B10 Oplegnotitie Flora en Fauna
Tekst van het document
e,
volantis Oplegnotitie Flora Bestemmingsplan Limbricht
en
Fauna
Kasteel
e.o
Project Projectnummer
:_
Kasteel
1
20201433
Documentnummer
1
_20201433-071-NO_B oplegnotitie Flora en fauna
Datum
:__13
Status
Definitief
Versie
—
Limbricht
december
en
omgeving
2023
B door
Opgesteld
‚de
(geanonimiseerd)
heer
Naar
aanleiding van de Quickscan Ecologische Waarden evenemententerrein gemeente Sittard-Geleen is onderstaande oplegnotitie opgesteld.
Kasteel
en
de
afstemming
met de
In deze oplegnotitie is aangegeven op welke wijze in de Quickscan invulling is gegeven aan de vragen van de gemeente Sittard-Geleen. Waar noodzakelijk is de rapportage op basis van onderstaande uitwerking aangevuld. De aangepaste rapportage is aangehecht aan dit oplegvel.
1.
Effecten
gemeten
op de flora
en
de fauna in het
noordelijk gebied (populierenbos).
Antw.
Op het achterste terrein vinden evenementen plaats. Het aantal evenementen met een akoestische impact op de omgeving is beperkt. Dit is in de toelichting op het bestemmingsplan nader uitgewerkt. Er hebben geen effectmetingen plaatsgevonden. Er is op basis van literatuurgegevens (als benoemd in de rapportage) en een visuele inspectie aangegeven welke flora en fauna in het gebied verwacht kunnen en mogen worden. In de rapportage is aanvullend aangegeven dat er ook reeën e.d. aanwezig kunnen zijn. Voorts is vanuit
de
expertise van Ecolybrium, aangegeven welke voorzieningen getroffen kunnen worden onacceptabele verstoring te voorkomen. De initiatiefnemer zal deze maatregelen in acht nemen. Specifiek met betrekking tot geluid zijn 24-uurs equivalente immissies in de omgeving bepaald. Hieruit volgt dat, gelet op de aard en het aantal evenementen, er geen sprake is van een verstorend effect. om
2.
Nadere
informatie dassen, vleermuizen, patrijzen en burchten in het breder gelegen
dassenwissels met
betrekking tot vleermuizen.
Er is geen
(wenselijk). Het zou wenselijk zijn een kaart met de gebied bij te voegen alsook diepgaander onderzoek informatie opgenomen inzake het broedgebied van patrijzen.
Antw. Een
dergelijke
Het uitkarteren hiervan in het kader van onderhavig initiatief met nadere informatie over de dassenburchten in de aangevuld rapportage omgeving van het plangebied. Hierbij is aangegeven voldoende foerageergebied beschikbaar blijft. Dit geldt overigens ook voor andere soorten zoals ree, konijn, haas en vossen.
voert te
ver.
kaart
is niet voor handen.
Wel is de
Ten aanzien
van de soorten vleermuizen is de verwachting van de aanwezige soorten vanuit de expertise van Ecolybrium verwerkt in de rapportage. Met betrekking tot het eventuele verstorende effect zijn aantallen minder relevant. Er is een potentie voor schuilplaatsen van vleermuizen geïndiceerd, alsook aangegeven dat op het terrein geen voorwaarden zijn ingevuld, op basis waarvan vliegroutes
verwacht mogen
20201433-071-NO_B_oplegnotitie
worden.
Flora
en
fauna
-
13 december
2023
Vanuit de constatering van de potentie zijn door Ecolybrium voorzieningen/maatregelen aangegeven niet in de laatste plaats door het beperkt aantal en de aard van de evenementen. De initiatiefnemer zal deze maatregelen/voorzieningen in achtnemen. Er is hiertoe voorzien in een protocol zie onderstaand. ,
,
Met betrekking tot het voorkomen van patrijzen is de rapportage aangevuld waarbij is aangegeven dat het om te vormen akkerland geen optimale broedbiotoop voor deze soort is. ,
3.
Verhoging aanrijdingen door toename in verkeersbewegingen. Antw. Door RA+ is een verkeersonderzoek uitgevoerd. Hieruit komt naar voren dat er vanwege de functiewijzigingen nagenoeg geen toename van het verkeer zal zijn. Om eventueel overstekende dieren te behoeden van aanrijding is in de rapportage opgenomen dat hiertoe wildspiegels kunnen worden aangebracht. Daarin zal proefondervindelijk worden voorzien. De verwachting is dat bij een evenement aanwezige dieren zich niet in de directe omgeving ervan zullen ophouden. ,
,
,
4.
Verstoring ruwe terrein voor een evenement door de maaimachine. Antw. Het terrein is thans in aanleg. Voorheen was het in gebruik als akkerland. Dit deel wordt ingezaaid als grasland en wordt periodiek gemaaid. Door deze werkwijze zal er zich geen beschermde flora en fauna ontwikkelen.
5.
Hoe vaak per jaar wordt er gebruik gemaakt van dit achterste terrein? Antw. Dit is nader uitgewerkt in de toelichting op het bestemmingsplan.
