ontwikkelingen rekening wordt gehouden met de geologische opbouw van de ondergrond, met als uitgangspunt dat bouwen op geologische breuken en drempels binnen de gemeente wordt vermeden. Op pagina 10 wordt vermeld dat SittardDe prognoses met betrekking tot de huishoudensontwikkeling tot 2030 en daarna komen uit het Geleen in 2025 circa 92.000 inwoners telt en woonbehoefteonderzoek Sittard-Geleen 2023.
De groei naar 100.000 inwoners is niet gebaseerd op dat de gemeente naar verwachting tot 2030 de reguliere demografische prognose. Het is een wensbeeld dat voortbouwt op de ambitie vanuit zal groeien met ongeveer 500 huishoudens. Sittard Centraal en een mogelijke groei van migratie. Na 2030 wordt, zonder ingrijpen, een daling van het aantal huishoudens voorzien. Op pagina 19 wordt echter gesteld dat in 2040 ruim 100.000 inwoners in Sittard-Geleen samenleven. Wij verzoeken u aan te geven op welke demografische onderzoeken deze prognoses zijn gebaseerd.
3
Op de afbeelding op pagina 51 is 'Obbicht' Dit betreft een duidelijke omissie. Om dit te ondervangen, wordt voor 27 maart een gecorrigeerde ten onrechte aangeduid als 'Grevenbicht' en pagina toegevoegd bij de besluitvormingsstukken. 'Grevenbicht' als 'Papenhoven'. Graag zien wij dit gecorrigeerd. Kunt u aangeven of deze correcties direct kunnen worden doorgevoerd, of dat hiervoor een amendement noodzakelijk is?