Beantwoording door D66 inzake technische vragen PIT initiatiefvoorstel bescherming bomen
Tekst van het document
Technische vragen initiatiefvoorstel inzake bescherming bomen: Naar aanleiding van dit raadsvoorstel heeft onze fractie de volgende vragen aan het college: 1. Wat betekent het voorstel voor de benodigde ambtelijke capaciteit t.b.v. beoordeling van vergunningsaanvragen en het uitvoeren / beoordelen van de vergunningscheck? 2. Op basis van de Gemeentewet, artikel 147a lid 4, neemt de raad geen besluit over een voorstel dan nadat het college in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen. Kunt u aangeven wat de wensen en bedenkingen van het college inzake dit voorstel zijn? Naar aanleiding van dit raadsvoorstel heeft onze fractie de volgende vragen aan de initiatiefnemers: 3. Kunt u aangeven waar de in artikel 4.11 lid 3 gehanteerde perceeloppervlakte van 200 m2 op gebaseerd? De perceeloppervlakte van 200m² is gebaseerd op de gemiddelde perceeloppervlakte van een steekproef uit het (geschakelde) woningbestand van Sittard-Geleen. 4. Kunt u aangeven welke definitie van houtopstand thans is opgenomen in de APV en welke definitie wordt opgenomen met inwerkingtreding van het addendum? De definitie zoals die nu is opgenomen (artikel 4.10, lid 1, sub g; houtopstand: een of meer bomen, hakhout, een houtwal, een beplanting van bosplantsoen) blijft onveranderd en is daarom ook niet als verandering aangegeven in de bijlage “Van oud naar nieuw”. 5.
In hoeverre zijn alle houtopstanden (los van de opgenomen uitzonderingen) met invoering van dit addendum onderhevig aan een vergunningscheck door de gemeente? Zie antwoord op vraag 4. Daar waar wordt gesproken over bomen i.p.v. over houtopstanden, betreft het uiteraard alleen bomen (die hun eigen definitie hebben: artikel 4.10, lid 1, sub b). 6. Waarom is er geen onderscheid gemaakt als het gaat om de positie van de houtopstanden, bijvoorbeeld voor- en achtererf? Een boom is een boom. Die kan zowel op voor- als achtererf van invloed zijn op straatbeeld of het leef- of verblijfsklimaat. 7. Waarom is in het voorstel geen minimale stamomtrek opgenomen als beoordelingscriterium? Zie antwoord vraag 6. De wijze waarop verschillende bomen groeien kan leiden tot zeer verschillende stamdikten. De stamomtrek zegt niks over de invloed van een boom op leef- of verblijfsklimaat, noch over straatbeeld, noch over de leeftijd van de boom. Zodoende was er geen reden om een dergelijk criterium te introduceren in de APV. Namens de fractie PIT Erwin Talpe burgerlid