Afsluitend wordt opgemerkt dat de ecologische onderzoeken zijn gebaseerd op raadpleging van de gebruikelijke bronnen en op visuele inspectie. Hiertoe is nu in de rapportage een bronverwijzing opgenomen (bijlage 1).
Werkprotocol In de rapportage van Ecolybrium zijn maatregelen en voorzieningen opgenomen die bij evenementen op het noordelijk terrein in acht worden genomen: Er worden wildspiegels geplaatst; Er wordt bij evenementen snelheidsbeperking door middel van verkeersbegeleiding toegepast; Verlichting wordt van het populierenbos afgekeerd; dit geldt ook voor de geluidboxen. Zo is voorkomen dat verlichting en geluidbronnen direct afgesteld wordt op actief bewoonde nesten of optimale broedbiotopen (deze zijn op het evenemententerrein niet aanwezig); Er zijn op het evenemententerrein geen vliegroutes voor vleermuizen. De laanelementen langs de Allee zijn wel gevoelig en zullen bij evenementen niet worden aangestraald door licht of gerichte geluidbronnen. De bovenstaande maatregelen worden door Ecolybrium verwoord in een werkprotocol. Dit werkprotocol zal in overleg met de gemeente Sittard-Geleen worden opgesteld. Na afloop van eerste 3 evenementen wordt het protocol geëvalueerd en waar nodig aangepast. Het perceel wordt periodiek gemaaid. Over de periode en frequentie worden jaarlijks met de gemeente SittardGeleen afspraken gemaakt. Periode en frequentie hangen samen met de voorziene evenementen en de tijdstippen daarvan in het betreffende jaar.
20201433-071-NO_B_oplegnotitie Flora en fauna - 13 december 2023
BIJLAGE 1
Rapportage 2301368-zuid Rapportage QEW evenemententerrein Limbricht
20201433-071-NO_B_oplegnotitie Flora en fauna - 13 december 2023
©
Ecolybriu m Eeoloifsch
onderzoek
en’
Hoofdkantoor:
Vestiging
Heugterbroekdijk
ads
31
Maastricht:
Florijnruwe
6003 RA WEERT
111-8
6218 CA MAASTRICHT
Opdrachtgever:
Datum:
13 december 2023
Landgoed Kasteel Limbricht Tav. de heer |. Stel Allee 1 6141 AV
Limbricht
Onderwerp: Rapportage Quickscan Ecologische Waarden
inzake evenemententerrein
Kasteel Limbricht, te
Limbricht
(ons kenmerk: 23-1368-zuid)
Opgesteld door: De heer (geanonimiseerd) NN
Geachte
heer Stel,
Hierbij ontvangt u van ons de rapportage inzake het uitgevoerde onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit onderzoek is nodig voor het verkrijgen van de vergunning voor het beoogde evenemententerrein op het zuidelijk gelegen terrein van Kasteel Limbricht, zie figuur 1.
SD 23-1368 Limbricht
Limbricht
Ka
ED Onderzoekslocatie Onderzoek:
QEW
(©) Ecolybrium
Figuur 1: Ligging onderzoeksgebieden (blauw omlijnd) en gesloopt
®
06 462 55
het kasteel
(rood omlijnd).
De
geel omlijnde schuur is reeds
985
KVK
nummer:
info@ecolybrium.nl
Bankrek.:
www.ecolybrium.nl
BTW-nummer:
68599544
NL19 KNAB 0257477624 NL857514313B01
Onderzoeksmethodiek Quickscan Ecologische Waarden Om vast te stellen of er beschermde natuurwaarden aanwezig zijn op de onderzoekslocaties zoals in figuur 1 afgebeeld , zijn de terreinen middels een veldbezoek op 10 november 2023 bezocht en beoordeeld op habitatgeschiktheid. Tevens is de directe omgeving (straal van circa 100m) onderzocht/beoordeeld op het voorkomen en/of gebruik ervan door beschermde natuurwaarden. Naast dit veldbezoek is alle beschikbare gegevens van flora en fauna geraadpleegd worden (uit
atlassen en internetbronnen). Voorgenomen plannen en huidige situatie De bedoeling is dat er evenementen gehouden kunnen worden op met name het grote blauwe vlak aan de zuidoostzijde van Kasteel Limbricht. Permanente ruimtelijke ingrepen , in de vorm van gebouwen vindt alleen plaats ter plekke van de reeds gesloopt voormalige varkensstal (het gele vlak in figuur 1). Het betreft hier een gebouw
vooropslag van diverse materialen voor de opbouw van podia en dergelijke. Voorts zijn er plannen om een groene herinrichting te realiseren op delen van het terrein , om daarmee een natuurlijke en landschappelijke inpassing te creëren in het gebied. Het gehele gebied aan de zuidzijde van
het Kasteel heeft altijd dienst gedaan als agrarisch bouwland war verder geen andere begroeiing (bomen en struiken) aanwezig waren. Op dit moment is ongeveer de helft van het terrein landschappelijk ingericht met een grote diversiteit aan bomen , struiken , scheerhagen en kleine “postzegeltjes” met een diversiteit aan functies. Er zijn “postzegels” ingericht als een zitplek met bankjes en met moestuintjes van 1 bij 1 m en er zijn postzegels ingericht als vlindertuin. De vegetatie tussen de struiken en bomen en in de postzegels bestaat uit een bloemrijk mengsel met diverse inheemse kruiden die een zeer grote aantrekkingskracht hebben en verder gaan krijgen op inheemse soorten insecten.
Verder zijn er halfverharde wandelpaden aangebracht tussen dit groen , die een parkachtige sfeer creëren. Het meest noordelijke terrein is op dit moment sterk verruigd met kruiden die goed gedijen op de nog erg vruchtbare voormalige en verstoorde akkerbouwgrond , zie foto 3. De groeiomstandigheden voor beschermde soorten zijn hier allerminst optimaal en zijn ook niet aangetroffen. Dit terrein zal ingericht en gebruikt worden voor het houden van evenementen en overloopparkeerplaats
(grasvegetatie).
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden inzake evenemententerrein Kasteel Limbricht , te
Limbricht (ons kenmerk: 23-1368-zuid)
2
Foto 1: Een van de “postzegels” is ingericht als zitplek. Hier is ook goed te zien welke diversiteit aan inheemse kruiden er reeds groeien.
Foto 2: Langs de paden is een scheerhaag geplant. Daar achter is een aanplant van inheemse struiken aanwezig die een grote aantrekking zullen gaan krijgen op meerdere soorten.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden inzake evenemententerrein Kasteel Limbricht , te
Limbricht (ons kenmerk: 23-1368-zuid)
3
Foto 3: Beeld op het noordelijke deel waar een sterke verruiging opgetreden is , vanwege de voedselrijkdom in de ondergrond.
Onderzoeksresultaten Vaatplanten en vegetatie In de huidige situatie groeien op de onderzochte delen geen bijzondere en/of beschermde plantensoorten. Daarvoor zijn de huidige groeiomstandigheden verre van optimaal voor dergelijke soorten. Op en rond het kasteel zelf groeien wel enkele bijzondere soorten planten , maar deze zullen bij het houden van evenementen niet in het geding komen aangezien deze met name op de oude muurdelen groeien. De kruiden die er nu groeien zijn ingezaaid en met name bedoeld om de biodiversiteit hier te bevorderen. De ingezaaide soorten , zoals rode klaver , wilde cichorei , fluitekruid , akkerdistels en diverse andere soorten hebben een grote aantrekking op verschillende soorten insecten. Deze hebben op hun beurt weer een aantrekking op andere soorten (vogels , vleermuizen en andere insectenetende zoogdieren , maar ook op libellen die insecten vangen). Het nog om te vormen noordelijke deel van het voormalige akkerland , is in de huidige situatie sterk overwoekerd met soorten als ridderzuring , akkerdistel , raket , melganzevoet en diverse andere akkeronkruiden die als pioniersoort op dergelijke terreinen snel aanwezig zijn. Deze soorten zijn eveneens niet beschermd en bijzonder te noemen.
Uit de geraadpleegde literatuur is gebleken dat er nergens bijzondere en/of beschermde planten groeien op de onderzochte terreinen , met uitzondering van de oude muren rondom het kasteel. De aangeplante bomen en struiken zijn nog erg jong en hebben op dit moment nog niet echt een belangrijke ecologische functie , maar dit zal zeer zeker toenemen naarmate de beplanting tot wasdom gaat komen. Rapportage Quickscan Ecologische Waarden inzake evenemententerrein Kasteel Limbricht , te
Limbricht (ons kenmerk: 23-1368-zuid)
4
Effecten op beschermde en/of bijzondere vaatplanten en een goed ontwikkelde vegetatiestructuur treden niet op , omdat deze niet aanwezig zijn of in ontwikkeling zijn. In het kader van de Wet natuurbescherming kan dan ook geconcludeerd worden dat er geen vervolgstappen noodzakelijk zijn en dat er geen verbodsbepalingen overtreden worden door te houden evenementen. Ten noorden van de onderzoekslocatie ligt een populierenbos waar nauwelijks enige ondergroei van struiken aanwezig is. De populieren zijn nog niet van dermate omvang dat deze kaprijp zijn. De ondergroei bestaat voornamelijk uit een grasvegetatie. De groeiomstandigheden hier zijn eveneens zeer voedselrijk , aangezien dit gebied in het verleden ook als landbouwgrond in gebruik was. Er zijn in dit populierenbos vooralsnog geen indicaties gedaan dat hier roofvogelhorsten aanwezig zijn. Er zullen hier zeker wel spechtenholen aanwezig zijn die een mogelijk functie kunnen hebben voor boombewonende soorten vleermuizen en andere boombewonende soorten (bijvoorbeeld vogels die in holtes broeden (zoals spechten , boomklevers , koolmezen enz. ).
Broedvogels Op de onderzochte terreinen is op dit moment geen sprake van een gevarieerd , goed ontwikkeld broedbiotoop. De vegetatie van struiken en bomen is nog erg jong. De “postzegels” met ingezaaide bloemenmengsels zouden bij aaneengeschakelde grootschaligheid , dus zonder de aanplant van omliggend haagstruweel , een prima broedbiotoop kunnen vormen voor soorten als graspieper , veldleeuwerik en zelfs patrijs. Maar vanwege de diverse aanplant van struiken en hagen en de aanwezigheid van de wandelpadenstructuur zijn de terreinen te klein voor dergelijke soorten om zich te vestigen. In de toekomst , wanneer de vegetatie , en dan met name de bomen en struiken , zich flink hebben ontwikkeld kunnen hier zeer zeker diverse soorten broedvogels gaan vestigen. Ook de kleinschaligheid die het terrein nu heeft is een prima uitgangspositie voor een toekomstig broedgebied voor meerdere soorten vogels. Nesten die jaarrond beschermd zijn , zoals roofvogelnesten , huismusnesten , gierzwaluwnesten , boerenzwaluw en huiszwaluw zijn op dit moment niet aanwezig. Dit heeft ook te maken met het afwezig zijn van geschikte bebouwing. Het gebied vormt in de huidige hoedanigheid wel een geschikt foerageergebied. Met name voor insectenetende soorten en in het najaar (wanneer de planten zaad
hebben gevormd) ook voor zaadeters. Ook uit de beschikbare literatuur blijkt niet dat er nu soorten zitten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Uit de geraadpleegde literatuur blijkt dat er in het verleden ten noorden patrijzen gebroed hebben. De landerijen die hier liggen zijn een prima broedplek voor deze soort , waarbij er tevens een voldoende afstand is tot meer beboste gebieden. Patrijzen broeden het liefst in open gebieden waar weinig tot geen bomen en struiken staan. In beboste delen zitten vaak predatoren (zoals vos , bunzing) die eieren , jongen en volwassen vogels maar al te graag als prooi nemen. Het om te vormen voormalige akkerland vormt dan ook geen optimaal broedbiotoop voor deze soort , aangezien het populierenbos voldoende dekking geeft aan predatoren die zodoende op patrijzen kunnen jagen.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden inzake evenemententerrein Kasteel Limbricht , te
Limbricht (ons kenmerk: 23-1368-zuid)
5
Foto 4: Als de vegetatie tot wasdom komt ontstaat hier een prima broedgebied voor diverse soorten vogels.
Uit de geraadpleegde literatuur blijkt dat er in het verleden rond en op het terrein van het kasteel zelf soorten gebroed hebben als grote lijster , grauwe vliegenvanger (soort van de Rode Lijst) , holenduif , waterhoen , meerkoet , nijlgans en zwarte roodstaart. In de grachten van het kasteel zitten enkele kleine Canadese ganzen die hier nesten hebben in de broedperiode. Door de evenementen kunnen verstorende effecten optreden wanneer deze tijdens het broedseizoen opgevoerd worden. Echter dient hierbij wel opgemerkt te worden dat er met de huidige bedrijfsvoering al sprake is van veel menselijke activiteiten op en rond het kasteel en dat soorten zich daar kennelijk weinig van aantrekken , aangezien er toch diverse soorten broeden op en rond het kasteel. Er mag dan ook uitgegaan worden van gewenning bij deze soorten aan menselijke activiteiten. Vanwege de voormalige landbouwactiviteiten op en rond de onderzochte percelen is ook hier sprake van een bepaalde mate van gewenning van vogels.
Hierbij is dan ook de vraag of het houden van evenementen ter plekke dermate negatieve effecten hebben op broedvogels dat deze onherroepelijk vertrekken uit het gebied. In onze optiek valt dit te bezien. De terreinen zullen ook niet dagelijks/wekelijks voor evenementen gebruikt worden. In het nieuw te bouwen multifunctioneel gebouw , op de plek waar voorheen de varkensstal gestaan heeft kunnen zelfs nog nieuwe nestlocaties gerealiseerd worden , in het kader van natuurinclusief
bouwen. Denk hierbij aan huismuskasten of gierzwaluwkasten. Dergelijke maatregelen worden tamelijk snel in gebruik genomen door soorten en daarmee wordt ook weer een toevoeging gedaan aan de biodiversiteit van het gebied.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden inzake evenemententerrein Kasteel Limbricht , te
Limbricht (ons kenmerk: 23-1368-zuid)
6
Als kanttekening dient te worden gesteld dat het uiteraard niet toegestaan is om actief bewoonde nesten van vogels moedwillig te verstoren en/of te vernietigen. Indien dat het geval is dan is er sprake van een overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Ontheffing om dit wél te mogen doen wordt in elk geval nooit afgegeven , behalve als er sprake is van een groot maatschappelijk belang , maar dit gaat in het kader van evenementen in elk geval geen succes geven. Om de verstoring op broedende vogels in elk geval te minimaliseren zijn een aantal randvoorwaarden opgesteld. Dit zijn: Het is niet toegestaan om verlichting direct af te stellen op actief bewoonde nesten , of
optimale broedbiotopen; Geluidhinder dient voorkomen te worden door de geluidsboxen zodanig te richten dat deze niet direct gericht staan op actief bewoonde nesten en optimaal broedbiotoop; Indien er nesten bewoond zijn dan dient er zoveel als mogelijk afstand gehouden te worden met bouwmaterialen en dergelijke tot deze nestlocatie. Effecten op broedende vogels kunnen optreden , maar door het treffen van bovenvermelde maatregelen kunnen deze tot een minimum beperkt worden. In het kader van de Wet natuurbescherming kan dan gesteld worden dat er geen verder vervolgstappen nodig zijn. Vleermuizen Het gehele terrein zal zeker onderdeel uitmaken van het leefgebied van vleermuizen. De kans is zeer groot dat er ergens in het kasteel en de opstallen en mogelijk ook in de populierenbomen aan de noordzijde van het terrein vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig zijn van vleermuizen. Het is niet ondenkbaar dat het gaat om meerdere soorten. Gebouw- en boombewonende soorten als gewone dwergvleermuis , laatvlieger , ruige dwergvleermuis en mogelijk grootoorvleermuis (gewone en/of grijze) kunnen gebruik maken van de terreinen als zodanig. Uit de geraadpleegde literatuur is bekend dat er ook foeragerende watervleermuizen aanwezig zijn boven de grachten van het kasteel.
In de huidige situatie zijn er ter plekke van de onderzochte terreinen geen vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig , omdat daar geen bebouwing aanwezig is die onder negatieve invloed staan van het houden van evenementen of ruimtelijke ingrepen.
Omdat er geen directe vernietiging is van vaste rust- en verblijfplaatsen , omdat er geen ruimtelijke ingrepen gedaan worden , is er geen sprake van effecten en overtredingen van verbodsbepalingen in die zin. Primaire vliegroutes zijn niet te verwachten op de terreinen zelf. Deze kunnen wel aanwezig zijn in de directe omgeving , vanwege de aanwezigheid van laanelementen en langs de bomen van het populierenbos. Hier zullen diverse soorten gebruik van maken , ook door soorten die elders in
Limburg of België verblijfplaatsen hebben. Effecten op vliegroutes treden echter niet op , omdat de evenementen hier niet plaatshebben. Opgemerkt dient te worden dat de deze elementen wel geheel vrij moeten blijven van verlichtingsbronnen en geluidbronnen om daarmee de relatieve rust ter plekke te garanderen zodat de functie als vliegroute niet tijdelijk wordt verstoord. Als dit namelijk wel het geval is kan dit negatieve effecten hebben op licht en geluidgevoelige soorten (zoals grootoorvleermuizen en watervleermuizen , maar ook soorten als ingekorven vleermuis en bosvleermuis).
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden inzake evenemententerrein Kasteel Limbricht , te
Limbricht (ons kenmerk: 23-1368-zuid)
7
Het gehele gebied vormt een uitermate geschikt foerageergebied voor vleermuizen , met name de gracht rondom het kasteel en de binnenplaats en de heringerichte terreinen met struiken , bomen en de bloemrijke delen. Door de verhoging van de diversiteit van het gebied , door de aanplant , kunnen meerdere soorten hier in de toekomst gaan voorkomen. Door het houden van evenementen kunnen lichtgevoelige soorten vleermuizen (zoals
grootoorvleermuizen en watervleermuizen) verstoord raken tijdens hun foerageertochten. Het is dan ook zaak om te zorgen dat de verlichting in elk geval geheel afgericht staat van de belangrijkste voedselbronnen voor vleermuizen op het terrein. Het gaat hier primair om de boomkronen van de hogere bomen op en rond de terreinen. Naast licht kan geluid eveneens een (tijdelijk) effect hebben op het jachtgedrag van vleermuizen. Ook hierbij dient geconcludeerd te worden dat de geluidsbronnen zoveel als mogelijk weggedraaid staan van het belangrijkste foerageergebied van vleermuizen (bomen).
Opgemerkt dient te worden dat het niet te verwachten is dat evenementen dermate effecten geven op vleermuizen dat deze daarna niet meer terug zullen keren om te jagen. Rondom het kasteel ligt namelijk een ringgracht die voldoende alternatief jachtgebied vormt voor vleermuizen , wanneer er sprake is van evenementen die mogelijk het gedrag kunnen beïnvloeden. Ook de binnen Limbricht gelegen groen ingerichte tuinen , erven en andere openbare groenstroken vormen een geschikt jachtgebied voor vleermuizen. Vleermuizen zijn in principe makkelijk in staat om foerageergebieden op te zoeken als er ergens sprake zou zijn van een tijdelijke verstoring. Effecten op foeragerende vleermuizen is in veel gevallen te beperken door het treffen van maatregelen. Door het correct afstellen van verlichting en geluidsinstallaties (weggedraaid van met name de gracht en de bomen) wordt voorkomen dat er bewust negatieve effecten optreden op lichtgevoelige soorten. Opgemerkt dient te worden dat er reeds sprake is van aanwezige verlichtingsbronnen en dat ook hier sprake kan en zal zijn van gewenning door vleermuizen en deze situatie. In onze optiek is het echter niet zo dat er negatieve effecten optreden ten aanzien van populaties van daar aanwezige jagende dieren. Een ontheffingsaanvraag voor het organiseren van evenementen is daarmee niet noodzakelijk.
Het is wel noodzaak dat de maatregelen , zoals hierboven geschetst , getroffen worden. Amfibieën , reptielen , vissen , libellen , dagvlinders , grondgebonden zoogdieren en overige ongewervelden Het gebied was en is in zijn geheel ongeschikt leefgebied voor bovengenoemde soortgroepen. Dit komt omdat er geen optimale leefomstandigheden en habitats ontwikkeld zijn. Effecten op deze soorten zijn niet te verwachten omdat deze met name voorkomen in meer natuurlijk begroeide locaties. De aanplant die gedaan is kan zeer positieve effecten hebben op kleine marterachtigen zoals wezel en hermelijn. Het gebied is voor deze soorten een stuk aantrekkelijker geworden om te jagen en te verblijven. Uit de geraadpleegde en beschikbare literatuur gegevens zijn geen recente waarnemingen bekend , maar deze soorten zijn lastig waarneembaar. Op basis van het voormalige gebruik van de terreinen kan worden gesteld dat het hier hooguit zal gaan om foeragerende dieren. Effecten op deze soorten zijn echter niet te verwachten , aangezien het nachtactieve soorten zijn die dan ook in staat zijn om gedurende de avondperiodes drukke situaties te vermijden. Overdag zijn deze dieren in beschutting aanwezig. Deze beschutting is nu met de aanplant in de maak , maar ook nu kan worden geconcludeerd dat deze soorten niet negatief beïnvloed zullen worden.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden inzake evenemententerrein Kasteel Limbricht , te
Limbricht (ons kenmerk: 23-1368-zuid)
8
In het populierenbos liggen geen dassenburchten. In de directe omgeving zal deze soort zeker wel voorkomen , maar directe en indirecte effecten op deze soort zijn uit te sluiten omdat er in de directe omgeving meer dan voldoende areaal aan foerageergebieden liggen waar de soort naar kan uitwijken , mochten er activiteiten zijn op de terreinen. De onderzoekslocatie bevindt zich op circa 1km van het Limbrichterbos (kern van het bos waar de burcht ligt). Op papier betekent dat dit secundair leefgebied betreft. In het veld blijkt dat de akkerlanden rondom het Limbrichterbos variëren van akkerland en graslanden , welke dan ook als optimaal (en primair) foerageergebied zullen dienen. Op momenten dat de terreinen rondom het kasteel niet in gebruik zijn door menselijke activiteiten zullen dassen wel gebruik maken van deze gebieden om te foerageren , maar er kan niet gezegd worden dat dit essentiële foerageergebieden zijn. Uit het literatuuronderzoek blijkt dat er dassenburchten aanwezig zijn in het Limbrichterbos (Onderzoek uitgevoerd in het kader van de verbreding van de A2 (Bureau Waardenburg)) en ook zijn er meerdere vluchtpijpen/kraamburchten aanwezig in de taluds van de A2 ten westen. De leeffunctie van de soort zal door de voorgenomen plannen echter niet dermate veranderen dat dassen de locatie ineens gaan verlaten.
Hiervoor is er nog meer dan afdoende optimaal foerageergebied aanwezig. Dit geldt ook voor andere soorten zoals ree , konijn , haas en vossen. Eventueel afzetten van wegen
en/of het aanbrengen van wildspiegeltjes of kniehoge paaltjes kan helpen eventuele aanrijdingen te voorkomen. Het aanwezig zijn van mensen gedurende de avondperiodes tijdens evenementen of andere feestelijke gelegenheden zal ook zorgen dat nachtactieve dieren deze locatie niet bewust zullen opzoeken en zich elders zullen ophouden. Zodra de rust terugkeert de dagen erop zullen ook de nachtactieve soorten daar weer gaan foerageren. Er treden geen effecten op ten aanzien van aanwezige amfibieën , vissen , libellen , dagvlinders , grondgebonden zoogdieren en overige ongewervelden. Overtredingen in het kader van de Wet
natuurbescherming treden dan ook niet op. Gebiedsbescherming Uit de analyse van het POL 2014 is gebleken dat het kasteel en de direct aangrenzende percelen geen onderdeel uitmaken van het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde gebied , aangewezen als goudgroene zone , betreft het populierenbos aan de oostzijde op circa 415 meter afstand , zie figuur 2.
Figuur 2: Ligging kasteel en onderzochte terreinen ten aanzien van landschapszones (goud)
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden inzake evenemententerrein Kasteel Limbricht , te
Limbricht (ons kenmerk: 23-1368-zuid)
9
5 Ecolybrium Ecologisch
onderzoek
De afstand tot het en
en
advies
goudgroene gebied
eventuele effecten op soorten
In dit kader
kan
gesteld
worden
en
dat
ten
het
er
westen
(de lichtgroene kleur)
gebied zijn
eveneens
betreft
op voorhand
op voorhand geen aantasting
beoogd
meer
dan 350 meter
niet te verwachten. is door de
beoogde
evenemententerreinen.
Eindconclusies Eindconclusies Uit het veldbezoek x
Er geen
en
de literatuurstudie
effecten
optreden
kan
geconcludeerd
worden dat:
gebruik nemen van de terreinen als evenemententerrein vaatplanten, broedvogels, amfibieën, vissen, grondgebonden zoogdieren, libellen, dagvlinders, reptielen en overige ongewervelden. Er geen effecten optreden ten aanzien van foeragerende vleermuizen tijdens het gebruik, mits er maatregelen getroffen worden die de verlichting en geluidsbelasting beperken op de belangrijkste foerageergebieden en vliegroutes (bomen). Er geen nader soortgericht onderzoek nodig is omdat er geen knelpunten te verwachten zijn met
het in
op beschermde
op de aanwezige soorten
en
soortgroepen.
overtredingen plaatsvinden in het kader van de Wet natuurbescherming. Er geen gevolgen zijn ten aanzien van het NNN gebied inzake de wezenlijke aantasting van kernkwaliteiten van het gebied en dat er geen blijvende uitstralingseffecten zijn naar omliggende gebieden. Door de reeds aangebrachte nieuwe beplanting is er juist een toename te verwachten van de biodiversiteit op en rond het gehele gebied. Dit zal, met goed beheer, in de toekomst alleen Er geen
maar
gaan toenemen.
Met deze rapportage hoopt Ecolybrium jullie van dienst te kunnen zijn. Uw reactie wordt dan ook zeer op prijs gesteld. Met
vriendelijke groet,
Ecolybrium Ecologisch (geanonimiseerd)
onderzoek & Advies
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden inzake evenemententerrein Kasteel Limbricht, Limbricht
(ons kenmerk: 23-1368-zuid)
te
10
Bijlage 1 Geraadpleegde bronnen www. natuurgegevensprovincielimburg. nl www. verspreidingsatlas. nl www. waarneming. nl (NDFF)
Hustings F. , van der Coelen J. , van Noorden B. , Schols R. & Voskamp P. 2006. Avifauna van Limburg.
Stichting Natuurpublicaties Limburg , Maastricht. Buggenum , H. J. M. van , R. P. G. Geraeds & A. J. W. Lenders (redactie) , 2009. Herpetofauna van Limburg. Verspreiding en ecologie van amfibieën en reptielen in de periode 1980-2008. Stichting
Natuurpublicaties , Maastricht. Kleukers , R.M.J.C. , E. J. van Nieukerken , B. Odé , L. P. M. Willemse & W. K. R. E. van Wingerden , 1997. De sprinkhanen en krekels van Nederland (Orthoptera). – Nederlandse Fauna 1. Nationaal Natuurhistorisch Museum , KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland , Leiden 416 blz. , 14 platen. Turin , H. , 2000. De Nederlandse loopkevers , verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). – Nederlandse Fauna 3. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis , KNNV Uitgeverij & EIS-
Nederland , Leiden 666 blz. , 16 platen , met cd-rom. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie , 2002. De Nederlandse libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis , KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland , Leiden. Bos , F. , M. Bosveld , D. Groenendijk , C. van Swaay , I. Wynhoff , De Vlinderstichting , 2006. De
dagvlinders van Nederland , verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea , Papilionoidea). - Nederlandse Fauna 7. Leiden. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis , KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland. Broekhuizen , S. , K. Spoelstra , J. B. M. Thissen , K. J. Canters & J. C. Buys (redactie) , 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. - Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden , Leiden. Huizenga , C.E. , R. W. Akkermans , J. C. Buys , J. van der Coelen , H. Morelissen & L. S. G. M. Verheggen , 2010. Zoogdieren van Limburg , verspreiding en ecologie in de periode 1980-2007. Stichting
Natuurpublicaties Limburg , Maastricht. Provincie Limburg (2017). Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wnb in Limburg , Provinciaal Blad Nr. 5634 (6 december 2017). Limburg. Provincie Limburg (2017). Wijzigingsverordening Hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening
Limburg 2014. Provinciaal Blad Nr. 1845 (25 april 2017). Limburg.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden inzake evenemententerrein Kasteel Limbricht , te
Limbricht (ons kenmerk: 23-1368-zuid)
11
Bijlage 2 Wettelijke kaders SOORTENBESCHERMING
Algemeen Soortenbescherming is altijd aan de orde. Hiervoor is de Wet natuurbescherming bepalend. De Wet natuurbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van natuurlijke habitats en wilde flora en fauna in hun natuurlijke leefomgeving. De Wet natuurbescherming heeft de beschermingsregels opgesteld in de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn vertaald naar de Nederlandse situatie. VOGELRICHTLIJN Soorten van de Vogelrichtlijn Dit betreffen álle vogelsoorten die in Nederland aanwezig kunnen zijn , met uitzondering van exoten en verwilderde soorten , zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn: Art. 3. 1 lid 1: Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen Art. 3. 1 lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten , rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen , of nesten van vogels weg te nemen Art. 3. 1 lid 3: Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben Art. 3. 1 lid 4 en 5: Het is verboden vogels opzettelijk te storen , tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort HABITATRICHTLIJN , BERN BIJLAGE II , BONN BIJLAGE I Dit zijn alle soorten in onderdeel A van bijlage IV van de Habitatrichtlijn inclusief bijlage II van het
Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn , voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd: Art. 3. 5 lid 1: Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen Art. 3. 5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren Art. 3. 5 lid 3: Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Artikel 3. 5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen Art. 3. 5 lid 5: Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen , af te snijden , te ontwortelen of te vernielen NATIONAAL BESCHERMDE SOORTEN Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het betreft hier de bescherming van in Nederland voorkomende soorten zoogdieren , amfibieën , reptielen , vissen ,
dagvlinders , libellen , kevers en vaatplanten.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden inzake evenemententerrein Kasteel Limbricht , te
Limbricht (ons kenmerk: 23-1368-zuid)
12
Art. 3. 10 lid 1a: Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen Art. 3. 10 lid 1b: Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen Art. 3. 10 lid 1c: Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen , af te snijden , te ontwortelen of te vernielen Een project kan in strijd zijn met de Wet natuurbescherming wanneer een ruimtelijke ingreep direct of indirect leidt tot het aantasten van verblijf- en/of rustplaatsen van de aangewezen , niet vrijgestelde beschermde soorten of hun leefgebied. Afhankelijk van de ingreep en de soort kan dan een ontheffing noodzakelijk zijn. Ontheffingen worden slechts verleend wanneer er geen andere bevredigende oplossing voor de ingreep bestaat , de ingreep vanwege een in de wet genoemd belang dient plaats te vinden en de gunstige staat van instandhouding van de soort niet in gevaar komt.
Vaak worden hierbij mitigerende en compenserende maatregelen gevraagd. WETTELIJKE BELANGEN I. R. T. ONTHEFFING Om een ontheffing te krijgen voor soorten van de Vogelrichtlijn moet worden voldaan aan een van
de volgende belangen: Wanneer de volksgezondheid en/of de openbare veiligheid in het geding is. Wanneer de veiligheid van het luchtverkeer in het geding is. Ter bescherming van flora en fauna. Voor nationaal beschermde soorten geldt:
➢
Er is sprake van een bij de wet genoemd belang. Zorgplicht voor álle aanwezige soorten geldt volgens de Wet natuurbescherming altijd de zorgplicht (Art. 1. 11);
➢
De zorgplicht schrijft voor dat we nadelige gevolgen voor inheemse planten en dieren moeten voorkomen – of ze nu beschermd zijn of niet – en zorgvuldig met onze omgeving om moeten gaan. Deze zorgplicht geldt voor iedereen.
ONDERDEEL SOORTENBESCHERMING LIMBURGSE INVULLING De provincie Limburg heeft beleidsregels opgesteld in het document Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wnb in Limburg (6 december 2017 , Limburg) voor soorten die beschermd zijn binnen de Vogelrichtlijn of bijlage onderdeel A bij de Wnb , te weten: De broedvogels zijn ingedeeld in de categorieën 1 t/m 4:
➢
Hiervan is het nest van de vogelsoorten horende tot de categorieën 1 t/m 3 jaarrond
beschermd (zie tabel 1) ➢ Categorie 4 zijn de nesten van plaats trouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat , maar dusdanig kwetsbaar zijn dat de functionaliteit niet in het geding mag komen Voor soorten in bijlage onderdeel A bij de Wnb geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014 bijlage III bij paragraaf 3. 8 “Vrijstelling dieren bij ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud” zijn soorten opgenomen waarvoor in Limburg een (gedeeltelijke) vrijstelling geldt (zie tabel 2) Art. 4. 3 en 4. 4 lid 2; Soms is het voor de ontwikkeling erg moeilijk om een aanvullend onderzoek uit te voeren. Bijvoorbeeld als gezien de doorlooptijd die dit met zich mee brengt een toegekende subsidie komt te vervallen of veiligheidsaspecten eraan in de weg staan.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden inzake evenemententerrein Kasteel Limbricht , te
Limbricht (ons kenmerk: 23-1368-zuid)
13
In dergelijke omstandigheden zijn GS van mening dat er sprake is van een dermate
uitzonderingssituatie dat de initiatiefnemer een ontheffingsaanvraag kan doen alsof de mogelijk aanwezige soorten daadwerkelijk aanwezig zijn. De initiatiefnemer moet in zo’n geval een aanpak overleggen waaruit blijkt voor welke soorten hij deze aanpak volgt , wat de maximaal verwachte dichtheden van de soorten zijn en welke maatregelen uitgevoerd gaan worden. Nederlandse naam
Categorie
Nederlandse naam
Periode vrijstelling
Kerkuil Oehoe Roek Steenuil Boerenzwaluw Bosuil Gierzwaluw
1 1 1 1 2
Aardmuis
Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar
Grote gele kwikstaart Huismus Huiszwaluw Ooievaar Slechtvalk Boomvalk Havik Ransuil Raaf Rode wouw Torenvalk Wespendief
2 2 2 2 2 2 2 3 3 3 3 3 3 3
Zwarte wouw 3 Tabel 1: indeling in categorieën jaarrond beschermde nesten in Limburg
Bosmuis Bunzing Bruine kikker Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Gewone bosspitsmuis Gewone pad Haas Hazelworm Hermelijn Huisspitsmuis Kleine watersalamander
Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar Maart- april en juli t/m november Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar
Konijn Levendbarende hagedis
Gehele jaar Juli , augustus en september Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar 15 augustus t/m 15 oktober
Meerkikker Middelste groene kikker Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis
Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar
Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis
15 augustus t/m februari Gehele jaar Gehele jaar
Vos Gehele jaar Wezel Gehele jaar Woelrat Gehele jaar Tabel 2: Vrijgestelde soorten Limburg bij ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud (Omgevingsverordening Limburg 2014)
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden inzake evenemententerrein Kasteel Limbricht , te
Limbricht (ons kenmerk: 23-1368-zuid)
14